Circulaire nr. Ci.RH.26/380.438 dd. 31.03.1987

CIRC 31.03.87/2

Circulaire nr. Ci.RH.26/380.438 dd. 31.03.1987


Bull. nr. 661, pag. 980

INTERESTEN
Interesten van hypothecaire leningen gesloten met het oog op het bouwen
of het in nieuwe staat verwerven van een woning.
Interesten van hypothecaire leningen gesloten met het oog op het
vernieuwen van een woning.


Commentaar op art. 13, 2°, 4° en 5°, W. 04.08.1986 houdende fiscale bepalingen.

INHOUDSOPGAVE Nrs. I. INLEIDING ..................................... 1 en 2 II. WETTEKST ...................................... 3 III. BIJKOMENDE INTERESTAFTREK VOOR NIEUWBOUW A. Voorwaarden ................................ 4 tot 16 B. Begrenzing van de bijkomende aftrek ....... 17 tot 18 C. Eerste belastbare tijdperk waarvoor de bijkomende aftrek van toepassing is ........ 19 D. Betekening van het K.I. .................... 20 E. Toepassingsvoorbeeld ....................... 21 F. Te vervullen formaliteiten ................. 22 tot 24 IV. BIJKOMENDE INTERESTAFTREK VOOR VERNIEUWBOUW A. Voorwaarden ................................ 25 tot 29 B. Begrenzing van de bijkomende aftrek ........ 30 en 31 C. Eerste belastbare tijdperk waarvoor de bijkomende aftrek van toepassing is ......... 32 en 33 D. Toepassingsvoorbeeld ....................... 34 E. Te vervullen formaliteiten ................. 35 en 36 I. INLEIDING

1. Art. 13, 2°, 4° en 5°, W. 04.08.1986 houdende fiscale bepalingen (V. 1852 - B. 653) vult art. 71, WIB aan met nieuwe maatregelen om de bouwnijverheid te stimuleren.

Die maatregelen zijn van blijvende aard. Zij vervangen en verruimen in feite de tijdelijke maatregelen die zijn ingevoerd door art. 38 en 39, W. 28.12.1983 (V. 1704 - B. 625).

2. De aanmoediging bestaat in de mogelijkheid om van de gezamenlijk belastbare netto-inkomsten een bijkomende interestaftrek in mindering te brengen, met name interesten (1) die zijn betaald in verband met zekere hypothecaire leningen.



(1)De commentaar op art. 12, W. 04.08.1986 m.b.t. de vrijstelling van kapitaalaflossingen zal in een afzonderlijke circulaire worden opgenomen.
II. WETTEKST

3. Art. 71, WIB § 1, van de gezamenlijke netto inkomsten van de verschillende in artikel 6 bedoelde categorieën worden afgetrokken, voor zover zij niet konden worden afgetrokken voor de vaststelling van die netto- inkomsten :

1* ...

2* de interesten van schulden aangegaan om onroerende of roerende inkomsten te verkrijgen of te behouden die in aanmerking komen bij het bepalen van het belastbare inkomen;

3* tot 10* ...

11* de werkelijk betaalde interesten van hypothecaire leningen die vanaf 1 mei 1986 met een minimumlooptijd van tien jaar zijn gesloten om :



a)ofwel, in België een woonhuis te bouwen of in nieuwe staat te verwerven, in de zin van artikel 56, § 3, tweede lid, dat het enig woonhuis wordt waarvan de belastingplichtige eigenaar is;
b)ofwel, een in België gelegen woonhuis, dat het enig woonhuis is waarvan de belastingplichtige eigenaar is, volledig of gedeeltelijk te vernieuwen; op voorwaarde dat het goed bij het sluiten van de leningsovereenkomst sedert ten minste 20 jaar voor het eerst in gebruik is genomen.
§ 2. De in § 1 bedoelde lasten worden in mindering gebracht van de inkomsten van het belastbaar tijdperk waarin zij werkelijk werden betaald; de kosten, interesten, vergoedingen en lasten bedoeld in § 1, 1*, 2* en 6*, zijn slechts aftrekbaar voor zover zij niet meer bedragen dan het netto- inkomen van onroerende goederen vastgesteld na toepassing van de artikelen 8 tot 10 en dat van roerende goederen en kapitalen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het belastbaar inkomen.

...

§ 2bis ...

§ 2ter. De in § 1, 11°, a, respectievelijk b, bedoelde interesten komen slechts voor aftrek in aanmerking voor zover zij betrekking hebben op de eerste schijf van 2 miljoen frank, respectievelijk 1 miljoen frank, van het aanvangsbedrag van de leningen, bedrag dat wordt verhoogd met 5, 10, 20 of 30 pct., naargelang de belastingplichtige 1, 2, 3 of meer dan 3 kinderen ten laste heeft. Het aantal kinderen ten laste wordt geteld op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de leningsovereenkomst is gesloten.

De aftrek van de overeenkomstig het eerste lid berekende interesten wordt verricht gedurende ten hoogste twaalf opeenvolgende belastbare tijdperken, ten belope van het verschil tussen, eensdeels 80 of 70, 60, 50, 40, 30, 20 en 10 pct. van die interesten, naargelang het respectievelijk gaat om de eerste vijf belastbare tijdperken of het zesde tot en met het twaalfde belastbaar tijdperk, waarin het in artikel 7, paragraaf 1 en 3, bedoelde kadastraal inkomen in het belastbaar inkomen is opgenomen, en, anderdeels, de in paragraaf 1, 2°, en paragraaf 2, bedoelde aftrekbare interesten.

Voor de toepassing van § 1, 11°, b, is vereist dat :



a)de totale kostprijs van die werken, inclusief belasting over de toegevoegde waarde, ten minste 800.000 frank bedraagt; wanneer het gedeelte van de lening, berekend overeenkomstig het eerste lid, hoger is dan de totale kostprijs van die werken, wordt zij slechts in aanmerking genomen ten belope van die kostprijs;
b)de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken zijn verricht door een persoon die, op het ogenblik van het sluiten van het ondernemingscontract, als aannemer geregistreerd is overeenkomstig artikel 299bis.
§§ 3 tot 4 ...

§ 5. De Koning regelt de aard van de dienstverleningen als bedoeld in § 2ter, laatste lid, b.

III. BIJKOMENDE INTERESTAFTREK VOOR NIEUWBOUW

A. Voorwaarden

4. 1. Het moet een hypothecaire lening betreffen;



2.Die lening mag ten vroegste op 1 mei 1986 gesloten zijn en moet een looptijd hebben van ten minste 10 jaar;
3.Het geleende bedrag moet worden aangewend om in België een woning te bouwen of in nieuwe staat te verwerven;
4.De woning moet de enige zijn waarvan de belastingplichtige eigenaar is.
Eerste voorwaarde

5. Aan deze voorwaarde is slechts voldaan wanneer tot waarborg van de lening effectief een hypothecaire inschrijving is genomen.

Een in het kader van een kredietopneming toegestaan voorschot dat gewaarborgd is door een hypothecaire inschrijving wordt met een hypothecaire lening gelijkgesteld.

6. Een lening die slechts gewaarborgd is door een hypotheekbelofte of een hypothecair mandaat voldoet niet aan deze voorwaarde, behalve wanneer zij is aangegaan in een authentieke akte die krachtens art. 87 van het Wetboek der Registratierechten werkelijk aan het evenredige recht van 1 pct. is onderworpen.

Tweede voorwaarde

7. Het moet een lening betreffen die op of na 1 mei 1986 is gesloten en waarvan de looptijd ten minste 10 jaar bedraagt.

De datum van de authentieke akte is ter zake bepalend.

Derde voorwaarde

8. De lening moet dienen voor het bouwen of het in nieuwe staat verwerven van een in België op te richten, respectievelijk gelegen woning.

9. Onder "woning" moet een gebouw of een deel van een gebouw, worden verstaan dat wegens zijn aard normaliter bestemd is om te worden bewoond, zoals inzonderheid een eengezinswoning of een appartement.

De bestemming van een gebouw als "woning kan inzonderheid worden aangetoond aan de hand van het plan van aanleg, het bouwplan, de bouwvergunning, de clausules van de hypothecaire leningsakte, enz.

10. Om als nieuw te worden beschouwd moet een woning :

  • hetzij nieuw gebouwd zijn;
  • hetzij aangeschaft zijn onder het stelsel van de BTW (en niet van de registratierechten).


11. Wanneer het een constructie betreft zal inzonderheid de bouwvergunning aantonen dat het om een nieuw gebouwde woning gaat. Geen enkele voorwaarde is opgelegd omtrent het tijdstip waarop de bouw wordt aangevat of voltooid, noch omtrent het tijdstip van ingebruikneming. Wel is vereist dat de woning volledig nieuw is; een bestaande woning, waaraan een gedeelte wordt bijgebouwd, komt derhalve niet in aanmerking.

12. Wanneer het gaat om een aankoop op plan tijdens de oprichting of zelfs na de oprichting wordt een aangekochte woning geacht in nieuwe staat te zijn verworven indien de aankoop plaatsheeft binnen de termijn van art. 9, § 3, van het BTW-wetboek. Die termijn loopt in principe tot uiterlijk 31 december van het tweede jaar na dat waarin de woning voor het eerst in gebruik is genomen.

Evenwel is niet vereist dat de woning voor de eerste ingebruikneming wordt verworven. De belastingplichtige dient aan te tonen dat hij de BTW heeft voldaan.

Vierde voorwaarde

13. Op de bijkomende interestaftrek hebben alleen belastingplichtigen aanspraak die geen eigenaar zijn van een andere woning dan die waarvoor de aftrek wordt gevraagd. Gehuwden wiens belastbare inkomsten worden samengevoegd, moeten voor de toepassing van deze regel als één enkele belastingplichtige worden aangemerkt.

14. De belastingplichtige die eigenaar is van een andere woning in België of in het buitenland wordt uitgesloten. De toestand moet worden beoordeeld op 31 december van elk inkomstenjaar dat valt in de twaalfjarige periode (zie nr. 18).

Het bezit van andere ongebouwde of gebouwde onroerende goederen dan woningen is geen beletsel voor de bijkomende aftrek (BV bouwgronden, serres, stallen, handelspanden zonder woongelegenheid, enz.).

15. De bijkomende aftrek mag niet worden geweigerd wanneer de belastingplichtige ingevolge erfenis of schenking onder levenden in onverdeeldheid een zakelijk recht (eigendom, blote eigendom of vruchtgebruik) heeft op een of meer andere woningen.

16. De hypothecaire interesten die evenredig betrekking hebben op het deel van de enige woning dat de eigenaar voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt, zijn uitgesloten van de bijkomende aftrek; het gaat hier immers om interesten met bedrijfskarakter die als bedrijfslast aftrekbaar zijn krachtens art. 45, 2°, WIB

B. Begrenzing van de bijkomende aftrek

17. De bijkomende aftrek vult de gewone interestaftrek aan waarin art. 71, §§ 1, 2°, en 2, WIB voorziet, d.i. de aftrek tot het bedrag van de onroerende en roerende inkomsten die in het gezamenlijk belastbare netto- inkomen begrepen zijn.

18. Anderzijds kan de bijkomende aftrek slechts binnen de hierna volgende beperkingen verkregen worden :



1)de aftrek geldt ten hoogste voor een interestbedrag dat overeenstemt met een lening van 2.000.000 F, 2.100.000 F, 2.200.000 F, 2.400.000 F en 2.600.000 F, naargelang het gezin geen, 1, 2, 3, of meer dan 3 kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst is gesloten (1);
(1) In tabelvorm : ------------------------------------- | Kinderen ten laste op | Maximum | | bovenbedoeld tijdstip | | |-----------------------|-----------| | 0 | 2.000.000 | | 1 | 2.100.000 | | 2 | 2.200.000 | | 3 | 2.400.000 | | 4 en meer | 2.600.000 | -------------------------------------

2)de aftrek kan slechts worden genoten gedurende ten hoogste twaalf achtereenvolgende belastbare tijdperken vanaf het eerste belastbare tijdperk waarin het kadastraal inkomen van de nieuwe woning geheel of gedeeltelijk opgenomen is in het belastbare inkomen van de belastingplichtige (zie ook nr. 19);
3)de aftrekbare interesten, in voorkomend geval teruggebracht tot die welke slaan op het sub 1 bedoelde gedeelte van de lening, worden vervolgens beperkt tot :
  • 80 pct. in de eerste vijf belastbare tijdperken;
  • 70 pct. in het 6de belastbare tijdperk;
  • 60 pct. in het 7de belastbare tijdperk.
  • 50 pct. in het 8ste belastbare tijdperk;
  • 40 pct. in het 9de belastbare tijdperk;
  • 30 pct. in het 10de belastbare tijdperk;
  • 20 pct. in het 11de belastbare tijdperk;
  • 10 pct. in het 12de belastbare tijdperk;




4)het aldus beperkte bedrag wordt echter eerst verminderd met het bedrag dat reeds bij toepassing van art. 71, § 1, 2°, WIB (gewone interestaftrek) kan worden afgetrokken.
C. Eerste belastbare tijdperk waarvoor de bijkomende aftrek van toepassing is

19. De bijkomende interestaftrek voor nieuwbouw is van toepassing vanaf het belastbare tijdperk waarin het K.I. van de nieuwe woning voor de eerste maal geheel of gedeeltelijk belastbaar is in de PB (Senaat, zitting 1985-1986, verslag Comm. Fin. stuk 310 - nr. 2/1°, blz. 69).

Zo zal BV het K.I. van een nieuwe woning, die voor de eerste maal in gebruik wordt genomen op 11.08.1987, in het belastbare inkomen van het jaar 1987 worden opgenomen ten belope van 4/12 (september tot december). In dat geval is de bijkomende aftrek van de interesten voor de 1ste maal van toepassing op de inkomsten van het jaar 1987.

D. Betekening van het K.I.

20. Maatregelen worden genomen om de betekening van het K.I. van de nieuw opgerichte of herbouwde woningen te doen tegen 30 april van het jaar dat volgt op de datum van ingebruikneming van het goed.

E. Toepassingsvoorbeeld

21. Gegevens :

Gezin met 2 kinderen. Voor de aankoop van een nieuwe, enige woning wordt een hypotheeklening van 2.500.000 F afgesloten op 3 mei 1986, met een looptijd van 20 jaar.

De betaalde interest bedraagt in 1987 : 200.000 F, in 1988 195.630 F en in 1989 190.909 F.

De woning is in februari 1987 in gebruik genomen. Het K.I. bedraagt 45.000 F. Het gezin heeft geen andere onroerende of roerende inkomsten.

De bijkomende interestaftrek wordt als volgt berekend : - voor aj. 1988 : 200.000 x 2.200.000 x 80 pct. = 140.800 --------- 2.500.000 min (K.I.) 45.000 x 10/12 = - 37.500 --------- Bijkomende interestaftrek : 103.300 ========== - voor aj. 1989 : 195.630 x 2.200.000 x 80 pct. = 137.724 --------- 2.500.000 min (K.I.) - 45.000 --------- Bijkomende interestaftrek : 92.724 ========== - voor aj. 1990 : 190.909 x 2.200.000 x 80 pct. = 134.400 min (K.I.) - 45.000 -------- Bijkomende interestaftrek : 89.400 ========= F. Te vervullen formaliteiten

22. Vak VII van de aangifte in de PB en BNV-nat. pers., bevat onder nr. 1, b, een speciale rubriek voor het vermelden van de bedoelde hypothecaire interesten waarin tevens wordt gevraagd naar :

  • het bedrag van de lening;
  • de datum van het leningscontract;
  • het aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na de afsluiting van het leningscontract;
  • de datum van de ingebruikneming van de nieuwe woning;
  • de ligging van de woning.


In vak VII, nr. 1 moeten tevens de naam, de voornaam (of benaming) en het adres van de geldschieter van de lening vermeld worden.

Bovendien moet het bewijs van betaling van de in de aangifte vermelde interesten aan de aangifte worden toegevoegd.

23. Wanneer het een aankoop betreft, dient de belastingplichtige aan de hand van de aankoopakte en/of de factuur aan te tonen dat de woning met voldoening van de BTW (en dus niet van de registratierechten) is verworven. Bij het onderzoek van de aangifte van het eerste aj. waarvoor de bijkomende interestaftrek gevraagd wordt, moet de belastingplichtige worden verzocht een door hem voor eensluidend verklaard afschrift van de voormelde bescheiden voor te leggen.

24. Indien de datum, het bedrag en de looptijd van het leningscontract niet vermeld zijn in het attest dat voor de eventuele toepassing van de art. 54, 3°, en 56, WIB, door de leningmaatschappij wordt uitgereikt, moet de belastingplichtige tevens worden verzocht een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van hypothecaire lening voor te leggen.

IV. BIJKOMENDE INTERESTAFTREK VOOR VERNIEUWBOUW

A. Voorwaarden

25. De eerste, de tweede en de vierde van de in nr. 4 gestelde voorwaarden inzake nieuwbouw zijn eveneens van toepassing inzake vernieuwbouw. Het geleende bedrag moet evenwel worden aangewend om een in België gelegen woning te vernieuwen.

Daarenboven moet aan de volgende bijkomende vereisten voldaan zijn :



1.bij het sluiten van de leningsovereenkomst moet de woning ten minste 20 jaar eerder voor het eerst in gebruik zijn genomen, maar niet noodzakelijk door dezelfde belastingplichtige als diegene die om de aftrek verzoekt;
2.de totale kostprijs van de werken om de woning volledig of gedeeltelijk te vernieuwen moet ten minste 800.000 F inclusief B.T.W. bedragen;
3.die werken moeten verricht zijn door een persoon die, op de datum van het ondernemingscontract, als aannemer geregistreerd is overeenkomstig art. 29bis, WIB;
4.het moet gaan om werken die opgenomen zijn in een bij KB vastgelegde nomenclatuur (1)
(1)Daaromtrent zal later een addendum aan onderhavige circ. worden gepubliceerd.
26. De bewijslast inzake het tijdstip van de ingebruikneming van de woning rust op de belastingplichtige, die daarvoor alle middelen van het gemeen recht kan aanwenden, met uitzondering van de eed. Hij kan de datum van eerste ingebruikneming inzonderheid doen blijken aan de hand van één van de volgende stukken :

  • aankoopakte van de woning;
  • polis van de brandverzekering;
  • betekening van het K.I. door de administratie van het Kadaster;
  • een aanslagbiljet inzake O.V. of inzake grondbelasting (G.B.);
  • inschrijving van de nieuwe verblijfplaats op de identiteitskaart;
  • attest van het gemeentebestuur.


27. De aannemer moet geregistreerd zijn op de datum van het sluiten van het aannemingscontract. Om die datum aan te tonen mag gesteund worden op elk bewijsmiddel van het gemeen recht, met uitzondering van de eed.

Indien de registratie wordt geschrapt na het sluiten van het contract, blijft dit zonder invloed voor de belastingplichtige.

Doet een niet-geregistreerde aannemer een beroep op een geregistreerde onderaannemer voor de uitvoering van de werken, dan komen deze werken, die door de aannemer aan de belastingplichtige worden gefactureerd, niet voor aftrek in aanmerking.

28. Opdat de uitgaven volledig in aanmerking zouden kunnen komen, moeten zowel de levering als de plaatsing van de materialen door een geregistreerde aannemer gebeuren.

Wanneer de belastingplichtige zijn materialen zelf aankoopt en ze daarna laat plaatsen door een geregistreerde aannemer, kunnen alleen de uitgaven met betrekking tot de plaatsing voor aftrek in aanmerking komen.

De "doe-het-zelver" heeft geen aanspraak op de bijkomende aftrek, tenzij hij zelf geregistreerde aannemer is.

29. Wanneer blijkt dat een hypothecaire lening tegelijkertijd gediend heeft voor de financiering van werken uitgevoerd door een geregistreerde aannemer en voor de financiering van andere werken of van aankopen van materialen, dan mogen enkel de interesten worden in aanmerking genomen die betrekking hebben op het gedeelte van de lening waarmede de eerstbedoelde werken werden bekostigd.

B. Begrenzing van de bijkomende aftrek

30. Het bepaalde in nr. 17 is hier eveneens van toepassing.

31. Anderzijds kan de bijkomende aftrek slechts binnen de hierna volgende beperkingen verkregen worden :



1.de aftrek geldt ten hoogste voor een interestbedrag dat overeenstemt met een lening van 1.000.000 F, 1.050.000 F, 1.100.000 F, 1.200.000 F en 1.300.000 F, naargelang het gezin geen, 1, 2, 3, of meer dan 3 kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningovereenkomst is gesloten (1);
(1) In tabelvorm : ------------------------------------- | Kinderen ten laste op | Maximum | | bovenbedoeld tijdstip | | |-----------------------|-----------| | 0 | 1.000.000 | | 1 | 1.050.000 | | 2 | 1.100.000 | | 3 | 1.200.000 | | 4 en meer | 1.300.000 | -------------------------------------

2.de aftrek kan slechts worden genoten gedurende ten hoogste twaalf achtereenvolgende belastbare tijdperken vanaf het eerste belastbare tijdperk waarin het gewijzigd kadastraal inkomen van de vernieuwde woning geheel of gedeeltelijk opgenomen is in het belastbare inkomen van de belastingplichtige;
3.de aftrekbare interesten, in voorkomend geval herleid tot die welke slaan op het sub 1 bedoelde gedeelte van de lening, worden vervolgens beperkt tot :
  • 80 pct. in de eerste vijf belastbare tijdperken;
  • 70 pct. in het 6de belastbare tijdperk;
  • 60 pct. in het 7e belastbare tijdperk;
  • 50 pct. in het 8e belastbare tijdperk;
  • 40 pct. in het 9e belastbare tijdperk;
  • 30 pct. in het 10e belastbare tijdperk;
  • 20 pct. in het 11e belastbare tijdperk;
  • 10 pct. in het 12e belastbare tijdperk;




4.het aldus beperkte bedrag wordt echter eerst verminderd met het bedrag dat reeds bij toepassing van art. 71, § 1, 2°, WIB (gewone interestaftrek) kan worden afgetrokken.
C. Eerste belastbaar tijdperk waarvoor de bijkomende aftrek van toepassing is

32. Rekening houdende met de algemene economie van de wet moet de bijkomende interestaftrek voor nieuwbouw worden toegepast vanaf het belastbare tijdperk waarin het gewijzigde K.I. van de vernieuwde woning voor het eerst geheel of gedeeltelijk werd opgenomen in het in de PB belastbare inkomen.

33. Zo zal bv. het K.I. van een vernieuwde woning, waarvan de werken voltooid zijn op 11.08.1987, ten belope van 4/12 (september tot december) worden opgenomen in het belastbare inkomen van het jaar 1987, hoewel de O.V. op het nieuwe K.I. slechts vanaf 01.01.1988 verschuldigd is (zie ook Com.IB, 7/28).

D. Toepassingsvoorbeeld

34. Gegevens :

Een gezin met 2 kinderen. Voor de verbouwing van hun 25 jaar oude, enige woning wordt een hypotheeklening van 1.200.000 F afgesloten, met een looptijd van 12 jaar. De werken, uitgevoerd door een geregistreerd aannemer, hebben 1.400.000 F gekost en zijn voltooid op 08.04.1987.

Het K.I. van het huis voor en na de werken bedraagt respectievelijk 32.000 en 46.000 F. De betrokkenen hebben geen andere onroerende of roerende inkomsten.

De betaalde interesten belopen in 1987 : 105.000 F, in 1988 : 98.000 F en in 1989 : 91.000 F.

De bijkomende interestaftrek wordt als volgt berekend : - voor aj. 1988 : 105.000 x 1.100.000 x 80 pct. = 77.000 --------- 1.200.000 Min. (K.I.) 32.000 x 4/12 + 46.000 x 8/12 = - 41.333 ---------- Bijkomende interestaftrek : 35.667 =========== - voor aj. 1989 : 98.000 x 1.100.000 x 80 pct. = 71.867 --------- 1.200.000 Min. (K.I.) - 46.000 --------- Bijkomende interestaftrek : 25.867 ========== - voor aj. 1990 : 91.000 x 1.100.000 x 80 pct. = 66.733 --------- 1.200.000 Min. (K.I.) - 46.000 --------- Bijkomende interestaftrek : 20.733 ========== E. Te vervullen formaliteiten

35. Vak VII van de aangifte in de PB en de BNV-nat. pers. bevat onder nr. 1, b, een speciale rubriek voor het vermelden van de bedoelde hypothecaire interesten waarin tevens wordt gevraagd naar :

  • het bedrag van de lening;
  • de datum van het leningscontract;
  • het aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na de afsluiting van het leningscontract;
  • de datum van de ingebruikneming van de herbouwde woning of van de voltooiing van de vernieuwingswerken;
  • de totale kostprijs (BTW inbegrepen) van de vernieuwingswerken;
  • de ligging van de woning.


In vak VII, nr. 1, moeten tevens de naam, de voornaam (of benaming) en het adres van de geldschieter vermeld worden.

Het bewijs van betaling van de in de aangifte vermelde interesten moet aan de aangifte worden toegevoegd, alsmede een eensluidend verklaard afschrift van de facturen betreffende de door een geregistreerde aannemer uitgevoerde werken.

36. Indien de datum, het bedrag en de looptijd van het leningscontract niet vermeld zijn in het attest dat met het oog op de eventuele toepassing van de art. 54, 3° en 56, WIB, door de leningmaatschappij wordt uitgereikt, moet de belastingplichtige worden verzocht een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van hypothecaire lening voor te leggen.