Aanschrijving nr. 4 dd. 24.03.1980
AANSCHRIJVING 80/004
Aanschrijving nr. 4 dd. 24.03.1980
Plaats van de dienst
Verhuur
Personenauto
Auto
Verhuur van een personenauto
Verhuur van een auto
Plaats van de dienst
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft ten doel de regeling toe te lichten die geldt ten aanzien van verhuur van personenauto's en waarop artikel 21, § 2 en § 3, 6, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is.
2. Onder verhuur van een personenauto wordt verstaan, de terbeschikkingstelling, tegen betaling van een vergoeding, van een dergelijk voertuig zonder chauffeur (z. nr. 19 van aanschr. 33/1978 (1)
(1) Z. Revue nr. 38, blz. 49.
Plaats van de dienst. Wettelijke bepalingen.
3. Ingevolge artikel 10 van de wet van 27 december 1977 (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977 (2), werd met ingang van 1 januari 1978, voor de toepassing van de BTW, de regeling ten aanzien van de plaats van de diensten gewijzigd.
(2) Z. Revue nr. 33, blz.16.
4. Volgens artikel 21, § 2, nieuw, van het Wetboek, wordt in de regel als plaats van een dienst aangemerkt, de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht, of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
Artikel 21, § 3, 6, eveneens nieuw, van het Wetboek, wijkt van deze regel af en merkt als plaats van de dienst aan, de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel, doch slechts wanneer dat is verhuurd :
a) door een verhuurder die hier te lande is gevestigd, in de mate waarin dit vervoermiddel buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt;
b) door een verhuurder die buiten die Gemeenschap is gevestigd.
Draagwijdte van de wettelijke bepalingen.
5. Om uit te maken wanneer en in welke mate de verhuur van een personenauto geacht wordt hier te lande plaats te vinden, dient bijgevolg het volgende onderscheid te worden gemaakt.
1 De verhuurder is in België gevestigd.
6. Ingevolge artikel 21, § 2, en § 3, 6, a, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden behalve in de mate dat de personenauto buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt.
De BTW is bijgevolg in België verschuldigd zowel wanneer de personenauto hier te lande dan wel in een andere LidStaat van de E.E.G. wordt gebruikt. Het gedeelte van de huurprijs dat betrekking heeft op het gebruik van het bedoelde voertuig buiten de E.E.G. is daarentegen in België niet belastbaar.
2 De verhuurder is in de E.E.G. doch buiten België gevestigd.
7. Ingevolge artikel 21, § 2, van het Wetboek, wordt de dienst in dit geval geacht in het buitenland plaats te vinden, en dit in het land waar de verhuurder is gevestigd, zelfs wanneer de personenauto in België wordt gebruikt.
In dit geval is de BTW in België bijgevolg niet verschuldigd.
3 De verhuurder is buiten de E.E.G. gevestigd.
8. Ingevolge artikel 21, § 3, 6, b, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden in de mate dat de personenauto in België wordt gebruikt. De BTW is dan in België verschuldigd over het gedeelte van de huurprijs dat betrekking heeft op het gebruik van de personenauto hier te lande. Voor de voldoening van die BTW wordt verwezen naar de nrs. 85 tot 89 en 112 tot 115 van aanschrijving nr. 30/1975 (3)
(3) Z. Revue nr. 24, blz.21.
Wettelijk vermoeden.
9. Overeenkomstig artikel 21, § 5, van het Wetboek, wordt, behoudens tegenbewijs, de plaats van een dienst geacht zich hier te lande te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.
10. Bij toepassing van dit wettelijk vermoeden zal de BTW in België bij de verhuur van een personenauto door een in België gevestigde verhuurder verschuldigd zijn over de volledige huurprijs, tenzij bewezen wordt dat bedoeld voertuig ook buiten de E.E.G. werd gebruikt. In die mate is de huurprijs dan niet aan de BTW in België onderworpen (z. nr. 6).
11. Hetzelfde vermoeden geldt in de regel eveneens bij verhuur door een buitenlandse onderneming aan een in België gevestigd persoon. Deze kan evenwel bewijzen dat de verhuurder is gevestigd, hetzij in een andere Lid-Staat, in welk geval de BTW in België niet is verschuldigd (z. nr. 7), hetzij buiten de E.E.G., in welk geval de volledige huurprijs aan de BTW in België onderworpen is tenzij wordt aangetoond dat er geen gebruik in België is geweest of dat er slechts gebruik in België is geweest in een bepaalde mate; in dit laatste geval wordt de heffing dienovereenkomstig beperkt (z. nr. 8).
Bewijs van gebruik buiten de E.E.G. of buiten België.
12. Bij verhuur door een in België gevestigde verhuurder, dient het bewijs van gebruik van de personenauto buiten de E.E.G. en het bewijs van de gebruiksduur, door de verhuurder te worden verstrekt. Dit kan worden gedaan door alle middelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed. Het kan inzonderheid worden geleverd aan de hand van een geheel van documenten die aan de huurder van de personenauto tijdens zijn verblijf in een niet-Lid-Staat van de E.E.G. werden uitgereikt en waaruit normaal kan worden besloten dat het voertuig in zulk een staat werd gebruikt (b.v. aankoopfacturen van motorbrandstof, facturen met betrekking tot de herstelling van het voertuig, parkeertickets, attest van de Belgische consulaire overheid van landen waarin de huurder heeft verbleven, hotel- en restaurantrekeningen, enz.).
13. Wanneer een in België gevestigde huurder een autovoertuig huurt van een in een andere Lid-Staat van de E.E.G. gevestigde verhuurder die in België geen vaste inrichting heeft, kan het bewijs dat de verhuurder in de E.E.G. doch buiten België is gevestigd, onder meer, worden geleverd door voorlegging van de door die buitenlandse dienstverrichter uitgereikte facturen en ontvangstbewijzen, door betalingsdocumenten, enz.
14. Voor het geval dat de verhuurder buiten de E.E.G. is gevestigd, kan het bewijs van het gebruik van het gehuurde voertuig geheel of gedeeltelijk buiten België, en van de gebruiksduur, worden geleverd aan de hand van een geheel van documenten die aan de huurder tijdens zijn verblijf buiten België werden uitgereikt (vgl. nr. 12).
Opheffing.
15. De aanschrijving van 3 maart 1972, nr. 30 (4), met betrekking tot de verhuur van personenauto's aan buitenlanders wordt opgeheven.
(4) Z. Revue nr., blz. 228.
Op in het verleden overeenkomstig die aanschrijving regelmatig gedane heffingen wordt niet teruggekomen.
Aanschrijving nr. 4 dd. 24.03.1980
Plaats van de dienst
Verhuur
Personenauto
Auto
Verhuur van een personenauto
Verhuur van een auto
Plaats van de dienst
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft ten doel de regeling toe te lichten die geldt ten aanzien van verhuur van personenauto's en waarop artikel 21, § 2 en § 3, 6, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is.
2. Onder verhuur van een personenauto wordt verstaan, de terbeschikkingstelling, tegen betaling van een vergoeding, van een dergelijk voertuig zonder chauffeur (z. nr. 19 van aanschr. 33/1978 (1)
(1) Z. Revue nr. 38, blz. 49.
Plaats van de dienst. Wettelijke bepalingen.
3. Ingevolge artikel 10 van de wet van 27 december 1977 (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977 (2), werd met ingang van 1 januari 1978, voor de toepassing van de BTW, de regeling ten aanzien van de plaats van de diensten gewijzigd.
(2) Z. Revue nr. 33, blz.16.
4. Volgens artikel 21, § 2, nieuw, van het Wetboek, wordt in de regel als plaats van een dienst aangemerkt, de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht, of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
Artikel 21, § 3, 6, eveneens nieuw, van het Wetboek, wijkt van deze regel af en merkt als plaats van de dienst aan, de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel, doch slechts wanneer dat is verhuurd :
a) door een verhuurder die hier te lande is gevestigd, in de mate waarin dit vervoermiddel buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt;
b) door een verhuurder die buiten die Gemeenschap is gevestigd.
Draagwijdte van de wettelijke bepalingen.
5. Om uit te maken wanneer en in welke mate de verhuur van een personenauto geacht wordt hier te lande plaats te vinden, dient bijgevolg het volgende onderscheid te worden gemaakt.
1 De verhuurder is in België gevestigd.
6. Ingevolge artikel 21, § 2, en § 3, 6, a, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden behalve in de mate dat de personenauto buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt.
De BTW is bijgevolg in België verschuldigd zowel wanneer de personenauto hier te lande dan wel in een andere LidStaat van de E.E.G. wordt gebruikt. Het gedeelte van de huurprijs dat betrekking heeft op het gebruik van het bedoelde voertuig buiten de E.E.G. is daarentegen in België niet belastbaar.
2 De verhuurder is in de E.E.G. doch buiten België gevestigd.
7. Ingevolge artikel 21, § 2, van het Wetboek, wordt de dienst in dit geval geacht in het buitenland plaats te vinden, en dit in het land waar de verhuurder is gevestigd, zelfs wanneer de personenauto in België wordt gebruikt.
In dit geval is de BTW in België bijgevolg niet verschuldigd.
3 De verhuurder is buiten de E.E.G. gevestigd.
8. Ingevolge artikel 21, § 3, 6, b, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden in de mate dat de personenauto in België wordt gebruikt. De BTW is dan in België verschuldigd over het gedeelte van de huurprijs dat betrekking heeft op het gebruik van de personenauto hier te lande. Voor de voldoening van die BTW wordt verwezen naar de nrs. 85 tot 89 en 112 tot 115 van aanschrijving nr. 30/1975 (3)
(3) Z. Revue nr. 24, blz.21.
Wettelijk vermoeden.
9. Overeenkomstig artikel 21, § 5, van het Wetboek, wordt, behoudens tegenbewijs, de plaats van een dienst geacht zich hier te lande te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.
10. Bij toepassing van dit wettelijk vermoeden zal de BTW in België bij de verhuur van een personenauto door een in België gevestigde verhuurder verschuldigd zijn over de volledige huurprijs, tenzij bewezen wordt dat bedoeld voertuig ook buiten de E.E.G. werd gebruikt. In die mate is de huurprijs dan niet aan de BTW in België onderworpen (z. nr. 6).
11. Hetzelfde vermoeden geldt in de regel eveneens bij verhuur door een buitenlandse onderneming aan een in België gevestigd persoon. Deze kan evenwel bewijzen dat de verhuurder is gevestigd, hetzij in een andere Lid-Staat, in welk geval de BTW in België niet is verschuldigd (z. nr. 7), hetzij buiten de E.E.G., in welk geval de volledige huurprijs aan de BTW in België onderworpen is tenzij wordt aangetoond dat er geen gebruik in België is geweest of dat er slechts gebruik in België is geweest in een bepaalde mate; in dit laatste geval wordt de heffing dienovereenkomstig beperkt (z. nr. 8).
Bewijs van gebruik buiten de E.E.G. of buiten België.
12. Bij verhuur door een in België gevestigde verhuurder, dient het bewijs van gebruik van de personenauto buiten de E.E.G. en het bewijs van de gebruiksduur, door de verhuurder te worden verstrekt. Dit kan worden gedaan door alle middelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed. Het kan inzonderheid worden geleverd aan de hand van een geheel van documenten die aan de huurder van de personenauto tijdens zijn verblijf in een niet-Lid-Staat van de E.E.G. werden uitgereikt en waaruit normaal kan worden besloten dat het voertuig in zulk een staat werd gebruikt (b.v. aankoopfacturen van motorbrandstof, facturen met betrekking tot de herstelling van het voertuig, parkeertickets, attest van de Belgische consulaire overheid van landen waarin de huurder heeft verbleven, hotel- en restaurantrekeningen, enz.).
13. Wanneer een in België gevestigde huurder een autovoertuig huurt van een in een andere Lid-Staat van de E.E.G. gevestigde verhuurder die in België geen vaste inrichting heeft, kan het bewijs dat de verhuurder in de E.E.G. doch buiten België is gevestigd, onder meer, worden geleverd door voorlegging van de door die buitenlandse dienstverrichter uitgereikte facturen en ontvangstbewijzen, door betalingsdocumenten, enz.
14. Voor het geval dat de verhuurder buiten de E.E.G. is gevestigd, kan het bewijs van het gebruik van het gehuurde voertuig geheel of gedeeltelijk buiten België, en van de gebruiksduur, worden geleverd aan de hand van een geheel van documenten die aan de huurder tijdens zijn verblijf buiten België werden uitgereikt (vgl. nr. 12).
Opheffing.
15. De aanschrijving van 3 maart 1972, nr. 30 (4), met betrekking tot de verhuur van personenauto's aan buitenlanders wordt opgeheven.
(4) Z. Revue nr., blz. 228.
Op in het verleden overeenkomstig die aanschrijving regelmatig gedane heffingen wordt niet teruggekomen.
Bron: FisconetPlus
