Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 11e afl. dd. 07.03.1991

CIRC 07.03.91/1

Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 11e afl. dd. 07.03.1991


Bull. nr. 704, pag. 805

FISCALE BEPALINGEN 1989
Verwezenlijkte meerwaarden

MEERWAARDEN
Vaste activa gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid
Vaststelling
Verwezenlijkte meerwaarden


Commentaar op art. 32quinquies, WIB, ingevoegd door art. 258, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen en gewijzigd door art. 1, W. 28.12.1990, betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen :

  • belastingstelsel van meerwaarden :
  • definitie van "voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid gebruikte vaste activa";
  • vaststelling van het bedrag van de verwezenlijkte meerwaarde.


VERMOGENSAANWASSEN

INHOUDSTABEL Nrs. I. WETTEKST I/141 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/142 III. VASTE ACTIVA DIE VOOR HET UITOEFENEN VAN DE BEROEPSWERKZAAMHEID WORDEN GEBRUIKT A. Begripsbepaling I/143 - I/147 B. Vervreemding onder ontbindende voorwaarde I/148 >IV. BEDRAG VAN DE VERWEZENLIJKTE MEERWAARDE I/149 - I/151
VERMOGENSAANWASSEN


I. WETTEKST

I/141

Art. 32 quinquies (*) WIB

(*) Ingevoegd door art. 258, W. 22.12.1989 en gewijzigd door art. 1, W. 28.12.1990.

"Voor de toepassing van de artikelen 21, eerste lid, 2°, 30, tweede lid, 1°, 31 en 32 worden beschouwd als gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid :

  • de vaste activa verworven of tot stand gebracht in het raam van die werkzaamheid en geboekt als activa-bestanddeel;
  • de vaste activa of gedeelten daarvan waarvoor, uit een fiscaal oogpunt, afschrijvingen of waardeverminderingen worden of werden aanvaard;
  • de immateriële activa tot stand gebracht tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid en ongeacht of zij als activa-bestanddeel zijn geboekt.


In afwijking van artikel 1183 van het Burgerlijk Wetboek worden bestanddelen die het onderwerp zijn van een akte van vervreemding onder ontbindende voorwaarde, geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid slechts te zijn gebruikt vanaf de datum waarop die voorwaarde is vervuld.

De verwezenlijkte meerwaarde is gelijk aan het positieve verschil tussen eensdeels de ontvangen vergoeding of de verkoopwaarde van het goed en anderdeels haar aanschaffings- of vervaardigingswaarde, verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen of afschrijvingen".

Deze nieuwe wetsbepaling is van toepassing op vanaf 01.01.1990 vastgestelde, uitgedrukte of verwezenlijkte meerwaarden (art. 333, § 1, 7°, W. 22.12.1989 en art. 32, § 11, W. 28.12.1990).

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

I/142
Het nieuwe art. 32quinquies, WIB definieert welke vaste activa voor de toepassing van het belastingstelsel van meerwaarden moeten worden geacht "voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te worden gebruikt". Het bepaalt bovendien op welke wijze het bedrag van een verwezenlijkte meerwaarde moet worden vastgesteld.

Deze wettelijke verduidelijkingen gelden voor belastbare meerwaarden, zowel tijdens de uitoefening als bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid, van :

  • nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven;
  • beoefenaars van vrije beroepen, ambten, posten of winstgevende bezigheden.


III. VASTE ACTIVA DIE VOOR HET UITOEFENEN VAN DE BEROEPSWERKZAAMHEID WORDEN GEBRUIKT

A. Begripsbepaling

I/143
Art. 32quinquies, 1e lid, WIB verduidelijkt welke vaste activa voor hun verwezenlijking ontegensprekelijk voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid waren gebruikt.

Deze precisering zal onder meer duidelijkheid brengen in een aantal gevallen, inzonderheid betreffende onroerende goederen of gedeelten daarvan waarin een vrij beroep werd uitgeoefend (ter zake was de rechtspraak trouwens zeer verdeeld) (*).

(*) De vraag of vlottende activa voor het beroep worden gebruikt, moet aan de
hand van de feitelijke en juridische aspecten worden opgelost.

I/144
Op grond van art. 32quinquies, 1e lid, WIB, worden aldus vooreerst geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te zijn gebruikt :



vaste activa die zijn verworven of tot stand gebracht in het kader van die beroepswerkzaamheid en als actiefbestanddeel zijn geboekt;
vaste activa of een gedeelte daarvan waarvoor uit fiscaal oogpunt afschrijvingen of waardeverminderingen worden of voorheen werden aanvaard.
Zodra vaste activa aan één van de hierboven vermelde criteria beantwoorden, worden zij voor de toepassing van het belastingstelsel van meerwaarden ontegensprekelijk geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te zijn gebruikt.

I/145
Opgemerkt wordt dat het in I/144, 1e lid, 1°, bedoelde criterium "geboekt als actiefbestanddeel" alleen geldt voor de belastingplichtigen die een boekhouding voeren waarin de beroepsmatig gebruikte vaste activa normaliter als actiefbestanddeel worden geboekt.

I/146
Voor belastingplichtigen die geen boekhouding voeren of die een vereenvoudigde boekhouding voeren zonder activa- en passivarekeningen (zoals inzonderheid de in art. 226, WIB bedoelde bijzondere fiscale boekhouding van beoefenaars van vrije beroepen) moet men zich in feite op het tweede in art. 32quinquies, 1e lid, WIB opgegeven criterium baseren en kan - onverminderd wat in I/147 is gezegd - alleen gesteund worden op het feit dat op een vast activum (of een gedeelte daarvan) afschrijvingen of waardeverminderingen worden of zijn aanvaard, op de verwezenlijkte meerwaarde volledig of gedeeltelijk te belasten.

I/147
Het derde onderdeel van art. 32quinquies, 1e lid, WIB is door art. 1, W. 28.12.1990 toegevoegd om duidelijk te stellen dat steeds in principe belastbaar zijn, meerwaarden op alle immateriële activa die tijdens de beroepsuitoefening als zelfstandige tot stand zijn gebracht.

Het betreft hier alle in geld waardeerbare en verhandelbare onlichamelijke activa zoals brevetten, merken, uithangbord, drempel, handelsfonds of -naam, cliëntele, goodwill, enz. die tijdens de beroepswerkzaamheid kosteloos of onder bezwarende titel zijn verkregen of door de belastingplichtige zelf -latent of zichtbaar- tot stand zijn gebracht of zijn opgebouwd.

Ter zake is het volstrekt zonder belang of de bedoelde activa geboekt geweest zijn of niet, dan wel of daarop al dan niet afschrijvingen of waardeverminderingen werden aanvaard.

B. Vervreemding onder ontbindende voorwaarde

I/148
Het 2e lid van art. 32quinquies, WIB herneemt in feite de vroegere § 3 van art. 34, WIB

Wat het tijdstip betreft waarop goederen, die het onderwerp zijn van een akte van vervreemding onder ontbindende voorwaarde (art. 1183, B.W.), moeten worden geacht beroepsmatig te zijn gebruikt, kan dan ook worden verwezen naar Com.IB 34/72 tot 75.1.

IV. BEDRAG VAN DE VERWEZENLIJKTE MEERWAARDE

I/149
Overeenkomstig art. 32quinquies, 3e lid, WIB, is de verwezenlijkte meerwaarde gelijk aan het positieve verschil tussen :

  • eensdeels, de ontvangen vergoeding of de verkoopwaarde van het goed;
  • en anderdeels, zijn aanschaffings- of beleggingswaarde, verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen of afschrijvingen (*).


(*) Zie ter zake tevens Com.IB 21/31 en 30/8.

I/150
Onder verkoopwaarde moet worden verstaan :

  • bij verkoop : de verkoopprijs;
  • bij ruiling : de waarde van het in ruil ontvangen goed;
  • bij inbreng in vennootschap : de waarde van de ontvangen aandelen;
  • bij ramp, onteigening, opeising in eigendom of een gelijkaardig voorval komt het bedrag van de schadevergoeding in de plaats van de verkoopwaarde.


I/151
Voor de inhoud van het begrip aanschaffings- of beleggingswaarde wordt verwezen naar Com.IB 44/148 tot 157 met betrekking tot de afschrijfbare waarde.