Aanschrijving nr. 109 dd. 31.12.1970

AANSCHRIJVING 70/109

Aanschrijving nr. 109 dd. 31.12.1970


Schippers.

De schippers die, zelfstandig, vervoer te water verrichten zijn belastingplichtigen. Wegens de aard zelf van hun werkzaamheid hebben de meesten onder hen echter hier te lande geen vaste inrichting en vertoeven zij vaak voor kortere of langere tijdvakken niet in hun wettelijke woonplaats.

In die omstandigheden ontslaat de Administratie voor het jaar 1971 en bij wijze van proef (proefperiode werd eerst verlengd voor het jaar 1972 en nadien voor onbepaalde duur), de schippers die niet meer dan vijf boten exploiteren, van de verplichting de BTW die op het door hen verrichte vervoer verschuldigd is, te voldoen. Die voldoening wordt volgens de hierna bepaalde modaliteiten toevertrouwd aan degene voor wie het vervoer is verricht of geacht wordt te zijn verricht.

1° Uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin een belastbaar feit zich heeft voorgedaan, reikt degene voor wie het vervoer is verricht of geacht wordt te zijn verricht, aan de schipper een stuk uit, waarin de handeling wordt vastgesteld. In dat stuk wordt geen melding gemaakt van het tarief, noch van het bedrag van de verschuldigde BTW, maar het draagt de vermelding : "BTW te voldoen door de klant van de schipper. Aanschrijving nr. 109, van 31 december 1970."

De schipper bewaart die stukken volgens een ononderbroken reeks nummers die hij er naarmate van de ontvangst aan toekent.

Van zijn kant bewaart de opsteller van die stukken er een dubbel van dat hij, indien hij een belastingplichtige is, inschrijft in zijn boek voor inkomende facturen.

2° Indien de klant van de schipper een belastingplichtige is die gehouden is periodieke BTW-aangiften in te dienen, neemt hij de verschuldigde belasting op in zijn aangifte (rooster 56) met betrekking tot het tijdvak waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan.

Die belasting mag volgens de gewone regelen in dezelfde aangifte in aftrek worden gebracht (rooster 59).

3° Indien de klant van de schipper niet een belastingplichtige is die gehouden is periodieke BTW-aangiften in te dienen, voldoet hij de belasting binnen de eerste vijftien dagen van de maand na die waarin de belasting verschuldigd is geworden, door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van gesplitste fiscale zegels, het bovendeel op het stuk dat aan de schipper wordt uitgereikt en het benedendeel op het exemplaar dat de afnemer bewaart.

4° Aan de schipper die niet meer dan vijf boten exploiteert en wiens hele werkzaamheid als belastingplichtige bestaat in het verrichten van vervoer te water, wordt vergunning verleend geen periodieke BTW-aangiften in te dienen.

Indien hij van deze vergunning gebruik maakt door geen aangiften in te dienen, wordt hij geacht voor het hele lopende jaar af te zien van de uitoefening van het recht op aftrek van de BTW die geheven werd van de goederen die hij ontvangen of ingevoerd heeft en van de diensten die hem werden verstrekt.

Indien de schipper echter wel periodieke BTW-aangiften indient, moet het bedrag van de handelingen waarvoor de BTW wordt voldaan op de wijze vermeld in nrs. 2 of 3, niet in zijn aangiften worden opgenomen. Die handelingen zijn echter voor de toepassing van de aftrekregeling, aan de belasting onderworpen handelingen (z. Wetboek, art. 45, § 1, 1°, en koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969).

Deze aanschrijving ontslaat de schippers niet van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 53, § 1, 1° en artikel 53quinquies, van het Wetboek (aangifte bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheid; jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen).

Bovengenoemde vereenvoudigde regeling is eveneens toepasselijk op de exploitanten van sleepboten. Ze is daarentegen niet van toepassing op de zelfstandige rivierloodsen.