Circulaire nr. Ci.RH.82/630.002 (AAFisc Nr. 42/2013) dd. 25.10.2013
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Personenbelasting
Circulaire nr. Ci.RH.82/630.002 (AAFisc Nr. 42/2013) dd. 25.10.2013
Belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen
Aangifte in de BNI/nat.pers.
Invulling van de aangifte
Wijziging van de aangifte
Aangifteformulier
Circulaire betreffende de wijzigingen aan de aangifte in de BNI/nat.pers. voor aj. 2013.
Aan alle ambtenaren.
1. Het aantal bladzijden van deel 1 van de aangifte in de BNI/nat.pers. (nr. 276.2) is ongewijzigd (12). Het aantal bladzijden van deel 2 werd uitgebreid van 4 naar 6.
2. Naast de indexering van de meeste in de aangifte en de toelichting vermelde bedragen, overeenkomstig art. 178, § 2, § 3, 2°, § 4 of § 6, WIB 92, is de aangifte van aj. 2013 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd. Wijzigingen die zich ook in de aangifte in de personenbelasting van aj. 2013 hebben voorgedaan, maar die geen mogelijke implicaties, specifiek voor de BNI/nat.pers. bevatten worden echter niet besproken. Hiervoor wordt verwezen naar de circulaire nr. Ci.RH.82/625.425 (AAFisc Nr. 23/2013) van 18.6.2013.
Deel 1
a) vak I, 1: schrapping van de vermeldingen m.b.t. de houder van de bankrekening waarop teruggaven kunnen worden overgeschreven doordat dit gegeven voortaan niet meer moet worden ingevuld, maar toevoeging van een vraag en een vakje "ja" dat kan worden aangekruist om in voorkomend geval, te bevestigen dat de houder van de rekening een mandataris is die door de belastingplichtige gerechtigd werd om teruggaven te ontvangen;
b) vak III, A, 3 en vak X, H en I: omwille van het feit dat de belastingplichtigen die in 2012 beroepsinkomsten hebben verkregen die bij overeenkomst zijn vrijgesteld, worden de belastingverminderingen met betrekking tot de volgende elementen uitgesloten van de omzetting in een terugbetaalbaar belastingkrediet:
- de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (cf. art. 134, § 3, derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 15, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen - BS 20.12.2012, van toepassing vanaf aj. 2013);
- de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145/21 tot 145/23, WIB 92;
- de in de belastbare tijdperken 2009 tot 2012 werkelijk betaalde energiebesparende uitgaven bedoeld in artikel 145/24, § 1, eerste lid, 5°, WIB 92, en het overgedragen overschot van de vermindering betreffende die uitgaven, en
- de in de belastbare tijdperken 2010 tot 2012 werkelijk betaalde energiebesparende uitgaven bedoeld in artikel 145/24, § 1, eerste lid, 1°, 4°, 6° en 7°, WIB 92, en het overgedragen overschot van de vermindering betreffende die uitgaven.
Omwille van die uitsluiting wordt de vraag die voor aj. 2012 in de rubrieken D en E van vak X werd gesteld samengebracht binnen een nieuwe rubriek 3, a): "Bent u een belastingplichtige die in 2012 beroepsinkomsten heeft verkregen die bij overeenkomst zijn vrijgesteld?", gevolgd door het vakje "Ja" tegenover de codes 1062 en 2062.
Daarenboven werd een nieuw punt b) ingevoegd met de vraag "Bent u een belastingplichtige met een zware handicap (*)?", gevolgd door het vakje "Ja" tegenover de codes 1028 en 2028 (het betreft een eenvoudige overheveling, zonder inhoudelijke wijzigingen, van rubriek 2 naar rubriek 3 en vervanging van code 1029 door de code 2028);
c) vak III, A, 6: ten gevolge van een wetswijziging met betrekking tot de aftrek van onderhoudsuitkeringen betaald aan niet-rijksinwoners door niet-rijksinwoners die behoren tot de tweede categorie (zie punt e) hieronder), werd dit kader als volgt aangepast:
- men spreekt voor deze tweede categorie niet meer over een "met niet-rijksinwoner met tehuis in België gelijkgestelde niet-rijksinwoner" maar over een "niet-rijksinwoner die in België belastbare beroepsinkomsten heeft behaald of verkregen, die ten minste 75% bedragen van het geheel van zijn behaalde of verkregen binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten (75%-regel)", onder rechtstreekse verwijzing naar art. 244, eerste lid, 2°, WIB 92. Inderdaad, die niet-rijksinwoners kunnen, in voorkomend geval, aanspraak maken op de aftrek van onderhoudsuitkeringen betaald aan niet-rijksinwoners, een aftrek waarop de niet-rijksinwoners die slechts behoren tot de eerste categorie, dit wil zeggen de niet-rijksinwoners met tehuis in België, in principe geen recht hebben. Voortaan is het dus nodig om een duidelijk onderscheid te maken tussen deze twee categorieën van niet-rijksinwoners;
- de niet-rijksinwoners van de eerste categorie (met tehuis in België gedurende het ganse belastbaar tijdperk) die ook voldoen aan de 75%-regel worden voortaan dan ook verzocht om het met de tweede categorie overeenstemmende vakje aan te duiden (om in voorkomend geval aanspraak te kunnen maken op de aftrek van onderhoudsuitkeringen betaald aan niet-rijksinwoners);
d) vak V, J: inlassing van een nieuwe rubriek ("OVERHEIDSPERSONEEL ZONDER ARBEIDS-OVEREENKOMST (*):") als gevolg van de toepassing, vanaf aanslagjaar 2013, van het belastingkrediet, bedoeld in art. 289ter, WIB 92 ("belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten") bij de eerste twee categorieën van niet-rijksinwoners (cf. art 289ter, § 2/1, WIB 92, ingevoegd door art. 21, W 17.6.2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling - BS 28.6.2013);
e) vak VIII, 2: aanpassing van de rubriek ingevolge de mogelijkheid voor de niet-rijksinwoners die behoren tot tweede categorie (75%-regel) om vanaf aanslagjaar 2013, de onderhoudsuitkeringen betaald aan niet-rijksinwoners af te trekken (cf. art. 242, § 1, WIB 92, zoals vervangen door art. 66, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen - BS 20.12.2012, Ed. 4).
Zo zijn vanaf aanslagjaar 2013, zowel de onderhoudsuitkeringen betaald aan rijksinwoners als de onderhoudsuitkeringen betaald aan niet-rijksinwoners aftrekbaar ten name van niet-rijksinwoners die behoren tot de tweede categorie (75%-regel).
Voor de niet-rijksinwoners die slechts behoren tot de eerste categorie (die gedurende het ganse belastbaar tijdperk een tehuis in België hebben behouden en die eveneens niet voldoen aan de 75%-regel), zijn in principe, zoals voor aj. 2012, enkel de onderhoudsuitkeringen betaald aan rijksinwoners aftrekbaar.
De rubriek 2, a, van vak VIII (overeenkomstig art. 242, WIB 92, aftrekbare onderhoudsuitkeringen) werd bijgevolg gesplitst in twee gedachtestreepjes:
- het eerste gedachtestreepje beoogt de onderhoudsuitkeringen betaald aan rijksinwoners door niet-rijksinwoners die tot ten minste één van de twee categorieën van niet-rijksinwoners als bedoeld in vak III, A, 6 (*) behoren en herneemt, zoals dit ook voor aj. 2012 het geval was, de codes 1390, 2390 en 1392, die "technisch" mogelijk zijn voor belastingplichtigen die behoren tot de eerste en/of de tweede categorie (dit wil zeggen wie de code 1072 en/of 1073 van vak III, A, 6 heeft aangekruist);
- het tweede gedachtestreepje beoogt de onderhoudsuitkeringen betaald aan niet-rijksinwoners door niet-rijksinwoners die behoren tot de tweede categorie, met invoeging van drie nieuwe codes: 1363, 2363 en 1369, die "technisch" mogelijk zijn voor niet-rijksinwoners van de tweede categorie (wie ten minste de code 1073 van vak III, A, 6 heeft aangekruist).
De tekst van de twee gedachtestreepjes van de rubriek 2, b, van vak VIII (onderhoudsuitkeringen aftrekbaar op grond van een non-discriminatiebepaling uit een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten tussen België en, naargelang het geval, Frankrijk, Nederland of het Groothertogdom Luxemburg) werd aangepast rekening houdende met de voornoemde wetswijziging en met de tekst van de twee gedachtestreepjes van de rubriek 2, a. Deze rubriek herneemt, zoals dit ook voor aj. 2012 het geval was, de codes 1366, 2366 en 1368.
Deel 2
f) vak XIV, 14: inlassing van een nieuwe rubriek ("Bezoldigingen van bedrijfsleiders tewerkgesteld in dienstverband (*)") als gevolg van de toepassing, vanaf aj. 2013, van het belastingkrediet beoogd in art. 289ter, WIB 92 ("belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten") bij de eerste twee categorieën van niet-rijksinwoners (cf. art. 289ter, § 2/1, WIB 92, ingevoegd door art. 21, W 17.6.2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling - BS 28.6.2013);
g) vak XV, 15: vak XVI, 15 en vak XVIII, 4: invoeging van een nieuwe rubriek (met betrekking tot verkregen inkomsten - of tot toegekende bezoldigingen van meewerkende echtgenoten en wettelijk samenwonende partners - als zelfstandige in bijberoep) als gevolg van de toekenning, vanaf aj. 2013, van het belastingkrediet beoogd in art. 289ter, WIB 92 (belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten) bij de eerste twee categorieën van niet-rijksinwoners (cf. art. 289ter, § 2/1, WIB 92, ingevoegd door art. 21, W 17.6.2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling - BS 28.6.2013);
h) vak XVII, 4: inlassing van een nieuwe rubriek (met betrekking tot het in principe toe te rekenen bedrag van het belastingkrediet beoogd in art. 289bis, WIB 92) als gevolg van de toepassing van dat belastingkrediet vanaf aj. 2013 bij de eerste twee categorieën van niet-rijksinwoners (cf. art. 289bis, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 20, W 17.6.2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling - BS 28.6.2013).
3. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een rode verticale stippellijn gemerkt; ze hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen, evenals op de andere wijzigingen die in de voormelde circulaire van 18.6.2013 besproken worden en die eveneens van toepassing zijn in de BNI/nat.pers.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit:
De Adviseur-generaal - Auditeur-generaal van financiën,
S. QUINTENS
