Circulaire nr. Ci.RH.331/569.666 (AOIF 16/2005) d.d. 14.04.2005

AANGIFTE IN DE PB
Invulling van de aangifte

AANSLAG IN DE PB
Gemeenschappelijke aanslag voor echtgenoten
Gemeenschappelijke aanslag voor wettelijk samenwonenden

BEREKENING VAN DE PB
Belastingvermindering voor prestaties betaald met dienstencheques
Belastingvermindering voor uitgaven betaald aan een PWA
Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds
Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds
Vermindering voor energiebesparende uitgaven
Vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen in zones voor positief grootstedelijk beleid

HERVORMINGSWET 2001
Hervorming van de PB


Wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting. Gemeenschappelijke aanslag. Belastingverminderingen.

Aan alle ambtenaren.

INHOUDSOPGAVE
Nrs.
I. ALGEMEEN 1
II. BELASTINGVERMINDERINGEN
A. PWA-cheques en dienstencheques2
1.Wettelijke bepalingen2.1
2.Bespreking 2.2
3.Voorbeeld 2.3
B.Energiebesparing 3
1.Wettelijke bepalingen3.1
2.Bespreking 3.2
3.Voorbeeld 13.3
4.Voorbeeld 2 3.4
C.Vernieuwing in zone voor positief beleid4
1.Wettelijke bepalingen4.1
2.Bespreking 4.2
3.Voorbeeld 1 4.3
4.Voorbeeld 24.4
D.Obligaties van het Kringloopfonds5
1.Wettelijke bepalingen5.1
2.Bespreking 5.2
E.Obligaties van het Startersfonds6
1.Wettelijke bepalingen6.1
2.Bespreking 6.2
3.Voorbeeld6.3
III.BIJLAGE (schema's)
Bijlage (schema's) 7


I. ALGEMEEN

1. Deze circulaire behandelt de gevolgen van de Wet van 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (B.S. 20.9.2001 - V. 2971 - Bull. 821, blz. 2728 - hierna hervormingswet genoemd) op de verdeling van de verschillende belastingverminderingen tussen de echtgenoten en wettelijk samenwonenden in het kader van de gemeenschappelijke aanslag, vanaf aanslagjaar 2005 (inkomstenjaar 2004).

De verminderingen die hier worden besproken, betreffen :

  • de betalingen gedaan voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA-cheques) en voor prestaties betaald met dienstencheques;
  • de uitgaven gedaan voor energiebesparing;
  • de uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid;
  • de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds;
  • de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds.
De wijzigingen die de hervormingswet teweegbrengt op het vlak van de vermindering voor het lange termijnsparen en de verhoogde vermindering voor het bouwsparen worden besproken in de circ. Ci.RH.331/569.665.

Vooreerst wordt er aan herinnerd dat, voor de toepassing van het WIB 1992, vanaf aanslagjaar 2005 (inkomstenjaar 2004) de wettelijk samenwonenden met gehuwden worden gelijkgesteld en een wettelijke samenwonende met een echtgenoot wordt gelijkgesteld (zie circ. Ci.RH.331/569.662).

Voor een betere leesbaarheid van de circulaire zal hierna nog enkel de uitdrukking "echtgenoot" worden gebruikt, waarmee dus zowel de gehuwden als de wettelijke samenwonenden worden bedoeld.

De hierna vermelde bepalingen en bedragen zijn deze die van toepassing zijn voor het aanslagjaar 2005 (inkomstenjaar 2004).

II. BELASTINGVERMINDERINGEN

2. A. PWA-cheques en dienstencheques

1. Wettelijke bepalingen

Artikel 145^21 WIB 1992
2.1 Onder de voorwaarden bepaald in artikel 145^22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 1.810 EUR (2.200 EUR voor het aanslagjaar 2005) die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werknemer in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of voor prestaties betaald met dienstencheques.
De belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen wordt verleend binnen de perken bepaald in artikel 145^2.
De belastingvermindering voor uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques is gelijk aan 30 pct.
Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de P.W.A.-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of met de nominale waarde van de dienstencheques bedoeld in de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen.
Artikel 145^22 WIB 1992
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de in artikel 145^21 vermelde uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen (art. 63^10 van het KB/WIB 1992).
Artikel 145^23 WIB 1992
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de in artikel 145^21 vermelde uitgaven evenredig omgedeeld op ieders belastbare inkomen.
2. Bespreking
2.2 Iedere echtgenoot kan de vermindering verkrijgen voor de uitgaven gedaan voor de aankoop van PWA-cheques of van dienstencheques die op zijn eigen naam zijn uitgegeven en waarvoor hij over het voorgeschreven fiscale attest beschikt.

Die uitgaven mogen per echtgenoot niet hoger zijn dan 2.200 EUR.

Het feit dat de betalingen worden gedaan door één van beide echtgenoten of door beide echtgenoten tezamen is echter zonder belang.

De belastingplichtige, en dus elke echtgenoot, moet in de aangifte zijn eigen bedrag, begrensd tot 2.200 EUR vermelden.

In geval door een belastingplichtige tijdens het jaar 2004 zowel PWA-cheques als dienstencheques worden gebruikt, mag het door hem aan te geven bedrag dus niet hoger zijn dan 2.200 EUR.

In geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de aldus begrensde bedragen evenredig omgedeeld tussen de echtgenoten in functie van het totale netto-inkomen van elk van hen.

De vermindering met betrekking tot de PWA-cheques wordt per echtgenoot berekend tegen een bijzondere gemiddelde aanslagvoet die varieert tussen de 30 en 40 %.

De vermindering betreffende de dienstencheques is gelijk aan 30 %.

3. Voorbeeld
2.3 a) Gegevens
Echtgenoot 1Echtgenoot 2Totaal
Totale netto-inkomen :40.000 EUR60.000 EUR100.000 EUR
Uitgaven PWA-cheques1.000 EUR500 EUR
Uitgaven dienstencheques2.000 EUR

Het betreft cheques die niet in het kader van de beroepsactiviteit worden gebruikt.

Alle wettelijke en reglementaire voorwaarden zijn vervuld.

b) In aanmerking te nemen bedragen voor de verminderingen
  • bij echtgenoot 1 : 3.000 EUR begrensd tot 2.200 EUR
  • bij echtgenoot 2 : 500 EUR
c) Aangifte
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Betalingen gedaan voor prestaties in het kader van de plaatselijke werkgelegenheids-agentschappen (PWA-cheques)13651.000,00 2365500,00
Betalingen gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques13641.200,00 2364

Zodra, voor echtgenoot 1, de grens van 2.200 EUR wordt overschreden en de vermindering voor de PWA-cheques (bijzondere gemiddelde aanslagvoet) voordeliger is dan de vermindering voor de dienstencheques (30 %), zal de belastingplichtige, er in principe, voor kiezen om het bedrag van de betalingen voor de dienstencheques te begrenzen.

d) Berekening van de verminderingen
PWA-cheques : 1.000 EUR + 500 EUR = 1.500 EUR

Echtgenoot 1 :
1.500 EUR x 40.000 EUR / 100.000 EUR = 600 EUR te vermenigvuldigen met de eigen bijzondere gemiddelde aanslagvoet

Echtgenoot 2 :
1.500 EUR x 60.000 EUR / 100.000 EUR = 900 EUR te vermenigvuldigen met de eigen bijzondere gemiddelde aanslagvoet

Dienstencheques : 1.200 EUR

Echtgenoot 1 :
(1.200 EUR x 40.000 EUR / 100.000 EUR) x 30 % = 480 EUR x 30 % = 144 EUR

Echtgenoot 2 :
(1.200 EUR x 60.000 EUR / 100.000 EUR) x 30 % = 720 EUR x 30 % = 216 EUR

3. B. Energiebesparing

1. Wettelijke bepalingen
Artikel 145^24 WIB 1992
3.1 Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energiegebruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is :
1° uitgaven voor de vervanging van oude stookketels;
2° uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
3° uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;
3°bis uitgaven voor de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking;
4° uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing;
5° uitgaven voor de isolatie van daken;
6° uitgaven voor de plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling;
7° uitgaven voor een energie-audit van de woning.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die :
a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek.
De belastingvermindering is gelijk aan het volgende percentage van de werkelijk gedane uitgaven :
a) 15 pct. voor de in het eerste lid, 1° tot 3°bis, genoemde uitgaven;
b) 40 pct. voor de in het eerste lid, 4° tot 7°, genoemde uitgaven.
Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 500 EUR (610 EUR voor het aanslagjaar 2005) per woning bedragen.
Het in het vorige lid bedoelde bedrag kan door de Koning worden verhoogd tot 1.000 EUR (1.220 EUR voor het aanslagjaar 2005) bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Bij een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen. (art. 63^11 KB/WIB 1992)
De aandacht wordt erop gevestigd dat de Wet van 31 juli 2004 tot wijziging van artikel 145 24 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 teneinde het rationeel energieverbruik in woningen nog meer aan te moedigen (BS 23.8.2004, Ed. 1, V 3362, Bull. 852), bepaalde wijzigingen aan voormelde bepalingen heeft aangebracht die van toepassing zijn vanaf het aanslagjaar 2006. Deze wijzigingen maken het voorwerp uit van een afzonderlijke circulaire.

2. Bespreking
3.2 Iedere echtgenoot kan de vermindering verkrijgen voor de uitgaven die betrekking hebben op de woning waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter of vruchtgebruiker is (hierna eigenaar). Elke echtgenoot opstalhouder die eigenaar zou zijn van een woning die op andermans grond werd opgericht, komt eveneens in aanmerking voor de vermindering.

Het feit dat de factuur is opgesteld op naam van één van beide echtgenoten (of van beide) of nog dat de betaling is gedaan door één van beide echtgenoten (of door de beide) is zonder belang.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die in aanmerking zijn genomen als werkelijke beroepskosten of die recht geven op de investeringsaftrek. Voor deze belastingvermindering worden dus enkel de uitgaven in aanmerking genomen die geen recht hebben gegeven op de voormelde fiscale voordelen in hoofde van één van beide echtgenoten of nog van beide.

Het totale bedrag van de verminderingen mag per belastbaar tijdperk 610 EUR niet overschrijden. Deze grens is vastgesteld per woning en moet bijgevolg tussen de eigenaars worden omgedeeld in functie van hun aandeel in de eigendom.

De wettekst bepaalt dat wanneer een gezamenlijke aanslag wordt gevestigd, de belastingvermindering evenredig wordt omgedeeld in functie van het aandeel van elke echtgenoot in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken worden uitgevoerd.

Aangezien de wettekst ook bepaalt dat de vermindering moet worden verleend aan de belastingplichtige die eigenaar, bezitter, erfpachter of vruchtgebruiker is, wordt de belastingvermindering, in geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elke echtgenoot in de voormelde rechten op de woning waarin de werken worden uitgevoerd.
Wanneer alleen de echtgenoten gezamenlijk eigenaar zijn van de woning, komt dit er bij een gemeenschappelijke aanslag in de praktijk op neer, dat de vermindering voor de woning in het geheel wordt berekend, de grens van 610 EUR eventueel wordt toegepast en de (eventueel begrensde) vermindering vervolgens tussen de echtgenoten wordt omgedeeld in functie van hun aandeel in de eigendom.

Het is de belastingplichtige en dus elke echtgenoot, die de vermindering moet berekenen waarop hij recht heeft en het bedrag ervan in de aangifte moet vermelden.

3. Voorbeeld 1
3.3 a) Gegevens
Echtgenoot 1Echtgenoot 2Energiebesparende uitgaven
Woning 1Eigendom 50 %Eigendom 50 %Dubbele beglazing :
10.000 EUR
Woning 2Vruchtgebruik 100 %Vervanging stookketel :
2.000 EUR
Woning 3Eigendom 100 %Dubbele beglazing :
5.000 EUR

Alle vereiste wettelijke en reglementaire voorwaarden zijn vervuld.

b) Berekening van de verminderingen
Woning 1 : 10.000 EUR x 40 % = 4.000 EUR begrensd tot 610 EUR
Woning 2 : 2.000 EUR x 15 % = 300 EUR
Woning 3 : 5.000 EUR x 40 % = 2.000 EUR begrensd tot 610 EUR

Echtgenoot 1 : woning 1 : 610 EUR x 50 % = 305 EUR
woning 2 : 300 EUR x 100 % = 300 EUR
totaal = 605 EUR
Echtgenoot 2 :woning 1 : 610 EUR x 50 % = 305 EUR
woning 3 : 610 EUR x 100 % = 610 EUR
totaal = 915 EUR
c) Aangifte
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Belastingvermindering voor de energiebesparende uitgaven : 1363605,00 2363915,00

4. Voorbeeld 2
3.4 a) Gegevens
Echtgenoot 1Echtgenoot 2Energiebesparende uitgaven
Woning 1Eigendom 30 %Eigendom 30 %Dubbele beglazing :
10.000 EUR
Woning 2Vruchtgebruik 100 %Vervanging stookketel :
2.000 EUR

Alle vereiste wettelijke en reglementaire voorwaarden zijn vervuld.

De facturen zijn op naam van de twee echtgenoten opgesteld.

b) Berekening van de verminderingen
Woning 1 : 10.000 EUR x 40 % = 4.000 EUR begrensd tot 366 EUR (610 x 60 %)
Woning 2 : 2.000 EUR x 15 % = 300 EUR
Echtgenoot 1 : woning 1 : 366 EUR x 50 % = 183 EUR
woning 2 : 300 EUR x 100 % = 300 EUR
totaal = 483 EUR
Echtgenoot 2 : woning 1 : 366 EUR x 50 % = 183 EUR

c) Aangifte
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Belastingvermindering voor de energiebesparende uitgaven : 1363483,00 2363183,00

4. C. Vernieuwing in zone voor positief beleid

1. Wettelijke bepalingen
Artikel 145^25 WIB 1992
4.1 Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid en waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
Een zone voor positief grootstedelijk beleid is een gemeente of een afgebakend deel van een gemeente waar het woon- en leefklimaat moet worden verbeterd door specifieke maatregelen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de zones voor positief grootstedelijk beleid voor een periode van 6 kalenderjaren. Een hernieuwing van de periode is mogelijk.
De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden :
1° op het ogenblik van de uitvoering van de werken is die woning de enige woning van de belastingplichtige;

2° de woning is op het ogenblik van de aanvang van de werken sedert ten minste vijftien jaar in gebruik genomen;

3° de totale kostprijs van de werken, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, bedraagt ten minste 2.500 EUR (of 3.050 EUR voor het aanslagjaar 2005);

4° de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken worden verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het aannemingscontract als aannemer is geregistreerd overeenkomstig artikel 401.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die :
a) in aanmerking komen voor de bepaling van de verantwoorde beroepskosten;

b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek;

c) in aanmerking komen voor de toepassing van artikel 104, 8°, of 145^24.
De belastingvermindering is gelijk aan 15 pct. van de werkelijk gedane uitgaven.
Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 500 EUR (hetzij 610 EUR voor aanslagjaar 2005) per woning bedragen.
Bij een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waaraan de werken zijn uitgevoerd.
De Koning bepaalt de aard van de in het tweede lid, 4°, bedoelde dienstverrichtingen en de toepassingsmodaliteiten van de vermindering (art. 63^12 KB/WIB 1992).
2. Bespreking
4.2 Iedere echtgenoot kan de vermindering verkrijgen ten belope van de uitgaven die betrekking hebben op de enige woning waarvan hij (op het ogenblik van de uitvoering van de werken) eigenaar, bezitter, erfpachter of vruchtgebruiker (hierna eigenaar) is. Elke echtgenoot opstalhouder, die eigenaar zou zijn van een woning die op andermans grond werd opgericht, komt eveneens in aanmerking voor de vermindering.

De totale kostprijs van de werken, belasting op de toegevoegde waarde inbegrepen, bedraagt ten minste 3.050 EUR per woning.

Het feit dat de factuur is opgesteld op naam van de één van beide (of van beide) of nog dat de betaling is gedaan door één van beide echtgenoten (of door beide) is zonder belang.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die in aanmerking zijn genomen als werkelijke beroepskosten of die recht geven op de investeringsaftrek, op de aftrek met betrekking tot bepaalde beschermde monumenten en landschappen of op de vermindering voor energiebesparende uitgaven. Voor onderhavige belastingvermindering worden dus enkel de uitgaven in aanmerking genomen die geen recht hebben gegeven op de voormelde fiscale voordelen in hoofde van één van beide echtgenoten of nog van beide.

Het totale bedrag van de verminderingen mag per belastbaar tijdperk 610 EUR niet overschrijden. Deze grens is vastgesteld per woning en moet bijgevolg tussen de eigenaars worden omgedeeld in functie van hun aandeel in de eigendom.

De wettekst bepaalt dat wanneer een gezamenlijke aanslag wordt gevestigd, de belastingvermindering evenredig wordt omgedeeld in functie van het aandeel van elke echtgenoot in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken worden uitgevoerd.

Aangezien de wettekst ook bepaalt dat de vermindering moet worden verleend aan de belastingplichtige die eigenaar, bezitter, erfpachter of vruchtgebruiker is, wordt de belastingvermindering, in geval een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elke echtgenoot in de voormelde rechten op de woning waarin de werken worden uitgevoerd.
Wanneer alleen de echtgenoten gezamenlijk eigenaar zijn van de woning en de voorwaarde voor enige woning bij de twee echtgenoten is vervuld, komt dit er bij een gemeenschappelijke aanslag in de praktijk op neer, dat de vermindering voor de woning in het geheel wordt berekend, de grens van 610 EUR eventueel wordt toegepast en de (eventueel begrensde) vermindering vervolgens tussen de echtgenoten wordt omgedeeld in functie van hun aandeel in de eigendom.

Wanneer echter slechts één echtgenoot de voorwaarde van enige woning vervult op het ogenblik van de uitvoering van de werken, wordt de vermindering (eventueel begrensd tot 610 EUR) beperkt in functie van zijn aandeel in de eigendom en vervolgens tussen de echtgenoten omgedeeld in functie van hun aandeel in de eigendom.

Het is aan de belastingplichtige, en dus elke echtgenoot, die de vermindering moet berekenen waarop hij recht heeft en het bedrag ervan in de aangifte moet vermelden.

3. Voorbeeld 1
4.3 a) Gegevens
Echtgenoot 1Echtgenoot 2Energiebesparende uitgavenUitgaven positief grootstedelijk beleid
Woning 1Eigendom
50 %
Eigendom
50 %
Vervanging stookketel :
2.000 EUR
Vernieuwing :
10.000 EUR
Woning 2Vruchtgebruik
100 %
Isolatie van het dak :
5.000 EUR
Woning 3Eigendom
100 %
Dubbele beglazing* :
5.000 EUR

* de globale geleidingscoëfficiënt U is hoger dan 2,00 watt per vierkante meter Kelvin zodat de vermindering voor energiebesparing niet kan worden verleend.

Het gaat over drie woningen gesitueerd in een zone voor positief grootstedelijk beleid.

Woning 1 werd op 24 april 2004 verkocht. Op het ogenblik dat de werken werden uitgevoerd, was het de enige woning van de belastingplichtigen.

Wat de woningen 2 en 3 betreft, werden de werken tussen de maanden juni en augustus 2004 uitgevoerd.

Alle vereiste wettelijke en reglementaire voorwaarden zijn vervuld.

b) Berekening van de verminderingen
Woning 1 : 10.000 EUR x 15 % = 1.500 EUR begrensd tot 610 EUR
Woning 2 : (5.000 EUR - 1.525 EUR*) x 15 % = 3.475 EUR x 15 % = 521,25 EUR

* bedrag van de uitgave die recht heeft gegeven op de vermindering voor energiebesparing (5.000 EUR x 40 % = 2.000 EUR), begrensd tot 610 EUR;
uitgave die overeenstemt met het begrensd bedrag van die vermindering : 610 EUR x 100/40 = 1.525 EUR
Woning 3 : 5.000 EUR x 15 % = 750 EUR begrensd tot 610 EUR
Echtgenoot 1 : woning 1 : 610 EUR x 50 % = 305 EUR
woning 2 : 521,25 EUR x 100 % = 521,25 EUR
totaal = 826,25 EUR
Echtgenoot 2 : woning 1 : 610 EUR x 50 % = 305 EUR
woning 3 : 610 EUR x 100 % = 610 EUR
totaal = 915 EUR

c) Aangifte
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van uw enige en sedert tenminste 15 jaar in gebruik genomen woning, gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid : 1396826,25 2396915,00

4. Voorbeeld 2
4.4 a) Gegevens
Echtgenoot 1Echtgenoot 2Uitgaven positief grootstedelijk beleid
Woning 1Eigendom 50 %Eigendom 50 %Vernieuwing :
10.000 EUR
Woning 2Eigendom 100 %Vernieuwing :
5.000 EUR

Alle vereiste wettelijke en reglementaire voorwaarden voor het in aanmerking nemen van de vermindering zijn vervuld, behalve wat echtgenoot 1 betreft, daar hij immers, op het ogenblik van de uitvoering van de werken, eigenaar van twee woningen is.

Er kan reeds onmiddellijk worden opgemerkt dat woning 2 geen recht geeft op de vermindering, daar de voorwaarde inzake enige woning bij de eigenaar ervan niet is vervuld.

b) Berekening van de verminderingen
Woning 1 : 10.000 EUR x 15 % = 1.500 EUR begrensd tot 305 EUR (610 x 50 %) (het gaat hier over de enige woning van echtgenoot 2 maar niet van echtgenoot 1)
Woning 2 : 0 EUR
Echtgenoot 1 : 305 EUR x 50 % = 152,50 EUR
Echtgenoot 2 : 305 EUR x 50 % = 152,50 EUR

c) Aangifte
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Belastingvermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van uw enige en sedert tenminste 15 jaar in gebruik genomen woning, gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid : 1396152,50 2396152,50

5. D. Obligaties van het Kringloopfonds

1. Wettelijke bepalingen
Artikel 145^26 WIB 1992
5.1 § 1. In geval van inschrijving op obligaties met een looptijd van 60 maanden die door het Kringloopfonds op naam worden uitgegeven, wordt een belastingvermindering verleend voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort voor de verwerving ervan.
De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten :
1° de obligaties moeten, behalve bij overlijden, gedurende de volledige periode in het bezit blijven van de inschrijver;
2° bij vervreemding binnen de periode van 60 maanden heeft de nieuwe bezitter geen recht op de belastingvermindering;
3° bij overlijden van de inschrijver betaalt het Kringloopfonds aan de rechtverkrijgenden het volledig bedrag van de obligaties uit, met inbegrip van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde interesten. De voorheen verkregen belastingvermindering blijft behouden;
4° de inschrijver legt tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting het in § 3 vermelde document over.
De belastingvermindering is gelijk aan 5 pct. van de werkelijk gedane betalingen.
Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 210 EUR (of 260 EUR voor het aanslagjaar 2005) bedragen.
Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering indien de obligaties op zijn persoonlijke naam zijn uitgegeven.
§ 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 1°, gestelde voorwaarde niet is nageleefd in een van de jaren volgend op het jaar van storting, omdat de inschrijver de obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds heeft vervreemd binnen 60 maanden na de verwerving ervan, wordt de belasting met betrekking tot de inkomsten van dat jaar vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig § 1 werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden.
§ 3. Het Kringloopfonds stelt jaarlijks, vóór 31 maart van het aanslagjaar, een document op en zendt een exemplaar aan de inschrijver en een ander aan de belastingsdienst waarvan hij afhangt, met daarin :
  • voor het jaar van verwerving : de bedragen die recht geven op de vermindering en het bedrag van de toe te passen vermindering, alsmede de bevestiging dat de obligaties op 31 december van het betreffende jaar nog steeds in het bezit zijn van de inschrijver;
  • voor het jaar van overlijden van de inschrijver : het bedrag dat aan de rechtverkrijgenden is uitgekeerd ingevolge de verplichte uitbetaling, en het bedrag van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde interesten;
  • voor het jaar waarin de termijn van 60 maanden verstrijkt : naargelang het geval, de bevestiging dat de obligaties ofwel in het bezit zijn gebleven van de inschrijver tot het einde van de termijn, ofwel zijn vervreemd vóór het verstrijken van de termijn met opgave van de nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering;
  • voor het jaar van vervreemding : het aantal nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering.
2. Bespreking
5.2 Iedere echtgenoot heeft recht op 5 % van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk gedane betalingen voor het verwerven van obligaties uitgegeven op zijn persoonlijke naam met elk een maximum van 260 EUR.

Het feit dat de betalingen worden gedaan door één van beide echtgenoten of door beide echtgenoten tezamen is echter zonder belang.

Elke echtgenoot vermeldt in de aangifte het bedrag van de vermindering waarop hij recht heeft. Dit bedrag komt voor op het attest uitgereikt door het Fonds.

De aandacht wordt erop gevestigd dat de rubriek met betrekking tot deze vermindering niet op de aangifte van het aanslagjaar 2005 (inkomstenjaar 2004) zal voorkomen. In 2004 werden er immers geen obligaties door het Fonds uitgegeven.

6. E. Obligaties van het Startersfonds

1. Wettelijke bepalingen
Artikel 145^27 WIB 1992
6.1 § 1. In geval van inschrijving op obligaties met een looptijd van minstens 60 maanden die door het Startersfonds op naam worden uitgegeven, wordt een belastingvermindering verleend voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort voor de verwerving ervan.
De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten :
1° de obligaties moeten, behalve bij overlijden, gedurende ten minste 60 maanden ononderbroken in het bezit blijven van de inschrijver;
2° bij vervreemding heeft de nieuwe bezitter geen recht op de belastingvermindering;
3° bij overlijden van de inschrijver betaalt het Startersfonds aan de rechtverkrijgenden het volledig bedrag van de obligaties uit, met inbegrip van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde interesten. De voorheen verkregen belastingvermindering blijft behouden;
4° de inschrijver legt tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting het in § 3 vermelde document over.
De belastingvermindering is gelijk aan 5 pct. van de werkelijk gedane betalingen.
Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 210 EUR (of 260 EUR voor het aanslagjaar 2005) bedragen.
Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering indien de obligaties op zijn persoonlijke naam zijn uitgegeven.
§ 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 1°, gestelde voorwaarde niet is nageleefd in een van de jaren volgend op het jaar van storting, omdat de inschrijver de obligaties uitgegeven door het Startersfonds heeft vervreemd binnen 60 maanden na de verwerving ervan, wordt de belasting met betrekking tot de inkomsten van dat jaar vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig § 1 werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden.
§ 3. Het Startersfonds stelt jaarlijks, vóór 31 maart van het aanslagjaar, een document op en zendt een exemplaar aan de inschrijver en een ander aan de belastingsdienst waarvan hij afhangt, met daarin :
  • voor het jaar van verwerving : de bedragen die recht geven op de vermindering en het bedrag van de toe te passen vermindering, alsmede de bevestiging dat de obligaties op 31 december van het betreffende jaar nog steeds in het bezit zijn van de inschrijver;
  • voor het jaar van overlijden van de inschrijver : het bedrag dat aan de rechtverkrijgenden is uitgekeerd ingevolge de verplichte uitbetaling, en het bedrag van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde interesten;
  • voor het jaar waarin de termijn van 60 maanden verstrijkt : naargelang het geval, de bevestiging dat de obligaties ofwel in het bezit zijn gebleven van de inschrijver tot het einde van de termijn, ofwel zijn vervreemd vóór het verstrijken van de termijn met opgave van de nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering;
  • voor het jaar van vervreemding : wanneer deze gebeurt in de loop van een jaar dat het verstrijken van de termijn van 60 maanden voorafgaat het aantal nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering.
2. Bespreking
6.2 Iedere echtgenoot heeft recht op 5 % van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk gedane betalingen voor het verwerven van obligaties uitgegeven op zijn persoonlijke naam met elk een maximum van 260 EUR.

Het feit dat de betalingen worden gedaan door één van beide echtgenoten of door beide echtgenoten tezamen is echter zonder belang.

Elke echtgenoot vermeldt in de aangifte het bedrag van de vermindering waarop hij recht heeft. Dit bedrag komt voor op het attest uitgereikt door het Fonds.

3. Voorbeeld
6.3 a) Gegevens
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Gestorte sommen voor de verwerving van de obligaties4.000 EUR8.000 EUR
Bedrag van de vermindering vermeld op het attest200 EUR260 EUR

Alle wettelijke voorwaarden zijn vervuld.

b) Aangifte
Echtgenoot 1Echtgenoot 2
Belastingvermindering voor verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds : 1398200,002398260,00

III. BIJLAGE (schema's)
7. Als bijlage zijn schema's opgenomen waarin de belangrijkste kenmerken van de uitgaven die recht geven op een belastingvermindering beknopt zijn samengevat. Het betreft schema's inzake :

  • PWA-cheques en dienstencheques;
  • energiebesparende uitgaven;
  • uitgaven voor vernieuwing woningen in zones voor positief grootstedelijk beleid;
  • verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,

Stany QUINTENS

Bijlage


BETALINGEN GEDAAN IN HET KADER VAN PLAATSELIJKE WERKGELEGENHEIDSAGENTSCHAPPEN (PWA-CHEQUES) EN BETALINGEN GEDAAN VOOR PRESTATIES BETAALD MET DIENSTENCHEQUES (AJ 2005)
Verrichtingen uitgevoerd door de belastingplichtige
Echtgenoot 1

PWA-cheques en/of dienstencheques op zijn naam + fiscaal attest
Echtgenoot 2

PWA-cheques en/of dienstencheques op zijn naam + fiscaal attest
Uitgaven (totaal bedrag aan PWA-cheques en dienstencheques) begrenzen tot 2.200 EUR en te vermelden op de aangifte (codes 1365 en 1364). Het is in principe voordeliger de grens eerst toe te passen op de dienstencheques (code 1364)Uitgaven (totaal bedrag aan PWA-cheques en dienstencheques) begrenzen tot 2.200 EUR en te vermelden op de aangifte (codes 2365 en 2364). Het is in principe voordeliger de grens eerst toe te passen op de dienstencheques (code 2364)





Verrichtingen uitgevoerd door de administratie
1. Het samengeteld begrensd bedrag van beide echtgenoten van de uitgaven PWA-cheques (codes 1365 en 2365) wordt evenredig omgedeeld tussen de echtgenoten in functie van het totale netto-inkomen van elk
2. Het samengeteld begrensd bedrag van beide echtgenoten van de uitgaven dienstencheques (codes 1364 en 2364) wordt evenredig omgedeeld tussen de echtgenoten in functie van het totale netto-inkomen van elk
Echtgenoot 1
Omgedeeld bedrag x
30 %
Echtgenoot 2
Omgedeeld bedrag x
30 %
Echtgenoot 1
Omgedeeld bedrag x
bijzondere gemiddelde
aanslagvoet berekend
per echtgenoot
30 tot 40 %
Echtgenoot 2
Omgedeeld bedrag x
bijzondere gemiddelde
aanslagvoet berekend
per echtgenoot
30 tot 40 %


ENERGIEBESPARENDE UITGAVEN (AJ 2005)
Verrichtingen uitgevoerd door de belastingplichtige
Bedoelde uitgaven die werkelijk betaald werden per
woning x 15 % of 40 %
Verminderingen berekenen per woning en per woning
begrenzen tot 610 EUR
Totaal begrensd bedrag van de vermindering evenredig
omdelen per woning afzonderlijk in functie van het
aandeel van elke echtgenoot in de eigendom van de
woning
Echtgenoot 1

Per echtgenoot de omgedeelde bedragen van verschillende woningen optellen en de som vermelden tegenover de code 1363 van de aangifte
Echtgenoot 2

Per echtgenoot de omgedeelde bedragen van verschillende woningen optellen en de som vermelden tegenover de code 2363 van de aangifte



UITGAVEN VOOR VERNIEUWING VAN WONINGEN GELEGEN IN ZONE
VOOR POSITIEF GROOTSTEDELIJK BELEID (AJ 2005)
Verrichtingen uitgevoerd door de belastingplichtige
Bedoelde uitgaven die werkelijk betaald werden x 15 %
Verminderingen berekenen per woning en per woning
begrenzen tot 610 EUR
Indien slechts één van de echtgenoten voldoet aan de voorwaarde inzake enige woning op het ogenblik van de werken : de vermindering (eventueel begrensd tot 610 EUR) beperken tot zijn aandeel in de eigendom
Totaal begrensd bedrag van de vermindering evenredig omdelen per woning afzonderlijk in functie van het aandeel van elke echtgenoot in de eigendom van de woning
Echtgenoot 1

Het bedrag vermelden tegenover de code 1396 van de aangifte
Echtgenoot 2

Het bedrag vermelden tegenover de code 2396 van de aangifte



VERWERVING VAN OBLIGATIES UITGEGEVEN DOOR HET STARTERS
FONDS (AJ 2005)
Verrichtingen uitgevoerd door de belastingplichtige
Echtgenoot 1

5 % van de werkelijk gedane betalingen voor het verwerven van obligaties uitgegeven op de persoonlijke naam van de echtgenoot
+ fiscaal attest
Echtgenoot 2

5 % van de werkelijk gedane betalingen voor het verwerven van obligaties uitgegeven op de persoonlijke naam van de echtgenoot
+ fiscaal attest
Dit bedrag begrenzen tot 260 EUR en vermelden tegenover de code 1398 van de aangifteDit bedrag begrenzen tot 260 EUR en vermelden tegenover de code 2398 van de aangifte