Aanschrijving nr. 2 d.d. 27.03.1997
Vlaams Gewest
Vrijstelling van successierecht voor maatschappelijke rechten in vennootschappen opgericht in het kader van de realisatie en/of financiering van serviceflats
In het Belgisch Staatsblad van 31 december 1994 werd het decreet van het Vlaams Parlement van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 bekendgemaakt. Artikel 54 van dit decreet voegt, voor wat het Vlaams Gewest betreft, in het Wetboek der successierechten een artikel 55bis in. Artikel 55bis van het Wetboek der successierechten werd gewijzigd door de decreten van het Vlaams Parlement van 22 december 1995 en 20 december 1996, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van respectievelijk 30 december 1995 (vijfde uitgave) en 31 december 1996 (derde uitgave).
De gecoördineerde tekst van artikel 55bis van het Wetboek der successierechten dat in werking trad op 1 januari 1995 gaat hierbij (zie bijlage I).
Op grond van artikel 55bis W.Succ. wordt vrijstelling verleend van het recht van successie voor maatschappelijke rechten in een door de Vlaamse regering, in het kader van de financiering en de realisatie van serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening, erkende vastgoedbeleggingsvennootschap met vast aantal rechten van deelneming (BEVAK).
Deze bepaling is van kracht sinds 1 januari 1995 op nalatenschappen opengevallen in het Vlaamse Gewest. Gelet op de toepassingsvoorwaarden en op het feit dat slechts voor het eerst op 14 november 1995 op desbetreffende aandelen kon worden ingeschreven, zal de vrijstelling van successierechten maar kunnen plaatsvinden voor overlijdens vanaf 14 november 2000.
Toepassingsvoorwaarden :
Het volstaat dus dat de overledene of zijn echtgenoot in het bezit is gekomen van de maatschappelijke rechten 5 jaar vóór het overlijden hetzij door inschrijving hetzij op een andere wijze doch uiterlijk in het jaar 2005. De maatschappelijke rechten die bij erfenis door de echtgenoot of de erfgenamen in eerste graad na het jaar 2005 werden verworven en waarbij geen vrijstelling van successierecht werd bekomen kunnen evenwel nog worden vrijgesteld.
De vrijstelling blijft behouden ook indien de erkenning van de vastgoedbeleggingsvennootschap door de Vlaamse regering wordt ingetrokken in de mate dat de maatschappelijke rechten volgestort werden vóór de intrekking van de erkenning (art. 55bis, § 4 W. Succ.).
Het vrijstelbare bedrag wordt bepaald in artikel 12 van het uitvoeringsbesluit van 3 mei 1995, gewijzigd bij art. 3 besluit van 10 oktober 1995.
Bij besluit van de Vlaamse regering van 18 oktober 1995, art. 2 (B.S. van 17 januari 1996) komen de maatschappelijke rechten in de vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal "Serviceflats Invest" in aanmerking voor vrijstelling van successierechten.
Vrijstelling van successierecht voor maatschappelijke rechten in vennootschappen opgericht in het kader van de realisatie en/of financiering van serviceflats
In het Belgisch Staatsblad van 31 december 1994 werd het decreet van het Vlaams Parlement van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 bekendgemaakt. Artikel 54 van dit decreet voegt, voor wat het Vlaams Gewest betreft, in het Wetboek der successierechten een artikel 55bis in. Artikel 55bis van het Wetboek der successierechten werd gewijzigd door de decreten van het Vlaams Parlement van 22 december 1995 en 20 december 1996, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van respectievelijk 30 december 1995 (vijfde uitgave) en 31 december 1996 (derde uitgave).
De gecoördineerde tekst van artikel 55bis van het Wetboek der successierechten dat in werking trad op 1 januari 1995 gaat hierbij (zie bijlage I).
Op grond van artikel 55bis W.Succ. wordt vrijstelling verleend van het recht van successie voor maatschappelijke rechten in een door de Vlaamse regering, in het kader van de financiering en de realisatie van serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening, erkende vastgoedbeleggingsvennootschap met vast aantal rechten van deelneming (BEVAK).
Deze bepaling is van kracht sinds 1 januari 1995 op nalatenschappen opengevallen in het Vlaamse Gewest. Gelet op de toepassingsvoorwaarden en op het feit dat slechts voor het eerst op 14 november 1995 op desbetreffende aandelen kon worden ingeschreven, zal de vrijstelling van successierechten maar kunnen plaatsvinden voor overlijdens vanaf 14 november 2000.
Toepassingsvoorwaarden :
- de vastgoedbeleggingsvennootschap met vast aantal rechten van deelneming (BEVAK) moet erkend zijn door de Vlaamse regering. De erkenningsvoorwaarden worden vastgelegd in § 3 van artikel 55bis W.Succ. en in het desbetreffende besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 1995 (B.S. 20/09/1995) gewijzigd bij besluiten van 10 oktober 1995 (B.S. 29/11/1995) en 3 december 1996 (B.S. 30/01/1997) (zie gecoördineerde tekst in bijlage II);
- de maatschappelijke rechten moeten worden vermeld in de aangifte van nalatenschap en deel uitmaken van de nalatenschap van de inschrijver of belastbaar zijn in toepassing van artikel 5 W.Succ. (art. 14 besluit van 3 mei 1995, gewijzigd bij art. 5 besluit van 10 oktober 1995);
- op de maatschappelijke rechten moet ten minste vijf jaar vóór het openvallen van de nalatenschap en uiterlijk in het jaar 2005 zijn ingeschreven door en op naam van de overledene of zijn echtgenoot.(Artikel 55bis, § 1 W.Succ.). Ze moeten bovendien reeds drie jaar volstort zijn op de datum van het openvallen van de nalatenschap (Art. 11 besluit van 3 mei 1995, gewijzigd door art. 2 besluit van 10 oktober 1995). Met inschrijving wordt gelijkgesteld de verwerving op een andere wijze uiterlijk in het jaar 2005. Een verwerving na het jaar 2005, met uitzondering van verkrijging onder echtgenoten en erfgenamen in de eerste graad waarbij geen vrijstelling van successierechten werd verworven, kan geen aanleiding geven tot vrijstelling van het successierecht (art. 11 besluit van 3 mei 1995, gewijzigd door art. 2 besluit van 10 oktober 1995).
Het volstaat dus dat de overledene of zijn echtgenoot in het bezit is gekomen van de maatschappelijke rechten 5 jaar vóór het overlijden hetzij door inschrijving hetzij op een andere wijze doch uiterlijk in het jaar 2005. De maatschappelijke rechten die bij erfenis door de echtgenoot of de erfgenamen in eerste graad na het jaar 2005 werden verworven en waarbij geen vrijstelling van successierecht werd bekomen kunnen evenwel nog worden vrijgesteld.
- in de aangifte dient uitdrukkelijk om de vrijstelling te worden verzocht (art. 14 besluit van 3 mei 1995, gewijzigd bij art. 5 besluit van 10 oktober 1995);
- een vrijstellingsattest dient bij de aangifte gevoegd (art. 11 en 14 besluit van 3 mei 1995, gewijzigd bij respectievelijk art. 2 en 5 besluit van 10 oktober 1995).
De vrijstelling blijft behouden ook indien de erkenning van de vastgoedbeleggingsvennootschap door de Vlaamse regering wordt ingetrokken in de mate dat de maatschappelijke rechten volgestort werden vóór de intrekking van de erkenning (art. 55bis, § 4 W. Succ.).
Het vrijstelbare bedrag wordt bepaald in artikel 12 van het uitvoeringsbesluit van 3 mei 1995, gewijzigd bij art. 3 besluit van 10 oktober 1995.
Bij besluit van de Vlaamse regering van 18 oktober 1995, art. 2 (B.S. van 17 januari 1996) komen de maatschappelijke rechten in de vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal "Serviceflats Invest" in aanmerking voor vrijstelling van successierechten.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
F. BURNONVILLE
Bron: FisconetPlus
