Circulaire nr. Ci.RH.332/486.701 van 21.11.1997

CIRC 21.11.97/1
Bull. nr. 778, pag. 59
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Aanslagvoet van 15 %.

DIVERS INKOMEN VAN ROERENDE INKOMSTEN
Belastingbrief.

ROEREND INKOMEN
Belastingbrief.
Commentaar op art. 9, W 20.12.1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (afzonderlijke taxatie tegen de aanslagvoet van 15 % van bepaalde roerende inkomsten en van sommige diverse inkomsten van roerende aard - art. 171, 2°bis, WIB 92).
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. WETTEKST
W 20.12.1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2422 - Bull. 757).
Artikel 9.
1. In artikel 171, 2°bis, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), ingevoerd door artikel 30, 2°, van de wet van 24 december 1993, en vervangen door artikel 13, 1°, van de wet van 30 maart 1994, wordt de aanslagvoet van "13 %" vervangen door de aanslagvoet van "15 %".
Artikel 28, 2de lid.
...
De artikelen ... 9, ... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1997.
...
II. GECOORDINEERDE TEKST
Artikel 171, WIB 92.
2. In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten:
...
2°bis
tegen een aanslagvoet van 15 %:
a)
de inkomsten van roerende goederen en kapitalen die geen dividenden zijn en de in artikel 90, 5° tot 7°, vermelde diverse inkomsten;
b)
de in artikel 269, tweede lid, 2°, en derde lid, vermelde dividenden;
...
III. COMMENTAAR
3. De afzonderlijke aanslagvoet van 13 % die in de PB van toepassing was op bepaalde inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op sommige diverse inkomsten van roerende aard werd op 15 % gebracht.
4.
Die aanslagvoet is van toepassing op:
de inkomsten van roerende goederen en kapitalen die geen dividenden zijn en de in art. 90, 5° tot 7°, WIB 92, vermelde diverse inkomsten, toegekend ter uitvoering van vanaf 1.3.1990 gesloten overeenkomsten (Krachtens art. 519 WIB 92, dat daartoe uitdrukkelijk afwijkt van art. 171, 2°bis, a, WIB 92, blijven de hier beoogde inkomsten van roerende goederen, kapitalen en diverse inkomsten van roerende aard, immers tegen het tarief van 25 % belastbaar, indien die inkomsten zijn toegekend ter uitvoering van vóór 1.3.1990 gesloten overeenkomsten.), d.w.z.:
  • de in de art. 17, § 1, 2°, en 19, WIB 92, beoogde interest;
  • de in art. 17, § 1, 3°, WIB 92 beoogde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen;
  • de in de art. 17, § 1, 4°, en 20, WIB 92, beoogde inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten;
  • de in art. 90, 5°, WIB 92 beoogde inkomsten die, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, worden verkregen uit de onderverhuring of de overdracht van huur van al dan niet gemeubileerde onroerende goederen, of uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en niet is gelegen binnen de omheining van een sportinrichting te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen;
  • de in art. 90, 6°, WIB 92, beoogde loten van effecten van leningen;
  • de in art. 90, 7°, WIB 92, beoogde opbrengsten uit de verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht;
de dividenden met verlaagde voorheffing (Voor meer bijzonderheden wordt verwezen naar de circ. 18.2.1997, Ci.RH.233/463.721, inzonderheid de nrs 24 tot 93.), met name:
  • dividenden van AFV-aandelen die genoteerd zijn op een beurs voor roerende waarden, wanneer de vennootschap die de inkomsten uitkeert onherroepelijk heeft verzaakt aan de overdracht van de aan die effecten verbonden fiscale voordelen naar de erop betrekking hebbende inkomsten;
  • dividenden van aandelen die vanaf 1.1.1994 zijn uitgegeven en aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
a)ofwel zijn uitgegeven door het openbaar aantrekken van spaargelden;
b)ofwel sinds hun uitgifte bij de uitgever op naam zijn ingeschreven;
c)
ofwel sinds hun uitgifte in België in open bewaargeving zijn gegeven bij een bank, een openbare kredietinstelling, een beursvennootschap of een spaarkas die aan de controle van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is onderworpen;
  • dividenden uitgekeerd door beleggingsvennootschappen als bedoeld in de art. 114, 118 en 119quinquies van de W 4.12.1990 op de financiële transacties en de financiële markten.
5. Ten gevolge van de voormelde wijziging werd in art. 269, WIB 92, dat de berekeningsmodaliteiten inzake RV vastlegt, de aanslagvoet van 13 % ook telkens door die van 15 % vervangen (Cf. art. 13, W 20.12.1995, besproken in de circ. 18.2.1997, Ci.RH.233/463.721).
6. Verder wordt er nog op gewezen dat het optrekken van de aanslagvoet gepaard gaat met de afschaffing van de aanvullende crisisbijdrage van 3 %:
  • op de roerende voorheffing, voor de vanaf 1.1.1996 betaalde of toegekende inkomsten (opheffing van art. 463bis, § 1, 1ste lid, 2°, WIB 92, door art. 21, 3°, W 20.12.1995);
  • op de PB met betrekking tot de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de diverse inkomsten van roerende aard die tegen de in de art. 171, 2°bis, 3°, en 3°bis, en 519, WIB 92, vermelde afzonderlijke aanslagvoeten belastbaar zijn (cf. art. 463bis, § 1, 1ste lid, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 21, 1°, W 20.12.1995).
Die wijziging zal in een afzonderlijke circulaire worden besproken.
IV. INWERKINGTREDING
7. Krachtens art. 28, 2de lid, W 20.12.1995, treden de door art. 9 van die wet aan art. 171, 2°bis, WIB 92 gebrachte wijzigingen in werking vanaf het aj. 1997.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.