Circulaire nr. 3 (AFZ/2000-0189 - Dos. 130) d.d. 10.02.2000
Jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, op de kredietinstellingen en op de verzekeringsondernemingen
Euro
Aanpassing aangifteformulieren
1. Ter gelegenheid van de overgang naar de euro werd bepaald dat ondernemingen en particulieren in de overgangsfase (vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001) de keuze hebben om ofwel de Belgische frank, ofwel de euro te gebruiken in hun communicatie met de fiscale besturen. In de definitieve fase (vanaf 1 januari 2002) zal, behoudens enkele (tijdelijke) uitzonderingen, verplicht de euro dienen te worden gebruikt.
De hierna vermelde koninklijke besluiten werden genomen ter bevordering van de soepele overgang naar de euro.
2. Aangifte in euro.
In het Belgisch Staatsblad van 15 mei 1999 werd het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 november 1998 (Belgisch Staatsblad van 1 december 1998) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 8, 23, 24, 41, 42, 44 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, bekendgemaakt (z. bijlage 1).
Artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 november 1998 wijzigde artikel 2, derde lid, van koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, en voorzag de mogelijkheid voor de collectieve beleggingsinstellingen om, wanneer de inventariswaarde in een buitenlandse munt is uitgedrukt, de omrekeningskoers en de omrekeningswaarde van deze inventariswaarde, in euro aan te duiden. Dit besluit trad in werking op 1 januari 1999 (voor de tekst van dit besluit, zie bijlage 1 van Aanschrijving nr. 21/1999).
Bij het redigeren van het hogervermelde artikel 14 werd echter het koninklijk besluit van 10 maart 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten (Belgisch Staatsblad van 28 maart 1997) over het hoofd gezien. Dit laatstgenoemde koninklijk besluit verving in artikel 2, derde lid, a), van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, de data "1 juli" en "eerste juli" door respectievelijk "1 januari" en "eerste januari".
Om deze vergetelheid recht te zetten vervangt artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 april 1999, met ingang van 1 januari 1999, het artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 november 1998 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 8, 23, 24, 41, 42, 44 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten.
3. Aanpassing van de modellen van aangifteformulieren.
Gelet op de mogelijkheid om de jaarlijkse aangiften in EUR op te stellen, werden de modellen van de aangifteformulieren aangepast bij het in bijlage 2 weergegeven koninklijk besluit van 13 december 1999 tot wijziging van de bijlagen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten (Belgisch Staatsblad van 29 december 1999, derde editie).
Bijlage 3 bevat de bijgewerkte tekst van artikel 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten en de bijgewerkte bijlagen.
Namens de Minister:
De Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen, Jean-Marc DELPORTE
Euro
Aanpassing aangifteformulieren
1. Ter gelegenheid van de overgang naar de euro werd bepaald dat ondernemingen en particulieren in de overgangsfase (vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001) de keuze hebben om ofwel de Belgische frank, ofwel de euro te gebruiken in hun communicatie met de fiscale besturen. In de definitieve fase (vanaf 1 januari 2002) zal, behoudens enkele (tijdelijke) uitzonderingen, verplicht de euro dienen te worden gebruikt.
De hierna vermelde koninklijke besluiten werden genomen ter bevordering van de soepele overgang naar de euro.
2. Aangifte in euro.
In het Belgisch Staatsblad van 15 mei 1999 werd het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 november 1998 (Belgisch Staatsblad van 1 december 1998) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 8, 23, 24, 41, 42, 44 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, bekendgemaakt (z. bijlage 1).
Artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 november 1998 wijzigde artikel 2, derde lid, van koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, en voorzag de mogelijkheid voor de collectieve beleggingsinstellingen om, wanneer de inventariswaarde in een buitenlandse munt is uitgedrukt, de omrekeningskoers en de omrekeningswaarde van deze inventariswaarde, in euro aan te duiden. Dit besluit trad in werking op 1 januari 1999 (voor de tekst van dit besluit, zie bijlage 1 van Aanschrijving nr. 21/1999).
Bij het redigeren van het hogervermelde artikel 14 werd echter het koninklijk besluit van 10 maart 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten (Belgisch Staatsblad van 28 maart 1997) over het hoofd gezien. Dit laatstgenoemde koninklijk besluit verving in artikel 2, derde lid, a), van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten, de data "1 juli" en "eerste juli" door respectievelijk "1 januari" en "eerste januari".
Om deze vergetelheid recht te zetten vervangt artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 april 1999, met ingang van 1 januari 1999, het artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 november 1998 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 8, 23, 24, 41, 42, 44 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten.
3. Aanpassing van de modellen van aangifteformulieren.
Gelet op de mogelijkheid om de jaarlijkse aangiften in EUR op te stellen, werden de modellen van de aangifteformulieren aangepast bij het in bijlage 2 weergegeven koninklijk besluit van 13 december 1999 tot wijziging van de bijlagen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten (Belgisch Staatsblad van 29 december 1999, derde editie).
Bijlage 3 bevat de bijgewerkte tekst van artikel 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten en de bijgewerkte bijlagen.
Namens de Minister:
De Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen, Jean-Marc DELPORTE
Bron: FisconetPlus
