Circulaire nr. Ci.RH.233/555.647 (AOIF 24/2004) van 12.05.2004

CIRC 12.05.04/1
ROEREND INKOMEN
Vastrentend effect

ROERENDE VOORHEFFING
Inning van de RV
Vastrentend effect

VASTRENTEND EFFECT
Belastingstelsel van de vastrentende effecten
De inkomsten uit verzekeringscontracten met betrekking tot kapitalisatieverrichtingen zoals bedoeld in tak 26 van bijlage 1 van het KB van 22.2.1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, worden onder de interesten van vastrentende effecten zoals bedoeld in de art. 2 § 4 en 19, § 1, 1° en § 2, WIB 92 gerangschikt.
Onderstaande vertaling van brief wordt aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C, tot kennisgeving en naricht toegezonden.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
Brussel, 17 september 2003
Uw brief van 11.2.2003
Geachte mevrouw,
Uw als referte vermelde brief heeft betrekking op het regime dat van toepassing is op inkomsten die voortkomen uit kapitalisatieverrichtingen zoals bedoeld in tak 26 van bijlage 1 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.
Ik heb de eer u te bevestigen dat, overeenkomstig artikel 2, § 4, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), de contracten met betrekking tot dergelijke verrichtingen onder de vastrentende effecten worden gerangschikt en bijgevolg in artikel 19, § 1, 1° en § 2, WIB 92 worden beoogd.
Uit de algemene structuur van het WIB 92 vloeit voort dat artikel 40 van dit wetboek niet van toepassing is op in principe belastbare roerende inkomsten. Dat artikel is immers opgenomen onder Titel II, hoofdstuk II, afdeling IV (Beroepsinkomsten), Onderafdeling II, B, die een vrijstelling voorziet voor bepaalde kapitalen, pensioenen, renten, spaartegoeden en afkoopwaarden zoals bedoeld in de artikelen 23, § 1, 5° en 34, WIB 92.
Daarenboven en in de huidige stand van de fiscale wetgeving brengen de contracten van de tak 26 een categorie van interesten voort waarvoor overeenkomstig artikel 266, WIB 92 en de erop betrekking hebbende bepalingen van het koninklijk besluit tot uitvoering van dat wetboek in geen geval van de inning van de roerende voorheffing kan worden afgezien.
Met de meeste hoogachting,
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Eerste Attaché van financiën,
(w.g.) D. DELVAUX