FAQ TILEA: taks op de inscheping van een luchtvaartuig (versie 2)
FOD Financiën, 28.07.2025
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting
|
Reden van de bijwerking : Aangepaste FAQ's als gevolg van de wijzigingen aangebracht door onder meer de Programmawet van 18.07.2025 (wijziging van het tarief van de taks) en de wijzigingen betreffende de indiening van de formulieren Gewijzigde FAQ Nrs : 35, 40, 41, 43, 44, 45, 56, 58, 59, 60, 61 Vervangt: FAQ TILEA d.d. 08.06.2022 |
2. Toepassingsgebied en belastbaar feit van de TILEA
3. Uitsluitingen en vrijstellingen
4. Belastingschuldige van de TILEA
5. Verplichtingen van de luchtvaartmaatschappij en van de aansprakelijke vertegenwoordiger
6. Erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
7. Registratie van de luchtvaartmaatschappij
8. Verplichtingen van de luchthavenexploitant
11. Eisbaarheid en betaling van de TILEA
14. Het voor de TILEA toepasselijk stelsel op het vlak van de inkomstenbelastingen
15. Formulieren en bevoegde diensten inzake de TILEA
16. Aanspreekpunten voor vragen over de TILEA
BIJLAGE: Bestemmingen gelegen op maximum 500 km van Brussels Airport (indicatieve lijst)
1. Begrippen
1. Wat is de 'TILEA'?
De TILEA, of de inschepingstaks, is een taks op de inscheping van een luchtvaartuig die wordt geheven ter zake van het vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven.
- Art. 160, § 1, eerste lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 111.
2. Wat moet onder 'luchtvaartuig' worden verstaan?
Onder luchtvaartuig wordt verstaan, elk gemotoriseerd toestel dat in de dampkring kan worden gehouden als gevolg van de krachten die de lucht erop uitoefent.
De vereiste van een gemotoriseerd toestel sluit het vervoer met een heteluchtballon of gasballon uit van het toepassingsgebied van de taks.
Vliegtuigen en helikopters, evenals bijvoorbeeld luchtschepen, zoals zeppelins of bestuurbare ballonnen, worden daar wel onder begrepen, aangezien zij worden aangedreven door een motor.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 36.
3. Wat moet onder 'passagier' worden verstaan?
Onder passagier wordt verstaan, de natuurlijke persoon van 2 jaar of ouder die, anders dan als lid van het boordpersoneel, wordt vervoerd met een luchtvaartuig.
- Art. 159, 5°, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 37.
4. Wat moet onder 'boordpersoneel' worden verstaan?
Onder boordpersoneel wordt verstaan, de cockpit- en cabinebemanning (daarin begrepen de personen die in het kader van opleidingsvluchten een opleiding geven of volgen) die door de luchtvaartmaatschappij belast is met taken inzake de besturing en de veiligheid van het vliegen, de zorg voor de passagiers en de begeleiding van de vracht, alsmede ieder die uitsluitend wordt vervoerd om aan boord van een ander luchtvaartuig tijdens een vlucht van dat andere luchtvaartuig werkzaamheden als lid van het boordpersoneel te verrichten.
Art. 159, 6°, WDRT.
5. Wat moet onder 'luchthaven' worden verstaan?
Het begrip 'luchthaven' heeft een ruime draagwijdte.
Onder luchthaven wordt verstaan, een burgerlijk luchthaventerrein bedoeld in art. 43 van het koninklijk besluit van 15.03.1954 tot regeling der luchtvaart (hierna KB 15.03.1954) (1).
Een 'luchtvaartterrein' betreft, hetzij elk luchtverkeerscentrum, met inbegrip van de voor dat verkeer nodige inrichtingen, hetzij elk zelfs tijdelijk voor het landen en opstijgen van luchtvaartuigen ingericht terrein of wateroppervlak (cf. art. 1, eerste lid, van de wet van 27.06.1937 houdende herziening van de wet van 16 November 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart).
Ook helihavens zijn, naast de klassieke grote en kleine luchthavens voor vliegtuigverkeer, burgerlijke luchtvaartterreinen in de zin van de voormelde bepaling. Helihavens vallen m.a.w. eveneens onder het begrip 'luchthaven'.
(1) Art. 43, eerste lid, KB 15.03.1954, bepaalt: 'Geen burgerlijk luchtvaartterrein mag worden aangelegd zonder machtiging van de minister die met het bestuur der luchtvaart is belast of zijn gemachtigde.'
- Art. 159, 1°, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 36.
6. Wat moet onder 'luchtvaartmaatschappij' worden verstaan?
Het begrip 'luchtvaartmaatschappij' heeft een ruime draagwijdte.
Onder luchtvaartmaatschappij wordt verstaan, een onderneming die geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen met een luchtvaartuig, alsmede ieder ander op wiens naam een luchtvaartuig is ingeschreven in het register bedoeld in art. 2 van het KB 15.03.1954, dan wel is ingeschreven in een buitenlands register van luchtvaartuigen.
Dat begrip beoogt niet alleen klassieke luchtvaartmaatschappijen die instaan voor de uitvoering van commerciële vluchten, maar ook personen die instaan voor de uitvoering van privévluchten. Zo vallen vluchten verricht met privéjets eveneens onder het toepassingsgebied van de taks.
- Art. 159, 4°, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 36 en 37 en DOC 55 2522/003, blz. 39.
7. Wat moet onder 'luchthavenexploitant' worden verstaan?
Onder luchthavenexploitant wordt verstaan, de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de luchthaven als onderneming drijft, of bij gebrek daaraan, de eigenaar van de luchthaven.
Art. 159, 2°, WDRT.
8. Wat moet onder 'bestemming' worden verstaan?
Onder bestemming wordt verstaan, de plaats waarheen de luchtvaartmaatschappij de passagier moet vervoeren, in voorkomend geval, krachtens de vervoerovereenkomst.
De vervoerovereenkomst vormt dus het uitgangspunt voor de vaststelling van de bestemming.
In het kader van commerciële vluchten zal er normaal gezien altijd een vervoerovereenkomst beschikbaar zijn.
Bij privévluchten is dat niet altijd het geval. In dat geval zullen andere aanknopingspunten moeten worden gebruikt voor de vaststelling van de bestemming, zoals het vliegplan.
- Art. 159, 7°, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 37.
2. Toepassingsgebied en belastbaar feit van de TILEA
9. Wat is het toepassingsgebied van de TILEA?
De taks is van toepassing op elk vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven.
Ook het vertrek van een passagier per helikopter vanaf een andere dan in België gelegen plaats dan een luchthaven komt in aanmerking voor de toepassing van de taks.
De taks is van toepassing zowel op zakelijke vluchten als op privévluchten. De voorwaarde is dat het gaat om een transport van passagiers via een luchtvaartuig.
- Art. 160, § 1, eerste en tweede lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 37 en DOC 55 2522/003, blz. 7.
10. Wat is het belastbaar feit voor de eisbaarheid van de TILEA?
Het belastbaar feit voor de eisbaarheid van de taks is het vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven en, door gelijkstelling, het vertrek van een passagier per helikopter vanaf een andere in België gelegen plaats dan een luchthaven.
Het moment dat de passagier de zitplaats heeft gereserveerd of betaald, is daarbij niet van belang.
Het gaat om een inschepingstaks en niet om een tickettaks. Wanneer een vlucht wordt omgeboekt of geannuleerd, vindt geen vertrek plaats en is de taks niet verschuldigd.
- Art. 160, § 1, eerste en tweede lid en 163, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 37 en DOC 55 2522/003, blz. 35, 36 en 38.
11. Is de TILEA verschuldigd voor transferpassagiers?
Voor de toepassing van de taks wordt niet als 'vertrek van een passagier' aangemerkt, het vertrek van een luchthaven waarbij cumulatief is voldaan aan de volgende drie voorwaarden, met name dat:
1. dat vertrek als onderdeel van één vervoerovereenkomst plaatsvindt aansluitend op de aankomst van de passagier met een luchtvaartuig op die luchthaven en
2. de aansluiting de belangrijkste reden is voor het gebruik van de luchthaven en
3. de passagier het gebied van de luchthaven, dat een vertrekkende passagier alleen mag betreden met een geldig vervoersbewijs, tussen het moment van aankomst en het moment van vertrek niet langer dan 24 uur heeft verlaten.
Voor de toepassing van de taks wordt enkel het eerste vertrek in het kader van een vervoerovereenkomst in aanmerking genomen. Zo wordt een transferpassagier, d.w.z. die buiten België vertrekt maar in België een aansluitende vlucht neemt, en voor de welke is voldaan aan de voormelde voorwaarden, aldus niet als vertrekkende passagier beschouwd voor de toepassing van de taks. De vervoerovereenkomst is bepalend voor de vaststelling van het vertrekpunt (alsmede van de bestemming).
- Art. 160, § 1, derde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 38 en DOC 55 2522/003, blz. 7.
12. Is de TILEA verschuldigd wanneer de vlucht wordt omgeboekt of geannuleerd?
Neen, de taks is niet verschuldigd indien de vlucht wordt omgeboekt of geannuleerd.
De TILEA is immers geen tickettaks, doch wel een inschepingstaks die wordt geheven ter zake van het vertrek van een passagier.
Indien een vlucht wordt omgeboekt of geannuleerd, vindt geen vertrek plaats en is de taks niet verschuldigd.
- Art. 160, § 1, eerste lid en 163, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/003, blz. 35, 36 en 38.
13. Is de TILEA van toepassing in het geval een helikopter buiten een luchthaven opstijgt?
Helikopters mogen, onder bepaalde voorwaarden, landen of opstijgen buiten een luchthaven (cf. ministerieel besluit van 29.05.2013 houdende regeling van het landen en opstijgen van helikopters buiten de luchtvaartterreinen).
Als vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven wordt ook aangemerkt, het vertrek van een passagier per helikopter vanaf een andere in België gelegen plaats dan een luchthaven.
De taks is dus evenzeer van toepassing op de situatie waarin een helikopterpassagier buiten een luchthaven inscheept.
- Art. 160, § 1, eerste en tweede lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 37.
3. Uitsluitingen en vrijstellingen
14. Welke vluchten zijn uitgesloten van de TILEA?
Vluchten die niet bedoeld zijn voor het vervoer van passagiers worden uitgesloten van de taks.
De taks is dus niet van toepassing in geval van vertrek met een luchtvaartuig:
1° ingeschreven in het Belgische militaire luchtvaartregister of een gelijkaardig buitenlands luchtvaartuig
2° gebezigd voor staatsdiensten, zoals politie en douane
3° voor een lokale vlucht bedoeld in art. 1 van het koninklijk besluit van 10.06.2014 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden opgelegd voor de toelating tot het luchtverkeer van paramotoren, met name een vlucht uitgevoerd rondom een luchtvaartterrein of een terrein voor paramotoren op zodanige afstand dat vanaf dit terrein gegeven optische seinen steeds waarneembaar zijn
4° voor vluchten met vertrek van een luchthaven en terugkomst op dezelfde luchthaven, zonder tussenlanding
5° voor het uitvoeren van een professionele activiteit in het luchtruim waarvoor het gebruik van een luchtvaartuig noodzakelijk of het meest efficiënt is.
Zo zijn bijvoorbeeld ook vluchten met parachutisten of voor luchtdopen uitgesloten van de taks (zie bovengenoemde tweede lid, 4°).
Het aan boord brengen van technici voor werken aan de windmolens op zee, en het vervoer van loodsen per helikopter, vallen onder de uitzondering zoals voorzien voor het uitvoeren van een professionele activiteit in het luchtruim waarvoor het gebruik van een luchtvaartuig noodzakelijk of het meest efficiënt is (zie bovengenoemde tweede lid, 5°). Dat is eveneens het geval voor trainingsvluchten voor toekomstige piloten, vluchten voor luchtsurveillance van leidingen, professionele luchtfotografie of het in beeld brengen van sportwedstrijden.
Vluchten waarvoor een tussenlanding, zelfs een technische, is gepland, zijn niet van de toepassing van de taks uitgesloten. Enkel in geval van een door een technisch incident gerechtvaardigde onvoorziene tussenlanding wordt voorzien in een vrijstelling (zie FAQ 15).
- Art. 160, § 2 en 164, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 38 en 39 en DOC 55 2522/003, blz. 36.
15. Voor welke vervoerde personen is geen TILEA verschuldigd?
De taks is niet verschuldigd voor de vervoerde personen die onder één van de volgende categorieën vallen:
- kinderen met een leeftijd onder de twee jaar (2)
- boordpersoneel (2)
- passagiers die als gevolg van technische incidenten, ongunstig weer of enig ander geval van overmacht, en onderbroken vlucht hernemen
- passagiers van een luchtvaartuig dat uitsluitend voor medische doeleinden wordt gebruikt
- transferpassagiers (zie FAQ 11).
(2) Die vervoerde personen worden immers niet als 'passagiers' aangemerkt voor de toepassing van de taks (zie FAQ 3). Het boordpersoneel wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van de taks gelet op haar bijzondere rol in het luchtvaartverkeer.
Die uitsluitingen zijn uitputtend. Aldus is de taks van toepassing op onder andere in het kader van een privévlucht vervoerde passagiers (bijv. een recreatieve vlucht met een privéjet, zie ook FAQ 6).
- Art. 159, 5° en 6°; 160, § 1, derde lid en 164, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 37 t.e.m. 39 en 41 en DOC 55 2522/003, blz. 7.
4. Belastingschuldige van de TILEA
16. Wie is de belastingschuldige van de TILEA?
De belastingschuldige van de taks is de al dan niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij.
Daarnaast hebben de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappijen, naargelang het geval, de verplichting dan wel de mogelijkheid om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen (zie FAQ 17).
In het geval de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld, verbindt die laatste zich hoofdelijk tegenover de Belgische Staat tot de aangifte van de taks, tot betaling van de verschuldigde sommen en tot uitvoering van alle andere verplichtingen waartoe de luchtvaartmaatschappij, krachtens de bepalingen inzake de TILEA, gehouden is (zie FAQ 19 en 20).
Of de taks kan worden doorgerekend aan de passagier is een contractuele aangelegenheid tussen de luchtvaartmaatschappij en de passagier. Er zal dus moeten gekeken worden naar de voorwaarden van de luchtvaartmaatschappij, waarmee de passagier heeft ingestemd bij de aankoop van het ticket.
- Art. 161, eerste t.e.m. vierde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39 en DOC 55 2522/003, blz. 36.
17. Wanneer heeft de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij de verplichting, dan wel de mogelijkheid, om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen?
Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappijen naargelang ze hun hoofdkantoor binnen of buiten de Europese Economische Ruimte (EER) hebben.
De niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappijen die hun hoofdkantoor buiten de EER hebben, moeten door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
De niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappijen die hun hoofdkantoor binnen de EER hebben, kunnen door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
- Art. 161, eerste t.e.m. vierde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39.
18. In welk geval wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger als belastingschuldige van de TILEA aangeduid?
De door de luchtvaartmaatschappij aangestelde erkende aansprakelijke vertegenwoordiger verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische Staat tot de aangifte van de taks, tot betaling van de verschuldigde sommen en tot uitvoering van alle andere verplichtingen waartoe de luchtvaartmaatschappij, krachtens de bepalingen inzake de TILEA, gehouden is (zie FAQ 19 en 20).
Art. 161, eerste t.e.m. vierde lid, WDRT.
5. Verplichtingen van de luchtvaartmaatschappij en van de aansprakelijke vertegenwoordiger
19. Welke zijn de verplichtingen van de luchtvaartmaatschappij?
De luchtvaartmaatschappij is gehouden om:
1. zich bij de bevoegde dienst te laten registreren indien zij minstens twee vluchten per kalenderjaar met passagiers vanaf een in België gelegen luchthaven uitvoert (zie titel 7)
2. de aangifte in de TILEA binnen de voorgeschreven termijn in te dienen (zie titel 10)
3. de taks te betalen door storting of overschrijving op de bankrekening van de bevoegde dienst binnen de voorgeschreven termijn (zie titel 11)
4. alle documenten die de juiste heffing van de taks kunnen aantonen, ter beschikking van de administratie te houden.
Daarboven moeten de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappijen die hun hoofdkantoor buiten de Europese Economische Ruimte hebben, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger aanstellen en hem laten erkennen door de minister van Financiën of zijn gemachtigde.
- Art. 161, eerste t.e.m. vierde lid en zesde lid; 166, § 1, eerste t.e.m. derde lid en § 2 en 166/1, eerste lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39 en 42.
20. Wat zijn de verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger die werd erkend op initiatief van een niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij?
De aansprakelijke vertegenwoordiger die werd erkend op initiatief van een niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische Staat tot:
- de aangifte van de taks
- de betaling van de verschuldigde sommen, en
- de uitvoering van alle andere verplichtingen waartoe de luchtvaartmaatschappij, krachtens de bepalingen inzake de TILEA, gehouden is.
- Art. 161, vierde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39.
6. Erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
21. Wat zijn de voorwaarden om als aansprakelijke vertegenwoordiger te worden erkend?
De aansprakelijke vertegenwoordiger moet:
- bekwaam zijn om contracten aan te gaan
- in België gevestigd zijn en een nummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO-nummer) hebben
- voldoende solvabel zijn om de verplichtingen te kunnen nakomen waartoe hij gehouden is.
De bevoegde dienst bepaalt, op basis van de beschikbare elementen in haar eigen databanken alsook in externe databanken die haar ter beschikking werden gesteld, of de aansprakelijke vertegenwoordiger aan de voorwaarden voldoet om erkend te worden.
De administratie heeft tevens het recht om aanvullende documenten op te vragen die verantwoorden of de aansprakelijke vertegenwoordiger voldoende solvabel is.
Indien aan één van de bovenstaande voorwaarden niet is voldaan of indien de aansprakelijke vertegenwoordiger de verplichtingen waartoe hij gehouden is niet langer nakomt, kan de erkenning worden ingetrokken.
Art. 221quater en 221quinquies, KB/WDRT.
22. Hoe dient de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij om de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger te verzoeken?
Om de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger wordt verzocht met behulp van het daarvoor bestemde formulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
Dat formulier moet aan de bevoegde dienst worden gericht zoals erop vermeld.
Art. 221ter, eerste en vijfde lid, KB/WDRT.
23. Welke elementen moeten in het verzoek om erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger worden vermeld?
De luchtvaartmaatschappij die een aansprakelijke vertegenwoordiger wil laten erkennen moet aan de FOD Financiën in het verzoek vermelden:
- de volledige identiteit van de luchtvaartmaatschappij alsook van de voorgestelde aansprakelijke vertegenwoordiger
- de verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger ten opzichte van de Belgische Staat om alle verplichtingen waartoe hij gehouden is na te komen, met name:
* de indiening van de aangifte van de taks
* de betaling van de verschuldigde bedragen
* de uitvoering van alle andere verplichtingen waartoe de luchtvaartmaatschappij gehouden is.
Art. 221ter, tweede tot en met vierde lid, KB/WDRT.
24. Wat zijn de sancties bij gebrek aan erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger of aan verplichte vervanging van de aansprakelijk vertegenwoordiger?
Er wordt een boete verbeurd van:
- door een luchtvaartmaatschappij die vanuit België tot 1.000 passagiers heeft vervoerd in het voorgaande kalenderjaar, 250 euro per maand vertraging, zonder dat de totale boete 2.500 euro kan overschrijden
- door een luchtvaartmaatschappij die vanuit België 1.001 tot 100.000 passagiers heeft vervoerd in het voorgaande kalenderjaar, 2.500 euro per maand vertraging, zonder dat de totale boete 25.000 euro kan overschrijden
- door een luchtvaartmaatschappij die vanuit België meer dan 100.000 passagiers heeft vervoerd in het voorgaande kalenderjaar, 25.000 euro per maand vertraging zonder dat de totale boete 250.000 euro kan overschrijden.
Elke begonnen maand vertraging wordt voor een volle maand gerekend en de berekening van de maand gebeurt van datum tot datum.
- Art. 161, zevende lid, WDRT.
- Art. 221novies, KB/WDRT.
7. Registratie van de luchtvaartmaatschappij
25. Wanneer moet de luchtvaartmaatschappij zich registreren?
De luchtvaartmaatschappij moet zich registeren voor het eerste vertrek dat de taks verschuldigd maakt.
- Art. 161, WDRT
- Art. 221, KB/WDRT.
26. Wat zijn de modaliteiten voor de registratie van de luchtvaartmaatschappij?
De luchtvaartmaatschappij (of zijn aansprakelijke vertegenwoordiger) moet een aanvraag tot registratie als luchtvaartmaatschappij indienen bij de bevoegde dienst zoals vermeld op het daarvoor bestemde formulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën, met vermelding van:
a. als de luchtvaartmaatschappij (of haar eventuele erkende aansprakelijke vertegenwoordiger) een rechtspersoon is:
- hun naam inclusief de rechtsvorm
- hun zetel
- hun ondernemingsnummer.
Indien de luchtvaartmaatschappij geen zetel of vaste inrichting in België heeft, vermeldt zij bovendien, in voorkomend geval, haar fiscaal identificatienummer in de staat waar zij is gevestigd.
b. als de luchtvaartmaatschappij (of haar eventuele erkende aansprakelijke vertegenwoordiger) een natuurlijk persoon is:
- zijn naam en eerste voornaam
- zijn woonplaats
- het ondernemingsnummer of bij gebrek, zijn rijksregisternummer.
Indien de luchtvaartmaatschappij geen woonplaats in België heeft, vermeldt zij bovendien, in voorkomend geval, haar fiscaal identificatienummer in de staat waar zij is gevestigd.
Indien de in de aanvraag vermelde gegevens niet meer actueel zijn en moeten worden gewijzigd, moet de luchtvaartmaatschappij (of de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger) de voormelde bevoegde dienst daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen.
- Art. 161, WDRT.
- Art. 221, KB/WDRT.
27. Wat is het gevolg voor de aangifte en de betaling van de taks voor een luchtvaartmaatschappij die tot de registratie verplicht is?
Alle geregistreerde luchtvaartmaatschappijen moeten maandelijks de taks betalen, meer bepaald uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op die waarin de taks verschuldigd wordt.
Op de dag van de betaling moet de luchtvaartmaatschappij bij de bevoegde dienst een aangifte indienen die alle voor de juiste heffing van de taks noodzakelijke elementen bevat.
- Art. 166, § 1, eerste en derde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39.
28. Wat is het gevolg voor de aangifte en de betaling van de taks voor een luchtvaartmaatschappij die niet tot de registratie verplicht is?
Een luchtvaartmaatschappij die minder dan twee vluchten per kalenderjaar met passagiers vanaf een in België gelegen luchthaven uitvoert, en die bijgevolg niet gehouden is zich te laten registeren, dient vóór elk vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven een aangifte in en betaalt de taks.
- Art. 166, § 2, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 42.
29. Wat zijn de sancties bij gebrek aan registratie voor een luchtvaartmaatschappij onderworpen aan de registratieverplichting?
Bij gebrek aan registratie van een luchtvaartmaatschappij onderworpen aan de registratieverplichting wordt er een boete verbeurd van:
- door een luchtvaartmaatschappij die vanuit België tot 1.000 passagiers heeft vervoerd in het voorgaande kalenderjaar, 250 euro per maand vertraging, zonder dat de totale boete 2.500 euro kan overschrijden
- door een luchtvaartmaatschappij die vanuit België 1.001 tot 100.000 passagiers heeft vervoerd in het voorgaande kalenderjaar, 2.500 euro per maand vertraging, zonder dat de totale boete 25.000 euro kan overschrijden
- door een luchtvaartmaatschappij die vanuit België meer dan 100.000 passagiers heeft vervoerd in het voorgaande kalenderjaar, 25.000 euro per maand vertraging zonder dat de totale boete 250.000 euro kan overschrijden.
Elke begonnen maand vertraging wordt voor een volle maand gerekend en de berekening van de maand gebeurt van datum tot datum.
- Art. 161, zevende lid, WDRT.
- Art. 221novies, KB/WDRT.
8. Verplichtingen van de luchthavenexploitant
30. Wat zijn de verplichtingen van de luchthavenexploitant in het kader van de TILEA?
De luchthavenexploitant is verplicht om uiterlijk de laatste werkdag van de maand volgend op het kalenderkwartaal waarin de taks verschuldigd wordt, aan de bevoegde dienst de door de Koning bepaalde nodige gegevens te verstrekken om de juiste heffing van de taks te verzekeren.
Art. 165, WDRT.
31. Welke inlichtingen moeten door de luchthavenexploitant worden verstrekt?
De luchthavenexploitant moet bij de bevoegde dienst een lijst verstrekken voor iedere luchtvaartmaatschappij met de volgende inlichtingen met betrekking tot het vorige kalenderkwartaal:
1. de inlichtingen die de identificatie van de luchtvaartmaatschappij mogelijk maken, namelijk:
a. indien het om een rechtspersoon gaat:
- haar naam inclusief de rechtsvorm
- haar zetel
- haar ondernemingsnummer
- indien de luchtvaartmaatschappij geen zetel of vaste inrichting heeft in België, haar fiscaal identificatienummer in de staat waar ze gevestigd is indien de luchthavenexploitant daarover beschikt,
b. indien het om een natuurlijk persoon gaat:
- zijn naam en eerste voornaam
- zijn woonplaats
- zijn ondernemingsnummer of bij gebrek, zijn rijksregisternummer indien de luchthavenexploitant daarover beschikt
- indien de luchtvaartmaatschappij geen woonplaats heeft in België, haar fiscaal identificatienummer in de staat waar ze gevestigd is indien de luchthavenexploitant daarover beschikt,
2. het aantal vluchten met vervoer van passagiers
3. het totaal aantal vervoerde personen (andere dan het boordpersoneel).
- Art. 165, eerste en derde lid, WDRT.
- Art. 221octies, KB/WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 41.
32. Hoe moet de luchthavenexploitant deze inlichtingen verstrekken?
De luchthavenexploitant moet deze inlichtingen verstrekken door middel van het elektronische platform ter beschikking gesteld door de FOD Financiën.
Overgangsmaatregel
Indien het elektronische platform nog niet beschikbaar is, worden de inlichtingen rechtstreeks bij de bevoegde dienst (zie FAQ 59) ingediend en kunnen zij bij deze dienst nog gedurende twee maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beschikbaarheid van het elektronische platform worden ingediend.
Art. 221octies, KB/WDRT.
33. Wanneer moet de luchthavenexploitant deze inlichtingen verstrekken?
De luchthavenexploitant moet deze inlichtingen verstrekken uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op het kalenderkwartaal waarin de taks verschuldigd wordt.
Art. 165, eerste lid, WDRT.
34. Wat zijn de sancties in geval van een ontbrekende, laattijdige, onjuiste of onvolledige mededeling van de gegevens door de luchthavenexploitant?
- Bij niet of laattijdige mededeling van de gegevens
Er wordt een boete verbeurd van:
- 250 euro voor het eerste kwartaal vertraging
- 2.500 euro, per kwartaal, vanaf het tweede tot en met het vierde kwartaal vertraging
- 5.000 euro, per bijkomend kwartaal vertraging, zonder dat de totale boete 25.000 euro kan overschrijden.
Elk begonnen kwartaal vertraging wordt voor een vol kwartaal gerekend en de berekening van het kwartaal gebeurt van datum tot datum.
- Bij onvolledige of onjuiste mededeling van de gegevens
Er wordt een boete verbeurd van 250 euro per maand tot de volledige aanvulling of rechtzetting van die gegevens, zonder dat de totale boete 5.000 euro kan overschrijden.
Elke begonnen maand wordt voor een volledige maand gerekend en de berekening van de maand gebeurt van datum tot datum.
- Art. 165, tweede lid, WDRT.
- Art. 221decies, § 1, KB/WDRT.
9. Tarieven van de TILEA
35. Wat zijn de tarieven van de TILEA?
Voor een vertrek vanaf 29.07.2025 bedraagt de taks:
- 10 euro voor een passagier met een bestemming die niet verder gelegen is dan 500 km in vogelvlucht te rekenen vanaf het 'Aerodrome Reference Point' (ARP) van de luchthaven met het hoogste jaarlijks aantal passagiers van het land, met name Luchthaven Brussel-Nationaal (Brussels Airport) (3)
- 5 euro voor een passagier met een bestemming verder dan 500 km in vogelvlucht te rekenen vanaf het ARP van de luchthaven met het hoogste jaarlijks aantal passagiers van het land.
(3) Zie bijlage voor de indicatieve lijst van bestemmingen die op maximum 500 km van Brussels Airport gelegen zijn.
- Art. 162, WDRT, zoals van toepassing vanaf 29.07.2025 (zie art. 2 et 3, Programmawet van 18.07.2025).
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 34 en 40 en DOC 55 2522/003, blz. 7, voor wat het begrip ARP betreft.
- Parl. St. betreffende de Programmawet 18.07.2025, Kamer, 2024-2025, DOC 56 0909/001, blz. 3.
36. Hoe wordt de bestemming vastgesteld voor de bepaling van het toepasselijke tarief in het geval van tussenlanding?
Voor de vaststelling van het toepasselijke tarief wordt gekeken naar de bestemming van de passagier, waarbij de bestemming op de vervoerovereenkomst als uitgangspunt wordt genomen.
Dit betekent dat passagiers die een tussenlanding maken in een buitenlandse luchthaven of die hun reis verderzetten vanuit zo'n luchthaven met een ander vliegtuig maar met hetzelfde ticket, worden belast rekening houdende met de eindbestemming krachtens hun vervoerovereenkomst.
- Art. 159, 7°, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 40.
10. Aangifte in de TILEA
37. Wie moet de aangifte in de TILEA indienen?
De belastingschuldige, met name de luchtvaartmaatschappij, of in voorkomend geval, de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger dient de aangifte in de TILEA in.
- Art. 161, eerste en vierde lid en 166, § 1, derde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39.
38. Wie moet de aangifte in de TILEA indienen wanneer er een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger werd aangesteld?
In het geval de niet in België gevestigde luchtvaartmaatschappij een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld, verbindt die laatste zich hoofdelijk tegenover de Belgische Staat tot de aangifte van de taks, tot betaling van de verschuldigde sommen en tot uitvoering van alle andere verplichtingen waartoe de luchtvaartmaatschappij is gehouden krachtens de bepalingen inzake de TILEA.
Bijgevolg is het in eerste instantie de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger die de aangifte in de TILEA moet indienen.
- Art. 161, eerste en vierde lid, WDRT.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 39.
39. Wat zijn de te vermelden gegevens in de aangifte in de TILEA?
In de aangifte in de TILEA dienen de volgende gegevens te worden vermeld:
1. de inlichtingen die de identificatie van de luchtvaarmaatschappij mogelijk maakt, namelijk:
- haar naam, inclusief de rechtsvorm, of haar naam en eerste voornaam (evenals die van haar eventuele erkende aansprakelijke vertegenwoordiger)
- haar zetel of woonplaats (evenals die van haar eventuele erkende aansprakelijke vertegenwoordiger)
- haar ondernemingsnummer of bij gebrek, het rijksregisternummer (evenals die van haar eventuele erkende aansprakelijke vertegenwoordiger)
- haar fiscaal identificatienummer in de staat waar ze gevestigd is indien zij geen woonplaats, zetel of vaste inrichting in België heeft,
2. de periode waarvoor de aangifte is opgemaakt
3. het aantal vluchten waarvoor de taks verschuldigd is
4. het aantal personen vervoerd met de vluchten (het boordpersoneel niet meegerekend), met opgave van:
a. het aantal passagiers, opgedeeld volgens het tarief en
b. het aantal personen waarvoor de taks niet verschuldigd is
5. het totaal van de voor de aangifte verschuldigde taks
6. het aantal vluchten van het volgende type:
- lokale vluchten uitgevoerd rondom een luchtvaartterrein of terrein voor paramotoren op zodanige afstand dat vanaf dit terrein gegeven optische seinen steeds waarneembaar zijn (met name de vluchten bedoeld in art. 1 van het koninklijk besluit van 10.06.2014 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden opgelegd voor de toelating tot het luchtverkeer van paramotoren)
- vluchten met vertrek van een luchthaven en terugkomst op dezelfde luchthaven, zonder tussenlanding
- vluchten voor het uitvoeren van een professionele activiteit in het luchtruim waarvoor het gebruik van een luchtvaartuig noodzakelijk of het meest efficiënt is.
- Art. 166, § 1, derde lid, WDRT.
- Art. 221bis, § 1, KB/WDRT.
40. Hoe moet de aangifte in de TILEA worden ingediend?
Voor de modaliteiten betreffende de indiening van de aangifte wordt verwezen naar het aangifteformulier beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
41. Binnen welke termijn moet de aangifte in de TILEA worden ingediend door de luchtvaartmaatschappij of in voorkomend geval door de aansprakelijke vertegenwoordiger?
Er moet een onderscheid worden gemaakt naargelang het gaat om een al dan niet geregistreerde luchtvaartmaatschappij.
1. Voor de geregistreerde luchtvaartmaatschappij
De aangifte moet ingediend worden op de dag van de betaling van de taks door de luchtvaartmaatschappij, d.w.z. uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op die waarin de taks verschuldigd wordt. De taks wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een luchtvaartuig vertrekt (zie FAQ 10).
Overgangsmaatregelen
2022 : In afwijking hiervan wordt een bijkomende termijn toegekend voor de indiening van de aangiftes voor de maanden april, mei, juni en juli 2022:
- de aangifte in de taks op de inscheping van de maand april 2022 moet uiterlijk op 30.09.2022 worden ingediend
- de aangifte in de taks op de inscheping van de maand mei 2022 moet uiterlijk op 31.10.2022 worden ingediend
- de aangifte in de taks op de inscheping van de maand juni 2022 moet uiterlijk op 30.11.2022 worden ingediend
- de aangifte in de taks op de inscheping van de maand juli 2022 moet uiterlijk op 30.12.2022 worden ingediend.
2025 : In afwijking hiervan moet elk vertrek van een passagier, onderworpen aan het tarief van 5 euro zoals ingevoerd door de PW van 18.07.2025 en dat plaatsvindt in juli, augustus of september 2025, in de aangifte worden opgenomen alsof het vertrek respectievelijk in september, oktober of november 2025 plaatsvond.
Dit betekent dat:
- de aangifte in de taks op de inscheping voor elk vertrek onderworpen aan het tarief van 5 euro dat in juli 2025 plaatsvindt, uiterlijk op 31.10.2025 moet ingediend worden;
- de aangifte in de taks op de inscheping voor elk vertrek onderworpen aan het tarief van 5 euro dat in augustus 2025 plaatsvindt, uiterlijk op 28.11.2025 moet ingediend worden;
- de aangifte in de taks op de inscheping voor elk vertrek onderworpen aan het tarief van 5 euro dat in september 2025 plaatsvindt, uiterlijk op 31.12.2025 moet ingediend worden.
Er zullen geen sancties opgelegd worden mits een volledige en juiste aangifte wordt ingediend en de taks wordt betaald volgens de modaliteiten en termijnen zoals voorzien in de overgangsmaatregelen.
OPGELET: Deze afwijking heeft geen betrekking op elk vertrek van een passagier onderworpen aan het tarief van 10 euro. Daarvoor blijven de gewone termijnen van toepassing.
2. Voor de luchtvaartmaatschappij die niet is gehouden zich te registreren
De aangifte moet ingediend worden (en de taks moet worden betaald) vóór elk vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven.
Art. 163, 166, § 1, derde lid en § 2, WDRT.
42. Wat zijn de sancties in geval van niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte door de luchtvaartmaatschappij?
Bij een niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte is de luchtvaartmaatschappij (of zijn erkende aansprakelijke vertegenwoordiger) een boete verschuldigd evenredig aan de verschuldigde rechten, vastgesteld als volgt:
1ste overtreding | 10 % van de verschuldigde rechten |
2de overtreding | 50 % van de verschuldigde rechten |
3de overtreding | 100 % van de verschuldigde rechten |
Vanaf de 4de overtreding | 200 % van de verschuldigde rechten |
Als er gedurende vier opeenvolgende jaren geen overtreding is geweest, worden eerdere overtredingen buiten beschouwing gelaten.
- Art. 166, § 3, WDRT.
- Art. 221undecies, KB/WDRT.
11. Eisbaarheid en betaling van de TILEA
43. Wanneer moet de luchtvaartmaatschappij de taks betalen?
Er moet een onderscheid gemaakt worden naargelang de luchtvaartmaatschappij al dan niet geregistreerd is.
1. Voor de geregistreerde luchtvaartmaatschappij
De betaling moet uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op die waarin de taks verschuldigd wordt, worden ontvangen. De taks wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een luchtvaartuig vertrekt (zie FAQ 10).
De betaling wordt geacht te zijn verricht wanneer de bankrekening van de bevoegde dienst wordt gecrediteerd. Denk er dus aan om uw bank te verzoeken om de betaling tijdig uit te voeren.
Overgangsmaatregelen
2022 : In afwijking hiervan wordt een bijkomende termijn toegekend voor de betaling van de taks voor de maanden april, mei, juni en juli 2022:
- de betaling van de taks op de inscheping van de maand april 2022 moet uiterlijk op 30.09.2022 worden ontvangen
- de betaling van de taks op de inscheping van de maand mei 2022 moet uiterlijk op 31.10.2022 worden ontvangen
- de betaling van de taks op de inscheping van de maand juni 2022 moet uiterlijk op 30.11.2022 worden ontvangen
- de betaling van de taks op de inscheping van de maand juli 2022 moet uiterlijk op 30.12.2022 worden ontvangen.
2025 : In afwijking hiervan moet voor elk vertrek van een passagier, onderworpen aan het tarief van 5 euro zoals ingevoerd door de PW van 18.07.2025 en dat in juli, augustus of september 2025 plaatsvindt, de taks worden betaald alsof het vertrek respectievelijk in september, oktober of november 2025 plaatsvond.
Dit betekent dat:
- voor elk vertrek dat in de maand juli 2025 plaatsvindt en dat onderworpen is aan het tarief van 5 euro, de taks uiterlijk op 31.10.2025 moet betaald worden;
- voor elk vertrek dat in de maand augustus 2025 plaatsvindt en dat onderworpen is aan het tarief van 5 euro, de taks uiterlijk op 28.11.2025 moet betaald worden;
- voor elk vertrek dat in de maand september 2025 plaatsvindt en dat onderworpen is aan het tarief van 5 euro, de taks uiterlijk op 31.12.2025 moet betaald worden.
Er zullen geen sancties opgelegd worden mits een volledige en juiste aangifte wordt ingediend en taks wordt betaald volgens de modaliteiten en termijnen zoals voorzien in de overgangsmaatregelen.
OPGELET: Deze afwijking heeft geen betrekking op elk vertrek van een passagier onderworpen aan het tarief van 10 euro. Daarvoor blijven de gewone termijnen van toepassing.
2. Voor de luchtvaartmaatschappij die niet is gehouden om zich te registreren
De betaling moet vóór elk vertrek van een passagier vanaf een in België gelegen luchthaven worden ontvangen.
Art. 163, 166, § 1, eerste lid en § 2, WDRT.
44. Hoe moet de taks worden betaald?
Voor de modaliteiten betreffende de betaling van de taks wordt verwezen naar het aangifteformulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
Art. 166, § 1, tweede lid, WDRT.
45. Wat zijn de gevolgen van een laattijdige of niet-betaling van de taks terwijl een aangifte werd ingediend?
Wanneer de taks niet tijdig wordt betaald, is een nalatigheidsinterest verschuldigd te rekenen vanaf de dag die volgt op de vervaldatum voor de betaling, tegen de rentevoet zoals bepaald overeenkomstig art. 2, § 2/1, eerste lid, 1°, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest.
Bij niet-betaling of laattijdige betaling, is de luchtvaartmaatschappij (of zijn erkende aansprakelijke vertegenwoordiger) een boete verschuldigd evenredig aan het bedrag van de verschuldigde rechten, vastgesteld als volgt:
1ste overtreding | 10 % van de verschuldigde rechten |
2de overtreding | 50 % van de verschuldigde rechten |
3de overtreding | 100 % van de verschuldigde rechten |
Vanaf de 4de overtreding | 200 % van de verschuldigde rechten |
Als er gedurende vier opeenvolgende jaren geen overtreding is geweest, worden eerdere overtredingen buiten beschouwing gelaten.
Bij niet-betaling van de belastingschuld bestaande uit de taks, de interesten de geldboeten en de bijbehoren, wordt deze opgenomen in een innings- en invorderingsregister, dat de uitvoerbare titel vormt waardoor de belastingschuld kan ingevorderd worden.
Van zodra het innings- en invorderingsregister uitvoerbaar wordt verklaard, wordt de opname van de belastingschuld in dit register aan de belastingschuldige ter kennis gebracht door de verzending, onder gesloten omslag, van een innings- en invorderingsbericht.
Het inningsregister is eveneens uitvoerbaar tegen medeschuldenaren.
Indien de belastingschuldige de schuld niet betaalt na de ontvangst van het innings- en invorderingsbericht, zal hij een herinnering tot betaling (of een aanmaning tot betaling) ontvangen.
Indien gedurende de maand volgend op de uitwerkingsdatum van de aanmaning tot betaling nog steeds geen betaling werd ontvangen, zal de invorderingsprocedure worden aangevangen.
Maken een middel tot tenuitvoerlegging, de middelen tot tenuitvoerlegging bedoeld in deel V, titel III van het Gerechtelijk Wetboek alsook het uitvoerend beslag onder derden bedoeld in artikel 21 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (Wetboek Invordering).
- Art. 166, § 3, 201^39, §§ 1 en 3, en 204^3, §§ 1 en 2, WDRT.
- Art. 221undecies, KB/WDRT.
- Art. 7 en 13, §§ 1 en 3, Wetboek Invordering.
12. Controlemaatregelen
46. Wat zijn de specifieke onderzoeksbevoegdheden waarover de administratie beschikt ten aanzien van de belastingschuldige van de taks?
De belastingschuldige is gehouden om op elk verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de vestiging of de inning en invordering van de taksen bedoeld in boek II van het WDRT, zonder verplaatsing inzage te verlenen van al zijn documenten die de juiste heffing van de taks kunnen aantonen.
Hiermee wordt bedoeld alle gegevens, documenten, verantwoordingsstukken, … die toelaten de inlichtingen die moeten worden aangegeven te bewijzen. Het gaat om o.a. een lijst van alle vluchten die op Belgisch grondgebied vertrokken, met per vlucht, de indeling van de passagiers volgens de al dan niet verschuldigdheid van de taks en volgens het tarief van de taks.
Art. 166/1, eerste lid, WDRT.
47. Wat is de sanctie bij de weigering door de belastingschuldige van de taks om de in art. 166/1, WDRT, bedoelde documenten mede te delen?
Een boete van 250 tot 2.500 euro is verschuldigd voor elke weigering van mededeling.
Het bedrag van de fiscale boetes waarvoor de WDRT slechts het minimum en het maximum aangeeft, wordt bepaald door de bevoegde Adviseur-generaal van de administratie die belast is met de vestiging of de inning en invordering van de diverse rechten en taksen vastgesteld door het WDRT.
Art. 166/1, tweede lid en 205², WDRT.
48. Over welke andere onderzoeksbevoegdheden beschikt de administratie om de correcte inning, aangifte en betaling van de TILEA na te gaan?
Wat de luchtvaartmaatschappijen (of hun eventuele erkende aansprakelijke vertegenwoordigers) en de luchthavenexploitant betreft, voorziet art. 205^1, eerste lid, WDRT, dat ambtenaren beschikken over volgende onderzoeksbevoegdheden:
'Onverminderd de bijzondere bepalingen van dit Wetboek (WDRT), zijn de openbare instellingen, de stichtingen van openbaar nut, de private stichtingen, de verenigingen, maatschappijen of vennootschappen die in België hun hoofdinrichting, een filiale of enigerlei zetel van verrichtingen hebben, de bankiers, de wisselagenten, de wisselagentcorrespondenten, en alle personen bij wie, ter voldoening aan bedoelde wetgeving, controle kan uitgeoefend worden, gehouden, zonder verplaatsing, hun registers, repertoria, boeken, akten en alle andere bescheiden in verband met hun handels-, beroeps- of statutaire bedrijvigheid, mede te delen aan de ambtenaren van de administratie belast met de vestiging of de inning en de invordering van de taksen bedoeld in het Wetboek, handelende krachtens een bijzondere machtiging van de administrateur-generaal van deze administratie, opdat even genoemde ambtenaren zich kunnen vergewissen van de juiste heffing der te hunnen laste of ten laste van derden vallende rechten en taksen.'
Art. 205^1, WDRT.
49. Wat is de toepasbare sanctie bij niet-naleving van de verplichting om boeken en bescheiden mede te delen overeenkomstig art. 205^1, WDRT?
Een boete van 250 tot 2.500 euro is verschuldigd voor elke weigering van mededeling.
Het bedrag van de fiscale boetes waarvoor de WDRT slechts een minimum en het maximum aangeeft, wordt bepaald door de bevoegde Adviseur-generaal van de administratie die belast is met de vestiging of de inning en invordering van de diverse rechten en taksen vastgesteld door het WDRT.
In voorkomend geval kunnen, onverminderd fiscale boetes, de strafrechtelijke sancties voorzien in art. 207 en 207bis, WDRT, worden toegepast.
Art. 205^1, 205^2, 207 en 207bis, WDRT.
13. Teruggave van de TILEA
50. In welk geval kan een teruggave van de TILEA verleend worden?
De taks wordt teruggegeven wanneer een bedrag werd betaald dat hoger is dan het verschuldigde bedrag.
De vraag tot teruggave van de taks moet gemotiveerd zijn, wat wil zeggen dat het de argumenten moet bevatten die de teruggave van het teveel geïnde verantwoorden.
- Art. 240^7noniesdecies, § 6, KB/WDRT.
51. Wie kan er een vraag tot teruggave van de TILEA indienen?
De vraag tot teruggave wordt ingediend door diegene die meer taks betaald heeft dan verschuldigd was.
De teruggave van het teveel ontvangen kan dus worden gevraagd door de luchtvaartmaatschappij of door de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger.
- Art. 240^7noniesdecies, § 8, KB/WDRT.
52. Wie moet de vraag tot teruggave ondertekenen?
De vraag tot teruggave van de taks moet ondertekend worden door diegene die meer taks betaald heeft dan verschuldigd was, i.e. door de luchtvaartmaatschappij of door de erkende aansprakelijke vertegenwoordiger.
Art. 166/2, WDRT.
53. Hoe moet de vraag tot teruggave van de TILEA worden ingediend?
Er wordt verwezen naar het formulier voor de aanvraag tot de teruggave van de TILEA, beschikbaar op de website van de FOD Financiën.
De aanvrager ontvangt een ontvangstmelding van zijn aanvraag.
Art. 240^7noniesdecies, § 1, KB/WDRT.
54. Welke stukken moeten er bij de vraag tot teruggave van de TILEA bijgevoegd worden?
De verantwoordingsstukken die de oorzaak van de teruggave aantonen, worden gevoegd bij de vraag tot teruggave van de taks.
Art. 240^7noniesdecies, § 6, KB/WDRT.
55. Wanneer moet de vraag tot teruggave ingediend worden?
De aanvraag tot teruggave van de TILEA moet bij de dienst zoals vermeld op het formulier voor de aanvraag, uiterlijk de laatste werkdag van de periode van twee jaar te rekenen van de dag waarop de rechtsvordering is ontstaan (d.w.z. vanaf de dag waarop de taks werd betaald door de belastingschuldige), toekomen.
Art. 240^7noniesdecies, § 2, KB/WDRT.
56. Kan de teruggave van de TILEA aanleiding geven tot de toekenning van moratoriuminteresten?
Ja. In geval van teruggave via een voorafgaand verzoek aan de administratie, is de moratoriuminterest over de terug te betalen belastingen, rechten en boeten zoals bepaald overeenkomstig artikel 2, § 2/1, eerste lid, 2°, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest verschuldigd vanaf de eerste dag van de vierde maand volgend op die van de indiening van het volledige verzoek tot teruggave bij de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de taks of het recht.
Bij een onvolledig verzoek stelt de administratie de verzoeker binnen de twee maanden na de indiening van het verzoek op de hoogte van de ontbrekende gegevens en documenten. De aanvraag wordt geacht volledig te zijn op de dag dat de administratie alle ontbrekende gegevens en documenten ontvangt.
Deze moratoriuminterest wordt maandelijks berekend over het totaal van de verschuldigde bedragen, afgerond op het lagere tiental euro. Elk gedeelte van een maand wordt als een volle maand gerekend.
De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien deze 5 euro bereikt.
Er is echter geen interest verschuldigd wanneer:
1° de teruggave voortvloeit uit de kwijtschelding of de vermindering van een administratieve geldboete die is toegekend als genademaatregel;
2° de administratie redelijkerwijze in de onmogelijkheid verkeerde om de teruggave te vereffenen, onder meer wegens het ontbreken van informatie over de identiteit of de bankgegevens van de begunstigde, voor de periode vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de teruggave uiterlijk had moeten vereffend zijn indien de administratie over de nodige gegevens had beschikt, tot het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin de onmogelijkheid heeft opgehouden te bestaan.
Art. 204^3, § 3, WDRT.
14. Het voor de TILEA toepasselijk stelsel op het vlak van de inkomstenbelastingen
57. Is de TILEA aftrekbaar op het vlak van de inkomstenbelastingen?
Neen, overeenkomstig art. 53, 30° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) wordt de TILEA niet als beroepskost aangemerkt.
- Art. 40, W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid.
- Parl. St. betreffende de W 28.03.2022 houdende verlaging van lasten op arbeid, Kamer, 2021-2022, DOC 55 2522/001, blz. 42.
15. Formulieren en bevoegde diensten inzake de TILEA
58. Waar kan ik de formulieren met betrekking tot de TILEA terugvinden?
De volgende formulieren zijn beschikbaar op de website van de FOD Financiën:
- aangifte in de TILEA ;
- aanvraag tot registratie als luchtvaartmaatschappij ;
- aanvraag tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger ;
- aanvraag tot teruggave van de TILEA.
Een vrije vertaling van die formulieren naar het Engels is eveneens beschikbaar. De formulieren moeten echter steeds in de Franstalige, de Nederlandstalige of de Duitstalige versie worden ingediend bij de bevoegde dienst vermeld op het formulier.
59. Waar moeten de verschillende formulieren worden ingediend?
Voor de volgende elementen wordt verwezen naar de betrokken formulieren zelf, beschikbaar op de website van de FOD Financiën:
- aangifte in de TILEA (mag niet per mail worden ingediend);
- aanvraag tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger ;
- aanvraag tot registratie als luchtvaartmaatschappij ;
- aanvraag tot teruggave van de TILEA.
De door de luchthavenexploitant te verstrekken inlichtingen moeten via het door de FOD Financiën ter beschikking gestelde elektronische platform worden ingediend.
Overgangsmaatregel
Indien het elektronische platform nog niet beschikbaar is, moeten die inlichtingen rechtstreeks bij de bevoegde dienst (zie hieronder) worden ingediend. Zij kunnen bij deze dienst nog gedurende twee maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beschikbaarheid van het elektronische platform worden ingediend.
- indien in het Nederlands:
FOD Financiën - Algemene Administratie van de Fiscaliteit
Centrum GO Beheer en Gespecialiseerde Controles
Team Diverse Taksen
Gaston Crommenlaan 6, Bus 711
9050 Gent
- indien in het Frans of in het Duits:
SPF Finances – Administration Générale de la Fiscalité
Centre GE Gestion et Contrôles Spécialisés
Team Taxes Diverses
Avenue du Prince de Liège 133, Boite 711
5100 Namur
E-mailadres : diversetaksen.taxesdiverses@minfin.fed.be
Art. 221; 221bis, §§ 1 en 2; 221ter, eerste t.e.m. vijfde lid; 221octies en 240^7noniesdecies, § 2, KB/WDRT.
16. Aanspreekpunten voor vragen over de TILEA
60. Waar kan ik terecht met vragen over de toepassing van de TILEA?
De vragen kunnen aan de dienst vermeld op het aangifteformulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën, gericht worden.
61. Waar kan ik terecht met vragen over de betaling van de TILEA?
De vragen kunnen aan de dienst vermeld op het aangifteformulier, beschikbaar op de website van de FOD Financiën, gericht worden.
