Circulaire 2019/C/13 betreffende passieve veredeling

DI552.001; Bijzondere regeling; Passieve veredeling; Transformatie; INF 2; uitwisselingsverkeer; Berekening van de verschuldigde rechten; Economische voorwaarden; Herstelling van goederen; Equivalentie

FOD Financiën, 13.12.2021
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstabel

Circulaire 2019/C/13 betreffende Passieve veredeling

I. Basisregels – Inleidende begrippen

I.1. Definities

I.2. Wettelijk en interpretatieve bepalingen

I.3. Doel en draagwijdte van de regeling passieve veredeling

I.4. Verwijzingen naar vakken en gegevenselementen van vergunningen

I.5. Economische passieve veredeling en passieve veredeling BTW

II. De vergunning passieve veredeling

II.1. Algemeen principe

II.2. Verlenen van de vergunning

II.3. Te vervullen voorwaarden voor het bekomen van een vergunning

II.4. Economische voorwaarden

II.5. Inwerkingtreding van de vergunning

II.6. Inhoud van de vergunning

II.7. Administratie

II.8. Gebruikelijke behandelingen

II.9. Gestandaardiseerde inlichtingenuitwisseling (e-INF)

III. Plaatsing onder de regeling

III.1. Algemeenheden

III.2. Verificatie en onderzoek van goederen

III.3. Tijdelijke wederuitvoer voor verdere veredeling na actieve veredeling

III.4. Ongeldigmaking van de douaneaangifte

IV. Aanzuivering van de regeling

IV.1. Algemeenheden

IV.2. Douaneaangifte

IV.3. Termijnen en wijze van aanzuivering

IV.4. Tussenkomst van derden

V. Berekening van de invoerrechten

V.1. Algemeenheden

V.2. Herstelling van goederen

V.3. In het vrije verkeer brengen van veredelingsproducten die zijn voortgebracht uit de uitvoer van producten verkregen onder de regeling actieve veredeling

VI. Equivalente goederen

VI.1. Algemeenheden

VI.2. Gebruik van equivalente goederen

VI.3. Beperkingen op het gebruik van de equivalentie

VI.4. Voorafgaande invoer

VII. Systeem uitwisselingsverkeer

VII.1. Algemeenheden

VII.2. Modaliteiten betreffende het systeem uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer

VII.3. Modaliteiten betreffende het systeem uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer

VIII. Driehoeksverkeer

IX. Overgangsbepalingen

BIJLAGEN

Bijlage I - Bijlagen 71.02, 71-03, 71-04, 71.05 en 90DA

Bijlage II - Bijlage 13 DWU-TDA - afgeschaft

Bijlage III - Concordantietabel tussen wettelijke en/of interpretatieve bepalingen en paragrafen van deze circulaire

Bijlage IV – Criteria voor onderzoek van economische voorwaarden

Bijlage V - Toerekening van tijdelijke uitvoergoederen aan de wederingevoerde veredelingsproducten

Bijlage VI – Internationale overeenkomsten met inbegrip van de vrijstelling van artikel 260bis DWU

I. Basisregels – Inleidende begrippen

I.1. Definities

1. Voor de toepassing van huidige circulaire moet beschouwd worden als:

aangever: de persoon die in eigen naam een douaneaangifte, een aangifte tot tijdelijke opslag, een summiere aangifte bij binnenbrengen, een summiere aangifte bij uitgaan, een aangifte tot wederuitvoer of een kennisgeving van wederuitvoer indient, dan wel de persoon namens wie deze aangifte of deze kennisgeving wordt ingediend;

aanzuiveringstermijn: de termijn waarbinnen goederen die onder actieve veredeling zijn geplaatst moeten aangezuiverd worden overeenkomstig § 110 hierna;

accijnzen: de accijnzen, de bijzondere accijnzen, de controleretributie en de bijdrage op de energie verschuldigd bij invoer van accijnsgoederen omschreven in artikel 2 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen (Belgisch Staatsblad van 31 december 2009) en op accijnsproducten omschreven in artikel 2 van wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie (Belgisch Staatsblad van 15 januari 2010; wordt gelijkgestelde aan accijnzen de verpakkingsheffing bedoeld in artikel 369, 17° van gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur (Belgisch Staatsblad van 20 juli 1993);

beschikking: elke beslissing welke verband houdt met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor de betrokken persoon of betrokken personen rechtsgevolgen heeft;

BTW: de belasting toegevoegde waarde zoals omschreven in § 1 van het eerste artikel van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd bij de invoer overeenkomstig artikel 3 van dit Wetboek.

controlekantoor: het in de vergunning vermelde douanekantoor dat toeziet op de passieve veredeling

derde land: een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie;

douaneaangifte: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze het voornemen kenbaar maakt om goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen, in voorkomend geval met opgave van eventuele specifieke procedures die moeten worden toegepast;

douaneautoriteiten: de douanediensten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de toepassing van de douanewetgeving, en alle overige autoriteiten die krachtens het nationale recht belast zijn met de toepassing van bepaalde onderdelen van de douanewetgeving;

douanecontroles: door de douaneautoriteiten verrichte specifieke handelingen voor het waarborgen van de naleving van de douanewetgeving en andere wetgeving betreffende het binnenbrengen, het uitgaan, de doorvoer, het overbrengen, de opslag en de bijzondere bestemming van goederen die tussen het douanegebied van de Unie en landen of gebieden daarbuiten worden vervoerd, en betreffende de aanwezigheid en het verkeer binnen het douanegebied van de Unie van niet-Uniegoederen en goederen die onder de regeling bijzondere bestemming zijn geplaatst;

douaneformaliteiten: alle handelingen die door een persoon en door de douaneautoriteiten moeten worden verricht om aan de douanewetgeving te voldoen;

douanegebied van de Unie: grondgebieden opgesomd in artikel 4 van het DWU;

douanekantoor van plaatsing: het douanekantoor dat is vermeld in de vergunning voor de regeling passieve veredeling en dat gemachtigd is om goederen voor een bijzondere regeling vrij te geven.

douaneregeling: een van de onderstaande regelingen waaronder goederen overeenkomstig het wetboek kunnen worden geplaatst: in het vrije verkeer brengen, bijzondere regelingen en uitvoer;

douaneschuld: de verplichting van een persoon tot betaling van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten dat uit hoofde van de geldende douanewetgeving verschuldigd is;

douanetoezicht: de activiteiten die door de douaneautoriteiten in het algemeen worden ontplooid teneinde te zorgen voor de naleving van de douanewetgeving en, in voorkomend geval, van de andere bepalingen die op goederen onder douanetoezicht van toepassing zijn;

houder van de regeling: de persoon die de douaneaangifte doet of voor wiens rekening die aangifte wordt gedaan, of de persoon aan wie de uit een douaneregeling voortvloeiende rechten en plichten zijn overgedragen;

in het douanegebied van de Unie gevestigd persoon: indien het een natuurlijk persoon betreft, eenieder die in het douanegebied van de Unie zijn normale verblijfplaats heeft, en indien het een rechtspersoon of een vereniging van personen betreft, elke persoon die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of een vaste inrichting heeft in het douanegebied van de Unie. Met een vaste inrichting wordt begrepen een vaste vestiging voor bedrijfsuitoefening waar de nodige menselijke en technische hulpbronnen permanent voorhanden zijn en waarmee de douanetransacties van een persoon volledig of gedeeltelijk worden uitgevoerd;

invoerrecht: het douanerecht dat bij de invoer van goederen verschuldigd is;

passieve veredeling IM/EX: de invoer van uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten in het kader van de regeling passieve veredeling voorafgaand aan de uitvoer van de goederen die zij vervangen, zoals vermeld in §115 hierna;

passieve veredeling EX/IM: de uitvoer van Uniegoederen in het kader van de regeling passieve veredeling voorafgaand aan de invoer van veredelingsproducten, zoals vermeld in §115 hierna;

persoon: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend;

schuldenaar: elke persoon die een douaneschuld verschuldigd is;

veredelingshandeling: een van de handelingen hernomen in § 10 hierna;

veredelingsproducten: onder een veredelingsregeling (actieve of passieve verdeling) geplaatste goederen die veredeld zijn;

vrijgave van goederen: terbeschikkingstelling door de douaneautoriteiten van goederen voor de doeleinden die zijn voorzien in de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaats;

Al deze definities (behalve die van accijnzen en btw) zijn die van de Europese douaneregelgeving.

I.2. Wettelijk en interpretatieve bepalingen

2. Wettelijke bepalingen in verband met de regeling passieve veredeling worden opgenomen in:
het douanewetboek van de Unie (afgekort DWU) of Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;
de verschillende toepassingsverordeningen van DWU, in het bijzonder:

* de gedelegeerde verordening (afgekort DWU-DA voor “Delegated Act”), of gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie;
* de uitvoeringsverordening (afgekort DWU-IA voor “Implemented Act”), of uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;
* de overgang gedelegeerde verordening (afgekort DWU-TDA voor “Transitional Delegated Act”), of gedelegeerde verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn.

De relevante bijlagen van de gedelegeerde verordening (DWU-DA) worden in bijlage 1 van deze circulaire opgenomen.
Bijlage 13 van de overgang gedelegeerde verordening (DWU-TDA) wordt in bijlage 2 van deze circulaire opgenomen.
In bijlage 3 van deze circulaire wordt een concordantietabel tussen wettelijke en interpretatieve bepalingen en paragrafen van deze circulaire voorzien.

3. Interpretatieve bepalingen vinden hun oorsprong ofwel op basis van de Gids voor Bijzondere regelingen (document TAXUD/A2/SPE/2016/001-Rev 14 van de Europese Commissie) ofwel via de conclusies van Groep douane-experts (afdeling Bijzondere regelingen) of analyses van werkelijke situaties door OEO – dienst Douanewetgeving.

4. Vermeldingen naar het Prinsdom Andorra komen voort uit de overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Prinsdom Andorra van 1990 (beschikking van de Raad van 26 november 1990 – PB L 374 van 31 december 1990).
Vermelding naar Turkije komen voort uit het Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 inzake de tenuitvoerlegging van de slotfase van de douane-Unie (96/142/EG - PB L 035 van 13 februari 1996).

I.3. Doel en draagwijdte van de regeling passieve veredeling

5. De regeling passieve veredeling is een bijzondere regeling in de zin van artikels 5, lid 16 en 210 van het DWU. Die regeling laat toe Uniegoederen tijdelijk uit het douanegebied van de Unie uit te voeren om te worden veredeld en de uit die handelingen voortkomende veredelingsproducten met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer in het vrije verkeer te brengen in de Unie.

Voorbeeld:

Weefsel met de status van de Unie wordt naar Tunesië verzonden waar het tot jassen wordt geconfectioneerd alvorens weer in de Europese Unie te worden ingevoerd.

De regeling van de passieve veredeling houdt niet noodzakelijk in dat de bewerking een industriële wijziging met een waardeverhoging moet zijn; kleine behandelingen van de goederen (gebruikelijke behandelingen, herstellingen, afstellingen, enz.) kunnen eveneens worden uitgevoerd onder de voorwaarden van de regeling passieve veredeling.

Voorbeeld:

Een horloge waarvan het mechanisme niet meer werkt, wordt naar Zwitserland verzonden om daar te worden hersteld (gratis of tegen betaling).

6. De regeling passieve veredeling beantwoordt aan de groeiende internationale organisatie van de arbeid die de vervaardiging van bepaalde goederen toevertrouwt aan een reeks gespecialiseerde ondernemingen in verschillende landen. Alhoewel de regeling passieve veredeling de van de Unie werknemers benadeelt ten opzichte van buitenlandse werknemers heeft zij toch positieve economische gevolgen voor de Unie.

De regeling kan namelijk leiden tot een verhoging van de Unie uitvoer van goederen, bestemd om te worden verwerkt in derde landen, die worden ingevoerd in de Unie en tot een vermindering van de invoer van niet Uniegoederen.

Bovendien kan deze regeling leiden tot een formule van industriële samenwerking met bepaalde derde landen tegen lagere loonkosten dan deze in de Unie en, in dit opzicht, productie moeilijkheden vermijden in de Unie. In dit geval benutten de van de Unie ondernemingen de lagere loonkosten van de landen in ontwikkeling door hen een deel van hun productie toe te vertrouwen; de vermindering van de kosten op het in het buitenland verwerkte gedeelte vindt zijn weerslag op de productiekosten van het geheel (principe van de evenredige verdeling van de kosten) en laat toe de productieactiviteiten in de Unie niet te verstoren waarbij de producenten van grondstoffen of tussenproducten van de Unie worden bevoorrecht.

7. De regeling passieve veredeling wordt eveneens gebruikt indien de vereiste technologie om een gedeelte van de veredelingshandelingen te verrichten niet aanwezig is in de Unie en wanneer, wegens een contractuele of wettelijke garantieverplichting de herstelling moet worden verricht in een derde land.

I.4. Verwijzingen naar vakken en gegevenselementen van vergunningen

8. Wanneer deze Circulaire verwijst naar vakken van een vergunning, betreft dat vergunningen verleend tussen 1 mei 2016 en de uitrol op 2 oktober 2017 van het elektronisch DWU-systeem Douanebeschikkingen.
Wanneer deze Circulaire verwijst naar gegevensvereisten van bijlage A DWU-DA, betreft dat vergunningen verleend vanaf de uitrol op 2 oktober 2017 van het elektronisch DWU-systeem Douanebeschikkingen.

I.5. Economische passieve veredeling en passieve veredeling BTW

9. Bepaalde textielproducten en kledingartikelen hebben een eigen reglementering inzake passieve veredeling, namelijk verordeningen (EG) nr. 3036/94 van de Raad van 8 december 1994 en nr. 3017/95 van de Commissie van 20 december 1995.
Deze regeling wordt aangemerkt als “economische passieve veredeling”.
Deze regeling volgt een eigen logica vastgelegd in de voornoemde specifieke verordeningen. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie levert in België op aanvraag van de belanghebbende de voorafgaande vergunningen af. De AAD is dus niet betrokken bij de aflevering en de controle van deze vergunningen van economische passieve veredeling.
In tegenstelling tot de economische passieve veredeling, wordt de in het DWU en in deze circulaire vermelde regeling van de passieve veredeling ook wel als tarifaire passieve veredeling aangeduid. Deze valt onder de administratie van de douane.

10. Krachtens artikel 3 van het BTW wetboek is de invoer van goederen in België steeds aan de BTW onderworpen. Die regel is ook van toepassing wanneer in de ingevoerde producten goederen zijn verwerkt, die tevoren tijdelijk zijn uitgevoerd uit België, ook al werden die materialen reeds met de BTW belast bij een voorafgaande hier te lande verrichte aankoop, intracommunautaire verwerving of invoer.
De regeling passieve veredeling BTW heeft tot doel een gehele of gedeeltelijke vrijstelling toe te passen bij de wederinvoer. Zij is gebaseerd op de bepalingen van artikel 40, §§1, 2°, b) en 3 van het BTW wetboek en op artikel 41 van het gewijzigd koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting op de toegevoegde waarde.
De vrijstelling wordt verleend ongeacht of de veredeling wordt beschouwd als een levering van een goed of als een dienst.

II. De vergunning passieve veredeling

II.1. Algemeen principe

11. Onder de regeling passieve veredeling kunnen Uniegoederen tijdelijk uit het douanegebied van de Unie worden uitgevoerd om te worden veredeld.
De uit die goederen voortkomende veredelingsproducten kunnen met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten in het vrije verkeer worden gebracht, op verzoek:
- van de vergunninghouder;
- door ieder ander persoon die in het douanegebied van de Unie is gevestigd, op voorwaarde dat die persoon toestemming heeft van de vergunninghouder en dat aan de voorwaarden voor de vergunning wordt voldaan.

12. Onder veredeling wordt één van de volgende handelingen verstaan:
- de bewerking van goederen, met inbegrip van het monteren, het assembleren en het aanpassen ervan aan andere goederen;
- de verwerking van goederen;
- de vernietiging van goederen;
- de herstelling van goederen, met inbegrip van revisie en afstelling;
- het gebruik van goederen die zelf niet meer in de veredelingsproducten voorkomen, maar die de vervaardiging van deze producten mogelijk maken of vergemakkelijken, ook indien zij tijdens dit proces geheel of gedeeltelijk verdwijnen (bij de productie gebruikte hulpmiddelen).
Wanneer de regeling passieve veredeling ten behoeve van herstellingen
wordt aangevraagd, wordt erop toegezien dat de tijdelijk uit te voeren
goederen kunnen worden hersteld en dat de regeling niet wordt gebruikt
om de technische prestaties van de goederen te verbeteren.

13. Het gebruik van de regeling passieve veredeling is afhankelijk van de afgifte van een vergunning.
Deze vergunning is een gunstige beslissing in de zin van de artikelen 22 en 5, lid 39 van het DWU.

14. Deze vergunning is enkel geldig voor de plaatsing van goederen onder de bijzondere regeling van de passieve veredeling. Wanneer iemand gebruik wil maken van andere regelingen, zal deze persoon over afzonderlijke vergunningen moeten beschikken.
Hoewel artikel 211§1 van het DWU voorziet in de mogelijkheid van gecombineerde vergunningen, maken de uitvoeringshandelingen van het DWU het niet mogelijk om voor dergelijke vergunningen een aanvraag te doen. Op die manier is het voor de houder van een vergunning duidelijk welke zijn rechten en plichten zijn voor elke regeling.

15. De vergunning passieve veredeling wordt ingetrokken of gewijzigd in de gevallen en onder de algemene voorwaarden bepaald in de artikelen 23, 27 en 28 van het DWU.

De wijziging van een vergunning voor passieve veredeling is alleen mogelijk tijdens de geldigheidsduur ervan. Om deze na het verstrijken van de geldigheidsduur ervan te wijzigen (bijvoorbeeld wijziging van een douanekantoor van aanzuivering), moet de bevoegde douaneautoriteit een gunstige beschikking nemen die losstaat van de betrokken vergunning PV waarvan de geldigheidsduur is verstreken.

16. Het verlenen van een vergunning actieve veredeling ontslaat de vergunninghouder niet van de naleving van verplichtingen en verboden, opgelegd door andere al dan niet fiscale reglementeringen (vergunningen, gemeenschappelijk landbouwbeleid, gezondheidsmaatregelen, enz.). Wat de handelspolitieke maatregelen betreft, wordt er verwezen naar §§ 64 en 79 hierna.

II.2. Verlenen van de vergunning

17. De douaneautoriteiten nemen hun beslissing met betrekking tot een aanvraag voor een vergunning overeenkomstig de artikelen 22(1) DWU, 12 DWU-DA en overeenkomstig met element 4/3 van bijlage A DWU-DA (zie Circulaire 2017/C/90 betreffende het nemen van een beschikking naar aanleiding van een aanvraag), rekening houdend met de specifieke termijnen van artikel 171 DWU-DA.
Wanneer er meerdere lidstaten van de EU bij de vergunning zijn betrokken, zijn de raadplegingsprocedures en de procedures van kennisgeving die zijn voorzien in de artikelen 260 en 261 DWU-IA van toepassing.

17/1. De bevoegde douaneautoriteit (bevoegde lidstaat) is die van de plaats waar de hoofdadministratie voor douanedoeleinden van de aanvrager wordt bijgehouden of beschikbaar voor de douane wordt gesteld en waar op zijn minst een deel van de activiteiten die onder de beschikking moeten vallen, wordt uitgevoerd.

Indien het niet mogelijk is de bevoegde douaneautoriteit op deze wijze te bepalen, is de bevoegde douaneautoriteit die van de plaats waar de aanvrager de bescheiden en documenten bewaart of beschikbaar stelt die de douaneautoriteit nodig heeft om tot een beschikking te komen (hoofdadministratie voor douanedoeleinden).

Deze hoofdboekhouding voor douanedoeleinden bestaat uit de rekeningen die door de douaneautoriteiten van essentieel belang worden geacht voor douanedoeleinden en die hen in staat stellen alle activiteiten waarop de betrokken vergunning of beschikking betrekking heeft, te volgen en te controleren. Commerciële, fiscale of andere boekhoudkundige gegevens van de aanvrager kunnen voor douanedoeleinden als de hoofdboekhouding worden aanvaard, indien zij de op een audit gebaseerde controle vergemakkelijken.

De term "onder de beschikking vallende activiteiten" omvat elke handeling die door de ondernemer wordt verricht in het kader van de te verlenen vergunning, dat wil zeggen de plaatsing van goederen onder de regeling passieve veredeling, de overbrenging van goederen en de aanzuivering van de regeling.

Het is de marktdeelnemer die de douaneautoriteiten moet meedelen wat hij voor de betrokken vergunningsaanvraag als zijn hoofdboekhouding voor douanedoeleinden beschouwt. De bevoegde douaneautoriteit kan vervolgens de in de aanvraag verstrekte informatie over deze rekeningen aanvaarden of afwijzen.

Voorbeeld 1:

Een marktdeelnemer wenst een vergunning passieve veredeling aan te vragen. Zijn hoofdadministratie voor douanedoeleinden wordt bijgehouden in lidstaat A en is toegankelijk in lidstaat B. De activiteiten waarop de beschikking betrekking heeft, vinden plaats in lidstaat B. De bevoegde douaneautoriteit is derhalve die van lidstaat B.

Voorbeeld 2:

Een marktdeelnemer wenst een vergunning passieve veredeling aan te vragen. Zijn hoofdboekhouding voor douanedoeleinden wordt bijgehouden in lidstaat A en is toegankelijk in lidstaat B. De activiteiten waarop de beschikking betrekking heeft, vinden plaats in lidstaat C. De bevoegde douaneautoriteit is derhalve die van lidstaat A of lidstaat B. De marktdeelnemer zal de keuze hebben om in één van die deze twee lidstaten een aanvraag in te dienen.

Voorbeeld 3:

Een marktdeelnemer wenst een vergunning passieve veredeling aan te vragen. Zijn hoofdboekhouding voor douanedoeleinden wordt in een derde land bijgehouden en is toegankelijk in lidstaat A. De activiteiten waarop de beschikking betrekking heeft, vinden plaats in lidstaat B. De bevoegde douaneautoriteit is derhalve die van lidstaat A.


18. Naargelang van het geval wordt de vergunning passieve veredeling door de diensten die bevoegd zijn met de aflevering van vergunningen afgeleverd op basis van een douaneaangifte of een aanvraagformulier.

Vergunningen afgeleverd op basis van een aanvraagformulier.

19. De vergunningen passieve veredeling die worden afgeleverd op basis van een aanvraagformulier zijn vergunningen waardoor goederen onder de regeling kunnen worden geplaatst tijdens de volledige geldigheidsperiode van de vergunning en dus voor een geheel van activiteiten.
Deze geldigheidsperiode wordt vermeld in vak 6 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in de velden 4/6 en 4/7 van bijlage A DWU-DA. Ze kan maximaal 5 jaar zijn.
Wanneer de onder de regeling te plaatsen goederen worden vermeld in bijlage 71-02 DWU-DA, bedraagt de geldigheidstermijn maximaal 3 jaar.
De goederen vermeld in bijlage 71-02 DWU-DA zijn landbouwproducten, ethylalcohol en gedistilleerde dranken, ruwe en niet tot verbruik bereide tabak, andere producten waarvoor een uitvoerrestitutie voor landbouwproducten geldt en visserijproducten.

20. De vergunning wordt toegekend overeenkomstig de gegevensvereisten van bijlage A DWU-DA en DWU-IA.
Wanneer de vergunning werd verleend vóór de uitrol van het DWU-systeem Douanebeschikkingen ziet ze eruit als het model opgenomen in bijlage 12 DWU-TDA.
Bij gebruikmaking van het model van bijlage 12 DWU-TDA mag de presentatie ervan zowel elektronisch als op papier worden gewijzigd (kleur, karakters, grootte, presentatie met lijnen en niet met vakken, …), maar noch de volgorde noch de titels van de rubrieken mogen worden gewijzigd. Er mogen nationale subrubrieken worden toegevoegd.

21. De hernieuwing en/of wijziging van deze vergunningen kan worden aangevraagd door middel van een eenvoudige brief die verwijst naar de reeds verleende vergunning en waarin de eventueel te wijzigen gegevens worden vermeld. Deze brief moet vergezeld zijn van de eventueel vereiste bewijsstukken.

22. Indien een vergunning die werd toegekend voor 1 mei 2016 komt te vervallen, wordt de vergunning die deze vervangt niet beschouwd als een hernieuwing maar wel als een compleet nieuwe vergunning.
Een volledig nieuwe aanvraag moet ingediend worden.

Vergunningen afgeleverd op basis van een douaneaangifte.

23. De vergunningen passieve veredeling die worden afgeleverd in de vorm van een douaneaangifte zijn vergunningen die slechts één plaatsing mogelijk maken van goederen onder de regeling. Elke vergunning is bijgevolg slechts één keer geldig voor de verrichting in kwestie.
De aanvraag voor een vergunning gebeurt middels een douaneaangifte. Deze douaneaangifte moet worden aangevuld met de gegevens die zijn voorzien in bijlage A DWU-DA (kolom 8f) en met elk ander document dat door de bevoegde douanedienst wordt gevraagd.

24. Tot de datums van de uitrol van het DWU-systeem Geautomatiseerd uitvoersysteem (AES), wanneer een aanvraag voor een vergunning gebaseerd is op een douaneaangifte bevat de douaneaangifte eveneens de volgende gegevens
- de aard van de veredeling;
- de technische omschrijving van de goederen en/of veredelingsproducten en de wijze van identificatie;
- de voorziene aanzuiveringstermijn;
- het voorgestelde kantoor van aanzuivering;
- de plaats van veredeling.

25. Het is de vrijgave van de goederen (aanvaarding van deze douaneaangifte) die geldt als toekenning van de vergunning. De vergunning wordt toegekend wanneer in vak 44 van de aangifte, de bijzondere vermelding “Vergunning vereenvoudiging” staat samen met de code “00100”, indien nodig aangevuld met de specifieke controlemaatregelen opgelegd door de bevoegde douanedienst.

26. Dit type vergunning is per definitie niet van toepassing op de vereenvoudigde aangiften, noch op de gecentraliseerde vrijmaking (CC) en noch op de inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR).

27 Evenzo mag de vergunning in de volgende gevallen niet worden afgeleverd in de vorm van een douaneaangifte:
a) de vergunning heeft betrekking op meerdere lidstaten;
b) er wordt een aanvraag gedaan voor het gebruik van equivalente goederen (zie hoofdstuk XI hierna);
c) de bevoegde douaneautoriteit deelt de aangever mee dat de economische voorwaarden moeten worden onderzocht (zie §§ 33 tot 36 hierna);
d) de onder de regeling te plaatsen goederen worden vermeld in bijlage 71-02 DWU-DA;

28. Dit type vergunning onder de vorm van een douaneaangifte is niet van toepassing wanneer een terugwerkende kracht (zien §§38 tot 42 hierna) wordt aangevraagd, behalve in de twee volgende gevallen:
a) wanneer een vergunning voor de regeling passieve veredeling is verleend en vervangende producten (zien hoofdstuk VI hierna) in het vrije verkeer worden gebracht met gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer, waarvoor die vergunning niet geldt.
Indien de vervangende producten in het vrije verkeer moeten worden gebracht en er geen vergunning passieve veredeling werd verleend, kan deze vergunning niet met terugwerkende kracht worden verleend op basis van een douaneaangifte;
b) wanneer veredelingsproducten in het vrije verkeer worden gebracht na passieve veredeling en de veredeling betrekking had op goederen zonder handelskarakter (in de zin van artikel 1, 21) van DWU-DA).

29. Indien in andere gevallen die tot zijn bevoegdheid behoren, bijvoorbeeld bij een vermeerdering van aanvragen voor vergunningen, de bevoegde douanedienst oordeelt dat de douaneautoriteiten geen douanetoezicht kunnen uitoefenen zonder administratieve maatregelen te moeten nemen die niet in verhouding staan tot de betrokken economische behoeften, brengt het departement de operator op de hoogte van het feit dat de vergunning ten gevolge van een aanvraagformulier moet worden afgeleverd en motiveert deze beslissing.

II.3. Te vervullen voorwaarden voor het bekomen van een vergunning

30. Een vergunning voor passieve veredeling wordt uitsluitend verleend indien de volgende 4 voorwaarden zijn vervuld:
a) de aanvrager is een in het douanegebied van de Unie gevestigd persoon (zie definitie in §1 hiervoor);
b) de aanvrager biedt de nodige waarborg voor het goede verloop van de verrichtingen.
Een geautoriseerde marktdeelnemer voor de douanevereenvoudigingen (AEOC) wordt geacht aan deze voorwaarde te voldoen voor zover de activiteit onder passieve veredeling in aanmerking is genomen om hem de vergunning AEOC te geven.
Voor de operatoren die geen AEOC zijn, zullen de douaneautoriteiten de antecedenten van de aanvragers aangaande hun activiteiten met betrekking tot het domein van de douane en de fiscaliteit moeten controleren. In dat geval moet rekening gehouden worden met artikel 39 a), b) en d) van het DWU. Indien de aanvrager minder dan drie jaar gevestigd is, moet de douaneautoriteit deze voorwaarde controleren op grond van de beschikbare informatie, rekening houdend met artikel 23 §5 DWU;
c) de douaneautoriteiten kunnen douanetoezicht uitoefenen zonder administratieve maatregelen te hoeven nemen die niet in verhouding staan tot de betrokken economische behoeften;
d) de wezenlijke belangen van producenten in de Unie worden niet geschaad (principe van de naleving van de economische voorwaarden zie §§ 33 tot 36 hierna).

31. Vergunninghouder dient de veredelingshandelingen die buiten het douanegebied van de Unie werden verricht, niet verplicht zelf te verrichten.

Uitsluitingen

32. Passieve veredeling is niet toegestaan voor elk van de volgende goederen:
- goederen waarvan de uitvoer een terugbetaling (teruggave van een bedrag aan rechten dat is betaald) of kwijtschelding (vrijstelling van betaling van het niet betaalde bedrag) van invoerrechten tot gevolg heeft;
- goederen die, voorafgaand aan de uitvoer, op grond van hun bijzondere bestemming met vrijstelling van rechten dan wel met een verlaagd recht in het vrije verkeer zijn gebracht, zolang die bijzondere bestemming nog niet is vervuld, tenzij deze goederen herstellingen moeten ondergaan;
- goederen waarvan de uitvoer aanleiding geeft tot de toekenning van restituties bij uitvoer;
- goederen waarvoor wegens de uitvoer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid een ander financieel voordeel dan de in het voorgaande punt genoemde restituties wordt toegekend.

II.4. Economische voorwaarden

33. Bij het uitwerken van de regeling passieve veredeling is gebleken dat het nodig was om een evenwicht te zoeken tussen de belangen van de verwerkers van de Unie en deze van de producenten van de Unie.
Daarom mag een vergunning passieve veredeling pas worden verleend indien de economische voorwaarden zijn vervuld, dit wil zeggen wanneer de wezenlijke belangen van de producenten van de Unie door het gebruik van deze vergunning niet zullen worden geschaad.

34. De criteria die worden gebruikt om te bepalen of de economische voorwaarden zijn vervuld, staan in artikel 211, § 5 van het DWU en in artikel 166, § 2 DWU-DA.
Deze artikels staan in bijlage IV van deze circulaire. De volgende elementen worden in aanmerking genomen:
- de goederen die bestemd zijn om onder de regeling te worden geplaatst, zijn al dan niet opgenomen in bijlage 71-02 DWU-DA;
- de eventuele aanwezigheid van een duidelijk bewijs dat de wezenlijke belangen geschaad kunnen worden.
Met bewijs wordt bedoeld dat substantiële informatie, bijvoorbeeld in de vorm van statistieken, aantoont dat de wezenlijke belangen van de producenten van de Unie kunnen worden geschaad.
Wanneer een operator meent over dergelijke bewijzen te beschikken, bezorgt hij ze aan de dienst OEO/Wetgeving (afdeling douane) die ze op zijn beurt zal overmaken aan de Europese Commissie om binnen de Groep deskundigen van de bijzondere regelingen te worden besproken.
Wanneer de groep deskundigen beslist dat deze bewijzen overtuigend zijn, zal er op de website van TAXUD (Europese Commissie, Directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie) een niet-vertrouwelijke versie van het document beschikbaar worden gemaakt;
- de goederen die bestemd zijn om onder de regeling te worden geplaatst, zijn al dan niet bestemd om te worden hersteld.

35. Wanneer het verlenen van de vergunning passieve veredeling een voorafgaand onderzoek van de economische voorwaarden vereist, wordt dit onderzoek toevertrouwd aan de dienst OEO/Wetgeving (afdeling douane). Deze dienst informeert de operator over de te ondernemen stappen en bezorgt, in voorkomend geval, het dossier op het niveau van de Unie aan de groep deskundigen van de bijzondere regelingen.

36. De Europese Commissie beschouwt onderzoeken naar de economische voorwaarden die hebben plaatsgevonden onder de regels van het communautair douanewetboek (CDW) momenteel niet meer als geldig. Niet alle criteria die immers vermeld werden in het CDW werden opgenomen in het DWU en bijgevolg baseren beide onderzoeken zich op andere rechtsgrondslagen.
Dit betekent dat een onderzoek dat uitgevoerd werd voor 1 mei 2016 geen effect meer heeft na deze datum.
Daarom is het verplicht om de economische omstandigheden opnieuw te onderzoeken voor vergunningen die werden verleend volgens de bepalingen van het CDW en die komen te vervallen.

II.5. Inwerkingtreding van de vergunning

37. De vergunning treedt in werking vanaf de datum van afgifte.

38. De douaneautoriteiten kunnen een vergunning verlenen met terugwerkende kracht, dit wil zeggen waarvan de geldigheidsperiode voorafgaat aan de aflevering van de vergunning. Een vergunning waarvan de geldigheid aanvangt op de datum van de aanvraag wordt bijgevolg als retroactief beschouwd.
Voorbeeld:
Een operator vraagt een vergunning aan op 9 september 2018. Ze wordt verleend op 25 september 2018, maar de geldigheid start op 1 september. Men spreekt van terugwerkende kracht.
Voor de aflevering van een vergunning met terugwerkende kracht moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
1) er is een bewezen economische behoefte;
2) de aanvraag houdt geen verband met een poging tot bedrog;
3) de aanvrager heeft op basis van boekhouding of bescheiden aangetoond dat aan alle procedurevereisten is voldaan, dat de goederen, waar nodig, voor de betrokken periode kunnen worden geïdentificeerd en dat de procedure kan worden gecontroleerd aan de hand van de boekhouding of bescheiden;
4) alle formaliteiten om de situatie van de goederen te regulariseren, kunnen worden verricht, zo nodig met inbegrip van de ongeldigmaking van de betrokken douaneaangiften;
5) de economische voorwaarden hoeven niet te worden onderzocht, tenzij een aanvraag betrekking heeft op een vernieuwing van een vergunning voor dezelfde soort activiteiten en goederen;
6) indien een aanvraag betrekking heeft op een vernieuwing van een vergunning voor dezelfde soort activiteiten en goederen, wordt de aanvraag ingediend binnen drie jaar na het verstrijken van de oorspronkelijke vergunning.
De douaneautoriteiten kunnen tevens een vergunning met terugwerkende kracht verlenen indien de goederen die onder passieve veredeling waren geplaatst, niet langer beschikbaar zijn op het moment dat de vergunningsaanvraag was aanvaard.

39. Wanneer de douaneautoriteiten met terugwerkende kracht een vergunning verlenen, wordt de vergunning ten vroegste van kracht op de datum van aanvaarding van de aanvraag.
In buitengewone omstandigheden kunnen de douaneautoriteiten toestaan dat een vergunning ten vroegste van kracht wordt één jaar vóór de datum van aanvaarding van de aanvraag. Wanneer de betrokken goederen onder bijlage 71-02 DWU-DA vallen, is deze termijn drie maanden vóór de datum van aanvaarding van de aanvraag.
Als een aanvraag betrekking heeft op een vernieuwing van een vergunning voor dezelfde soort activiteiten en goederen, kan een vergunning met terugwerkende kracht worden verleend vanaf de datum waarop de oorspronkelijke vergunning is verstreken.
De datum waarop de terugwerkende kracht aanvangt, kan vóór 1 mei 2016 liggen.
Voorbeeld van een uitzonderlijk geval
Een operator voert Uniegoederen uit om te worden verwerkt en verkocht in een derde land. Na de verwerking stelt de operator evenwel vast dat de persoon die er zich toe had verbonden deze afgewerkte producten aan te kopen, failliet is gegaan. Omdat er geen andere aankopers zijn, beslist de operator om de afgewerkte producten weer in te voeren.
Indien de operator gebruik had gemaakt van de passieve veredeling, had hij recht gehad op een gedeeltelijke vrijstelling van de douanerechten. In dit uitzonderlijke geval zou een vergunning met terugwerkende kracht het mogelijk kunnen maken om deze verrichting retroactief te dekken.

40. Wanneer in verband met een vernieuwing van een vergunning voor dezelfde soort activiteiten en goederen een onderzoek naar de economische voorwaarden moet worden verricht, wordt een vergunning met terugwerkende kracht ten vroegste van kracht op de datum waarop de conclusie inzake de economische voorwaarden is getrokken.

41. Het is uitgesloten om een vergunning te verlenen met terugwerkende kracht wanneer er reeds in de afgelopen drie jaar vóór de datum waarop de aanvraag is aanvaard aan de aanvrager een vergunning passieve veredeling met terugwerkende kracht werd verleend.
Deze beperking heeft geen betrekking op de eventuele vergunningen met terugwerkende kracht die werden toegekend vóór 1 mei 2016.
Om niet te worden getroffen door deze beperking wordt de houder van de vergunning aangeraden om minstens 3 maanden vóór de einddatum van de geldigheid van de vergunning de vernieuwing ervan te vragen.
Deze termijn van drie jaar is niet van toepassing wanneer een vergunning voor de regeling passieve veredeling is verleend en vervangende producten in het vrije verkeer worden gebracht met gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer, waarvoor die vergunning niet geldt.
Deze termijn is eveneens niet van toepassing wanneer veredelingsproducten in het vrije verkeer worden gebracht na passieve veredeling en de veredeling betrekking had op goederen zonder handelskarakter (in de zin van artikel 1(21) DWU-DA).

42. Het geheel van maatregelen bedoeld in de §§ 37 tot 41 hiervoor is eveneens van toepassing voor een wijziging van een vergunning.

Wanneer de wijziging evenwel betrekking heeft op elementen die geen afbreuk doen aan de douanecontrole, zoals de toevoeging van een GN-code of een douanekantoor, is de in §41 bedoelde termijn van drie jaar niet van toepassing.
Voorbeeld 1:.

De bevoegde douaneautoriteiten geven een vergunning PV af. De houder van de vergunning verzoekt met terugwerkende kracht de wijziging van het douanekantoor van plaatsing zoals vermeld in de vergunning zodat eerder ingediende douaneaangiften hier ook door gedekt zijn.

Aangezien het hier niet gaat om een vergunning met terugwerkende kracht in de zin van artikel 211, lid 2, onder e) DWU kunnen de douaneautoriteiten de vergunning op verzoek van de vergunninghouder wijzigen, zelfs indien in de drie voorafgaande jaren reeds een vergunning passieve veredeling met terugwerkende kracht is verleend.

Voorbeeld 2:

De aanvrager van een vergunning voor passieve veredeling moet de landen/gebieden aangeven waar de veredelingshandeling zullen worden uitgevoerd. Indien deze veredelingshandelingen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden in een ander land/gebied dan het (de) in de vergunning voor passieve veredeling genoemde land(en), heeft dit geen gevolgen voor het gebruik van de vergunning indien deze met terugwerkende kracht wordt gewijzigd.

Concreet geeft deze aanvrager in zijn aanvraag aan dat banden worden verwerkt in een derde land A of B. De vergunning wordt verleend op 1 april 2020. Op 1 mei 2020 worden de banden waarop deze vergunning betrekking heeft, verwerkt in derde land C en op 5 mei 2020 stelt de vergunninghouder de bevoegde douaneautoriteiten daarvan in kennis.

De bevoegde douaneautoriteiten kunnen de vergunning passieve veredeling op verzoek wijzigen vanaf 6 mei 2020 met een inwerkintreding vanaf 1 mei 2020, voor zover zij in de beschikking de datum vermelden waarop de beschikking in werking treedt (zie artikel 22 lid 4 DWU). De bepalingen van §41 zijn in dit geval niet van toepassing, aangezien niet kan worden gesteld dat deze vergunning met terugwerkende kracht is.

II.6. Inhoud van de vergunning

43. De voorwaarden waaronder het gebruik van de regeling is toegestaan, worden in de vergunning vastgesteld.

43/1. Aangezien passieve veredeling, met uitzondering van de in de §§119 en 132 bedoelde gevallen, geen zekerheid vereist, moet in de vergunning de code "0 - Zekerheid niet vereist" worden vermeld en moet het element "Bedrag van de zekerheid" met "0" (nul) worden ingevuld.

Identificatiemaatregelen

44. De vergunning moet vermelding bevatten van de maatregelen aan de hand waarvan wordt vastgesteld dat de veredelingsproducten zijn voortgebracht bij de veredeling van onder passieve veredeling geplaatste goederen.
Deze maatregelen worden geïdentificeerd door één van de volgende codes in vak 12 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in het veld 5/8 van bijlage A DWU-DA:
1 = volgnummer of fabricagenummer
2 = loodjes, zegels, stempels of andere merktekens
3 = inlichtingenblad INF (enkel wanneer de vergunning verleend op basis van bijlage 12 DWU-TDA)
4 = monsters, stalen, tekeningen of technische beschrijvingen
5 = analyses
7 =andere identificatiemiddelen
Deze codes kunnen worden aangevuld met bijkomende informatie in vak 16 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in het veld 6/3 van bijlage A DWU-DA.

45. De vergunning passieve veredeling moet vermelding bevatten van de maatregelen aan de hand waarvan wordt vastgesteld dat de voorwaarden voor het gebruik van equivalente goederen (zien hoofdstuk VI hierna) of het systeem uitwisselingsverkeer (zie hoofdstuk VII hierna) vervuld zijn.
De identificatiemaatregelen van de genoemde equivalente goederen of de goederen gebruikt in het kader van het uitwisselingsverkeer, worden beschreven in vak 21 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in veld XVIII/1 van bijlage A DWU-DA.

Opbrengstpercentage (Zuiveringsgrondslag)

46. Een opbrengstpercentage, een gemiddeld opbrengstpercentage of de wijze om dit percentage te berekenen wordt vermeld in de vergunning of bij de plaatsing van de goederen vastgesteld.
Onder opbrengstpercentage wordt het volgende verstaan: de hoeveelheid of het percentage veredelingsproducten verkregen bij de veredeling van een bepaalde hoeveelheid onder de regeling geplaatste goederen.
Het percentage geeft de zuiveringsgrondslag die de hoeveelheden uitvoergoederen geeft die mogen worden aangezuiverd bij wederinvoer van een gegeven hoeveelheid veredelingsproducten en de eenheid waarin deze hoeveelheden worden uitgedrukt.
Dit opbrengstpercentage wordt vastgesteld met inachtneming van de werkelijke omstandigheden waarin de veredeling geschiedt of zal geschieden. Het wordt vastgesteld op basis van de productiegegevens of technische gegevens of, bij gebrek hieraan, de gegevens over dezelfde soort bewerkingen. De douane zal dit percentage achteraf verifiëren en kan het indien nodig op grond van artikel 28 van het DWU aanpassen.

47. Wanneer in specifieke Uniewetgeving een gemiddeld opbrengstpercentage is bepaald, bijvoorbeeld in de landbouwwetgeving, moet dit percentage worden gebruikt.

48. In sommige gevallen preciseert de vergunning ook dat bij invoer van een bepaalde hoeveelheid veredelingsproducten ten hoogste een maximum hoeveelheid tijdelijk uitvoergoederen mag worden aangezuiverd. Dit maximum mag niet als een forfait worden beschouwd maar als een beperking van grotere hoeveelheden die zouden blijken uit de industriële boekhouding.
Wanneer de aanzuivering gebeurt volgens het aantal stuks dient het steeds om een geheel aantal stuks te gaan.

49. De vergunning kan ook bepalen dat de controle van de identiteit en de verwerkte hoeveelheid uitvoergoederen moet gebeuren door middel van een boekhoudkundige controle of basislijsten van de veredelingsproducten.
De boekhoudkundige controle is gebaseerd op de administratie bedoeld in §§ 51 tot 53 hierna en op elke andere bron van handelsboekhouding of industriële boekhouding.
De "basislijsten van de veredelingsproducten" zijn opgaven van de soort en hoeveelheden van uitvoergoederen verwerkt in elk van de veredelingsproducten.

50. Wanneer de vergunning overeenkomstig §§ 23 tot 29 hiervoor wordt verleend door de vrijgave van de goederen, moeten op het ogenblik van de vrijgave de te nemen identificatiemaatregelen en het opbrengstpercentage worden vermeld.

II.7. Administratie

51. De houder van de regeling en eenieder die activiteiten uitoefent in verband met de opslag, de bewerking of verwerking van de goederen, voeren een passende administratie in een door de douaneautoriteiten goedgekeurde vorm.
Aan de hand van de informatie en de gegevens in die administratie moeten de douaneautoriteiten in staat zijn toezicht uit te oefenen op de regeling, met name wat de identificatie, de douanestatus en het overbrengen van de onder de regeling geplaatste goederen betreft.
Een geautoriseerd marktdeelnemer voor douanevereenvoudigingen wordt geacht om een passende en volledige administratie te kunnen voeren, voor zover zijn administratie passend is met het oog op de betrokken bijzondere regeling.

52. De administratie bevat het volgende:
- in voorkomend geval, de verwijzing naar de vergunning die vereist is om de goederen onder de regeling te plaatsen;
- het MRN (Movement Reference Number) of, waar dit niet bestaat, een ander nummer of een andere code ter identificatie van de douaneaangiften waarmee de goederen onder de regeling zijn geplaatst en, wanneer de aanzuivering van de regeling is gebeurd, informatie over de wijze waarop dat is gebeurd;
- gegevens aan de hand waarvan andere douanedocumenten dan douaneaangiften ondubbelzinnig kunnen worden geïdentificeerd, evenals alle andere documenten die van belang zijn voor het plaatsen van goederen onder een bijzondere regeling en alle andere documenten die van belang zijn voor de aanzuivering van de desbetreffende regeling;
- bijzonderheden over merktekens, nummers, aantal en soort van de colli, de hoeveelheid en de gebruikelijke handelsomschrijving of technische beschrijving van de goederen en, eventueel, de op de containers aangebrachte merktekens aan de hand waarvan de goederen kunnen worden geïdentificeerd;
- plaats van de goederen en informatie over iedere overbrenging van deze goederen;
- douanestatus van de goederen;
- gegevens over gebruikelijke behandelingen bedoeld in §§ 54 tot 56 hierna en, in voorkomend geval, de nieuwe tariefindeling die uit deze gebruikelijke behandelingen voortvloeit;
- gegevens over de regeling, met inbegrip van informatie over het soort veredeling;
- het opbrengstpercentage of eventueel de wijze om dit te berekenen;
- gegevens aan de hand waarvan het douanetoezicht en controles op het gebruik van equivalente goederen zoals bedoeld in hoofdstuk IX hierna, kunnen worden uitgeoefend;
- in voorkomend geval, de gegevens van een eventuele overdracht van rechten en plichten (zie § 97 hierna);
- wanneer de administratie geen deel uitmaakt van de hoofdboekhouding voor douanedoeleinden, een verwijzing naar die hoofdboekhouding voor douanedoeleinden;
- in voorkomend geval, aanvullende informatie voor bijzondere gevallen, op verzoek van de douaneautoriteiten om gerechtvaardigde redenen.

53. De douaneautoriteiten kunnen toestaan dat sommige van de in § 52 hiervoor bedoelde gegevens niet moeten worden verstrekt wanneer dit geen nadelige invloed heeft op het douanetoezicht en controle.

II.8. Gebruikelijke behandelingen

54. Goederen die onder de regeling van de passieve veredeling zijn geplaatst, kunnen de gebruikelijke behandelingen vermeld in bijlage 71-03 DWU-DA ondergaan.
De goederen ondergaan gebruikelijke behandelingen om ze in goede staat te bewaren, ter verbetering van de presentatie of handelskwaliteit of ter voorbereiding van de distributie of wederverkoop.
In dit geval moet de gebruikelijke behandeling niet voorafgaandelijk door de douaneautoriteiten worden vergund en moet ze niet in de vergunning worden vermeld.
Overeenkomstig § 52 hiervoor moet ze in de administratie worden vermeld.

55. Een combinatie van meerdere gebruikelijke behandelingen wordt niet beschouwd als een gebruikelijke behandeling maar wel als een complexere verwerking.

56. Wanneer de gebruikelijke behandeling bestaat uit de verwerking of wanneer ze niet wordt uitgevoerd met het oog op wat wordt vermeld in § 54 hiervoor, wordt in vak 9 van de vergunning melding gemaakt van de behandeling (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in het veld 7/5 van bijlage A DWU-DA.

II.9. Gestandaardiseerde inlichtingenuitwisseling (e-INF)

56/1. De vergunningen voor de regeling passieve veredeling EX/IM (zie §115 hierna) voor één of meer lidstaten vereisen het gebruik van een gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen (e-INF). De vergunningen voor de regeling passieve veredeling IM/EX (zie §115 hierna) voor verschillende lidstaten leggen dezelfde verplichting op. Deze inlichtingenuitwisseling wordt gebruikt om de nodige informatie tussen de verschillende betrokken douanekantoren en het controlekantoor van de douane door te geven. Dit laat toe te verzekeren dat het voordeel van de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten kan worden verleend voor de onder PV aangebrachte veredelingsproducten en bijgevolg de heffing van de rechten correct uit te voeren.

56/2. Deze gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen is gebaseerd op de in bijlage 71-05 DWU-DA genoemde gegevenselementen. Sinds 1 juni 2020 moet voor deze gestandaardiseerde inlichtingenuitwisseling (e-INF) een Europees informaticasysteem worden gebruikt. Dat systeem wordt ook gebruikt voor de verwerking en opslag van relevante informatie.

De gebruikte interface is op EU-niveau geharmoniseerd en door de Commissie en de lidstaten in onderling overleg ontworpen.

De vergunninghouder verstrekt het controlekantoor de gegevens zoals bedoeld in deel A van bijlage 71-05 DWU-DA. Het controlekantoor registreert de in deel A van bijlage 71-05 genoemde relevante gegevenselementen in het elektronische systeem.

De douaneautoriteiten verstrekken de vergunninghouder, op diens verzoek, bijgewerkte informatie over de e-INF.

Indien de douaneautoriteiten een aanvraag voor een e-INF weigeren, is het recht om te worden gehoord niet van toepassing. Dit is geen “beslissing over een verzoek” in de zin van artikel 22, lid 6, van het DWU, maar een inlichtingenverstrekking. Deze weigering moet echter wel gerechtvaardigd zijn.

56/3. Bij de indiening van een uitvoeraangifte voor passieve veredeling of een douaneaangifte voor het vrije verkeer na passieve veredeling wordt verwezen naar het desbetreffende INF-nummer.

De bevoegde douaneautoriteit registreert de in deel A van bijlage 71-05 bedoelde specifieke gegevenselementen in het elektronische systeem zodra een douaneaangifte een INF vermeldt.

56/4. De douaneautoriteiten kunnen evenwel het gebruik van andere elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen tussen kantoren toestaan, bijvoorbeeld bestanden in de vorm van spreadsheets of Concurrent Versions System (CVS). Deze andere technieken moeten alle in bijlage 71-05 DWU-DA vereiste gegevenselementen bevatten.

De gegevensbestanden kunnen worden verstrekt op voorwaarde dat de informatie met betrekking tot het “evenwicht” tussen de uitgevoerde en weder-ingevoerde goederen ten laatste op het ogenblik van het in het vrije verkeer brengen, ter beschikking worden gesteld van het bevoegde douanekantoor. Op basis van deze informatie kan de bevoegde douaneautoriteit beslissen welke hoeveelheid veredelingsproducten na de passieve veredeling in het vrije verkeer kan worden gebracht.

56/5. Wanneer de douaneaangifte wordt gebruikt als vergunningsaanvraag (uitsluitend bij passieve veredeling EX/IM met slechts één lidstaat), wordt in de aangifte naar het INF verwezen. Dit is problematisch omdat het INF niet kan worden aangemaakt voordat deze aangifte wordt gevalideerd.

Momenteel is er geen technische oplossing beschikbaar en in de e-INF-projectgroep van de Europese Commissie is een oplossing voor dit probleem besproken. In afwachting van een lange termijn oplossing die een wijziging van het systeem vereist, worden de lidstaten twee oplossingen voorgesteld:

- het nummer van de douaneaangifte moet in de e-INF-aanvraag worden vermeld, in het veld „Vergunningnummer/nummer van de aangifte”. Daarna moet de douaneaangifte in een later stadium worden gewijzigd om in vak 44 het door het e-INF-systeem gegenereerde e-INF-referentienummer op te nemen;

- de marktdeelnemer vult het LRN (lokaal referentienummer) in vak 7 van de douaneaangifte in het veld „Vergunningnummer/nummer van de aangifte”, eventueel door nullen toe te voegen indien het LRN minder dan 18 karakters heeft. Nadat de aanvraag voor e-INF is aanvaard, wordt het e-INF-nummer door de marktdeelnemer in vak 44 van de douaneaangifte ingevoegd. Na verificatie van de overeenstemming van de e-INF-gegevens met die van de douaneaangifte, vermeldt het douanekantoor van controle het nummer van de douaneaangifte in het veld „MRN”.

56/6. De artikelen 23 tot 29 van het Besluit nr.1/2006 van het Comité Douanesamenwerking EG-Turkije (PB nr. L 265 van 26 september 2006) regelen het gebruik van het driehoeksverkeer in het kader van de tarifaire passieve veredelingshandelingen betreffende de twee delen van de douane unie EG Turkije.

56/7. De artikelen 41 tot 47 van het Besluit nr. 1/2003 van het gemengd Comité EG-Andorra (PB nr. L 253 van 7 oktober 2003) regelen het gebruik van het driehoeksverkeer in het kader van de tarifaire passieve veredelingshandelingen betreffende de twee delen van de douane unie EG-Andorra.

56/8. Terzake, wordt onder driehoeksverkeer verstaan, de regeling waarbij veredelingsproducten na passieve veredeling met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer tot het vrije verkeer worden toegelaten in het andere deel van de douane-unie dan dat waaruit de goederen tijdelijk zijn uitgevoerd.

In het kader van dit driehoeksverkeer met Andorra en Turkije worden de INF-2 bulletins gebruikt.

Met uitzondering van deze overeenkomsten wordt de term “driehoeksverkeer” in deze circulaire niet meer gebruikt.

III. Plaatsing onder de regeling

III.1. Algemeenheden

57. De plaatsing van tijdelijk uitvoergoederen onder de regeling gebeurt door het indienen van een douaneaangifte, indien nodig vergezeld van één of meer aanvullende formulieren. Deze aangifte wordt aangifte tot plaatsing onder de regeling genoemd.

58. De aangifte moet worden opgesteld op naam van de houder van de vergunning en door hemzelf of zijn gevolmachtigde getekend zijn. Een toegelaten afzender kan eveneens de aangifte indienen et tekenen voor rekening van de vergunninghouder.
De persoon die de douaneaangifte indient of voor wiens rekening deze aangifte wordt ingediend, wordt de houder van de regeling genoemd.
Vergunninghouder en exporteur moeten niet verplicht dezelfde persoon zijn.

Aangezien alleen rechtstreekse vertegenwoordiging wordt aanvaard, vertegenwoordigt de douane-vertegenwoordiger rechtstreek de houder van de vergunning passieve veredeling, die als enige verantwoordelijk is voor het gebruik van de regeling.
De Europese Commissie sluit voor de vergunningen passieve veredeling de indirecte vertegenwoordiging uit. Een bepaling werd opgenomen in het ministerieel besluit tot vaststelling van de datum van uitvoering van de tweede stap in toepassing van het koninklijk besluit van 13 maart 2016 tot vaststelling van de douaneregelingen en de modaliteiten waaronder de directe en indirecte vertegenwoordiging kunnen worden toegepast; bijgevolg is de houder van de vergunning passieve veredeling nooit de douanevertegenwoordiger behalve wanneer hijzelf houder is van een vergunning passieve veredeling. De douaneagent vertegenwoordigt rechtstreeks de houder van de vergunning passieve veredeling die alleen voor 100% verantwoordelijk is.

59. De verschillende vakken van de aangifte tot plaatsing onder de regeling worden ingevuld overeenkomstig de toelichting “E” van het "Enig Document" die melding maakt van de bepalingen van de aanhangsel C1 en aanhangsel D1 van bijlage 9 DWU-TDA.
Hoewel de goederen niet onder de regeling uitvoer worden geplaatst, zijn de formaliteiten voorgeschreven in de douanewetgeving betreffende de douaneaangifte bij uitvoer van toepassing.

60. De aangifte van plaatsing onder de regeling kan de vorm aannemen van een normale douaneaangifte, van een vereenvoudigde aangifte of van een inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR).
Het gebruik van vereenvoudigde douaneaangiften of van inschrijving in de administratie van de aangever is onderworpen aan de voorafgaandelijke toekenning van vergunningen ad hoc. Het gebruik ervan moet eveneens zijn bepaald in vak 14 van de vergunning van passieve veredeling indien de vergunning wordt verleend volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA.

61. Er wordt geen vergunning verleend voor inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR) wanneer de aanvraag voor EIDR betrekking heeft op een regeling waarvoor een gestandaardiseerde inlichtingenuitwisseling (e-INF) tussen de douaneautoriteiten vereist is (zie §53/1 hiervoor), tenzij de douaneautoriteiten overeenkomen om andere middelen voor de elektronische uitwisseling van inlichtingen te gebruiken.

62. De plaatsing onder de regeling moet gebeuren binnen de geldigheidsduur van de vergunning vermeld in vak 6b van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in het veld 4/7 van bijlage A DA.

63. Deze plaatsing onder de regeling moet gebeuren op het (de) douanekanto(o)r(en) van plaatsing vermeld in vak 11a (volgens het model van bijlage 12 TDA) of in het veld 4/10 van bijlage A DWU-DA van de vergunning.

De bevoegde douaneautoriteit kan in uitzonderlijke gevallen toestaan dat de douaneaangifte wordt ingediend bij een douanekantoor dat niet in de vergunning is vermeld. In dat geval stelt deze douaneautoriteit het controlekantoor hiervan onverwijld in kennis.
Wat de vergunningen betreft die worden toegekend in de vorm van een douaneaangifte (zie §23 hiervoor), is het kantoor datgene waar de plaatsing onder de regeling moet gebeuren.
De uitvoerformaliteiten moeten worden vervuld op het (de) bevoegd(e) douanekanto(o)r(en), overeenkomstig de bepalingen van artikel 221, § 2 IA en van de omzendbrief "Uitvoer van goederen - Bevoegdheid van de kantoren" nr. D.D. 011.471 (D.I. 537.02) van 22 mei 2015.

64. De specifieke handelspolitieke maatregelen bij uitvoer zijn van toepassing bij de aanvaarding van een uitvoeraangifte.

65. Goederen die onder de regeling passieve veredeling zijn geplaatst, kunnen binnen het douanegebied van de Unie worden overgebracht van het douanekantoor van plaatsing naar het douanekantoor van uitgang.
Het is een regel van algemene strekking waarvan geen melding moet worden gemaakt in de vergunning.
Wanneer de goederen worden overgebracht van het douanekantoor van plaatsing naar het douanekantoor van uitgang, worden deze goederen onderworpen aan de bepalingen die van toepassing zouden zijn geweest indien zij onder de regeling uitvoer waren geplaatst.

66. In theorie ontstaat een douaneschuld bij uitvoer indien goederen die aan uitvoerrechten zijn onderworpen, onder de regeling uitvoer of de regeling passieve veredeling worden geplaatst.
De douaneschuld ontstaat op het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt aanvaard en de aangever is de schuldenaar.
Indien een douaneaangifte is opgesteld op basis van gegevens die ertoe leiden dat de uitvoerrechten geheel of gedeeltelijk niet worden geheven, is de persoon die de voor de aangifte benodigde gegevens heeft verstrekt en die wist of redelijkerwijze had moeten weten dat die gegevens onjuist waren, eveneens schuldenaar.
In de praktijk is deze maatregel niet van toepassing omdat het douanetarief van de EU geen uitvoerrechten voorziet.

III.2. Verificatie en onderzoek van goederen

67. De tijdelijke uitvoergoederen moeten worden onderzocht. De verificatie van een aangifte tot plaatsing onder de regeling passieve veredeling minstens even belangrijk is als de verificatie van een aangifte voor definitieve uitvoer.
Immers, eenmaal aanvaard door de douaneautoriteiten, zal de aangegeven statistische waarde later als basis worden genomen voor de berekening van de eventueel verschuldigde rechten en belastingen.

68. De douaneautoriteiten of, waar passend, marktdeelnemers die daarvoor vergunning hebben gekregen van de douaneautoriteiten, nemen de nodige maatregelen om de goederen te kunnen identificeren, indien deze identificatie noodzakelijk is ter waarborging van de naleving van de bepalingen die zijn verbonden aan de douaneregeling waarvoor de betrokken goederen zijn aangegeven.
Wanneer het een aangifte voor passieve veredeling betreft, kan de aangever de als monsters genomen hoeveelheden goederen vervangen door identieke goederen om de zending aan te vullen.

69. Wat de frequentie van de fysieke verificaties betreft, moeten de bijzondere bepalingen (soort en frequentie van de verificaties) worden nageleefd die worden vermeld in de vakken 12, 16, 21 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in de velden 5/6, 5/8 en XVIII/2 van de bijlage A DWU-DA.

70. Het onderzoek van onder de regeling geplaatste goederen in het uitwisselingsverkeer (zie hoofdstuk VII hierna) is in het bijzonder meer gericht op de mogelijkheid tot controle van de equivalentie van de vervangende producten bij de wederinvoer. Deze goederen moeten het voorwerp uitmaken van een identificatie die toelaat na te gaan of de in § 126 hierna bedoelde equivalentie voorwaarden zijn nageleefd.

71. Uniegoederen die zijn aangegeven voor passieve veredeling bevinden zich onder douanetoezicht vanaf de aanvaarding van de aangifte van plaatsing onder de regeling totdat zij het douanegebied van de Unie verlaten, of totdat zij aan de staat worden afgestaan, totdat zij worden vernietigd, of totdat de douaneaangifte ongeldig is gemaakt.
Formaliteiten bij het uitgaan van goederen voorzien in artikel 267 DWU en in artikel 322 DWU-IA zijn van toepassing.

III.3. Tijdelijke wederuitvoer voor verdere veredeling na actieve veredeling

72. De regeling passieve veredeling is nooit van toepassing op niet-Uniegoederen.
Op aanvraag kunnen de douaneautoriteiten vergunning verlenen om de onder de regeling actieve veredeling geplaatste goederen of de veredelingsproducten, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk weder uit te voeren met het oog op aanvullende veredelingen buiten het douanegebied van de Unie, overeenkomstig de voor de regeling passieve veredeling vastgestelde voorwaarden.
Hoewel de goederen niet daadwerkelijk onder de regeling passieve veredeling worden geplaatst en in afwachting van de invoering van een nieuwe specifieke code op EU-niveau, worden de goederen onder de regeling geplaatst met een douaneaangifte met vermelding van code 2151 in vak 37 van het Enig document en de vermelding “AV”.
Het is niet nodig om over een vergunning voor passieve veredeling te beschikken.

De bepalingen inzake het uitwisselingsverkeer (zie hoofdstuk VII hierna) zijn in dit geval niet van toepassing.

73. Onder de regeling actieve veredeling geplaatste goederen moeten in het douanegebied van de Unie worden veredeld ofwel voordat en/of nadat zij in een derde land/grondgebied zijn binnengebracht.

Na hun “passieve veredeling” buiten de Unie, kunnen de in België wederingevoerde veredelingsproducten hetzij in het vrije verkeer worden gebracht hetzij opnieuw onder een andere bijzondere regeling worden geplaatst.
Een voorbeeld van de berekening van de rechten bij het in het vrije verkeer brengen wordt gegeven in §77 hierna. Dezelfde berekening dient als basis voor het berekenen van de mogelijke douaneschuld bij de plaatsing onder een andere bijzondere regeling.

III.4. Ongeldigmaking van de douaneaangifte

74. Indien de goederen die voor passieve veredeling zijn vrijgegeven, naar hun aard verschillen van de goederen die bij het douanekantoor van uitgang zijn aangebracht, maakt het douanekantoor van uitvoer (het douanekantoor waar de aangifte tot uitvoer wordt ingediend voor goederen die het douanegebied van de Unie verlaten) de betrokken aangifte ongeldig.

75. Wanneer het douanekantoor van uitvoer, na een periode van 150 dagen vanaf de datum van vrijgave van de goederen voor de regeling passieve veredeling, geen informatie over het uitgaan van de goederen heeft ontvangen noch een bewijs dat de goederen het douanegebied van de Unie verlaten hebben, kan dat kantoor de betrokken aangifte ongeldig maken.

IV. Aanzuivering van de regeling

IV.1. Algemeenheden

76. De regeling passieve veredeling wordt gezuiverd indien de onder de regeling geplaatste goederen of de veredelingsproducten onder een volgende douaneregeling worden geplaatst.
De plaatsing onder een volgende douaneregeling, omvat het in het vrije verkeer brengen of de plaatsing onder een andere bijzondere regeling, inclusief passieve veredeling.

77. Een douaneschuld bij invoer ontstaat door veredelingsproducten in het vrije verkeer te brengen.
Een douaneschuld ontstaat op het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt aanvaard. De schuldenaar is de aangever. In geval van indirecte vertegenwoordiging is de persoon voor wiens rekening de douaneaangifte wordt gedaan, eveneens schuldenaar.
Indien een douaneaangifte is opgesteld op basis van gegevens die ertoe leiden dat de invoerrechten geheel of gedeeltelijk niet worden geïnd, is de persoon die de voor het opstellen van de aangifte de benodigde gegevens heeft verstrekt en wist, of redelijkerwijze had moeten weten, dat die gegevens onjuist waren, eveneens schuldenaar.
De berekening van deze douaneschuld wordt verduidelijkt in hoofdstuk V hierna.

78. De regeling terugkerende goederen (zie Circulaire 2020/C/3 betreffende de terugkerende goederen) is van toepassing op onder de regeling passieve veredeling uitgevoerde goederen die terugkeren naar de Unie zonder de voorziene veredelingshandelingen te hebben ondergaan.

79. De wederinvoer onder de regeling passieve veredeling doet geen afbreuk aan de bepalingen met betrekking tot licenties.
Wanneer bij Uniewetgeving handelspolitieke maatregelen worden vastgesteld voor het in het vrije verkeer brengen van goederen, zijn dergelijke maatregelen niet van toepassing op in het vrije verkeer gebrachte na passieve veredeling verkregen veredelingsproducten, indien:
- de veredelingsproducten hun oorsprong in de Unie behouden in de zin van artikel 60 van het DWU;
- de passieve veredeling een herstelling betreft, met inbegrip van het systeem uitwisselingsverkeer (zien hoofdstuk VII hierna);
- na de passieve veredeling verdere veredeling volgt (zie § 72 hiervoor).

Handelspolitieke maatregelen zijn niet-tarifaire maatregelen die in het kader van de gemeenschappelijke handelspolitiek (in de zin van de artikelen 206 en 207 ven het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) zijn vastgesteld bij de bepalingen van de Unie die van toepassing zijn op de internationale handel in goederen.

80. De bepalingen in artikel 219 van het DWU betreffende het verkeer van goederen, zijn niet van toepassing op veredelingsproducten of goederen die in ongewijzigde staat na een passieve veredelingshandeling opnieuw worden ingevoerd.
Indien de goederen niet voor het vrije verkeer zijn aangegeven in het douanekantoor van eerste binnenkomst (zie artikel 1, lid 15) DWU-DA), kan de regeling extern douanevervoer worden toegepast.

Onder douanekantoor van eerste binnenkomst wordt verstaan het douanekantoor dat bevoegd is voor het douanetoezicht op de plaats waar het vervoermiddel waarmee de goederen worden vervoerd, aankomt in het douanegebied van de Unie vanuit een gebied buiten dat gebied.

81. De verificatie van een aangifte die de regeling passieve veredeling zuivert is tenminste even belangrijk als de verificatie van een aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik.
De douaneautoriteiten of, waar passend, de marktdeelnemers die daarvoor vergunning hebben gekregen van de douaneautoriteiten, nemen de nodige maatregelen om de goederen te kunnen identificeren, indien deze identificatie noodzakelijk is ter waarborging van de naleving van de bepalingen die zijn verbonden aan de douaneregeling waarvoor de betrokken goederen zijn aangegeven.

82. De bijzondere bepalingen (soort en frequentie van de verificaties) die zijn vermeld in de vakken 12, 16 en 21 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in de velden 5/6, 5/8 en XVIII/2 van bijlage A DWU-DA moeten worden nageleefd.

IV.2. Douaneaangifte

83. De aangifte waarmee de goederen onder een volgende douaneregeling worden geplaatst, moet alle nodige gegevens bevatten om de aanzuivering van de regeling passieve veredeling toe te laten.
Ze moet worden ingediend in één van de kantoren van aanzuivering vermeld in vak 11 van de vergunning (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in veld 4/11 van bijlage A DWU-DA.
De bevoegde autoriteit kan in uitzonderlijke gevallen toestaan dat de
douaneaangifte wordt ingediend bij een douanekantoor dat niet in de
vergunning is vermeld. In dat geval stelt de bevoegde douaneautoriteit
het controlekantoor hiervan onverwijld in kennis.

84. In geval van in het vrije verkeer brengen moeten de verschillende vakken van de aangifte worden ingevuld overeenkomstig de toelichting « H » van het "Enig Document" die melding maakt van de bepalingen van de aanhangsel C1 en aanhangsel D1 van bijlage 9 DWU-TDA.
In geval van wederinvoer zal in het eerste deelvak van vak 37 van het "Enig Document", naargelang het geval, de code 6121, 6321 of 6821 vermeld worden.

85. Wanneer de aanzuivering van de regeling gebeurt door de indiening van een douaneaangifte, kan deze aangifte de vorm aannemen van een normale douaneaangifte, van een vereenvoudigde aangifte of van een inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR).
Het gebruik van vereenvoudigde douaneaangiften of van inschrijving in de administratie van de aangever is onderworpen aan de voorafgaandelijke toekenning van vergunningen ad hoc. Het gebruik ervan moet eveneens zijn opgenomen in vak 14 van de vergunning van passieve veredeling wanneer deze vergunning werd verleend volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA.

86. Er wordt geen vergunning verleend voor inschrijving in de administratie van de aangever (EIDR) wanneer de aanvraag betrekking heeft op een regeling waarvoor een gestandaardiseerde inlichtingenuitwisseling (e-INF) tussen de douaneautoriteiten vereist is (zie §53/1 hiervoor), tenzij de douaneautoriteiten overeenkomen om andere middelen voor de elektronische uitwisseling van inlichtingen te gebruiken.

IV.3. Termijnen en wijze van aanzuivering

87. Alhoewel de wetgeving betreffende de regeling passieve veredeling geen verplichting oplegt om veredelingsproducten of uitgevoerde goederen in ongewijzigde staat weder in te voeren, wordt het verlenen van de regeling slechts toegekend indien de veredelingsproducten worden wederingevoerd binnen de aanzuiveringstermijn vermeld in vak 13 (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in het veld 4/17 van bijlage A DWU-DA van de vergunning.
Het in het vrije verkeer brengen kan hetzij onmiddellijk op het moment van de wederinvoer, hetzij na plaatsing van de goederen onder een andere douaneregeling (bijvoorbeeld : transit, actieve veredeling, douane‑entrepot).
Het in het vrije verkeer brengen moet echter gebeuren voor het einde van de aanzuiveringstermijn.

Voorbeeld:
Een vergunning passieve veredeling voorziet een aanzuiveringstermijn van 6 maanden. De tijdelijk uitgevoerde goederen A worden uitgevoerd op 2 november 2017 en het veredelingsproduct B wordt onder de regeling douane‑entrepot geplaatst op 5 april 2018 en in het vrije verkeer gebracht op 3 december 2018.
Het voordeel van de regeling passieve veredeling wordt in dit geval bij het in het vrije verkeer brengen niet behouden aangezien de wederinvoer (datum van plaatsing onder de regeling douane‑entrepot) heeft plaatsgevonden binnen de aanzuiveringstermijn die verviel op 2 mei 2018, maar dat geldt niet voor het in het vrije verkeer brengen.

88. De aanzuiveringstermijn voorzien in § 87 hiervoor wordt gesteld door de douaneautoriteiten op basis van de informatie opgenomen in de aanvraag voor de vergunning passieve veredeling.
Deze termijn gaat in op de datum waarop de goederen onder de regeling passieve veredeling zijn geplaatst en wordt vastgesteld met inachtneming van de tijd die nodig is om de veredeling uit te voeren en de regeling te zuiveren (met inbegrip van de termijnen die te wijten zijn aan logistieke beperkingen).
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat deze aanzuiveringstermijn de geldigheidsduur van de betrokken vergunning passieve veredeling kan overschrijden (zie § 62 hiervoor). Deze geldigheidsduur van de vergunning duidt enkel de uiterste datum aan binnen dewelke goederen onder de regeling kunnen worden geplaatst. Wanneer goederen in ongewijzigde staat of veredelingsproducten worden aangezuiverd, kan het dus voorkomen dat een vergunning passieve veredeling wordt voorgelegd die reeds is vervallen.

Voorbeeld:
Een vergunning heeft een geldigheidstermijn (vak 6 van de vergunning of velden 4/6 en 4/7 van bijlage A DWU-DA) van 1 februari 2017 tot 31 januari 2022. De aanzuiveringstermijn (vak 13 van de vergunning of veld 4/17 van bijlage A DWU-DA) bedraagt 12 maanden.
De marktdeelnemer plaatst goederen onder de regeling op 15 oktober 2021. De aanzuivering moet bijgevolg gebeuren vóór 15 oktober 2022.
Wanneer de marktdeelnemer op 2 augustus 2022 tijdelijk uitvoergoederen of veredelingsproducten aangeeft voor een andere regeling, leeft hij de voorwaarden na van de vergunning, zelfs wanneer de geldigheidsduur ervan afloopt op 31 januari 2022.

89. De aangiften tot plaatsing onder de regeling mogen in één keer of in meerdere keren worden aangezuiverd.
Evenzo mag eenzelfde douaneaangifte gebruikt worden voor de aanzuivering van meerdere aangiften tot plaatsing onder de regeling, wanneer zij op basis van dezelfde vergunning van passieve veredeling werden gevalideerd.

90. Wanneer goederen onder de regeling zijn geplaatst door middel van meerdere douaneaangiften op grond van één vergunning, wordt als standaard beschouwd dat de aanzuivering betrekking heeft op de goederen in kwestie die met de oudste douaneaangiften onder de regeling zijn geplaatst (FIFO-principe – First In First Out).
Dit FIFO-principe mag op het vlak van invoerrechten niet leiden tot een toekenning van ongegronde voordelen.

91. In afwijking van § 90 hiervoor, kan de vergunninghouder of de houder van de regeling verzoeken dat de aanzuivering gebeurt ten aanzien van specifieke onder de regeling geplaatste goederen. Bijvoorbeeld wanneer de goederen identificeerbaar zijn aan de hand van een serienummer of een specifiek kenmerk.

92. Wanneer de vergunninghouder daartoe een gerechtvaardigde aanvraag indient, kunnen de douaneautoriteiten de aanzuiveringstermijn zelfs met een redelijke termijn verlengen.
Als omstandigheden die een verlenging van de termijn kunnen rechtvaardigen, kunnen worden vermeld:
het verzoek van een loonverwerker in een derde land om een levering van veredelingsproducten uit te stellen;
vertraagde leveringen ingevolge moeilijkheden van technische of andere aard (machinedefecten, laattijdige levering van onderdelen, enz.) in het derde land van veredeling.

93. Op verzoek van de houder van de regeling kan de aanzuiveringstermijn die is bepaald in de vergunning, door de douaneautoriteiten worden verlengd, zelfs nadat de oorspronkelijk vastgestelde termijn is verstreken.

94. De douaneautoriteiten nemen de nodige maatregelen om de situatie te regelen van goederen waarvoor de regeling niet onder de vastgestelde voorwaarden is gezuiverd.

IV.4. Tussenkomst van derden

95. Veredelingsproducten kunnen met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten in het vrije verkeer worden gebracht, op verzoek van de vergunninghouder of ieder ander persoon die in het douanegebied van de Unie is gevestigd, op voorwaarde dat die persoon toestemming heeft van de vergunninghouder en dat aan de voorwaarden voor de vergunning wordt voldaan.

96. Bij de wederinvoer kunnen de volgende situaties voorkomen:
de veredelingsproducten worden in het vrije verkeer gebracht op naam van of voor rekening van de vergunninghouder passieve veredeling;
de veredelingsproducten worden tijdens hun verblijf buiten het douanegebied van de Unie overgedragen en worden in het vrije verkeer gebracht door de vergunninghouder passieve veredeling of voor zijn rekening;
de veredelingsproducten worden tijdens hun verblijf buiten het douanegebied van de Unie overgedragen aan een in het douanegebied van de Unie gevestigde persoon en worden in het vrije verkeer gebracht op zijn naam of voor zijn rekening.

Voorbeeld:
Banden met de Uniestatus worden onder de regeling van de passieve veredeling uitgevoerd door onderneming A die houder is van de vergunning passieve veredeling.
De banden worden gebruikt door een autofabrikant buiten de Unie. Deze wagens worden nadien door onderneming B ingevoerd in de Unie.
In de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen, wordt verwezen naar de vergunning passieve veredeling door onderneming B.
Onderneming B komt in aanmerking voor passieve veredeling omdat ze van onderneming A de toestemming kreeg. Deze informatie zou ter beschikking moeten zijn, bijvoorbeeld in het gebruikte inlichtingenblad INF 2 (zie hoofdstuk II.9 hiervoor) of in de vergunning passieve veredeling van onderneming A.

97. Het in het vrij verkeer brengen van goederen door een andere persoon dan de houder van de vergunning is een overdracht van rechten en plichten (TORO) in de zin van artikel 218 van het DWU. Deze overdracht vereist geen nieuwe douaneaangifte van plaatsing onder de regeling van actieve veredeling.
De persoon die de goederen wederinvoert, wordt de houder van de regeling.
De aanvraag TORO dient te worden voorgelegd aan de douaneautoriteit die de aanvankelijke vergunning passieve veredeling heeft afgeleverd.

In het algemeen wordt TORO slechts van kracht vanaf de datum waarop de aanvrager de beschikking ontvangt of wordt geacht deze te hebben ontvangen. Een TORO kan ook met terugwerkende kracht verleend of gewijzigd worden, voor zover de datum van geldigheid van de terugwerkende kracht in de beschikking wordt vermeld.

V. Berekening van de invoerrechten

V.1. Algemeenheden

98. Zoals vermeld in § 77 hiervoor, en zonder afbreuk te doen aan de totale vrijstelling van de rechten bij invoer bepaald in § 104 hierna, is het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsproducten dat ervoor zorgt dat er een douaneschuld bij invoer ontstaat.
Als de goederen niet werden veredeld, zijn de bepalingen van § 78 hiervoor van toepassing.

99. Indien een douaneschuld is ontstaan voor veredelingsproducten die zijn voortgebracht in het kader van de regeling passieve veredeling of vervangende producten als bedoeld in § 121 hierna, wordt het bedrag aan invoerrechten berekend op basis van de kosten van de buiten het douanegebied van de Unie verrichte veredeling.
Onder kosten van de buiten het douanegebied van de Unie verrichte veredeling, moet worden verstaan de douanewaarde van de veredelingsproducten op het tijdstip waarop de douaneaangifte van het in het vrije verkeer brengen wordt aanvaard, verminderd met de statistische waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen toegepast op het moment van hun plaatsing onder de regeling passieve veredeling.

Voorbeeld:
- Douanewaarde van de veredelingsproducten (wagens) : 50.000 €;
- Statistische waarde van de goederen die onder de regeling passieve veredeling zijn geplaatst (banden en software): 5.000 €.
Kosten van de buiten het douanegebied van de Unie verrichte veredeling:
50.000 € - 5.000 € = 45.000 €.
Bedrag aan invoerrechten (tarief van 10%) = 45.000 € x 10% = 4.500 €.

100. Wanneer een specifiek invoerrecht moet worden toegepast op veredelingsproducten die zijn voortgebracht in het kader van de regeling passieve veredeling of op vervangende producten (zie § 121 hierna), wordt het bedrag hiervan berekend op basis van de douanewaarde van de veredelingsproducten op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer, verminderd met de statistische waarde van de overeenkomstige tijdelijk uitgevoerde goederen op het tijdstip waarop deze onder de regeling passieve veredeling zijn geplaatst, vermenigvuldigd met het toepasselijke invoerrecht voor de veredelingsproducten of de vervangende producten, gedeeld door de douanewaarde van de veredelingsproducten of de vervangende producten.
Om de te betalen rechten te bepalen, dient dus de volgende formule te worden toegepast:

(Douanewaarde van veredelingsproduct – Statistische waarde van uitvoergoederen) x Invoerrecht voor de veredelingsproducten

-------------------------------------------------------------------------------------------------
douanewaarde van de veredelingsproducten

Voorbeeld:
- Douanewaarde van veredelingsproduct: 400 €/ton;
- Statistische waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen begrepen in het veredelingsproduct: 200 €;

- Bedrag aan invoerrechten van toepassing op het veredelingsproduct zonder gebruikmaking van de passieve veredeling: 420 €/ton;
Bedrag aan invoerrechten voor 1 ton veredelingsproducten: [(400 € – 200 €) x 420 €]/400 € = 210 €.

101. Indien de belasting op het veredelingsproduct zowel ad valorem rechten als specifieke rechten omvat, worden beide berekeningen apart uitgevoerd en de bedragen opgeteld.

Voorbeeld:
1 ton Uniegoederen (zetmeel met de GN-code 3505 10 90) met een statistische waarde van 100€ worden uitgevoerd onder de regeling passieve veredeling.
Hieraan wordt 1 ton van een product met een waarde van 50 € per ton toegevoegd alvorens het veredelingsproduct weer wordt ingevoerd.
Op het ogenblik van de wederinvoer zou de douanewaarde van het veredelingsproduct 150 € moeten bedragen.
Het tarief bedraagt 9% (ad valorem) verhoogd met 17,7 € per 100 kg (specifiek invoerrecht), hetzij 177 € per ton.
De berekening van het bedrag aan invoerrechten na de passieve veredeling is dus de som van de volgende twee stappen:
- (150 € - 100 €) = 50 € (douanewaarde van het veredelingsproduct – statistische waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen), vermenigvuldigd met 9% = 4,50 ;
- [(150 € - 100 €) x 177€]/150€ = 59,50 €, volgens de formule verduidelijkt in § 100 hiervoor.
Het bedrag aan invoerrechten is dus 64 € (4,50 € + 59,50 €).

102. De berekening van de rechten bij wederinvoer veronderstelt de voorafgaande vaststelling van de hoeveelheden tijdelijke uitgevoerde goederen begrepen in het veredelingsproduct.
Omdat er geen specifieke bepaling is om deze hoeveelheden vast te stellen, is het aangewezen om de hogervermelde methodes voor de passieve veredeling toe te passen, vermeld in de aanwijzingen in verband met titel III "Economische douaneregelingen" van Verordening (EEG) nr. 2454/93 – Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. 2001/C 269/01.
Voorbeeldberekeningen waarin de bepalingen werden bijgewerkt overeenkomstig het DWU, zijn opgenomen in bijlage V van deze circulaire.

103. Als de regeling passieve veredeling BTW (zie § 10 hiervoor) niet wordt gebruikt, moet de BTW maatstaf van heffing worden berekend op basis van de douanewaarde.

V.2. Herstelling van goederen

104. De wederinvoer van goederen kan met algehele vrijstelling van invoerrechten gebeuren indien ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt vastgesteld dat de herstelling gratis werd verricht,
- hetzij op grond van een contractuele of wettelijke garantieverplichting;
- hetzij wegens een fabricagefout of een materiaalfout.
Deze algehele vrijstelling is niet van toepassing wanneer op het tijdstip waarop de betrokken goederen voor het eerst in het vrije verkeer werden gebracht, rekening is gehouden met de fabricagefout of materiaalfout.
De vergunning passieve veredeling dient te voorzien in de modaliteiten die het mogelijk maken om te bewijzen dat de voorwaarden voor een volledige kwijtschelding zijn vervuld en de aangever moet in de douaneaangifte voor het vrij verkeer vermelden dat artikel 260 DWU van toepassing is.

104/1. Sommige internationale vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen/gebieden bepalen dat wanneer goederen tijdelijk in een ondertekenend land/gebied worden ingevoerd vanuit het andere ondertekenende land/gebied met het oog op herstelling of wijziging, deze goederen bij terugkeer zijn vrijgesteld van invoerrechten.

Volledige vrijstelling van invoerrechten wordt aldus verleend voor veredelingsproducten die zijn verkregen uit onder de regeling passieve veredeling geplaatste goederen indien ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt vastgesteld

- dat de goederen zijn hersteld of gewijzigd in een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie waarmee de Unie een internationale overeenkomst heeft gesloten die in een dergelijke vrijstelling voorziet; en

- dat aan de in die overeenkomst vastgestelde voorwaarden voor vrijstelling van invoerrechten is voldaan; en

- dat de veredelingsproducten niet het resultaat zijn van equivalente of vervangende goederen (zie de hoofdstukken VI en VII hieronder).

104/2. De in § 104 hierboven vermelde voorwaarden (contractuele of wettelijke garantieverplichting, bestaan van een fabricage- of materiaalfout) zijn in deze situatie niet van toepassing.

Voorbeeld:

Een auto uit de EU die voldoet aan de EURO 5-milieunorm wordt uitgevoerd naar een derde land/grondgebied om hem in overeenstemming te brengen met de EURO 6-milieunorm.

Na de handelingen in het derde land/grondgebied waarmee de EU een internationale overeenkomst heeft gesloten waarbij de veredelingsgoederen zijn vrijgesteld, kan de aangever om toepassing van de in § 104/1 bedoelde vrijstelling verzoeken bij de aangifte van deze goederen na deze herstelling/wijziging. Ongeacht of de auto preferentiële oorsprong heeft, kan de vrijstelling toegepast worden gezien de auto na reparatie of wijziging uit dat derde land/gebied wordt ingevoerd.

104/3. De aangever moet in vak 37 van de douaneaangifte voor het vrije verkeer een code B02 vermelden wanneer § 104 van toepassing is. Indien de marktdeelnemer de voorkeur geeft aan de toepassing van § 104/1 hierboven, vermeldt hij deze code B02 niet in de douaneaangifte en zal hij in dat geval moeten verwijzen naar de vrijhandelsovereenkomst die op het ogenblik van de indiening van de aangifte op zijn concrete geval van toepassing is.

Een tabel met de internationale overeenkomsten die op dit moment een dergelijke vrijstelling bevatten, is opgenomen in bijlage VI bij deze circulaire. Deze bijlage dient uitsluitend ter informatie. Voor de huidige situatie moeten de circulaires over de oorsprong van goederen worden geraadpleegd.

104/4. Na de Brexit werd de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK gesloten (TCA EU-UK). Op grond van een officieel standpunt van de Europese Commissie (TAXUD), worden hier de artikelen 24 en 25 van voornoemde overeenkomst verduidelijkt.

In het kader van Brexit verwijst artikel 260bis naar artikel 24 TCA EU-UK dat een vrijstelling van invoerrechten voorschrijft voor goederen die, ongeacht hun oorsprong, tijdelijk uit de EU worden uitgevoerd voor reparatie om vervolgens weer ingevoerd te worden in de EU.

104/5. Let op, artikel 24 van de TCA EU-UK is alleen van toepassing op goederen die naar het VK worden verzonden voor reparatie. Artikel 17(h) TCA EU-UK geeft de volgende definitie van reparatie: “elke bewerking ten aanzien van een goed die of ten doel heeft een gebrekkige werking of materiële schade te herstellen zodat de oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld of ervoor te zorgen dat het goed aan de technische eisen voor gebruik ervan voldoet. Reparatie van een goed omvat herstel en onderhoud, met een mogelijke waardestijging van het goed als gevolg van het herstellen van de oorspronkelijke functionaliteit van dat goed, maar omvat geen bewerkingen of processen waardoor: (i) de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat; (ii)een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd, of (iii)de technische prestaties van een goed worden verbeterd of vergroot”. Dit betekent dat gerepareerde goederen met vrijstelling van invoerrechten kunnen ingevoerd worden wanneer deze reparatie plaatsvond tegen betaling en het gerepareerde goed een waardestijging heeft ondergaan voor zover deze reparatie beantwoordt aan de definitie van artikel 17(h).

Dit artikel kan niet toegepast worden wanneer goederen in het VK geassembleerd worden of andere veredelingshandelingen dan reparaties zouden ondergaan.

104/6. Daarnaast is het ook duidelijk dat artikel 24 TCA EU-UK uitsluitend kan toegepast worden binnen het kader van een vergunning passieve veredeling. Dit volgt niet alleen uit de bewoordingen van artikel 260bis DWU zelf maar ook uit de plaatsing van artikel 260bis in Afdeling 3 (passieve veredeling) van Hoofdstuk 5 (veredeling) van Titel VIII (bijzondere regelingen). Dit werd ook duidelijk door de Europese Commissie aan alle Lidstaten bevestigd.

In geval van toepassing van artikel 260bis DWU (bv bij gebruikmaking van artikel 24 TCA EU-UK), moet de nationale aanvullende informatie “Veredelingsproducten die na herstelling of wijziging terugkeren overeenkomstig artikel 260bis DWU – TCA EU-UK” in vak 44 van de digitale wederinvoeraangifte met nationale code “44-2019C13-104/1” ingevuld worden.

In bijvoegsel 6 c) van de toelichting van het Enig Document zal hieraan de code 44-2019C13-104/1 gekoppeld worden:

44 = het vak waarin de aanvullende informatie wordt vermeld;

2019 = jaartal van publicatie van de circulaire PV;

C voor “Circulaire”;

13 = volgnummer van de circulaire PV;

104/1 = de § van de circulaire waarin de aanvullende informatie is vermeld

Zowel de aanvullende informatie als de overeenkomstige code moeten in vak 44 van de wederinvoeraangifte vermeld worden.

104/7. In het kader van herstellingen dient het volgende nog benadrukt te worden.

Wanneer een goed wordt uitgevoerd met het doel om herstellingen te ondergaan dient de douaneregeling passieve veredeling toegepast te worden.

Wanneer een goed wordt uitgevoerd waarna het goed in een derde land defect raakt en dient hersteld te worden, kan dat goed terugkeren met vrijstelling van invoerrechten als een invoer onder terugkerende goederen op voorwaarde dat alle voorwaarden voor die vrijstelling op vrij verkeer voldaan worden. In dat geval worden deze goederen immers in dezelfde staat teruggebracht als waarin zij werden uitgevoerd (zie artikel 203, lid 5 DWU).

Voorbeeld:

Een marktdeelnemer voert treinstellen uit vanuit de EU naar het VK ter onderhoud en herstel van onderdelen. Deze onderhouds- en herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd door een Brits bedrijf. In dit geval dient de bijzondere regeling passieve veredeling toegepast te worden. De herstelling en het onderhoud van de treinstellen is immers het doel van de uitvoerbeweging.

104/8. Wederinvoer in 2021 van goederen uitgevoerd voor herstelling vóór 2021

Goederen die in 2020 vanuit de EU naar het VK zijn gebracht voor herstelling en na herstelling in 2021 weer naar de EU worden gebracht kunnen dus geen aanspraak maken op een invoer onder terugkerende goederen. Echter, een ruime interpretatie van artikel 24 TCA EU-UK kan onder sommige voorwaarden toestaan dat dergelijke goederen vrijstelling van rechten krijgen. In dat geval dient ook nagegaan te worden of de overbrenging vanuit de EU naar het VK vóór 2021 aanleiding kan geven tot een uitvoeraangifte achteraf op grond van artikel 337 lid1 DWU-IA indien voldoende documentair bewijs van die beweging wordt geleverd.

Omdat artikel 24 TCA EU-UK slechts kan toepast worden in het kader van artikel 260bis DWU, vereist deze beweging ook een vergunning passieve veredeling. Wederom dient nagegaan te worden of een vergunning passieve veredeling met terugwerkende kracht kan worden verleend overeenkomstig artikel 211 lid 2 DWU in combinatie met artikel 337 lid 1 DWU-IA.

V.3. In het vrije verkeer brengen van veredelingsproducten die zijn voortgebracht uit de uitvoer van producten verkregen onder de regeling actieve veredeling

105. Wanneer voor wederingevoerde producten een douaneschuld ontstaat, gebeurt de berekening van de invoerrechten op basis van twee berekeningen. Eerst wordt bekeken wat de rechten bij invoer hadden geweest indien de goederen die zijn voortgebracht in het kader van de actieve veredeling onmiddellijk in het vrije verkeer zouden zijn gebracht ter aanzuivering van de actieve veredeling en niet onder de regeling passieve veredeling zouden zijn geplaatst.
Bij dit bedrag aan niet-geïnde rechten wordt het bedrag aan invoerrechten geteld dat verschuldigd zou zijn geweest indien de veredelingsproducten onder de regeling van de passieve veredeling zouden zijn geplaatst nadat ze in het vrije verkeer werden gebracht.

Voorbeeld:
Een onderneming plaatst rubber onder de regeling actieve veredeling voor de vervaardiging van banden. Deze banden worden onder de regeling passieve veredeling geplaatst om op voertuigen te worden gemonteerd. Deze voertuigen waren bestemd om opnieuw onder de regeling actieve veredeling te worden geplaatst om te worden gepantserd maar werden uiteindelijk op het douanegebied van de Unie in het vrije verkeer gebracht.
Indien de banden in het vrije verkeer zouden zijn gebracht, had het bedrag aan te betalen rechten 50€ geweest. Het bedrag aan rechten bij invoer volgend op de wederinvoer van een voertuig na plaatsing van banden onder de regeling passieve veredeling zou 4.500 € bedragen.
Het bedrag aan rechten dat met de verrichte handeling overeenstemt is uiteindelijk 4 550 €.

VI. Equivalente goederen

VI.1. Algemeenheden

106. In de vergunning passieve veredeling kan worden bepaald dat bij de vervaardiging van de veredelingsproducten equivalente goederen worden gebruikt in plaats van tijdelijke uitvoergoederen.
Deze equivalente goederen zijn niet-Uniegoederen die worden verwerkt in plaats van onder de regeling passieve veredeling geplaatste Uniegoederen.
De douaneautoriteiten staan het gebruik van de equivalentie toe op voorwaarde dat het goede werking van de regeling en het douanetoezicht erop zijn verzekerd. Wanneer er niet wordt voldaan aan deze voorwaarde, moet het gebruik van de equivalentie worden geweigerd.
Een geautoriseerd marktdeelnemer voor douanevereenvoudigingen wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde dat het goede verloop van de regeling is verzekerd, voor zover in de in artikel 38, paragraaf 2, punt a) van het DWU bedoelde vergunning rekening is gehouden met de activiteit in het kader van het gebruik van equivalente goederen voor de betrokken regeling.

107. Tenzij anders is bepaald in bijlage 71-04 DWU-DA, moeten deze goederen, om in aanmerking te komen als equivalente goederen, onder dezelfde GN-code van acht cijfers zijn ingedeeld, dezelfde handelskwaliteit hebben en dezelfde technische kenmerken vertonen als de tijdelijke uitvoergoederen die zij vervangen.

108. De vergunning bevat een precieze vermelding van de maatregelen aan de hand waarvan wordt vastgesteld dat de voorwaarden voor het gebruik van equivalente goederen zijn vervuld en met name dat de equivalente goederen en de invoergoederen onder dezelfde GN-code van acht cijfers vallen, dezelfde handelskwaliteit hebben en dezelfde technische kenmerken vertonen.
In de vergunning worden de mededelingsprocedure en de uit te voeren controles bepaald die, naargelang het geval, worden verricht op basis van de commerciële en technische administratie van de vergunninghouder.
Gelet op het feit dat de equivalente goederen zich buiten het douanegebied van de Unie bevinden, lijkt het weinig passend om fysieke onderzoeken en analyses van de equivalente goederen te verrichten.
Er zal eventueel een fysiek onderzoek op de veredelingsproducten gebeuren om na te gaan of ze effectief werden vervaardigd vanuit equivalente goederen.
De aanvrager moet ervoor zorgen dat de administratie in staat is om de naleving van de bepalingen betreffende de equivalentie te controleren vooraleer hij van het systeem van het equivalentieverkeer gebruik kan maken.

VI.2. Gebruik van equivalente goederen

109. Het gebruik van equivalente goederen is niet onderworpen aan het vervullende van de formaliteiten voor de plaatsing van goederen onder de regeling passieve veredeling. Er moet dus geen enkele aangifte worden ingediend. De verplichtingen die verband houden met de controle bepaald in § 126 hierna moeten echter wel worden nageleefd.
De in § 51 hiervoor bedoelde administratie moet de gegevens bevatten aan de hand waarvan het douanetoezicht en de douanecontroles op het gebruik van equivalente goederen kunnen worden uitgeoefend.

110. Het al dan niet systematisch gebruik van equivalente goederen is geen pertinent criterium om het gebruik van de equivalentie toe te kennen of te weigeren. Kortom, men kan systematisch gebruikmaken van equivalentie maar toch zijn er belangrijke beperkingen die hierna uitvoeriger aan bod komen.

VI.3. Beperkingen op het gebruik van de equivalentie

111. Er wordt geen vergunning verleend voor het gebruik van equivalente goederen wanneer de onder de passieve veredeling regeling geplaatste goederen onderworpen zouden zijn aan voorlopige of definitieve antidumpingrechten, compenserende rechten, vrijwaringsmaatregelen of een aanvullend recht dat voortvloeit uit een schorsing van concessies indien zij werden aangegeven voor het vrije verkeer.

112. Er wordt geen vergunning verleend voor het gebruik van equivalente goederen voor goederen of producten die genetisch zijn gewijzigd of elementen bevatten die een genetische wijziging hebben ondergaan.

113. De goederen die het resultaat zijn van de biologische landbouw (volgens de normen van Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten) mogen niet worden beschouwd als equivalent aan goederen die het resultaat zijn van conventionele landbouw, aangezien deze goederen niet dezelfde handelskwaliteit hebben.

114. Het gebruik van equivalente goederen wordt niet toegestaan voor goederen die onder bijlage 71-02 DWU-DA vallen.

VI.4. Voorafgaande invoer

115. Voorafgaande invoer is het systeem dat de invoer mogelijk maakt van uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten voorafgaand aan de uitvoer van de goederen die zij vervangen.

Dit betekent dat een veredeling in een derde land/gebied plaatsvindt van niet-Uniegoederen (equivalente goederen van de te veredelen Uniegoederen). De aldus verkregen veredelingsproducten worden ingevoerd in het douanegebied waarna de Uniegoederen (de te veredelen goederen) die de equivalente niet-Uniegoederen vervangen, worden uitgevoerd. Dit systeem laat de operatoren toe om snel te voldoen aan dringende bestellingen alhoewel zij tijdelijk niet meer beschikken over te veredelen Uniegoederen.
Men spreekt dan over passieve veredeling IM/EX, in afwijking van de klassieke procedure, passieve veredeling EX/IM genaamd.

116. In het geval van passieve veredeling IM/EX wordt in de vergunning vermeld binnen welke termijn de Uniegoederen, die door equivalente goederen zijn vervangen, onder de regeling passieve veredeling dienen te worden geplaatst.
Deze termijn mag niet meer dan zes maanden bedragen. Op verzoek van de vergunninghouder kan deze termijn ook na het verstrijken ervan worden verlengd, op voorwaarde dat de totale termijn niet meer bedraagt dan één jaar.

117. Deze termijn is geen aanzuiveringstermijn in de zin van artikel 1(23) DWU-DA. Dit heeft tot gevolg dat de vergunning passieve veredeling geldig moet zijn (vak 6 van de vergunning of velden 4/6 en 4/7 van bijlage A DA) op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen met betrekking tot het veredelingsproduct verkregen door het gebruik van equivalente goederen.
Deze vergunning dient echter niet meer geldig te zijn op het tijdstip waarop de Uniegoederen voor de passieve veredeling worden aangegeven.

118. Tot aan de uitrol van een relevant nieuw nationaal informaticasysteem werden de goederen die voor het vrije verkeer werden aangegeven in het kader van passieve veredeling IM/EX geïdentificeerd door code 48 in vak 37 van het Enig document en de subcode B07. Sinds de invoering van het elektronische systeem INF of van eender welk elektronisch middel voor gestandaardiseerde gegevensuitwisseling moet daarvan gebruik gemaakt worden (zie hoofdstuk II.9 hiervoor) naast de codes op het enig document.

119. In het geval van voorafgaande invoer van veredelingsproducten dient zekerheid te worden gesteld voor het bedrag aan invoerrechten dat verschuldigd zou zijn indien de vervangen Uniegoederen niet onder de regeling passieve veredeling worden geplaatst.
Het bedrag van deze zekerheid stemt overeen met de winst die het beroep doen op passieve veredeling heeft opgeleverd.

Voorbeeld:
Een voertuig wordt geassembleerd onder de passieve veredeling IM/EX en wordt aangegeven voor het in het vrije verkeer brengen. Binnen het assemblageproces wordt de motor gebruikt als equivalente goederen.
De douanewaarde van het voertuig bedraagt 50.000 €. De statistische waarde van de motor bedraagt 10.000 €. De rechten bedragen 10%.
Het bedrag aan invoerrechten zonder passieve veredeling is (50.000 € x 10%) = 5.000 €.
Het bedrag aan invoerrechten met passieve veredeling is [(50.000 € - 10.000 €) x 10%)] = 4.000 €.
Het door de zekerheid te dekken bedrag is 1.000 € (5.000 € - 4000 €).
Om deze berekening te kunnen maken, moeten de handelsdocumenten die werden geleverd met de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen, informatie bevatten over de statistische waarde van de motor.

120.

Omdat een zekerheid vereist is in het geval van voorafgaande invoer, moet de vergunning PV de code "1 - Zekerheid vereist" en het referentiebedrag in kwestie (bedrag van de zekerheid) bevatten.

Uiterlijk bij de indiening van de douaneaangifte voor de plaatsing van de goederen onder de regeling PV moet een referentienummer voor de zekerheid worden opgegeven, anders wordt de douaneaangifte niet aanvaard.

De douaneautoriteiten kunnen toestemming geven voor het gebruik van een doorlopende zekerheid, waaronder ontheffing van zekerheidstelling overeenkomstig artikel 84 DWU-DA (zie de richtsnoeren van de Commissie inzake zekerheidstelling voor douaneschulden in het kader van het DWU).

De douaneautoriteiten kunnen afzien van de eis tot zekerheidstelling wanneer het te dekken bedrag aan invoer- of uitvoerrechten niet hoger is dan de drempelwaarde voor de statistische waarde die is vastgesteld voor aangiften overeenkomstig artikel 3 lid 4 van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen.

Als het invoerrecht erga omnes nul is voor de onder PV te plaatsen goederen, wordt geen zekerheid vereist.

VII. Systeem uitwisselingsverkeer

VII.1. Algemeenheden

121. Onder het systeem uitwisselingsverkeer kan een ingevoerd goed
(hierna "vervangend product" genoemd) in de plaats treden van een veredelingsproduct.
De douaneautoriteiten staan, op verzoek, gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer toe, indien de veredeling bestaat in de herstelling van andere Uniegoederen die gebreken vertonen dan die welke vallen onder maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of onder specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen van toepassing zijn.

122. De vervangende producten zijn onder dezelfde achtcijfercode van
de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld en hebben dezelfde handelskwaliteit en technische kenmerken als de gebrekkige goederen indien deze de herstelling hadden ondergaan.

123. Indien de gebrekkige goederen voorafgaand aan de uitvoer zijn gebruikt, moeten de vervangende producten eveneens zijn gebruikt.
De douaneautoriteiten zien evenwel af van deze eis indien het vervangende product gratis is geleverd, hetzij op grond van een contractuele of wettelijke garantieverplichting, hetzij wegens een materiaalfout of een fabricagefout.

124. De bepalingen die van toepassing zouden zijn op de veredelingsproducten, zijn eveneens van toepassing op de vervangende producten.

125. Wanneer de vervangende producten worden ingevoerd na de uitvoer van de gebrekkige goederen, is er sprake van het “systeem uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer”.
Wanneer de vervangende producten worden ingevoerd vóór de invoer van de gebrekkige goederen, overeenkomstig § 131 hierna, is er sprake van het “systeem uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer”.
Dit onderscheid wordt vermeld in vak 18 van de vergunning passieve veredeling (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in veld XVIII/1 van bijlage A DWU-DA.

126. De vergunning bevat in vak 21 (volgens het model van bijlage 12 DWU-TDA) of in veld XVIII/2 van bijlage A DWU-DA een precieze vermelding van de maatregelen aan de hand waarvan wordt vastgesteld dat de voorwaarden voor het gebruik van het systeem uitwisselingsverkeer zijn vervuld.

127. Gezien de bijzondere aard van het systeem uitwisselingsverkeer moeten de equivalentievoorwaarden nauwgezet worden nageleefd. Zo moet het uitdrukkelijk om een herstelling gaan (met inbegrip van revisie of afstelling) van gebrekkige goederen en niet om een vervanging door goederen die een aanpassing (verbetering van de technische of handelskwaliteit) hebben ondergaan of van een ander model zijn.
Voorafgaand aan het verlenen van de vergunning moet de bevoegde autoriteit terzake er zich van verzekeren dat de tijdelijke uitvoergoederen herstelbaar moeten zijn en dat identificatiemiddelen kunnen worden voorgeschreven met het oog op de controle van de equivalentie van de vervangende producten.
Als identificatiemaatregelen kunnen worden vermeld:
- vermelding van bijzondere merktekens of fabricagenummers;
- het nemen van monsters of voorleggen van tekeningen of technische beschrijvingen, analyses;
- onderzoek van bewijsstukken (contracten, brieven, facturen, …) die ondubbelzinnig aantonen dat de beoogde herstelling zal worden verricht door de levering van een vervangend product dat aan de equivalentievoorwaarden voldoet.
De voorgelegde contracten mogen bijvoorbeeld geen clausules bevatten die de vervanging voorzien van onderdelen om de technologische evolutie te volgen, wat in strijd zou zijn met de equivalentie van de technische kenmerken.

VII.2. Modaliteiten betreffende het systeem uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer

128. De bepalingen van hoofdstuk III hiervoor zijn van toepassing op de aangiften voor plaatsing onder de regeling passieve veredeling met gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer.

129. Niettegenstaande het moeilijk zal zijn om dit vast te stellen, moeten de goederen, uitgevoerd voor uitwisselingsverkeer, in principe, alhoewel zijzelf niet worden wederingevoerd, het voorwerp uitmaken van de in de vergunning voorziene veredelingshandeling (herstelling, revisie of afstelling).
Het vervangend product neemt bijgevolg niet de plaats in van de gebrekkige goederen, maar van een veredelingsproduct dat kan worden gebruikt zoals het zou worden wederingevoerd indien de regeling was toegepast zonder gebruikmaking van het systeem uitwisselingsverkeer.

130. De bepalingen van hoofdstuk IV hiervoor zijn van toepassing bij de wederinvoer van de vervangende producten, met dien verstande dat de handelspolitieke maatregelen bij invoer niet worden toegepast op deze vervangende producten (zie § 79 hiervoor).

VII.3. Modaliteiten betreffende het systeem uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer

131. De douaneautoriteiten staan, op verzoek van de belanghebbende, toe dat de vervangende producten onder de door hen vastgestelde voorwaarden worden ingevoerd voordat de gebrekkige goederen worden uitgevoerd.

132. Bij voorafgaande invoer van een vervangend product dient zekerheid te worden gesteld voor het bedrag aan invoerrechten dat verschuldigd zou zijn indien de gebrekkige goederen niet worden uitgevoerd. De bepalingen van §120 hierboven zijn van toepassing.

133. De gebrekkige goederen worden uitgevoerd binnen twee maanden na de aanvaarding door de douaneautoriteiten van de aangifte voor het vrije verkeer van de vervangende producten.
Indien in uitzonderlijke omstandigheden de uitvoer van de gebrekkige goederen niet kan geschieden binnen deze termijn, kunnen de douaneautoriteiten deze termijn met een redelijke duur verlengen indien de vergunninghouder een gerechtvaardigd verzoek daartoe indient.
Deze termijn is geen aanzuiveringstermijn in de zin van artikel 1(23) DWU-DA. Dit heeft tot gevolg dat
- de vergunning passieve veredeling geldig moet zijn (vak 6 van de vergunning of velden 4/6 en 4/7 van bijlage A DWU-DA) op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen met betrekking tot de vervangende producten;
- de vergunning passieve veredeling niet langer geldig moet zijn wanneer de gebrekkige goederen worden uitgevoerd.

134. Bij voorafgaande invoer van vervangende producten wordt in de eerste onderverdeling van vak 37 van de douaneaangifte de code 48 vermeld.

135. Voordien werden goederen aangegeven voor het vrij verkeer in het kader van de passieve veredeling IM/EX uitsluitend aangegeven met in vak 37 van het Enig document de subcode B07. Sinds de invoering van het nationale elektronische systeem e-INF, dient het e-INF of eender welk middel voor gestandaardiseerde uitwisseling van inlichten gebruikt worden (zie hoofdstuk II.9) naast de codes op het enig document.

136. De latere uitvoer van de gebrekkige tijdelijke uitvoergoederen geschiedt met een uitvoeraangifte, ingevuld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II hiervoor.

VIII. Driehoeksverkeer

137 tot 145. Afgeschaft omdat het DWU het niet langer opneemt.

Er zijn nog enkele bepalingen over douane-unie-overeenkomsten met Turkije of met het Prinsdom Andorra, die nog steeds voorzien in driehoeksverkeer (zie hoofdstuk II.9).

IX. Overgangsbepalingen

146. Vergunningen voor passieve veredeling verleend op basis van het vroegere communautair douanewetboek (Verordening (EEG) nr. 2913/92 of Verordening (EEG) nr. 2454/93) blijven geldig, zelfs na 1 mei 2016 en zonder herbeoordeling, tot het verstrijken van die duur.
De voorwaarden waaronder die vergunningen vanaf 1 mei 2016 worden toegepast zijn die welke zijn vastgesteld in de huidige overeenkomstige bepalingen van het DWU, DWU-DA en DWU-IA, zoals aangegeven in de concordantietabel in bijlage 90 DWU-DA.
Wanneer deze vergunningen verwijzingen bevatten naar Verordening (EEG) nr. 2913/92 of Verordening (EEG) nr. 2454/93, worden deze verwijzingen gelezen volgens de concordantietabel in bijlage 90 DWU-DA.

147. Wanneer goederen vóór 1 mei 2016 zijn aangegeven voor de regeling passieve veredeling overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 en op die datum nog niet zijn vrijgegeven, worden zij voor de in de aangifte vermelde regeling vrijgegeven overeenkomstig de huidige desbetreffende bepalingen van het DWU, DWU-DA en DWU-IA.

148. Wanneer goederen vóór 1 mei 2016 onder de regeling passieve veredeling werden geplaatst en de regeling vóór die datum niet is aangezuiverd, wordt de regeling aangezuiverd overeenkomstig de vroegere desbetreffende bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en Verordening (EEG) nr. 2454/93.

149. De douaneautoriteiten konden vóór 1 mei 2016 ingediende aanvragen voor het verlenen van vergunningen overeenkomstig het DWU aanvaarden. Deze vergunningen zijn echter slechts geldig vanaf 1 mei 2016.

150. Onderhavige circulaire wordt onmiddellijk van kracht.
Zij vervangt en trekt al de wettelijke en reglementaire bepalingen (en de opmerkingen daarop) van de Instructie Passieve Veredeling 2004 (D.I. 552.001) in. De nota met referentie OEO/EOS-DD 016.868 wordt eveneens geschrapt.

Voor de Administrateur-generaal,

Jo Lemaire,
Adviseur-generaal


BIJLAGEN

Bijlage I - Bijlagen 71.02, 71-03, 71-04, 71.05 en 90DA

Bijlage 71-02 - Gevoelige goederen en producten

Deze bijlage ziet op de volgende goederen:
(1) De volgende landbouwproducten die onder een van de volgende sectoren van de gemeenschappelijke marktordening (GMO) vallen:
Sector rundsvlees: de in artikel 1, lid 2, onder o), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XV van bijlage I bij die verordening;
Sector varkensvlees: de in artikel 1, lid 2, onder q), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XVII van bijlage I bij die verordening;
Sector schapen- en geitenvlees: de in artikel 1, lid 2, onder r), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XVIII van bijlage I bij die verordening;
Sector eieren: de in artikel 1, lid 2, onder s), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XIX van bijlage I bij die verordening;
Sector pluimveevlees: de in artikel 1, lid 2, onder t), van Verordening (EU)
nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XX van bijlage I bij die verordening;
Bijenteeltproducten: de in artikel 1, lid 2, onder v), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XXII van bijlage I bij die verordening;
Sector granen: de in artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel I van bijlage I bij die verordening;
Sector rijst: de in artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel II van bijlage I bij die verordening;
Sector suiker: de in artikel 1, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel III van bijlage I bij die verordening;
Sector olijfolie: de in artikel 1, lid 2, onder g), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel VII van bijlage I bij die verordening;
Sector melk en zuivelproducten: de in artikel 1, lid 2, onder p), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XVI van bijlage I bij die verordening;
Sector wijn: de in artikel 1, lid 2, onder l), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten die zijn opgenomen in deel XII van bijlage I bij die verordening;
0806 10 90
2009 61
2009 69
2204 21 (met uitzondering van BOB- en BGA-kwaliteitswijnen)
2204 29 (met uitzondering van BOB- en BGA-kwaliteitswijnen) 2204 30

Bijlage 71-03 - Lijst van toegestane gebruikelijke behandelingen

Tenzij anders vermeld, kan geen van de navolgende behandelingen aanleiding geven tot een indeling onder een andere achtcijfercode van de GN.

Bovendien kan geen van de volgende behandelingen leiden tot een ongerechtvaardigd voordeel op het gebied van de rechten bij invoer.

Voor de toepassing van de vorige alinea wordt elk van de hierna opgenomen gebruikelijke behandelingen die een wijziging in de GN of in de oorsprong van niet-Uniegoederen omvatten, geacht te leiden tot een ongerechtvaardigd voordeel op het gebied van de rechten bij invoer indien de goederen op het tijdstip waarop de gebruikelijke behandelingen aanvangen, onderworpen zouden zijn aan een voorlopig of definitief antidumpingrecht, een compenserend recht, een vrijwaringsmaatregel of een aanvullend recht dat voortvloeit uit een schorsing van concessies indien zij werden aangegeven voor het vrije verkeer:
(1) het luchten, uitspreiden, drogen, stof wegruimen, eenvoudige schoonmaakhandelingen, herstelling van de verpakking, eenvoudige herstellingen van gedurende het vervoer of de opslag opgelopen beschadigingen in zoverre dit eenvoudige handelingen betreft, het aanbrengen of weghalen van beschermende bekleding met het oog op het vervoer;
(2) het herconstrueren van goederen na het vervoer;
(3) het inventariseren, het nemen van monsters, het sorteren, zeven, mechanisch filteren of wegen van de goederen;
(4) het verwijderen van beschadigde of aangetaste delen;
(5) het verbeteren van de houdbaarheid van de goederen door middel van pasteurisatie, sterilisatie, bestraling of toevoeging van bewaarmiddelen;
(6) het behandelen tegen parasieten;
(7) het behandelen tegen roest;
(8) behandelingen die slechts bestaan uit:
het verhogen van de temperatuur, zonder verdere behandeling of distillatie, of
het verlagen van de temperatuur,
ook indien dit tot indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;
(9) elektrostatische behandeling, het ontkreuken of strijken van textiel;
(10) behandelingen bestaande uit:
het verwijderen van steeltjes en/of pitten van fruit, het in stukken breken of snijden van gedroogde groenten en fruit, de rehydratering van fruit, of
de dehydratering van fruit, ook indien dit tot indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;
(11) het ontzilten, schoonmaken en crouponeren van huiden;
(12) het toevoegen van goederen of toevoeging of vervanging van bijkomende componenten zolang deze toevoeging of vervanging relatief beperkt is en slechts bedoeld om aan technische eisen te voldoen en de aard of de prestaties van de oorspronkelijke goederen hierdoor niet worden gewijzigd of verbeterd, ook indien dit tot indeling van de toegevoegde of vervangende goederen onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;
(13) het verdunnen of indikken van vloeistoffen, zonder verdere behandeling of distillatie, ook indien dit tot indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;
(14) het mengen van dezelfde soort goederen, van verschillende kwaliteit, om een constante kwaliteit te verkrijgen of een kwaliteit waarom de afnemer heeft gevraagd, zonder dat de aard van de goederen hierdoor wordt gewijzigd;
(15) het mengen van gas- of stookolie zonder biodiesel met gas- of stookolie met biodiesel, ingedeeld onder hoofdstuk 27 van de GN, om een constante kwaliteit te verkrijgen of een kwaliteit waar de afnemer om heeft gevraagd, zonder dat de aard van de goederen hierdoor wordt gewijzigd, ook indien dit tot indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;

(16) het mengen van gas- of stookolie met biodiesel zodat het verkregen mengsel minder dan 0,5 volumepercent aan biodiesel bevat, en het mengen van biodiesel met gas- of stookolie zodat het verkregen mengsel minder dan 0,5 volumepercent aan gas- of stookolie bevat;

(17) het opdelen of in stukken snijden van de goederen indien dit op eenvoudige wijze is te doen;

(18) het verpakken, uitpakken, ompakken, het overgieten of overbrengen in een andere verpakking, ook indien dit tot indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt; het bevestigen, verwijderen of wijzigen van merktekens, etiketten, prijskaartjes of andere onderscheidingstekens;

(19) het testen, bijstellen, afstellen en in werking stellen van machines, apparaten en voertuigen, met name om aan technische normen te voldoen, indien het uitsluitend eenvoudige handelingen betreft;

(20) het mat maken van pijpfittingen om deze op bepaalde markten te kunnen verkopen;

(21) het denatureren, ook indien dit tot indeling onder een andere achtcijfercode van de GN leidt;

(22) andere gebruikelijke behandelingen dan de bovenvermelde die tot doel hebben de presentatie of handelskwaliteit van de invoergoederen te verbeteren of deze voor te bereiden op de distributie of wederverkoop, voor zover deze behandelingen de aard van de oorspronkelijke goederen niet wijzigen of prestaties ervan verbeteren.

Bijlage 71-04 - Bijzondere bepalingen inzake equivalente goederen

I. DOUANE-ENTREPOT, ACTIEVE EN PASSIEVE VEREDELING

Traditioneel geproduceerde goederen en biologische goederen
Het is niet toegestaan:
biologische goederen te vervangen door traditioneel geproduceerde goederen; en
traditioneel geproduceerde goederen te vervangen door biologische goederen.

II. ACTIEVE VEREDELING

III. PASSIEVE VEREDELING

Het gebruik van equivalente goederen is niet toegestaan voor goederen die onder bijlage 71-02DA vallen.

Bijlage 71-05 - Gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen (INF)

Deel A
Gestandaardiseerde uitwisseling van inlichtingen (INF) tussen de douaneautoriteiten is nog niet vereist, maar het controlekantoor dient de relevante INF-gegevenselementen in het elektronische INF-systeem te verstrekken
Het controlekantoor dient de volgende gegevenselementen te verstrekken overeenkomstig artikel 181, lid 1 DWU-DA. Indien in een douaneaangifte of een aangifte tot/kennisgeving van wederuitvoer naar een INF wordt verwezen, dienen de bevoegde douaneautoriteiten aanvullende gegevenselementen te verstrekken overeenkomstig artikel 181, lid 3 DWU-DA.
Noot:
V) betekent verplicht en (O) optioneel.

Gemeenschappelijke gegevenselementen

Opmerkingen

Vergunningnummer/nummer van de aangifte (V)

Persoon die het verzoek doet (V)

Voor identificatiedoeleinden gebruikt EORI-nummer

Aangever

Uitsluitend indien deze persoon niet de houder van de vergunning is

INF-nummer (V)

Uniek nummer toegekend door het controlekantoor
[bv. AV EX/IM/123456/GB + vergunningnummer]

Controlekantoor (V)

Voor identificatiedoeleinden wordt normaliter de COL-code gebruikt

Douanekantoor dat gebruikmaakt van de INFgegevenselementen (O)

Voor identificatiedoeleinden wordt normaliter de COL-code gebruikt. Dit gegevenselement zal worden verstrekt als de INF-gegevenselementen daadwerkelijk worden gebruikt

Omschrijving van de goederen die onder de INF vallen (V)

GN-code, nettohoeveelheid, waarde (inclusief nettomassa en/of aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf) indien van toepassing), waarde van de goederen (met vermelding van de betreffende valuta) (V)

Deze gegevenselementen hebben betrekking op de totale nettohoeveelheid van de goederen waarvoor de INF wordt gevraagd. Voordat de desbetreffende douaneaangifte(n) wordt/worden ingediend, moet de tariefindeling van goederen dezelfde zijn als die welke in de door de bevoegde douaneautoriteiten verleende vergunning is bepaald. Voordat de desbetreffende douaneaangifte wordt ingediend, kan de waarde worden geraamd op basis van de door de bevoegde douaneautoriteiten verleende vergunning.

Omschrijving van de veredelingsproducten die onder de INF vallen (V)

GN-code, nettohoeveelheid, waarde van de veredelingsproducten (inclusief nettomassa en/of aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf) indien van toepassing), waarde van de veredelingsproducten (met vermelding van de betreffende valuta) (V)

Deze gegevenselementen hebben betrekking op de totale nettohoeveelheid van veredelingsproducten waarvoor de INF wordt gevraagd. Voordat de desbetreffende douaneaangifte(n) wordt/worden ingediend, moet de tariefindeling van veredelingsproducten dezelfde zijn als die welke in de door de bevoegde douaneautoriteiten verleende vergunning is bepaald. Voordat de desbetreffende douaneaangifte wordt ingediend, kan de waarde worden geraamd op basis van de door de bevoegde douaneautoriteiten verleende vergunning.

Gegevens van de douaneaangifte(n) waarmee de goederen onder de bijzondere regeling zijn geplaatst (O)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden

verstrekt door het douanekantoor van plaatsing.

MRN (O)

Dit gegevenselement kan worden verstrekt als de INF-gegevenselementen daadwerkelijk worden gebruikt.

Opmerkingen (O)

Aanvullende informatie kan worden ingevoerd.

Specifieke gegevenselementen PV

Opmerkingen

PV EX/IM (als bedoeld in artikel 1, punt 28)

Land van veredeling (O)

Lidstaat van wederinvoer (O)

Equivalente goederen (O)

Douaneaangifte PV-nummer (V)

Indien in een douaneaangifte voor PV naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitvoer/plaatsing.

Identificatie van de goederen (V)

V) tenzij gebruik mag worden gemaakt van equivalente goederen.
Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitvoer/plaatsing.

GN-code, nettohoeveelheid (inclusief nettomassa en/of aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf) indien van toepassing), waarde (met vermelding van de relevante valuta) (V)

Vermeld bij plaatsing van Uniegoederen onder de regeling passieve veredeling de beschikbare hoeveelheid. Dit gegevenselement dient te worden verstrekt door het douanekantoor van uitvoer/plaatsing.

Uiterste datum voor de wederinvoer van de veredelingsproducten (V)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitvoer/plaatsing.

Resultaat bij uitgang (V)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitgang.

Datum van wederinvoer van de veredelingsproducten (V)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van vrijgave voor het vrije verkeer.

Gegevens van de douaneaangifte(n) voor het in het vrije verkeer brengen (O)

Indien in een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van vrijgave voor het vrije verkeer.

GN-code, nettohoeveelheid (inclusief nettomassa en/of aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf) indien van toepassing), waarde (met vermelding van de betreffende valuta) (V)

Vermeld bij wederinvoer van veredelingsproducten de hoeveelheid veredelingsproducten die onder de regeling passieve veredeling kunnen worden wederingevoerd. Dit gegevenselement dient te worden verstrekt door het douanekantoor van vrijgave voor het vrije verkeer

PV IM/EX (als bedoeld in artikel 1, punt 27)

Voorafgaande invoer van veredelingsproducten (O)

Dit gegevenselement dient te worden verstrekt door het douanekantoor van vrijgave voor het vrije verkeer (er moet zekerheid worden gesteld).

Uiterste datum voor de plaatsing van Uniegoederen, die zijn vervangen door equivalente goederen, onder de regeling passieve veredeling (O)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van vrijgave voor het vrije verkeer.

Datum van plaatsing van Uniegoederen, die zijn vervangen door equivalente goederen, onder de regeling passieve veredeling (O)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitvoer/plaatsing.

GN-code, nettohoeveelheid (inclusief nettomassa en/of aanvullende eenheden (bijzondere maatstaf) indien van toepassing), waarde (met vermelding van de betreffende valuta) (V)

Vermeld bij plaatsing van Uniegoederen, die zijn vervangen door equivalente goederen, onder de regeling passieve veredeling de hoeveelheid Uniegoederen die onder de regeling passieve veredeling moeten worden geplaatst. In dien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitvoer/plaatsing.

Resultaat bij uitgang (V)

Indien in een douaneaangifte naar de INF wordt verwezen, dient dit gegevenselement te worden verstrekt door het douanekantoor van uitgang.

DEEL B

(….)

Bijlage 90 - Concordantietabel zoals bedoeld in artikel 254 UCC-DA

Toepasselijke bepalingen krachtens Verordening (EEG) nr. 2913/92 en Verordening (EEG) nr. 2454/93

Toepasselijke bepalingen krachtens het wetboek, deze verordening en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447

1

Geautoriseerde marktdeelnemer Voorwaarden en criteria voor de afgifte van een AEO-certificaat
(artikel 5bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 14bis en 14octies tot en met 14duodecies van Verordening (EEG) nr. 2454/93

Geautoriseerde marktdeelnemer — criteria voor het verlenen van de AEO-status
(artikelen 22, 38 en 39 van het wetboek en artikelen 24 tot en met 28 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

2

Doorlopende zekerheid, met inbegrip van de doorlopende zekerheid voor communautair douanevervoer
(algemeen: artikel 191 van Verordening (EEG) nr. 2913/92; communautair douanevervoer: artikel 94 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 373, 379 en 380 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor het gebruik van een doorlopende zekerheid
(artikel 89, lid 5, en artikel 95 van het wetboek en artikel 84 van deze verordening)

3

Zekerheidstelling per aangifte in de vorm van bewijzen van zekerheidstelling
(artikel 345, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Zekerheidstelling per aangifte in de vorm van bewijzen van zekerheidstelling (artikel 160 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

4

Vergunning voor het beheer van opslagruimten voortijdelijke opslag
(artikel 51, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 185 tot en met 187 bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor het beheer van opslagruimten voor tijdelijke opslag
(artikel 148 van het wetboek, artikelen 107 tot en met 111 van deze verordening en artikel 191 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

5

Vergunning voor vereenvoudigde aangifte (artikel 76, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EEG) nr. 2913/92, artikelen 253 tot en met 253 octies, 254, 260 tot en met 262, 269 tot en met 271, 276 tot en met 278, 282 en 289 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor vereenvoudigde aangifte (artikel 166, lid 2, en artikel 167 van het wetboek, artikelen 145 tot en met 147 van deze verordening en artikelen 223, 224 en 225 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

6

Vergunning voor domiciliëringsprocedure (artikel 76, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 2913/92, artikelen 253 tot en met 253 octies, 263 tot en met 267, 272 tot en met 274, 276 tot en met 278, 283 tot en met 287 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor inschrijving in de administratie van de aangever (artikel 182 van het wetboek, artikel 150 van deze verordening en artikelen 233 tot en met 236 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)
Of vergunning voor vereenvoudigde aangifte (zie punt 5)
En/of door de douaneautoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaatsen zoals bedoeld in artikel 5, punt 33, van het wetboek

7

Grensoverschrijdende vergunning voor vereenvoudigde aangifte (artikel 1, punt 13, en artikelen 253 nonies tot en met 253 quaterdecies van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor gecentraliseerde vrijmaking (artikel 179 van het wetboek, artikel 149 van deze verordening en artikelen 229 tot en met 232 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

8

Vergunning voor het onderhouden van een lijndienst (artikel 313 ter van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor het onderhouden van een lijndienst (artikel 120 van deze verordening)

9

Vergunning voor de toegelaten afzender om een bewijs van T2L- of T2LF-status of een handelsdocument op te stellen zonder dat dit de douane ter aftekening moet worden voorgelegd (artikel 324 bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor de toegelaten afgever om een bewijs van T2L- of T2LF-status of een douanemanifest af te geven zonder dat dit de douane ter visering moet worden voorgelegd (artikel 128 van deze verordening)

10

Vergunning voor bananenwegers (artikelen 290 bis tot en met 290 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor bananenwegers (artikelen 155 tot en met 157 van deze verordening, en artikelen 251 en 252 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

11

Vergunning toegelaten afzender voor communautair douanevervoer
(artikel 372, lid 1, onder d), tot en met artikel 378 en artikelen 398 tot en met 402 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor de status van toegelaten afzender, op grond waarvan de vergunninghouder goederen onder de regeling Uniedouanevervoer mag plaatsen zonder deze aan te brengen bij de douane
(artikel 233, lid 4, onder a), van het wetboek, artikelen 191, 192 en 193 van deze verordening en artikelen 313 en 314 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

12

Vergunning toegelaten geadresseerde voor communautair douanevervoer
(artikel 372, lid 1, onder e), tot en met artikel 378 en artikelen 406 tot en met 408 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor de status van toegelaten geadresseerde, op grond waarvan de vergunninghouder onder de regeling Uniedouanevervoer vervoerde goederen op een goedgekeurde plaats mag ontvangen om de regeling overeenkomstig artikel 233, lid 2, van het wetboek te beëindigen
(artikel 233, lid 4, onder b), van het wetboek, artikelen 191, 194 en 195 van deze verordening en artikelen 313, 315 en 316 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

13

Vergunning toegelaten geadresseerde voor TIR-vervoer
(artikelen 454 bis en 454 ter van Verordening (EEG) nr. 2454/93

Vergunning toegelaten geadresseerde voor TIR-doeleinden
(artikel 230 van het wetboek, artikelen 185, 186 en 187 van deze verordening en artikel 282 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

14

Vergunning voor behandeling onder douanetoezicht
(artikelen 84 tot en met 90 en 130 tot en met 136 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 496 tot en met 523, 551 en 552 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor actieve veredeling
(artikelen 210 tot en met 225 en 255 tot en met 258 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 en artikel 241 van deze verordening

15

Vergunning voor actieve veredeling (schorsingssysteem)
(artikelen 84 tot en met 90, 114 tot en met 123, en 129 van Verordening (EEG) nr. 2913/92; artikelen 496 tot en met 523 en 536 tot en met 549 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)
Algemene regels voor de berekening van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten
(artikelen 201 tot en met 216 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 517 tot en met 519 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor actieve veredeling
(artikelen 210 tot en met 225 en 255 tot en met 258 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 en artikel 241 van deze verordening)
Algemene regels voor de berekening van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten
(artikel 86, lid 3, van het wetboek)
Bijzondere regels voor de berekening van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten wanneer de economische voorwaarden worden geacht te zijn vervuld in de gevallen die onder artikel 167, lid 1, onder h), i), m), p), r) of s) van deze verordening vallen:
artikel 85, lid 1, van het wetboek

16

Vergunning voor actieve veredeling (terugbetalingssysteem) (artikelen 84 tot en met 90 en 114 tot en met 129 van Verordening (EEG) nr. 2913/92; artikelen 496 tot en met 523, 536 tot en met 544, en 550 van Verordening (EEG) nr. 2454/93
Algemene regels voor de berekening van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten
(artikelen 201 tot en met 216 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 517 tot en met 519 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor actieve veredeling
(artikelen 210 tot en met 225 en 255 tot en met 258 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 en artikel 241 van deze verordening)
Algemene regels voor de berekening van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten
artikel 86, lid 3, van het wetboek
Bijzondere regels voor de berekening van het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten wanneer de economische voorwaarden worden geacht te zijn vervuld in de gevallen die onder artikel 167, lid 1, onder h), i), m), p), r) of s) van deze verordening vallen:
artikel 85, lid 1, van het wetboek

17

Vergunning voor het beheer van een opslagruimte als douane-entrepot type A
(artikel 100 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 526 en 527 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor een publiek douane-entrepot type I
(artikelen 211 en 240 tot en met 243 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening

18

Vergunning voor het beheer van een opslagruimte als douane-entrepot type B
(artikel 100 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 526 en 527 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor een publiek douane-entrepot type II
(artikelen 211 en 240 tot en met 243 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening)

19

Vergunning voor het beheer van een opslagruimte als douane-entrepot type C
(artikel 100 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 526 en 527 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor een particulier douane-entrepot
(artikelen 211 en 240 tot en met 243 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening

20

Vergunning voor het beheer van een opslagruimte als douane-entrepot type D
(artikel 100 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 526 en 527 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor een particulier douane-entrepot
(artikelen 211 en 240 tot en met 243 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening)

21

Vergunning voor het beheer van een opslagruimte als douane-entrepot type E
(artikel 100 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 526 en 527 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor een particulier douane-entrepot
(artikelen 211 en 240 tot en met 243 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening)

22

Vergunning voor het beheer van een opslagruimte als douane-entrepot type F
(artikel 100 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 526 en 527 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor een publiek douane-entrepot type III
(artikelen 211 en 240 tot en met 243 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening)

23

Vergunning voor vrije zone controletype I
(artikelen 166 tot en met 176 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 799 tot en met 812 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor vrije zone
(artikelen 243 tot en met 249 van het wetboek)
Ten uitvoer te leggen op nationaal niveau

24

Vergunning voor vrije zone controletype II
(artikelen 166 tot en met 176 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 799 tot en met 804 en artikel 812 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor douane-entrepot
De douaneautoriteiten beslissen na 1 mei 2016 met welke specifiek type douane-entrepot deze vrije zones worden geacht gelijkwaardig te zijn.
(artikelen 240 tot en met 242 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening)

25

Vergunning voor vrij entrepot
(artikelen 166 tot en met 176 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 799 tot en met 804 en artikel 812 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor douane-entrepot
De douaneautoriteiten beslissen onverwijld met welke specifiek type douane-entrepot deze vrije entrepots worden geacht gelijkwaardig te zijn.
(artikelen 240 tot en met 242 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 183 van deze verordening)

26

Vergunning voor het gebruik van een verzegeling van een bijzonder model
(artikel 372, lid 1, onder b), tot en met artikel 378 en artikel 386 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor het gebruik van een verzegeling van een bijzonder model wanneer verzegeling vereist is om de identificatie van de onder de regeling Uniedouanevervoer geplaatste goederen te garanderen
(artikel 233, lid 4, onder c), van het wetboek en artikelen 191 en 197 van deze verordening en artikelen 313 en 317 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

27

Vergunning voor passieve veredeling
(artikelen 84 tot en met 90 en 145 tot en met 160 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 496 tot en met 523 en 585 tot en met 592 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor passieve veredeling
(artikelen 210 tot en met 225, artikel 255 en artikelen 259 tot en met 262 van het wetboek en artikelen 163, 164, 166, 169, 171 tot en met 174, 176, 178, 179, 181, 240, 242 en 243 van deze verordening en artikelen 259 tot en met 264, artikelen 266, 267 en 268 en artikel 271 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

28

Vergunning voor tijdelijke invoer
(artikelen 84 tot en met 90 en 137 tot en met 144 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 496 tot en met 523 en 553 tot en met 584 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor tijdelijke invoer
(artikelen 210 tot en met 225 en 250 tot en met 253 van het wetboek, artikelen 163 tot en met 165, 169, 171 tot en met 174, 178, 179, 182 en 204 tot en met 238 van deze verordening en artikelen 258, 260 tot en met 264, 266 tot en met 270, 322 en 323 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

29

Vergunning voor bijzondere bestemming
(artikelen 21 en 82 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikelen 291 tot en met 300 van Verordening (EEG) nr. 2454/93)

Vergunning voor bijzondere bestemming
(artikelen 210 tot en met 225 en artikel 254 van het wetboek en artikelen 161 tot en met 164, 169, 171 tot en met 175, 178, 179 en 239 van deze verordening en artikelen 260 tot en met 269 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447)

Bijlage II - Bijlage 13 DWU-TDA - afgeschaft

Bijlage 13 DWU-TDA betreffende de inlichtingenbladen werd afgeschaft door het elektronisch systeem e-INF.

Bijlage III - Concordantietabel tussen wettelijke en/of interpretatieve bepalingen en paragrafen van deze circulaire

§ circulaire

Wettelijk bepalingen

Interpretatieve bepalingen

1

5(16), 5(37), 210 en 259(1) DWU

2

3

4

5

6

7

5 DWU, 1 DWU-DA, 1 DWU-IA

8

22 DWU-TDA

9

10

11

259(1) DWU

12

5(37) DWU, 243 DWU-DA

13

5(39), 22, 211(1) DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 7

14

211(1) DWU

15

23, 27 en 28 DWU

16

1(1) en 23(3) DWU

17

12 en 171 DWU-DA, 14, 260 en 261 DWU-IA

18

19

173 DWU-DA

20

6(2) DWU, 2 DWU-DA, 2 DWU-IA, 22 DWU-TDA

21

164 DWU-DA

22

Document TAXUD/A2/SPE/2017/015-Rev2

23

163(1d) DWU-DA

24

2 DWU-DA

25

262 IA, Bijlage 9 DWU-TDA

26

163(2abc) DWU-DA

27

163(1d) en (2def) DWU-DA

28

1(21), 163(1ef) en (2h) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 10

29

211 DWU

30

211(3ab), (4ab) DWU

Gids V 11-FR, bladzijden 10 en 11

31

Gids V 11-FR, bladzijden 12 en 44

32

5(28), 5(29) en 259(2) DWU

33

211(4b) DWU

34

211(5) DWU, 166(2) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijden 13, 14 en 51

35

211(6) DWU, 259 DWU-IA

Gids V 11-FR, bladzijde 13

36

Gids v 13 FR, bladzijde 22 en 23

36

37

Gids V 11-FR, bladzijde 9

38

211(2 abcdfh) DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 9

39

172 DWU-DA

40

172 DWU-DA

41

211(2e) DWU, 163(ef) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 10

42

5(39) DWU

43

211(1) DWU

44

211(1) DWU, 240(1a) DWU-DA

45

240(1b) DWU-DA

46

5(38) en 255 DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 42

47

255 DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 42

48

211(1) DWU

49

211(1) DWU, 240(1a) DWU-DA

50

240 (1a) DWU-DA

51

214 DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 20

52

178(1) DWU-DA

53

178(3) DWU-DA

54

220 DWU, 180 DWU-DA

55

Bijlage 71-03 DWU-DA

56

210(1) DWU

56/1

181 DWU-DA

57

158(1) DWU

58

5(35) en 170 DWU

Gids V 11-FR, bladzijden 12, 16 en 17

59

269(2a) en (3) DWU

Gids V 11-FR, bladzijden 12 en 67

60

162, 166, 179 en 182 DWU, Bijlage 12 DWU-TDA

61

150(6) en 181(1) DWU-DA

62

211(1) DWU

63

159(3) en 211(1) DWU, 263 DWU-IA

64

267(3) DWU

65

219 DWU, 179(2) DWU-DA en 267(2) DWU-IA

Gids V 11-FR, bladzijde 67

66

81 DWU

67

68

192 DWU, 240(6) DWU-IA

69

211(1) DWU

70

240(1a) DWU-DA

71

158(3) en 267 DWU, 332 DWU-IA

72

258 en 259(1) DWU, 241(1) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 44

73

215(1) DWU

74

1(16), 248(1) DWU-DA

75

248(2) DWU-DA

76

5(16) en 215(1) DWU

77

77 DWU

78

203 DWU

79

5(36) en 202(4) DWU

80

1(15), 219 DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 67

81

192 DWU

82

240(1a) DWU-DA

83

211(1) DWU, 263 DWU-IA

84

Bijlage 9 DWU-TDA

85

162, 166, 179 en 182 DWU, Bijlage 12 DWU-TDA

86

150(6) DWU-DA

87

215(4) en 259(3) DWU

88

259(3) DWU

89

264 DWU-IA

90

264(1,4) DWU-IA

91

264(3) DWU-IA

92

259(3) DWU

93

174(1) DWU-DA

94

215(3) DWU

95

259(1) DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 44

96

Gids V 11-FR, bladzijde 44

97

5(35), 22(4) en 218 DWU

Gids V 11-FR, bladzijden 17, 26, 27, 54 en 59

98

77 DWU

99

86(5) DWU

Gids V 11-FR, bladzijden 44 en 45

100

75 DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 45

101

86(5) DWU, 75 DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 45

102

Publicatieblad EG 2001/C 269/01

103

104

211(1) en 260 DWU

105

258 DWU

106

223(1, 2, 2a) DWU

107

223(1) DWU, 169(7) DWU-DA

108

211(1) DWU, 240(1b) DWU-DA

109

178(1) DWU-DA, 268(1) DWU-IA

110

169(1) DWU-DA

111

223(3c) DWU, 169(3) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 28

112

223(3c) DWU, 169(5) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 28

113

223(3c) DWU, 169(7) DWU-DA, Bijlage 71-04 DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijde 28

114

223(3c) DWU, 169(7) DWU-DA, Bijlage 71-04 DWU-DA

115

223(2d) DWU, 1(27,28) DWU-DA

116

242(1) DWU-DA

117

Gids V 11-FR, bladzijden 7, 8 en 46

118

Bijlage 9 DWU-TDA

Gids V 11-FR, bladzijde 28

119

211(3c) DWU, 242(2) DWU-DA

Gids V 11-FR, bladzijden 11, 12, 28 en 29

120

23(4) DWU-TDA

121

261(1,2) DWU

122

261(3) DWU

123

261(4) DWU

124

261(5) DWU

125

262(1) DWU, Bijlage 12 DWU-TDA

126

240(1b) DWU-DA

127

240(1b) DWU-DA

128

261(5) DWU

129

261(1) DWU

130

202(4) DWU

131

262(1) DWU

132

211(3c) en 262(1) DWU

133

262(2,3) DWU

Gids V 11-FR, bladzijde 46

134

Bijlage 9 DWU-TDA

135

Bijlage 9 DWU-TDA

Gids V 11-FR, bladzijde 28

136

158(1) DWU

143

144

145

146

251 en 254 DWU-DA, 345(3) DWU-IA

Gids V 11-FR, bladzijde 14

147

348 DWU-IA

148

349(2d) DWU-IA

149

346 DWU-IA

150

Bijlage IV – Criteria voor onderzoek van economische voorwaarden

Bijlage V - Toerekening van tijdelijke uitvoergoederen aan de wederingevoerde veredelingsproducten

Aard van de in het vrije verkeer gebrachte verede­lingsproducten

Een enkele soort

Verkregen uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen I

Verkregen uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen II

Verschillende soorten

Verkregen uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen

Eerste geval
Hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) III

Eerste geval
Waardesleutel...IV

Verkregen uit verscheidene soorten tijdelijk uitgevoerde goederen

Tweede geval
Hoeveelheidsleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) V

Tweede geval
Waardesleutel...VI

I. Uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerd goederen wordt slechts één soort veredelingsproducten verkregen
Hoeveelheidsleutel (veredelingproducten)
a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:
100 kg A
b) Opbrengst van 100 kg A:
200 kg X
c) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:
180 kg X
d) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen:
180/200 x 100 kg = 90 kg A

II. Uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen wordt slechts één soort veredelingsproducten verkregen
Hoeveelheidsleutel (veredelingsproducten)
a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:
100 kg A en 50 kg B
b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B :
300 kg X
c) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:
180 kg X
d) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen:
180/300 x 100 kg = 60 kg A
180/300 x 50 kg = 30 kg A

III. Uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Hoeveelheidssleutel( tijdelijk uitgevoerde goederen):

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A

b) Opbrengst van 100 kg A:

200 kg X, waarin is terug te vinden 85 kg A
30 kg Y, waarin is terug te vinden 10 kg A
___________
95 kg A

c) Toerekening:

200 kg X = 85/95 x 100 kg = 89,47 kg A
30 kg Y = 10/95 x 100 kg = 10,53 kg A

_________________

100,00 kg A

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:
180 kg X en 20 kg Y
e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen:
180 kg X = 180/200 x 89,47 = 80,52 kg A
20 kg Y = 20/30 x 10,53 = 7,02 kg A

_____________

87,54 kg A

IV. Uit slechts één soort tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Waardesleutel

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A

b) Opbrengst van 100 kg A:

200 kg X à 12 EUR = 2.400 EUR
30 kg Y à 5 EUR = 150 EUR

____________

2.550 EUR

c) Toerekening:

200 kg X = 2.400/2.550 x 100 kg = 94,12 kg A
30 kg Y = 150/2.550 x 100 kg = 5,88 kg A

______________

100,00 kg A

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aan­merking moet worden genomen:

180 kg X = 180/200 x 94,12 = 84,71 kg A
20 kg Y = 20/30 x 5,88 = 3,92 kg A

______________

88,63 kg A

V. Uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Hoeveelheidssleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen)

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A en 50 kg B

b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B:

200 kg X die 85 kg A en 35 kg B bevat
30 kg Y die 10 kg A en 12 kg B bevat

________________________

95 kg A en 47 kg B

c) Berekeningswijze:

200 kg X = 85/95 x 100 kg = 89,47 kg A
= 35/47 x 50 kg = 37,23 kg B
30 kg Y = 10/95 x 100 kg = 10,53 kg A
= 12/47 x 50 kg = 12,76 kg B
____________________________________
100,00 kg A 50,00 kg B

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte verede­lingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aan­merking moet worden genomen:

180 kg X = 180/200 x 89,47 = 80,52 kg A
= 180/200 x 37,23 = 33,51 kg B
20 kg Y = 20/30 x 10,53 = 7,02 kg A
= 20/30 x 12,76 = 8,51 kg B
__________________________________

87,54 kg A 42,02 kg B

VI.Uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Waardesleutel

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A en 50 kg B
b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B:
200 kg X à 12 EUR = 2.400 EUR
30 kg Y à 5 EUR = 150 EUR
______________

2.550 EUR

c) Basis voor toerekening

200 kg X = 2.400/2.550 x 100 kg = 94,12 kg A
= 2.400/2.550 x 50 kg = 47,06 kg B
30 kg Y = 150/2.550 x 100 kg = 5,88 kg A
= 150/2.550 x 50 kg = 2,94 kg B

_______________________________

100 kg A en 50 kg B

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen:

180 kg X = 180/200 x 94,12 = 84,71 kg A
= 180/200 x 47,06 = 42,35 kg B
20 kg Y = 20/30 x 5,88 = 3,92 kg A
= 20/30 x 2,94 = 1,96 kg B

___________________________________

88,63 kg A en 44,31 kg B

------------------

Interne ref.: D.I. 552.001

Bijlage VI – Internationale overeenkomsten met inbegrip van de vrijstelling van artikel 260bis DWU

Internationale overeenkomst en datum van inwerkingtreding

Brede Economische Handelsovereenkomst (CETA – Comprehensive Economic and Trade Agreement) (inwerkingtreding: 21.09.2017)

Artikel van de overeenkomst

ARTIKEL 2.10 – Goederen opnieuw binnengekomen na reparatie of wijziging

Vrijstelling voorzien door de overeenkomst

2. Behoudens het bepaalde in voetnoot 1 past een partij geen douanerechten toe op goederen die, ongeacht de oorsprong ervan, haar grondgebied opnieuw binnenkomen nadat zij tijdelijk, ter reparatie of wijziging, uit haar grondgebied naar het grondgebied van de andere partij waren uitgevoerd, ongeacht of die reparatie of wijziging kon worden verricht op het grondgebied van de partij waaruit de goederen ter reparatie of wijziging waren uitgevoerd.3), 4)

3.Lid 2 is niet van toepassing op goederen die in een douane-entrepot, in vrijhandelszones of met een soortgelijke status zijn ingevoerd, vervolgens worden uitgevoerd ter reparatie en niet opnieuw worden ingevoerd in een douane-entrepot, in vrijhandelszones of met een soortgelijke status.

Voetnoot 1: Canada kan met betrekking tot de volgende goederen van hoofdstuk 89 van het GS die opnieuw het grondgebied van Canada binnenkomen vanuit het grondgebied van de Europese Unie en geregistreerd zijn krachtens de Canada Shipping Act van 2001, ongeacht de oorsprong van die goederen, op de waarde van de reparatie of wijziging ervan het douanerecht voor die goederen toepassen overeenkomstig zijn lijst in bijlage 2-A (Tariefafschaffing): 8901.10.10, 8901.10.90, 8901.30.00, 8901.90.10, 8901.90.91, 8901.90.99, 8904.00.00, 8905.20.19, 8905.20.20, 8905.90.19, 8905.90.90, 8906.90.19, 8906.90.91, 8906.90.99.

Bewegingen inbegrepen in de overeenkomst

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder reparatie of wijziging verstaan elke bewerkingshandeling ten aanzien van goederen die ten doel heeft een gebrekkige werking of materiële schade te herstellen zodat de oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld of ervoor wordt gezorgd dat zij aan de technische eisen voor gebruik ervan voldoen, bij ontbreken waarvan de goederen niet meer op de normale wijze kunnen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn bestemd.

Reparatie of wijziging van goederen omvat het herstel en onderhoud, …

Bewegingen uitgesloten uit de overeenkomst

1.(vervolg) …maar omvat geen bewerkingen of processen waardoor:

  1. de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat;
  2. een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd; of
  3. de functie van een goed ingrijpend wijzigt.

Internationale overeenkomst en datum van inwerkingtreding

Economische partnerschapsovereenkomst (EPO) EU-Japan (inwerkingtreding: 01.02.2019)

Artikel van de overeenkomst

ARTIKEL 2.9 – Na reparatie of wijziging opnieuw binnengekomen goederen

Vrijstelling voorzien in de overeenkomst

1. Een partij past geen douanerechten toe op goederen, ongeacht de oorsprong ervan, die haar douanegebied opnieuw binnenkomen nadat zij ter reparatie of wijziging tijdelijk uit haar douanegebied naar het douanegebied van de andere partij waren uitgevoerd, ongeacht of die reparatie of wijziging in haar douanegebied had kunnen worden verricht, op voorwaarde dat de betrokken goederen binnen de in haar wet- en regelgeving bepaalde termijn haar douanegebied opnieuw binnenkomen.

2. Lid 1 is niet van toepassing op goederen die zich in het douanegebied van een partij onder douanetoezicht bevinden zonder betaling van rechten en belastingen bij invoer, die ter reparatie of wijziging worden uitgevoerd en die niet opnieuw het douanegebied onder douanetoezicht binnenkomen zonder betaling van rechten en belastingen bij invoer

Bewegingen inbegrepen in de overeenkomst

4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „reparatie” of „wijziging” verstaan elke bewerking of elk proces ten

aanzien van goederen die of dat ten doel heeft een gebrekkige werking of materiële schade te herstellen zodat de

oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld of ervoor te zorgen dat de goederen aan de technische eisen voor gebruik

ervan voldoen. Reparatie of wijziging van goederen omvat het herstel en onderhoud, ongeacht de mogelijke waardestijging van de goederen, …

Bewegingen uitgesloten uit de overeenkomst

4. (vervolg) … maar omvat geen bewerkingen of processen waardoor:

  1. de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat;
  2. een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd, of
  3. de functie van een goed wordt gewijzigd.

Internationale overeenkomst en datum van inwerkingtreding

Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (inwerkingtreding: 01/01/2021)

Artikel van de overeenkomst

Artikel 24,25 en 17(h)

Vrijstelling voorzien in de overeenkomst

Artikel 24 - 1. Een Partij past geen douanerecht toe op goederen die, ongeacht de oorsprong ervan, het grondgebied van de Partij opnieuw binnenkomen nadat die goederen tijdelijk uit haar grondgebied naar het grondgebied van de andere Partij zijn uitgevoerd voor reparatie.

2. Lid 1 is niet van toepassing op goederen die zijn geplaatst in een douane-entrepot, een vrijhandelszone of een soortgelijk instituut, en vandaaruit worden uitgevoerd ter reparatie en niet opnieuw worden geplaatst in een douane-entrepot, een vrijhandelszone of een soortgelijk instituut.

3. Een Partij past geen douanerechten toe op goederen, ongeacht de oorsprong ervan, die ter reparatie tijdelijk uit het gebied van de andere Partij worden ingevoerd.

Bewegingen inbegrepen in de overeenkomst

Artikel 17(h) - Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: "reparatie": elke bewerking ten aanzien van een goed die of ten doel heeft een gebrekkige werking of materiële schade te herstellen zodat de oorspronkelijke functie ervan wordt hersteld, of ervoor zorgt dat het goed aan de technische eisen voor gebruik ervan voldoet.

Reparatie van een goed omvat herstel en onderhoud, met een mogelijke waardestijging van het goed als gevolg van het herstellen van de oorspronkelijke functionaliteit van dat goed, maar omvat geen bewerkingen of verwerkingen waardoor:

  1. de wezenlijke kenmerken van een goed teniet worden gedaan, of een nieuw of commercieel verschillend goed ontstaat;
  2. een onafgewerkt goed in een afgewerkt goed wordt getransformeerd; of
  3. de technische prestaties van een goed worden verbeterd of vergroot.

Bewegingen uitgesloten uit de overeenkomst

/


------------------
Interne ref.: D.I. 552.001/OEO-DD 017.753