China - Circulaire Ci.R.9 China/372.993 d.d. 26.04.1988

Bulletin nr. 673/6.88 p. 1007-1017

Dubbelbelastingverdragen.

China (Volksrepubliek).

26.04.1988. - Circ. nr. Ci. R9 China/372.993. - Onderrichtingen voor de toepassing van de Overeenkomst van 18 april 1985 tussen België en China tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, en van het Protocol.

I. Belangrijke data

Ondertekening van de Overeenkomst : 18 april 1985.

Goedkeuring.: W. 17 juli 1987.

Publicatie : B.S. 11 november 1987 (V. 1919. - B. 668).

Kennisgevingen van de uitvoering van de grondwettelijke procedures : 4 mei 1985 en 12 augustus 1987.

Inwerkingtreding : 11 september 1987

Toepassing in België :

- op bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari 1988;

- op andere dan bij de bron verschuldigde belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die aanvangen op of na 1 januari 1988 (in de regel aanslagjaren 1989, en volgende).

II. Algemene kenmerken

De Overeenkomst beoogt voornamelijk het vermijden van dubbele belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen.

De Overeenkomst stelt bovendien, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone beperkingen, tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Staten de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de Overeenkomst en aan die van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten betreffende de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Zij voorziet evenwel niet in wederzijdse administratieve bijstand voor de invordering van belastingen.

Aan de Overeenkomst is een Protocol toegevoegd dat de betekenis van verschillende bepalingen preciseert.

Aangezien de nieuwe Overeenkomst voor het overige een grote gelijkenis met de voorheen door België gesloten overeenkomsten vertoont, worden hierna alleen de voornaamste of specifieke bepalingen ervan besproken.

III. Definitie van inwoner

Indien een natuurlijke persoon ingevolge de nationale belastingwetgevingen als een inwoner van elk van beide overeenkomstsluitende Staten wordt beschouwd, bepalen de bevoegde autoriteiten van die Staten in onderlinge overeenstemming de Staat waarvan die persoon inwoner is voor de toepassing van de Overeenkomst (art. 4, § 2). Een in het Protocol opgenomen bepaling (Prot. 2) preciseert dat, om die overeenstemming te bereiken, de autoriteiten zich laten leiden door de criteria die in de Modelovereenkomst van de Verenigde Naties zijn vastgelegd, met name achtereenvolgens het duurzaam tehuis, het middelpunt van de levensbelangen, het gewone verblijf en de nationaliteit.

IV. Het voorkomen van dubbele belasting

A. Ondernemingswinst

1° Toewijzing van het recht van belastingheffing

Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat - niet zijnde een lucht- of zeevaartonderneming waarop art. 8 van toepassing is (cf. nr. 5° hierna) of een landbouw- of bosbouwbedrijf waarop art. 6 van toepassing is - is in de andere overeenkomstsluitende Staat slechts belastbaar in zoverre als zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kan worden toegerekend (art. 7, § 1).

2 ° Definitie van de vaste inrichting

Een vaste inrichting in de zin van de Overeenkomst vormen met name:

- de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of montagewerkzaamheden of werkzaamheden van toezicht daarop, indien de duur van dat werk of van die werkzaamheden zes maanden overschrijdt (art. 5, § 3, a);

- het verstrekken van diensten, daaronder begrepen adviezen, door een onderneming door middel van werknemers, indien de totale duur van die werkzaamheden (voor hetzelfde project of voor een verbonden project) zes maanden in enig tijdvak van twaalf maanden overschrijdt (art. 5, § 3, b);

- een vertegenwoordiger die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend voor rekening van één onderneming optreedt, wat hem uit de groep van onafhankelijke vertegenwoordigers sluit (art. 5, § 6, laatste zin).

3 ° Kosten die in mindering mogen worden gebracht van de aan de inrichting toe te kennen winst

Al de voor de eigen behoeften van de vaste inrichting gemaakte kosten, ongeacht de plaats waar zij worden gemaakt, zomede een passend aandeel in de kosten van leiding en in de algemene beheerskosten, mogen in mindering van de winsten van de vaste inrichting worden gebracht.

In verband daarmee stelt de Overeenkomst dat bij de vaststelling van de winst van de vaste inrichting buiten beschouwing worden gelaten de bedragen - niet zijnde bedragen die terugbetalingen van werkelijke kosten vertegenwoordigen - die door de vaste inrichting worden betaald ter vergoeding van diensten - in ruime zin - welke haar door de hoofdzetel of door andere zetels van de onderneming worden bewezen. ln omgekeerde zin worden ook buiten beschouwing gelaten de bedragen die door de vaste inrichting worden ontvangen van die hoofdzetel of van die andere zetels ter vergoeding van diensten die hen door de vaste inrichting worden bewezen.

Op die regel is er evenwel een uitzondering voor bankondernemingen : debetrente of creditrente op gelden die de hoofdzetel aan de vaste inrichting in lening geeft of omgekeerd zijn voor de vaste inrichting aftrekbare lasten of bestanddelen van de winst, naar het geval (art. 7, § 3).

4° Berekening van de B.N. V-Ven.

Ingevolge punt 6 van het Protocol mag België :

- de winst van een Belgische vaste inrichting van een vennootschap of van een vereniging die inwoner is van China aan de B.N. V.-Ven. onderwerpen, met dien verstande dat het tarief van de B. N. V. - V en. alleen voor Belgische vaste inrichtingen van Chinese vennootschappen tot het tarief van de Ven. B. moet worden beperkt;

- de bepalingen van art. 192 W.I.B. toepassen betreffende de niet verrekening met de B.N.V.-Ven. van de R.V. op dividenden die door de Belgische vaste inrichting van een vennootschap of vereniging die inwoner is van China worden verkregen.

5 ° Zeevaart en luchtvaart

Winst verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de algemene leiding van de onderneming is gelegen (art. 8).

Deze regeling is ook van toepassing op winst verkregen uit de deelneming in een pool, een gemeenschappelijk bedrijf of een internationaal bedrijfslichaam.

In dit verband worde opgemerkt dat aan het criterium van de plaats van de algemene leiding van de onderneming de voorkeur is gegeven boven het gebruikelijke criterium van de plaats van de werkelijke leiding; maar beide begrippen zijn vrijwel congruent. Een in het Protocol ingevoegde bepaling behoudt anderdeels de parallelle werking van de bepalingen van belastingvrijstelling van de Scheepvaartovereenkomst en van de Overeenkomst betreffende de burgerluchtvaart die beide op 20 april 1975 tussen België en China werden gesloten.

B. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat

1° Algemeen

De artikelen 10, 11 en 12 bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen :

a) dividenden : de Belgische R. V. of de Chinese belasting, naar het geval, mag niet hoger zijn dan 10 pct. van het brutobedrag van de dividenden;

b) interest :

- algemene regel: de Belgische R.V. of de Chinese belasting, naar het geval, mag niet hoger zijn dan 10 pct. van het brutobedrag van de interest;

- bijzondere regeling : de bronstaat stelt interest vrij van belasting indien de uiteindelijk gerechtigde de andere overeenkomstsluitende Staat is of een bank- of kredietinstelling waarvan het kapitaal volledig in het bezit is van die andere Staat (art. 11, § 3) (1).

--------------

(1) Theoretisch kunnen op die vrijstelling van belasting in de bronstaat eveneens aanspraak maken bank- en kredietinstellingen die in de toekomst door de overeenkomstsluitende Staten in onderlinge overeenstemming zouden worden erkend.

c) royalty's :

- algemene regel : de Belgische belasting of de Chinese belasting, naar het geval, mag in de bronstaat niet hoger zijn dan 10 pct. van het brutobedrag van de royalty's;

- bijzondere regeling : op royalty's die voor het gebruik of voor het recht van gebruik van een nijverheids- of handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting worden betaald, wordt de belasting in de bronstaat op 60 pct. van hun brutobedrag berekend (Protocol 5).

2° Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van China

De vermindering of de vrijstelling van Belgische belasting wordt verleend op aanvraag bij middel van een formulier 276 Div.-Aut., 276 Int.-Aut. of 276 R., naar het geval; er wordt in dit verband verwezen naar de circ. Ci.R9 Div./325.546 van 5 augustus 1982.

3 ° Roerende inkomsten uit bronnen in China verkregen door inwoners van België

Volgens de huidige Chinese wetgeving is het brutobedrag van dividenden, interest en royalty's die niet-inwoners uit bronnen in China verkrijgen, onderworpen aan een bronbelasting die tegen het tarief van 20 pct. wordt geheven.

Daaruit volgt dat de Overeenkomst, zowel voor dividenden als voor interest en royalty's die inwoners van België uit bronnen in China verkrijgen, tot een werkelijke vermindering van de Chinese belasting leidt.

De beperking ingevolge de Overeenkomst wordt in principe onmiddellijk bij de bron toegepast d.i. bij de betaling van de inkomsten. Te dien einde moet de uiteindelijk gerechtigde tot de inkomsten, die inwoner is van België en aan de in de Overeenkomst gestelde voorwaarden voldoet, te gepasten tijde een Chinees aanvraagformulier voor de toepassing van de Overeenkomst (1), in tweevoud, aan de Chinese schuldenaar doen toekomen. Die aanvraag moet worden gestaafd door een woonplaatsattest dat wordt uitgereikt op een formulier 276 Conv. door de belastingdienst waarvan de verkrijger van de inkomsten afhangt.

Indien de beperking ingevolge de Overeenkomst niet bij de bron kon worden toegepast, blijft teruggaaf van de teveel geheven Chinese belasting mogelijk. Te dien einde moet de Belgische verkrijger zo spoedig mogelijk een aanvraag om teruggaaf, gestaafd door dezelfde documenten, sturen naar de Chinese administratie : "General Taxation Bureau - Finance Ministry of People's Republic of China - Beijng - China".

-----------------------

(1) Het formulier waarvan sprake (cf. officieuze vertaling in bijlage) wordt in België kosteloos afgeleverd door het Centraal Taxatiekantoor van Brussel-Buitenland, Sint-Lazaruslaan 10, bus 1, 121O Brussel - Tel. 02-211.15.21.

C. Vermogenswinst (art. 13)

De regeling voor vermogenswinst vertoont de twee volgende bijzonderheden :

- meerwaarden verkregen uit de vervreemding van aandelen van een vennootschap waarvan het vermogen, onmiddellijk of middellijk, hoofdzakelijk bestaat uit in een overeenkomstsluitende Staat gelegen onroerende goederen, mogen in die Staat worden belast (art. 13, § 4);

- meerwaarden verkregen uit de vervreemding van aandelen die een deelneming van ten minste 25 pct. vertegenwoordigen in een vennootschap, niet zijnde een onroerendgoedmaatschappij zoals hierboven bedoeld, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, mogen in die Staat worden belast (art. 13, § 5).

Dienaangaande valt op te merken dat dergelijke meerwaarden die inwoners van China bij de vervreemding van aandelen van Belgische vennootschappen verwezenlijken, volgens de Belgische interne wetgeving geen belastbare inkomsten zijn zodat België geen gebruik kan maken van het recht van belastingheffing dat de Overeenkomst in voorkomend geval aan ons land toekent.

D. Inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden (art. 14)

Inkomsten uit vrije beroepen of andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn in principe slechts in de Staat van de woonplaats van de verkrijger belastbaar. Deze inkomsten mogen evenwel in de andere overeenkomstsluitende Staat worden belast wanneer aan één van de volgende voorwaarden is voldaan :

1 ° de inkomsten zijn verkregen door tussenkomst van een in die andere Staat gelegen vaste basis;

2° de verkrijger verblijft in die andere Staat gedurende ten minste 183 dagen in de loop van het desbetreffende kalenderjaar.

In die twee gevallen is alleen het gedeelte van de inkomsten dat aan de in de bronstaat gelegen vaste basis of aan de aldaar uitgeoefende werkzaamheid is toe te rekenen, in die Staat belastbaar.

E. Artiesten en sportbeoefenaars (art. 17)

Inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden van beroepsartiesten en sportbeoefenaars (hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige) zijn belastbaar in de Staat waar de artiesten of sportbeoefenaars optreden, zelfs wanneer die inkomsten aan een derde persoon worden toegekend (art. 17, §§ 1 en 2).

Dergelijke inkomsten zijn daarentegen vrijgesteld van belasting in de Staat waar de artiesten of sportbeoefenaars optreden indien de werkzaamheden in het kader van een officieel programma van uitwisseling op het gebied van cultuur tussen de twee Staten worden verricht (art. 17, § 3).

F. Pensioenen (art. 18 en 19)

Extra-legale pensioenen betaald ter zake van een vroegere in de particuliere sector uitgeoefende dienstbetrekking zijn slechts in de Staat van de woonplaats van de verkrijger belastbaar (art. 18, § 1).

Daarentegen zijn alleen inde Staat van de schuldenaar belastbaar, de pensioenen en andere uitkeringen die worden betaald :

- ofwel door een overeenkomstsluitende Staat, een bestuurlijk onderdeel of plaatselijke gemeenschap van die Staat, ter zake van bewezen diensten of om enige andere reden (art. 18, § 2 en 19, § 2),

- ofwel door een rechtspersoon die deel uitmaakt van het stelsel van sociale zekerheid van die Staat (art. 18, § 2).

Wettelijke pensioenen die door Belgische pensioenkassen aan inwoners van China worden betaald, zijn dus onder de voorwaarden van het interne recht aan de B. V. onderworpen.

G. Leraren (art. 20)

Beloningen van leraren, voordrachtgevers en vorsers die inwoner zijn van België en in China verblijven uitsluitend met de bedoeling om aldaar onderwijs te geven, voordrachten te houden of onderzoek te verrichten gedurende een tijdvak van ten hoogste drie jaar aan een universiteit of aan een andere door die Staat erkende inrichting voor onderwijs of onderzoek, zijn slechts in België belastbaar.

Omgekeerd moet België vrijstelling verlenen voor beloningen van leraren, voordrachtgevers en vorsers die inwoner zijn van China en in gelijke omstandigheden in België verblijven.

H. Studenten (art. 21)

Studenten of voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde personen zijn vrijgesteld van belasting in de Staat waar zij tijdelijk verblijven ter zake van de bedragen die zij ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding verkrijgen, en dit ongeacht de herkomst van die bedragen.

I. Vermijding van dubbele belasting in België (art. 23)

Dubbele belasting van inkomsten die inwoners van België uit bronnen in China verkrijgen en die ingevolge de overeenkomst aldaar mogen worden belast, wordt op de volgende wijze vermeden :

1. Algemene regel : vrijstelling met progressievoorbehoud

Inkomsten die zonder beperking in China mogen worden belast zijn in België vrijgesteld van belasting, maar voor zover die inkomsten volgens het Belgische recht tegen een progressief tarief belastbaar zijn, worden zij in aanmerking genomen voor het bepalen van het tarief dat op de andere belastbare inkomsten van de verkrijgers van toepassing is (art. 23, § 1, a);

De overeenkomst bevat, in afwijking van de hierbovenvermelde algemene regel, de gebruikelijke bepaling ter voorkoming van dubbele compensatie van verliezen die een Belgische onderneming in een vaste inrichting in China mocht hebben geleden (art. 23, § 1, d).

2. Verrekening van het F.B.B.

Dividenden (onder voorbehoud van 3 hierna), interest (niet zijnde interest die in China van belasting is vrijgesteld ingevolge de Overeenkomst) en royalty's mogen in België worden belast, maar die bestanddelen van het samengetelde inkomen geven aanleiding tot verrekening van het F.B.B. van 15 pct., met de verschuldigde belasting ongeacht of de Chinese belasting al dan niet werkelijk werd betaald. De verrekening bedraagt 20 pct. met betrekking tot royalty's die ingevolge de Chinese wetgeving en de Overeenkomst normaliter in China belastbaar zijn, maar die ingevolge bijzondere maatregelen voor de economische ontwikkeling van dat land aldaar van belasting zijn vrijgesteld (art. 23, § l, b).

3. Deelnemingsvrijstelling

Dividenden die Belgische vennootschappen verkrijgen uit vaste deelnemingen in het kapitaal van vennootschappen die inwoner zijn van China, zijn ten belope van hun nettobedrag van de Ven.B vrijgesteld (art. 23, § 1, c).