Circulaire nr. Ci.RH.862/512.355 d.d. 27.08.1998

Bezwaarschrift

Echtgenoot

Indienen van het bezwaar

Ontheffing van ambtswege

Overschot van voorafbetalingen

Toepassingsvoorwaarde van een ontheffing van ambtswege

Voorwerp van de ontheffingen van ambtswege van overschotten van voorheffingen en voorafbetalingen die moeten worden toegepast krachtens artikel 376, § 3, 1° WIB 92.

Bezwaarrecht van de niet in het kohier opgenomen echtgenoot.

Aan al de diensten

A. Ontheffing van ambtswege van overschotten van voorheffingen en voorafbetalingen

De administratie heeft beslist haar standpunt te wijzigen betreffende de toepassing van artikel 376, § 3, 1 ° WIB 92 (cf. nr. 376/20 tot 22, Com.IB 92) en zich te richten naar de restrictieve interpretatie die de hoven aan die bepaling geven.

Voortaan kan een ontheffing van ambtswege van overschotten van voorheffingen en voorafbetalingen als bedoeld in artikel 304, § 2, WIB 92, nog enkel voortvloeien uit het niet verrekenen, geheel of ten dele, van die voorheffingen en/of voorafbetalingen, met uitsluiting van elke andere grief die de belastingplichtige niet meer kan aanvoeren wegens het verstrijken van de bezwaartermijn zoals bepaald in artikel 371, WIB 92.

Het “bedrag van de werkelijk verschuldigde belasting” waarvan sprake in nr. 376/22, 2de lid, 1ste gedachtestreep, Com.IB 92, mag dus nooit verschillen van het bedrag van “de effectief gevestigde belastingschuld”, beoogd in hetzelfde lid.

Het Hof van Cassatie heeft immers beslist dat bij gebrek aan een regelmatig bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn, de aanslag definitief wordt jegens de belastingplichtige (Cass. 18.6.1963, Pas., 1963, I, blz. 1103; Bull. 413, blz. 2277; Cass. 11.5.1965, Pas., 1965, I, blz. 972; Bull. 429, blz. 547) en dat artikel 376, WIB 92, slechts van die regel afwijkt door ontheffingen toe te staan in de gevallen die het bepaalt (Cass. 16.1.1980, Pas., 1980, I, blz. 559, A.C. 1979-1980, II, blz. 568; Bull. 611, blz. 2720; in dezelfde zin: Gent 24.11.1987, Fiscale Koerier 88/41; Gent 16.5.1989, F.J.F. 89/227; Gent 25.6.1991, F.J.F. 91/184.

Artikel 376, § 3, 1°, WIB 92, heeft dus niet tot doel een bijkomende termijn in het leven te roepen om het “bedrag” van de globale belasting die de belastingplichtige verschuldigd is in vraag te stellen. Dat artikel beoogt enkel de werkelijke terugbetaling van de overschotten van voorheffingen en voorafbetalingen waarop de belastingplichtige recht heeft ingevolge de verrekening van die gegevens met de totale belasting.

De commentaar op artikel 376, WIB 92, zal eerlang in die zin worden aangepast.

Het spreekt vanzelf dat indien op het ogenblik dat de teruggave van het voorschot van voorheffingen en voorafbetalingen wordt gevraagd, de aanslagtermijnen niet verstreken zijn en de opgelegde procedureregels nog kunnen worden nageleefd, alles in het werk moet worden gesteld om de fiscale toestand in zijn geheel recht te zetten.

B. Bezwaarrecht van de niet in het kohier opgenomen echtgeno(o)t(e) – Verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing

De administratie aanvaardt dat de niet in het kohier opgenomen echtgeno(o)t(e) een bezwaarschrift kan indienen tegen de aanslag gevestigd op naam van de andere echtgenoot voor zover de gevestigde aanslag wordt ingevorderd op de goederen van de niet in het kohier opgenomen echtgenoot.

Onder diezelfde voorwaarde kan toepassing worden gemaakt van artikel 376, WIB 92.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Directeur-generaal:

De Auditeur-generaal van financiën,

A. DETAND.