Circulaire nr. Ci.RH.243/603.387 (AAFisc Nr. 15/2011) dd. 21.03.2011
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Directie I/3
Circulaire nr. Ci.RH.243/603.387 (AAFisc Nr. 15/2011) dd 21.03.2011
Personenbelasting
Beroepskosten
Afschrijving
Afschrijvingsannuïteit
Investeringsaftrek
Verhoogde investeringsaftrek
Elektrisch voertuig
Oplaadstation voor elektrische voertuigen
Commentaar op de artikelen 116 en 118 van de Programmawet van 23 december 2009. - Oplaadstations voor elektrische voertuigen. - Versneld afschrijvingsregime en verhoogde investeringsaftrek.
Aan alle ambtenaren van de sector Directe belastingen (taxatie).
I. INLEIDING
1. Deze circulaire verstrekt commentaar op de bepalingen van de artikelen 116 en
118 van de Programmawet van 23 december 2009 (BS 30.12.2009, 1ste editie), hierna W 23.12.2009 genoemd.
Het betreft hier twee tijdelijke maatregelen die betrekking hebben op oplaadsta tions voor elektrische voertuigen, nl.
- enerzijds, de mogelijkheid tot een afschrijving over twee jaar (cf. art. 63/1, WIB 92 ingevoegd door art. 116, W 23.12.2009), en
- anderzijds, de eventuele toekenning van een verhoogde investeringsaftrek (cf. invoeging van litt. e in art. 69, § 1, 2°, WIB 92 door art. 118, W 23.12.2009).
Deze maatregelen zijn slechts van toepassing voor de investeringen die gedaan zijn in de jaren 2010 tot 2012 (cf. art. 126, voorlaatste lid, W. 23.12.2009, vervangen door art. 4, W. 19.5.2010 houdende fiscale en diverse bepalingen - BS 28.5.2010, 2de editie).
II. WETTEKSTEN
Programmawet van 23 december 2009
Artikel 116
2. In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, A, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 63/1 ingevoegd dat luidt als volgt:
"Art. 63/1. De oplaadstations voor elektrische voertuigen mogen, wat de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012 betreft, worden afgeschreven met twee vaste annuïteiten.".
Artikel 118
3. Artikel 69, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 april 2003 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 7 december 2006, 24 april 2007 en 6 mei 2009, wordt aangevuld als volgt:
"e) wat de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012 betreft, de oplaadstations voor elektrische voertuigen;".
Artikel 126, achtste lid
(zoals het werd vervangen door art. 4, W. 19.5.2010 houdende fiscale en diverse bepalingen)
4. "De artikelen 116 en 118 zijn van toepassing op de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012."
III. GECOORDINEERDE TEKST
Artikel 63/1, WIB 92
5. De oplaadstations voor elektrische voertuigen mogen, wat de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012 betreft, worden afgeschreven met twee vaste annuïteiten.
Artikel 69, § 1, WIB 92
6. § 1. De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en wordt als volgt bepaald:
1° als basispercentage van de aftrek geldt de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten op zichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 pct. bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3,5 pct. noch meer dan 10,5 pct. bedragen;
2° het basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten met betrekking tot:
a) de octrooien;
b) de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken;
c) de vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie;
d) een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem die wordt geïnstalleerd in de rookkamer van een horecainrichting;
e) wat de investeringen gedaan in de jaren 2010 tot 2012 betreft, de oplaadstations voor elektrische voertuigen;
3° het basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten met betrekking tot de materiële vaste activa die dienen voor de beveiliging van de beroepslokalen en hun inhoud en van de in artikel 44bis, § 1, derde lid, bedoelde bedrijfsvoertuigen.
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit het basispercentage verhogen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid genomen besluiten.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, d, wordt verstaan onder horecainrichting : elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar de belangrijkste en permanente activiteit bestaat uit het voorbereiden en/of aanbieden van maaltijden en/of dranken voor consumptie, al dan niet ter plaatse, en dit zelfs kosteloos.
IV. OPLAADSTATIONS
7. Onder oplaadstations dienen niet alleen de centrale oplaadstations te worden verstaan, maar ook de individuele oplaadpalen of -punten.
Enkel de vaste activa die rechtstreeks betrekking hebben op het elektrisch laden van voertuigen (technologieën eigen aan het opladen, het kaartlezen, het leveren van elektriciteit, enz.) komen in aanmerking voor de hiernavolgende maatregelen.
Vaste activa of infrastructuren die niet rechtstreeks bijdragen tot het elektrisch opladen (carports, overkappingen van stations, shops, enz.), komen niet in aanmerking voor de hier besproken maatregelen, evenmin als de investeringen die eventueel gedaan worden voor het opwekken van de stroom (zoals zonnepanelen b.v.)., zelfs indien ze geïntegreerd zijn in de infrastructuur waar de oplaadstations deel van uitmaken.
V. AFSCHRIJVINGEN
8. Overeenkomstig art. 61, eerste lid, WIB 92, moeten de afschrijvingen overeenstemmen met een waardevermindering die zich in het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.
Door de invoeging van art. 63/1 in het WIB 92, wordt evenwel aanvaard dat de oplaadstations voor elektrische voertuigen lineair worden afgeschreven over 2 jaar, en dit ongeacht hun werkelijke gebruiksduur.
De aandacht wordt erop gevestigd dat het hier om een keuzemogelijkheid van de belastingplichtige gaat. De belastingplichtige kan er immers nog steeds voor opteren om de oplaadstations over hun normale gebruiksduur af te schrijven, hetzij lineair, hetzij degressief. Dit kan van belang zijn met het oog op het verkrijgen van de verhoogde investeringsaftrek waarvan sprake is hierna.
Uiteraard gelden de hiervoor uiteengezette regels uitsluitend in de mate dat de oplaadstations geheel of gedeeltelijk voor het beroep worden gebruikt. Dienaangaande wordt er nog op gewezen dat, wat de installatie van een aan de buitenkant van een woning geplaatst oplaadpunt voor elektrische voertuigen betreft, de gehele of gedeeltelijke afschrijving ervan inhoudt dat de desbetreffende uitgaven geen recht geven op de in art. 145^28, § 3, WIB 92, bedoelde belastingvermindering.
VI. VERHOOGDE INVESTERINGSAFTREK
A. Algemeen
9. Krachtens art. 69, § 1, eerste lid, 2°, e, WIB 92, wordt het basispercentage van de investeringsaftrek met 10 percentpunten verhoogd met betrekking tot investeringen in oplaadstations voor elektrische voertuigen.
Dit houdt in dat met betrekking tot dergelijke investeringen het percentage voor de aanslagjaren 2011 en 2012 gelijk is aan 13,5 %.
Voor het overige blijven de algemeen geldende onderrichtingen inzake de investeringsaftrek van toepassing (zie o.m. de nrs. 11 tot 13 hierna).
B. Beoogde belastingplichtigen
10. De verhoogde investeringsaftrek met betrekking tot de voormelde oplaadstations geldt zowel voor natuurlijke personen als voor vennootschappen.
11. Natuurlijke personen die (op de eerste dag van het aan een bepaald aanslagjaar verbonden belastbare tijdperk) minder dan 20 werknemers tewerkstellen, kunnen, indien zij dit wensen, de investeringsaftrek met betrekking tot de in dat belastbare tijdperk verkregen of tot stand gebrachte activa, over de afschrijvingsperiode van die activa spreiden; in dat geval wordt in casu de aftrek voor de beoogde oplaadstations die tijdens een aan het aanslagjaar 2011 of 2012 verbonden belastbare tijdperk zijn verkregen of tot stand gebracht, eenvormig bepaald op 10,5% van de afschrijvingen die voor elk belastbaar tijdperk van de afschrijvingsperiode worden aangenomen.
C. Oplaadstations afgeschreven over 2 jaar
12. Zoals uiteengezet in nr. 8 hiervoor, bestaat de mogelijkheid om oplaadstations voor elektrische voertuigen (verkregen of tot stand gebracht tijdens de jaren 2010 tot 2012), ongeacht hun effectieve gebruiksduur, over twee jaar af te schrijven.
Aangezien het bepaalde in art. 75, 4°, WIB 92, dat uitdrukkelijk stelt dat "de investeringsaftrek niet van toepassing is op vaste activa waarvan de afschrijving over minder dan 3 belastbare tijdperken is gespreid", evenwel niet gewijzigd is, betekent dit dat de (verhoogde) investeringsaftrek alleen kan worden toegekend aan belastingplichtigen die hun verkregen of tot stand gebrachte oplaadstations over minimum drie jaar afschrijven.
Belastingplichtigen die aanspraak maken op de versnelde afschrijving over twee jaar, doen dus afstand van hun recht op de (verhoogde) investeringsaftrek.
D. Oplaadstations met gemengd gebruik
13. Aangezien ook de overige bepalingen van art. 75, WIB 92, geen wijzigingen hebben ondergaan, is de verhoogde investeringsaftrek evenmin van toepassing op de vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt (art. 75, 1°, WIB 92).
Oplaadstations die zowel voor beroeps- als voor privé-doeleinden worden gebruikt, geven derhalve geen recht op de (verhoogde) investeringsaftrek, evenmin ui- teraard als die welke uitsluitend voor privé-doeleinden worden gebruikt.
14. Ook hier wordt er nog op gewezen dat, wat de installatie van een aan de buitenkant van een woning geplaatst oplaadpunt voor elektrische voertuigen betreft, de toekenning van de (verhoogde) investeringsaftrek inhoudt dat de desbetreffende uitgaven geen recht geven op de in art. 145^28, § 3, WIB 92, bedoelde belastingvermindering.
VII. INWERKINGTREDING
15. In de huidige stand van de wetgeving zijn de hiervoor uiteengezette maatregelen, nl. de mogelijkheid tot versnelde afschrijving en de toekenning van een verhoogde investeringsaftrek voor oplaadstations voor elektrische voertuigen, van tijdelijke aard. Zij gelden voor de desbetreffende investeringen die zijn gedaan in de jaren 2010, 2011 en 2012.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.,
J. VANHOUTTE
Directeur
