Circulaire nr. 9/2006 d.d. 26.04.2006
Vlaams Gewest - Vermindering fiscale boete
Dos. EE/L. 107
In het Belgisch Staatsblad van 6 augustus 2004 werd het besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse regering houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van en vaststelling van een tweede bijlage bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten bekendgemaakt.
Dit besluit is in werking getreden op 6 augustus 2004 zijnde op datum van de publicatie. De nieuwe richtlijnen worden toegepast voor overtredingen vastgesteld vanaf die datum.
De tekst van het besluit vormt bijlage bij deze circulaire.
De Administrateur-generaalvan de Patrimoniumdocumentatie,
D. DE BRONE
----------
14 mei 2004 - Besluit van de Vlaamse regering houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van en vaststelling van een tweede bijlage bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
De Vlaamse regering,
Gelet op het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, inzonderheid op het artikel 219, derde lid, vervangen bij de wet van 15 maart 1999;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek-en griffierechten;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 8 maart 2004;
Gelet op het advies 36.919/1 van de Raad van State, gegeven op 22 april 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Overwegende dat op heden een regeling voor de vermindering van de proportionele fiscale boeten voorzien in de artikelen 46bis, vierde en vijfde lid, 61/5, 212bis, achtste lid en 140 undecies, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten ontbreekt; dat een eventuele vermindering van de proportionele fiscale boeten op dit ogenblik enkel mogelijk is in het kader van een verzoekschrift aan de federale Minister van Financiën tot kwijtschelding van fiscale boeten voorzien door artikel 219, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten; dat met het oog op de rechtszekerheid een uniforme regeling inzake vermindering van proportionele fiscale boeten wenselijk is;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie;
Na beraadslaging,
Besluit:
Artikel 1. In artikel 11, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals vervangen bij koninklijk besluit van 30 januari 1987, wordt tussen de woorden "als bijlage" en "bij dit besluit", de woorden "of als tweede bijlage" gevoegd.
Art. 2. Het bij dit besluit gevoegde barema tot vermindering van proportionele fiscale boeten wordt als tweede bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking op datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 14 mei 2004
De minister - president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
Vlaams minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie,
D. VAN MECHELEN
___________________________
BIJLAGE
Tweede bijlage bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten.
| Aard van de overtreding | Bedrag van de verminderde boete |
I. Vermindering van de heffingsgrondslag (abattement) : | |
A. Onjuiste vermelding inzake het bezit van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd (art. 46bis, vierde lid W.Reg.) | 1/2 van de aanvullende rechten |
B. Niet-naleving van de verplichting tot vestiging van de hoofdverblijfplaats (art. 46bis, vijfde lid W.Reg.) : | |
1. Ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag bij de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding heeft gegeven | 1/2 van de aanvullende rechten |
2. ingeval van vermindering van de heffingsgrondslag achteraf ingevolge toepassing van artikel 212ter W.Reg. | 1/2 van de aanvullende rechten |
II. Meeneembaarheid : | |
A. Onjuiste vermelding van de registratierelazen en/of van het wettelijk aandeel in de rechten (art. 61/5 en art. 61/4, eerste lid, 2° / art. 212bis, zesde lid, 2 ° en achtste lid W.Reg.) | 1/3 van de aanvullende rechten |
B. Onjuiste verklaring betreffende de hoofdverblijfplaats ten tijde van de verkoop (art. 61/5 en art. 61/4, eerste lid, 3°, a) W.Reg.) / ten tijde van de nieuwe aankoop (art. 212bis, zesde lid, 3°, a), en achtste lid W.Reg). | 1/5 van de aanvullende rechten |
C. Niet-naleving van de verplichting tot vestiging van de hoofdverblijfplaats : | |
1. Primaire vorm van meeneembaarheid : | |
a) Boete van art. 61/5 en art. 61/4, eerste lid, 3°, b) W.Reg. | Bedrag van de wettelijke intrest berekend op de aanvullende rechten vanaf de datum van registratie van het document dat tot heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding heeft gegeven, met maximum 1/2 van die rechten. |
b) boete van art. 212bis, achtste lid en zesde lid, 3°, b) W.Reg. | Bedrag van de wettelijke intrest berekend op de ten onrechte teruggegeven rechten vanaf de datum van de ordonnancering van de teruggave van deze rechten, met maximum 1/2 van die rechten. |
2. secundaire vorm van meeneembaarheid (ingevolge toepassing van artikel 212ter W.Reg.). | Bedrag van de wettelijke intrest berekend op de onrechtmatige teruggegeven rechten vanaf de datum van de ordonnancering van de teruggave van deze rechten, met maximum 1/2 van die rechten. |
III. Schenking van bouwgrond | |
Onjuiste verklaring betreffende de bestemming van de grond (artikel 140undecies W.Reg.) | 1/3 van de aanvullende rechten |
IV. Verlaagd tarief van artikel 53, eerste lid, 2°, W.Reg. | |
Gebrek aan inschrijving binnen de termijn en gedurende de tijd bepaald in artikel 60, tweede lid (artikel 61/1, tweede lid) W.Reg.) | 1/3 van de aanvullende rechten |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004, houdende wijziging van artikel 11, eerste lid, van en vaststelling van een tweede bijlage bij het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
De minister - president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
Vlaams minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening,
Wetenschappen en Technologische Innovatie,
D. VAN MECHELEN
Bron: FisconetPlus
