Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 29e afl. d.d. 21.08.1992
Bull. nr. 720, pag. 2600
BEROEPSKOSTEN
Bedrijfsleidersverzekering
Bezoldiging van bestuurders
Bezoldiging van werkende vennoten
Sociale bijdragen
Werkgeversbijdragen voor groepsverzekering
BESTUURDER
Bezoldiging
FISCALE BEPALINGEN 1989
Bedrijfsleidersverzekering
Beroepskosten
Bezoldiging van bestuurders
Bezoldiging van werkende vennoten
Groepsverzekering
Sociale bijdragen
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdragen
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Beroepskosten
Grondslag
WERKEND VENNOOT
Bezoldiging
Commentaar op de art. 273 en 274, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (beroepskosten).
Inhoudstabel I. WETTEKSTEN II/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE II/302 III. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN VAN BESTUURDERS, VEREFFENAARS EN DAARMEE GELIJKGESTELDE PERSONEN EN VAN WERKENDE VENNOTEN II/303 tot 306 IV. STORTINGEN VAN SOCIALE VERZEKERING OF VOORZORG EN IN ARTIKEL 45, 3°, b, WIB BEDOELDE BIJDRAGEN II/307 tot 311 V. BEDRIJFSLEIDERSVERZEKERINGEN A. ALGEMEEN II/312 B. BEDOELDE PREMIES II/313 tot 315 C. BEHANDELING VAN DE PREMIES II/316 tot 317 VI. INWERKINGTREDING II/318 I. WETTEKSTEN
II/301
Art. 273, W. 22.12.1989 heeft art. 108, WIB, vervangen door de volgende bepaling :
Art. 108. - § 1. In vennootschappen als zijn bedoeld in de artikelen 98 en 100 zijn ondermeer bedrijfslasten, de bezoldigingen van de in artikel 20, 2°, b en c, bedoelde personen en de ermede verband houdende sociale lasten.
Stortingen van sociale verzekering of voorzorg, zomede de in artikel 45, 3°, b, bedoelde bijdragen, zijn in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, slechts aftrekbaar indien zij betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbaar tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende prestaties werden geleverd en mits zij op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend door de vennootschap.
§ 2. Tenzij die overeenkomsten enkel voorzien in voordelen bij overlijden, worden de premies van levensverzekeringen die in het voordeel van de vennootschap zijn gesloten op het hoofd van in § 1 bedoelde personen, met in artikel 45, 3°, b, bedoelde bijdragen gelijkgesteld.
Voor de berekening van de in die bepaling bedoelde begrenzing van 80 %, komen uitsluitend de in § 1, tweede lid, omschreven bezoldigingen in aanmerking.
Daarnaast heeft art. 274, W. 22.12.1989 art. 108bis, 1e lid, WIB, als volgt gewijzigd :
Art. 108bis. - Voor de toepassing van de artikelen 41, § 4, 47, § 1, 50, 7° en 50bis, 1°, worden met personeelsleden gelijkgesteld de in artikel 20, 2°, b en c, bedoelde personen.
....
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
II/302
De nieuwe bepalingen van art. 108, WIB, die in werking treden met ingang van het aj. 1991, hebben tot gevolg dat :
De bepalingen van art. 108bis, 1e lid, WIB (gelijkstelling van bestuurders en werkende vennoten met personeelsleden) werden enkel gewijzigd naar de vorm.
III. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN VAN BESTUURDERS, VEREFFENAARS EN DAARMEE
GELIJKGESTELDE PERSONEN EN VAN WERKENDE VENNOTEN
II/303
De bezoldigingen van bestuurders, enz., en van werkende vennoten zijn voortaan steeds voor hun volledig bedrag als aftrekbare beroepskosten aan te merken.
Dit impliceert dat voor de aftrek als beroepskosten niet langer vereist is dat de bestuurders in de vennootschap effectief bij opdracht of bij contract werkelijke en vaste functies uitoefenen. Evenmin moeten de tantièmes en andere brutobezoldigingen van de bestuurders nog worden vergeleken met de bezoldigingen van hun collega's die niet met speciale functies zijn belast en tenslotte is de aftrek niet meer tot twee door hen aan te wijzen vennootschappen beperkt.
Bovendien moeten, ingevolge de gewijzigde bepalingen van art. 15, 2e lid, 1°, WIB, de toekenningen aan werkende vennoten voortaan niet meer worden verminderd met een bedrag dat voorheen eventueel geacht werd een inkomen van belegd kapitaal te vertegenwoordigen.
II/304
De sociale lasten, die aan de Ven.B onderworpen belastingplichtigen zelf verschuldigd zijn in verband met de voormelde aftrekbare bezoldigingen van bestuurders, enz. en van werkende vennoten, zijn eveneens voor hun volledig bedrag als aftrekbare beroepskosten aan te merken.
II/305
De aandacht wordt erop gevestigd dat de nieuwe bepalingen van art. 108, § 1, 1e lid, WIB, geen wijzigingen hebben aangebracht in de fiscale behandeling van de door bestuurders en werkende vennoten persoonlijk verschuldigde bijdragen ter uitvoering van de wetgeving betreffende het sociaal statuut van zelfstandigen waaraan zij zijn onderworpen.
Dergelijke door de vennootschap ten laste genomen bijdragen vormen immers, zoals in het verleden, een ten name van ieder van hen belastbare aanvullende bezoldiging (zie ook P.V. nr. 622 van 12.10.1990, gesteld door Volksvertegenwoordiger KUBLA, B. 706).
II/306
Er wordt ter zake nog herinnerd dat de bezoldigingen (met inbegrip van de voordelen van alle aard) van bestuurders en van werkende vennoten moeten worden verantwoord aan de hand van de passende individuele fiches en samenvattende opgaven (de niet verantwoorde bezoldigingen ondergaan immers de afzonderlijke bijzondere aanslag van 200 %) en dat bovendien de overeenstemming tussen de als beroepskosten geboekte bezoldigingen en de voormelde samenvattende opgaven moet worden aangetoond (zie dienaangaande de 3e en 18e afl. van onderhavige circ.).
IV. STORTINGEN VAN SOCIALE VERZEKERING OF VOORZORG EN IN ARTIKEL 45, 3°, b,
WIB BEDOELDE BIJDRAGEN
II/307
Stortingen van sociale verzekering of voorzorg, met inbegrip van de in art. 45, 3°, b, WIB bedoelde bijdragen voor extra-wettelijke pensioenen die voorheen ten voordele van bestuurders of werkende vennoten werden gedaan, waren slechts als beroepskosten aftrekbaar in de mate dat ze betrekking hadden op bezoldigingen uit hoofde waarvan de wetgeving betreffende de maatschappelijke zekerheid van de werknemers werd toegepast (zie art. 108, 2°, -oud-, WIB en Com.I.B. 108/4 tot 10).
II/308
Voortaan komen de voormelde stortingen of bijdragen in principe ook voor aftrek in aanmerking wanneer ze betrekking hebben op bezoldigingen van bestuurders of werkende vennoten die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van zelfstandigen.
II/309
De stortingen van sociale verzekering of voorzorg, zomede de voormelde bijdragen voor extra-wettelijke pensioenen, zijn evenwel slechts aftrekbaar in de mate dat ze betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbaar tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende prestaties werden geleverd en mits die bezoldigingen op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend.
Omtrent de in aanmerking komende bezoldigingen kunnen de volgende verduidelijkingen worden verstrekt :
Deze voorwaarden kunnen evenwel niet leiden tot de uitsluiting van eindejaarspremies, vakantiegeld en andere gelijkaardige vergoedingen, voor zover die toekenningen als normaal kunnen worden beschouwd in vergelijking met de gelijkaardige vergoedingen die aan de gewone bezoldigden zijn toegekend.
II/310
Er wordt herinnerd (zie Com.I.B. 44/391.12) dat overeenkomstig art. 45, 3°, b, WIB, als beroepskosten aftrekbaar zijn de werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die worden gestort :
Die bijdragen worden afgetrokken :
Een indexering van de rente is toegelaten. De voorschotten op contracten en de pandgevingen van contracten zijn bij KB gereglementeerd.
II/311
De onderrichtingen die in de Com.I.B. 44/391.13 e.v. zijn opgenomen zijn derhalve met de stortingen ten voordele van bestuurders en werkende vennoten.
Evenwel :
Die inkomensgrens is vastgesteld op :
Het voormeld minimum wettelijk pensioen bedraagt :
V. BEDRIJFSLEIDERSVERZEKERINGEN
A. ALGEMEEN
II/312
De nieuwe bepalingen van art. 108, § 2, 1e lid, WIB hebben over het algemeen tot gevolg dat de door een vennootschap betaalde premies van een bedrijfsleidersverzekering afgesloten op het hoofd van een bestuurder of een werkend vennoot wettelijk worden gelijkgesteld met bijdragen voor een extra-wettelijk pensioen. Dergelijke premies zijn dan ook voortaan enkel aftrekbaar onder de voorwaarden en binnen de grens van art. 45, 3°, b, WIB
Art. 108, § 2, 2e lid, WIB bepaalt bovendien dat voor de berekening van de 80 %-begrenzing enkel de in nr. II/309 bedoelde bezoldigingen in aanmerking komen.
Evenwel volgt uit art. 108, § 2, 1e lid, WIB, dat premies betreffende levensverzekeringscontracten die enkel voorzien in voordelen bij overlijden in principe volledig aftrekbaar zijn.
B. BEDOELDE PREMIES
II/313
De bepalingen van art. 108, § 2, WIB, hebben enkel betrekking op de premies van levensverzekeringen die zijn gesloten :
II/314
De nieuwe bepalingen houden dus geen verband met de premies van verzekeringscontracten die gesloten zijn in het onmiddellijk voordeel van bestuurders of vennoten en als bijkomende bezoldigingen moeten worden aangemerkt.
II/315
Bovendien is voorgeschreven dat die nieuwe bepalingen niet gelden in verband met overeenkomsten die enkel voorzien in voordelen bij overlijden, wat onder meer het geval kan zijn bij een zogenaamde schuldsaldoverzekering.
Ter zake mogen de premies in principe zonder beperking worden afgetrokken, behoudens en in de mate dat, gelet op de resultaten van de onderneming, moet worden geacht dat die premies op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen (art. 50bis, 2°, WIB).
C. BEHANDELING VAN DE PREMIES
II/316
In al de gevallen waarin de nieuwe bepalingen toepassing vinden, zijn de premies slechts als beroepskost aftrekbaar onder de voorwaarden van art. 45, 3°, b, WIB
Dit is inzonderheid slechts het geval (voor een volledige uiteenzetting wordt opnieuw verwezen naar Com.I.B. 44/391.13 e.v.) indien :
II/317
Bovendien is, zoals gezegd, uitdrukkelijk bepaald dat, voor de toepassing van de 80 %-grens, ook hier uitsluitend rekening mag worden gehouden met de bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbaar tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende prestaties werden geleverd en mits zij op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend door de vennootschap.
VI. INWERKINGTREDING
II/318
Overeenkomstig art. 333, § 1, 3°, W. 22.12.1989, zijn de nieuwe bepalingen van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1991.
BEROEPSKOSTEN
Bedrijfsleidersverzekering
Bezoldiging van bestuurders
Bezoldiging van werkende vennoten
Sociale bijdragen
Werkgeversbijdragen voor groepsverzekering
BESTUURDER
Bezoldiging
FISCALE BEPALINGEN 1989
Bedrijfsleidersverzekering
Beroepskosten
Bezoldiging van bestuurders
Bezoldiging van werkende vennoten
Groepsverzekering
Sociale bijdragen
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdragen
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Beroepskosten
Grondslag
WERKEND VENNOOT
Bezoldiging
Commentaar op de art. 273 en 274, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (beroepskosten).
BEROEPSKOSTEN
Inhoudstabel I. WETTEKSTEN II/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE II/302 III. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN VAN BESTUURDERS, VEREFFENAARS EN DAARMEE GELIJKGESTELDE PERSONEN EN VAN WERKENDE VENNOTEN II/303 tot 306 IV. STORTINGEN VAN SOCIALE VERZEKERING OF VOORZORG EN IN ARTIKEL 45, 3°, b, WIB BEDOELDE BIJDRAGEN II/307 tot 311 V. BEDRIJFSLEIDERSVERZEKERINGEN A. ALGEMEEN II/312 B. BEDOELDE PREMIES II/313 tot 315 C. BEHANDELING VAN DE PREMIES II/316 tot 317 VI. INWERKINGTREDING II/318 I. WETTEKSTEN
II/301
Art. 273, W. 22.12.1989 heeft art. 108, WIB, vervangen door de volgende bepaling :
Art. 108. - § 1. In vennootschappen als zijn bedoeld in de artikelen 98 en 100 zijn ondermeer bedrijfslasten, de bezoldigingen van de in artikel 20, 2°, b en c, bedoelde personen en de ermede verband houdende sociale lasten.
Stortingen van sociale verzekering of voorzorg, zomede de in artikel 45, 3°, b, bedoelde bijdragen, zijn in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, slechts aftrekbaar indien zij betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbaar tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende prestaties werden geleverd en mits zij op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend door de vennootschap.
§ 2. Tenzij die overeenkomsten enkel voorzien in voordelen bij overlijden, worden de premies van levensverzekeringen die in het voordeel van de vennootschap zijn gesloten op het hoofd van in § 1 bedoelde personen, met in artikel 45, 3°, b, bedoelde bijdragen gelijkgesteld.
Voor de berekening van de in die bepaling bedoelde begrenzing van 80 %, komen uitsluitend de in § 1, tweede lid, omschreven bezoldigingen in aanmerking.
Daarnaast heeft art. 274, W. 22.12.1989 art. 108bis, 1e lid, WIB, als volgt gewijzigd :
Art. 108bis. - Voor de toepassing van de artikelen 41, § 4, 47, § 1, 50, 7° en 50bis, 1°, worden met personeelsleden gelijkgesteld de in artikel 20, 2°, b en c, bedoelde personen.
....
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
II/302
De nieuwe bepalingen van art. 108, WIB, die in werking treden met ingang van het aj. 1991, hebben tot gevolg dat :
- de bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten en de ermede verband houdende sociale lasten voortaan onbeperkt aftrekbaar zijn als beroepskosten (zie art. 108, § 1, 1e lid, WIB);
- de stortingen van sociale verzekering of voorzorg en de werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood ten voordele van bestuurders en werkende vennoten aftrekbaar zijn als beroepskosten in de mate dat ze betrekking hebben op welbepaalde bezoldigingen doch waarbij het voortaan zonder belang is aan welk sociaal statuut de bestuurders en de werkende vennoten onderworpen zijn (zie art. 108, § 1, 2e lid, WIB);
- de door een vennootschap betaalde premies van een in haar voordeel afgesloten bedrijfsleidersverzekering over het algemeen wettelijk worden gelijkgesteld met bijdragen voor extra-wettelijk pensioen in de zin van art. 45, 3°, b, WIB (zie art. 108, § 2, WIB).
De bepalingen van art. 108bis, 1e lid, WIB (gelijkstelling van bestuurders en werkende vennoten met personeelsleden) werden enkel gewijzigd naar de vorm.
III. BEZOLDIGINGEN EN SOCIALE LASTEN VAN BESTUURDERS, VEREFFENAARS EN DAARMEE
GELIJKGESTELDE PERSONEN EN VAN WERKENDE VENNOTEN
II/303
De bezoldigingen van bestuurders, enz., en van werkende vennoten zijn voortaan steeds voor hun volledig bedrag als aftrekbare beroepskosten aan te merken.
Dit impliceert dat voor de aftrek als beroepskosten niet langer vereist is dat de bestuurders in de vennootschap effectief bij opdracht of bij contract werkelijke en vaste functies uitoefenen. Evenmin moeten de tantièmes en andere brutobezoldigingen van de bestuurders nog worden vergeleken met de bezoldigingen van hun collega's die niet met speciale functies zijn belast en tenslotte is de aftrek niet meer tot twee door hen aan te wijzen vennootschappen beperkt.
Bovendien moeten, ingevolge de gewijzigde bepalingen van art. 15, 2e lid, 1°, WIB, de toekenningen aan werkende vennoten voortaan niet meer worden verminderd met een bedrag dat voorheen eventueel geacht werd een inkomen van belegd kapitaal te vertegenwoordigen.
II/304
De sociale lasten, die aan de Ven.B onderworpen belastingplichtigen zelf verschuldigd zijn in verband met de voormelde aftrekbare bezoldigingen van bestuurders, enz. en van werkende vennoten, zijn eveneens voor hun volledig bedrag als aftrekbare beroepskosten aan te merken.
II/305
De aandacht wordt erop gevestigd dat de nieuwe bepalingen van art. 108, § 1, 1e lid, WIB, geen wijzigingen hebben aangebracht in de fiscale behandeling van de door bestuurders en werkende vennoten persoonlijk verschuldigde bijdragen ter uitvoering van de wetgeving betreffende het sociaal statuut van zelfstandigen waaraan zij zijn onderworpen.
Dergelijke door de vennootschap ten laste genomen bijdragen vormen immers, zoals in het verleden, een ten name van ieder van hen belastbare aanvullende bezoldiging (zie ook P.V. nr. 622 van 12.10.1990, gesteld door Volksvertegenwoordiger KUBLA, B. 706).
II/306
Er wordt ter zake nog herinnerd dat de bezoldigingen (met inbegrip van de voordelen van alle aard) van bestuurders en van werkende vennoten moeten worden verantwoord aan de hand van de passende individuele fiches en samenvattende opgaven (de niet verantwoorde bezoldigingen ondergaan immers de afzonderlijke bijzondere aanslag van 200 %) en dat bovendien de overeenstemming tussen de als beroepskosten geboekte bezoldigingen en de voormelde samenvattende opgaven moet worden aangetoond (zie dienaangaande de 3e en 18e afl. van onderhavige circ.).
IV. STORTINGEN VAN SOCIALE VERZEKERING OF VOORZORG EN IN ARTIKEL 45, 3°, b,
WIB BEDOELDE BIJDRAGEN
II/307
Stortingen van sociale verzekering of voorzorg, met inbegrip van de in art. 45, 3°, b, WIB bedoelde bijdragen voor extra-wettelijke pensioenen die voorheen ten voordele van bestuurders of werkende vennoten werden gedaan, waren slechts als beroepskosten aftrekbaar in de mate dat ze betrekking hadden op bezoldigingen uit hoofde waarvan de wetgeving betreffende de maatschappelijke zekerheid van de werknemers werd toegepast (zie art. 108, 2°, -oud-, WIB en Com.I.B. 108/4 tot 10).
II/308
Voortaan komen de voormelde stortingen of bijdragen in principe ook voor aftrek in aanmerking wanneer ze betrekking hebben op bezoldigingen van bestuurders of werkende vennoten die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van zelfstandigen.
II/309
De stortingen van sociale verzekering of voorzorg, zomede de voormelde bijdragen voor extra-wettelijke pensioenen, zijn evenwel slechts aftrekbaar in de mate dat ze betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbaar tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende prestaties werden geleverd en mits die bezoldigingen op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend.
Omtrent de in aanmerking komende bezoldigingen kunnen de volgende verduidelijkingen worden verstrekt :
- regelmatig : dit impliceert ondermeer een gelijke spreiding over het jaar;
- ten minste om de maand : die veronderstelt een bij de bezoldigingen van het personeel aanleunende periodiciteit;
- voor het einde van het belastbaar tijdperk : hierdoor worden de toekenningen die bij de algemene vergadering worden verleend aan bestuurders, enz. en aan werkende vennoten uitgesloten;
- op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend : dit houdt in dat de bezoldigingen ten laste van het resultaat moeten worden gelegd; het loutere feit dat de toekenningen gebeuren langs de lopende rekening is onvoldoende.
Deze voorwaarden kunnen evenwel niet leiden tot de uitsluiting van eindejaarspremies, vakantiegeld en andere gelijkaardige vergoedingen, voor zover die toekenningen als normaal kunnen worden beschouwd in vergelijking met de gelijkaardige vergoedingen die aan de gewone bezoldigden zijn toegekend.
II/310
Er wordt herinnerd (zie Com.I.B. 44/391.12) dat overeenkomstig art. 45, 3°, b, WIB, als beroepskosten aftrekbaar zijn de werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die worden gestort :
- op definitieve wijze;
- buiten enige wettelijke verplichting;
- aan een in België gevestigde onderneming of sociale verzekerings- of voorzorgkas;
- met het oog op het vestigen van een rente of van een kapitaal in geval van leven of van overlijden.
Die bijdragen worden afgetrokken :
- in de mate dat de naar aanleiding van de pensionering te verlenen toekenningen, zowel de wettelijke als de extra-wettelijke;
- met uitzondering van de toekenningen uit hoofde van individuele levensverzekeringen in de zin van art. 54, 2°, b, WIB;
- uitgedrukt in jaarlijkse renten;
- niet meer bedragen dan 80 % van de laatste normale brutojaarbezoldiging;
- rekening houdend met een normale duur van de beroepswerkzaamheid.
Een indexering van de rente is toegelaten. De voorschotten op contracten en de pandgevingen van contracten zijn bij KB gereglementeerd.
II/311
De onderrichtingen die in de Com.I.B. 44/391.13 e.v. zijn opgenomen zijn derhalve met de stortingen ten voordele van bestuurders en werkende vennoten.
Evenwel :
- mogen voor de beperking tot 80 % (z. Com.I.B. 44/391.30 e.v.) enkel de bezoldigingen in aanmerking worden genomen als bedoeld in II/309;
- mag voor de bestuurders en werkende vennoten die aan het sociaal statuut van zelfstandigen onderworpen zijn het wettelijk rustpensioen worden geraamd op de helft van het geraamde wettelijk rustpensioen voor bezoldigden (z. Com.I.B. 44/391.35), d.w.z. op 25 % van de eventueel voor de vaststelling van dat pensioen begrensde inkomen met een jaarlijks vast te stellen minimumpensioen.
Die inkomensgrens is vastgesteld op :
- 1.389.688 F voor het jaar 1990;
- 1.443.444 F voor het jaar 1991.
Het voormeld minimum wettelijk pensioen bedraagt :
- 185.280 F voor het jaar 1990;
- 192.766 F voor het jaar 1991.
V. BEDRIJFSLEIDERSVERZEKERINGEN
A. ALGEMEEN
II/312
De nieuwe bepalingen van art. 108, § 2, 1e lid, WIB hebben over het algemeen tot gevolg dat de door een vennootschap betaalde premies van een bedrijfsleidersverzekering afgesloten op het hoofd van een bestuurder of een werkend vennoot wettelijk worden gelijkgesteld met bijdragen voor een extra-wettelijk pensioen. Dergelijke premies zijn dan ook voortaan enkel aftrekbaar onder de voorwaarden en binnen de grens van art. 45, 3°, b, WIB
Art. 108, § 2, 2e lid, WIB bepaalt bovendien dat voor de berekening van de 80 %-begrenzing enkel de in nr. II/309 bedoelde bezoldigingen in aanmerking komen.
Evenwel volgt uit art. 108, § 2, 1e lid, WIB, dat premies betreffende levensverzekeringscontracten die enkel voorzien in voordelen bij overlijden in principe volledig aftrekbaar zijn.
B. BEDOELDE PREMIES
II/313
De bepalingen van art. 108, § 2, WIB, hebben enkel betrekking op de premies van levensverzekeringen die zijn gesloten :
- in het voordeel van de vennootschap;
- op het hoofd van een of meer van haar bestuurders of werkende vennoten.
II/314
De nieuwe bepalingen houden dus geen verband met de premies van verzekeringscontracten die gesloten zijn in het onmiddellijk voordeel van bestuurders of vennoten en als bijkomende bezoldigingen moeten worden aangemerkt.
II/315
Bovendien is voorgeschreven dat die nieuwe bepalingen niet gelden in verband met overeenkomsten die enkel voorzien in voordelen bij overlijden, wat onder meer het geval kan zijn bij een zogenaamde schuldsaldoverzekering.
Ter zake mogen de premies in principe zonder beperking worden afgetrokken, behoudens en in de mate dat, gelet op de resultaten van de onderneming, moet worden geacht dat die premies op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen (art. 50bis, 2°, WIB).
C. BEHANDELING VAN DE PREMIES
II/316
In al de gevallen waarin de nieuwe bepalingen toepassing vinden, zijn de premies slechts als beroepskost aftrekbaar onder de voorwaarden van art. 45, 3°, b, WIB
Dit is inzonderheid slechts het geval (voor een volledige uiteenzetting wordt opnieuw verwezen naar Com.I.B. 44/391.13 e.v.) indien :
- de premies op definitieve wijze zijn gestort;
- de premies zijn gestort aan een erkende Belgische verzekeringsmaatschappij of Belgische inrichting van een dergelijke buitenlandse maatschappij (z. Com.I.B. 44/391.17 tot 391.20, evenals de in 44/391.21 besproken uitzonderingen);
- de regels inzake voorschotten op contracten en pandgevingen van contracten ten voordele van de begunstigde zijn gerespecteerd.
II/317
Bovendien is, zoals gezegd, uitdrukkelijk bepaald dat, voor de toepassing van de 80 %-grens, ook hier uitsluitend rekening mag worden gehouden met de bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbaar tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende prestaties werden geleverd en mits zij op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend door de vennootschap.
VI. INWERKINGTREDING
II/318
Overeenkomstig art. 333, § 1, 3°, W. 22.12.1989, zijn de nieuwe bepalingen van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1991.
Bron: FisconetPlus
