Circulaire 2018/C/33 over pensioenen betaald door buitenlandse overheden aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog

Deze circulaire bespreekt de belastingvrijstelling van pensioenen betaald door buitenlandse overheden aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Personenbelasting ; pensioen ; pensioen van buitenlandse oorsprong ; oorlogspensioen ; vrijstelling

FOD Financiën, 08.03.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

I. Inleiding
II. Wet van 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III
III. Commentaar
IV. Inwerkingtreding

I. Inleiding

1. De wet van 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III (BS 29.12.2017) voert, onder meer, een belastingvrijstelling in voor pensioenen, renten en alle andere al dan niet periodieke uitkeringen toegekend door buitenlandse autoriteiten of krachtens een buitenlands stelsel van sociale zekerheid aan slachtoffers van de oorlog van 1940-1945 of aan hun rechtverkrijgenden.

II. Wet van 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III

Artikel 10

2. In artikel 38, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij wet van 22 oktober 2017, wordt een bepaling onder 2°/1 ingevoegd, luidende:

"2°/1 pensioenen, renten en alle andere al dan niet periodieke uitkeringen toegekend door buitenlandse autoriteiten of krachtens een buitenlands stelsel van sociale zekerheid aan slachtoffers van de oorlog van 1940-1945 of aan hun rechtverkrijgenden;".

Artikel 11, tweede lid

3. Artikel 10 is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2016 worden betaald of toegekend.

III. Commentaar

Bestaande regeling

4. Pensioenen of renten ten laste van de Schatkist toegekend aan militaire en burgerlijke slachtoffers van de twee oorlogen of aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van militaire anciënniteitspensioenen, zijn volgens de bestaande bepalingen reeds van belasting vrijgesteld (1).

(1) Toepassing artikel 38, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

5. Deze vrijstelling geldt niet voor dergelijke pensioenen, toegekend door buitenlandse overheden. Immers, die pensioenen zijn niet ten laste van de Belgische Schatkist.

Aangepaste regeling

6. Voortaan zijn ook van belasting vrijgesteld (2):

- pensioenen, renten en alle andere al dan niet periodieke uitkeringen

- toegekend door buitenlandse autoriteiten of krachtens een buitenlands stelsel van sociale zekerheid

- aan slachtoffers van de oorlog van 1940-1945 of aan hun rechtverkrijgenden.

(2) Artikel 38, § 1, eerste lid, 2°/1, WIB 92, ingevoegd door artikel 10 van de wet van 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III.

7. Voormelde inkomsten worden dus uitdrukkelijk vrijgesteld van inkomstenbelastingen. Deze vrijstelling houdt eveneens in dat België niet langer het recht heeft om met deze inkomsten rekening te houden om het tarief te bepalen van de personenbelasting op de eventuele andere inkomsten (3), wanneer de heffingsbevoegdheid over die inkomsten volgens het van toepassing zijnde dubbelbelastingverdrag toekomt aan de andere overeenkomstsluitende staat.

(3) Vrijstelling met progressievoorbehoud, toepassing artikel 155, WIB 92.

8. Zo bepaalt het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en Duitsland dat de heffingsbevoegdheid over:

- de door Duitsland toegekende geldbedragen

- die in de vorm van pensioenen, lijfrenten en andere al dan niet periodieke uitwerkingen

- als vergoeding van een schade, die als gevolg van oorlogshandelingen of politieke vervolging is ontstaan toekomt aan Duitsland (4).

(4) Zie artikel 19, § 4, van het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en Duitsland.

9. Deze inkomsten worden in principe overeenkomstig het Duits intern recht vrijgesteld in Duitsland (5) en ondergaan geen progressievoorbehoud bij de berekening van de belasting in België (6).

(5) Wat de mogelijkheid betreft om de vrijstelling te bekomen in Duitsland, kunnen de verkrijgers van deze inkomsten nuttige inlichtingen verkrijgen omtrent de te volgen procedure in Duitsland op de site van de FOD Financiën: www.fin.belgium.be > particulieren > belastingvoordelen > Duitse oorlogspensioenen.
(6) Toepassing artikel 23, § 2, 1°, van het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en Duitsland.

10. Om elke juridische onzekerheid uit te sluiten, zullen de personen die momenteel genieten van de vrijstelling van elke Belgische belasting overeenkomstig de voornoemde bepalingen in het huidig dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en Duitsland, blijven genieten van diezelfde voordelen via de toepassing van de hierboven vermelde aangepaste regeling.

Beoogde pensioenen

11. De nieuwe regeling beoogt de pensioenen, renten en alle andere al dan niet periodieke uitkeringen toegekend door buitenlandse autoriteiten of krachtens een buitenlands stelsel van sociale zekerheid aan slachtoffers van de oorlog van 1940-1945 of aan hun rechtverkrijgenden. Inzonderheid gaat het om de volgende pensioenen:

a. Pensioenen toegekend door de Duitse autoriteiten (7) aan 'slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging' (8) zoals bedoeld in § 1 van de 'Bundesentschädigungsgesetz' (BEG) of aan hun rechthebbenden.

(7) Federale Staat, de Landers en de rechtbanken.
(8) Onder 'slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging' moet worden verstaan iedereen die omwille van politieke oppositie tegen het nationaal-socialisme of omwille van ras, godsdienst of ideologie door nationaal-socialistische dwangmaatregelen vervolgd is geweest en daardoor schade heeft opgelopen aan leven, lichaam, gezondheid, vrijheid, eigendom of vermogen en benadeling heeft geleden in zijn of haar beroepsmatige of economische ontplooiing (vervolgde personen).

b. Duitse pensioenen of renten die worden toegekend krachtens een stelsel van sociale zekerheid aan slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of aan hun rechthebbenden. Dit zijn inzonderheid de personen die in België een statuut van nationale erkentelijkheid (9) gekregen hebben en opgenomen zijn in één van de volgende lijsten:

- de lijst van de door België erkende gedeporteerden in de zin van de wet van 07.07.1953 houdende inrichting van het statuut der gedeporteerden tot de verplichte tewerkstelling van de oorlog 1940-1945 en intrekking van de besluitwet van 24.12.1946

- de lijst van de verplicht ingelijfden in de Wehrmacht die erkend zijn overeenkomstig de wet van 21.11.1974 houdende statuut van de verplicht ingelijfde bij het Duitse leger en zijn rechthebbenden.

(9) Voor meer uitleg over deze statuten van nationale erkentelijkheid wordt verwezen naar de site van de Pensioendienst (http://www.pdos.fgov.be/nl/warvictims/warvictims_2225.htm) Sommige personen die zo’n Duits pensioen ontvangen, hebben nooit een aanvraag tot erkenning in België gedaan. Deze personen kunnen zich te dien einde richten tot de hiervoor aangehaalde site. Het feit dat deze personen niet zijn opgenomen in één van voormelde lijsten hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat de ontvangen Duitse oorlogspensioenen niet onder de nieuwe regeling kunnen vallen. Er moet immers verder worden gekeken dan het enkele begrip van nationale erkentelijkheid. Het moet in dat geval wel steeds gaan om pensioenen toegekend omwille van het feit dat die persoon slachtoffer is van de oorlog 1940-1945 (of om een pensioen toegekend aan de rechthebbenden).

c. Duitse pensioenen of renten toegekend aan personen die in België een statuut van nationale erkentelijkheid (9) gekregen hebben en opgenomen zijn in:

- de lijst van de politieke gevangenen in de zin van de wetten met betrekking tot het statuut van politieke gevangenen en hun rechthebbenden, samengeordend op 16.10.1954

- de lijst van de krijgsgevangenen bedoeld door de wetten betreffende militaire pensioenen

- de lijst van de buitenlandse joodse gedeporteerden en zigeuners bedoeld door de artikelen 12 en volgende van de wet van 11.04.2003. De joodse gedeporteerden en zigeuners van Belgische nationaliteit zijn begrepen in de lijst van politieke gevangenen

alsook de vergoedingen bedoeld in artikel 19, § 4, van het dubbelbelastingverdrag met Duitsland van 11.04.1967, namelijk geldbedragen die in de vorm van pensioenen, lijfrenten en andere al dan niet periodieke uitwerkingen als vergoeding van een schade, die als gevolg van oorlogshandelingen of politieke vervolging is ontstaan.

d. Pensioenen die door Duitsland worden toegekend aan de oorlogsslachtoffers van 1940-1945, inwoners van België, en die ofwel genieten van het statuut van Duitse slachtoffers van de nationaal-socialistische vervolging, ofwel van een statuut gelijkaardig aan de statuten van Belgische nationale erkentelijkheid dat van kracht is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), voor zover hun pensioen eveneens wordt vrijgesteld in Duitsland.

e. Pensioenen die onder dezelfde voorwaarden worden betaald door andere buitenlandse overheden. Dat is onder meer het geval voor de zogenaamde WUV-uitkeringen (wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945) en de zogenaamde WUBO-uitkeringen (wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945), betaald door de Nederlandse overheid.

12. Het spreekt voor zich dat enkel renten, pensioenen of vergoedingen die in verband staan met gebeurtenissen van de oorlog 1940-1945 kunnen genieten van de vrijstelling. In voorkomend geval moet rekening worden gehouden met de datum van het begin van de Duitse bezetting die voor sommige Europese staten vóór 1940 kan vallen.

Niet-beoogde pensioenen

13. Enkel de oorlogsslachtoffers van 1940–1945 worden beoogd door de bepalingen van artikel 38, § 1, eerste lid, 2°/1, WIB 92. Personen die vrijwillig in dienst zijn getreden van het Derde Rijk worden hier niet beoogd. Zo worden onder meer de vergoedingen die Duitsland uitbetaalt aan gewezen militaire collaborateurs niet beoogd door voormelde bepaling (10).

(10) Zie parl. vraag nr. 1838 van Volksvertegenwoordiger Alain Top van 26.09.2017 (Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/137 d.d. 28.11.2017, blz. 429).

14. Ook de Duitse pensioenen die worden betaald uit hoofde van een vroegere beroepsactiviteit die voor of na de oorlog in Duitsland werd uitgeoefend, worden niet bedoeld door deze maatregel.

IV. Inwerkingtreding

15. De in artikel 38, § 1, eerste lid, 2°/1, WIB 92, beoogde vrijstelling is van toepassing op de pensioenen, renten en alle andere al dan niet periodieke uitkeringen toegekend door buitenlandse autoriteiten of krachtens een buitenlands stelsel van sociale zekerheid aan slachtoffers van de oorlog van 1940-1945 of aan hun rechtverkrijgenden, die vanaf 01.01.2016 worden betaald of toegekend.

16. Deze terugwerkende kracht vormt op zich geen juridisch probleem aangezien de regeling gunstig is voor de belastingplichtigen.

17. Bovendien heeft de minister beslist dat, om redenen van redelijkheid en gelijkheid, deze belastingvrijstelling ook in alle hangende geschillen moet worden toegepast (11).

(11) Zie parl. vraag nr. 1782 van Volksvertegenwoordiger Johan Klaps van 16.08.2017 (Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/128 d.d. 23.08.2017, blz. 304).

Interne ref.: 713.679