Circulaire nr. Ci.RH.421/438.156 dd. 06.02.1992

CIRC 06.02.92/2

Circulaire nr. Ci.RH.421/438.156 dd. 06.02.1992


Bull. nr. 715, pag. 1125

ROERENDE VOORHEFFING
Vrijstelling
Vrijstellingen en verminderingen volgens de hoedanigheid van de
verkrijgers

WET
Wet betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor
moedermaatschappijen en dochterondernemingen


Beknopt overzicht van de voornaamste wijzigingen ten gevolge van:

  • de W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen;
  • het KB 14.10.1991 tot wijziging van het KB/WIB op het stuk van de R.V.


I. INLEIDING

1. Deze circ. geeft een bondig overzicht van de voornaamste wijzigingen die het gevolg zijn van :

  • de W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V. 2143 - B. 712);
  • het KB 14.10.1991 tot wijziging van het KB/WIB op het stuk van de R.V. (V. 2137 - B. 711).


Deze wijzigingen zullen later uitvoeriger worden gecommentarieerd.

II. DEFINITIEF BELASTE INKOMSTEN EN VRIJGESTELDE ROERENDE INKOMSTEN

2. Het stelsel van de D.B.I.-aftrek is reeds ingrijpend gewijzigd door de W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V. 2019 - B. 691). Omtrent die wijzigingen kan worden verwezen naar de circ. van 24.08.1990, Ci.D.19/416.334, 1e aflevering, nrs. II/020 tot 022 (B. 698).

3. De art. 1, A tot C, en 2, W. 23.10.1991 hebben, meestal met ingang van het aj. 1992, opnieuw belangrijke wijzigingen aangebracht in het stelsel van de D.B.I. en de V.R.I.

De voornaamste wijzigingen kunnen als volgt worden samengevat :

  • om aftrekbaar te zijn als D.B.I. is niet langer vereist dat de inkomsten op een vaste deelneming betrekking hebben;
  • de interesten van voorschotten toegestaan aan een personenvennootschap zijn nog slechts als D.B.I. aan te merken indien de vennoot de voorschotten heeft toegestaan aan een personenvennootschap (andere dan erkende C.V.) die in België aan de inkomstenbelasting onderworpen is;
  • voortaan zijn evenmin als D.B.I. aftrekbaar, de inkomsten die zijn verkregen van een in het buitenland gevestigde vennootschap in zover deze inkomsten uitkeert die zelf niet aan de voorwaarde van aftrek voldoen;
  • wanneer de toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten een waardevermindering tot gevolg heeft van de aandelen of delen waarop die inkomsten betrekking hebben, moet het bedrag van de D.B.I. niet meer met die waardevermindering worden verminderd (deze wijziging is van toepassing op waardeverminderingen die vanaf 24.07.1991 zijn ontstaan tijdens een belastbaar tijdperk dat aan het aj. 1992 of aan een later aj. is verbonden);
  • voortaan zijn de D.B.I. en de V.R.I. steeds aftrekbaar ten belope van 95 % (de vrijgestelde roerende inkomsten uit effecten van bepaalde herfinancieringsleningen blijven zoals voorheen aftrekbaar ten belope van 100 %).


III. MEERWAARDEN, WAARDEVERMINDERINGEN EN MINDERWAARDEN OP AANDELEN

A. Meerwaarden op aandelen of delen

4. Art. 36, WIB, dat voorzag in de vrijstelling van meerwaarden op bepaalde aandelen, is met ingang van het aj. 1992 opgeheven (art. 3, A, W. 23.10.1991).

5. Evenwel zijn, ingevolge de inlassing van art. 105bis, WIB, meerwaarden die zijn verwezenlijkt op aandelen of delen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om als DBI te worden afgetrokken met ingang van het aj. 1992 volledig van Ven.B vrijgesteld (art. 3, D, W. 23.10.1991).

De voorwaarde dat de eventuele inkomsten van de aandelen of delen in aanmerking moeten komen om als D.B.I. te worden afgetrokken is niet vereist voor meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt vóór 24.07.1991 tijdens een belastbaar tijdperk dat aan het aj. 1992 of een later aj. is verbonden (art. 10, § 2, W. 23.10.1991).

De vrijstelling is slechts van toepassing in zover de meerwaarden meer bedragen dan het totaal van de vroeger op de verwezenlijkte aandelen of delen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig art. 21, laatste lid, WIB zijn belast.

De voormelde vrijstelling is onvoorwaardelijk omdat enerzijds geen herbelegging vereist is, en anderzijds, niet meer aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde van art. 105, WIB moet worden voldaan.

B. Waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen of delen

6. Luidens art. 109, 3°, WIB, ingelast door art. 3, E, W. 23.10.1991, zijn niet meer van het in de Ven.B belastbare inkomen aftrekbaar, de waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen of delen, behalve de minderwaarden die zijn geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de emitterende vennootschap, en aftrekbaar zijn ten belope van het werkelijk gestorte maatschappelijke kapitaal dat door de aandelen of delen van die vennootschap wordt vertegenwoordigd.

Voormeld art. 109, 3°, WIB is van toepassing op :

  • waardeverminderingen die zijn uitgedrukt tijdens een belastbaar tijdperk verbonden aan een aj. dat betrekking heeft op een boekjaar dat ten vroegste op 24.07.1991 is afgesloten;
  • vanaf 24.07.1991 verwezenlijkte minderwaarden.


7. Voor vennootschappen die niet per kalenderjaar boekhouden en waarvan de afsluitingsdatum na 23.07.1991 maar vóór 31.12.1991 valt, kan die maatregel reeds van toepassing zijn voor het aj. 1991.

IV. AFZONDERLIJKE AANSLAG VEN.B.

8. Art. 130, WIB betreffende de afzonderlijke aanslag op bepaalde meerwaarden (19,5 % voor het aj. 1992) is opgeheven met betrekking tot meerwaarden die belastbaar worden vanaf 01.09.1991 (art. 3, G, W. 23.10.1991).

9. Evenwel voorziet art. 10 § 1, W. 23.10.1991 in een overgangsbepaling. Deze houdt in dat de bepalingen van art. 130, 1e lid, zoals deze bestonden vooraleer ze door art. 288, 1°, W. 22.12.1989 werden gewijzigd (d.w.z. tegen het tarief van 21,5 %) van toepassing blijven op verwezenlijkte meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld met toepassing van art. 36, WIB en vanaf 01.09.1991 belastbaar zouden worden (omdat niet voldaan is aan de herbeleggingsvoorwaarde of omdat de onaantastbaarheidsvoorwaarde van art. 105, WIB niet langer wordt nageleefd).

10. Bij vennootschappen die niet per kalenderjaar boekhouden kunnen voormelde wijzigingen reeds voor het aj. 1991 van toepassing zijn.

V. VERKRIJGING VAN EIGEN AANDELEN EN GEHELE OF GEDEELTELIJKE VERDELING VAN
HET VERMOGEN

11. Wanneer een vennootschap eigen aandelen verkrijgt of haar vermogen geheel of gedeeltelijk verdeelt, wordt het verschil tussen de verkrijgingsprijs of het verdeelde vermogen en het daarmee verband houdende werkelijk gestorte kapitaal in principe als een uitgekeerde winst aangemerkt wat verrichtingen betreft die vanaf 01.01.1990 plaatsvinden (art. 103 en 118, WIB).

Art. 3, I, W. 23.10.1991 heeft in art. 169, 1e lid, WIB een nieuw 2° opgenomen dat bepaalt dat op de voormelde uitgekeerde winst geen R.V. verschuldigd is (en zulks eveneens voor verrichtingen die vanaf 01.01.1990 plaatsvinden - z. art. 9, § 6, W. 23.10.1991).

Daarmee samengaand, heeft art. 3, J, W. 23.10.1991, art. 171, laatste lid, WIB opgeheven (waarin was bepaald op welke datum de R.V. op de in art. 103, § 1, WIB bedoelde uitgekeerde winst verschuldigd was).

VI. BELASTINGKREDIET EN FORFAITAIR GEDEELTE VAN BUITENLANDSE BELASTING

12. Ingevolge de opheffing door art. 5, D, W. 23.10.1991, van art. 135, WIB, wordt het belastingkrediet met ingang van aj. 1992 afgeschaft.

13. Bovendien wordt vanaf het aj. 1992 evenmin nog een F.B.B. verrekend uit hoofde van buitenlandse inkomsten van aandelen of delen en van belegde kapitalen (zie inz. art. 5, G, W. 23.10.1991).

VII. ERKENDE COORDINATIECENTRA EN ERKENDE ONDERNEMINGEN IN EEN
TEWERKSTELLINGSZONE

A. Erkende coördinatiecentra

14. Art. 7, A, W. 23.10.1991 bepaalt dat de erkenning van de coördinatiecentra, bedoeld in het KB 187 van 30.12.1982, hernieuwbaar is.

15. Art. 7, C, W. 23.10.1991, bekrachtigt het KB 05.08.1991 (V. 2128 - B. 710) dat bepaalde financiële verrichtingen uitsluit van de aan erkende coördinatiecentra toegestane activiteiten.

B. Fictieve roerende voorheffing

16. De F.R.V. op sommige inkomsten, uitgekeerd door ondernemingen in een tewerkstellingszone of door erkende coördinatiecentra, werd in beginsel reeds tot 10/90 teruggebracht door art. 8, W. 22.02.1990 (V. 2033 - B. 693) en art. 17, 1°, W. 28.12.1990 (V. 2073 - B. 702).

17. Art. 7, B, W. 23.10.1991 heeft de F.R.V. op vanaf 24.07.1991 toegekende of uitgekeerde inkomsten op nul gebracht. Die bepaling is evenwel niet van toepassing (z. art. 9, § 7, W. 23.10.1991) :

  • op inkomsten van vorderingen of leningen verschuldigd in uitvoering van vóór 24.07.1991 gesloten overeenkomsten waarvan de datum vaststaat of die het voorwerp zijn van een vóór die datum gedane opname;
  • op aandelen of delen van belegde kapitalen uitgekeerde winst die betrekking heeft op het maatschappelijk kapitaal dat werd aangewend tot passende investeringen in uitvoering van vóór 24.07.1991 gesloten overeenkomsten waarvan de datum vaststaat of die het voorwerp zijn van een vóór die datum gedane opname.


VIII. VERZAKING VAN DE INNING VAN ROERENDE VOORHEFFING OP UITGEKEERDE
INKOMSTEN

18. Het KB 14.10.1991 voorziet onder andere dat van de inning van R.V. volledig wordt afgezien met betrekking tot inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen, ingeval :



ofwel de schuldenaar een Belgische dochteronderneming is en de verkrijger een moedermaatschappij is van een andere Lidstaat van de E.E.G.;
ofwel zowel de schuldenaar als de verkrijger aan de Belgische Ven.B onderworpen zijn.

Deze vrijstelling is evenwel niet van toepassing indien de verkrijger van
de inkomsten bij de toekenning van de inkomsten niet gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar een deelneming heeft aangehouden van ten minste 25 % in het kapitaal van de vennootschap die de inkomsten uitkeert.

19. Onder dochteronderneming en moedermaatschappij verstaat men de vennootschappen die worden omschreven in de richtlijn van de raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.0990 (90/435/EEG) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lid-staten.

De lijst van de door de richtlijn beoogde vennootschappen gaat als bijlage.

20. De voormelde vrijstelling van R.V. wordt slechts toegestaan indien aan de schuldenaar van de inkomsten het in art. 2, KB 14.10.1991 bedoelde attest wordt overhandigd.

21. De vrijstelling is van toepassing op met ingang van 15.10.1991 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.

Bijlage aan de


RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 23 juli 1990


betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor
moedermaatschappijen en dochterondernemingen
uit verschillende Lid-Staten.

(90/435/EEG)


Lijst van de in artikel 2, onder a), bedoelde vennootschappen



a)De vennootschappen naar Belgisch recht, geheten naamloze vennootschap >>/ société anonyme >>, commanditaire vennootschap op aandelen >>/ société en commandite par actions >>, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid >>/ société privée à responsabilité limitée >>, alsmede de publiekrechtelijke lichamen die privaatrechtelijk werkzaam zijn.
b)De vennootschappen naar Deens recht, geheten aktieselskab >>, anpartsselskab >>.
c)De vennootschappen naar Duits recht, geheten Aktiengesellschaft >>, Kommanditgesellschaft auf Aktien >>, Gesellschaft mit beschränkter Haftung >>, bergrechtliche Gewerkschaft >>.
d)De vennootschappen naar Grieks recht, geheten anonymi ètairia >>.
e)De vennootschappen naar Spaans recht, geheten sociedad anonima >>, sociedad comanditaria por acciones >>, sociedad de responsabilidad limitada>>, alsmede de publiekrechtelijke lichamen die privaatrechtelijk werkzaam zijn.
f)De vennootschappen naar Frans recht, geheten société anonyme >>, société en commandite par actions >>, société à responsabilité limitée >>, alsook openbare instellingen en ondernemingen met een industrieel of commercieel karakter.
g)De vennootschappen naar Iers recht, geheten public companies limited by shares or by guarantee >>, private companies limited by shares or by guarantee >>, lichamen die zijn geregistreerd krachtens de Industrial and Provident Societies Acts >> of builing societies >> die zijn geregistreerd krachtens de Building Societies Acts >>.
h)De vennootschappen naar Italiaans recht, geheten società per azioni >>, società in accomandita per azioni >>, società a responsabilità limitata >>, alsook overheids- en particuliere lichamen met industriële en commerciële werkzaamheden.
i)De vennootschappen naar Luxemburgs recht, geheten société anonyme >>, société en commandite par actions >>, société à responsabilité limitée >>.
j)De vennootschappen naar Nederlands recht, geheten naamloze vennootschap >>, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid >>.
k)Handelsvennootschappen of burgerlijke vennootschappen met handelsvorm, alsmede andere naar Portugees recht opgerichte rechtspersonen die commerciële of industriële activiteiten uitoefenen.
l)De vennootschappen naar Brits recht.