Circulaire nr. 2/2013 d.d. 19.02.2013
(Circulaire AFZ nr. 4/2013)
Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Verkooprecht – Abattement art. 46bis en 212bis W. Reg. – Wijzigingen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 2de directie
PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Kadaster, Registratie en Domeinen,
Bijlagen: 2
In het Belgisch Staatsblad van 4 december 2012, Ed. 2, werd de ordonnantie van 22 november 2012 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, bekendgemaakt.
Die ordonnantie wijzigt de artikelen 46bis en 212bis W. Reg. Br. Die artikelen bevatten de regels voor de vermindering van de heffingsgrondslag van het verkooprecht in geval van verkrijging van de geheelheid volle eigendom van een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen woning die geheel of gedeeltelijk aangewend wordt of bestemd is voor bewoning, wanneer die verkrijging wordt gedaan door een natuurlijke persoon of meerdere natuurlijke personen gezamenlijk en met de bedoeling er zijn/ hun hoofdverblijfplaats te vestigen.
De ordonnantie is in werking getreden op 1 januari 2013.
In deze circulaire worden de nieuwe bepalingen kort toegelicht. Bijlage 1 bevat de tekst van de ordonnantie. In bijlage 2 gaan de geconsolideerde teksten van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek.
Commentaar
1. Draagwijdte van de wijzigingen
De artikelen 46bis en 212bis W. Reg. B. bevatten de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten van de vermindering van de heffingsgrondslag van het verkooprecht (abattement) bij aankoop van een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen woning. Artikel 46bis regelt de onmiddellijke toekenning van het abattement bij de registratie van de aankoopovereenkomst (primaire vorm van het abattement) en artikel 212bis de toekenning ervan a posteriori onder de vorm van een teruggave (secundaire vorm van het abattement) (1).
----------
(1) Zie circulaire AKRED nr. 4/2003 van 24.02.2003.
De ordonnantie van 22 november 2012 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wijzigt voor beide vormen van het abattement:
de voorwaarde betreffende het behoud van de hoofdverblijfplaats;
de sanctie verbonden aan het niet naleven van deze voorwaarde van behoud van de hoofdverblijfplaats.
1.1. Wijziging van de voorwaarde van behoud van de hoofdverblijfplaats
(art. 46bis, zesde lid, rubriek 2°, punt c) en 212bis, tweede lid, rubriek 2°, punt b) W. Reg. Br. - art. 2, eerste streepje en art. 3, eerste streepje, van de ordonnantie).
Vóór deze ordonnantie moesten de verkrijgers er zich toe verbinden hun hoofdverblijfplaats te behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar te rekenen van de vestiging van hun hoofdverblijfplaats in het onroerend goed voor de aankoop waarvan de vermindering van de heffingsgrondslag werd bekomen.
De voorwaarde van behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar te rekenen van de vestiging de hoofdverblijfplaats in het onroerend goed voor de aankoop waarvan de vermindering werd bekomen, wordt door de ordonnantie vervangen door de voorwaarde de hoofdverblijfplaats te behouden in het verkregen goed zelf gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar te rekenen van de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het onroerend goed voor de aankoop waarvan de vermindering werd bekomen.
1.2. Wijziging van de sanctie verbonden aan het niet naleven van de voorwaarde van het behoud van de hoofdverblijfplaats
(art. 46bis, negende lid en 212bis, vierde lid W. Reg. Br. - art.2, tweede streepje en art. 3, tweede streepje, van de ordonnantie).
Vóór deze ordonnantie bracht het niet naleven – behoudens overmacht – door de verkrijgers van de voorwaarde van behoud van hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar te rekenen van de vestiging van hun hoofdverblijfplaats in het onroerend goed voor de aankoop waarvan zij de vermindering hadden bekomen, mee dat de aanvullende rechten over het bedrag van de vermindering van de heffingsgrondslag ienden te worden betaald, vermeerderd met de wettelijke interest, naar de voet in burgerlijke zaken en te rekenen van de uiterste datum voor de aanbieding ter registratie van het document waarop het evenredig recht werd geheven (2).
----------
(2) Zie circulaire AKRED nr. 4/2003 van 24.02.2003, blz. 15 en 16
De ordonnantie schrapt de vermeerdering van de verschuldigde aanvullende rechten met de wettelijke interest in geval van niet naleving van de nieuwe voorwaarde voor behoud van de vermindering van de heffingsgrondslag (behoud van de hoofdverblijfplaats in het verkregen goed zelf gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar) (3).
----------
(3) In het kader van de overeenkomsten die onder de toepassing van de oude bepalingen blijven vallen (overeenkomsten van vóór 1 januari 2013 aangegaan zonder opschortende voorwaarde of onder een opschortende voorwaarde die werd verwezenlijkt vóór die datum), wordt de niet naleving van de oude voorwaarde (behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) verder bestraft met de gehoudenheid tot betaling van de aanvullende rechten, vermeerderd met de wettelijke interest.
2. Inwerkingtreding:
1 januari 2013.
De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de overeenkomsten:
gesloten vanaf die datum;
gesloten vóór die datum maar onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt vanaf die datum (4). In dat geval zullen de verkrijgers gehouden zijn hun hoofdverblijfplaats te behouden in het aangekochte goed zelf en zullen, ingeval van niet naleving van die voorwaarde, de verschuldigde aanvullende rechten niet vermeerderd worden met de wettelijke interest.
----------
(4) De wetgeving welke van toepassing is op de grondvoorwaarden voor het behoud van een fiscaal voordeel, is die van het tijdstip waarop de vordering van de Schatkist ontstaat, mits er dan sprake is van een verworven juridische toestand. In geval van overeenkomsten onder opschortende voorwaarde is de datum van de vervulling van de opschortende voorwaarde daarvoor bepalend. Vóór de vervulling van de voorwaarde is er geen grond voor de heffing van het (evenredig) registratierecht (zie F. WERDEFROY, "Registratierechten", Kluwer, 2010-2011, Deel I, nr. 44, c).
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 4 december 2012
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
22 NOVEMBER 2012. - Ordonnantie tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt:
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 2 van de ordonnantie van 20 december 2002 en gewijzigd bij artikel 2 van de ordonnantie van 10 februari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in het zesde lid, rubriek 2°, punt c), worden de woorden «het Brussels Hoofdstedelijk Gewest» vervangen door de woorden «het verkregen onroerend goed»;
- in het negende lid worden de woorden «vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht» opgeheven.
Art. 3. In artikel 212bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 5 van de ordonnantie van 20 december 2002 en gewijzigd bij artikel 3 van de ordonnantie van 10 februari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in het tweede lid, rubriek 2°, punt b), worden de woorden «het Brussels Hoofdstedelijk Gewest» vervangen door de woorden «het verkregen onroerend goed»;
- in het vierde lid worden de woorden «vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht» opgeheven.
Art. 4. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2013.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 22 november 2012.
Volgen de handtekeningen van de ministers
Bijlage 2
Geconsolideerde teksten van de gewijzigde artikelen in het W. Reg. Br.
Artikel 46bis
Voor wat betreft de verkopingen, wordt de belastbare grondslag bepaald overeenkomstig de artikelen 45 en 46, verminderd met 60.000 euro in geval van verkrijging door een natuurlijke persoon van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot hoofdverblijfplaats van de verkrijger.
Hetzelfde abattement is van toepassing in geval van verkrijging door meerdere natuurlijke personen van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers.
Voor de toepassing van dit artikel wordt, verstaan onder hoofdverblijfplaats, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de verkrijgers zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.
Het abattement waarin het eerste en het tweede lid voorzien, wordt op 75.000 euro gebracht wanneer de verkrijging een onroerend goed betreft dat ligt binnen een ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de stadsvernieuwing, zoals afgebakend in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan tot uitvoering van de artikelen 16 tot 24 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw.
De vermindering van de belastbare grondslag geldt niet voor de verkrijging van een bouwgrond. Deze uitsluiting geldt niet voor de verkrijging van een appartement in aanbouw of een appartement op tekening.
Aan de vermindering van de belastbare grondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1° de verkrijger mag op de datum van de overeenkomst tot verkrijging niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de verkrijging geschiedt door meer dan één persoon, moet elke verkrijger deze voorwaarde vervullen, en mogen de verkrijgers bovendien gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;
2° in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift moeten de verkrijgers:
a) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;
b) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed:
- indien het een bestaande woning betreft, binnen twee jaar na:
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn;
- indien het een appartement in aanbouw of een appartement op tekening betreft, binnen drie jaar na dezelfde datum.
c) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
Ingeval de verklaring bedoeld in 2°, a), van het zesde lid, onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op het bedrag waarmee de belastbare grondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers de bedoelde verbintenis niet na, dan worden de aanvullende rechten en de boete waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het verkregen onroerend goed. Indien de niet-naleving van de verbintenis het gevolg is van overmacht is de boete evenwel niet verschuldigd.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, c), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft.
Artikel 212bis
Wanneer het voordeel van de vermindering van de belastbare grondslag als bepaald in artikel 46bis niet kon worden bekomen omdat niet voldaan was aan de voorwaarde daartoe gesteld in het zesde lid, 1°, van dat artikel, worden de rechten die geheven werden boven het bedrag dat zou verschuldigd geweest zijn met toepassing van artikel 46bis, teruggegeven, mits alle onroerende goederen die de vermindering van de heffingsgrondslag verhinderden, zijn vervreemd bij overeenkomsten, andere dan ruil, die vaste datum hebben gekregen uiterlijk twee jaar na de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd. Werd bedoeld document evenwel te laat ter registratie aangeboden, dan wordt die termijn gerekend vanaf de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan.
Aan de teruggave zijn de volgen de voorwaarden verbonden:
1° het gemotiveerd verzoek bevat:
a) een afschrift van het registratierelaas dat werd aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd;
b) de kadastrale beschrijving van alle onroerende goederen die de toepassing van artikel 46bis hebben verhinderd, evenals de data waarop de vervreemdingen van die goederen vaste datum hebben gekregen;
2° in het gemotiveerd verzoek moeten de betrokken verkrijgers:
a) verklaren dat zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd of zullen vestigen op het adres van het verkregen onroerend goed binnen twee jaar te rekenen van hetzij de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op die verkrijging, hetzij, wanneer dat document te laat ter registratie werd aangeboden, de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan;
b) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd.
Ingeval de verklaring van de verkrijgers bedoeld in 2°, a), van het tweede lid onjuist wordt bevonden, zijn zij ondeelbaar gehouden tot terugbetaling van het teruggegeven bedrag en verbeuren zij ondeelbaar een boete gelijk aan dat bedrag. Voldoen sommige verkrijgers wel en andere niet aan de bedoelde voorwaarden, dan wordt het terug te geven bedrag en de boete, waartoe de verkrijgers die niet aan de voorwaarden voldoen ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd. De boete is evenwel niet verschuldigd wanneer door overmacht aan de voorwaarden niet voldaan kon worden.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het tweede lid, bedoelde verbintenis naleeft.
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 482 / Kad., reg. en domeinen: L. 230/MP
