Circulaire nr. Ci.RH.241/382.678 d.d. 13.07.1989
Bull. nr. 686, pag. 1734
BEROEPSKOSTEN
Groepsverzekering
Pensioenfondsbijdragen
Werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en
vroegtijdige dood
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdragen
PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdragen
Belastingstelsel, van de bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood Aanvullende richtlijnen.
1. Geconfronteerd met een aantal gewichtige toepassingsproblemen ziet de Administratie zich genoodzaakt de circ. 04.02.1987, Ci.RH.243/376.395 (inzonderheid de nrs. 25, 26 en 43 tot 51), i.v.m. bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood, als volgt te preciseren en aan te vullen.
I. Gewone werkgeversbijdragen
2. Voor de beperking tot 80 pct. die van toepassing is op de gewone periodieke bijdragen, komen alleen de bezoldigingen in aanmerking die de werknemer verkrijgt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst (ongeacht of die bezoldiging in België of in het buitenland aan de sociale wetgeving onderworpen zijn).
3. Daar de werkgeversbijdragen slechts aftrekbaar zijn indien en in de mate dat zij een bijhorigheid vormen van de als bedrijfsuitgave aftrekbare bezoldigingen :
Dit wil o.m. zeggen dat wanneer een onderneming verschillende vaste inrichtingen heeft in België en in het buitenland, de winst van iedere inrichting slechts binnen de gestelde beperking van 80 pct. van de referentiebezoldiging mag worden bezwaard met de werkgeversbijdragen in verband met de bezoldigingen die normaal drukken op de resultaten van die vestiging. Hierbij maakt het geen verschil uit of die bezoldigingen rechtstreeks door de vesting zelf worden uitbetaald dan wel met hun bijhorigheden worden doorgerekend door een andere vestiging die de betrokken werknemer voor alle loonlasten in zijn loonbestand opneemt (of behoudt).
4. Stel dat een Belgische vennootschap vaste inrichtingen heeft in België, Frankrijk en Zaïre. Een van haar kaderleden werkt beurtelings of gelijktijdig voor de drie vestigingen. De werkgeversbijdragen betreffende dit kaderlid moeten over de winst van de die zetels in dezelfde verhouding worden omgedeeld als de bezoldigingen die met de activiteit voor elk van die inrichtingen verband houdt (ook al wordt de totaliteit van die bijdragen in België bij dezelfde groepsverzekering of in hetzelfde pensioenfonds gestort).
Onderneming met verschillende inrichtingen
Een kaderlid ontvangt een bezoldiging van 5.000.000 F die als volgt over verschillende vestigingen wordt omgedeeld : België Frankrijk Zaïre Totaal 4.250.000 F 500.000 F 250.000 F 5.000.000 F De werkgeversbijdragen bedragen 500.000 F en worden volledig bij een Belgische verzekeringsmaatschappij gestort.
Omdeling van die bedragen : op de Belgische winst : 500.000 x 4.250.000 --------- = 425.000 F 5.000.000 op de Franse winst : 500.000 x 500.000 ---------- = 50.000 F 5.000.000 op de Zaïrese winst : 500.000 x 250.000 ---------- = 25.000 F 5.000.000 De werkgeversbijdragen van 500.000 F zijn slechts volledig aftrekbaar indien zij recht geven op het volgende voordeel : E.W.P. = (80 pct. T - W.P.) N (1) - L (1) E.W.P. : extra-wettelijk pensioen T. : referentiebezoldiging (in dit geval : 5.000.000 F) W.P. : wettelijk pensioen (totaal W.P. verkregen in de drie landen) N. : totaal gepresteerde en nog te presteren jaren L. : normale duur van de loopbaan. Wanneer de werkgeversbijdragen bij toepassing van de voorgaande formule moeten worden beperkt, dient het niet aftrekbare gedeelte in dezelfde verhouding als hierboven aan de Belgische, de Franse en de Zaïrese winst te worden toegevoegd.
6. Wanneer een werknemer voor verschillende vennootschappen werkt en in verband daarmede enig extra-wettelijk pensioen opbouwt, moeten de werkgeversbijdragen per vennootschap worden omgedeeld in verhouding tot de bezoldigingen die fiscaal aan elk van die vennootschappen worden aangerekend, ongeacht of alle bijdragen bij dezelfde groepsverzekering of in hetzelfde pensioenfonds worden gestort en ongeacht of de werknemer slechts in de loonadministratie van één enkele vennootschap van de groep is opgenomen.
7. Er wordt op gewezen dat bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten slechts in de referentiebezoldiging (waarop de 80 pct. grens berekend wordt) mogen worden opgenomen indien zij aan de R.S.Z. of aan een buitenlandse sociale wetgeving voor loon- en weddetrekkers zijn onderworpen (en dus niet aan de sociale zekerheid voor zelfstandigen).
II. Back-service
8. I.v.m. de premies van de back-service die ertoe strekken het te bereiken doel te verbeteren of de vroegere stortingen aan te vullen met inachtneming van de stijging van de bezoldigingen (nr. 43, circ. 04.02.1987), wordt het volgende gepreciseerd :
III. Inhaalbijdragen
9. Inhaalbijdragen i.v.m. jaren die voorheen buiten de onderneming werden gepresteerd (1) zijn in principe slechts aftrekbaar in de mate dat zij op een periode van ten hoogste 10 jaar betrekking hebben (art. 33sexies, § 3, 3°, KB/WIB).
(1) Zie nr. 45, circ. 04.02.1987.
10. In de praktijk moet een onderscheid tussen de twee volgende gevallen worden gemaakt :
11. In het in nr. 10, 1° bedoelde geval moet de regel van 10 jaar steeds strikt worden toegepast, zelfs wanneer het ondernemingen van dezelfde groep betreft (2).
12. In het in nr. 10, 2° bedoelde geval mogen eveneens inhaalbijdragen worden afgetrokken, in de mate dat deze ertoe strekken de buiten de onderneming gevormde pensioenrechten op te trekken tot het peil van die welke binnen de onderneming worden gevormd (m.a.w. om de "back-service" te financieren voor die jaren welke buiten de onderneming zijn gepresteerd).
Er is beslist ter zake het maximum van 10 jaar niet te doen gelden voor personeelsleden die achtereenvolgens of gelijktijdig in ondernemingen van dezelfde groep (1) werken, zulks ten einde de mobiliteit binnen de groep niet te hinderen.
13. De in nr. 12, 2e lid bedoelde maatregel geldt echter niet in de mate dat daardoor het resultaat van de Belgische vennootschap bezwaard wordt met lasten die niet op haar activiteiten drukken.
Tot het bestaan van een dergelijke abnormale aanrekening van bijdragen moet echter slechts worden besloten indien de aan een personeelslid toegezegde pensioenbeloften met inachtneming van het geheel van zijn bezoldigingsregeling niet kunnen worden verklaard door normale concurrentievoorwaarden op de arbeidsmarkt ten tijde van de aanwerving.
14. Aldus is het niet ongewoon dat een Belgische onderneming van een groep, die een kaderlid met ruime ervaring en een grote staat van verdienste op BV 45-jarige leeftijd uit een buitenlandse verbonden onderneming aantrekt, aan dat kaderlid een ouderdomspensioen garandeert dat niet lager is dan dat van kaderleden van hetzelfde niveau die een volledige carrière bij dezelfde onderneming doorlopen. De daartoe nodige inhaalbijdragen kunnen geacht worden deel uit te maken van de billijke bezoldigingsregeling van de prestaties die hij ten bate van de Belgische onderneming levert of zal leveren (wel te verstaan blijft de beperking van 10 jaar van toepassing in de sub nr. 10, 1° gestelde hypothese).
15. De in nr. 14 bedoelde handelwijze zou echter niet kunnen worden aanvaard indien de betrokkene door het aanvragen van het bijzondere stelsel van de buitenlandse kaderleden inzake B.NV (Com.IB 139/6 en volgende) zelf zou laten blijken dat hij slechts in een tijdelijke tewerkstelling in België geïnteresseerd is.
IV. Herschikking van ondernemingen
16. De jaren die gepresteerd zijn in ondernemingen die later zijn gefusioneerd of gesplitst, mogen voor de toepassing van de circ. 04.02.1987 geacht worden te zijn gepresteerd in de opslorpende of de uit de fusie of splitsing ontstane vennootschappen. Hetzelfde geldt voor de jaren die zijn gepresteerd in een onderneming die later geheel of gedeeltelijk als algemeenheid van goederen of als tak van werkzaamheid in een andere onderneming is ingebracht.
BEROEPSKOSTEN
Groepsverzekering
Pensioenfondsbijdragen
Werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en
vroegtijdige dood
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdragen
PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdragen
Belastingstelsel, van de bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood Aanvullende richtlijnen.
1. Geconfronteerd met een aantal gewichtige toepassingsproblemen ziet de Administratie zich genoodzaakt de circ. 04.02.1987, Ci.RH.243/376.395 (inzonderheid de nrs. 25, 26 en 43 tot 51), i.v.m. bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood, als volgt te preciseren en aan te vullen.
I. Gewone werkgeversbijdragen
| A. | Algemeen |
3. Daar de werkgeversbijdragen slechts aftrekbaar zijn indien en in de mate dat zij een bijhorigheid vormen van de als bedrijfsuitgave aftrekbare bezoldigingen :
- moet de 80 pct. grens in principe per onderneming worden beoordeeld;
- moeten de werkgeversbijdragen van de onderneming in voorkomend geval per land worden omgedeeld.
Dit wil o.m. zeggen dat wanneer een onderneming verschillende vaste inrichtingen heeft in België en in het buitenland, de winst van iedere inrichting slechts binnen de gestelde beperking van 80 pct. van de referentiebezoldiging mag worden bezwaard met de werkgeversbijdragen in verband met de bezoldigingen die normaal drukken op de resultaten van die vestiging. Hierbij maakt het geen verschil uit of die bezoldigingen rechtstreeks door de vesting zelf worden uitbetaald dan wel met hun bijhorigheden worden doorgerekend door een andere vestiging die de betrokken werknemer voor alle loonlasten in zijn loonbestand opneemt (of behoudt).
4. Stel dat een Belgische vennootschap vaste inrichtingen heeft in België, Frankrijk en Zaïre. Een van haar kaderleden werkt beurtelings of gelijktijdig voor de drie vestigingen. De werkgeversbijdragen betreffende dit kaderlid moeten over de winst van de die zetels in dezelfde verhouding worden omgedeeld als de bezoldigingen die met de activiteit voor elk van die inrichtingen verband houdt (ook al wordt de totaliteit van die bijdragen in België bij dezelfde groepsverzekering of in hetzelfde pensioenfonds gestort).
| 5. | Voorbeeld. |
Een kaderlid ontvangt een bezoldiging van 5.000.000 F die als volgt over verschillende vestigingen wordt omgedeeld : België Frankrijk Zaïre Totaal 4.250.000 F 500.000 F 250.000 F 5.000.000 F De werkgeversbijdragen bedragen 500.000 F en worden volledig bij een Belgische verzekeringsmaatschappij gestort.
Omdeling van die bedragen : op de Belgische winst : 500.000 x 4.250.000 --------- = 425.000 F 5.000.000 op de Franse winst : 500.000 x 500.000 ---------- = 50.000 F 5.000.000 op de Zaïrese winst : 500.000 x 250.000 ---------- = 25.000 F 5.000.000 De werkgeversbijdragen van 500.000 F zijn slechts volledig aftrekbaar indien zij recht geven op het volgende voordeel : E.W.P. = (80 pct. T - W.P.) N (1) - L (1) E.W.P. : extra-wettelijk pensioen T. : referentiebezoldiging (in dit geval : 5.000.000 F) W.P. : wettelijk pensioen (totaal W.P. verkregen in de drie landen) N. : totaal gepresteerde en nog te presteren jaren L. : normale duur van de loopbaan. Wanneer de werkgeversbijdragen bij toepassing van de voorgaande formule moeten worden beperkt, dient het niet aftrekbare gedeelte in dezelfde verhouding als hierboven aan de Belgische, de Franse en de Zaïrese winst te worden toegevoegd.
6. Wanneer een werknemer voor verschillende vennootschappen werkt en in verband daarmede enig extra-wettelijk pensioen opbouwt, moeten de werkgeversbijdragen per vennootschap worden omgedeeld in verhouding tot de bezoldigingen die fiscaal aan elk van die vennootschappen worden aangerekend, ongeacht of alle bijdragen bij dezelfde groepsverzekering of in hetzelfde pensioenfonds worden gestort en ongeacht of de werknemer slechts in de loonadministratie van één enkele vennootschap van de groep is opgenomen.
B. Bestuurders en werkende vennoten
7. Er wordt op gewezen dat bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten slechts in de referentiebezoldiging (waarop de 80 pct. grens berekend wordt) mogen worden opgenomen indien zij aan de R.S.Z. of aan een buitenlandse sociale wetgeving voor loon- en weddetrekkers zijn onderworpen (en dus niet aan de sociale zekerheid voor zelfstandigen).
II. Back-service
8. I.v.m. de premies van de back-service die ertoe strekken het te bereiken doel te verbeteren of de vroegere stortingen aan te vullen met inachtneming van de stijging van de bezoldigingen (nr. 43, circ. 04.02.1987), wordt het volgende gepreciseerd :
| 1° | zij zijn slechts aftrekbaar wanneer zij overeenkomstig art. 33sexies, § 2, 1°, KB/WIB verschuldigd zijn voor het gehele personeel of voor de bijzondere categorie waartoe de betrokken werknemers behoren : |
| 2° | deze bijdragen -bedoeld in art. 33sexies, § 3, 1°, KB/WIB- zijn slechts krachtens die bepaling aftrekbaar indien zij betrekking hebben op in dezelfde onderneming gepresteerde jaren (zie evenwel nrs. 12 tot 15 hierna). |
9. Inhaalbijdragen i.v.m. jaren die voorheen buiten de onderneming werden gepresteerd (1) zijn in principe slechts aftrekbaar in de mate dat zij op een periode van ten hoogste 10 jaar betrekking hebben (art. 33sexies, § 3, 3°, KB/WIB).
(1) Zie nr. 45, circ. 04.02.1987.
10. In de praktijk moet een onderscheid tussen de twee volgende gevallen worden gemaakt :
| 1° | i.v.m. de vroeger buiten de onderneming gepresteerde jaren heeft de werknemer geen extra-wettelijk pensioen gevormd; |
| 2° | i.v.m. die jaren is een extra-wettelijk pensioen gevormd dat echter lager is dan de regeling die van toepassing is bij de huidige werkgever (omdat het te bereiken doel of de bezoldigingen op een lager peil stonden). |
| (2) | Als zodanig worden aangemerkt de "verbonden ondernemingen" in de zin van de bijlage (hoofdstuk II, deel I, rubriek IV. A) bij het KB 08.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen (V. 1435-B. 545), gewijzigd door art. 47 en 50 (Ned. tekst), KB 12.09.1983 (V. 1692-B. 622). |
Er is beslist ter zake het maximum van 10 jaar niet te doen gelden voor personeelsleden die achtereenvolgens of gelijktijdig in ondernemingen van dezelfde groep (1) werken, zulks ten einde de mobiliteit binnen de groep niet te hinderen.
| (1) | Als zodanig worden aangemerkt de "verbonden ondernemingen" in de zin van de bijlage (hoofdstuk III, deel I, rubriek IV. A) bij het KB 08.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen (V. 1435-B. 545), gewijzigd door art. 47 en 50 (Ned. tekst, KB 12.09.1983 (V. 1692-B. 622). |
Tot het bestaan van een dergelijke abnormale aanrekening van bijdragen moet echter slechts worden besloten indien de aan een personeelslid toegezegde pensioenbeloften met inachtneming van het geheel van zijn bezoldigingsregeling niet kunnen worden verklaard door normale concurrentievoorwaarden op de arbeidsmarkt ten tijde van de aanwerving.
14. Aldus is het niet ongewoon dat een Belgische onderneming van een groep, die een kaderlid met ruime ervaring en een grote staat van verdienste op BV 45-jarige leeftijd uit een buitenlandse verbonden onderneming aantrekt, aan dat kaderlid een ouderdomspensioen garandeert dat niet lager is dan dat van kaderleden van hetzelfde niveau die een volledige carrière bij dezelfde onderneming doorlopen. De daartoe nodige inhaalbijdragen kunnen geacht worden deel uit te maken van de billijke bezoldigingsregeling van de prestaties die hij ten bate van de Belgische onderneming levert of zal leveren (wel te verstaan blijft de beperking van 10 jaar van toepassing in de sub nr. 10, 1° gestelde hypothese).
15. De in nr. 14 bedoelde handelwijze zou echter niet kunnen worden aanvaard indien de betrokkene door het aanvragen van het bijzondere stelsel van de buitenlandse kaderleden inzake B.NV (Com.IB 139/6 en volgende) zelf zou laten blijken dat hij slechts in een tijdelijke tewerkstelling in België geïnteresseerd is.
IV. Herschikking van ondernemingen
16. De jaren die gepresteerd zijn in ondernemingen die later zijn gefusioneerd of gesplitst, mogen voor de toepassing van de circ. 04.02.1987 geacht worden te zijn gepresteerd in de opslorpende of de uit de fusie of splitsing ontstane vennootschappen. Hetzelfde geldt voor de jaren die zijn gepresteerd in een onderneming die later geheel of gedeeltelijk als algemeenheid van goederen of als tak van werkzaamheid in een andere onderneming is ingebracht.
Bron: FisconetPlus
