Circulaire 2021/C/110 betreffende de invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten

CD 510.122, voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten, wetenschappelijke uitrustingen, samenwerkingsovereenkomst, vrijstelling, definitief, voorwaarden, termijnen, eigendom, niet-commercieel, opvoedkundig, erkend, openbaar.

SPF Finances, 17.12.2021
Algemene Administratie van de Douane Accijnzen

Inhoudsopgave

Circulaire 2021/C/X betreffende de invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten

1. Inleiding

2. Definities

3. Wettelijke basis

4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling

5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

5.1. Voorwaarden met betrekking tot de aanvragers

5.1.1. Eigenlijke voorwaarden, per categorie van voorwerpen

5.1.2. Erkenning van de aanvragende instellingen

5.1.3. Aan te gane verbintenis

5.2. Voorwaarden met betrekking tot de goederen

5.3. Termijn

5.4. Verplichting volledige en relevante informatie te verstrekken aan de douane

5.5. Afwijking van de voorwaarden

5.5.1. Verlenging van de termijn

5.5.2. Invoer van de goederen in meerdere keren

6. Procedure

6.1. Aanvraag

6.2. Bewijsstukken

6.3. Onmiddellijke beslissing tot toekenning of weigering van de vrijstelling bij de invoer

6.4. In de aangifte te vermelden codes

6.5. Voorwaardelijke vrijstelling

6.6. Gebruik van de goederen na invoer

7. Bepalingen inzake btw

7.1. Algemeen

7.2. Visueel en auditief materiaal

7.3. Voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen

7.4. Wetenschappelijke instrumenten en apparaten

7.5. Uitrustingen voor wetenschappelijke samenwerking

8. Accijnzen

9. Samenvattende tabel

10. Slotbepalingen

BIJLAGEN

BIJLAGE 1 – Artikels 42 tot 52 van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

BIJLAGE 2 – Bijlage I van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

BIJLAGE 3 – Bijlage II van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

BIJLAGE 4 – Artikel 36, 21° en 22° van KB nr. 7 inzake btw

BIJLAGE 5 - BIJLAGE van het KB Materiaal bedoeld in artikel 36, 21°, van het KB nr. 7 inzake btw

1. Inleiding

1. Deze circulaire regelt de vrijstelling van rechten bij invoer die van toepassing is op voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, in het bijzonder de wetenschappelijke instrumenten, apparaten en uitrustingen die uitsluitend voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek worden ingevoerd.

Het is ook nuttig om de circulaire 2018/C/105 “Definitieve vrijstellingen – Algemene bepalingen” te raadplegen.

In artikels 42 tot 52 van verordening DV (Definitieve Vrijstellingen) wordt een onderscheid gemaakt tussen 5 categorieën goederen die voor vrijstelling in aanmerking komen:

  1. Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in bijlage I van verordening DV (artikel 42): in bijlage I moeten twee subcategorieën onderscheiden worden:
    1. Boeken, publicaties en documenten in tabel A van bijlage I:
    2. Visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard in tabel B van bijlage I, geproduceerd door de VN of een van haar gespecialiseerde organisaties (bijvoorbeeld UNESCO);
  2. Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in bijlage II van verordening DV (artikel 43): in bijlage II moeten twee subcategorieën onderscheiden worden:
    1. Visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard in tabel A van bijlage II,
    2. Voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard in tabel B van bijlage II;
  3. Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard die niet in de 2 bijlagen zijn vermeld, maar die onder artikel 44 van verordening DV kunnen vallen;
  4. Wetenschappelijke instrumenten en apparaten (artikel 44) andere dan degene vermeld in artikels 42 en 43. Reserveonderdelen en hulpstukken voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten zijn inbegrepen onder voorwaarden (artikel 45).
  5. Wetenschappelijke uitrustingen (instrumenten of apparaten) die voor niet-commerciële doeleinden worden ingevoerd in het kader van internationale wetenschappelijke samenwerkingsovereenkomsten (artikel 51); ze blijven eigendom van instellingen voor wetenschappelijk onderzoek gevestigd buiten de EU en worden in de EU ingevoerd door of voor rekening van deze instellingen. Reserveonderdelen en hulpstukken voor deze uitrustingen zijn inbegrepen.

Deze circulaire geeft geen beschrijving van de praktische modaliteiten voor het opmaken van de douaneaangiften. Hiervoor is het nuttig de circulaire Enig Document (en de website van de AAD https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen) te raadplegen.

We wijzen er eveneens op dat de in deze circulaire toegelichte vrijstelling enkel van toepassing is op het in het vrije verkeer brengen. Bijgevolg wordt de invoer van wetenschappelijke instrumenten en apparaten onder de regeling tijdelijke invoer (met of zonder zekerheidsstelling) hier niet beschreven.

2. Definities

2. "Verordening DV": Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen;

"Administratie Operations (centrale, regionale of lokale component)": de dienst van de AAD die instaat voor het afleveren van vergunningen.

"Wetenschappelijk instrument of apparaat" (artikel 46): een instrument of apparaat dat, vanwege zijn objectieve technische kenmerken en de resultaten welke ermee bereikt kunnen worden, uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt is voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten;

"Instrumenten ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden" (artikel 46): wetenschappelijke apparaten of instrumenten die bestemd zijn om te worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs zonder winstoogmerk;

"Uitrustingen" (artikel 51): de instrumenten, apparaten, machines en hun hulpstukken, met inbegrip van reserveonderdelen en speciaal voor onderhoud, controle, ijken of herstellen ontworpen gereedschap, die voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt;

"Uitrustingen ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden” (artikel 51): uitrustingen die bestemd zijn om gebruikt te worden voor wetenschappelijk onderzoek zonder winstoogmerk.

3. Wettelijke basis

3. De wettelijke basis staat vermeld in de bijlage bij deze circulaire.

Voor wat de rechten bij invoer betreft, gaat het om artikels 42 tot 52 van verordening DV.

Deze artikels moeten in samenhang met bijlagen I en II van dezelfde verordening DV worden gelezen.

De historische oorsprong van deze vrijstellingen is de "Overeenkomst van Firenze inzake de invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard", opgesteld door de UNESCO (Organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur) in 1950 om het vrije verkeer van ideeën, de uitoefening van culturele activiteiten en het wetenschappelijk onderzoek te vergemakkelijken. Met dit doel voorziet deze overeenkomst in de volledige vrijstelling van douanerechten voor deze voorwerpen. Deze overeenkomst werd in 1955 door België bekrachtigd en in 1976 aangevuld en uitgebreid door de UNESCO met een protocol. Zowel de overeenkomst als het protocol werden op 8 mei 1979 door de Raad van Ministers van de EEG goedgekeurd. Om de uniforme toepassing in alle lidstaten te garanderen, werden deze bepalingen vanaf 1983 opgenomen in verordening nr. 918/83 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, thans gecodificeerd onder referentie 1186/2009.

4. Voor wat de btw betreft, zijn de enige vrijstellingen die van artikel 36, 21° en 22° van koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, die een veel beperkter toepassingsgebied hebben dan de vrijstellingen inzake douanerechten.

5. Er bestaan geen vrijstellingen van accijnzen voor deze goederen.

4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling

6. De Administratie Operations is bevoegd om invoervergunningen met vrijstelling af te geven, geval per geval of voor een geheel van verschillende invoeren.

De lokale component van deze laatste (het invoerkantoor) is bevoegd om de vergunning te verlenen voor de invoer met vrijstelling van de volgende voorwerpen:

- voorwerpen vermeld in bijlage I van verordening DV, omdat deze voorwerpen vrijstelling genieten, ongeacht hun bestemming en gebruik;

- voorwerpen vermeld in tabel A van bijlage II van verordening DV, omdat deze voorwerpen vrijstelling genieten indien ze bestemd zijn voor openbare organisaties en instellingen of organisaties en instellingen van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard (ministeries, federale of gewestelijke overheidsdiensten of overheidsdiensten van de gemeenschappen, provinciale of gemeentelijke administraties en scholengemeenschappen, met inbegrip van de aankoopdiensten verantwoordelijk voor hun bevoorrading): deze organisaties moeten niet erkend zijn om te kunnen invoeren met vrijstelling;

- voorwerpen vermeld in tabel B van bijlage II van verordening DV, maar enkel indien deze voorwerpen bestemd zijn voor organisaties en instellingen die reeds door de AAD erkend zijn om dergelijke voorwerpen vrij van rechten te ontvangen;

- wetenschappelijke instrumenten en apparaten vermeld in artikel 44, mits hun eenheidswaarde niet meer bedraagt dan € 5.000.

7. De centrale component is bevoegd om een vergunning te verlenen voor de invoer met vrijstelling van:

- voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in tabel A van bijlage II van verordening DV, als deze voorwerpen bestemd zijn voor nog niet erkende organisaties en instellingen en/of organisaties en instellingen die de AAD nog moet erkennen als aan de voorwaarden om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren is voldaan; deze erkenning vereist de analyse van de statuten en van andere elementen die met het oog op deze vergunning werden verzameld door de bevoegde diensten van de centrale component Operations;

- voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in tabel B van bijlage II van verordening DV, als deze voorwerpen niet bestemd zijn voor de verkoop, ingevoerd worden door musea, kunstgalerijen en andere gelijkaardige instellingen die naar behoren gemachtigd zijn om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren om ze op te nemen in hun verzamelingen. Indien dit niet het geval is, moet de erkenningsaanvraag voor de invoer worden ingediend bij de centrale component van de Administratie Operations;

- wetenschappelijke instrumenten en apparaten vermeld in artikel 44, als hun eenheidswaarde meer bedraagt dan € 5.000 of als de aanvraag van de universiteit of wetenschappelijke instelling betrekking heeft op een continue stroom van instrumenten: voor de aanvaarding van deze aanvraag is eventueel het advies van de FOD Economie vereist, evenals de analyse van de wetenschappelijke aard van het project waarvoor de invoer van het instrument/apparaat noodzakelijk is.

-de wetenschappelijke uitrustingen in het kader van overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking vermeld in artikel 51: voor de aanvaarding van deze aanvraag is eventueel het advies van de FOD Economie vereist, evenals de analyse van de wetenschappelijke aard van het project waarvoor de invoer van het instrument/apparaat noodzakelijk is.

5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

5.1. Voorwaarden met betrekking tot de aanvragers

5.1.1. Eigenlijke voorwaarden, per categorie van voorwerpen

8. Voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in bijlage I van verordening DV (artikel 42) wordt vrijstelling verleend zonder voorwaarden inzake de bestemmeling of het gebruik.

9. Voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in bijlage II van verordening DV (artikel 43) wordt vrijstelling verleend als deze voorwerpen bestemd zijn voor:

- openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard (voorbeelden: musea, bibliotheken, theaters, scholen, enz.), of

- instellingen en organisaties die behoren tot de categorieën die achter ieder voorwerp in kolom 3 van bijlage II zijn vermeld, voor zover deze erkenning hebben van de AAD om deze goederen vrij van rechten in te voeren. Het betreft:

a) voor het visueel en auditief materiaal vermeld in deel A: alle organisaties, waaronder radio- en televisieomroeporganen, instellingen of verenigingen die erkenning hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren (voorbeelden: RTBF, VRT, RTL, enz.) en

b) voor voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen vermeld in deel B: musea, kunstgalerijen en andere gelijkaardige instellingen die naar behoren door de AAD gemachtigd zijn om deze goederen vrij van rechten in te voeren om ze op te nemen in hun verzamelingen (voorbeelden: Musea voor Kunst en Geschiedenis, Paleis voor Schone Kunsten van Brussel, Boghossian Stichting, Museum van Grand-Cornu, Rubenshuis, enz.).

10. Indien de aanvragende organisatie niet beschikt over deze erkenning, moet de erkenningsaanvraag voor de invoer worden ingediend bij de centrale component van de Administratie Operations.

11. Voor andere dan voormelde instellingen moet de dienst van de Administratie Operations die bevoegd is om over de toekenning van de vrijstelling te beslissen met alle middelen nagaan of de aanvraag betrekking heeft op een instelling of een organisatie die onderwijs of wetenschappelijk onderzoek beoogt. Dit kan blijken uit de gegevens in het dossier, uit de verkregen aanvullende informatie of uit de opgevraagde documenten (bv. statuten). Indien het na dit onderzoek niet mogelijk blijkt met zekerheid de aard van de instelling of organisatie vast te stellen, kan de centrale component van Operations worden geraadpleegd. Indien deze centrale component niet onmiddellijk uitsluitsel kan geven (bijvoorbeeld omdat hij zich tot het departement Douanewetgeving moet wenden), deelt hij mee welke maatregelen in dat geval moeten worden genomen.

12. Voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard die niet vermeld staan in de 2 bijlagen maar wel onder artikel 44 van verordening DV kunnen vallen evenals voor wetenschappelijke instrumenten en apparaten andere dan degene vermeld in artikels 42 en 43 (deze van artikel 44 dus), wordt vrijstelling toegekend aan:

- openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is, en aan diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is (deze instellingen moeten dus niet erkend zijn), of

- particuliere instellingen wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is en die daartoe voor de invoer door de AAD zijn erkend.

13. De staatsuniversiteiten (Gent, Luik, …), onderwijsinstellingen van de gemeenschappen, de gewesten, de gemeenten en de provincies, en de federale of gewestelijke wetenschappelijke diensten moeten dus niet beschikken over een erkenning. Gesubsidieerde universiteiten (zoals de KUL, ULB, UCL, VUB, Facultés universitaires Saint-Louis, enz.) of andere particuliere wetenschappelijke instellingen (bijvoorbeeld: Instituut Von Karman), moeten wel beschikken over een erkenning.

De centrale aankoopdiensten van de FOD's of de ministeries, de gewestelijke administraties, de gemeentebesturen en de onderwijsgemeenschappen hebben geen erkenning nodig: ook deze diensten kunnen materiaal invoeren voor de instellingen of organisaties die zij moeten bevoorraden.

14. Voor wetenschappelijke uitrustingen in de zin van artikel 51 van verordening DV wordt de vrijstelling toegekend:

- aan buiten de Europese Unie gevestigde instellingen of organisaties voor wetenschappelijk onderzoek die dergelijke wetenschappelijke uitrustingen rechtstreeks of voor hun rekening in de EU invoeren in het kader en binnen de grenzen van overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking die de uitvoering van internationale programma’s voor wetenschappelijk onderzoek ten doel hebben, in de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek met hun zetel in de EU, die daartoe van de AAD erkenning hebben gekregen;

- aan in België gevestigde instellingen voor wetenschappelijk onderzoek die van de AAD erkenning hebben gekregen om wetenschappelijke uitrustingen vrij van rechten te ontvangen die rechtstreeks in de EU ingevoerd worden door (of voor rekening van) buiten de Europese Unie gevestigde instellingen of organisaties voor wetenschappelijk onderzoek in het kader en binnen de grenzen van overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking die de uitvoering van internationale programma’s voor wetenschappelijk onderzoek ten doel hebben.

15. In het algemeen moeten de indiening en de ontvankelijkheid van vrijstellingsaanvragen zeer zorgvuldig worden onderzocht. In dit verband moet de nadruk worden gelegd op de objectieve technische kenmerken die, volgens de aanvrager, het wetenschappelijke karakter van het instrument of apparaat aantonen. De bewijslast inzake het wetenschappelijk karakter rust op de aanvrager (cf. 5.4).

5.1.2. Erkenning van de aanvragende instellingen

16. De erkenning van de betrokken instellingen of organisaties valt onder de verantwoordelijkheid van de centrale component van de Administratie Operations, namens de administrateur-generaal van de Douane en Accijnzen.

Inrichtingen en organisaties die regelmatig dergelijke zendingen ontvangen en nog niet op de lijst van erkende inrichtingen of organisaties staan, moeten voor de eerste invoer een aanvraag tot erkenning indienen bij de centrale component Operations. Deze aanvraag moet door het hoofd van de betrokken instelling of organisatie worden ondertekend.

17. Indien het om een eenmalige invoer van dergelijk materiaal gaat, is het niet opportuun de ontvangende inrichting of organisatie op de lijst te plaatsen. In dit geval maakt het hoofd van het invoerkantoor het dossier over aan de centrale component.

Het materiaal kan onmiddellijk ter beschikking van de ontvanger worden gesteld volgens de procedure vastgelegd in § 19.

18. De centrale component gaat na of de ontvangende instelling of organisatie in aanmerking komt om het materiaal vrij van rechten in te voeren. Vervolgens stuurt zij het dossier door naar de lokale dienst, die, in gevallen waarin het besluit van de centrale component inzake de erkenning positief is, de voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling toepast.

Dezelfde procedure dient te worden gevolgd indien de instelling of organisatie regelmatig soortgelijke zendingen ontvangt, maar nog niet is opgenomen in de lijst van erkende instellingen. In dit geval moet een afzonderlijke erkenningsaanvraag bij het dossier worden gevoegd.

19. Met het oog op de erkenning wordt de aanvraag tot invoer met vrijstelling van rechten door de belanghebbende steeds VOOR DE INVOER ingediend bij de centrale component van de Administratie Operations.

Indien de betrokkene op het ogenblik van de invoer niet in het bezit is van de erkenning door de centrale component, kan het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor de goederen, in afwachting van de beslissing van de centrale component, vrijgeven door afgifte van een IM4-aangifte met voorwaardelijke vrijstelling, mits een zekerheid wordt gesteld voor de betreffende belastingen. Er wordt een dossier opgesteld dat rechtstreeks naar de centrale component wordt gezonden, samen met een schriftelijk verzoek van de betrokkene (zie § 20).

5.1.3. Aan te gane verbintenis

20. De toelating tot de vrijstelling houdt voor de begunstigde instelling of organisatie de verplichting in om:

- deze voorwerpen rechtstreeks naar de aangegeven plaats van bestemming te vervoeren;

- ze op te nemen in haar inventaris;

- mee te werken aan alle controles die de bevoegde autoriteiten nuttig zouden achten om zich ervan te vergewissen dat aan de voorwaarden voor de toekenning van de vrijstelling voldaan is en blijft.

Het hoofd van de begunstigde instelling of organisatie of zijn gemachtigde vertegenwoordiger moet ter staving van zijn verzoek een verklaring voorleggen waarin hij verklaart kennis te hebben genomen van de verschillende hierboven vermelde verplichtingen en zich ertoe verbindt deze na te leven.

Deze verklaring moet eveneens:

- vermelden dat de genoemde persoon ervan op de hoogte is dat de ingevoerde goederen niet mogen worden uitgeleend of verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet mogen worden overgedragen zonder de voorafgaande vergunning van de gewestelijke directeur van de Douane en Accijnzen van de plaats waar de instelling gevestigd is (in te vullen);

- de verbintenis bevatten dat de betreffende belastingen betaald zullen worden indien de vrijstelling niet zou worden toegekend.

21. Het "Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek" (NFWO), het "Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen" en andere soortgelijke onderzoeksinstellingen gebruiken het materiaal waarvoor zij de gunst van de vrijstelling aanvragen niet zelf. Het wordt ofwel door deze instellingen ingevoerd en uitgeleend aan hoogleraren of zuiver wetenschappelijke onderzoeksorganisaties die onder hun controle staan, ofwel rechtstreeks uit het buitenland naar deze hoogleraren of organisaties verstuurd. Bijgevolg moet de verbintenisverklaring met betrekking tot de uitlening/verhuur/overdracht als volgt worden aangepast:

- mogen niet worden uitgeleend, behalve aan hoogleraren of organisaties voor zuiver wetenschappelijk onderzoek die onder toezicht van het NFWO (of het Interuniversitair Instituut) werken; en mogen niet worden verhuurd noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen zonder de voorafgaande vergunning van de regionaal centrumdirecteur van de Douane en Accijnzen te. . . . . . . . . . . . (regionaal centrumdirecteur van de plaats waar het NFWO (of het Interuniversitair Instituut) gevestigd is.

22. Indien de verklaring niet door het hoofd van de ontvangende instelling of organisatie is ondertekend, moet de gemachtigde vertegenwoordiger een fotokopie van zijn of haar mandaat voorleggen, die samen met de verklaring wordt bewaard.

In het geval van universiteiten of universitaire instellingen kan de verklaring worden ondertekend door de rector, de vicerector, de voorzitter of de vicevoorzitter van de raad van bestuur, of de administrateur.

Wanneer de voorwerpen worden ingevoerd door de centrale aankoopdiensten van FOD of ministeries, gemeentebesturen of scholengemeenschappen, moet de verklaring worden ondertekend door het hoofd van deze diensten.

5.2. Voorwaarden met betrekking tot de goederen

23. Voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in bijlage I van verordening DV (artikel 42 van verordening DV) wordt vrijstelling verleend zonder voorwaarden inzake het gebruik. Het gaat hier echter niet om gelijk welke goederen, maar om:

- boeken, publicaties en documenten vermeld in tabel A van bijlage I en

- visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in tabel B van bijlage I (in feite hetzelfde als het materiaal opgesomd in deel A van bijlage II), maar beperkt tot materieel geproduceerd door de VN of een van haar gespecialiseerde organisaties (bijvoorbeeld UNESCO).

Didactisch materiaal dat handelaars gewoonlijk uit voorraad aan onderwijsinstellingen leveren, mag door deze handelaars vrij van rechten worden ingevoerd zonder voorlegging van de vereiste vergunning, indien het voorzien is van de volgende tweetalige vermelding, die zodanig wordt aangebracht dat zij onuitwisbaar is, op een plaats die het materiaal onbruikbaar maakt indien de vermelding zou worden uitgeknipt of anderszins verwijderd:

"Admis en franchise des droits de douane à l’importation. Ne peut être offert en vente qu’aux établissements publics de l’enseignement officiel ou privé".

"Met vrijstelling van invoerrechten toegelaten. Mag enkel aan openbare inrichtingen van het officieel of van het vrij onderwijs te koop worden aangeboden".

Voorbeeld: een groothandelaar in boeken koopt volledige collecties van geografische atlassen aan in Groot-Brittannië. Deze boekencollecties zijn uitsluitend bestemd voor universiteitsbibliotheken. Hij bestelt meer boeken dan hij nodig heeft om onverwijld leveringen te kunnen doen ter vervanging van verloren of beschadigde boeken. Reserveboeken moeten worden op bovenstaande wijze worden gemerkt, zodat ze niet voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt.

24. Voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard vermeld in bijlage II van verordening DV (artikel 43 van verordening DV) wordt vrijstelling verleend op voorwaarde dat:

- ze met hun GN-code in deel A van deze bijlage vermeld staan (visueel of auditief materiaal, alle van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard): hieronder vallen fotografische films, foto's, cinematografische films, gedrukte documenten, schijven voor gegevensopslag, maquettes, modellen of demonstratie-instrumenten, enz.), niet beperkt tot door de VN geproduceerd materiaal; of

- ze voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard (zonder beperking van de GN-code), zoals aangegeven in deel B van deze bijlage II, zijn en niet bestemd zijn voor de verkoop door musea, kunstgalerijen en andere erkende instellingen waarvoor zij bestemd zijn. Het gaat dus om elk kunstvoorwerp of voorwerp dat deel uitmaakt van een verzameling (niet noodzakelijk antiek), dat noodzakelijkerwijs bestemd is om in de verzamelingen van de ontvanger te worden opgenomen.

Voorbeeld: Het Museum voor Schone Kunsten van Bergen (BAM) ontvangt een kunstwerk van een museum in Genève (Zwitserland). Dit werk is voorbestemd om definitief te worden opgenomen in de catalogus van het BAM. Deze schenking kan dus van de vrijstelling genieten.

25. Voor de in artikel 44 bedoelde wetenschappelijke instrumenten en apparaten die niet onder artikel 43 vallen en aan de hieronder vermelde voorwaarden voldoen wordt vrijstelling verleend (artikel 44 DV):

a) ze moeten van wetenschappelijke aard zijn, dit wil zeggen vanwege hun objectieve technische kenmerken en de resultaten welke ermee bereikt kunnen worden, uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt zijn voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten;

b) ze moeten bestemd zijn:

- ofwel voor openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is, en voor diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is;

- ofwel voor particuliere instellingen wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is en die daartoe voor de invoer door de AAD zijn erkend.

26. Bepaalde instrumenten of apparaten kunnen echter van het recht op vrijstelling worden uitgesloten, als wordt vastgesteld dat de invoer met vrijstelling van rechten van dergelijke instrumenten of apparaten de betrokken bedrijfstak in de EU-schade berokkent (art. 47 verordening DV).

27. Voor wetenschappelijke uitrustingen in de zin van artikel 51 van verordening DV wordt de vrijstelling toegekend op voorwaarde dat de uitrustingen:

a) bestemd zijn om te worden gebruikt door de leden of de vertegenwoordigers van door de AAD in België erkende instellingen en organisaties voor wetenschappelijk onderzoek of met hun toestemming, in het kader en binnen de grenzen van de overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking die de uitvoering van internationale programma’s voor wetenschappelijk onderzoek ten doel hebben,

b) gedurende hun verblijf op het douanegebied van de EU, eigendom blijven van een buiten de EU gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon.

De voorwaarden die op deze uitrustingen van toepassing zijn, zijn "mutatis mutandis" dezelfde als degene die gelden voor wetenschappelijke instrumenten/apparaten die toebehoren aan binnen de Unie gevestigde instellingen.

Voorbeeld: een elektronenmicroscoop van een Britse universiteit wordt in België ingevoerd in het kader van een onderzoeksovereenkomst met de UCL. Deze apparatuur kan zowel door het personeel van de Britse universiteit als door dat van de UCL worden gebruikt om de onderzoeksdoelstelling van de internationale overeenkomst tussen beide universiteiten te verwezenlijken.

Herstelling in het buitenland

28. Voorwerpen waarvoor vrijstelling van rechten is verleend en die voor herstelling uit de EU zijn uitgevoerd, kunnen bij de wederinvoer onder de aanzuivering van de regeling van de passieve veredeling in aanmerking komen voor vrijstelling, indien bij de wederinvoer van het herstelde voorwerp nog steeds aan de voorwaarden voor vrijstelling wordt voldaan.

In dit geval moet in de in §20 bedoelde verklaring van de instelling of organisatie worden vermeld dat het goederen betreft die na herstelling worden wederingevoerd.

Reserveonderdelen en hulpstukken

29. De vrijstelling is ook van toepassing op reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken, gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van wetenschappelijke apparaten of instrumenten zoals bedoeld in artikels 44 en 51 van verordening DV, mits op het ogenblik van invoer het wetenschappelijke karakter ervan wordt erkend. De voorwaarden die erop van toepassing zijn, zijn de voorwaarden van het wetenschappelijk materiaal waarvoor zij bestemd zijn.

30. Meer bepaald wordt in artikel 45 of artikel 51, §3 gespecificeerd onder welke voorwaarden de vrijstelling van toepassing is:

a) op reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken bestemd voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten,

  • die tegelijk met deze instrumenten of apparaten worden ingevoerd, of,
  • indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd, herkenbaar zijn als bestemd voor instrumenten of apparaten die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd, mits deze instrumenten of apparaten nog steeds een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor de reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd, of mits deze instrumenten of apparaten in aanmerking zouden komen voor vrijstelling op het tijdstip waarop deze voor de reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd;

b) gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van wetenschappelijke instrumenten of apparaten, voor zover dit gereedschap tegelijk met deze instrumenten of apparaten wordt ingevoerd of, indien het op een later tijdstip wordt ingevoerd, herkenbaar is als bestemd voor instrumenten of apparaten:

- die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd, mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor het gereedschap wordt aangevraagd,

of

- die voor de vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor het gereedschap wordt aangevraagd.

Voorbeeld: Het KMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut) heeft vrijstelling gekregen voor de invoer van een seismograaf die voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt en in Cooz is geïnstalleerd. Een kalibratie set voor een seismograaf kan slechts vrijstelling van rechten genieten indien hij uitsluitend bestemd is voor gebruik op de in Cooz geïnstalleerde seismograaf.

5.3. Termijn

31. Voor geen van de goederen vermeld in artikels 42 tot 52 van verordening DV is er een termijn voorafgaand aan de invoer vastgelegd. Er is evenmin een termijn vastgelegd om een einde te maken aan de verplichting om zich te houden aan het gebruik voorgeschreven door het recht op de vrijstelling. De vrijstelling blijft bestaan zolang aan de voorwaarden ervan wordt voldaan. Dit betekent dat de begunstigde instellingen erover moeten waken dat de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten blijvend worden nageleefd zolang het met vrijstelling van rechten ingevoerde goed of instrument of apparaat in hun instelling in gebruik blijft. Dit houdt in dat de Belgische douaneautoriteiten de naleving van de voorwaarden voor de vrijstelling door de begunstigde instellingen kunnen blijven controleren.

5.4. Verplichting volledige en relevante informatie te verstrekken aan de douane

32. In toepassing van artikel 126 van verordening DV moet de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag aan de douane afdoende en relevante bewijsstukken verstrekken die aantonen dat aan de voorwaarden voor vrijstelling is voldaan.

Het bepalen van het wetenschappelijk karakter van een instrument op basis van ruwe informatie zou namelijk een diepgaande kennis en deskundigheid met betrekking tot het specifieke wetenschapsdomein van het instrument vereisen, hetgeen uiteraard niet tot de bevoegdheid van een douaneadministratie behoort. Daarom bepaalt artikel 126 van verordening DV dat de bewijslast met betrekking tot de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling van rechten bij de persoon ligt die de aanvraag tot vrijstelling indient. Het is bijgevolg aan de aanvrager om de douaneautoriteit alle noodzakelijke documenten te verstrekken die zouden kunnen worden beschouwd als voldoende bewijs dat het instrument/apparaat waarvoor de vrijstelling van rechten wordt gevraagd, aan de vereiste wettelijke vereisten voldoet. Deze overweging is door de Europese Commissie bevestigd in 2021.

Daarnaast dient eraan herinnerd te worden dat er bepaalde beperkingen gelden voor het gebruik van reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken bestemd voor wetenschappelijke instrumenten waarvoor vrijstelling van rechten werd verleend.

5.5. Afwijking van de voorwaarden

5.5.1. Verlenging van de termijn

33. Niet van toepassing

5.5.2. Invoer van de goederen in meerdere keren

34. De goederen kunnen via meerdere zendingen worden ingevoerd. Elke zending die afzonderlijk in een kantoor wordt aangeboden, moet apart worden onderzocht.

Indien de aanvrager nog geen invoeren heeft uitgevoerd bij het kantoor in kwestie, moeten alle nodige documenten en bewijzen worden voorgelegd.

Indien dit niet het geval is, kunnen de erkenning van de organisatie en/of alle of een deel van de documenten en bewijsstukken die reeds in het bezit zijn van de betrokken douanediensten als bewijsmateriaal worden gebruikt zonder dat de betrokkene een geheel nieuw dossier moet indienen: een digitale kopie van het reeds bij een andere douanedienst ingediende dossier is voldoende.

De betrokkene moet de soort, het nummer en de datum vermelden van de douanedocumenten die voor de vorige invoertransactie(s) werden goedgekeurd.

6. Procedure

6.1. Aanvraag

35. De aanvraag voor invoer met vrijstelling wordt ingediend door de persoon die gebruik wenst te maken van de vrijstelling of zijn vertegenwoordiger,

- ten laatste op het ogenblik van de invoer: bij het hoofd van het invoerkantoor als deze bevoegd is zoals bepaald in hoofdstuk 4 van deze circulaire;

- VOOR DE INVOER: in alle andere gevallen.

36. Behalve voor de vrijstellingen die onder artikel 42 van verordening DV vallen, moet de aanvraag, aangezien het noodzakelijk is de opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard van de goederen waarvoor deze vrijstelling wordt aangevraagd te beoordelen, met name voor de wetenschappelijke instrumenten of apparaten die onder artikels 44 of 51 vallen, de volgende gegevens betreffende het instrument of apparaat in kwestie bevatten:

a) de precieze door de fabrikant gebruikte handelsbenaming van dit instrument of apparaat, de vermoedelijke indeling ervan in het gemeenschappelijk douanetarief, evenals de objectieve technische kenmerken die de wetenschappelijke aard van het instrument of apparaat kunnen aantonen;

b) de naam of firmanaam en het adres van de fabrikant en, desgevallend, van de leverancier;

c) het land van oorsprong van het instrument of apparaat;

d) de plaats waar het instrument of apparaat moet worden gebruikt;

e) het specifieke gebruik waarvoor het instrument of apparaat is bestemd;

f) een gedetailleerde beschrijving van het project waarvoor het instrument of apparaat zal worden gebruikt;

g) de prijs van dit instrument of apparaat of, indien mogelijk, de douanewaarde ervan;

h) het aantal identieke instrumenten of apparaten;

i) de datum waarop het instrument of apparaat werd besteld.

6.2. Bewijsstukken

37. Alle bewijsstukken moeten worden voorgelegd ter ondersteuning van de aanvraag tot vrijstelling.

Bij deze aanvraag dient steeds de naar behoren en rechtsgeldig ondertekende verbintenis van de aanvragende organisatie gevoegd te worden, in het bijzonder in het geval van erkenning. Deze verbintenis dient als volgt te luiden:

"Ik, ondergetekende (naam en functie van de ondertekenaar) ..................................................... verklaar dat de voorwerpen:

- rechtstreeks naar de aangegeven plaats van bestemming vervoerd zullen worden;

- opgenomen zullen worden in de inventaris;

- uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden zullen worden gebruikt.

Ik heb er kennis van genomen dat de ingevoerde voorwerpen:

- kunnen onderworpen worden aan alle controles die de bevoegde autoriteiten nuttig zouden achten, of op het ogenblik van de invoer, om zich ervan te vergewissen dat aan de voorwaarden voor de toekenning van de vrijstelling voldaan is en blijft;

- niet mogen worden verhuurd noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen zonder de voorafgaande vergunning van de regionale centrumdirecteur van de Douane en Accijnzen te ........................................................

(Regionaal centrumdirecteur van de plaats waar de instelling gevestigd is)".

Indien de verbintenis niet door het hoofd van de ontvangende instelling of organisatie is ondertekend, moet de gemachtigde vertegenwoordiger een fotokopie van zijn of haar mandaat voorleggen, die samen met de verklaring wordt bewaard.

38. Bij de aanvraag tot vrijstelling moet documentatie worden gevoegd met alle relevante informatie over de kenmerken en technische specificaties van het instrument of apparaat. Overeenkomstig artikel 126 van verordening DV (zie hoofdstuk 5.4) moet deze documentatie volledig zijn, teneinde de wetenschappelijke aard van het voorwerp vast te kunnen stellen zonder een beroep te moeten doen op wetenschappelijke expertise.

6.3. Onmiddellijke beslissing tot toekenning of weigering van de vrijstelling bij de invoer

39. Wanneer de bevoegde douanedienst na onderzoek van het verzoek besluit dat de invoer met of zonder vrijstelling kan plaatsvinden, vermeldt die beslissing welke invoerformaliteiten moeten worden vervuld (met of zonder betaling van de betrokken rechten) of welke maatregelen moeten worden genomen voor de aanzuivering van de aangifte met voorwaardelijke vrijstelling.

Goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend en goederen waarvoor geen vrijstelling wordt verleend, moeten afzonderlijk worden aangegeven.

Ook in geval van meerdere invoeren kan een onmiddellijke beslissing tot toekenning van de vrijstelling worden genomen.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat er GEEN btw-vrijstelling bestaat voor de in de artikels 44 of 51 bedoelde wetenschappelijke instrumenten. Deze belasting moet dan ook worden betaald op het ogenblik van de invoer door de in de EU gevestigde begunstigde (artikel 44) of de buitenlandse eigenaar van de uitrustingen in kwestie (artikel 51).

6.4. In de aangifte te vermelden codes

40. De invoeraangifte moet een van de EU-codes voor de regeling in het vrije verkeer brengen - vrijstelling vermelden: C11, C12, C13 of C14, naargelang het geval, in het kader "ad hoc".

C11: Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten zoals vermeld in bijlage I van verordening (EG) nr. 1186/2009;

C12: Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten zoals vermeld in bijlage II van verordening (EG) nr. 1186/2009;

C13: Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten uitsluitend ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden (met inbegrip van reserveonderdelen, hulpstukken en gereedschappen);

C14: Uitrustingen die door of voor rekening van een instelling of organisatie voor wetenschappelijk onderzoek met zetel buiten de EU, voor niet-commerciële doeleinden worden ingevoerd.

6.5. Voorwaardelijke vrijstelling

41. Er kunnen zich twee situaties voordoen:

a) Wanneer er geen of onvoldoende bewijs is:

- wanneer de bevoegde dienst niet beschikt over alle elementen die nodig zijn om een definitief besluit te nemen (bv. ontbrekende bewijsstukken);

- wanneer niet kan worden bepaald welke autoriteit bevoegd is om te beslissen over de toekenning van de afwijking (bijvoorbeeld);

b) Wanneer een andere douanedienst dan het invoerkantoor bevoegd is om de vrijstelling toe te kennen (bijvoorbeeld de centrale component wanneer de eenheidswaarde van het voorwerp meer dan € 5.000 euro bedraagt of de betrokkene op het ogenblik van de invoer niet in het bezit is van de vergunning van de centrale component).

In dergelijke gevallen kan het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor toestaan dat de goederen voorwaardelijk vrij van rechten worden ingevoerd, op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld en de aangifte geldig is gedurende de vereiste periode, die niet meer dan zes maanden mag bedragen. In dit geval moet de ontvangende instelling of organisatie zich ertoe verbinden de douanerechten op invoer te betalen indien de vrijstelling niet werd verleend, terwijl de btw bij invoer automatisch moet worden betaald (behalve in de gevallen vastgelegd in artikel 36, 21° of 22° van koninklijk besluit nr. 7).

De reden waarom de goederen voorwaardelijk vrij van rechten zijn, wordt in het vak ad hoc van de aangifte vermeld.

De zekerheid die voor de invoerrechten wordt gesteld moet het volledige bedrag aan rechten dekken en wordt berekend over de totale waarde van de voorwaardelijk vrijgestelde goederen.

6.6. Gebruik van de goederen na invoer

42. In alle gevallen van vrijstelling vastgelegd in artikels 43 tot 52, mogen de vrijgestelde voorwerpen niet worden uitgeleend, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, zonder de voorafgaande vergunning van de regionale centrumdirecteur van de Douane en Accijnzen van de plaats waar de instelling of organisatie is gevestigd. De organisatie die de vrijstelling geniet, dient de douaneautoriteiten dus spontaan in kennis te stellen, in toepassing van artikels 48, 49 of 52 van verordening DV.

In geval van uitlening, verhuring of overdracht, onder bezwarende titel of om niet, aan een instelling of organisatie die voor de vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht, mits de overnemer het voorwerp, het instrument of het toestel gebruikt voor doeleinden die voor de vrijstelling in aanmerking komen en een verklaring ondertekent waarin de voorwerpen nauwkeurig worden omschreven en waarin de bepalingen van de in punt 6.2 vermelde verbintenis worden overgenomen.

43. In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen, onder bezwarende titel of om niet, pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de invoerrechten, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief, naargelang de soort en op grondslag van de douanewaarde die op deze datum door de bevoegde autoriteiten als juist is erkend of aanvaard, en na de betaling van de btw op deze rechten.

Een instelling of organisatie die niet langer aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet of die een met vrijstelling ingevoerd voorwerp voor andere doeleinden wenst te gebruiken dan degene vermeld in artikels 43, 44 of 52 van verordening DV, moet de regionale centrumdirecteur van de Douane en Accijnzen in wiens gebied de begunstigde instelling of organisatie is gevestigd, hiervan in kennis stellen.

Voorwerpen die in het bezit blijven van instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen, zijn onderworpen aan de betaling van de voor hen geldende invoerrechten, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan, naargelang de soort en op grondslag van de douanewaarde die op deze datum door de bevoegde autoriteiten als juist is erkend of aanvaard.

Voorbeeld: een laser die door een instelling in het kader van een wetenschappelijk onderzoeksproject is aangeschaft, wordt vervolgens voor commerciële doeleinden gebruikt om de weerstand van optisch materiaal te testen. Indien het gebruik van deze uitrusting niet langer aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet, moet de instelling dit melden aan de regionale directie van de AAD waarvan zij afhankelijk is, en invoerrechten betalen tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop niet langer aan deze voorwaarden wordt voldaan en over de waarde van de uitrusting op deze datum.

7. Bepalingen inzake btw

7.1. Algemeen

44. Voor wat de btw betreft, moet een onderscheid worden gemaakt tussen:

- wetenschappelijke instrumenten en apparaten in de zin van artikels 44 of 51 van verordening DV, waarvoor geen wettelijke bepaling bestaat die toelaat vrijstelling van btw toe te kennen bij de invoer met vrijstelling van rechten van dergelijke instrumenten/apparaten;

- visueel en auditief materiaal van de Verenigde Naties (vergelijkbaar met dat van bijlage I, deel B, van verordening DV) en voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen (voorwerpen vermeld in bijlage II, deel B, van verordening DV), waarvoor artikel 36, 21° (VN-materiaal) en 22° (kunstvoorwerpen of voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen) van koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 voorziet in vrijstelling van btw bij invoer, onder bepaalde voorwaarden, die soms restrictiever zijn dan de voorwaarden op het vlak van douaneaangelegenheden.

7.2. Visueel en auditief materiaal

45. De vrijstelling wordt verleend binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 36, 21° van koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992.

De toepassingsmodaliteiten vastgelegd in §§ 6, 8, 23, 35, 39 en 40 van deze circulaire inzake rechten, zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake btw.

7.3. Voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen

46. De vrijstelling wordt verleend binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 36, 22° van koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992.

De toepassingsmodaliteiten vastgelegd in §§ 6, 7, 9, 24, 35, 37 en 39 van deze circulaire inzake rechten, zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake btw.

47. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat, in tegenstelling tot de bepalingen betreffende de douane vrijstellingen, geen enkele verplichting wordt opgelegd na de invoer van de vrijgestelde goederen.

Anderzijds moeten de goederen GRATIS worden ingevoerd of, indien zij onder bezwarende titel worden ingevoerd, mogen zij niet worden geleverd door een btw-plichtige.

Een buitenlandse leverancier die overeenkomstig het Btw-Wetboek bij de Belgische btw geregistreerd zou moeten zijn indien hij zijn activiteit in ons land uitoefende, moet als een btw-plichtige worden beschouwd.

In geval van twijfel kan de douane aan AA Fisc (sector btw) vragen te bevestigen of de leverancier al dan niet btw-plichtig is.

7.4. Wetenschappelijke instrumenten en apparaten

48. Er is niets voorzien in btw-bepalingen om een definitieve btw-vrijstelling te verlenen voor de in artikel 44 van verordening DV bedoelde wetenschappelijke instrumenten en apparaten.

7.5. Uitrustingen voor wetenschappelijke samenwerking

49. Er is niets voorzien in btw-bepalingen om een definitieve btw-vrijstelling te verlenen voor de in artikel 51 van verordening DV bedoelde uitrustingen.

8. Accijnzen

50. Er is geen vrijstelling van accijnzen.

9. Samenvattende tabel

51.

Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling

Goederen

- Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

  • Ofwel vermeld in bijlage I van verordening DV (artikel 42):

Deel A: boeken, publicaties, documenten

Deel B: visueel en auditief materiaal (hetzelfde als bijlage II, maar geproduceerd door de VN)

  • Ofwel vermeld in bijlage II van verordening DV (artikel 43):

Deel A: visueel en auditief materiaal

Deel B: kunstvoorwerpen, voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen

  • Ofwel niet vermeld in de 2 bijlagen maar kunnen wel onder artikel 44 van verordening DV vallen

- Wetenschappelijke instrumenten en apparaten (artikel 44) andere dan degene vermeld in artikels 42 en 43. Reserveonderdelen en hulpstukken voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten zijn inbegrepen onder voorwaarden (artikel 45).

- Wetenschappelijke uitrustingen (instrumenten of apparaten) die in de EU worden ingevoerd in het kader van overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking (artikel 51). Reserveonderdelen en hulpstukken voor deze uitrustingen zijn inbegrepen.

Bestemmelingen en gebruik

- Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

  • Voor de voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard van bijlage I (artikel 42):

Alle bestemmelingen en elk gebruik

  • Voor de voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard van bijlage II (artikel 43):

Ofwel openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard;

Ofwel alle organisaties, waaronder radio- en televisieomroeporganen, instellingen of verenigingen die erkenning hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren (deel A) of

Ofwel musea, kunstgalerijen en andere instellingen die erkenning hebben om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren (deel B);

- Wetenschappelijke instrumenten en apparaten (artikel 44)

  • die uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden worden ingevoerd EN
  • bestemd zijn voor

a) openbare instellingen (of instellingen van openbaar nut) of diensten die onder een openbare instelling (of een instelling van openbaar nut) ressorteren, met als voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek;

of

b) particuliere instellingen wier voornaamste activiteit het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is en die van de AAD erkenning hebben om deze instrumenten/apparaten vrij van rechten in te voeren.

- Wetenschappelijke uitrustingen (instrumenten of apparaten) (artikel 51)

  • ingevoerd in de EU in het kader van overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking,
  • door of voor instellingen/organisaties voor wetenschappelijk onderzoek die buiten de EU zijn gevestigd,
  • die eigendom blijven van deze instellingen.

Termijn

Er is geen termijn vastgelegd voor de invoer, maar de vrijstelling blijft enkel geldig als aan de voorwaarden van de vrijstelling voldaan blijft.

Uitsluitingen

-Vaststelling dat de met vrijstelling van rechten ingevoerde wetenschappelijke instrumenten of apparaten de Europese industrie schade berokkent (artikel 47).

- Gebruik door de instellingen aan wie de vrijstelling werd toegekend voor andere doeleinden dan degene die vallen onder de vrijstelling (artikel 49, § 1 of 52, § 4).

- Uitlenen, verhuren of overdragen van het met vrijstelling ingevoerde voorwerp/instrument aan een instelling of organisatie die geen recht heeft op de vrijstelling van rechten (artikel 49, § 2, of artikel 52, § 2).

Btw en accijnzen

Geen vrijstelling van btw of accijnzen voor wetenschappelijke apparaten en instrumenten.

Enkel btw-vrijstelling voor

  • Visueel en auditief materiaal van de Verenigde Naties (idem bijlage I, deel B van verordening DV).
  • Voorwerpen die deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen, indien:

- niet bestemd voor verkoop en

- ingevoerd door musea, kunstgalerijen en soortgelijke instellingen die door AAD zijn erkend,

- ingevoerd gratis (of onder bezwarende titel maar niet geleverd door een btw-plichtige).

10. Slotbepalingen

52. Deze circulaire vervangt de eerdere wettelijke en regelgevende bepalingen (en de commentaren daarop) van hoofdstuk I - titel XII (Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; Wetenschappelijke instrumenten en apparaten) van de Instructie Definitieve Vrijstellingen 1984 - DI 510.0, en heft de genoemde bepalingen op.

Voor de administrateur-generaal van de douane en accijnzen

Jo Lemaire

Adviseur-generaal

BIJLAGEN

BIJLAGE 1 – Artikels 42 tot 52 van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten

Artikel 42

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de in bijlage I opgenomen voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, ongeacht voor wie en voor welk gebruik zij bestemd zijn.

Artikel 43

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de in bijlage II opgenomen voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard die bestemd zijn:

a)

voor openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, of

b)

voor instellingen en organisaties die behoren tot de categorieën die achter ieder voorwerp in kolom 3 van bijlage II zijn vermeld, voor zover deze toestemming hebben van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om deze goederen vrij van rechten in te voeren.

Artikel 44

1. Behoudens artikels 45 tot en met 49, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wetenschappelijke instrumenten en apparaten die niet onder artikel 43 vallen en uitsluitend worden ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden.

2. De in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot wetenschappelijke instrumenten en apparaten die bestemd zijn:

a)

voor openbare instellingen of instellingen van openbaar nut wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is, en voor diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is, of

b)

voor particuliere instellingen wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijke onderzoek is en die van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren.

Artikel 45

De in artikel 44, lid 1, bedoelde vrijstelling is ook van toepassing op:

a)

reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken bestemd voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten, voor zover deze reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken tegelijk met deze instrumenten of apparaten worden ingevoerd of, indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd, herkenbaar zijn als bestemd voor instrumenten of apparaten die:

i)

eerder met vrijstelling zijn ingevoerd, mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor de reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd, of die

ii)

voor vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor de reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd;

b)

gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van wetenschappelijke instrumenten of apparaten, voor zover dit gereedschap tegelijk met deze instrumenten of apparaten wordt ingevoerd of, indien het op een later tijdstip wordt ingevoerd, herkenbaar is als bestemd voor instrumenten of apparaten die:

i)

eerder met vrijstelling zijn ingevoerd, mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor het gereedschap wordt aangevraagd, of die

ii)

voor de vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor het gereedschap wordt aangevraagd.

Artikel 46

Voor de toepassing van artikels 44 en 45:

a)

wordt onder „wetenschappelijk instrument of apparaat” verstaan een instrument of apparaat dat, vanwege zijn objectieve technische kenmerken en de resultaten welke ermee bereikt kunnen worden, uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt is voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten;

b)

worden beschouwd als "ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden”, wetenschappelijke apparaten of instrumenten die bestemd zijn om te worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs zonder winstoogmerk.

Artikel 47

Indien nodig kunnen bepaalde instrumenten of apparaten, volgens de in artikel 247 bis van verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde procedure, van het recht op vrijstelling worden uitgesloten, wanneer wordt vastgesteld dat de invoer met vrijstelling van rechten van dergelijke instrumenten of apparaten de betrokken bedrijfstak in de Gemeenschap schade berokkent.

Artikel 48

1. De in artikel 43 bedoelde voorwerpen en de wetenschappelijke instrumenten of apparaten die onder de in artikels 45, 46 en 47 vastgestelde voorwaarden met vrijstelling werden ingevoerd, mogen niet worden uitgeleend, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld.

2. Indien het voorwerp, instrument of apparaat wordt uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een instelling of organisatie die krachtens artikel 43 of artikel 44, lid 2, voor de vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling of organisatie het voorwerp, instrument of apparaat gebruikt voor doeleinden welke recht geven op het verlenen van deze vrijstelling.

In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief, zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

Artikel 49

1. De in de artikels 43 en 44 bedoelde instellingen en organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling of die een met vrijstelling ingevoerd voorwerp voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in de genoemde artikelen, dienen de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen.

2. Voorwerpen die in het bezit blijven van instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen, zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan de voorwaarden niet langer wordt voldaan, zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

Voorwerpen die door de instelling of organisatie die vrijstelling geniet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die bedoeld in artikels 43 en 44, zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd, zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

Artikel 50

Artikels 47, 48 en 49 zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 45 bedoelde producten.

Artikel 51

1. Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de uitrustingen die door of voor rekening van een instelling of organisatie voor wetenschappelijk onderzoek met hun zetel buiten de Gemeenschap, voor niet-commerciële doeleinden worden ingevoerd.

2. De vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de uitrustingen:

a)

zijn bestemd om te worden gebruikt door de leden of de vertegenwoordigers van de in paragraaf 1 bedoelde instellingen en organisaties of met hun toestemming, in het kader en binnen de grenzen van de overeenkomsten voor wetenschappelijke samenwerking die de uitvoering van internationale programma’s voor wetenschappelijk onderzoek ten doel hebben, in de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek met hun zetel in de Gemeenschap, die daartoe van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming hebben gekregen;

b)

gedurende het verblijf ervan op het douanegebied van de Gemeenschap het eigendom blijven van een buiten de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon.

3. Voor de toepassing van dit artikel en artikel 52:

a)

wordt onder "uitrustingen” verstaan: de instrumenten, apparaten, machines en hun hulpstukken, met inbegrip van reserveonderdelen en speciaal voor onderhoud, controle, ijken of herstellen ontworpen gereedschap, die voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt;

b)

worden beschouwd als "ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden”, uitrustingen die bestemd zijn om gebruikt te worden voor wetenschappelijk onderzoek zonder winstoogmerk.

Artikel 52

1. Uitrustingen die onder de in artikel 51 vastgestelde voorwaarden met vrijstelling zijn ingevoerd, mogen niet worden uitgeleend, verhuurd, noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld.

2. Indien de uitrustingen worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een instelling of organisatie die krachtens artikel 51 voor de vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling of organisatie de uitrusting gebruikt voor doeleinden welke op het verlenen van deze vrijstelling recht geven.

In de overige gevallen, en onverminderd de toepassing van artikels 44 en 45, mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief, zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

3. De in artikel 51, paragraaf 1, bedoelde instellingen en organisaties die niet meer aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoen of die de met vrijstelling ingevoerde uitrustingen voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in genoemd artikel, dienen de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen.

4. Voorwerpen die gebruikt worden door instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen, zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan de voorwaarden niet langer wordt voldaan, zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard.

Onverminderd artikels 44 en 45, zijn de uitrustingen die door de instelling of organisatie die vrijstelling geniet, voor andere doeleinden dan die bedoeld in artikel 51 worden gebruikt, onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd, zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist is erkend of aanvaard.

BIJLAGE 2 – Bijlage I van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

  1. Boeken, publicaties en documenten

GN-code

Omschrijving van de goederen

3705

Fotografische platen en film, belicht en ontwikkeld, andere dan cinematografische film:

ex 3705 90 10

Microfilms van boeken, prentenalbums, prentenboeken, teken- en kleurboeken voor kinderen, oefenschriften, verzamelingen kruiswoordraadsels, dagbladen en tijdschriften en documenten of rapporten die niet voor handelsdoeleinden zijn bestemd, en van afzonderlijke illustraties, gedrukte bladzijden en drukproeven, bestemd voor de vervaardiging van boeken

ex 3705 10 00

Reproductiefilms, bestemd voor de vervaardiging van boeken

ex 3705 90 90

4903 00 00

Prentenalbums, prentenboeken, tekenboeken en kleurboeken, voor kinderen

4905

Gedrukte cartografische werken van alle soorten (atlassen, wandkaarten, plattegronden en globes daaronder begrepen):

andere:

ex 4905 99 00

andere:

Kaarten op wetenschappelijke gebieden zoals geologie, zoölogie, botanica, delfstofkunde, paleontologie, archeologie, etnologie, meteorologie, klimatologie en geofysica

ex 4906 00 00

Plannen en tekeningen inzake architectuur of van industriële of technische aard en reproducties daarvan

4911

Ander drukwerk, prenten, gravures en foto’s daaronder begrepen:

4911 10

Reclamedrukwerk, handelscatalogi en dergelijke:

ex 4911 10 90

andere:

Catalogi van boeken en publicaties, in de handel gebracht door uitgevers of door boekhandelaars, gevestigd buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschappen

Catalogi van films, van opnamen en van alle andere soorten visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Aanplakbiljetten en andere drukwerken op het gebied van het vreemdelingenverkeer, zoals brochures, reisgidsen, dienstregelingen, vouwbladen en dergelijke, al of niet geïllustreerd, waaronder begrepen uitgaven van particuliere ondernemingen die beogen het reizen buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschappen te stimuleren, met inbegrip van de microreproducties daarvan

Reclamemateriaal met bibliografische gegevens om gratis te worden verstrekt (1)

andere:

4911 99 00

andere:

Afzonderlijke illustraties, gedrukte bladzijden en drukproeven op papier, bestemd voor de vervaardiging van boeken, met inbegrip van de microreproducties daarvan (1)

Microreproducties van boeken, prentenalbums, prentenboeken, teken- en kleurboeken voor kinderen, oefenschriften, verzamelingen kruiswoordraadsels, dagbladen en tijdschriften en documenten of rapporten die niet voor handelsdoeleinden zijn bestemd (1)

Publicaties welke tot doel hebben het studeren buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschappen te stimuleren, met inbegrip van de microreproducties daarvan (1)

Meteorologische en geofysische diagrammen

9023 00

Instrumenten, apparaten, toestellen en modellen, bestemd voor het geven van demonstraties, (bijvoorbeeld voor onderwijs of voor tentoonstellingen), niet bruikbaar voor andere doeleinden:

ex 9023 00 80

andere:

Reliëfkaarten op wetenschappelijke gebieden zoals geologie, zoölogie, botanica, delfstofkunde, paleontologie, archeologie, etnologie, meteorologie, klimatologie en geofysica, alsmede meteorologische en geofysische diagrammen

  1. Visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Artikelen als bedoeld in bijlage II A, geproduceerd door de organisatie van de Verenigde Naties of een van haar gespecialiseerde organisaties.

BIJLAGE 3 – Bijlage II van verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

  1. Visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

GN-code

Omschrijving van de goederen

Begunstigde instellingen of organisaties

3704 00

Fotografische platen, film, papier, karton en textiel, belicht doch niet ontwikkeld:

Alle organisaties (met inbegrip van radio- en televisieomroeporganen), instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren

ex 3704 00 10

Platen en film:

Cinematografische films, positief, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

ex 3705

Fotografische platen en film, belicht en ontwikkeld, andere dan cinematografische film:

van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

3706

Cinematografische film, belicht en ontwikkeld, waarop al dan niet geluid is vastgelegd of waarop uitsluitend geluid is vastgelegd:

3706 10

met een breedte van 35 mm of meer:

andere:

ex 3706 10 99

Andere positieve:

Filmjournaals (al dan niet met geluid) die gebeurtenissen vertonen welke op het moment van invoer actueel zijn en waarvan ten hoogste twee kopieën per onderwerp voor reproductiedoeleinden worden ingevoerd

Archieffilms (al dan niet met geluid) bestemd om aan nieuwsfilms te worden toegevoegd

Ontspanningsfilms die vooral voor kinderen en jongeren geschikt zijn

elders genoemd, noch elders onder begrepen, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

3706 90

andere:

andere:

Andere positieve:

ex 3706 90 51

ex 3706 90 91

ex 3706 90 99

Filmjournaals (al dan niet met geluid) die gebeurtenissen vertonen welke op het moment van invoer actueel zijn en waarvan ten hoogste twee kopieën per onderwerp voor reproductiedoeleinden worden ingevoerd

Archieffilms (al dan niet met geluid) bestemd om aan nieuwsfilms te worden toegevoegd

Ontspanningsfilms die vooral voor kinderen en jongeren geschikt zijn

elders genoemd, noch elders onder begrepen, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

4911

Ander drukwerk, prenten, gravures en foto’s daaronder begrepen:

andere:

ex 4911 99 00

andere:

Microkaarten of andere dragers die gebruikt worden door voorlichtings- en documentatiediensten die gebruikmaken van een computer, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Wandplaten uitsluitend bestemd voor demonstratie- en onderwijsdoeleinden

ex 8523

Platen, banden, niet-vluchtige geheugens op basis van halfgeleiders, „intelligente kaarten” en andere dragers voor het opnemen van geluid of voor dergelijke doeleinden, waarop al dan niet is opgenomen, vormen en matrijzen voor het maken van platen daaronder begrepen, andere dan de goederen bedoeld bij hoofdstuk 37:

van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

ex 9023 00

Instrumenten, apparaten, toestellen en modellen, bestemd voor het geven van demonstraties, (bijvoorbeeld voor onderwijs of voor tentoonstellingen), niet bruikbaar voor andere doeleinden:

Modellen, maquettes en wandkaarten van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, uitsluitend bestemd voor demonstratie- en onderwijsdoeleinden

Verkleinde visuele maquettes of modellen van abstracte vormen zoals molecuulstructuren of wiskundeformules

Varia

Hologrammen voor projectie met laserstraal

Multimediaseries

Geprogrammeerd onderwijsmateriaal, ook in sets, vergezeld van het overeenkomstig gedrukte materiaal

  1. Voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

GN-code

Omschrijving van de goederen

Begunstigde instellingen of organisaties

Varia

Voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen die niet voor de verkoop zijn bestemd

Musea, kunstgalerijen en andere instellingen die van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming hebben om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren

BIJLAGE 4 – Artikel 36, 21° en 22° van KB nr. 7 inzake btw

Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van

21° het visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, ongeacht het gebruik waarvoor zij bestemd zijn, opgesomd in de bijlage van dit besluit geproduceerd door de Verenigde Naties of één van haar gespecialiseerde organisaties;

22° voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, die niet voor de verkoop zijn bestemd en die worden ingevoerd door musea, kunstgalerijen en andere instellingen die door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde toestemming hebben verkregen om deze voorwerpen met vrijstelling in te voeren mits de betrokken voorwerpen om niet worden ingevoerd of, indien invoer geschiedt onder bezwarende titel, dat deze voorwerpen niet door een belastingplichtige worden geleverd;

....

BIJLAGE 5 - BIJLAGE van het KB Materiaal bedoeld in artikel 36, 21°, van het KB nr. 7 inzake btw

Code van het Tarief van invoerrechten

Omschrijving van de goederen

3704 00

Fotografische platen, film, papier, karton en textiel, belicht doch niet ontwikkeld:

ex 3704 00 10

-

Platen en film:

-

cinematografische films, positief, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

ex 3705

Fotografische platen en film, belicht en ontwikkeld, andere dan cinematografische film:

-

van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

3706

Cinematografische film, belicht en ontwikkeld, waarop al dan niet geluid is vastgelegd of waarop uitsluitend geluid is vastgelegd:

3706 10

-

met een breedte van 35 mm of meer: :

--

andere:

ex 3706 10 99

---

andere positieve:

-

filmjournaals (al dan niet met geluid) die gebeurtenissen vertonen welke op het moment van invoer actueel zijn en waarvan ten hoogste twee kopieën per onderwerp voor reproduktiedoeleinden worden ingevoerd

-

archieffilms (al dan niet met geluid) bestemd om aan nieuwsfilms te worden toegevoegd

-

ontspanningsfilms die vooral voor kinderen en jongeren geschikt zijn

-

elders genoemd noch elders onder begrepen, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

3706 90

-

andere:

--

andere:

---

andere positieve:

ex 3706 90 51

ex 3706 90 91

ex 3706 90 99

-

filmjournaals (al dan niet met geluid) die gebeurtenissen vertonen welke op het moment van invoer actueel zijn en waarvan ten hoogste twee kopieën per onderwerp voor reproduktiedoeleinden worden ingevoerd

-

archieffilms (al dan niet met geluid) bestemd om aan nieuwsfilms te worden toegevoegd

-

ontspanningsfilms die vooral voor kinderen en jongeren geschikt zijn

-

elders genoemd, noch elders onder begrepen, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

4911

Ander drukwerk, prenten, gravures en foto’s daaronder begrepen:

-

andere:

--

andere:

---

andere:

-

mikrokaarten of andere dragers die gebruikt worden door voorlichtings- en documentatie diensten die gebruik maken van een computer, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

-

wandplaten uitsluitend bestemd voor demonstratie- en onderwijsdoeleinden

ex 8524

Grammofoonplaten, banden en andere dragers voor het opnemen van geluid of voor dergelijke doeleinden, waarop is opgenomen, galvanische vormen en matrijzen voor het maken van platen daaronder begrepen, andere dan de goederen bedoeld bij hoofdstuk 37 van het Tarief van invoerrechten:

-

van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

ex 9023 00

Instrumenten, apparaten, toestellen en modellen, bestemd voor het geven van demonstraties (bijvoorbeeld voor onderwijs of voor (tentoonstellingen), niet bruikbaar voor andere doeleinden:

-

modellen, maquettes en wandkaarten van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, uitsluitend bestemd voor demonstratie- en onderwijsdoeleinden

-

verkleinde visuele maquettes of modellen van abstracte vormen zoals molecuulstructuren of wiskundeformules

Varia

Hologrammen voor projectie met laserstraal

Multimediaseries

Geprogrammeerd onderwijsmateriaal, ook in sets vergezeld van het overeenkomstig gedrukte materiaal.

Interne ref.: DI 510.122 – EOS/DD 017.784