Circulaire nr. Ci.RH.624/241.455 dd. 11.03.1968
Circulaire nr. Ci.RH.624/241.455 dd. 11.03.1968
Bull. nr. 462, pag. 443
BEDRIJFSUITGAVEN
Loontrekkers
Buitenlandse leiders en bedienden
Uitzonderlijke bedrijfsuitgaven
BUITENLAND
Buitenlandse leiders en bedienden
Buitenlandse vorsers
Uitzonderlijke bedrijfsuitgaven
1. Er werd besloten de richtlijnen die het voorwerp uitmaken van de nrs. 139/6 tot 139/9.1 en 142/2 tot 142/5.2, Com.IB, als volgt te wijzigen.
A. Genieters.
2. Het uitzonderingsstelsel wordt uitgebreid tot :
1° de buitenlandse leiders en bedienden die door een buitenlandse vennootschap in een Belgische vennootschap worden tewerkgesteld, wanneer beide vennootschappen van een zelfde internationale groep deel uitmaken;
2° de buitenlandse leiders en bedienden die door een Belgische vennootschap, filiaal van een buitenlandse vennootschap of deel uitmakend van een internationale groep, rechtstreeks in het buitenland worden aangeworven om in België te werken;
3° buitenlandse vorsers die door Belgische of buitenlandse wetenschappelijke opzoekingscentra en laboratoria, welke in België gevestigd zijn, worden aangeworven.
3. Verder wordt de bepaling opgeheven die voorschrijft dat het verblijf in België van de betrokkenen niet langer dan 5 jaar mag duren.
B. Vaststelling van de belastbare inkomsten van de genieters van het uitzonderingsstelsel, die hun activiteit uitsluitend of hoofdzakelijk in België uitoefenen.
4. Het aanvullend forfait inzake bedrijfslasten waarvan sprake in nr. 142/2, Com.IB, wordt gebracht op 30 t.h. van het gedeelte van de belastbare brutobezoldigingen (vooraf verminderd met de inhoudingen verricht krachtens de Belgische wetgeving inzake maatschappelijke zekerheid) dat 1.500.000 F niet overschrijdt (dit forfait moet eventueel worden verminderd met het bedrag van de door de werkgever gedragen uitzonderlijke uitgaven die in voormeld nr. 142/2, Com.IB worden bedoeld).
C. Toepassingsvoorwaarde.
5. Om het uitzonderingsstelsel te kunnen genieten, moet de belastingplichtige voortaan een attest van zijn werkgever voorleggen, vermeldende dat zijn activiteit in België van tijdelijke aard is.
6. Buiten de hierboven besproken wijzigingen, blijven de sub 1 bedoelde richtlijnen van toepassing.
7. De nieuwe richtlijnen zijn van toepassing op de inkomsten die van 1.1.1968 af, werden behaald (dus, met ingang van de jaren 1968 speciaal en 1969).
