14.07.2008 - Omzendbrief D.I. 521.103 - D.D. 282.520
DOUANEPROCEDURES
|
NCTS BEËINDIGING VAN DE REGELING BEPALINGEN VAN TOEPASSING VOOR ZENDINGEN DIE AANKOMEN BIJ EEN TOEGELATEN GEADRESSEERDE | D.I. 521.103 |
D.D. 282.520 |
Brussel, 14 juli 2008.
- Voor zendingen onder dekking van een doorvoeraangif- te NCTS die aankomen in de instellingen van een toegelaten ge- adresseerde tijdens de uren voorzien in de vergunning voor ver- eenvoudigde procedure ter bestemming, moet deze laatste een aan- komstbericht (IE007) insturen zodra de zending aankomt.
- Wanneer geen verificatie wordt uitgevoerd door de con- troledienst zendt het systeem een bericht “toestemming tot los- sing” (IE043) naar de bestemmeling die vervolgens kan overgaan tot de lossing van de zending en overeenkomstig artikel 408 van de toe- passingsbepalingen van het communautair douanewetboek, onmid- dellijk de douaneautoriteiten moet op de hoogte stellen van eventuele overschotten, tekorten, verwisselingen of andere onregelmatigheden die hij zou vaststellen tussen de zending en de gegevens van het be- richt IE043. De lossing moet ten laatste de eerste werkdag volgend op de verzending van het bericht IE007 plaatsvinden.
Bon O.S.D. nr. A/I 83/08
2
Het voormelde inlichten gebeurt met behulp van het be- richt “lossingsbemerkingen” (IE044) dat moet worden doorgezonden zodra de lossing beëindigd is of er nu verschillen vastgesteld zijn of niet. De onderstaande tabel geeft de tijdstippen weer waarop de berichten verplicht door de bestemmeling moeten worden door- gezonden.
Bericht | Tijdstip van verzending |
IE007 | Op het tijdstip van de zending |
IE044 | Onmiddellijk na het einde van de lossing van de zending in de instellingen van de toegelaten geadresseerde en dit ten laatste de eerste werkdag volgend op de dag van verzending van het bericht IE007 |
- Uit het voorgaande volgt dat de praktijk, bestaande uit het groeperen van berichten om ze vervolgens in één keer op een ander dan die hierboven bedoelde tijdstippen te verzenden, uitgesloten is.
- Wanneer de bevoegde dispatching het niet naleven door een toegelaten geadresseerde van een van de bovenvermelde ter- mijnen vaststelt, verwittigt hij onmiddellijk de Gewestelijke directie, die het niet naleven sanctioneert met een boete overeenkomstig het artikel 261 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 (Belgisch staatsblad van 21 september 1977). Wanneer blijkt dat het niet naleven regelmatig of systematisch gebeurt kan dit niet naleven leiden tot een herziening of zelfs de intrekking van de vergunning vereenvoudigde procedure ter bestemming op basis van artikel 9.2 van het communautair douanewetboek (Verorde- ning (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992).
- De verplichting opgenomen in onderhavige omzendbrief moeten op dezelfde wijze worden nageleefd als de vergunningen die de status van toegelaten geadresseerde toekennen zoals voorzien in de artikelen 406 tot 408 van de toepassingsbepalingen van het com- munautair douanewetboek, zodat de onderhavige omzendbrief wordt geacht een onafscheidbaar onderdeel uit te maken van de voor- noemde vergunningen.
Voor de Administrateur Douane en Accijnzen : De Directeur, diensthoofd,
G. CAPIAU
