Circulaire nr. 15/2006 d.d. 13.07.2006
Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Vermindering fiscale boete
In het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2006 werd het besluit van 11 mei 2006 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en vaststelling van een tweede bijlage bij dit koninklijk besluit bekendgemaakt.
Dit besluit is in werking getreden op 1 juni 2006, zijnde op datum van de publicatie. De nieuwe richtlijnen worden toegepast voor overtredingen vastgesteld vanaf die datum.
De tekst van het besluit vormt bijlage bij deze circulaire.
Er wordt opgemerkt dat de interesten verschuldigd op de aanvullende rechten in geval van het niet behouden van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar, geen boete uitmaakt en dus niet bedoeld wordt in dit verminderingsbarema.
De Administrateur-generaalvan de Patrimoniumdocumentatie,
D. DE BRONE
----------
BIJLAGE
11 MEI 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en vaststelling van een tweede bijlage bij dit koninklijk besluit
11 MEI 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en vaststelling van een tweede bijlage bij dit koninklijk besluit
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Gelet op het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, inzonderheid op het artikel 219, derde lid, vervangen bij de wet van 15 maart 1999;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 maart 2006;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 27 maart 2006;
Gelet op het advies nr. 40.224/2 van de Raad van State, gegeven op 3 mei 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Overwegende dat op heden een regeling voor de vermindering van de fiscale boeten voorzien in de artikelen 46bis, zevende en achtste lid, en 212bis, derde lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en van artikel 212ter, ingevoegd bij de ordonnantie van 10 februari 2006. tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ontbreekt; dat een eventuele vermindering van de proportionele fiscale boeten op dit ogenblik enkel mogelijk is bij verzoekschrift aan de federale Minister van Financiën zoals voorzien in artikel 219, tweede lid, van ditzelfde wetboek; dat tot vrijwaring van de rechtszekerheid een uniforme regeling inzake vermindering van de fiscale boeten wenselijk is;
Op voordracht van de Minister belast met Financiën;
Na beraadslaging,
Besluit:
Artikel 1. In artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen bij koninklijk besluit van 30 januari 1987, wordt tussen de woorden "als bijlage" en "bij dit besluit", de woorden "of als tweede bijlage" gevoegd.
Art. 2. Het bij dit besluit gevoegde barema tot vermindering van proportionele fiscale boeten wordt als tweede bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 4. De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 11 mei 2006.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid,
Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
B. CEREXHE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid,
Mevr. E. HUYTEBROECK
------------------------------------
Bijlage
Tweede bijlage bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
| Aard van de overtreding | Bedrag van de verminderde boete |
| Vermindering van de heffingsgrondslag (abattement): | |
| A. Onjuiste vermelding inzake het bezit van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd (art. 46bis, zevende lid W.Reg.) | 1/2 van de aanvullende rechten |
| B. Niet-naleving van de verplichting tot vestiging van de hoofdverblijfplaats: | |
| 1. Ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag bij de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding heeft gegeven (art. 46bis, achtste lid, W.Reg.); | 1/3 van de aanvullende rechten |
| 2. ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag achteraf ingevolge toepassing van artikel 212bis, derde lid, W.Reg.; | 1/3 van de aanvullende rechten |
| 3. Ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag achteraf ingevolge toepassing van artikel 212ter, W.Reg. | 1/3 van de aanvullende rechten |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 11 mei 2006 houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en vaststelling van een tweede bijlage bij dit koninklijk besluit.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid,
Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
B. CEREXHE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid,
Mevr. E. HUYTEBROECK
Bron: FisconetPlus
