Aanschrijving nr. 8 dd. 28.02.1979

AANSCHRIJVING 79/008

Aanschrijving nr. 8 dd. 28.02.1979


Consulaire post
Diplomatieke missie
Persoonlijk gebruik
Officiëel gebruik
Invoer
Onroerend werk
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978


Bijwerking van aanschrijving 1 en 2 van 1978.

In het Belgisch Staatsblad van 1 december 1978 werd de wet van 20 juli 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap, en van de bijlagen I tot V, opgemaakt te Parijs op 30 mei 1975.

De wet van 20 juli 1978 is in werking getreden op 11 december 1978.

Het Europees Ruimte-Agentschap werd gevormd uit de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek (E.S.R.O.) en de Europese Organisatie voor de ontwikkeling en de vervaardiging van de dragers voor ruimtetuigen (E.L.D.O.). Deze laatste organisaties bestaan dus niet meer als dusdanig.

De regeling die inzake belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op het Europees Ruimte-Agentschap en op de personeelsleden van dat Agentschap, wordt uiteengezet in de bijlage nr. 1 bij deze aanschrijving, die als § 62 moet ingevoegd worden in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2.

De § 11 en 12 van deze laatste aanschrijving hebben anderzijds hun voorwerp verloren.

De inhoud van de aanschrijving nr. 2/1978 moet worden aangevuld met de woorden : "§ 62. Europees Ruimte-Agentschap", in te voegen na de woorden : "§ 6. Europees Centrum voor weervoorspellingen op middellange termijn".

Bijlage nr. 2 bij onderhavige aanschrijving is een herdruk van de bijlage VI van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, herdruk die rekening houdt met de wijzigingen die voortvloeien uit het voornoemde Verdrag van 30 mei 1975.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,

A. LACROIX



BIJLAGE I

§ 62. EUROPEES RUIMTE-AGENTSCHAP

Artikel 1 van het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap, opgemaakt te Parijs op 30 mei 1975, en goedgekeurd door de wet van 20 juli 1978 (Belgisch Staatsblad van 1 december 1978), bepaalt het volgende :

"1. Hierbij wordt een Europese Organisatie opgericht, "Europees Ruimte-Agentschap" genaamd, hierna te noemen "het Agentschap".

...

4. De zetel van het Agentschap is gevestigd in het gebied van Parijs".

Het Europees Ruimte-Agentschap, dat rechtspersoonlijkheid bezit, werd gevormd uit de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek (E.S.R.O.) en de Europese Organisatie voor de ontwikkeling en de vervaardiging van dragers voor ruimtetuigen (E.L.D.O.). Het voornoemd Verdrag van 30 mei 1975 bepaalt : "Het Verdrag tot oprichting van een Europese organisatie voor Ruimteonderzoek en het Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor de ontwikkeling en de vervaardiging van dragers voor ruimtetuigen treden buiten werking op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag". (Artikel XXI, 2, van het Verdrag van 30 mei 1975).

De organen van het Agentschap zijn de Raad en de Directeur-generaal, bijgestaan door personeel (artikel X van het Verdrag).

België is een Lid-Staat van het Agentschap.

Grondslag van de voorrechten.

Bijlage I. "Voorrechten en immuniteiten" bij het Verdrag van 30 mei 1975, voornoemd.

Voor de toepassing van de artikelen V en VI waarvan sprake hierna (z. nrs. 1 en 2), preciseert artikel VII van de Bijlage I dat de officiële werkzaamheden van het Agentschap zijn administratieve werkzaamheden omvatten, met inbegrip van zijn handelingen in verband met het stelsel van sociale verzekering, evenals de werkzaamheden verricht op het gebied van het ruimteonderzoek en de ruimtetechnologie en de toepassing hiervan in de ruimte, overeenkomstig het doel van het Agentschap zoals bepaald in het Verdrag.

1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.

Artikel V, 2, van Bijlage I bij het Verdrag van 30 mei 1975 bepaalt het volgende : "Indien door of ten behoeve van het Agentschap aankopen van aanzienlijke waarde worden verricht of een beroep wordt gedaan op diensten van aanzienlijke waarde, strikt noodzakelijk voor de uitoefening van de officiële werkzaamheden van het Agentschap, en indien in de prijs van zodanige aankopen of diensten belastingen of rechten zijn begrepen, nemen de Lid-Staten zo mogelijk passende maatregelen met het oog op vrijstelling of terugbetaling van zodanige belastingen of rechten".

Op grond van deze bepaling :

a) zijn de leveringen van gebouwen verricht volgens het bepaalde in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan het Agentschap voor zijn officieel gebruik (z. hierboven "Grondslag van de voorrechten"), vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.

De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.

De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan het Agentschap, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3°, van het Wetboek";

b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan het Agentschap, voor zijn officieel gebruik (z. hierboven "Grondslag van de voorrechten"), vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.

De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door het Agentschap. Die bestelbon, waarop het stempel van het Agentschap is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van het Agentschap. Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door het agentschap een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.

De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan het Agentschap, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3°, van het Wetboek".

2. Invoer.

Artikel VI van Bijlage I bij het Verdrag van 30 mei 1975 bepaalt : "Goederen die door of ten behoeve van het Agentschap worden ingevoerd of uitgevoerd en die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden, zijn vrijgesteld van alle in- en uitvoerrechten en -belastingen en van alle in- en uitvoerverboden en -beperkingen".

Op grond van die bepaling zijn de invoeren van goederen verricht door het Agentschap, voor zijn officiële werkzaamheden, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.

Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een invoerdocument 136 F waarop in het daartoe bestemde vak een verwijzing naar artikel 42, § 3, 3°, van het Wetboek aangebracht wordt.

* * *

Artikel IX van bijlage I bij het Verdrag van 30 mei 1975 luidt als volgt.

"1. Goederen verworven ingevolge artikel V of ingevoerd ingevolge artikel VI mogen niet worden verkocht of afgestaan dan op voorwaarden vastgesteld door de Lid-Staten die de vrijstelling hebben verleend.

2. De overdracht van goederen en het verlenen van diensten tussen de Zetel en de vestigingen van het Agentschap, tussen de verschillende vestigingen onderling of, met het doel een programma van het Agentschap uit te voeren, tussen de vestigingen en een nationale instelling van een Lid-Staat, zijn vrij van heffingen of beperkingen van welke aard dan ook; indien nodig nemen de Lid-Staten alle passende maatregelen met het oog op vrijstelling of terugbetaling van dergelijke heffingen of met het oog op opheffing van dergelijke beperkingen".

Artikel X van genoemde bijlage stelt dat de verspreiding van geschriften en ander voorlichtingsmateriaal dat door of aan het Agentschap wordt verzonden, op geen enkele wijze beperkt wordt.

3. Personeel van het Agentschap.

3.1. Invoer.

Luidens artikel XVI, letter g, van Bijlage I bij het Verdrag van 30 mei 1975, hebben de personeelsleden van het Agentschap het recht, wanneer zij zich voor de eerste maal in de betrokken Lid-Staat vestigen, hun meubelen en persoonlijke bezittingen vrij van rechten in te voeren en hebben zij bij beëindiging van hun functie in die Lid-Staat, het recht hun meubelen en persoonlijke bezittingen vrij van rechten uit te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden die de Lid-Staat, in wiens grondgebied dit recht wordt uitgeoefend, noodzakelijk acht.

De immuniteiten bedoeld in deze bepaling begrijpen ook de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde van roerende goederen en persoonlijke voorwerpen - daaronder begrepen één enkel motorvoertuig - ingevoerd door personeelsleden van het Agentschap die hun functies in België komen uitoefenen.

Artikel XXIV van voornoemde Bijlage I stipt aan dat geen enkele Lid-Staat verplicht is om de voorrechten en immuniteiten die met name bedoeld zijn in artikel XVI, letter g, waarvan hierboven sprake, toe te kennen aan zijn eigen onderdanen of aan personen die, op het tijdstip waarop zij hun werkzaamheden in die Lid-Staat aanvangen, er ingezetene van zijn.

3.2. Binnenlandse verrichtingen.

De personeelsleden van het Agentschap hebben geen enkel recht op vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde inzake de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt.

4. Diplomatieke regeling.

De Directeur-generaal van het Agentschap en, wanneer zich een vacature voordoet, de persoon die is benoemd om deze functie waar te nemen, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die waarop diplomatieke ambtenaren van vergelijkbare rang aanspraak kunnen maken (artikel XV van voornoemde Bijlage I).

Luidens artikel XXIV van de Bijlage I is geen enkele Lid-Staat verplicht om de voorrechten en immuniteiten die met name bedoeld zijn in artikel XV, waarvan sprake in voorgaand lid, toe te kennen aan zijn eigen onderdanen of aan personen die, op het tijdstip waarop zij hun werkzaamheden in die Lid-Staat aanvangen, er ingezetene van zijn.

De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is ter zake van toepassing.



BIJLAGE 2

Bijlage VI bij de aanschrijving nr. 1/1978 (bijwerking).

Ambtenaren van internationale organisaties, die de fiscale vrijstellingen genieten verbonden aan het diplomatiek statuut.

ORGANISATIESAMBTENAREN
Afrikaanse AardnootraadDe directeur van het Europees Bureau.
Europees Ruimte-AgentschapDe Directeur-generaal.
Europese Gemeenschappen1.De leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2.De rechters, de advokaten-generaal en de griffier van het Hof van Justitie.
3.De voorzitter en de ondervoorzitters van het Directie-comité van de Europese Investeringsbank.
Europese OctrooiorganisatieDe Voorzitter van het Europees Octrooibureau.
Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie (ICEM)Het hoofd van het Bureau van de ICEM in België.
Internationaal Katoeninstituut De uitvoerende directeur.
Internationale DouaneraadDe Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal.
Noord-Atlantische Vedragsorganisatie (N.A.V.O.) 1.De volgende ambtenaren van de Organisatie, in functie op Belgisch grondgebied :
-de Secretaris-generaal en de andere hoge ambtenaren van gelijke rang;
-de ambtenaren van de graden A7 en A6;
-15 ambtenaren van de graden A4 of A5, aangeduid door de Secretaris-generaal.

2.De vaste Voorzitter van het Militair Comité van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
Internationale Militaire Hoofdkwartieren SHAPE (SACEUR).De Intergeallieerde Opperbevelhebber in Europa
Noord-Atlantische VergaderingDe Secretaris-generaal van de Vergadering.
Organisatie voor Economische samenwerking en ontwikkeling (O.E.S.O.)De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretarissen-generaal.
Organisatie van de Verenigde Naties en gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties1.De Secretaris-generaal en al de Adjunct-secretarissen-generaal van de Organisatie.
2.De Directeur-generaal van ieder van de gespecialiseerde Organisaties, evenals iedere ambtenaar die in zijn naam gedurende zijn afwezigheid optreedt.
3.Het Hoofd van het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België.
4.Het Hoofd van de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen.
5.Het Hoofd van het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling in België.
6.De Directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Raad van ACS-MinistersDe Secretaris, de Adjunct-secretarissen en de andere permanente hogere personeelsleden van de Raad.
Raad van Europa-De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal.
-Het Hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel.
Secretariaat-generaal van de Benelux Economische UnieDe Secretaris-generaal.
West-Europese UnieDe Secretaris-generaal, de Adjunct-secretarissen-generaal, de Directeur van het Agentschap van het toezicht op de bewapening en iedere andere permanente ambtenaar, aangeduid door de Raad van de Organisatie.