Aanschrijving nr. 2 dd. 07.02.1994

AANSCHRIJVING 94/002

Aanschrijving nr. 2 dd. 07.02.1994


Vrijstellingsregeling kleine ondernemingen
Art. 56, § 2, W. BTW


INHOUDSTAFEL 1. Onderwerp van de aanschrijving. Hoofdstuk I. - Toepassingsgebied van de vrijstellingsregeling van belasting. 2. Bedoelde ondernemingen. 3. Bedoelde handelingen en handelingen uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting. 4. Toegang tot de vrijstellingsregeling van belasting. 5. Optiemogelijkheden. 6. Verlies van de vrijstellingsregeling van belasting. Hoofdstuk II. - Werking van de vrijstellingsregeling van belasting. 7. Berekeningswijze van het beperkt omzetcijfer. 8. Aftrek. 9. Teruggaaf. Hoofdstuk III. - Verplichtingen van de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting. 10. Aangifte van aanvang, van wijziging en stopzetting van werkzaamheid. 11. Facturatie. 12. Factuurboeken - Boek bedoeld in artikel 14, § 5, van het K.B. nr. 1. 13. Dagontvangstenboek. 14. Tabel van de bedrijfsmiddelen. 15. Jaarlijkse aangifte van de afnemers-belastingplichtigen en jaarlijkse aangifte van het omzetcijfer. Hoofdstuk IV. - Intracommunautaire handelingen. A. Algemeenheden. 16. Algemeen overzicht. B. Regeling van toepassing op de vrijgestelde belastingplichtige. 17. De vrijgestelde belastingplichtige handelt in de hoedanigheid van koper. 18. Het bedrag van de intracommunautaire verwervingen is niet hoger dan 450.000 F en de belastingplichtige opteert niet voor de "belastingheffing bij bestemming". 19. Het bedrag van de intracommunautaire verwervingen overschrijdt de drempel van 450.000 F. 20. Optie voor de "belastingheffing bij bestemming" voor de intracommunautaire verwervingen. 21. Bijzondere gevallen. 22. De vrijgestelde belastingplichtige handelt in hoedanigheid van verkoper. Hoofdstuk V. - Overgangsbepalingen. Bijlage : Jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen.

1.Onderwerp van de aanschrijving.
1.1. Artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde voert voor de kleine ondernemingen met jaarlijks omzetcijfer, dat een door de Koning vastgesteld bedrag niet overschrijdt, een vrijstellingsregeling van belasting in voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten.

1.2. De toepassing van deze regeling werd vastgelegd in het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 december 1992.



1.3.Hierna volgt een toelichting met betrekking tot deze regeling.
Hoofdstuk I - Toepassingsgebied van de vrijstellingsregeling van belasting.



2.Bedoelde ondernemingen (z. art. 1 en 2, K.B. nr. 19).
2.1. Als kleine onderneming voor de toepassing van artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek wordt aangemerkt elke belastingplichtige, natuurlijke persoon of rechtspersoon, die handelingen verricht die niet uitdrukkelijk zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting en waarvan de jaaromzet niet meer bedraagt dan 225.000 F.

3. Bedoelde handelingen en handelingen uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting (z. art. 2, K.B. nr. 19).



3.1.Bedoelde handelingen.
Behalve de handelingen die uitdrukkelijk zijn uitgesloten krachtens artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, kunnen alle leveringen van goederen en alle diensten verricht door een belastingplichtige waarvan het jaarlijks omzetcijfer het toegelaten maximum niet overschrijdt, overeenkomstig ditzelfde artikel, genieten van de vrijstellingsregeling van belasting.



3.2.Uitgesloten handelingen.
De vrijstellingsregeling van belasting is niet van toepassing op :

1° de handelingen bedoeld in artikel 8 van het Wetboek; d.w.z. op overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de BTW evenals op de vestiging, de overdracht of de wederoverdracht van zakelijke rechten andere dan de eigendom op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek;

2° de handelingen bedoeld in artikel 8bis van het Wetboek; d.w.z. op toevallige leveringen onder bezwarende titel van nieuwe vervoermiddelen onder de voorwaarden van artikel 39bis van het Wetboek;

3° de handelingen bedoeld in artikel 57 van het Wetboek; d.w.z. op leveringen van goederen en het verstrekken van diensten in de zin van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, in het kader van de biezondere landbouwregeling verricht door landbouwondernemers die aan deze regeling onderworpen zijn;

4° de handelingen bedoeld in artikel 58, § 1, van het Wetboek; d.w.z. op leveringen van tabaksfabrikaten en gelijkgestelden, waarvoor de belasting wordt voldaan op hetzelfde tijdstip en op dezelfde wijze als de accijns;

5° de handelingen bedoeld in artikel 58, § 2, van het Wetboek, d.w.z. op leveringen door vissers van hun vangst (vis, schaal-, schelp- en weekdieren) die rechtstreeks van het vissersvaartuig worden aangevoerd om openbaar bij opbod te worden verkocht in de gemeentelijke vismijn van de aanvoerhaven;

6° de handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is in België en welke verricht worden door belastingplichtigen die niet hier te lande zijn gevestigd.

3.3. Zodra ze handelingen verrichten onderworpen aan de BTW, andere dan die welke uitdrukkelijk worden uitgesloten, kunnen de belastingplichtigen bedoeld in 1° tot 5° nochtans genieten van de vrijstellingsregeling van belasting voor zover hun omzetcijfer betreffende deze "andere handelingen" 225.000 F niet overschrijdt.

Voorbeelden :

3.4. Een landbouwer onderworpen aan de bijzonder landbouwregeling kan onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling van belasting voor een bijkomende werkzaamheid zoals de verkoop van een deel van zijn produkten op groot- en kleinhandelsmarkten, de uitbating van een café, het strooien van grint en het ontruimen van sneeuw op de wegen voor rekening van een gemeente, bebossingswerkzaamheden voor rekening van bosuitbaters of houthandelaren, bebouwings- of oogstwerken uitgevoerd tegen vergoeding op bepaalde tijdstippen van het jaar voor rekening van andere landbouwers.

3.5. Een schoenhersteller, toevallige belastingplichtige voor de overdracht van een nieuw gebouw, kan voor zijn beroepswerkzaamheid van schoenhersteller onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling van belasting.

3.6. Een visser die ook visnetten herstelt, kan voor deze werkzaamheid genieten van de vrijstellingsregeling van belasting.

3.7. Een kleinhandelaar in tabaksfabrikaten die enkel tabaksfabrikaten verkoopt, kan niet genieten van de vrijstellingsregeling van belasting. Wanneer hij daarentegen ook andere produkten verkoopt zoals rookartikelen, wegenkaarten, enz., ..., is er geen enkel beletsel dat hij voor deze bijkomende verkopen onderworpen is aan de vrijstellingsregeling van belasting.

3.8. Een in Duitsland gevestigde belastingplichtige die belastbare handelingen stelt in België, is gehouden de verschuldigde BTW te storten door tussenkomst van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger en kan geen aanspraak maken op de vrijstellingsregeling van belasting. Dit geldt ook voor de niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht waarvoor de belasting wordt voldaan door zijn Belgische medecontractant.



4.Toegang tot de vrijstellingsregeling van belasting.
4.1. De belastingplichtige die tijdens het verstreken kalenderjaar een omzet heeft gerealiseerd die het bedrag van 225.000 F, exclusief BTW, niet overschrijdt, en die handelingen verricht andere dan deze welke uitdrukkelijk zijn uitgesloten, zal van rechtswege onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 juli van het volgende jaar.

4.2. Op zijn verzoek zal hij evenwel reeds vanaf 1 januari onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling van belasting indien uit zijn exploitatievooruitzichten blijkt dat het beperkt jaarlijks omzetcijfer niet zal overschreden worden. Te dien einde, moet hij in de loop van het laatste kwartaal, maar vóór 15 december, een aanvraag indienen bij de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder hij ressorteert bij ter post aangetekende brief waarin hij het omzetcijfer vermeldt dat werd gerealiseerd tijdens de eerste drie kwartalen, alsmede een raming van het omzetcijfer van het vierde kwartaal (z. art. 8, K.B. nr. 19).

4.3. Om te bepalen of de vrijstellingsregeling van belasting van toepassing is voor kleine ondernemingen waarvan de werkzaamheid geen volledig kalenderjaar beloopt, moet het beperkt omzetcijfer van 225.000 F worden verminderd naar rato van de exploitatietermijn van de onderneming.

4.4. De aanpassing prorata temporis van het beperkt omzetcijfer dient te gebeuren in functie van het aantal volle maanden verlopen vanaf de aanvang van werkzaamheid in verhouding tot 12 (z. art. 1, K.B. nr. 19).

4.5. De vermindering prorata temporis van het omzetcijfer dient echter niet te gebeuren voor seizoensgebonden ondernemingen of ondernemingen die een werkzaamheid uitoefenen op een onderbroken wijze.

4.6. Voor de nieuwe ondernemingen zal het jaarlijks omzetcijfer geraamd worden naargelang de exploitatievooruitzichten.

4.7. Niettemin kan de administratie beslissen om de belastingplichtige aan een andere belastingregeling (normale regeling, forfaitaire regeling, bijzondere landbouwregeling) te onderwerpen wanneer uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat aan de voorwaarden gesteld voor de toepassing van de vrijstellingsregeling van belasting niet zal worden voldaan. In dat geval wordt de aanvraag verworpen door een gemotiveerde beslissing (z. art. 5, K.B. nr. 19).

Voorbeelden :

4.8. Op 15 april 1994 opent X een werkplaats voor de herstelling van fietsen. Volgens zijn vooruitzichten zal zijn jaarlijks omzetcijfer niet hoger zijn dan 225.000 F.

Daar X arbeider (loontrekkende) is in een garage en de belastbare activiteit slechts bijkomstig wordt uitgeoefend, oordeelt de Administratie dat X de voorwaarden vervult om te genieten van de vrijstellingsregeling van belasting.

Op 31 december 1994 bedraagt het totaal van de ontvangsten 143.400 F.

Berekening van het jaarlijks omzetcijfer (aanpassing prorata temporis). 143.400 F (totaal van de ontvangsten voor de exploitatieperiode) x 12 ------------------------------------------------------------------------ 8 (aantal volledige maanden verlopen sinds het begin van de werkzaamheid) = 215.100 F. Het is dus het bedrag van 215.100 F dat als referentie zal dienen.

4.9. Y, belastingplichtige voor zijn bijkomende activiteit als verkoper van ijs en koude dranken, verkoopt gedurende de twee vakantiemaanden ijs en koude dranken aan de kust. Hij is belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari 1993.

De gerealiseerde omzet gedurende de maanden juli en augustus 1993 bedraagt 217.000 F.

Dit bedrag is het omzetcijfer dat als referentie zal dienen.



5.Optiemogelijkheden.
5.1. De vrijstellingsregeling van belasting is niet verplicht voor de belastingplichtigen die aan de voorwaarden ervan voldoen. Aan alle belastingplichtigen wordt de mogelijkheid geboden te opteren, hetzij voor de normale regeling, hetzij voor de forfaitaire regeling voorzien bij artikel 56, § 1, van het BTW-Wetboek indien ze aan de daarvoor gestelde toepassingsvoorwaarden voldoen.



5.2.Wijze van optie.
In alle gevallen moet de optie worden uitgeoefend bij een ter post aangetekende brief gericht aan het hoofd van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.



5.3.Tijdstip van optie.
5.3.1. Vóór 31 december 1992 : voor de belastingplichtige die voldoet aan de voorwaarden om te genieten van de vrijstellingsregeling van belasting maar er niet wenst aan te worden onderworpen vanaf 1 januari 1993 (z. art. 13, K.B. nr. 19).

5.3.2. Vóór 1 juni van een bepaald jaar : voor de belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling of aan de forfaitaire regeling die zijn belastingregeling wenst te behouden, niettegenstaande zijn omzetcijfer gerealiseerd gedurende het voorgaande jaar niet meer bedraagt dan 225.000 F (z. art. 8, K.B. nr. 19).



5.3.3.Belangrijke opmerking :
In de gevallen bedoeld onder nrs. 5.3.1. en 5.3.2. hiervoor weze, in verband met de aldaar uitgeoefende optie, opgemerkt dat :



de belastingplichtige nooit aan de vrijstellingsregeling van belasting was onderworpen zodat de termijn opgelegd voor terugkeer naar de vrijstellingsregeling niet van toepassing is (z. nr. 5.4.);
de gekozen regeling (normale regeling of forfaitaire regeling), welke ook het gerealiseerde omzetcijfer is, van jaar tot jaar stilzwijgend wordt verlengd;
de overgang naar de vrijstellingsregeling van belasting schriftelijk dient te worden aangevraagd door middel van een ter post aangetekende brief gericht aan de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
5.3.4. Op gelijk welk tijdstip van het jaar : voor de belastingplichtige die onderworpen is aan de vrijstellingsregeling van belasting en die wenst belast te worden volgens de normale regeling of de forfaitaire regeling. In dat geval heeft de optie uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de brief wordt verzonden (z. art. 6, eerste lid, K.B. nr. 19).

Voorbeeld :

Een optie uitgeoefend op 14 juni 1993 zal uitwerking hebben op 1 augustus 1993.



5.4.Duur van de optie.
5.4.1. De belastingplichtige die geopteerd heeft voor de normale regeling of voor de forfaitaire regeling kan niet opnieuw overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting vóór 1 januari van het derde jaar na dat waarin de optie uitwerking heeft gehad.

5.4.2. De terugkeer naar de vrijstellingsregeling moet ter kennis worden gebracht aan het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert, bij ter post aangetekende brief en dit vóór 1 december (z. art. 6, tweede lid, K.B. nr. 19).

5.4.3. M.a.w. de optie heeft uitwerking voor een periode van twee volledige kalenderjaren boven het resterend gedeelte van het jaar waarin de optie uitwerking heeft. Wanneer deze termijn verstreken is wordt, bij gebrek aan een ter post aangetekend schrijven vóór 1 december waarin afstand wordt gedaan van de normale regeling of de forfaitaire regeling, de optie geacht stilzwijgend te zijn verlengd.



5.4.4.Voorbeeld :
Een optie uitgeoefend op 8 september 1993 heeft uitwerking op 1 november 1993. De belastingplichtige die vanaf die datum onderworpen is aan de normale regeling of de forfaitaire regeling, kan slechts terugkeren naar de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari 1996, indien hij vóór 1 december 1995 bij ter post aangetekend schrijven zijn hoofdcontroleur hiervan in kennis heeft gesteld. Zoniet zal hij minstens 1 kalenderjaar langer onderworpen blijven aan de normale regeling of de forfaitaire regeling.

5.4.5. Het spreekt vanzelf dat de belastingplichtigen die opteren voor de normale regeling of de forfaitaire regeling onderworpen zijn aan het geheel van verplichtingen die voortvloeien uit deze regelingen.

6. Verlies van de vrijstellingsregeling van belasting (z. art. 7, K.B. nr. 19).



6.1.Overschrijding van de drempel.
6.1.1. Principieel kan de vrijstellingsregeling van belasting niet meer worden toegepast vanaf het tijdstip dat het gerealiseerde omzetcijfer meer dan 225.000 F bedraagt.

6.1.2. Teneinde evenwel de formaliteiten te vermijden die de overgang van de ene regeling naar de andere regeling veroorzaken brengt een uitzonderlijke overschrijding met 10 pct. van het toegelaten omzetcijfer geen wijziging van belastingregeling met zich mee.

6.1.3. Ingeval van overschrijding van het beperkt omzetcijfer, moet de betrokken kleine onderneming de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder ze ressorteert, hiervan onmiddellijk in kennis stellen bij ter post aangetekende brief. Bovendien moet de belastingplichtige die de voorwaarden vervult om over te gaan naar de forfaitaire regeling in deze brief tevens de gewenste regeling vermelden (normale regeling of forfaitaire regeling). Bij ontstentenis hiervan zal de kleine onderneming onderworpen worden aan de normale regeling.

6.1.4. De administratie zal de overschrijding van de toegelaten omzetdrempel geval per geval onderzoeken en deze regel met soepelheid toepassen.

6.1.5. Wanneer uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat de belastingplichtige niet meer beantwoordt aan het begrip "kleine onderneming" zal deze onderworpen worden aan de normale regeling of de forfaitaire regeling vanaf het verstrijken van de maand waarin de overschrijding is bereikt.



6.1.6.Voorbeeld :
A, belastingplichtige, onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari 1993, stelt in de loop van de maand september 1993 vast dat zijn omzetcijfer gerealiseerd vanaf het begin van het jaar 260.000 F bereikt. Hij stelt zijn hoofdcontroleur hiervan in kennis en hij zal onderworpen worden aan de normale regeling of eventueel aan de forfaitaire regeling vanaf 1 oktober 1993.



6.2.Wijziging van werkzaamheid.
6.2.1. In de regel is de vrijstellingsregeling van belasting toegankelijk voor elke beroepswerkzaamheid. Nochtans zal de belastingplichtige die in het kader van een wijziging van werkzaamheid, nog enkel handelingen verricht als bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 19, niet maar kunnen genieten van de vrijstellingsregeling van belasting.



6.2.2.Voorbeeld :
Een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting voor zijn werkzaamheid als kleinhandelaar in rookartikelen die de verkoop val alle bijbehorigheden (asbakken, pijpen, aanstekers, enz., ...) stopzet om enkel nog tabaksfabrikaten te verkopen, zal worden uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting.

Hoofdstuk II. - Werking van de vrijstellingsregeling van belasting.



7.Berekeningswijze van het beperkt omzetcijfer.
7.1. Handelingen die in aanmerking dienen te worden genomen bij de berekening van het beperkt omzetcijfer :

1° de leveringen van goederen en de dienstverrichtingen die onderworpen zijn aan de belasting over de toegevoegde waarde;

2° de leveringen van goederen en de dienstverrichtingen die vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 39 tot 42 van het BTW-Wetboek.

7.2. Volgende handelingen dienen eveneens in aanmerking te worden genomen bij de berekening van het omzetcijfer, tenzij ze het karakter van bijkomstige handelingen bezitten :

1° de handelingen met betrekking tot onroerende goederen bedoeld in artikel 44, § 3, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek;

2° de bank- en financiële verrichtingen bedoeld in artikel 44, § 3, 5° tot 11°, van het BTW-Wetboek;

3° de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4°, van het BTW-Wetboek.

7.3. De navolgende handelingen komen niet in aanmerking bij de berekening van het beperkt omzetcijfer :



de overdracht van investeringsgoederen;
2° de handelingen die van de vrijstellingsregeling zijn uitgesloten krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 19;

3° de handelingen die krachtens artikel 44, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld;

4° de handelingen die krachtens artikel 44, § 3, 3°, 12° en 13°, van het BTW-Wetboek zij vrijgesteld.

7.4. Wanneer éénzelfde belastingplichtige verscheidene economische werkzaamheden uitoefent (b.v. boekhouding en beheer van een verzekeringsportefeuille die niet als bijkomend wordt aangemerkt), dient er rekening te worden gehouden met het totaalbedrag van de omzetcijfers gerealiseerd voor de verschillende werkzaamheden.

7.5. Er moet echter geen rekening worden gehouden met de ontvangsten als loontrekkende evenmin als met deze afkomstig van het beheer van het privé-patrimonium.

7.6. Wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een beroepswerkzaamheid uitoefenen, dient er rekening te worden gehouden met het globaal omzetcijfer van deze werkzaamheden die ze gezamenlijk realiseren.

7.7. Wanneer daarentegen echtgenoten een onderscheiden beroepswerkzaamheid uitoefenen (b.v. man ruitenwasser en echtgenote naaister), wordt afzonderlijk rekening gehouden met het gerealiseerd omzetcijfer van ieder van hen, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden.



7.8.Voorbeeld :
Bernard, onderwijzer, is BTW-belastingplichtige voor een aanvullende werkzaamheid. In de loop van het jaar 1993 zien zijn ontvangsten er als volgt uit :

Aard van de handelingen Bedrag Handelingen in aanmerking te nemen voor het bepalen van het omzetcijfer 1 Bijhouden van de boekhouding van een vriend, handelaar gevestigd in België 20.000 ja -> 20.000 2 Makelaarsloon ontvangen van een groothandelaar in speelgoed, gevestigd in België, ingevolge een tussenkomst bij de verkoop aan : - een kleinhandelaar gevestigd in België 15.000 ja -> 15.000 - een kleinhandelaar gevestigd in Frankrijk 20.000 ja -> 20.000 - een kleinhandelaar gevestigd in Honduras 30.000 ja -> 30.000 3 Overdracht van een gebouw in oprichting, verkocht met BTW als toevallige belastingplichtige 3.000.000 neen 4 Verkoop van een tweedehandse computer, die enkel gebruikt werd voor zijn belastbare werkzaamheid als 10.000 neen belastingplichtige 5 Salaris als onderwijzer 950.000 neen 6 Privé-lessen wiskunde gegeven aan leerlingen van de school waar hij les geeft 40.000 neen 7 Verkoop van aandelen verworven in gemeenschap met zijn neen (beheer van echtgenote 150.000 het privé-patrimonium) 8 Verkoop in Turkije van educatief speelgoed dat hij zelf vervaardigd heeft 100.000 ja -> 100.000 9 Toevallige verkoop van een nieuwe wagen aan een particulier gevestigd in Frankrijk alwaar de wagen zal worden ingeschreven 500.000 neen Totaal te weerhouden 185.000

8.Aftrek.
8.1. De vrijstellingsregeling van belasting sluit voor de belastingplichtigen die eraan onderworpen zijn het recht op aftrek uit van de belasting geheven van de goederen en de diensten die ze gebruiken voor het verrichten van hun handelingen.



8.2.Voorbeeld.
X begint zijn belastbare werkzaamheid op 1 april 1993 en in functie van zijn exploitatievooruitzichten wordt hij onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting.

Om zijn voorraad aan te leggen, koopt hij goederen die bestemd zijn voor doorverkoop : bedrag exclusief BTW 100.000 F Verschuldigde BTW 19,5 % 19.500 F --------- Totaal bedrag 119.500 F Om zijn leveringen te verrichten koopt hij een lichte vrachtwagen : Bedrag exclusief BTW 600.000 F Verschuldigde BTW 19,5 % 117.000 F --------- Totaal 717.000 F X mag noch de BTW geheven bij de aankoop van de goederen, noch deze geheven bij de aankoop van de lichte vrachtwagen, in aftrek brengen.

8.3. De wijziging van regeling (overgang van de vrijstellingsregeling naar een regeling met betaling van belasting of omgekeerd) leidt noodzakelijkerwijs tot een teruggaaf van belasting of tot een herziening van de aftrek.



9.Teruggaaf.
9.1. Wegens de algemene economie van de vrijstellingsregeling van belasting kunnen de oorzaken van teruggaaf bedoeld in artikel 77, § 1, van het Wetboek die betrekking hebben op uitgaande handelingen verricht door de kleine onderneming, geen aanleiding geven tot teruggaaf.

9.2. Voor bepaalde inkomende handelingen daarentegen, zou de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting, oorzaken van teruggaaf kunnen inroepen. Dit zou ondermeer het geval kunnen zijn voor intracommunautaire verwervingen belast bij bestemming (art. 77, § 1) en voor de invoeren van goederen afkomstig uit niet EEG-Lid-Staten.

In dat geval zal de teruggaaf geschieden overeenkomstig de artikelen 5, § 1, 8/3 en 9 van het koninklijk besluit nr. 4.

9.3. Tenslotte wordt een teruggaaf voorzien in artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 19, wanneer de belastingplichtige ophoudt onderworpen te zijn aan de vrijstellingsregeling van belasting.

Hoofdstuk III. - Verplichtingen van de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting.

10. Aangifte van aanvang, van wijziging en stopzetting van werkzaamheid.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 53, laatste lid, van het BTW-Wetboek, dient de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting, door middel van een aangifte die hij moet indienen bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert, de administratie in kennis te stellen van de aanvang, de wijziging of de stopzetting van zijn werkzaamheid.



11.Facturatie (z. art. 9, K.B. nr. 19).
11.1. De kleine onderneming onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting dient facturen uit te reiken voor de handelingen die zij verricht met personen, andere dan natuurlijke personen die de handelingen bestemmen voor hun privé-gebruik, of voor de handelingen, waarvoor, gezien hun aard, de ontheffing van de factureringsplicht niet geldt (art. 53, laatste lid, van het BTW-Wetboek).

11.2. Nochtans, gezien de handelingen verricht met een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling geen enkel recht op aftrek geven voor de medecontractant, mogen de facturen of de als zodanig geldende stukken afgeleverd door de kleine onderneming op geen enkele wijze de belasting vermelden.

Bovendien moet op deze facturen of documenten de vermelding worden aangebracht : "Kleine onderneming onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting. BTW niet toepasselijk."

11.3. Deze bijzonderheden buiten beschouwing gelaten moet de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting bij het opmaken van zijn facturen of de als zodanig geldende stukken, de voorschriften naleven van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1, met uitzondering evenwel van de punten 8° en 9° van ditzelfde artikel.

12. Factuurboeken. Boek bedoeld in artikel 14, § 5, van het K.B. nr. 1.

12.1. Overeenkomstig artikel 14, § 4, van het koninklijk besluit nr. 1, is de kleine onderneming onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting ontheven van het houden van een inkomend en een uitgaand factuurboek voor zover zij de ontvangen facturen en stukken en de dubbels van de uitgereikte facturen en stukken bewaart volgens een ononderbroken reeks nummers, toegekend bij de ontvangst ervan indien het inkomende facturen betreft en toegekend naarmate van hun uitreiking indien het uitgaande facturen betreft.

12.2. Indien de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting gebruik maakt van deze ontheffing dient hij het boek te houden bedoeld in artikel 14, § 5, van het koninklijk besluit nr. 1, waarin de handelingen worden ingeschreven waarvoor hijzelf gehouden is tot betaling van de BTW aan de Schatkist.

In dit boek worden de facturen en stukken ingeschreven met betrekking tot :

1° intracommunautaire verwervingen die belastbaar zijn in België (art. 51, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek);

2° handelingen waarvoor de aan de vrijstellingsregeling van belasting onderworpen belastingplichtige optreedt als ontvanger van de dienst, en waarbij hij ertoe gehouden is de belasting te betalen krachtens artikel 51, § 2, van het BTW-Wetboek;

3° handelingen waarvoor de aan de vrijstellingsregeling van belasting onderworpen belastingplichtige optreedt als medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige en waarbij hij ertoe gehouden is de belasting te betalen overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 31.



13.Dagontvangstenboek.
13.1. De ontvangsten moeten globaal van dag tot dag worden ingeschreven in het dagontvangstenboek.

13.2. Een afzonderlijke inschrijving, met vermelding van de aard van de verkochte goederen, is evenwel noodzakelijk voor de ontvangsten voortkomende van de leveringen van goederen waarvan de prijs, per in de handel gebruikelijke eenheid, meer bedraagt dan 10.000 F.

Deze in het voormelde lid bedoelde afzonderlijke inschrijving mag worden vervangen door een dagelijkse globale inschrijving wanneer de verantwoordingsstukken die opgesteld moeten worden, benevens de ontvangst, de aard van de verkochte goederen nauwkeurig vermelden.

13.3. Het houden van een dagontvangstenboek zoals opgelegd aan de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting heeft enkel tot doel deze laatste toe te laten gemakkelijk de evolutie van zijn omzetcijfer te volgen en de administratie toe te laten na te gaan of de kleine onderneming terecht geniet van de vrijstellingsregeling van belasting.

13.4. In de praktijk mag het kasboek op zulke wijze worden aangepast dat het eveneens dienst doet als dagontvangstenboek waarin, samen met de nodige vermeldingen, zowel de ontvangsten van de gefactureerde handelingen als deze waarvoor gebruik wordt gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht worden ingeschreven.



14.Tabel van de bedrijfsmiddelen.
14.1. Teneinde de bedrijfsmiddelen te kunnen volgen gedurende 5 of 10 jaar dient, met het oog op een eventuele teruggaaf van de BTW geheven van deze bedrijfsmiddelen, de kleine onderneming een tabel van de bedrijfsmiddelen te houden.



14.2.Deze tabel moet inzonderheid volgende elementen bevatten :
de aard en de benaming van het goed;
2° de datum en het nummer van de aankoopfactuur of het invoerdocument;

3° de datum van de aankoop en de datum van de ingebruikname van het goed;



de prijs, exclusief BTW, of de waarde van het goed;
het bedrag van de betaalde BTW.
14.3. Er dient geen afzonderlijke tabel te worden gehouden indien alle voormelde elementen kunnen teruggevonden worden in de afschrijvingstabellen die gehouden moeten worden inzake inkomstenbelastingen.

15. Jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen en jaarlijkse aangifte van het omzetcijfer.

15.1. Vóór 31 maart van ieder jaar moet de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting bij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert een opgave indienen waarin, voor elke afnemer-belastingplichtige waaraan hij goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt voor tenminste 5.000 F, volgende gegevens worden opgenomen :



naam en adres van de afnemer;
2° het identificatienummer dat aan deze afnemer inzake BTW werd toegekend;

3° het totaal bedrag van de aan deze afnemer in de loop van het vorige kalenderjaar geleverde goederen en diensten.

15.2. Te dien einde moet hij klantenrekeningen bijhouden. Deze klantenrekeningen zijn aan geen enkele vormvoorwaarde onderworpen. De administratie aanvaardt elke manier welke toelaat te voldoen aan de verplichting om de jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen op te stellen.

15.3. Bovendien zijn de kleine ondernemingen die van de vrijstellingsregeling van belasting genieten op 31 december van het jaar waarop bovengenoemde opgave betrekking heeft, gehouden deze opgave aan te vullen met een verklaring die melding maakt van :



het bedrag van het omzetcijfer gerealiseerd in de loop van het kalenderjaar waarop deze lijst betrekking heeft, berekend overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 19 (zie nr. 7);
de datum (dag/maand) waarop de kleine onderneming van de vrijstellingsregeling van belasting is beginnen genieten, indien de werkzaamheid onder de vrijstellingsregeling van belasting werd aangevangen in de loop van het jaar waarop voornoemde lijst betrekking heeft.
15.4. De jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen en de aangifte van het omzetcijfer vormen het voorwerp van één enkel formulier waarvan men een model vindt in bijlage.

Hoofdstuk IV. - Intracommunautaire handelingen.



A.ALGEMEENHEDEN.
16.Algemeen overzicht.
16.1. In het kader van de afschaffing van de fiscale grenzen binnen de EEG op 1 januari 1993 diende een nieuw mechanisme van belastingheffing te worden ingevoerd voor de intracommunautaire handel.

16.2. De intracommunautaire handeling houdt in dat een goed fysisch verplaatst wordt van het grondgebied van de ene Lid-Staat naar een andere Lid-Staat. Ze bestaat uit twee onderscheiden fasen : de levering die plaatsvindt in de Lid-Staat van vertrek en de verwerving die plaatsvindt in de Lid-Staat van aankomst.

16.3. In het vooropgestelde systeem (overgangsregeling die zal gelden voor de periode van 1 januari 1993 tot 31 december 1996), wordt de BTW verschuldigd ofwel bij bestemming, ofwel bij oorsprong en dit hoofdzakelijk in functie van de hoedanigheid van de koper.

16.4. In principe, wanneer de koper een belastingplichtige is, wordt de BTW betaald "bij bestemming".

In de twee hierboven onderscheiden fasen wordt de intracommunautaire verwerving dus belast in de Lid-Staat van aankomst van de goederen, terwijl de intracommunautaire levering vrijgesteld is in de Lid-Staat van vertrek.



B.REGELING VAN TOEPASSING OP DE VRIJGESTELDE BELASTINGPLICHTIGE.
17. De vrijgestelde belastingplichtige handelt in de hoedanigheid van koper.

17.1. In principe is de regeling uiteengezet onder nr. 16.4. hiervoor van toepassing van zodra de koper een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

17.2. Nochtans zullen de intracommunautaire verwervingen van goederen verricht door vrijgestelde belastingplichtigen niet onderworpen zijn aan de belasting in België voor zover het bedrag hiervan gedurende het lopende kalenderjaar of het vorige kalenderjaar niet hoger is dan 450.000 F (art. 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b en c, van het BTW-Wetboek). De vrijgestelde belastingplichtige heeft nochtans de mogelijkheid te opteren voor de belastingheffing van zijn intracommunautaire verwervingen, zelfs indien hij voornoemd bedrag niet bereikt.

18. Het bedrag van de intracommunautaire verwervingen is niet hoger dan 450.000 F en de belastingplichtige opteert niet voor de belastingheffing "bij bestemming".

18.1. De intracommunautaire verwervingen verricht door een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting zijn niet onderworpen aan de BTW in België voor zover het jaarlijks globaal bedrag hiervan niet hoger is dan 450.000 F.

18.2. Om na te gaan of de vrijgestelde belastingplichtige voornoemde drempel overschrijdt, dient te worden nagegaan :

1° of, gedurende het jaar voorafgaand aan het lopende kalenderjaar, hij aankopen heeft verricht in andere Lid-Staten voor een bedrag (exclusief BTW) hoger dan 450.000 F; in bevestigend geval zullen al zijn intracommunautaire verwervingen vanaf de eerste aankoop in het lopende kalenderjaar belast worden in België;

2° of, niettegenstaande de drempel van 450.000 F gedurende het vorig kalenderjaar niet werd overschreden, hij deze drempel gedurende het lopende kalenderjaar door een nieuwe intracommunautaire verwerving overschrijdt; vanaf dat ogenblik dient hij in dat geval deze nieuwe intracommunautaire verwerving en alle latere verwervingen in België aan de belasting te onderwerpen.

18.3. Bovendien dient de overschrijding van de drempel te worden berekend rekening houdende met alle aankopen verricht in andere Lid-Staten van de gemeenschap waarvoor de BTW verschuldigd en betaald is in de Lid-Staat van oorsprong der goederen, met uitzondering van deze welke in de andere Lid-Staat het voorwerp uitmaakten van leveringen :

  • die vallen onder de biezondere regeling van de verkopen op afstand (belastbaar op de plaats van aankomst der goederen);
  • die vallen onder de regeling van de leveringen van goederen die een installatie of montage vereisen (belastbaar op de plaats van de installatie of montage, d.w.z. plaats van aankomst der goederen);
  • die betrekking hebben op nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek (steeds belastbaar in het land van bestemming, ongeacht de hoedanigheid van de koper);
  • die betrekking hebben op accijnsprodukten (steeds belastbaar in de Lid-Staat van bestemming, behalve indien de in de andere Lid-Staat gevestigde leverancier zelf een vrijgestelde belastingplichtige is).


18.4. Iedere overschrijding van de drempel van 450.000 F bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b en c, van het BTW-Wetboek verplicht de vrijgestelde belastingplichtige :

a) vooraleer de eerste intracommunautaire verwerving te verrichten die aanleiding geeft tot het overschrijden van die drempel, een verklaring van het overschrijden van die drempel in te dienen op het controlekantoor waaronder hij ressorteert;

b) een bijzondere aangifte in te dienen van al de intracommunautaire verwervingen die hij in de loop van een kalenderkwartaal heeft verricht;

c) de belasting die uit deze bijzondere aangifte blijkt te voldoen binnen de termijn voorzien voor het indienen van deze aangifte.



18.5.Voorbeelden :
S, schoonheidsspecialiste onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting, koopt in 1993 de volgende goederen :

1° op 15 januari koopt ze in Frankrijk schoonheidsprodukten voor een bedrag van 50.000 BF.

  • de verschuldigde BTW dient te worden betaald in Frankrijk door de leverancier tegen het in deze Lid-Staat van kracht zijnde BTW-tarief.


2° op 20 april levert een in Duitsland gevestigde leverancier haar een massage-apparaat voor een prijs van 250.000 BF.

  • de verschuldigde BTW is betaalbaar in Duitsland door de leverancier tegen het in deze Lid-Staat van kracht zijnde BTW-tarief, behalve indien, in hoofde van de verkoper, het een verkoop op afstand betreft. In dit geval is de Belgische BTW verschuldigd maar deze wordt door de leverancier zelf aan de Schatkist betaald.


19. Het bedrag van de intracommunautaire verwervingen overschrijdt de drempel van 450.000 F.

Indien hij niet geopteerd heeft voor de belasting bij bestemming voor al zijn intracommunautaire verwervingen, is de vrijgestelde belastingplichtige gehouden jaarlijks, vóóraleer de eerste intracommunautaire verwerving van goederen te verrichten ten gevolge waarvan de drempel van 450.000 F bedoeld in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b, van het Wetboek wordt overschreden, een verklaring van het overschrijden van die drempel in te dienen (art. 53bis, § 1, van het Wetboek en art. 4, § 1, van het K.B. nr. 10).

19.2. Bovendien houdt de overschrijding van de drempel van 450.000 F voor de belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting de verplichting in een bijzondere aangifte in te dienen voor al de intracommunautaire verwervingen die hij verricht heeft tijdens een kalenderkwartaal alsmede de belasting te betalen binnen de termijn voorzien voor het indienen van deze aangifte waaruit de opeisbaarheid van de belasting blijkt.

19.3. Wanneer gedurende een kalenderkwartaal geen enkele intracommunautaire verwerving werd verricht moet deze bijzondere aangifte niet worden ingediend.

19.4. In geval van overschrijding van de drempel van 450.000 F gedurende een kalenderjaar, wordt de regeling van belasting "bij bestemming" automatisch toegepast vanaf de dag van de overschrijding van de drempel en dit tot 31 december van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin de drempel werd overschreden (art. 50, § 1, laatste lid, van het BTW-Wetboek).



19.5.Voorbeelden :
Het voorbeeld weergegeven onder nr. 18.5., wordt vervolledigd als volgt :

3° op 5 oktober brengt ze nieuwe schoonheidsprodukten mee uit Frankrijk voor een bedrag van 60.000 BF.

  • zelfde oplossing als onder nr. 1 hierboven.




op 13 oktober koopt ze in Nederland een P.C. Prijs : 80.000 BF.
  • de verschuldigde BTW is betaalbaar in Nederland door de leverancier tegen het in deze Lid-Staat van kracht zijnde BTW-tarief.


In dit stadium heeft ze intracommunautaire verwervingen verricht voor een totaal bedrag van :
(50.000 (1°) + 250.000 (2°) + 60.000 (3°) + 80.000 (4°)) = 440.000 BF.

5° Vóór eind 1993 wil ze nog een zonnebank kopen in Duitsland waarvan de prijs 100.000 BF bedraagt. Voor deze aankoop kan ze niet meer genieten van de regeling van belastingheffing in het land van vertrek van de goederen.
Vooraleer deze aankoop te verrichten dient ze dus het BTW-controlekantoor waaronder zij ressorteert in kennis te stellen van het totaal bedrag van de reeds verrichte intracommunautaire verwervingen en is ze voor de verwerving van de zonnebank gehouden tot het indienen van een bijzondere aangifte en de BTW, waarvan de opeisbaarheid blijkt uit deze aangifte, in België te betalen.
Aangezien zij in 1993 de drempel van 450.000 F heeft overschreden, zullen alle intracommunautaire verwervingen die zij in 1994 zal verrichten belast worden "bij bestemming" zoals op de hierboven beschreven manier.

20. Optie voor de "belastingheffing bij bestemming" voor de intracommunautaire verwervingen (z. art. 25ter, § 1, 3de lid, van het BTW-Wetboek en art. 4, § 2, K.B. nr. 10).

20.1. De belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting hebben het recht te opteren voor de belastingheffing in België voor al hun intracommunautaire verwervingen.

20.2. Deze optie moet worden ingediend bij het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.

20.3. Deze optie heeft uitwerking vanaf de datum van de indiening ervan en loopt tot 31 december van het tweede jaar dat op de voormelde datum volgt.

20.4. De belastingheffing bij bestemming houdt voor de vrijgestelde belastingplichtige de verplichting in een bijzondere aangifte in te dienen voor al de gedurende een kalenderkwartaal verrichte intracommunautaire verwervingen en de belasting, waarvan de opeisbaarheid blijkt uit deze aangifte, te betalen binnen de termijn voorzien voor het indienen van deze aangifte.

20.5. Wanneer S. in de voorbeelden opgenomen onder de nrs. 18.5. en 19.5. hierboven, geopteerd heeft voor de belastingheffing in België voor haar intracommunautaire verwervingen moet zij, ten laatste de 20ste van de maand die volgt op ieder kalenderkwartaal waarin zij intracommunautaire verwervingen heeft verricht een bijzondere aangifte indienen en de verschuldigde BTW betalen.

  • Ten laatste op 20 april 1993 : indiening van de bijzondere aangifte met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van 15 januari 1993 en betaling van de hierop betrekking hebbende BTW.
  • Ten laatste op 20 juli 1993 : indiening van de bijzondere aangifte met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van 20 april en betaling van de hierop betrekking hebbende BTW.
  • Op 20 oktober 1993 : geen bijzondere aangifte in te dienen vermits er geen enkele intracommunautaire verwerving verricht werd in de loop van het derde kwartaal 1993.
  • Ten laatste op 20 januari 1994 : indiening van de bijzondere aangifte met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van 5 en 13 oktober 1993 alsmede van de verwerving van de zonnebank, en betaling van de BTW met betrekking tot deze drie verwervingen.


Ten gevolge van de in januari 1993 uitgeoefende optie zullen alle door S. verrichte intracommunautaire verwervingen minstens tot 31 december 1995 belast worden in België.



21.Bijzondere gevallen.
21.1. Intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel door een in België gevestigde vrijgestelde belastingplichtige, wanneer de medecontractant, gevestigd in een andere Lid-Staat :

1° een niet-belastingplichtige is (particulier, niet-belastingplichtige rechtspersoon) : noch de verkoop, noch de intracommunautaire verwerving is belastbaar met BTW;

2° een belastingplichtige is op wie ten aanzien van de door hem verrichte handelingen een vrijstellingsregeling van belasting van toepassing is vergelijkbaar met de vrijstellingsregeling in België : in dit geval, verkoopt hij een goed "voorbelasting inbegrepen", daar hij de voorbelasting niet in aftrek kan brengen. De intracommunautaire verwerving van dit goed is niet onderworpen aan de BTW;

3° een landbouwondernemer is die als zodanig optreedt en die onderworpen is aan de bijzondere landbouwregeling :

a) de intracommunautaire verwerving van goederen is onderworpen aan de BTW wanneer de drempel van 450.000 F wordt overschreden of wanneer de vrijgestelde belastingplichtige geopteerd heeft voor de belastingheffing in België. De Schatkist van de andere Lid-Staat kent aan de vrijgestelde belastingplichtige de teruggaaf toe van het bedrag van de forfaitaire compensatie die hij aan de landbouwer onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling heeft betaald;

b) de intracommunautaire verwerving van goederen is niet onderworpen aan de BTW wanneer de drempel van 450.000 F niet wordt overschreden en wanneer de vrijgestelde belastingplichtige niet geopteerd heeft voor de belastingheffing in het land van bestemming. De vrijgestelde belastingplichtige betaalt het bedrag van de forfaitaire compensatie aan de landbouwer onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling maar heeft geen recht op teruggaaf;

4° een belastingplichtige is die als zodanig optreedt en onderworpen is aan een vrijstellingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling, voorzien in België door artikel 44 van het Wetboek :

a) wanneer de drempel van 450.000 F niet wordt overschreden en de vrijgestelde belastingplichtige niet geopteerd heeft voor de belastingheffing bij bestemming, is er geen BTW verschuldigd in België en de BTW in het land van oorsprong is slechts verschuldigd wanneer de wetgeving van deze andere Lid-Staat hierin voorziet;

b) wanneer de drempel van 450.000 F wordt overschreden of wanneer de vrijgestelde belastingplichtige geopteerd heeft voor de belastingheffing in België, zal de intracommunautaire verwerving moeten voorkomen in de bijzondere aangifte aangezien ze onderworpen is aan de BTW op grond van artikel 25ter, § 1, van het BTW-Wetboek. Nochtans, gezien er geen enkele BTW zou verschuldigd zijn indien hij het goed in België had aangekocht, is deze intracommunautaire verwerving vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 40, § 1, 1°, a, van het BTW-Wetboek.



21.2.Intracommunautaire verwerving van accijnsprodukten.
21.2.1.Minerale oliën, alcohol en alcoholische dranken.
21.2.1.1. Artikel 58, § 1bis, van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 51 van 14 april 1993 voeren een vereenvoudigde regeling in voor de intracommunautaire verwerving van hogervermelde produkten - welke inzake accijnzen reeds tot verbruik zijn uitgeslagen in een andere Lid-Staat - onder bezwarende titel en voor commerciële doeleinden verricht door, ondermeer, de vrijgestelde belastingplichtigen die, voor de intracommunautaire verwerving van andere goederen, de drempel van 450.000 F niet hebben overschreden of niet hebben geopteerd voor de belastingheffing bij bestemming.

21.2.1.2. Voor deze belastingplichtigen wordt de Belgische BTW die verschuldigd is ingevolge intracommunautaire verwervingen van accijnsprodukten andere dan tabaksfabrikaten, betaald op hetzelfde tijdstip als de accijns of de controleretributie en in voorkomend geval iedere andere indirecte belasting, aan de ontvanger van de accijns waaronder ze ressorteren.

De aangifte ten verbruik in België op het stuk van de accijns geldt als aangifte voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde.

21.2.1.3. In de praktijk dient de vrijgestelde belastingplichtige, voorafgaand aan de verzending van bedoelde produkten, de betaling van de accijns te verzekeren door storting van een waarborg aan de ontvanger van de accijns waaronder hij ressorteert.

Bij ontvangst van de goederen zal deze ontvanger tegelijkertijd de accijns en de BTW heffen met betrekking tot de intracommunautaire verwerving; hij zal tevens het begeleidingsdocument van de goederen viseren.

21.2.1.4. Wanneer, na het tijdstip waarop in België de intracommunautaire verwerving plaatsvindt, de afnemer teruggaaf verkrijgt van de accijns voldaan in de Lid-Staat van vertrek van de verzending van de goederen (De accijnsprodukten zijn in het verkeer onder vrijstelling van de BTW op basis van een wettelijke bepaling die overeenstemt met artikel 39bis, 3°, van het BTW-Wetboek, behalve indien de in de Lid-Staat van vertrek gevestigde leverancier zelf een vrijgestelde belastingplichtige is. In dat geval wordt de Belgische BTW niet geheven en de belastingplichtige koper dient dan enkel de accijns te betalen.) wordt de maatstaf van heffing van de BTW dienovereenkomstig verlaagd.

Dientengevolge kan de teveel betaalde BTW het voorwerp uitmaken van een aanvraag om teruggaaf bij de ontvanger van de accijns die de waarborg heeft geïnd (z. nr. 21.2.1.3. hierboven) van zodra aan deze laatste het bewijs wordt geleverd van de teruggaaf van de accijns voldaan in de Lid-Staat van vertrek alsmede van de betaling van de Belgische BTW.

De schriftelijke aanvraag om teruggaaf moet worden ingediend binnen de vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan. Deze aanvraag moet minstens 300 F bedragen.



21.2.2.Tabaksfabrikaten.
Wat betreft de tabaksfabrikaten voorziet de regeling bedoeld in artikel 58, § 1, van het BTW-Wetboek dat de BTW wordt betaald op hetzelfde tijdstip als de accijns bij de ontvanger van het Accijnskantoor - BRUSSEL - TABAK - Goede Herderstraat, 52 te 1140 Brussel.

De betaling van deze belastingen laat de voormelde ontvanger toe de fiscale bandjes af te leveren.

22. De vrijgestelde belastingplichtige handelt in hoedanigheid van verkoper.

22.1. De vrijstelling voorzien voor de intracommunautaire leveringen van goederen door belastingplichtigen is niet van toepassing indien zulke leveringen worden verricht door belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting.

22.2. Hieruit volgt dat de belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting steeds leveren "alle belasting inbegrepen", met inbegrip van de restbelasting die een bestanddeel uitmaakt van de verkoopprijs, en dit ongeacht de hoedanigheid van de afnemer en de Lid-Staat van bestemming.

22.3. Er dient nochtans te worden opgemerkt dat hetgeen voorafgaat niet van toepassing is op de leveringen (toevallige leveringen onder bezwarende titel) van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis van het BTW-Wetboek, onder de voorwaarden voorzien in artikel 39bis van hetzelfde Wetboek. Dergelijke leveringen, welke steeds belast worden bij bestemming, volgen een voor hen bijzondere regeling.

Hoofdstuk V. - Overgangsbepalingen.

23. Wat betreft het in voege treden van de vrijstellingsregeling van belasting werd de belastingplichtige die zijn werkzaamheid begonnen is vóór 1 januari 1993, van rechtswege onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari 1993 indien hij aan de toepassingsvoorwaarden van deze regeling voldeed, tenzij hij vóór 31 december 1992 opteerde voor een belastingregeling met indiening van periodieke aangiften.

Wanneer de belastingplichtige zijn werkzaamheid begon vóór 1 januari 1991, was het als referentie dienend omzetcijfer datgene dat gerealiseerd werd in 1991.

Wanneer de werkzaamheid daarentegen werd aangevangen na 1 januari 1991, was het als referentie dienend omzetcijfer datgene dat gerealiseerd werd vóór 1 januari 1993, hetzij over een periode van 12 opeenvolgende maanden, of bij ontstentenis hiervan, prorata temporis.

Voor de Minister :
De Directeur-generaal a.i.,


J. DECUYPER.


BIJLAGE Opgave op te sturen in één exemplaar aan het plaatselijk BTW-controlekantoor waaronder de aangever ressorteert BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE JAARLIJKSE OPGAVE VAN DE AFNEMERS-BELASTINGPLICHTIGEN AAN WIE GOEDEREN EN DIENSTEN WERDEN GELEVERD IN 19.. + -----------------------------------------+ ¦ AANGEVER ¦ ¦ ¦ ¦ (kleef hier het identificatie-etiket) ¦ ¦ ¦ +-----------------------------------------+ ------------------------------------------------------------------------- VAK BESTEMD VOOR DE ADMINISTRATIE Stempel van het controlekantoor : ¦ Datum van ontvangst : ¦ ¦ Visueel nazicht : ¦ ¦ Aantal bladzijden : ¦ ¦ Code A/B/L/R : ¦ ¦ Jaar : ¦ ¦ Codering : ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- VAK IN TE VULLEN DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE Aantal bladzijden : Aantal afnemers : Totaal bedrag van de omzet : Totaal bedrag van de BTW : ------------------------------------------------------------------------- A. Enkel aan te vullen door de kleine ondernemingen die, op 31 december van het kalenderjaar waarop deze opgave betrekking heeft, de vrijstellingsregeling van de belasting toepasten. 1. Bedrag van de omzet die in de loop van dat jaar gerealiseerd werd : 2. Datum waarop de kleine onderneming is beginnen te genieten van de vrijstellingsregeling van de belasting, indien de activiteit onder die regeling werd aangevangen in de loop van dat jaar (dag/maand) : B. Enkel aan te vullen door de landbouwondernemers bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 50 (een van de onderstaande vakjes aankruisen). 1. Ik verklaar gehouden te zijn tot het indienen van de +-+ jaarlijkse intracommunautaire opgave, bedoeld in +-+ artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 50. 2. Ik verklaar niet gehouden te zijn tot het indienen van +-+ de voormelde jaarlijkse intracommunautaire opgave. +-+ OPRECHT EN VOLLEDIG VERKLAARD Datum : .............. 19.. Handtekening * ------------------------------------------------------------------------ * Om geldig te zijn moet de opgave gedateerd en ondertekend zijn. Indien de ondertekenaar een gevolmachtigde is of indien de opgave wordt opgemaakt namens een rechtspersoon, moet de hoedanigheid van de ondertekenaar worden vermeld. ------------------------------------------------------------------------ Volg¦Naam en ¦BTW-nummer ¦Omzet (exclusief ¦Bedrag van de BTW nr. ¦adres ¦ ¦BTW) ¦ ¦van de ¦ ¦ ¦ ¦afnemer ¦ ¦ ¦ (1) ¦ (2) ¦ (3) ¦ (4) ¦ (5) -----+----------+-------------------+-----------------+-----------------+ ¦ ¦ Overdracht ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----+----------+-------------------+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----+----------+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----+----------+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----+----------+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-¦ ... ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----+----------+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------------------------------------+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-¦ Over te dragen/Algemeen totaal¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +-----------------------------------+