Circulaire nr. 7/2004 (AFZ 11/2004 - Dos. E.E./L. 139) d.d. 12.05.2004

Waalse successierechten (art. 60) - Waalse registratierechten (art. 131, 132/2, 135, 140)
In het Belgisch Staatsblad van 6 februari 2004, werd het programmadecreet van het Waals Parlement van 18 december 2003 "houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken" bekendgemaakt.

Dat decreet is op 6 februari 2004 inwerkinggetreden en voert de volgende wijzigingen door:

  • afstemming van het tarief van de schenkingsrechten op dat van de successierechten (punt 1);
  • introductie van het begrip "wettelijk samenwonende" in het tarief van de schenkingsrechten (punt 2);
  • introductie van bijzondere voorwaarden voor het verkrijgen van de vrijstelling (art. 55) en de vermindering (art. 59) van de rechten van successie en van overgang bij overlijden (punt 3);
  • introductie van bijzondere voorwaarden voor het verkrijgen van de in artikel 140 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten bepaalde vermindering van het schenkingsrecht (punt 4).
In deze circulaire worden de gewijzigde bepalingen kort van commentaar voorzien.

Bijlage 1 bevat een uittreksel uit het decreet met de relevante wijzigende artikelen en bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen van de Wetboeken.

Tot slot wordt een korte commentaar gegeven bij het arrest nr. 45/2004 van het Arbitragehof, d.d. 17 maart 2004 ( punt 5).

COMMENTAAR
1. Afstemming van het tarief van de schenkingsrechten op dat van de successierechten
Het decreet van 22 oktober 2003 " houdende wijziging van de artikelen 48 en 54 van het Wetboek der successierechten" heeft het tarief " Tussen alle andere personen" in het kader van de rechten van successie en van overgang bij overlijden verhoogd (zie circulaire nr. 4/2004 van 11 maart 2004).

Bij onderhavig programmadecreet wordt bepaald dat dezelfde verhoging zal gelden voor schenkingen " Tussen alle andere personen".

Bijgevolg ziet dat tarief " Tussen alle andere personen" voor wat betreft de schenkingsrechten er voortaan ook als volgt uit:

Gedeelte van de schenking Tussen alle
andere personen

van tot inbegrepen
EUR EURt.h.
0,01 12.50030
12.500 25.00035
25.000 75.00060
75.000 175.00080
boven de 175.00090
Het volledige parallellisme tussen het tarief van de schenkingsrechten en dat van de successierechten is aldus hersteld.

2. Introductie van de notie "wettelijk samenwonende" in het tarief van de schenkingsrechten.
2.1. Voor wat de schenkingsrechten aangaat wordt de wettelijk samenwonende gelijkgesteld met een echtgenoot: wettelijk samenwonenden worden dan ook voortaan vermeld in tabel I van artikel 131 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Het valt onmiddellijk op dat de hier gebruikte notie van "wettelijk samenwonende" dezelfde is als die gebruikt in de successierechten. Met andere woorden er wordt in de definitie ervan eveneens gerefereerd aan de wettelijke samenwoning zoals bepaald in boek III, titel Vbis van het Burgerlijk Wetboek. Ter herinnering (zie circ. nr. 2/2002 van 15 januari 2002), de wettelijke samenwoning zoals bepaald in het Burgerlijk Wetboek is geen contract maar een statuut dat een - eerder beperkte- vermogensrechtelijke bescherming biedt aan de betrokken personen.Voor het bekomen van dat statuut is het opstellen van een verklaring vereist die moet worden overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.

In het kader van de schenkingsrechten zal het tarief "(rechte lijn, tussen echtgenoten en) tussen wettelijk samenwonenden " maar van toepassing zijn indien op het tijdstip van de schenking de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  • schenker en begiftigde moeten werkelijk wettelijk samenwonen;
  • de begiftigde wettelijk samenwonende moet op hetzelfde adres als dat van de schenker zijn ingeschreven (gedomicilieerd);
  • de verklaring van wettelijke samenwoning van de schenker en de begiftigde wettelijk samenwonende moet reeds meer dan één jaar afgelegd zijn;
  • de schenker en begiftigde mogen geen broer(s) en/of zus(sen), oom en neef of nicht, en tante en neef of nicht zijn.
2.2. Vermeldenswaard zijn ook de twee volgende puur formele aanpassingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

De eerste aanpassing werd gedaan in artikel 132 2 dat handelt over de invloed van de gewone adoptie op het schenkingstarief : in het 3° van het tweede lid wordt nu bepaald dat de vereiste verzorging door de adoptant ook gezamenlijk met de persoon met wie hij wettelijk samenwoonde mag verstrekt zijn, terwijl voorheen enkel gezamenlijke verzorging door de adoptant en zijn echtgenoot in aanmerking kwam.

De tweede aanpassing werd gedaan in artikel 135, tweede lid: naast de echtgenoot komt voortaan ook de wettelijk samenwonende in aanmerking voor de verlaging van het schenkingsrecht wegens kinderlast.

Opmerking:

Merk op dat artikel 132 2, tweede lid, 3° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten niet meer volledig gelijkluidend is met artikel 52 2, tweede lid, 3° van het Wetboek der successierechten. Inderdaad, wat de successierechten betreft volstaat het dat de hulp en de verzorging uitsluitend of hoofdzakelijk door de aangeduide personen werd verstrekt (zie circ. nr. 4/2004 van 11 maart 2004) terwijl in het kader van de schenkingsrechten vereist blijft dat die hulp en verzorging uitsluitend door de aangeduide personen werd verstrekt.

3. Introductie van bijzondere voorwaarden voor het verkrijgen van de vrijstelling (art. 55) en de vermindering (art. 59) van de rechten van successie en van overgang bij overlijden.
3.1. De vrijstelling en de vermindering bepaald in de artikelen 55 en 59 van het Wetboek der successierechten waren tot nog toe voorbehouden voor Belgische organismen en instellingen. De Europese Commissie oordeelde in haar gemotiveerd advies van 16 oktober 2002 dat die beperking tot Belgische organismen en instellingen niet verenigbaar is met de communautaire vrijheden omdat ze een discriminatie op grond van nationaliteit inhoudt. Bij dit programmadecreet wordt de waalse wetgeving in overeenstemming gebracht met het communautaire recht.

3.2. Concreet betekent dit dat de vrijstelling en de vermindering van het recht van successie en van overgang bij overlijden (bepaald in de art. 55 en 59) ¾ onder bepaalde voorwaarden ¾ van toepassing kunnen zijn op buitenlandse instellingen.

3.3. Er wordt verwezen naar de tekst van het nieuwe artikel 60 van het Wetboek der successierechten. Samengevat bepaalt dat artikel in § 1 de algemene voorwaarden die de instelling moet vervullen om recht te hebben op de vrijstelling of de vermindering en in § 2 de bijkomende voorwaarde die specifiek voor V.Z.W.'s geldt.

De algemene voorwaarden die het organisme of de instelling moet vervullen om recht te hebben op de vrijstelling of de vermindering zijn de volgende:
* lokalisatie op het E.U.-grondgebied

Het organisme of de instelling moet op het grondgebied van de Europese Unie hetzij zijn statutaire zetel, hetzij zijn centraal bestuur, hetzij zijn voornaamste vestiging hebben.

* lokalisatie van een zetel van werkzaamheden

Het organisme of de instelling moet een dergelijke zetel hebben ofwel in België ofwel in een ander land van de Europese Unie (wanneer de overledene er daadwerkelijk verbleef of verbleven heeft, of er zijn beroep had op het ogenblik van zijn overlijden of er voorheen heeft gehad). De uitdrukking "zetel van werkzaamheden" moet begrepen worden in de zin die eraan wordt gegeven in artikel 58 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. Aldus is een zetel van werkzaamheden: "een duurzame inrichting zonder afzonderlijke rechtspersoonlijkheid waarvan de activiteiten in overeenstemming zijn met het doel van de internationale vereniging die een niet-winstgevend doel van internationaal nut nastreeft".

* op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap uitgeoefende activiteit

Het organisme of de instelling moet in die zetel doelstellingen nastreven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, of nog inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of begeleiding van personen. Daarenboven wordt vereist dat het nastreven van die doelstellingen de hoofdactiveit van die zetel is en dat dit belangeloos geschiedt.

Bijkomende voorwaarde te vervullen door sommige V.Z.W.'s (om het verminderd recht te kunnen genieten):
Wanneer het organisme of de instelling een V.Z.W. is (met andere woorden wanneer de legataris een V.Z.W. is) die in België of in het buitenland geldig is opgericht, wordt voor de toepassing van het verminderd recht de vervulling van een bijkomende formaliteit vereist: de neerlegging van bepaalde documenten en het verschaffen van bepaalde inlichtingen door de V.Z.W.

Deze bijkomende formaliteit is slechts vereist in twee gevallen:

1) wanneer de waarde van het legaat 1.500 euro overschrijdt;

2) wanneer de bevoegde ontvanger de vervulling ervan vereist om te kunnen nagaan of aan de voormelde algemene voorwaarden is voldaan.

Uiteraard moeten die documenten worden neergelegd en de inlichtingen worden verschaft op het kantoor waar de aangifte van de nalatenschap van de overledene moet worden ingediend, en dit terzelfdertijd met de neerlegging van die aangifte.

Over welke documenten en inlichtingen gaat het ?
Een onderscheid moet worden gemaakt naargelang de V.Z.W al of niet erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Dit artikel en de artikelen 57 en volgende van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepalen de voorwaarden en modaliteiten waaronder bepaalde instellingen kunnen erkend worden in het kader van de regeling van de aftrekbaarheid van giften in geld van het inkomen van de schenker.

  • Indien de V.Z.W. erkend is voor de periode waarin het overlijden van de de cujus zich voordoet, moet enkel een voor eensluidend verklaard afschrift van de erkenning worden neergelegd.
  • Indien de V.Z.W. niet erkend is voor de periode waarin het overlijden van de de cujus zich voordoet, moeten de volgende documenten en inlichtingen worden verstrekt: een afschrift van de vigerende statuten van de vereniging (eventueel met bijgevoegde vertaling in het Frans) en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten; het adres van de zetel van de vereniging; de opgave van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging, het adres van de centra van werkzaamheden van de vereniging alsook de naam ervan (ingeval die niet overeenstemt met de naam van de vereniging).
Opmerking:
De bevoegde ontvanger kan de toekenning van het verminderd tarief afhankelijk stellen van de bijkomende neerlegging van volgende documenten (ter controle van het vervuld zijn van bovenvermelde algemene voorwaarden): een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en de begroting van het op het ogenblik van het overlijden lopende boekjaar.

4. Introductie van bijzondere voorwaarden voor het verkrijgen van de in artikel 140 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten bepaalde vermindering van het schenkingsrecht.
De onder punt 3 gegeven commentaar is hier ¾ mutatis mutandis ¾ volledig van toepassing (de tekst in het Belgisch Staatsblad is quasi identiek).

De aandacht dient alleen gevestigd te worden op de hierna volgende elementen.

Men moet zich op het tijdstip van de schenking plaatsen om na te gaan of de rechtspersoon-begiftigde een zetel van werkzaamheden heeft die aan de vereisten beantwoordt, of hij aan de na te streven doelstellingen voldoet en of hij aan de E.U.-lokalisatievoorwaarde voldoet.

Indien de rechtspersoon-begiftigde een V.Z.W. is moet aan dezelfde bijkomende voorwaarde worden voldaan inzake het neerleggen van bepaalde documenten en het verschaffen van bepaalde inlichtingen. Uiteraard moet dat geschieden op het kantoor waar de schenking moet worden geregistreerd en dit terzelfdertijd met die aanbieding ter registratie.

Of de V.Z.W. overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek van inkomsten-belastingen 1992 erkend is, moet eveneens beoordeeld worden op het ogenblik van de schenking.

5. Arrest nr. 45/2004 van het Arbitragehof, d.d. 17 maart 2004.
Artikel 43 van de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen luidt als volgt:

"In artikel 140, eerste lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a) in 3° vervallen de woorden "met inbegrip van de inbrengsten om niet";

b) er wordt een 3°bis ingevoegd, luidende:

"3°bis - het algemeen vast recht voor de inbrengen om niet aan private stichtingen en stichtingen van openbaar nut of aan rechtspersonen als bedoeld onder 2°, indien de inbrenger zelf een stichting van openbaar nut of een dezer rechtspersonen is."."

Tegen dat artikel 43 heeft de Waalse regering, bij verzoekschrift dat aan het Arbitragehof is toegezonden op 10 juni 2003, beroep tot vernietiging ingesteld (beroep waarbij de Vlaamse regering zich in haar memories heeft aangesloten).

Het enige middel werd afgeleid uit de schending van de artikelen 4, § 1, en 5, §1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten (in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, 8°, van diezelfde wet). De Waalse regering deed gelden dat de federale wetgever inbreuk pleegde op de bevoegdheden van de Gewesten door artikel 140, eerste lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten te wijzigen.

Het Arbitragehof oordeelde dat de federale wetgever genoemde artikelen van de bijzondere wet in onderhavig geval effectief heeft geschonden.

Om de belastingplichtigen niet in hun legitieme verwachtingen teleur te stellen heeft het Arbitragehof echter het beschikkend gedeelte van zijn arrest opgesplitst in twee onderdelen:

  • enerzijds vernietiging van het bestreden artikel 43;
  • anderzijds handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepaling tot de inwerkingtreding van bepalingen waarbij de gewestwetgevers een ander registratierecht hebben of zullen hebben vastgesteld [Zie wat het Vlaamse Gewest betreft het decreet van 19 december 2003 (B.S. 31 december 2003); circulaire nr. 5/2004 van de Patrimoniumdocumentatie.] voor de inbrengen om niet aan private stichtingen en stichtingen van openbaar nut of aan rechtspersonen als bedoeld in artikel 140, eerste lid, 2°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, indien de inbrenger zelf een stichting van openbaar nut of een dezer rechtspersonen is.
Gelet op de handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepaling wordt in bijlage 2 nog steeds de vernietigde tekst vermeld.

Voor nadere uitleg inzake de praktische gevolgen van dit arrest wordt verwezen naar de circulaire nr. 5/2004 van de Patrimoniumdocumentatie.

NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK



BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 6 februari 2004
MINISTERIE VAN HET WAALS GEWEST
18 DECEMBER 2003. - Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken
De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Bepalingen betreffende de fiscaliteit
Afdeling 1. - Bepalingen tot wijziging van de artikelen 131, 132-2 en 135 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Artikel 1. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden volgende wijzigingen aangebracht in artikel 131 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij artikel 32 van de wet van 22 december 1977, bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij artikel 42, 5 o, van het koninklijk besluit van 13 juli 2001 :

1 o In de eerste regel, tweede kolom, van tabel I, worden de woorden "en tussen wettelijk samenwonenden" toegevoegd na de woorden "tussen echtgenoten".

2 o De laatste twee kolommen van tabel II worden vervangen door wat volgt :
"Tussen alle andere personen

ab
t.h.euro
30
353.750,00
608.125,00
8038.125,00
90118.125,00
3 o Die bepaling wordt aangevuld met volgend lid :

« Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder wettelijk samenwonende de persoon verstaan die op het ogenblik van de schenking samen met de schenker gedomicilieerd was en met laatstgenoemde een verklaring van wettelijk samenwonen had overeenkomstig de bepalingen van Boek III, titel Vbis, van het Burgerlijk Wetboek, twee personen uitgezonderd die broers en/of zussen, oom en neef of nicht, en tante en neef of nicht zijn, voorzover de verklaring van wettelijk samenwonen meer dan één jaar vóór de schenking ontvangen is. »

Art. 2. Voor wat betreft het Waalse Gewest, worden volgende wijzigingen aangebracht in artikel 132 2 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 157 van de wet van 22 december 1989 :

1 o onder 1 o van die bepaling worden de woorden "of van de wettelijk samenwonende" ingevoegd tussen de woorden "van de echtgenoot" en de woorden "van de adoptant";

2 o onder 3 o van die bepaling worden de woorden "of van zijn wettelijk samenwonende" ingevoegd tussen de woorden "van zijn echtgenoot" en het woord "te samen".

Art. 3. Voor wat betreft het Waalse Gewest worden in artikel 135, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 21 van het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, en gewijzigd bij artikel 158, 2 o, van de wet van 22 december 1989, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij artikel 42, 5 o, van het koninklijk besluit van 13 juli 2001, de woorden "of wettelijk samenwonende" ingevoegd na de woorden "de begiftigde echtgenoot".

Art. 4. Deze afdeling treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad .



Afdeling 2. - …

Afdeling 3. - …

Afdeling 4. - Wijzigingen in artikel 60 van het Wetboek der successierechten en in artikel 140 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Art. 11. Voor wat betreft het Waalse Gewest, wordt artikel 60 van het Wetboek der successierechten vervangen door volgende bepaling :

"Art. 60. § 1. De artikelen 55 en 59 zijn enkel van toepassing op de organismen en instellingen die aan volgende voorwaarden voldoen :

a . het organisme of de instelling dient een zetel van werkzaamheden te hebben :

  • ofwel in België;
  • ofwel in de lidstaat van de Europese Gemeenschap waarin de erflater daadwerkelijk verbleef of zijn arbeidsplaats had op het ogenblik van zijn overlijden, of waarin hij voorheen daadwerkelijk verbleven is of zijn arbeidsplaats heeft gehad;
b . het organisme of de instelling dient in die zetel hoofdzakelijk en belangeloos doelstellingen na te streven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, dan wel inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of personenbegeleiding, op het ogenblik waarop de erfopvolging geopend wordt;

c . het organisme of de instelling dient zijn statutaire zetel, zijn centraal bestuur of zijn voornaamste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie te hebben.

§ 2. Indien de rechtspersoon vermeld in paragraaf 1 een vereniging zonder winstoogmerk is die geldig is opgericht in België of die geldig is opgericht in het buitenland overeenkomstig de wet van de staat waaronder ze ressorteert en zodra de waarde van het legaat de 1.500 euro overschrijdt of zodra de ambtenaar die het bevoegde kantoor leidt krachtens artikel 38 het oplegt om na te zien of de voorwaarden van paragraaf 1 verenigd zijn, wordt de toepassing van het verlaagde percentage ondergeschikt gemaakt aan de neerlegging door de vereniging van volgende documenten en inlichtingen, tegelijk met de aangifte waarin het aanvaarde legaat wordt vermeld en bij het bevoegde kantoor krachtens artikel 38 :

a . indien de vereniging erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek der inkomstensbelastingen tijdens de periode waarin de erflater overleden is : een voor eensluidend verklaard afschrift van de voor die periode verkregen erkenning;

b . in het tegenovergestelde geval :

  • het afschrift van de vigerende statuten van de vereniging, met in voorkomend geval een vertaling in het Frans, en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten;
  • het adres van de zetel van de vereniging;
  • de vermelding van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging;
  • het adres van de zetels van werkzaamheden van de vereniging, evenals hun benaming indien die benaming niet dezelfde is als die van de vereniging.
Op verzoek van de ambtenaar die het bevoegde kantoor krachtens artikel 38 leidt, kan de toepassing van het verminderde percentage daarnaast, om na te zien of de voorwaarden van paragraaf 1 verenigd zijn, ondergeschikt worden gemaakt aan de mededeling van een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en van de begroting van het op het ogenblik van het overlijden lopende boekjaar."

Art. 12. Voor wat betreft het Waalse Gewest, wordt artikel 140, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten vervangen door volgende leden :

"De verlagingen ingeschreven in het eerste lid, 1 o, 2 o, 3 o en 4 o, zijn enkel van toepassing op de schenkingen aan rechtspersonen die volgende voorwaarden verenigen :

a . de rechtspersoon dient een zetel van werkzaamheden te hebben :

  • ofwel in België;
  • ofwel in de lid-Staat van de Europese Gemeenschap waarin de schenker daadwerkelijk verblijft of zijn arbeidsplaats heeft op het ogenblik van de schenking, of waarin hij voorheen daadwerkelijk verbleven is of zijn arbeidsplaats heeft gehad;
b . de rechtspersoon dient in die zetel hoofdzakelijk en belangeloos doelstellingen na te streven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, dan wel inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of personenbegeleiding, op het ogenblik van de schenking;

c . de rechtspersoon dient zijn statutaire zetel, zijn centraal bestuur of zijn voornaamste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie te hebben.

Indien de begiftigde rechtspersoon vermeld in beide vorige leden een vereniging zonder winstoogmerk is die geldig is opgericht in België of die geldig is opgericht in het buitenland overeenkomstig de wet van de staat waaronder zij ressorteert, zodra de waarde van de gift 1.500 euro overschrijdt of zodra de ambtenaar die het bevoegde kantoor leidt krachtens de artikelen 39 en 40 het oplegt om na te zien of de voorwaarden van beide vorige leden verenigd zijn, wordt de toepassing van het verlaagde percentage ondergeschikt gemaakt aan de neerlegging door de vereniging van volgende documenten en inlichtingen, tegelijk met de akte waarin de schenking vermeld wordt en bij het bevoegde kantoor leidt krachtens de artikelen 39 en 40 :

a . indien de vereniging erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 tijdens de periode waarin de schenking plaatsvond : een voor eensluidend verklaard afschrift van de voor die periode verkregen erkenning;

b . in het tegenovergestelde geval :

  • het afschrift van de vigerende statuten van de vereniging, met in voorkomend geval een vertaling in het Frans, en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten;
  • het adres van de zetel van de vereniging;
  • de vermelding van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging;
  • het adres van de zetels van werkzaamheden van de verenging, evenals hun benaming indien die benaming niet dezelfde is als die van de vereniging.
Op verzoek van de ambtenaar die het bevoegde kantoor krachtens de artikelen 39 en 40 leidt, kan de toepassing van het verminderde percentage daarnaast, om na te zien of de voorwaarden van de leden 1 en 2 verenigd zijn, ondergeschikt worden gemaakt aan de mededeling van een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en van de begroting van het op het ogenblik van de schenking lopende boekjaar."

Art. 13. Deze afdeling treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.



Kondigen dit decreet af en bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 18 december 2003.

De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE

De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën,
S. KUBLA

De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie,
J. DARAS

De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,
M. DAERDEN

De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu,
M. FORET

De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
J. HAPPART

De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken,
Ch. MICHEL

De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE

De Minister van Tewerkstelling en Vorming,
Ph. COURARD

BIJLAGE 2
Gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen in de Wetboeken

I. Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Artikel 131
Voor de schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen wordt over het bruto-aandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven volgens het tarief in onderstaande tabellen aangeduid.

Hierin wordt vermeld:

onder a: het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte;

onder b: het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.

Tabel I

Gedeelte van de schenking Rechte lijn,
tussen echtgenoten en
tussen wettelijk samenwonenden

van tot inbegrepen a b
EUR EUR t.h. EUR
0,01 12.500 3 -
12.500 25.000 4 375
25.000 50.000 5 875
50.000 100.000 7 2.125
100.000 150.000 10 5.625
150.000 200.000 14 10.625
200.000 250.000 18 17.625
250.000 500.000 24 26.625
boven de 500.000 30 86.625
Tabel II

Gedeelte van de schenking Tussen broeders
en zusters

Tussen ooms of
tantes en neven
of nichten

Tussen alle
andere personen

van tot inbegrepen a b a b a b
EUR EUR t.h. EUR t.h. EUR t.h. EUR
0,01 12.500 20 - 25- 30 -
12.500 25.000 25 2.500303.125 35 3.750,00
25.000 75.000 35 5.625406.875 60 8.125,00
75.000 175.0005023.1255526.875 80 38.125,00
boven de 175.000 65 73.1257081.875 90 118.125,00
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder wettelijk samenwonende de persoon verstaan die op het ogenblik van de schenking samen met de schenker gedomicilieerd was en met laatstgenoemde een verklaring van wettelijk samenwonen had overeenkomstig de bepalingen van Boek III, titel Vbis, van het Burgerlijk Wetboek, twee personen uitgezonderd die broers en/of zussen, oom en neef of nicht, en tante en neef of nicht zijn, voorzover de verklaring van wettelijk samenwonen meer dan één jaar vóór de schenking ontvangen is.

Artikel 1322
Voor de toepassing van deze afdeling wordt er geen rekening gehouden met de verwantschapsband voortspruitende uit de gewone adoptie.

Evenwel wordt, mits bewijs te verstrekken door de belanghebbende, met deze adoptieve afstamming rekening gehouden :

1° wanneer het adoptief kind een kind is van de echtgenoot of van de wettelijk samenwonende van de adoptant;

2° wanneer, op het ogenblik van de adoptie, het adoptief kind onder de voogdij was van de openbare onderstand of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, of wees van een voor België gestorven vader of moeder;

3° wanneer het adoptief kind, vóór de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt te hebben en gedurende zes onafgebroken jaren, uitsluitend van de adoptant of eventueel van hem en zijn echtgenoot of van zijn wettelijk samenwonende tesamen, de hulp en de verzorging heeft gekregen welke kinderen normaal van hun ouders krijgen;

4° wanneer de adoptie gedaan werd door een persoon van wie al de afstammelingen voor België gestorven zijn.

Artikel 135
Het bedrag van het recht vereffend ten laste van de begiftigde, die op het tijdstip waarop het recht aan de Staat verworven is minstens drie kinderen in leven heeft die de leeftijd van eenentwintig jaar niet hadden bereikt, wordt verminderd met 2 pct. voor elk van deze kinderen, zonder dat de vermindering 62 EUR per kind mag overschrijden.

Deze vermindering wordt ten gunste van de begiftigde echtgenoot of wettelijk samenwonende gebracht op 4 pct. per kind dat de leeftijd van eenentwintig jaar niet had bereikt, zonder dat de vermindering 124 EUR per kind mag overschrijden.

Voor de toepassing van dit artikel wordt het ontvangen kind voor zover het levensvatbaar geboren wordt, gelijkgesteld met het geboren kind.

Artikel 140
De bij artikel 131 vastgestelde rechten worden verlaagd tot :

1° 6,60 pct. voor de schenkingen aan provinciën, gemeenten, provinciale en gemeentelijke openbare instellingen, instellingen van openbaar nut, aan de Nationale Maatschappij voor de huisvesting en de Nationale Landmaatschappij alsmede de door hen erkende maatschappijen, aan de samenwerkende vennootschap "Woningfonds van de bond der Grote Gezinnen van België", aan de C.V. Vlaams Woningfonds van de grote gezinnen, aan de C.V. Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië, aan de C.V. Woningfonds van de gezinnen van het Brusselse Gewest, aan de naamloze of samenwerkende maatschappijen die uitsluitend tot doel hebben leningen te doen met het oog op het bouwen, het aankopen of het inrichten van volkswoningen, kleine landeigendommen of daarmede gelijkgestelde woningen, alsmede de uitrusting ervan met geschikt mobilair, aan de door de wet van 26 augustus 1913 opgerichte Nationale Maatschappij der waterleidingen, aan de verenigingen gesticht volgens hetgeen voorzien is bij de wetten van 18 augustus 1907 en 1 maart 1922 en aan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;

2° 8,80 pct. voor de schenkingen, met inbegrip van de inbrengsten om niet, gedaan aan verenigingen zonder winstoogmerken, aangenomen mutualiteitsverenigingen, beroepsverenigingen en internationale verenigingen met wetenschappelijk doel;

3° 1,10 pct. voor de schenkingen, gedaan aan instellingen van openbaar nut of aan rechtspersonen die in het 2° bedoeld zijn, zo de schenker of de inbrenger zelf een instelling van openbaar nut of een dezer rechtspersonen is.

3°bis het algemeen vast recht voor de inbrengen om niet aan private stichtingen en stichtingen van openbaar nut of aan rechtspersonen als bedoeld onder 2°, indien de inbrenger zelf een stichting van openbare nut of een dezer rechtspersonen is.

4° 1,10 pct. voor de schenkingen met inbegrip van de inbrengsten om niet gedaan door de gemeenten aan de pensioenfondsen die zij onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben opgericht in uitvoering van een door de voogdijoverheid goedgekeurd saneringsplan.

De verlagingen ingeschreven in het eerste lid, 1 o, 2 o, 3 o en 4 o, zijn enkel van toepassing op de schenkingen aan rechtspersonen die volgende voorwaarden verenigen :

a . de rechtspersoon dient een zetel van werkzaamheden te hebben :

  • ofwel in België;
  • ofwel in de lid-Staat van de Europese Gemeenschap waarin de schenker daadwerkelijk verblijft of zijn arbeidsplaats heeft op het ogenblik van de schenking, of waarin hij voorheen daadwerkelijk verbleven is of zijn arbeidsplaats heeft gehad;
b . de rechtspersoon dient in die zetel hoofdzakelijk en belangeloos doelstellingen na te streven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, dan wel inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of personenbegeleiding, op het ogenblik van de schenking;

c . de rechtspersoon dient zijn statutaire zetel, zijn centraal bestuur of zijn voornaamste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie te hebben.

Indien de begiftigde rechtspersoon vermeld in beide vorige leden een vereniging zonder winstoogmerk is die geldig is opgericht in België of die geldig is opgericht in het buitenland overeenkomstig de wet van de staat waaronder zij ressorteert, zodra de waarde van de gift 1.500 euro overschrijdt of zodra de ambtenaar die het bevoegde kantoor leidt krachtens de artikelen 39 en 40 het oplegt om na te zien of de voorwaarden van beide vorige leden verenigd zijn, wordt de toepassing van het verlaagde percentage ondergeschikt gemaakt aan de neerlegging door de vereniging van volgende documenten en inlichtingen, tegelijk met de akte waarin de schenking vermeld wordt en bij het bevoegde kantoor leidt krachtens de artikelen 39 en 40 :

a . indien de vereniging erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 tijdens de periode waarin de schenking plaatsvond : een voor eensluidend verklaard afschrift van de voor die periode verkregen erkenning;

b . in het tegenovergestelde geval :

  • het afschrift van de vigerende statuten van de vereniging, met in voorkomend geval een vertaling in het Frans, en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten;
  • het adres van de zetel van de vereniging;
  • de vermelding van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging;
  • het adres van de zetels van werkzaamheden van de verenging, evenals hun benaming indien die benaming niet dezelfde is als die van de vereniging.
Op verzoek van de ambtenaar die het bevoegde kantoor krachtens de artikelen 39 en 40 leidt, kan de toepassing van het verminderde percentage daarnaast, om na te zien of de voorwaarden van de leden 1 en 2 verenigd zijn, ondergeschikt worden gemaakt aan de mededeling van een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en van de begroting van het op het ogenblik van de schenking lopende boekjaar.

II. Wetboek der successierechten.
Artikel 60
§ 1. De artikelen 55 en 59 zijn enkel van toepassing op de organismen en instellingen die aan volgende voorwaarden voldoen :

a . het organisme of de instelling dient een zetel van werkzaamheden te hebben :

  • ofwel in België;
  • ofwel in de lidstaat van de Europese Gemeenschap waarin de erflater daadwerkelijk verbleef of zijn arbeidsplaats had op het ogenblik van zijn overlijden, of waarin hij voorheen daadwerkelijk verbleven is of zijn arbeidsplaats heeft gehad;
b . het organisme of de instelling dient in die zetel hoofdzakelijk en belangeloos doelstellingen na te streven van ecologische, menslievende, filosofische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, culturele, sportieve, politieke, syndicale, professionele, humanitaire, vaderlandslievende of burgerlijke aard, dan wel inzake onderwijs, zorgverlening aan mensen of dieren, maatschappelijke bijstand of personenbegeleiding, op het ogenblik waarop de erfopvolging geopend wordt;

c . het organisme of de instelling dient zijn statutaire zetel, zijn centraal bestuur of zijn voornaamste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie te hebben.

§ 2. Indien de rechtspersoon vermeld in paragraaf 1 een vereniging zonder winstoogmerk is die geldig is opgericht in België of die geldig is opgericht in het buitenland overeenkomstig de wet van de staat waaronder ze ressorteert en zodra de waarde van het legaat de 1.500 euro overschrijdt of zodra de ambtenaar die het bevoegde kantoor leidt krachtens artikel 38 het oplegt om na te zien of de voorwaarden van paragraaf 1 verenigd zijn, wordt de toepassing van het verlaagde percentage ondergeschikt gemaakt aan de neerlegging door de vereniging van volgende documenten en inlichtingen, tegelijk met de aangifte waarin het aanvaarde legaat wordt vermeld en bij het bevoegde kantoor krachtens artikel 38 :

a . indien de vereniging erkend is overeenkomstig artikel 110 van het Wetboek der inkomstensbelastingen tijdens de periode waarin de erflater overleden is : een voor eensluidend verklaard afschrift van de voor die periode verkregen erkenning;

b . in het tegenovergestelde geval :

  • het afschrift van de vigerende statuten van de vereniging, met in voorkomend geval een vertaling in het Frans, en de verwijzingen naar de wettelijke bekendmakingen van die statuten;
  • het adres van de zetel van de vereniging;
  • de vermelding van de doeleinden en de activiteiten van de vereniging;
  • het adres van de zetels van werkzaamheden van de vereniging, evenals hun benaming indien die benaming niet dezelfde is als die van de vereniging.
Op verzoek van de ambtenaar die het bevoegde kantoor krachtens artikel 38 leidt, kan de toepassing van het verminderde percentage daarnaast, om na te zien of de voorwaarden van paragraaf 1 verenigd zijn, ondergeschikt worden gemaakt aan de mededeling van een voor eensluidend verklaard afschrift van de ontvangsten- en uitgavenrekening van het laatste boekjaar van de vereniging en van de begroting van het op het ogenblik van het overlijden lopende boekjaar.