Circulaire nr. Ci.RH.241/390.367 dd. 08.04.1988

CIRC 08.04.88/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/390.367 dd. 08.04.1988


Bull. nr. 672, pag. 836

VOORDELEN VAN ALLE AARD
Forfaitaire raming.
Kosteloze beschikking over een autovoertuig.
Renteloze lening of lening tegen verminderde rentevoet.


Commentaar op KB - 19.02.1986 en 05.02.1987 : wijziging van het KB/WIB op het stuk van de forfaitaire raming van de anders dan in geld behaalde voordelen van alle aard.

INHOUD Nrs. I. Algemeen .............................................. 1 en 2 II. Renteloze leningen of leningen tegen verminderde rentevoet A. Voorafgaande opmerking ............................. 3 B. Referentierentevoet met betrekking tot hypothecaire leningen ........................................... 4 tot 8 C. Referentierentevoet met betrekking tot niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd 9 D. Maandelijks lastenpercentage en reëel jaarlijks lastenpercentage met betrekking tot niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd ........................ 10 tot 14 III. Persoonlijk gebruik van een voertuig, door een werkgever kosteloos ter beschikking van zijn personeelsleden gesteld ............................... 15 I. Algemeen

1. Het KB 19.02.1986 (V. 1826 - B. 649) en het KB 05.02.1987 (V. 1888 - B. 660) hebben de bepalingen gewijzigd van art. 9quater KB/WIB inzake de forfaitaire raming van sommige voordelen van alle aard.

2. Die wijzigingen hebben betrekking op de raming van het voordeel dat voortvloeit uit :

  • renteloze leningen of leningen die een werkgever tegen een verminderde rentevoet aan zijn personeelsleden heeft toegestaan;
  • het persoonlijk gebruik van een voertuig dat een werkgever kosteloos ter beschikking van zijn personeelsleden heeft gesteld.


II. Renteloze leningen of leningen tegen verminderde rentevoet

A. Voorafgaande opmerking

3. De wettelijke bepalingen die deze aangelegenheid regelen en de voor het jaar 1984 toepasselijke reglementaire bepalingen, zijn samengevat in de nrs. 3 tot 6, circ. 17.07.1987, Ci.RH.243/363.062 (B. 664, p. 1767).

De hiernavolgende commentaar betreft uitsluitend de tijdens de jaren 1985 en 1986 verkregen voordelen.

Voor het bepalen van het bedrag van het tijdens het jaar 1985 genoten voordeel moet uitsluitend op de bepalingen van het KB 19.02.1986 worden gesteund.

De vaststelling van de met ingang van 01.01.1986 verkregen voordelen gebeurt uitsluitend op grond van de bepalingen van het KB 05.02.1987, die alle voorgaande bepalingen vervangen betreffende de voordelen die voortvloeien uit renteloze leningen tegen verminderde rentevoet.

B. Referentierentevoet met betrekking tot hypothecaire leningen

In 1985 verkregen voordelen (aj. 1986)

4. Wat de hypothecaire leningen betreft die in 1985 zijn gesloten, is de referentierentevoet vastgesteld op :

  • 9,5 pct. wanneer de terugbetaling door een gemengde levensverzekering gewaarborgd is;
  • 9,75 pct. in alle andere gevallen.


5. Om het bedrag te berekenen van het voor hetzelfde jaar te belasten voordeel dat voortvloeit uit hypothecaire leningen die in 1984 of vroeger zijn gesloten, wordt verder gebruik gemaakt van de door het KB 20.12.1984 (V. 1750 - B. 636) ingevoerde referentierentevoeten.

In 1986 verkregen voordelen (aj. 1987).

6. Wat de hypothecaire leningen die door een gemengde levensverzekering gewaarborgd zijn als voor andere leningen.

7. Om het bedrag te berekenen van het voor het jaar 1986 te belasten voordeel dat voortvloeit uit hypothecaire leningen die vanaf 01.01.1980 zijn toegestaan, moet rekening worden gehouden met een referentierentevoet van :

  • 9 pct. wanneer de hypothecaire leningen zijn toegestaan tijdens de periode van 01.01.1980 tot 31.05.1984 mits rekening wordt gehouden, wel verstaan, met de vrijgestelde schijf van 1.500.000 F, bedoeld in art. 41, § 3, Herstelwet 31.07.1984 (V. 1732 - B. 632);
  • 8 pct. wanneer de hypothecaire leningen tijdens de periode van 01.06.1984 tot 31.12.1985 zijn toegestaan en gewaarborgd zijn door een gemengde levensverzekering;
  • 9 pct. voor de andere leningen die tijdens deze laatste periode zijn toegestaan.


Die aanpassing van de referentierentevoeten houdt verband met de evolutie op de kapitaalmarkt in de loop van het jaar 1986, die de meeste financiële instellingen ertoe geleid heeft de rentevoeten van de vroeger toegestane hypothecaire leningen te verminderen.

8. Voor de leningen die voor 01.01.1980 werden gesloten blijven de in aanmerking te nemen referentierentevoeten in feite dezelfde als die welke door het inmiddels vervangen KB 20.12.1984, werden vastgesteld.



C.Referentierentevoet met betrekking tot niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd
9. De in aanmerking te nemen referentierentevoeten zijn respectievelijk teruggebracht tot 12 pct. en 9,75 pct. voor de sommen waarover de personeelsleden gedurende de jaren 1985 en 1986 hebben kunnen beschikken.



D.Maandelijkse lastenpercentage en reëel jaarlijks lastenpercentage met betrekking tot niet-hypothecaire leningen met vaste looptijd
10. De toepasselijke referentierentevoet is die van het jaar waarin het contract is gesloten. De toepassingsregels verschillen evenwel naargelang het leningen betreft die zijn gesloten in de loop van :

  • de jaren 1984 en vorige;
  • het jaar 1985;
  • het jaar 1986.


11. Voor leningen gesloten in de loop van de jaren 1984 en vorige, stemt de in aanmerking te nemen referentierentevoet - zoals vroeger - overeen met 60 pct. van het maandelijks of reëel jaarlijks lastenpercentage dat voorkomt in bijlage VI van het KB/WIB

12. Voor in 1985 gesloten leningen is de referentierentevoet vastgesteld op basis van een maandelijks lastenpercentage van 0,62.

13. Voor in 1986 gesloten leningen is de referentierentevoet vastgesteld op basis van een maandelijks lastenpercentage van 0,44 of 0,49 naargelang de financiering gediend heeft voor de aankoop van een wagen of voor andere doeleinden.

14. De referentierentevoet mag voor deze beide jaren eveneens worden vastgesteld op basis van het reëel jaarlijks lastenpercentage door middel van de formule : i = p x 24 x n ---------- n + 1 waarin : i = reëel jaarlijks lastenpercentage; p = maandelijks lastenpercentage (cf. nrs. 12 en 13 hiervoor); n = terugbetalingstermijn in maanden.

III.Persoonlijk gebruik van een voertuig, door een werkgever kosteloos ter beschikking van zijn personeelsleden gesteld
15. Met ingang van 01.01.1985 is de verwijzing naar het KB 18.01.1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten weggevallen en is het voordeel gelijk aan het aantal voor persoonlijke doeleinden afgelegde kilometers, vermenigvuldigd met het voordeel in frank per afgelegde kilometer dat met inachtneming van de belastbare kracht van het voertuig inzake verkeersbelasting hierna is aangegeven (art. 9quater, § 3, punt 9, KB/WIB vervangen door KB 19.02.1986) :

=========================================== | Belastbare kracht | Voordeel in F per | | in PK | afgelegde kilometer | | -------------------|---------------------| | 4 | 5,3 | | 5 | 6,2 | | 6 | 6,9 | | 7 | 7,6 | | 8 | 8,3 | | 9 | 9,0 | | 10 | 10,0 | | 11 | 10,9 | | 12 | 11,6 | | 13 | 12,3 | | 14 | 12,8 | | 15 | 13,3 | | 16 | 13,7 | | 17 | 14,0 | | 18 | 14,3 | | 19 | 14,6 | | en meer | | ===========================================