Circulaire nr. AFZ/97-785 (AFZ 22/2002) dd. 16.10.2002
Bull. nr. 836, pag. 869-891
ADMINISTRATIEVE REGELING
Gelijktijdige belastingcontrole
Samenwerking tussen de fiscale administraties
Uitwisseling van inlichtingen
Wederzijdse bijstand
CONTROLEMAATREGEL
Internationale samenwerking
INTERNATIONALE OVEREENKOMST
Administratieve regeling
Frankrijk
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de AFZ, de AOIF, de BBI, de AKRED en de Administratie van D A.
De Belgische en de Franse administratie hebben op 10 juli 2002 een administratieve regeling getroffen inzake administratieve samenwerking met als doel een betere bestrijding van het ontgaan en ontduiken van belasting
De Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
BIJLAGE
REGELING TUSSEN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN FRANKRIJK EN BELGIË
INZAKE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
TER BESTRIJDING VAN HET ONTGAAN EN ONTDUIKEN VAN BELASTING.
Op basis van
de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten op het gebied van de directe belastingen en de indirecte belastingen, gewijzigd door de Richtlijn 79/1070/EEG van de Raad van 6 december 1979, door de Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992, alsmede door iedere andere latere Richtlijn die de genoemde Richtlijn zou aanvullen en/of vervangen (hierna genoemd "de Richtlijn"),
de Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 betreffende de administratieve bijstand op het gebied van de indirecte belastingen (BTW), alsmede op basis van iedere andere Verordening die de genoemde Verordening zou aanvullen en/of vervangen (hierna genoemd "de Verordening"),
het Multilaterale Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden, ter ondertekening voorgelegd op 25 januari 1988, zodra dit Verdrag in de beide Staten in werking zal zijn getreden (hierna genoemd "het multilaterale Verdrag inzake bijstand"),
de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, van het slotprotocol en van de bijgevoegde brieven, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964, zoals gewijzigd door het Avenant bij de genoemde Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 8 februari 1999 (hierna genoemd "de Overeenkomst van 1964"),
de Overeenkomst van 12 augustus 1843 ondertekend te Rijsel tussen België en Frankrijk, inzake de uitwisseling van inlichtingen verkregen uit de aan de registratieformaliteit onderworpen akten, de aangiften van nalatenschap of de overdracht bij overlijden en andere administratieve documenten (hierna genoemd "de Overeenkomst van 1843"),
van de Overeenkomst van 20 januari 1959 tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele aanslag en tot regeling van sommige andere vraagstukken inzake de belastingen op de erfenissen en registratierechten (hierna genoemd "de Overeenkomst van 1959"),
komen de bevoegde autoriteiten van België en van Frankrijk, zoals zij omschreven zijn respectievelijk in artikel 1, § 5 van de Richtlijn, in art. 2 van de Verordening en in art. 18 van de Overeenkomst van 1959, overeen bepalingen in te voeren inzake :
de uitwisseling van inlichtingen;
gelijktijdige belastingcontroles;
de aanwezigheid van belastingambtenaren van de ene Staat op het grondgebied van de andere Staat;
een grensoverschrijdend dispositief voor rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen.
I. AUTOMATISCHE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
De automatische uitwisseling van inlichtingen heeft betrekking op :
A. Inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen :
1. inkomsten, bestaande uit salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen zoals bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de Overeenkomst van 1964;
2. beloningen van bestuurders en van de andere personen zoals bedoeld in artikel 9 van dezelfde Overeenkomst;
3. inkomsten betaald in de vorm van renten of van kapitalen en bestaande uit pensioenen, andere gelijksoortige beloningen, lijfrenten, onderhoudsuitkeringen, afkoopwaarden of "vervangingsinkomsten" (d.w.z. vergoedingen, renten of diverse uitkeringen bestemd om een verlies aan beroepsinkomsten te compenseren als gevolg van werkloosheid, ziekte, ongeval of een andere soortgelijke omstandigheid) zoals bedoeld, naar het geval, in de artikelen 10, 12 of 18 van de Overeenkomst van 1964;
4. royalty's en andere opbrengsten en inkomsten zoals bedoeld in artikel 8 van de voornoemde Overeenkomst;
5. dividenden en interest, zoals bedoeld in de artikelen 15 en 16 van dezelfde Overeenkomst, betaald door schuldenaars die geen financiële instellingen zijn;
6. erelonen, commissies, makelaarslonen, restorno's, gages en andere beloningen betaald aan natuurlijke personen of aan rechtspersonen;
7. de verwerving van onroerende goederen, de eigendom van onroerende goederen en/ of de inkomsten van onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst van 1964;
8. ondernemingswinst zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst van 1964 en de baten zoals bedoeld in artikel 7 van dezelfde Overeenkomst;
9. inlichtingen (aanslagbiljetten of berekeningsnota's) die betrekking hebben op de personenbelasting geheven door een Staat ten laste van de inwoners van de andere Staat.
B. Inzake belasting op de toegevoegde waarde :
teruggaven aan belastingplichtigen die voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd in de andere Staat
de teruggaven van belasting over de toegevoegde waarde, verkregen op grond van de toepassing van de Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 december 1979.
C. Inzake registratierechten, successie- en schenkingsrechten :
1. mutaties inzake onroerende goederen;
2. inlichtingen met betrekking tot de oprichting van vennootschappen of de kapitaalsverhogingen van vennootschappen van een Staat waaraan inwoners van de andere Staat deelnemen.
II. SPONTANE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
De intensivering van de spontane uitwisseling van inlichtingen heeft betrekking op :
A. Inzake belastingen naar het inkomen :
1. inlichtingen met betrekking tot de wijzigingen van woonplaats van een persoon van één van beide overeenkomstsluitende Staten naar de andere overeenkomstsluitende Staat;
2. inlichtingen (aanslagbiljetten of berekeningsnota's) die betrekking hebben op de belasting geheven door een Staat ten laste van natuurlijke personen zoals bedoeld in artikel 25, §§ 2 en 3 van de Overeenkomst van 1964, die inwoners zijn van die Staat en die in de andere Staat inkomsten verkrijgen die in die andere Staat belastbaar zijn.
B. Inzake belasting over de toegevoegde waarde :
1. overschrijding van de omzetdrempel bij verkopen op afstand en keuze van de plaats van levering bij verkopen op afstand
a) het overschrijden van de omzetdrempel inzake verkopen op afstand, zoals bedoeld in artikel 28ter, B, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG;
b) de opties inzake verkopen op afstand als bedoeld in artikel 28ter, B, lid 3, van de Richtlijn 77/388/EEG;
2. diensten met een vermoedelijk onregelmatig of fictief karakter
a) het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 6, van de Richtlijn 77/388/EEG, in de gevallen waarin er in de Staat die de inlichtingen verstrekt een vermoeden bestaat dat de handelingen in de andere Staat niet zijn aangegeven, een fictief karakter hebben, niet aan de werkelijke afnemer zijn gefactureerd of andere onregelmatigheden vertonen;
b) de diensten die, op het eerste gezicht, geen onregelmatig karakter hebben, maar die een bepaalde omvang vertonen (bijvoorbeeld meer dan 2.500 EUR) en die geacht worden plaats te vinden in de andere Staat en waarvoor de schuldenaar van de BTW de afnemer van de dienst is. Deze handelingen werden bijgevolg vrij van BTW gefactureerd door de dienstverrichter in de inlichtingenverstrekkende Staat;
c) de intracommunautaire leveringen met vrijstelling wanneer er in de inlichtingenverstrekkende Staat een vermoeden bestaat dat deze leveringen een fictief karakter vertonen (gevallen van carrouselfraude);
3. intracommunautaire leveringen zonder vrijstelling
intracommunautaire leveringen van goederen zonder toepassing van de vrijstelling van de BTW als bedoeld in artikel 28quater, A, van de Richtlijn 77/388/EEG aan een in de andere Staat gevestigde belastingplichtige;
4. diplomatieke en consulaire betrekkingen e.d.
de toepassing van de vrijstelling van BTW op grond van artikel 15, lid 10, van de Richtlijn 77/388/EEG;
5. intracommunautaire verwervingen
a) de gevallen waarbij gegevens die zijn meegedeeld op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1992, beduidend afwijken van het bedrag van de aangegeven intracommunautaire verwervingen;
b) de gevallen waarbij er in de inlichtingenverstrekkende Staat een vermoeden bestaat dat de intracommunautaire verwervingen een fictief karakter vertonen (gevallen van carrouselfraude);
6. belastingplichtigen die onmiddellijk of op ongewone wijze omvangrijke intracommunautaire leveringen verrichten met als bestemming de andere Staat;
7. BTW-identificatienummers
de individuele BTW-identificatienummers die zijn toegekend aan belastingplichtigen die niet in de inlichtingenverstrekkende Staat gevestigd zijn;
8. intracommunautaire leveringen van landvoertuigen
de op grond van artikel 28quater, A, van de Richtlijn 77/388/EEG van de BTW vrijgestelde intracommunautaire leveringen van landvoertuigen door andere dan de onder punt 12 genoemde incidentele belastingplichtigen die in de Staat van vertrek tijdelijk worden ingeschreven in het wegverkeer met het oog op hun overbrenging naar de Staat van aankomst;
9. leveringen van accijnsproducten
a) regeling voor de verkopen op afstand : leveringen aan particulieren van accijnsproducten waarvoor het vervoer van de Staat van vertrek of verzending naar de Staat van aankomst wordt verricht door of voor rekening van de leverancier;
b) vrijgestelde intracommunautaire leveringen aan operatoren die er niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan accijnsproducten, - aan de belasting te onderwerpen (belastingplichtigen die vrijgestelde handelingen verrichten, belastingplichtigen onderworpen aan de franchiseregeling, landbouwondernemers onderworpen aan de forfaitaire regeling - z. respectievelijk de artikelen 13, 24 en 25 van de Richtlijn 77/388/EEG - en de niet-belastingplichtige rechtspersonen die niet over een geldig BTW-identificatienummer beschikken voor hun intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan accijnsproducten). De spontane uitwisseling zal betrekking hebben op elke betwisting van intracommunautaire leveringen van accijnsproducten zoals hiervoor beschreven die een bepaalde omvang overschrijden;
10. bedrijfsdomiciliëringen
inlichtingen met betrekking tot bedrijven gevestigd in domiciliëringscentra;
11. leveringen van nieuwe vaartuigen en luchtvaartuigen
de intracommunautaire leveringen, door andere dan onder 12 hierna genoemde incidentele belastingplichtigen, van nieuwe schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 28bis, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 aan niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerde personen;
12. leveringen van nieuwe vervoermiddelen door incidentele belastingplichtigen
de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 28bis, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG door incidentele belastingplichtigen als bedoeld in artikel 28bis, lid 4, van de Richtlijn 77/388/EEG, waarvoor zij een recht op aftrek van BTW uitoefenen.
C. Inzake registratierechten, successie- en schenkingsrechten :
1. inlichtingen met betrekking tot schenkingen van roerende waarden hoger dan 25.000 EUR ten gunste van een onderdaan van de andere Staat ;
2. inlichtingen met betrekking tot roerende waarden hoger dan 25.000 EUR verkregen door nalatenschap door een erfgenaam-legataris die onderdaan is van de andere Staat.
D. Inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen :
betreffende de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten, de inlichtingen met betrekking tot de verzekeringscontracten waarvoor het risico zich in de andere Staat bevindt en de identificatie van de verzekerde en de verzekeraar.
III. UITWISSELING VAN INLICHTINGEN OP VERZOEK EN SPONTANE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN DIE HIERBOVEN NIET WORDEN OPGESOMD
De bevoegde autoriteiten van beide Staten zullen eveneens toezien op de intensivering van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek alsook de spontane uitwisseling van inlichtingen, die niet specifiek worden opgesomd in punt II hiervoor, en die voor de andere Staat van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belastingen.
IV. GELIJKTIJDIGE BELASTINGCONTROLES
A. Definitie
Voor de toepassing van deze Regeling wordt onder gelijktijdige belastingcontrole verstaan, een controle ondernomen krachtens een regeling waarbij de twee deelnemende Staten overeenkomen om gelijktijdig en op onafhankelijke wijze, elk op zijn grondgebied, een controle uit te voeren naar de belastingtoestand van één of meerdere belastingplichtige(n) die een gemeenschappelijk of aanvullend belang vertegenwoordigt (vertegenwoordigen), met als doel de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen.
B. Doelstellingen
De doelstellingen van de gelijktijdige belastingcontroles zijn inzonderheid :
1. het juiste bedrag van de door een belastingplichtige verschuldigde belasting te bepalen in de gevallen waarin :
a) de lasten verdeeld of toegerekend zijn en de winst omgedeeld is tussen belastingplichtigen, die inwoner zijn van verschillende landen, of meer algemeen, wanneer in een belastingdossier problemen opduiken inzake verrekenprijzen ;
b) duidelijke technieken van belastingontwijking en -ontduiking of regelingen die verrichtingen inhouden waarvan de wezenlijke inhoud verschillend is van de door belastingplichtige(n) voorgestelde juridische vorm, gecontroleerde financieringsverrichtingen, prijsmanipulaties, kostenverdelingen of fiscale schuilplaatsen worden vastgesteld;
c) niet aangegeven inkomsten, fiscale aspecten inzake het witwassen van geld en corruptiepraktijken, betalingen van verborgen commissielonen of van andere onwettige betalingen, enz. worden vastgesteld;
d) verrichtingen met belastingparadijzen of technieken inzake belastingontwijking en -ontduiking met behulp van belastingparadijzen, worden aangetoond;
e) de principes van de verleggingsregeling door de koper of de ontvanger inzake BTW toepassing vinden.
2. het vergemakkelijken van het uitwisselen van inlichtingen betreffende :
a) de handelspraktijken van multinationale ondernemingen, de ingewikkelde transacties, de problemen van belastingcontrole en de trend tot het niet respecteren van de belastingverplichtingen die inzonderheid kunnen eigen zijn aan een industrie of een groep van industrieën;
b) akkoorden inzake kostenverdeling;
c) de herverdelingsmethoden van winst in specifieke gevallen zoals de wisselverrichtingen op wereldschaal en de nieuwe financiële instrumenten.
Een gelijktijdige belastingcontrole vervangt op geen enkele wijze de procedure van onderling overleg voorzien in artikel 24 van de Overeenkomst van 1964.
C. Selectie van de dossiers en controleprocedure
De bevoegde autoriteiten van beide Staten bepalen in onderling overleg de criteria en de selectieprocedures van de dossiers die in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle, alsmede de bij zo'n controle te volgen procedure.
D. Personeel
De controles zullen door ambtenaren van de Belastingadministratie van elke Staat afzonderlijk worden uitgevoerd in het kader van de nationale wetten en praktijken door de bepalingen toe te passen die van kracht zijn aangaande het uitwisselen van inlichtingen.
Er zal geen uitwisseling van personeel zijn, maar de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van een Staat zou gerechtvaardigd kunnen zijn (indien dit door de wet is toegestaan) om een efficiëntere controle mogelijk te maken.
V. AANWEZIGHEID VAN BELASTINGAMBTENAREN VAN DE ENE STAAT OP HET GRONDGEBIED VAN DE ANDERE STAAT
Onder voorbehoud van de wettelijke en administratieve bepalingen van beide Staten, kunnen ambtenaren van een belastingadministratie van de ene Staat aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Staat om er inlichtingen in te zamelen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de belasting naar het inkomen en het vermogen, de belasting over de toegevoegde waarde, de registratierechten, de successie- en schenkingsrechten en de accijnzen van één van beide of van beide Staten. De bevoegde autoriteiten van beide Staten bepalen in onderling overleg de te volgen voorwaarden en procedures in het kader van zo'n verplaatsing van ambtenaren.
VI. GRENSOVERSCHRIJDEND DISPOSITIEF VOOR RECHTSTREEKSE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
De bevoegde autoriteiten komen overeen een grensoverschrijdend dispositief in te voeren voor rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen tussen de plaatselijke ambtenaren van de beide Staten.
De uitwisseling van inlichtingen gebeurt door correspondenten die als bevoegde autoriteiten zijn aangewezen door een wisseling van brieven tussen de beide Staten.
Het dispositief zal betrekking hebben op alle belastingen die in deze regeling worden bedoeld en zal worden ingevoerd in de volgende domeinen:
A. samenwerking tussen plaatselijke diensten die nabij de grenzen gelegen zijn;
B. onderzoek en controle inzake internationale fiscale fraude;
C. gelijktijdige bilaterale of multilaterale belastingcontroles.
De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen dit dispositief naar andere gebieden en andere diensten uit te breiden.
VII. DIVERSE BEPALINGEN
A. De bevoegde autoriteiten komen overeen dat de wederkerigheid een fundamenteel aspect is van de wederzijdse bijstand en verbinden zich ertoe om een sfeer van samenwerking te behouden bij het uitwisselen van de inlichtingen die het voorwerp zijn van de bepalingen van de Overeenkomst van 1964 of van de Richtlijn, teneinde te verzekeren dat de toepassing ervan conform is met het wederkerigheidsprincipe.
B. Inzake de geheimhouding van de inlichtingen waarover een Staat kennis heeft door toepassing van deze regeling en de beperkingen bij de uitwisseling van inlichtingen, zijn de bepalingen van de artikelen 7 en 8 van de Richtlijn, van artikel 20 van de Overeenkomst van 1964, van artikel 14 van de Overeenkomst van 1959 en van de artikelen 21 en 22 van het Multilateraal Verdrag inzake bijstand, van toepassing.
C. De inlichtingen als bedoeld in punt I zullen zoveel mogelijk geautomatiseerd en op digitale wijze worden verstrekt en voor de inlichtingen als bedoeld in punt I, A. zal het door de OESO uitgewerkte genormaliseerd model worden gevolgd. Deze inlichtingen bevatten, in de mate van het mogelijke, de Fiscale Identificatienummers (FIN) van de belastingplichtigen niet-inwoners die hen door hun woonplaatsstaat zijn toegekend.
D. De inlichtingen als bedoeld in punt I met betrekking tot een bepaald kalenderjaar of tijdvak zullen zo spoedig mogelijk na de beëindiging van dat jaar of tijdvak worden toegestuurd.
E. Indien mocht blijken dat de gegevens die in het kader van de automatische of de spontane uitwisseling van inlichtingen of de uitwisseling van inlichtingen op verzoek door een Staat zijn verstrekt, onjuist of onvolledig zijn, zijn de bevoegde autoriteiten van die Staat verplicht hierover zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten van de andere Staat. Er zou in een terugzending van de inlichtingen moeten worden voorzien telkens wanneer dat van nut is voor de Staat die de inlichtingen heeft doorgegeven.
F. De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van de instanties waaraan de inlichtingen moeten worden toegestuurd.
G. Deze regeling zal in werking treden op 1 september 2002. Zij zal voor de eerste maal van toepassing zijn op de uitwisseling van inlichtingen die betrekking hebben op het jaar 2002.
H. Vanaf de datum waarop deze Regeling voor de eerste maal van toepassing is, zullen de bepalingen van de administratieve akkoorden van 1971 met betrekking tot de automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende grensarbeiders en van 1979 (in werking getreden op 1/1/1980) inzake de uitwisseling van inlichtingen, ophouden van toepassing te zijn.
I. Deze regeling kan op ieder ogenblik, in onderling overleg, door de bevoegde autoriteiten worden gewijzigd.
J. Deze regeling zal worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en in het "Bulletin officiel des impôts de France".
Opgemaakt in tweevoud te Parijs op 10 juli 2002.
ADMINISTRATIEVE REGELING
Gelijktijdige belastingcontrole
Samenwerking tussen de fiscale administraties
Uitwisseling van inlichtingen
Wederzijdse bijstand
CONTROLEMAATREGEL
Internationale samenwerking
INTERNATIONALE OVEREENKOMST
Administratieve regeling
Frankrijk
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de AFZ, de AOIF, de BBI, de AKRED en de Administratie van D A.
De Belgische en de Franse administratie hebben op 10 juli 2002 een administratieve regeling getroffen inzake administratieve samenwerking met als doel een betere bestrijding van het ontgaan en ontduiken van belasting
|
BELASTINGEN WAAROP HET AKKOORD VAN TOEPASSING IS | Het akkoord voorziet in een versterkte samenwerking voor de volgende belastingen : inkomstenbelastingen (hierna IB genoemd); BTW; successierechten ; registratierechten; met het zegel gelijkgestelde taksen; accijnzen. | |
|
INWERKING- TREDING | De regeling is op 1.9.2002 in werking getreden en zal voor de eerste maal van toepassing zijn op de uitwisseling van inlichtingen die betrekking hebben op het jaar 2002. | |
|
JURIDISCHE GRONDSLAGEN | Zoals de naam het aangeeft is een administratieve regeling een akkoord tussen twee of meer administraties . Het gaat dus niet om een akkoord tussen Staten, zoals dat bijvoorbeeld het geval is voor de Overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting of voor de Europese Richtlijnen. Een administratieve regeling is daarentegen steeds gebaseerd op zulke internationale documenten : overeenkomsten, verdragen, richtlijnen of Europese verordeningen. Vergeleken met een akkoord tussen Staten, staat de administratieve regeling dus op een lager niveau. Zij moet gezien worden als een toepassing van een internationaal akkoord. De juridische middelen waarop de administratieve regeling tussen België en Frankrijk gebaseerd is, kunnen teruggevonden worden in de aanhef van de regeling. Het gaat meer bepaald om : | |
| Juridisch middel |
Juridische grondslag voor administratieve bijstand op het vlak van: | |
| de Europese Richtlijn 77/799/EEG van 19.12.1977 betreffende de wederzijdse bij-stand op het gebied van de directe en indirecte belastingen, gewijzigd door de Richtlijnen 79/1070/EEG van 6.12.1979 en 92/12/EEG van 25.12.1992 (cf. art. 338/6 en volgende Com.IB 92); |
IB, BTW en accijnzen | |
| de Verordening EEG 218/92 van 27.1.1992 betreffende de administratieve bijstand op het gebied van de indirecte belastingen; |
BTW | |
| het Multilaterale Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden (cf. circulaire AFZ/2000-237 van 20.8.2001) ; (*) Zie belangrijke opmerking hierna. |
IB, BTW, successie-, rechten, registratie- rechten, met het zegel gelijkgestelde taksen en accijnzen | |
| de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting afgesloten op 10.3.1964, gewijzigd door het Avenant van 8.2.1999. |
IB | |
| de Overeenkomst van 12.8.1843 tussen Frankrijk en België inzake de uitwisseling van inlichtingen verkregen uit de aan de registratieformaliteit onderworpen akten, de aangiften van nalatenschap of de overdracht bij overlijden. |
successierechten en registratierechten | |
| de Overeenkomst van 20.1.1959 tussen Frankrijk en België tot voorkoming van dubbele aanslag inzake de belastingen op de erfenissen en registratierechten. |
successierechten en registratierechten | |
| (*) Belangrijke opmerking : het Multilaterale Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden werd nog niet ondertekend door Frankrijk en is in dat land dus niet van kracht. Bijgevolg is er momenteel geen juridische grondslag voor de wederzijdse administratieve bijstand inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen alhoewel die taks beoogd wordt door de administratieve regeling. Bijkomende informatie zal worden verspreid zodra Frankrijk het Verdrag ondertekend heeft en na afloop van de bekrachtigingsprocedure aldaar. | ||
|
SOORTEN SAMENWERKING | De Belgische en de Franse administratie gaan op verschillende manieren samenwerken : | |
|
Uitwisseling van inlichtingen | De uitwisseling van inlichtingen is de meest gangbare vorm van wederzijdse administratieve bijstand. Op het vlak van successie- en registratierechten wisselen de Belgische en de Franse administratie reeds sinds 1844 inlichtingen uit. Ook op het vlak van IB worden reeds gedurende vele jaren inlichtingen uitgewisseld. De uitwisseling van inlichtingen kan automatisch, spontaan of op verzoek gebeuren. | |
|
Automatische uitwisseling | Inlichtingen met betrekking tot IB, BTW, successierechten en registratierechten zullen automatisch worden uitgewisseld. De inlichtingen zijn opgesomd in deel I, A, B en C van de regeling (zie bijlage). Inzake IB, gaat het om inlichtingen die geen bijzonder opzoekingswerk vereisen. De Belgische administratie zal aan de Franse administratie de fiches 281 toezenden die door de werkgevers en andere schuldenaars van de aan de BV onderworpen inkomsten werden opgemaakt op naam van Franse inwoners, evenals de berekeningsnota's met betrekking tot de BNI. Die inlichtingen zullen één maal per jaar in een grote hoeveelheid worden verzonden. Soortgelijke inlichtingen zullen door de Franse administratie worden verstuurd en door bemiddeling van de documentatiecentra toegezonden worden aan de CTK's, de "klassieke" controles en de controlecentra. Dit systeem bestaat reeds voor bepaalde soorten inkomsten en zal nog versterkt worden door de nieuwe regeling. | |
|
Spontane uitwisseling | Evenals de automatische uitwisseling vindt ook de spontane uitwisseling van gegevens plaats zonder voorafgaande aanvraag van de andere Staat, maar in principe gebeurt dit op een minder regelmatige basis. Het gaat om uitwisselingen "geval per geval". De gevallen waarin een spontane uitwisseling nuttig kan blijken, zijn vermeld in artikel 4 van de Richtlijn 77/799/EEG en in art. 7 van het Multilateraal Verdrag OESO/ Raad van Europa. In dit verband wordt verwezen naar de instructie Ci.R9.Div/460.792 van 27.11.1996 en naar de circulaire AFZ/2000-237 van 20.8.2001. In deel III van de regeling verbinden de bevoegde auto- riteiten zich ertoe deze spontane uitwisseling te intensiveren. In de Belgisch-Franse regeling worden bovendien de specifieke inlichtingen opgesomd die de Belgische en de Franse administratie spontaan wensen uit te wisselen met betrekking tot IB, BTW, successierechten en registratierechten alsmede op het vlak van met het zegel gelijkgestelde taksen. Een lijst van die inlichtingen is opgenomen in deel II, A, B, C en D van de Belgisch-Franse regeling (zie bijlage). Wat de IB betreft wordt de aandacht gevestigd op deel II, A, 2. De in dit 2de punt bedoelde inlichtingen hebben tot doel de toepassing te vergemakkelijken van het Avenant van 8.2.1999 tot wijziging van de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting, afgesloten op 10.3.1964. Art. 2, §§ 2 en 3 van het Avenant (of art. 25, §§ 2 en 3 van de gecoördineerde Overeenkomst) verleent aan bepaalde inwoners van Frankrijk die in België belastbaar zijn in de BNI/ nat.pers. de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de gezinstoestand of gezinslasten, naar rata van bepaalde beroepsinkomsten, beoogd door het Avenant, in verhouding tot het totale beroepsinkomen - ongeacht de herkomst ervan - waarvan die Franse inwoners de begunstigden zijn. Voor meer informatie over deze evenredigheid wordt verwezen naar de circulaire nr. AFZ/Intern IB/96-0470 van 26.10.2000 en naar de "errata en addenda" van 6.5.2002, zelfde nr. De Franse belastingplichtigen moeten de nodige bewijzen voorleggen opdat de Belgische administratie de gezinstoestand en de gezinslasten van de Franse inwoners in aanmerking zou kunnen nemen met het oog op de toepassing van de evenredige verdeling van de verminderingen en aftrekken in de BNI/nat.pers. Met het oog op het nazicht van de aangiften in de BNI/nat.pers. en van de bewijsstukken die worden voorgelegd door de Franse inwoners, zal de Franse administratie spontaan de aanslagbiljetten die in Frankrijk ten laste van die belastingplichtigen worden opgemaakt aan de Belgische administratie toezenden. Met betrekking tot de met het zegel gelijkgestelde taksen (deel II, D), wordt eraan herinnerd dat er geen enkele uitwisseling van gegevens kan plaatshebben zolang er geen juridische grondslag is (zie "Belangrijke opmerking" in het deel JURIDISCHE GRONDSLAGEN hierboven). | |
|
Uitwisseling Op verzoek | De regeling tussen België en Frankrijk heeft ook tot doel de uitwisseling van inlichtingen op verzoek te intensiveren. De procedures die momenteel van toepassing zijn - uitwisseling via de centrale administraties of het CLO en vervolgens via de Franse fiscaal attaché - blijven van kracht. Wat de IB betreft wordt verwezen naar de instr. Ci.R9.Div/460.792 van 27.11.1996. | |
|
Grensover- schrijdend dispositief | De Belgische en de Franse bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen een grensoverschrijdend dispositief in te voeren voor uitwisseling van inlichtingen tussen de plaatselijke ambtenaren van de twee Staten. Elke administratie - zowel de Belgische als de Franse - zal een lijst opmaken van correspondenten die als "bevoegde autoriteiten" zijn aangewezen en die zal toegezonden worden aan de andere administratie. De Belgische ambtenaren die opgenomen zijn in de door de Belgische administratie opgemaakte lijst, zullen rechtstreeks in verbinding kunnen treden met de Franse ambtenaren die opgenomen zijn in de lijst die werd opgemaakt door Frankrijk, zonder bemiddeling van de centrale administraties, het CLO of de Franse fiscaal attaché. Overigens werd reeds enkele jaren geleden een dispositief van rechtstreekse contacten uitgewerkt tussen enerzijds de Belgische administratie van de BTW en van de BBI en anderzijds de Franse administratie, meer bepaald om rechtstreeks te kunnen communiceren met de personeelsleden uit de departementen in het Noorden van Frankrijk. Rekening houdend met de doorgevoerde administratieve hervormingen zijn de AOIF (sector BTW) en de BBI momenteel gerechtigd om inlichtingen mee te delen in het kader van het Frans-Belgisch dispositief. Het nieuwe grensoverschrijdend dispositief zal betrekking hebben op alle belastingen die bedoeld worden in de regeling en zal ingevoerd worden op volgende vlakken : samenwerking tussen plaatselijke diensten die nabij de grenzen gelegen zijn; onderzoek en controle inzake internationale fiscale fraude; gelijktijdige bilaterale of multilaterale belastingcontroles. De verschillende lijsten zullen worden opgemaakt door de fiscale beheersadministraties. De modaliteiten voor deze rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen zullen ten gepasten tijde uiteengezet worden in een afzonderlijke instructie. | |
|
Gelijktijdige belasting- controles | Het gaat om een controle waarbij twee Staten overeenkomen om gelijktijdig en onafhankelijk van elkaar, elk op zijn grondgebied, een controle uit te voeren naar de belastingtoestand van één of meerdere belastingplichtige(n) die een gemeenschappelijk of aanvullend belang vertegenwoordigt (vertegenwoordigen), met als doel de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen. Die gelijktijdige controles kunnen georganiseerd worden voor alle in de regeling bedoelde belastingen. De doelstellingen van een gelijktijdige belastingcontrole zijn vermeld in deel IV, B van de regeling (zie bijlage). De criteria en procedures voor de selectie van de dossiers die in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle, zullen door de fiscale beheersadministraties worden meegedeeld in latere instructies. | |
|
Verplaatsingen van ambtenaren naar het buiten- land | De Belgisch-Franse regeling voorziet tevens in de mogelijkheid voor de ambtenaren van de ene Staat om aanwezig te zijn op het grondgebied van de andere Staat om er inlichtingen in te zamelen die nuttig kunnen zijn voor het vaststellen van de volgende belastingen : IB BTW registratie-, schenkings- en successierechten accijnzen. De voorwaarden en de procedures die moeten nageleefd worden bij een verplaatsing van ambtenaren naar het buitenland zullen later worden vastgelegd. | |
|
DIVERSE BEPALINGEN | Deel VII van de regeling omvat in het bijzonder bepalingen met betrekking tot : wederkerigheid (punt A); de geheimhouding van de informatie en de beperkingen bij de uitwisseling van inlichtingen (punt B); de drager waarop de inlichtingen zullen uitgewisseld worden (punt C); het fiscaal identificatienummer (FIN) van de belastingplichtigen niet-inwoners. Voor wat de IB, betreft wordt er aan herinnerd dat het FIN van de belastingplichtigen die niet-inwoner zijn (zoals het NN van de Belgische belastingplichtigen) normaal moet voorkomen op de fiches 281 (zie punt 11 van het Bericht aan de werkgevers en andere schuldenaars van aan de BV onderworpen inkomsten - inkomsten van het jaar 2001)(punt C); periodiciteit van de uitwisseling (punt D); onjuiste of onvolledige gegevens. Wanneer de bevoegde autoriteiten van de ene Staat vaststellen dat de inlichtingen die ze hebben verstrekt onjuist of onvolledig zijn, moeten ze de bevoegde autoriteiten van de andere Staat hierover zo spoedig mogelijk inlichten (punt E); terugzenden van informatie. Wanneer de Staat die inlichtingen heeft ontvangen feiten vaststelt die van belang kunnen zijn voor de Staat die de inlichtingen heeft verstrekt, brengt eerstgenoemde Staat de andere Staat hiervan op de hoogte. Voorbeelden : een verkregen inlichting bevat een onvolledig of vals adres; de genieter van de inkomsten is onbekend in de Staat die de informatie heeft ontvangen; door een controle die werd uitgevoerd naar aanleiding van verkregen informatie zijn feiten aan het licht gekomen die een invloed kunnen hebben op de vaststelling van de belasting in de Staat die de informatie heeft verschaft. In dergelijke gevallen moet de Staat die de inlichtingen heeft verstrekt hierover ingelicht worden (punt E) ; twee voorgaande administratieve regelingen met betrekking tot de IB die vanaf 2002 niet meer van toepassing zijn; al de bepalingen van deze oude akkoorden werden opgenomen in de nieuwe regeling (punt H). | |
|
ANDERE REGELINGEN | Ter herinnering, er werd reeds een gelijkaardige administratieve regeling afgesloten met Italië en met Nederland. Hiervoor wordt verwezen naar volgende documentatie : | |
| Italië | Regeling van 11.7.1997 met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen. Regeling van 11.7.1997 met betrekking tot gelijktijdige belastingcontroles. Deze twee regelingen zijn enkel van toepassing op het gebied van de IB. Zij worden besproken in de circulaire nr. AFZ/98-354 van 14.10.1998. | |
| Nederland | Regeling van 25.9.1997 met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen inzake IB en BTW. Deze regeling wordt behandeld in de circulaire nr. AFZ/INTERN IB/NEDERLAND (96/720) van 11.8.1998. Regeling van 3.6.1998 met betrekking tot de aanwezigheid van belastingambtenaren van de ene Staat op het grondgebied van de andere Staat met het oog op het uitvoeren van belastingcontroles. Deze regeling is van toepassing op het gebied van de IB, BTW en accijnzen en werd gepubliceerd in fine van de circulaire nr. AFZ/2000-237 van 20.8.2001 die het Multilaterale Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden becommentarieerd. | |
van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
BIJLAGE
REGELING TUSSEN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN FRANKRIJK EN BELGIË
INZAKE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
TER BESTRIJDING VAN HET ONTGAAN EN ONTDUIKEN VAN BELASTING.
Op basis van
de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten op het gebied van de directe belastingen en de indirecte belastingen, gewijzigd door de Richtlijn 79/1070/EEG van de Raad van 6 december 1979, door de Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992, alsmede door iedere andere latere Richtlijn die de genoemde Richtlijn zou aanvullen en/of vervangen (hierna genoemd "de Richtlijn"),
de Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 betreffende de administratieve bijstand op het gebied van de indirecte belastingen (BTW), alsmede op basis van iedere andere Verordening die de genoemde Verordening zou aanvullen en/of vervangen (hierna genoemd "de Verordening"),
het Multilaterale Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden, ter ondertekening voorgelegd op 25 januari 1988, zodra dit Verdrag in de beide Staten in werking zal zijn getreden (hierna genoemd "het multilaterale Verdrag inzake bijstand"),
de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, van het slotprotocol en van de bijgevoegde brieven, ondertekend te Brussel op 10 maart 1964, zoals gewijzigd door het Avenant bij de genoemde Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 8 februari 1999 (hierna genoemd "de Overeenkomst van 1964"),
de Overeenkomst van 12 augustus 1843 ondertekend te Rijsel tussen België en Frankrijk, inzake de uitwisseling van inlichtingen verkregen uit de aan de registratieformaliteit onderworpen akten, de aangiften van nalatenschap of de overdracht bij overlijden en andere administratieve documenten (hierna genoemd "de Overeenkomst van 1843"),
van de Overeenkomst van 20 januari 1959 tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele aanslag en tot regeling van sommige andere vraagstukken inzake de belastingen op de erfenissen en registratierechten (hierna genoemd "de Overeenkomst van 1959"),
komen de bevoegde autoriteiten van België en van Frankrijk, zoals zij omschreven zijn respectievelijk in artikel 1, § 5 van de Richtlijn, in art. 2 van de Verordening en in art. 18 van de Overeenkomst van 1959, overeen bepalingen in te voeren inzake :
de uitwisseling van inlichtingen;
gelijktijdige belastingcontroles;
de aanwezigheid van belastingambtenaren van de ene Staat op het grondgebied van de andere Staat;
een grensoverschrijdend dispositief voor rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen.
I. AUTOMATISCHE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
De automatische uitwisseling van inlichtingen heeft betrekking op :
A. Inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen :
1. inkomsten, bestaande uit salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen zoals bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de Overeenkomst van 1964;
2. beloningen van bestuurders en van de andere personen zoals bedoeld in artikel 9 van dezelfde Overeenkomst;
3. inkomsten betaald in de vorm van renten of van kapitalen en bestaande uit pensioenen, andere gelijksoortige beloningen, lijfrenten, onderhoudsuitkeringen, afkoopwaarden of "vervangingsinkomsten" (d.w.z. vergoedingen, renten of diverse uitkeringen bestemd om een verlies aan beroepsinkomsten te compenseren als gevolg van werkloosheid, ziekte, ongeval of een andere soortgelijke omstandigheid) zoals bedoeld, naar het geval, in de artikelen 10, 12 of 18 van de Overeenkomst van 1964;
4. royalty's en andere opbrengsten en inkomsten zoals bedoeld in artikel 8 van de voornoemde Overeenkomst;
5. dividenden en interest, zoals bedoeld in de artikelen 15 en 16 van dezelfde Overeenkomst, betaald door schuldenaars die geen financiële instellingen zijn;
6. erelonen, commissies, makelaarslonen, restorno's, gages en andere beloningen betaald aan natuurlijke personen of aan rechtspersonen;
7. de verwerving van onroerende goederen, de eigendom van onroerende goederen en/ of de inkomsten van onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst van 1964;
8. ondernemingswinst zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Overeenkomst van 1964 en de baten zoals bedoeld in artikel 7 van dezelfde Overeenkomst;
9. inlichtingen (aanslagbiljetten of berekeningsnota's) die betrekking hebben op de personenbelasting geheven door een Staat ten laste van de inwoners van de andere Staat.
B. Inzake belasting op de toegevoegde waarde :
teruggaven aan belastingplichtigen die voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd in de andere Staat
de teruggaven van belasting over de toegevoegde waarde, verkregen op grond van de toepassing van de Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 december 1979.
C. Inzake registratierechten, successie- en schenkingsrechten :
1. mutaties inzake onroerende goederen;
2. inlichtingen met betrekking tot de oprichting van vennootschappen of de kapitaalsverhogingen van vennootschappen van een Staat waaraan inwoners van de andere Staat deelnemen.
II. SPONTANE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
De intensivering van de spontane uitwisseling van inlichtingen heeft betrekking op :
A. Inzake belastingen naar het inkomen :
1. inlichtingen met betrekking tot de wijzigingen van woonplaats van een persoon van één van beide overeenkomstsluitende Staten naar de andere overeenkomstsluitende Staat;
2. inlichtingen (aanslagbiljetten of berekeningsnota's) die betrekking hebben op de belasting geheven door een Staat ten laste van natuurlijke personen zoals bedoeld in artikel 25, §§ 2 en 3 van de Overeenkomst van 1964, die inwoners zijn van die Staat en die in de andere Staat inkomsten verkrijgen die in die andere Staat belastbaar zijn.
B. Inzake belasting over de toegevoegde waarde :
1. overschrijding van de omzetdrempel bij verkopen op afstand en keuze van de plaats van levering bij verkopen op afstand
a) het overschrijden van de omzetdrempel inzake verkopen op afstand, zoals bedoeld in artikel 28ter, B, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG;
b) de opties inzake verkopen op afstand als bedoeld in artikel 28ter, B, lid 3, van de Richtlijn 77/388/EEG;
2. diensten met een vermoedelijk onregelmatig of fictief karakter
a) het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 6, van de Richtlijn 77/388/EEG, in de gevallen waarin er in de Staat die de inlichtingen verstrekt een vermoeden bestaat dat de handelingen in de andere Staat niet zijn aangegeven, een fictief karakter hebben, niet aan de werkelijke afnemer zijn gefactureerd of andere onregelmatigheden vertonen;
b) de diensten die, op het eerste gezicht, geen onregelmatig karakter hebben, maar die een bepaalde omvang vertonen (bijvoorbeeld meer dan 2.500 EUR) en die geacht worden plaats te vinden in de andere Staat en waarvoor de schuldenaar van de BTW de afnemer van de dienst is. Deze handelingen werden bijgevolg vrij van BTW gefactureerd door de dienstverrichter in de inlichtingenverstrekkende Staat;
c) de intracommunautaire leveringen met vrijstelling wanneer er in de inlichtingenverstrekkende Staat een vermoeden bestaat dat deze leveringen een fictief karakter vertonen (gevallen van carrouselfraude);
3. intracommunautaire leveringen zonder vrijstelling
intracommunautaire leveringen van goederen zonder toepassing van de vrijstelling van de BTW als bedoeld in artikel 28quater, A, van de Richtlijn 77/388/EEG aan een in de andere Staat gevestigde belastingplichtige;
4. diplomatieke en consulaire betrekkingen e.d.
de toepassing van de vrijstelling van BTW op grond van artikel 15, lid 10, van de Richtlijn 77/388/EEG;
5. intracommunautaire verwervingen
a) de gevallen waarbij gegevens die zijn meegedeeld op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1992, beduidend afwijken van het bedrag van de aangegeven intracommunautaire verwervingen;
b) de gevallen waarbij er in de inlichtingenverstrekkende Staat een vermoeden bestaat dat de intracommunautaire verwervingen een fictief karakter vertonen (gevallen van carrouselfraude);
6. belastingplichtigen die onmiddellijk of op ongewone wijze omvangrijke intracommunautaire leveringen verrichten met als bestemming de andere Staat;
7. BTW-identificatienummers
de individuele BTW-identificatienummers die zijn toegekend aan belastingplichtigen die niet in de inlichtingenverstrekkende Staat gevestigd zijn;
8. intracommunautaire leveringen van landvoertuigen
de op grond van artikel 28quater, A, van de Richtlijn 77/388/EEG van de BTW vrijgestelde intracommunautaire leveringen van landvoertuigen door andere dan de onder punt 12 genoemde incidentele belastingplichtigen die in de Staat van vertrek tijdelijk worden ingeschreven in het wegverkeer met het oog op hun overbrenging naar de Staat van aankomst;
9. leveringen van accijnsproducten
a) regeling voor de verkopen op afstand : leveringen aan particulieren van accijnsproducten waarvoor het vervoer van de Staat van vertrek of verzending naar de Staat van aankomst wordt verricht door of voor rekening van de leverancier;
b) vrijgestelde intracommunautaire leveringen aan operatoren die er niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan accijnsproducten, - aan de belasting te onderwerpen (belastingplichtigen die vrijgestelde handelingen verrichten, belastingplichtigen onderworpen aan de franchiseregeling, landbouwondernemers onderworpen aan de forfaitaire regeling - z. respectievelijk de artikelen 13, 24 en 25 van de Richtlijn 77/388/EEG - en de niet-belastingplichtige rechtspersonen die niet over een geldig BTW-identificatienummer beschikken voor hun intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan accijnsproducten). De spontane uitwisseling zal betrekking hebben op elke betwisting van intracommunautaire leveringen van accijnsproducten zoals hiervoor beschreven die een bepaalde omvang overschrijden;
10. bedrijfsdomiciliëringen
inlichtingen met betrekking tot bedrijven gevestigd in domiciliëringscentra;
11. leveringen van nieuwe vaartuigen en luchtvaartuigen
de intracommunautaire leveringen, door andere dan onder 12 hierna genoemde incidentele belastingplichtigen, van nieuwe schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 28bis, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 aan niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerde personen;
12. leveringen van nieuwe vervoermiddelen door incidentele belastingplichtigen
de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 28bis, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG door incidentele belastingplichtigen als bedoeld in artikel 28bis, lid 4, van de Richtlijn 77/388/EEG, waarvoor zij een recht op aftrek van BTW uitoefenen.
C. Inzake registratierechten, successie- en schenkingsrechten :
1. inlichtingen met betrekking tot schenkingen van roerende waarden hoger dan 25.000 EUR ten gunste van een onderdaan van de andere Staat ;
2. inlichtingen met betrekking tot roerende waarden hoger dan 25.000 EUR verkregen door nalatenschap door een erfgenaam-legataris die onderdaan is van de andere Staat.
D. Inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen :
betreffende de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten, de inlichtingen met betrekking tot de verzekeringscontracten waarvoor het risico zich in de andere Staat bevindt en de identificatie van de verzekerde en de verzekeraar.
III. UITWISSELING VAN INLICHTINGEN OP VERZOEK EN SPONTANE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN DIE HIERBOVEN NIET WORDEN OPGESOMD
De bevoegde autoriteiten van beide Staten zullen eveneens toezien op de intensivering van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek alsook de spontane uitwisseling van inlichtingen, die niet specifiek worden opgesomd in punt II hiervoor, en die voor de andere Staat van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belastingen.
IV. GELIJKTIJDIGE BELASTINGCONTROLES
A. Definitie
Voor de toepassing van deze Regeling wordt onder gelijktijdige belastingcontrole verstaan, een controle ondernomen krachtens een regeling waarbij de twee deelnemende Staten overeenkomen om gelijktijdig en op onafhankelijke wijze, elk op zijn grondgebied, een controle uit te voeren naar de belastingtoestand van één of meerdere belastingplichtige(n) die een gemeenschappelijk of aanvullend belang vertegenwoordigt (vertegenwoordigen), met als doel de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen.
B. Doelstellingen
De doelstellingen van de gelijktijdige belastingcontroles zijn inzonderheid :
1. het juiste bedrag van de door een belastingplichtige verschuldigde belasting te bepalen in de gevallen waarin :
a) de lasten verdeeld of toegerekend zijn en de winst omgedeeld is tussen belastingplichtigen, die inwoner zijn van verschillende landen, of meer algemeen, wanneer in een belastingdossier problemen opduiken inzake verrekenprijzen ;
b) duidelijke technieken van belastingontwijking en -ontduiking of regelingen die verrichtingen inhouden waarvan de wezenlijke inhoud verschillend is van de door belastingplichtige(n) voorgestelde juridische vorm, gecontroleerde financieringsverrichtingen, prijsmanipulaties, kostenverdelingen of fiscale schuilplaatsen worden vastgesteld;
c) niet aangegeven inkomsten, fiscale aspecten inzake het witwassen van geld en corruptiepraktijken, betalingen van verborgen commissielonen of van andere onwettige betalingen, enz. worden vastgesteld;
d) verrichtingen met belastingparadijzen of technieken inzake belastingontwijking en -ontduiking met behulp van belastingparadijzen, worden aangetoond;
e) de principes van de verleggingsregeling door de koper of de ontvanger inzake BTW toepassing vinden.
2. het vergemakkelijken van het uitwisselen van inlichtingen betreffende :
a) de handelspraktijken van multinationale ondernemingen, de ingewikkelde transacties, de problemen van belastingcontrole en de trend tot het niet respecteren van de belastingverplichtingen die inzonderheid kunnen eigen zijn aan een industrie of een groep van industrieën;
b) akkoorden inzake kostenverdeling;
c) de herverdelingsmethoden van winst in specifieke gevallen zoals de wisselverrichtingen op wereldschaal en de nieuwe financiële instrumenten.
Een gelijktijdige belastingcontrole vervangt op geen enkele wijze de procedure van onderling overleg voorzien in artikel 24 van de Overeenkomst van 1964.
C. Selectie van de dossiers en controleprocedure
De bevoegde autoriteiten van beide Staten bepalen in onderling overleg de criteria en de selectieprocedures van de dossiers die in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle, alsmede de bij zo'n controle te volgen procedure.
D. Personeel
De controles zullen door ambtenaren van de Belastingadministratie van elke Staat afzonderlijk worden uitgevoerd in het kader van de nationale wetten en praktijken door de bepalingen toe te passen die van kracht zijn aangaande het uitwisselen van inlichtingen.
Er zal geen uitwisseling van personeel zijn, maar de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van een Staat zou gerechtvaardigd kunnen zijn (indien dit door de wet is toegestaan) om een efficiëntere controle mogelijk te maken.
V. AANWEZIGHEID VAN BELASTINGAMBTENAREN VAN DE ENE STAAT OP HET GRONDGEBIED VAN DE ANDERE STAAT
Onder voorbehoud van de wettelijke en administratieve bepalingen van beide Staten, kunnen ambtenaren van een belastingadministratie van de ene Staat aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Staat om er inlichtingen in te zamelen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de belasting naar het inkomen en het vermogen, de belasting over de toegevoegde waarde, de registratierechten, de successie- en schenkingsrechten en de accijnzen van één van beide of van beide Staten. De bevoegde autoriteiten van beide Staten bepalen in onderling overleg de te volgen voorwaarden en procedures in het kader van zo'n verplaatsing van ambtenaren.
VI. GRENSOVERSCHRIJDEND DISPOSITIEF VOOR RECHTSTREEKSE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
De bevoegde autoriteiten komen overeen een grensoverschrijdend dispositief in te voeren voor rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen tussen de plaatselijke ambtenaren van de beide Staten.
De uitwisseling van inlichtingen gebeurt door correspondenten die als bevoegde autoriteiten zijn aangewezen door een wisseling van brieven tussen de beide Staten.
Het dispositief zal betrekking hebben op alle belastingen die in deze regeling worden bedoeld en zal worden ingevoerd in de volgende domeinen:
A. samenwerking tussen plaatselijke diensten die nabij de grenzen gelegen zijn;
B. onderzoek en controle inzake internationale fiscale fraude;
C. gelijktijdige bilaterale of multilaterale belastingcontroles.
De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen dit dispositief naar andere gebieden en andere diensten uit te breiden.
VII. DIVERSE BEPALINGEN
A. De bevoegde autoriteiten komen overeen dat de wederkerigheid een fundamenteel aspect is van de wederzijdse bijstand en verbinden zich ertoe om een sfeer van samenwerking te behouden bij het uitwisselen van de inlichtingen die het voorwerp zijn van de bepalingen van de Overeenkomst van 1964 of van de Richtlijn, teneinde te verzekeren dat de toepassing ervan conform is met het wederkerigheidsprincipe.
B. Inzake de geheimhouding van de inlichtingen waarover een Staat kennis heeft door toepassing van deze regeling en de beperkingen bij de uitwisseling van inlichtingen, zijn de bepalingen van de artikelen 7 en 8 van de Richtlijn, van artikel 20 van de Overeenkomst van 1964, van artikel 14 van de Overeenkomst van 1959 en van de artikelen 21 en 22 van het Multilateraal Verdrag inzake bijstand, van toepassing.
C. De inlichtingen als bedoeld in punt I zullen zoveel mogelijk geautomatiseerd en op digitale wijze worden verstrekt en voor de inlichtingen als bedoeld in punt I, A. zal het door de OESO uitgewerkte genormaliseerd model worden gevolgd. Deze inlichtingen bevatten, in de mate van het mogelijke, de Fiscale Identificatienummers (FIN) van de belastingplichtigen niet-inwoners die hen door hun woonplaatsstaat zijn toegekend.
D. De inlichtingen als bedoeld in punt I met betrekking tot een bepaald kalenderjaar of tijdvak zullen zo spoedig mogelijk na de beëindiging van dat jaar of tijdvak worden toegestuurd.
E. Indien mocht blijken dat de gegevens die in het kader van de automatische of de spontane uitwisseling van inlichtingen of de uitwisseling van inlichtingen op verzoek door een Staat zijn verstrekt, onjuist of onvolledig zijn, zijn de bevoegde autoriteiten van die Staat verplicht hierover zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten van de andere Staat. Er zou in een terugzending van de inlichtingen moeten worden voorzien telkens wanneer dat van nut is voor de Staat die de inlichtingen heeft doorgegeven.
F. De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van de instanties waaraan de inlichtingen moeten worden toegestuurd.
G. Deze regeling zal in werking treden op 1 september 2002. Zij zal voor de eerste maal van toepassing zijn op de uitwisseling van inlichtingen die betrekking hebben op het jaar 2002.
H. Vanaf de datum waarop deze Regeling voor de eerste maal van toepassing is, zullen de bepalingen van de administratieve akkoorden van 1971 met betrekking tot de automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende grensarbeiders en van 1979 (in werking getreden op 1/1/1980) inzake de uitwisseling van inlichtingen, ophouden van toepassing te zijn.
I. Deze regeling kan op ieder ogenblik, in onderling overleg, door de bevoegde autoriteiten worden gewijzigd.
J. Deze regeling zal worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en in het "Bulletin officiel des impôts de France".
Opgemaakt in tweevoud te Parijs op 10 juli 2002.
| Aan Belgische zijde : | Aan Franse zijde : |
| Voor de Minister van Financiën : | Voor de Minister van Economische Zaken, van Financiën en van Industrie: |
| De Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen, | De Directeur van de Belastingwetgeving, Adjunct-directeur-generaal van de belastingen, |
| J. - M. DELPORTE | H. LE FLOC'H-LOUBOUTIN |
Bron: FisconetPlus
