Circulaire nr. Ci.RH.331/559.565 (AOIF 31/2003) van 20.11.2003
CIRC 20.11.03/1
BEREKENING VAN DE PB
Belastingvrije som
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Alleenstaande belastingplichtige met kind
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
Belastingvrije som
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Alleenstaande belastingplichtige met kind
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
Commentaar op art. 25 B, W 10.8.2001: toeslag op de belastingvrije soms voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C.
I. INLEIDING
1. Een der krachtlijnen van de in 2001 doorgevoerde hervorming van de PB had tot doel beter rekening te houden met de kinderlast, ondermeer door de toekenning van een bijkomende vermindering aan alle belastingplichtigen die fiscaal als "alleenstaande" worden aangemerkt en kinderen ten laste hebben (Kamer, Zitting 2000-2001, Parl. Doc. 1207/1, Memorie van Toelichting, blz. 7).
Die doelstelling is verwezenlijkt door de wijziging van art. 133, §1, 1°, WIB 92 door art. 25 B, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting (V 2971, Bull. 821).
II. WETTEKST
2.
Art. 133, § 1, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 25 B, W 10.8.2001 (1) en van toepassing voor de aj. 2003 en 2004
§1. De belastingvrije som wordt bovendien nog met de volgende toeslagen verhoogd :
1° 870 EUR voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft;
....
III. ALGEMEEN
3. Art. 25B, W 10.8.2001, heeft art. 133, §1, 1°, WIB 92 gewijzigd in die zin dat de toeslag of de belastingvrije som van 870 EUR (te indexeren bedrag) die tot en met aj. 2002 is verleend aan een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe met kinderen ten laste alsook aan een ongehuwde vader of moeder met kinderen ten laste voortaan wordt toegekend aan elke belastingplichtige die fiscaal als "alleenstaande" wordt aangemerkt en die één of meer kinderen ten laste heeft.
IV. HISTORISCH OVERZICHT
4. Sinds aj. 1990 wordt bij de berekening van de belasting
een belastingvrije som (basisbedrag) verleend (art. 131 WIB 92) die nog wordt verhoogd met bepaalde
toeslagen die rekening houden met de gezinstoestand en de hoedanigheid van de belastingplichtige (art. 132 en 133 WIB 92). Het totaal van het basisbedrag en de toeslagen vormt de belastingvrije som, d.w.z. het gedeelte van het gezamenlijk belastbaar inkomen van de belastingplichtige waarop hij geen belasting moet betalen.
5. Terzake wordt voor de aj. 1990 tot 2002 een toeslag op de belastingvrije som verleend voor :
- kinderen (2) ten laste (art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92);
- kinderen (2) ten laste die jonger zijn dan 3 jaar en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas zijn afgetrokken (art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92);
- andere personen ten laste (art. 132, eerste lid, 7°, WIB 92);
- een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe alsook een ongehuwde vader of moeder die één of meer kinderen ten laste heeft (art. 133, § 1, 1°, WIB 92);
- elke zwaar gehandicapte belastingplichtige (art. 133, § 1, 2°, WIB 92);
- elke zwaar gehandicapte andere persoon ten laste (art. 133, §1, 3°, WIB 92);
- een gehuwde belastingplichtige, voor het jaar van zijn huwelijk, indien de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft gehad die meer dan 1.800 EUR (3) (te indexeren bedrag) netto bedragen (art. 133, § 1, 4°, WIB 92).
[(1) Art. 25 B, W 10.8.2001 is gewijzigd door art. 2, 1°, W 21.6.2002 tot wijziging van artikel 25 van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting en van de artikelen 136, 140, 141 en 178, § 3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (V 3063, Bull. 829). De tekst van art. 133, § 1, 1°, WIB 92 is evenwel onveranderd gebleven.
(2) Zwaar gehandicapte kinderen worden voor twee gerekend.
(3) Bedrag van toepassing vanaf aj. 2003. Tot en met aj. 2002 was de toeslag gelijk aan 1.500 EUR.]
6. Een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe met één of meer kinderen ten laste, alsmede een ongehuwde vader of moeder met één of meer kinderen ten laste, had tot en met aj. 2002 recht op een toeslag op de belastingvrije som van 870 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2002: 1.140 EUR). Er wordt verwezen naar de nrs. 131/26 tot 33 Com.IB 92 voor meer bijzonderheden terzake.
7. Met ingang van aj. 2003 wordt de in art. 133, § 1, 1°, WIB 92, vermelde toeslag op de belastingvrije som die voorheen werd verleend aan niet-hertrouwde weduwnaars en weduwen met kinderen ten laste of aan ongehuwde ouders met kinderen ten laste
uitgebreid tot alle belastingplichtigen die fiscaal als "alleenstaanden" worden beschouwd en die kinderen ten laste hebben. Dit betekent dat de toeslag thans eveneens geldt voor de
echtgescheiden of
feitelijk gescheiden ouders met kinderen (ten laste) (Kamer, Zitting 2000-2001, Parl. Doc. 1270/1, Memorie van Toelichting, blz. 21-22).
8. De nieuwe wettelijke bepaling stelt aldus een einde aan alle interpretatieproblemen en discussies omtrent het begrip "ongehuwde vader of moeder", inzonderheid wat betreft de hoedanigheid van een belastingplichtige die uit de echt gescheiding is of feitelijk gescheiden leeft en van wie de (ex-)echtgenoot later komt te
overlijden, alsmede aan de verschillende behandeling van uit de echt gescheiden belastingplichtigen, naargelang een kind ten laste
vóór of na de echtscheiding verwekt werd.
V. BEDOELDE BELASTINGPLICHTIGEN
A.
Algemeen
9. De toeslag op de belastingvrije som waarvan sprake in art. 133, §1, 1°, WIB 92, wordt verleend aan een belastingplichtige die
alleen wordt belast, op voorwaarde dat hij één of meer
kinderen ten laste heeft op 1 januari van het aanslagjaar.
Die toeslag wordt bovenop de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste (art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92) verleend.
B.
Belastingplichtige die alleen wordt belast
10. Door "belastingplichtige die alleen wordt belast" moet worden verstaan een belastingplichtige die fiscaal als "alleenstaande" wordt beschouwd en voor wie dus een individuele aanslag wordt gevestigd (Kamer, Zitting 2000-2001, Parl. Doc. 1270/1, Memorie van Toelichting, blz. 22).
11. Als "belastingplichtigen die alleen worden belast" (1) worden beschouwd:
- ongehuwde personen, met inbegrip van diegenen die een feitelijk gezin vormen;
- gehuwde personen in het jaar van hun huwelijk;
- gehuwde personen in het jaar van de ontbinding van hun huwelijk door het overlijden van één van hen, behoudens indien overeenkomstig art. 126, § 3, WIB 92 (zoals vervangen door art. 19 A, W10.8.2001 en van toepassing met ingang van aj. 2002) gekozen wordt voor de vestiging van een gemeenschappelijke aanslag;
- uit de echt gescheiden personen vanaf het jaar van de echtscheiding;
- van tafel en bed gescheiden personen voor het jaar van de scheiding van tafel en bed, en voor de volgende jaren zolang er geen "verzoening" is ingetreden tussen de echtgenoten;
- weduwen en weduwnaars (vanaf het jaar van overlijden van hun echtgenoot - zie evenwel derde gedachtestreepje);
- feitelijk gescheiden personen vanaf het jaar NA dat van de feitelijke scheiding (voor zover die scheiding in het belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt);
- gehuwde personen wanneer één van de echtgenoten beroepsinkomsten heeft van meer dan 6.700 EUR (geïndexeerd bedrag voor aj. 2003 : 7.900 EUR) die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op de andere inkomsten (ambtenaren, andere personeelsleden en gepensioneerden van een internationale organisatie en hun echtgenoot);
- personen die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd overeenkomstig art. 1476 BW (tot en met aj. 2004).
[(1) Het begrip "belastingplichtige die alleen wordt belast" heeft dezelfde betekening als het begrip "alleenstaande" belastingplichtige als bedoeld in art. 131, 1°, WIB 92. De als "alleenstaanden aan te merken belastingplichtigen" zijn opgesomd in nr. 131/3 Com.IB 92.]
C.
Kinderen ten laste
12. Om recht te hebben op de toeslag op de belastingvrije som waarvan sprake in art. 133, §1, 1°, WIB 92, is vereist dat de alleenstaande belastingplichtige één of meer
kinderen ten laste heeft op 1 januari van het aanslagjaar.
13. Onder kinderen moet worden verstaan de afstammelingen (d.w.z. kinderen of geadopteerde kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen) van de belastingplichtige, alsmede de kinderen die hij volledig of hoofdzakelijk ten laste heeft (b.v. kinderen van wie de ouders uit het ouderlijk gezag zijn ontzet, andere kinderen dan eigen kinderen, zelfs indien zij niet ouderloos zijn).
14. Om als ten laste van de belastingplichtige te worden aangemerkt, moeten die kinderen voldoen aan de terzake in de art. 136 en 145 WIB 92 bepaalde voorwaarden (zie nrs. 136/5 tot 38 Com.IB 92).
D.
Samenwonende niet-gehuwde ouders
15. Gemeenschappelijke kinderen van twee samenwonende niet-gehuwde personen (feitelijk gezin) worden beschouwd als ten laste van de belastingplichtige die in feite aan het hoofd van het gezin staat (zie nr. 136/54.1 Com.IB 92 en circ. nr. Ci.RH.331/517.844 van 20.11.2002 - Bull. 832, blz. 3.555).
16. De toeslag op de belastingvrije som van 870 EUR (te indexeren bedrag) voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft, kan in het beschouwde geval derhalve slechts aan één enkele belastingplichtige worden verleend, met name aan de ouder die de (gemeenschappelijke) kinderen fiscaal ten laste heeft (zie nrs. 136/5 tot 38 Com.IB 92, inzake de voorwaarden om als ten laste te worden beschouwd), m.a.w. de ouder die in feite aan het hoofd van het gezin staat (1).
[(1) Die regel is eveneens van toepassing voor:
- het jaar van huwelijk;
- het jaar van overlijden van één der echtgenoten wanneer twee afzonderlijke aanslagen worden gevestigd;
- echtgenoten die overeenkomstig de bepalingen van art. 128, eerste lid, 4°, WIB 92, als alleenstaanden worden belast (ambtenaren, andere personeelsleden en gepensioneerden van een internationale organisatie en hun echtgenoot).]
VI. BEDRAG VAN DE TOESLAG
17. De in art. 133, § 1, 1°, WIB 92, vermelde toeslag op de belastingvrije som die wordt verleend aan een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft is gelijk aan 870 EUR. Dit bedrag wordt overeenkomstig art. 178, § 2, WIB 92 geïndexeerd en bedraagt:
- 1.160 EUR voor aj. 2003;
- 1.180 EUR voor aj. 2004.
VII. VOORBEELD (AJ. 2003)
18. Een sinds 2000 uit de echt gescheiden en niet-hertrouwde vrouw heeft 3 kinderen ten laste. Haar gezamenlijk belastbaar inkomen bedraagt 19.500 EUR.
Belastingvrije som :
| - basisbedrag : | 5.480 EUR |
| - toeslagen : | |
| * voor 3 kinderen ten laste: | 6.720 EUR |
|
* voor belastingplichtige die alleen
wordt belast met kinderlast :
| 1.160 EUR |
| - totaal : | 13.360 EUR |
VIII. INWERKINGTREDING
19. Overeenkomstig art. 65, derde lid, W10.8.2001, treedt art. 25 B van diezelfde wet in werking met ingang van aj. 2003.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT
Bron: FisconetPlus
