Circulaire nr. 2/2009 (AFZ nr. 1/2009) d.d. 18.02.2009)

Wl.W.Reg. - Vrijstelling - Wl.W.Succ. - Vrijstelling

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4e dienst - 3e directie

Dossier nr. 402

PATRIMONIUMDOCUMENTATIE

Kadaster, Registratie en Domeinen

E.E ./L. 183

Bijlage : -

Waals Boswetboek

Waalse Successierechten - Vrijstelling

Waalse Registratierechten op schenkingen - Vrijstelling

Verkorte Nederlandstalige versie

In het Belgisch Staatsblad van 12 september 2008 werd het Waals decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek bekendgemaakt.

Artikel 116 van dat decreet voegt in het (Waals) Wetboek der successierechten (W. Succ. W.) een als volgt luidend artikel 55ter in :

Artikel 55ter

Vrijgesteld van de successierechten en van de rechten van overgang bij overlijden wordt :

de waarde van de bomen op stam in de bossen en wouden in de zin van artikel 2, leden 1 en 2, van het Boswetboek en waarvoor de successierechten en de rechten van overgang bij overlijden geacht worden gevestigd te zijn in het Waalse Gewest ;

de waarde van aandelen en deelbewijzen van een bosgroepering in de zin van de wet van 6 mei 1999 ter bevordering van de oprichting van burgerlijke bosgroeperingsvennootschappen, daar ze voorkomt uit bomen op stam in de bossen en wouden, in de zin van artikel 2, leden 1 en 2, van het Boswetboek en waarvoor de successierechten en de rechten van overgang bij overlijden geacht worden gevestigd te zijn in het Waalse Gewest.

Artikel 117 van hetzelfde decreet voegt in het (Waals) Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten (W. Reg. W.) een als volgt luidend artikel 131quater in:

Artikel 131quater

In afwijking van artikel 131 wordt een vrijstelling van het schenkingsrecht verleend voor :

de waarde van de bomen op stam in de bossen en wouden in de zin van artikel 2, leden 1 en 2, van het Boswetboek waarvoor de schenkingsrechten geacht worden gevestigd te zijn in het Waalse Gewest;

de waarde van aandelen en deelbewijzen van een bosgroepering in de zin van de wet van 6 mei 1999 ter bevordering van de oprichting van burgerlijke bosgroeperingsvennootschappen, daar ze voorkomt uit bomen op stam in de bossen en wouden, in de zin van artikel 2, eerste en tweede lid, van het Boswetboek en waarvoor de schenkingsrechten geacht worden gevestigd te zijn in het Waalse Gewest.

in artikel 129 van het decreet wordt de datum van inwerkingtreding van de hiervoor vermelde artikelen 116 en 117 van het decreet bepaald. Ze zijn in werking getreden op de dag van de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad, met andere woorden op 12 september 2008. Z. infra punt 4.

In de oorspronkelijke, in het Frans gestelde, circulaire worden de draagwijdte van de vrijstellingen (punt 1), de in de akte, het geschrift of de verklaring op te nemen vermeldingen (punt 2), het vraagstuk van de progressiviteit van het tarief en van de aanrekening van het passief in geval van successierechten (punt 3) en de inwerkingtreding (punt 4) van commentaar voorzien.

In de Nederlandse versie van deze circulaire wordt de commentaar die uitsluitend betrekking heeft op de Waalse successierechten niet hernomen, omdat in geen geval een registratiekantoor uit een van de anderen Gewesten voor de heffing van de Waalse successierechten - in tegenstelling tot wat het geval is voor de heffing van de Waalse registratierechten - kan moeten instaan.

Vermits de teksten van de nieuwe artikelen reeds hiervoor integraal werden weergegeven, worden ze niet meer in bijlage hernomen.

1. Draagwijdte van de vrijstellingen

In het kader van de successierechten (recht van successie en recht van overgang bij overlijden) en in dat van de registratierechten op schenkingen, zijn telkens twee vrijstellingen voorzien.

1°) een vrijstelling van de waarde van de bomen op stam in de bossen en wouden in de zin van artikel 2, leden 1 en 2, van het (Waalse) Boswetboek;

2°) een vrijstelling van de waarde van aandelen en deelbewijzen van een bosgroepering in de zin van de wet van 6 mei 1999 ter bevordering van de oprichting van burgerlijke bosgroeperingsvennootschappen, daar (1) ze voorkomt uit bomen op stam in de bossen en wouden, in de zin van artikel 2, eerste en tweede lid, van het Boswetboek.

In beide gevallen wordt verwezen naar artikel 2 van het (Waalse) Boswetboek, dat als volgt luidt:

----------

[(1) lees: "in de mate" (de opmerking geldt ook in het kader van de teksten van de nieuwe bepalingen in het W. Succ. W. en het W. Reg. W. zoals in het inleidend gedeelte van de circulaire weergegeven (teksten overeenkomstig de officieuze vertaling van het decreet in het B.S.).]

----------

Art. 2. Dit Wetboek is van toepassing op de bossen en de wouden.

Daarmee gelijkgesteld worden :

de gronden die bij de bossen en de wouden behoren, zoals de ruimtes met natuurlijke habitats, de houtopslagen, de open voederplaatsen, de moerassen, de vijvers, de brandwegen;

de zaadgaarden voor het langs geslachtelijke weg verkregen teeltmateriaal, evenals de moederplanten, de verzamelingen moederplanten en de uitgangsexplantaten voor het vegetatief teeltmateriaal.

Dit Wetboek is niet van toepassing op :

de bossen en de wouden die de Staat beheert voor militaire of penitentiaire doeleinden;

de bossen en de wouden die op het gewestplan opgenomen zijn als deel van een parkgebied, woongebied of woongebied met een landelijk karakter;

de lijnbeplantingen en de houtkanten bestaande uit bomen of struiken die, berekend vanaf het middelpunt van de voet ervan, maximaal tien meter breed zijn, langs:

a) de andere landwegen dan de paden en wegen;

b) de waterwegen;

c) de landbouwgronden.

De ratio legis van het hiervoor vermelde Boswetboek bestaat in hoofdorde uit het bevorderen van de duurzame ontwikkeling van bossen en wouden op het grondgebied van het Waalse Gewest.

Dat Wetboek vindt enkel toepassing op de bedoelde bossen en wouden. Hetzelfde geldt voor de hiervoor vermelde vrijstellingen.

Aldus zijn de voormelde vrijstellingsbepalingen onder meer niet van toepassing op de bomen op stam in bossen en wouden gelegen in een parkgebied, een woongebied of een woongebied met landelijk karakter, net zo min als het Boswetboek er op van toepassing is (zie artikel 2, derde lid van het Boswetboek).

Tenslotte kan niet genoeg benadrukt worden dat de vrijstellingen niet slaan op de bossen en wouden, als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid van het Boswetboek op zich, maar enkel op de waarde van de bomen op stam in die bossen en wouden of op de waarde van aandelen en deelbewijzen van een bosgroepering in de zin van de wet van 6 mei 1999 ter bevordering van de oprichting van burgerlijke bosgroeperingsvennootschappen, in de mate dat die waarde voorkomt uit de bomen op stam in die bossen en wouden.

Bijzonder geval van de vervroegde roerendmaking van de bomen

Burgerlijk recht

"Wanneer alvorens van de grond afgescheiden te zijn, (de bomen) het onderwerp uitmaken van een overeenkomst waarbij ze reeds als van de grond afgescheiden worden beschouwd, meer bepaald van een overeenkomst waarvan de uitvoering veronderstelt dat ze op korte termijn van de grond zullen worden afgescheiden, wordt die overeenkomst beschouwd als hebbende betrekking op roerende goederen. (…). Opdat in de overeenkomst een verkoop van roerende goederen bij vervroegde roerendmaking zou kunnen worden gezien, is vereist dat de partijen als voorwerp van hun overeenkomst wel degelijk de gevelde bomen hadden." (2).

----------

[(2) Rép. not., Droits d'enregistrement T.V.A. applicables aux ventes d'immeubles, Larcier, Brussel, ed. 1994, blz. 71, nr. 24 - eigen vertaling.

Over het begrip roerende goederen door vervroegde roerendmaking, zie ook H. De Page, Traité élémentaire …, 1941, deel V, nrs. 723 e.v., die, na eerst verwezen te hebben naar een aantal wetteksten, terecht opmerkt dat "hoewel het Burgerlijk Wetboek het nergens expliciet in een wettekst heeft over roerende goederen door vervroegde roerendmaking, dergelijke goederen toch niet onbekend zijn in ons recht" en dat "het procedé dus wettig is" (nr. 725). Zie ook Cass. fr., 25 februari 1812, Cass., 31 maart 1834, Pas., 1834, I, blz. 234; Cass., 12 juni 1837, Pas. 1837, I, blz. 100 en Cass., 13 maart 1986 (die de uitdrukking opneemt in de cassatierechtspraak), Pas., 1986, I, blz. 886.]

----------

Terzake volgt het fiscaal recht het burgerlijk recht.

Registratierechten

Hier wordt het geval nader bekeken waarbij de schenking betrekking heeft ofwel op bomen die al vervroegd roerend zijn gemaakt ofwel op bomen waarvan de vervroegde roerendmaking geschiedt op het ogenblik van de schenking (voorbeelden: schenking met last de bomen, die al dermate volgroeid zijn dat zij kaprijp zijn, te vellen binnen de drie maanden na de schenking).

Partijen kunnen onmogelijk voorhouden dat de bomen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken tezelfdertijd "geveld" en "op stam" zijn; de vrijstelling is niet van toepassing. Artikel 131bis W. Reg. W. is dan van toepassing.

Successierechten

...

Herkwalificatie

Wanneer de rechtshandeling geherkwalificeerd wordt, m.a.w. wanneer de bomen achteraf toch als onroerende goederen worden beschouwd voor de heffing van de registratierechten, moet met die herkwalificatie ook rekening worden gehouden in het kader van de toepassing van de hiervoor vermelde bepalingen.

2. Vermeldingen in de akte, het geschrift of de aangifte van nalatenschap

2.a. Successierechten

2.b. Registratierechten

In geval van een schenking van goederen als bedoeld in artikel 131quater W. Reg. W. moet, om het voordeel van de bij die bepaling voorziene vrijstelling te kunnen genieten, in de ter registratie aangeboden akte of geschrift (in voorkomend geval: akten of geschriften) de toepassing van dat artikel uitdrukkelijk worden gevraagd. Dat wordt niet met zoveel woorden gesteld in de bepaling, maar volgt uit de toepassing van het algemeen beginsel inzake vrijstellingen dat men er zich moet op beroepen en moet aantonen dat men er recht op heeft.

Wanneer uit de akte of het geschrift evenwel blijkt dat op de schenking de vrijstelling zou kunnen van toepassing zijn, zal de ontvanger de aandacht van de aanbieder ter formaliteit van de registratie op die mogelijkheid vestigen en hem toelaten om vóór de registratie een pro fisco verklaring onderaan op de akte of het geschrift te stellen, zodat de vrijstelling kan worden toegepast. Indien de akte of de rechtshandeling wegens haar aard verplicht moet worden geregistreerd (3) en die verklaring niet wordt gedaan binnen de termijn voor de aanbieding ter registratie en bovendien de rechten niet binnen bedoelde termijn zijn betaald, zal de boete wegens laattijdige aanbieding ter registratie verschuldigd zijn.

Bij het ontbreken van zowel de uitdrukkelijke vraag om toepassing van de vrijstelling als de pro fisco verklaring waarin de belastbare waarde wordt opgegeven rekening gehouden met de gedeeltelijke vrijstelling van de waarde van de geschonken goederen, zal de administratie het gewoon tarief heffen over de in de akte vermelde waarde.

----------

[(3) Wat niet het geval is als de schenking betrekking heeft op aandelen of deelbewijzen bedoeld in artikel 131quater W. Reg. W. en ze indirect, bij onderhandse akte, of nog, bij in het buitenland verleden notariële akte wordt gedaan.]

----------

De aandacht wordt er nog op gevestigd dat het decreet niet de mogelijkheid van een teruggave voorziet wanneer de akte geregistreerd werd zonder toepassing van de vrijstelling bij gebrek aan uitdrukkelijk verzoek daartoe in of onderaan op de akte.

Wanneer het gaat om bomen op stam zal de pro fisco verklaring minstens de waarde van het terrein, exclusief de waarde van de bomen op stam, moeten opgeven (4).

----------

[(4) Over de methodes tot waardebepaling van bossen met de bomen op stam en van de bosterreinen (zonder de bomen op stam) zie J. Baveye en N. Massinon, La valeur économique totale des forêts belges: une première approche, in Documentatieblad, Fod Financiën, 2008, nr. 3, blz. 183 - 221, (21 november 2008)

( http://www.docufin.fgov.be/intersalgnl/thema/publicaties/documenta/2008/BdocB_2008_Q3f_Baveye_Massinon.pdf]

----------

3. Progressiviteit van de tarieven

3.a. Successierechten

3.b. Registratierecht

Artikel 137 bepaalt niet dat er rekening dient te worden gehouden met de goederen bedoeld in het nieuwe artikel 131quater. Die goederen vallen dus niet onder de regel van het progressievoorbehoud.

4. Inwerkingtreding

Artikel 129 van het decreet bepaalt dat de artikelen 116 en 117 ervan in werking treden op de dag van de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad, zijnde 12 september 2008.

Vandaar dat :

1°) artikel 55ter W. Succ. W. …;

2°) artikel 131quater W. Reg. W. van toepassing is op de in het Waals Gewest te lokaliseren schenkingen die gedaan worden vanaf 12 september 2008.

Wat de heffing van de schenkingsrechten aangaat moet, wat de in aanmerking te nemen datum betreft, onderscheid gemaakt worden volgens de aard van de akte en het voorwerp van de schenking. Wanneer het bomen op stam betreft - dus onroerende goederen (5) - brengt artikel 931 van het Burgerlijk Wetboek mee dat een notariële akte vereist is. Wanneer het gaat om aandelen of deelbewijzen die van de vrijstelling kunnen genieten, kan de schenking niet alleen bij notariële akte gedaan worden maar ook onder de vorm van een onrechtstreekse schenking of een handgift.

----------

[(5) Uitzondering gemaakt voor het onder punt 1 hiervoor besproken bijzonder geval.]

----------

De voor de heffing in aanmerking te nemen datum is aldus :

- voor een schenking bij een in België verleden notariële akte : de datum van de notariële akte;

- voor een schenking bij een in het buitenland verleden notariële akte,

- de datum van de notariële akte, indien deze akte voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 28 van het Wetboek van internationaal privaatrecht (WIPR) (6) en de rechtshandeling die door de akte wordt vastgesteld in België verplicht moet worden geregistreerd ;

----------

[(6) Uittreksel uit WIPR : bewijskracht van buitenlandse authentieke akten

Artikel 28

§ 1. Een buitenlandse authentieke akte strekt in België tot bewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse overheid die de akte heeft opgesteld, indien zij tegelijk voldoet :

aan de voorwaarden die deze wet stelt aan de vorm van de akten; en

aan de voorwaarden voor de echtheid ervan volgens het recht van de Staat waar zij is opgesteld.

De vaststellingen gedaan door de buitenlandse overheid worden niet in aanmerking genomen voor zover zij een gevolg zouden hebben dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

§ 2. Het tegenbewijs van de feiten vastgesteld door de buitenlandse overheid mag met alle bewijsmiddelen worden aangebracht.]

----------

- de datum van de aanbieding ter registratie in België indien de akte niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 28 WIPR of de in de akte vastgestelde rechtshandeling in België (7) niet verplicht moet worden geregistreerd;

----------

[(7) Vroeger (uitgezonderd in circulaire nr. 11/2008) werd er, wanneer het ging om een in het buitenland verleden notariële akte, in alle gevallen gekeken naar en dus enkel rekening gehouden met de datum van de aanbieding ter registratie in België.]

----------

- voor een schenking vastgesteld bij een onderhandse akte, de datum van de aanbieding ter registratie in België ;

- voor een hand- of bankgift die nadien door de partijen bevestigd wordt in een Belgische notariële akte, de datum van de Belgische notariële akte;

- voor een hand- of bankgift nadien door partijen bevestigd in een onderhandse akte, de datum van de aanbieding ervan ter registratie.

- voor een hand- of bankgift die nadien door de partijen wordt bevestigd in een akte verleden door een buitenlandse notaris, de datum van de aanbieding ter registratie in België (8).

----------

[(8) Vermits de bedoelde verrichting in België niet verplicht moet worden geregistreerd, wordt er voor de heffing van de rechten in België nooit rekening gehouden met de datum van de in het buitenland verleden authentieke akte, zelfs al beantwoordt die akte aan de voorwaarden van artikel 28 WIPR.]

----------

NAMENS DE MINISTER :

De adjunct-Administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK