Aanschrijving nr. 9 (AFZ/99-0289 - Dos. 115) d.d. 18.05.1999

Brussels Gewest
Overdrachten van kleine en middelgrote ondernemingen of van aandelen in dergelijke ondernemingen door overlijden invoeging van een nieuw artikel 60bis en 66ter in het Wetboek der Successierechten voor nalatenschappen opengevallen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest
Ordonnantie van 29 oktober 1998 van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad houdende invoering van een verlaagd tarief van successierechten in geval van overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 januari 1999 betreffende het verlaagd tarief van de successierechten in geval van overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen


In het Belgisch Staatsblad van 9 december 1998 werd de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 29 oktober 1998 houdende invoering van een verlaagd tarief van successierechten in geval van overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen, bekendgemaakt.

1. Ref. C.A. BTW, Reg. en Dom. - 6de dienst A: E.E./L. 69 2. Deze aanschrijving werd ter goedkeuring overgemaakt aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Eventuele opmerkingen of aanvullingen vanwege het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zullen later worden medegedeeld.

De artikelen 2 en 3 van die ordonnantie wijzigen het Wetboek der successierechten zoals dat geldt voor nalatenschappen opengevallen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door de invoeging van respectievelijk een nieuw artikel 60bis en een nieuw artikel 66ter.

In deze aanschrijving wordt een eerste commentaar bij de nieuwe bepalingen verstrekt. In bijlage gaat de tekst van vermelde ordonnantie (bijlage l), evenals een uittreksel uit de memorie van toelichting bij de ontwerp-ordonnantie, inzonderheid de artikelsgewijze commentaar (bijlage 2).

In bijlage 3 gaat het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 januari 1999 (B.S. 9 maart 1999) betreffende het verlaagd tarief van de successierechten in geval van overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen.

De eerste commentaar die bij deze aanschrijving wordt gegeven, wordt zeer beknopt gehouden, omdat de controle van de voorwaarden voor verkrijging en behoud van het voordeel van het verlaagd tarief - en dus ook de administratieve interpretatie van die voorwaarden - door de Brusselse Hoofdstedelijke Raad aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering is toevertrouwd (Bestuur van Financiën en Begroting van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

1) ARTIKEL 60 bis WB.SUC.

1.1. Territoriale toepassing.

Het nieuwe artikel 60bis zoals ingevoegd in het Wetboek der successierechten bij de ordonnantie van 29 oktober 1998 is van toepassing op nalatenschappen van rijksinwoners opengevallen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wordt gevormd door het grondgebied van het administratief arrondissement "Brussel-Hoofdstad"(1).

[(1) De 19 gemeenten van het administratief arrondissement "Brussel-Hoofdstad" zijn: Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Jette, Koekelberg, Oudergem, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Gillis, Sint-Jans Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vorst en Watermaal-Bosvoorde.]

1.2. Tarief.

In afwijking van de 48" book="CATCH_ALL">48

Een gecumuleerde toepassing van de artikelen 48² en 60bis Wb, Succ. is uitgesloten. Wanneer artikel 60bis niet van toepassing is, kan eventueel toepassing van artikel 48² worden gevraagd.

1.3. Kleine en middelgrote ondernemingen.

Het verlaagd tarief is enkel van toepassing op activa van of aandelen in een kleine of middelgrote onderneming. Wat onder een kleine of middelgrote onderneming moet worden verstaan, wordt bepaald in § 2 van artikel 60bis. Aan de erin opgesomde voorwaarden moet cumulatief voldaan zijn.

Het "zelfstandigheidscriterium", waarvan sprake in de derde voorwaarde vermeld it' § 2 van artikel 60bis, wordt als volgt omschreven in artikel 1.3. van de bijlage bij de aanbeveling van de EG-Commissie van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen:

"Artikel 1.3. - Als "Zelfstandig" wordt beschouwd de onderneming die niet voor 25 % of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van één onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk die niet aan de definitie van de KMO of van de kleine onderneming, naar gelang van het geval, beantwoorden. Deze drempelwaarde mag in twee gevallen worden overschreden:
  • indien de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, van ondernemingen van risicokapitaal of van institutionele beleggers, mits deze individueel noch gezamenlijk in enig opzicht zeggenschap over de onderneming hebben;
  • indien het wegens de spreiding van het kapitaal onmogelijk is te weten in wiens handen het is, en de onderneming verklaart dat zij redelijkerwijs mag aannemen niet voor 25 % of meer in handen te zijn van één onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk die niet aan de definitie van de KMO of van de kleine onderneming, naar gelang van het geval, beantwoorden."
1.4. Activa van of aandelen in een K.M.O.

Het verlaagd tarief kan enkel van toepassing zijn op:

A. activa die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelsfonds vormen, en die door de erflater en/of zijn echtgenoot, op de dag van het overlijden, belegd zijn in een K.M.O.

In dat geval moet de K.M.O. een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf zijn of een bedrijf zijn waarbinnen een vrij beroep, een ambt of een post wordt uitgeoefend.

De K.M.O. moet op het ogenblik van het overlijden rechtstreeks door de erflater en/of zijn echtgeno(o)t(e) worden geëxploiteerd.

De hoofdactiviteit van het bedrijf moet bovendien in België gelokaliseerd zijn. Die voorwaarde volgt impliciet uit de in § 5, l° van artikel 60bis gestelde voorwaarde voor behoud van het voordeel.

Het doet er niet toe of de activa op het ogenblik van het overlijden vermogensrechtelijk tot het eigen vermogen van de erflater of tot het gemeenschappelijk vermogen behoren, dan wel in onverdeeldheid tussen de erflater en zijn echtgeno(o)t(e) zijn.

Betreft het echter dergelijke activa die pas in de laatste drie jaar vóór het overlijden werden belegd in de K.M.O., dan komen deze activa niet in aanmerking voor het verlaagd tarief, tenzij wordt aangetoond dat die belegging beantwoordde aan rechtmatige financiële of economische behoeften (antimisbruikmaatregel - § 5, 3°, tweede lid van artikel 60bis )

B. aandelen in volle eigendom van een E.U.-vennootschap, d.w.z. van een vennootschap waarvan de zetel van werkelijke leiding gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, die beantwoordt aan de criteria van een K.M.O.

In dat geval moet de K.M.O.-vennootschap een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit hebben of een vrij beroep exploiteren. Het moet gaan om een rechtstreekse activiteit of exploitatie. Aandelen in holding- en vermogensvennootschappen komen niet in aanmerking.

De hoofdactiviteit van de E.U.-vennootschap moet bovendien in België gelokaliseerd zijn. Die voorwaarde volgt impliciet uit de in § 5, l° van artikel 60bis gestelde voorwaarde voor behoud van het voordeel.

Wat onder aandelen moet worden verstaan wordt bepaald in § 4 van artikel 60bis. Obligaties zijn geen aandelen en komen dus niet in aanmerking.

De aandelen komen maar in aanmerking voor het verlaagd tarief op voorwaarde dat de door het overlijden overgedragen participatie van de erflater in de K.M.O., minstens 25 % van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt.

Als het geheel van de overgedragen aandelen minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering moet een erfopvolger die het verlaagd tarief wil genieten, bovendien een aandeelhoudersovereenkomst sluiten die betrekking heeft op minstens 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering en waarin de partijen er zich toe verbinden de voorwaarden bepaald in § 5 van artikel 60bis na te leven.

Ook voor de aandelen bestaat een antimisbruikmaatregel. In § 5, 3°, derde lid van artikel 60bis wordt bepaald dat het kapitaal dat pas in de laatste drie jaar vóór het overlijden werd gestort, niet in aanmerking komt voor het verlaagd tarief, tenzij wordt aangetoond dat de storting van het kapitaal beantwoordde aan rechtmatige financiële of economische behoeften.

Zowel voor de activa bedoeld onder littera A als voor de aandelen bedoeld onder littera B is het van geen belang of die goederen zich effectief in de nalatenschap bevinden, dan wel of ze daar enkel fictief toe behoren op grond van de fictieartikelen van het Wb. Succ.

1.5. Netto-erfdeel in activa van of aandelen in een K.M.O. toerekening van het passief.

Het tarief van 3% wordt berekend op het netto-erfdeel van de erfopvolger(s) (art. 60bis, § 1) in de onder punt 1.4 bedoelde goederen. In § 3 van artikel 60bis wordt bepaald dat onder netto-erfdeel wordt verstaan: "de waarde van de aandelen bedoeld in § 1, 2°, of de waarde van het geheel der goederen bedoeld in § 1, 1°, verminderd met de schulden of gedeelte van deze schulden die enkel betrekking hebben op deze goederen".

Alle andere schulden van de erflater, waaronder de begrafeniskosten, dienen dus toegerekend te worden op de bruto-waarde van de overige goederen van de nalatenschap (2), m.a.w. op de goederen die aan het progressief tarief onderworpen zijn.

[(2) De regels inzake toerekening van het passief verschillen in dit verband in het Brusselse Hoofdstelijk Gewest dus grondig van die welke terzake gelden in het Vlaams en Waals Gewest. in het Vlaams en Waals Gewest worden de schulden prioritair toegerekend op het gedeelte van de onderneming belast met het gunsttarief, tenzij er bewezen wordt dat de schulden aangegaan werden om andere goederen te verwerven of te behouden.]

1.6. Vormvoorwaarde voor de toepassing van het verlaagd tarief.

Bij de aangifte van nalatenschap moet een door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering uitgereikt attest gevoegd zijn, waarin wordt bevestigd dat voldaan is aan de gestelde voorwaarden.

De modaliteiten waaronder dit attest aangevraagd, gecontroleerd en verstrekt wordt, zijn bepaald in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 januari 1999 (bijlage 3).

Wanneer het attest niet bij de aangifte gevoegd is, worden de rechten berekend tegen het gewone tarief van artikel 48 Wb. Succ., zonder mogelijkheid van teruggave bij latere indiening van het attest.

1.7. Voorwaarden tot behoud van het verlaagd tarief.

De volgende vier voorwaarden moeten cumulatief worden vervuld om het voordeel van het verlaagd tarief te behouden:

l° de betreffende onderneming moet zijn hoofdactiviteit gedurende ten minste vijf jaar na het overlijden verderzetten in België;

2° het aantal werknemers tewerkgesteld in de onderneming, uitgedrukt in voltijdse eenheden moet gedurende de eerste vijf jaar na het overlijden jaar na jaar voor minstens 75 % behouden blijven;

Opmerkingen:

  • De Ordonnantie stelt geen voorwaarde inzake minimumtewerkstelling voor het bekomen van het voordeeltarief Tewerkstelling van werknemers is dus geen voorwaarde voor het bekomen van het voordeel. Als de onderneming echter op het ogenblik van het overlijden werknemers tewerkstelt, dan moet voor het behoud van het voordeeltarief die tewerkstelling jaar na jaar gedurende vijf jaar na het overlijden voor ten minste 75 % behouden blijven. De referentietewerkstelling is voor elk van die jaren de tewerkstelling op het ogenblik van het overlijden. De 75 % wordt dus niet berekend op basis van de tewerkstelling van een vorig jaar.
  • In de memorie van toelichting bij de ontwerp-ordonnantie wordt gesteld dat het aantal tewerkgestelde werknemers wordt vastgesteld op basis van de aangiften vereist voor de sociale wetgeving. Komen niet in aanmerking de werknemers bedoeld in artikel 5 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (het betreft de dienstboden, d.w.z. werknemers die tegen een loon en onder het gezag van een werkgever in hoofdzaak huishoudelijke handenarbeid in verband met de huishouding van de werkgever of van zijn gezin verrichten).
3° de waarde van de in de onderneming belegde activa of het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap mag niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen in de eerste vijf jaar na het overlijden.

4° de erfopvolgers die de vermindering hebben genoten moeten in de periode van vijf jaar na het overlijden jaarlijks het bewijs leveren dat er blijvend voldaan is aan de voorwaarden voor het behoud van het verminderde tarief. De Administratie van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zal dit jaarlijks bewijs verifiëren. De modaliteiten van dit jaarlijks bewijs zijn door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering vastgesteld in haar besluit van 21 januari 1999 (bijlage 3).

1.8. Verlies van het verlaagd tarief - sanctie.

De Ordonnantie houdt terzake geen expliciete bepalingen in. Bijgevolg zijn in geval van niet-naleving van de voorwaarden voor het behoud van het verlaagd tarief enkel de bijkomende rechten overeenkomstig het algemeen tarief van de successierechten en de moratoire interesten te rekenen van het verstrijken van de bij artikel 77, eerste lid, Wb. Succ. bepaalde termijn, verschuldigd. Er is geen boete verschuldigd.

Bij toepassing van het gemeen recht bedraagt de verjaringstermijn voor de invordering van die sommen dertig jaar.

2) ARTIKEL 66ter WB. SUC.

Dat artikel voorziet in een progressievoorbehoud. Het behoeft geen bijzondere commentaar. Het wordt op dezelfde manier toegepast als artikel 66bis Wb. Succ.: de grondslag waarop het successierecht tegen het verlaagd tarief is berekend, wordt gevoegd bij het overige erfdeel van de begunstigde van het verlaagd tarief, om het progressieve successierecht dat op dat overige erfdeel verschuldigd is, te berekenen.

3) INWERKINGTREDING

Onderhavige ordonnantie is in werking getreden op 1 januari 1999 (art. 4 van de ordonnantie) en onderhavig uitvoeringsbesluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 (art. 8 van het besluit).

Namens de Minister:
De Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M.DELPORTE
BIJLAGE

Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bestuur van financiën en Begroting Vooruitgangstraat 80 bus 1 1030 Brussel