Aanschrijving nr. 95 dd. 08.06.1971

AANSCHRIJVING 71/095

Aanschrijving nr. 95 dd. 08.06.1971


Verplichting
Voldoening van de belasting
Landbouwondernemer
Factuur
Stuk
Inkoopborderel
Uitreiking factuur
Termijn
Tijdstip
Ontvangstbewijs
Tijdstip van uitreiken van facturen
Ontheffing van de factureringsplicht
Bijzondere regeling
Ontheffing
Inkomend factuurboek
Uitgaand factuurboek
Hotel
Levering van fruit
Levering van groenten
Levering van sierplanten
Levering van bloemen
Levering van dranken
Levering tegen contante betaling
Dagboek van ontvangsten
Ambtelijke aanslag
Boekhouding


Een koninklijk besluit van 18 mei 1971, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 mei 1971, wijzigt sommige bepalingen van de koninklijke besluiten nrs. 1, 9, 11 en 22, genomen ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Dit besluit treedt in werking op 10 juni 1971; het heeft in hoofdzaak tot doel de voorzorgsmaatregelen te verscherpen om fraude inzake belasting over de toegevoegde waarde te voorkomen.

In deze aanschrijving wordt een toelichting gegeven bij dit besluit.

I. Tijdstip van uitreiking van facturen of van inkoopborderellen.

1. Regel.

De factuur bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, of het stuk (inkoopborderel) bedoeld in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970, voor de handelingen verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het Wetboek, moeten in de regel worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het goed werd geleverd of de dienst werd voltooid.

2. Wijzigingen aangebracht aan deze regel.

De artikelen 1 en 6 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971 wijzigen deze regel en bepalen dat, de factuur of het stuk (inkoopborderel) moeten worden uitgereikt op het tijdstip waarop de goederen ter beschikking worden gesteld van de koper of verkrijger, ten aanzien van:

a) de leveringen van vers fruit, van verse groenten en moeskruiden, van sierplanten en van natuurlijke bloemen, afgesneden of in potten (z nr. 3);

b) de leveringen van dranken aan hotels, restaurants en cafés (z. nr. 4);

c) de leveringen tegen contante betaling van goederen die in verband met de terbeschikkingstelling niet worden vervoerd (z. nr. 5).

Die nieuwe bepalingen hebben tot gevolg dat, in de hierboven vermelde gevallen - gevallen die, zoals men kan opmerken, alle betrekking hebben op leveringen van goederen- de koper, op het tijdstip waarop hij levering neemt van de goederen, in het bezit moet zijn van het uitgereikte stuk (de factuur uitgereikt door de verkoper of het dubbel van het inkoopborderel ondertekend door de landbouwondernemer) en dat stuk moet kunnen overleggen op de controlediensten van de administratie.

Onder voorbehoud van het bepaalde in de nummers 8 tot 12 hierna blijft de ontheffing van de verplichting een factuur uit te reiken, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 (leveringen aan particulieren) van kracht voor de handelingen bedoeld in de nummers 3 en 5.

3. Leveringen van fruit, groenten, sierplanten en bloemen.

Bedoeld zijn de leveringen van:

- vers fruit, daaronder begrepen ananassen, bananen en citrusvruchten (sinaasappelen, citroenen, pompelmoezen, enz...);

- verse groenten en moeskruiden, inzonderheid aardappelen, peulgroenten, tomaten, paddestoelen en truffels;

- sierplanten voor de versiering van lokalen (potplanten, enz...) van tuinen of van parken, waar ze moeten overgepoot of overgeplant worden (struiken en sierboompjes, ingewortelde planten, enz...);

- verse natuurlijke bloemen, in potten of afgesneden.

In de artikelen 1 en 6, 2°, van het besluit zijn daarentegen niet bedoeld:

- fruit, groenten en moeskruiden, gekoeld, bevroren, gedroogd, bereid of verduurzaamd, inzonderheid de produkten die reeds een eerste maal gekookt zijn of die werden bereid voor dadelijke consumptie;

- jong plantsoen van fruit- of bosbomen.

Ten aanzien van de produkten bedoeld in nr. 3, moet onmiddellijk het vereiste stuk (factuur of inkoopborderel) worden uitgereikt, ofwel door de belastingplichtige-verkoper, ofwel, indien het gaat om een levering verricht door een landbouwondernemer die aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het Wetboek is onderworpen en die ontheven is van de verplichting facturen uit te reiken, door de medecontractant zo deze een belastingplichtige is die periodieke aangiften moet indienen. Er dient geen onderscheid te worden gemaakt naar gelang de levering plaatsvindt in de magazijnen van de koper, in de inrichting van de verkoper (inzonderheid op de hoeve), in andere verkoopinrichtingen (verkoop in veilingen) of zelfs langs de openbare weg (verkoop op markten).

Ingeval dergelijke goederen door de belastingplichtige worden onttrokken in de voorwaarden van artikel 12, § 1, 3°, van het Wetboek, moet het stuk, bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1, voor al de onttrekkingen van een bepaalde maand, zoals vroeger worden opgemaakt uiterlijk de vijfde werkdag van de volgende maand.

4. Leveringen van dranken aan hotels, restaurants en cafés.

De onmiddellijke facturering is verplicht, wanneer voldaan is aan beide nagenoemde voorwaarden:

a) het gaat om een levering van dranken, ongeacht de aard van die dranken (bier, drinkwater, limonade, wijn, aperitief, melkdranken zoals yoghurt, chocolademelk, enz...) en ongeacht de verpakking ervan (vaten, flessen of andere verpakking);

b) de levering wordt gedaan aan een hotel, een restaurant of een café, dit wil zeggen een inrichting waar dranken hetzij afzonderlijk, hetzij samen met eetmalen worden geserveerd (snack-bars, 'buffetten in stations, enz.).

Anderzijds, blijft de normale termijn voor de facturering - uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin de levering plaatsvindt - behouden voor de leveringen van andere levensmiddelen dan dranken, fruit of groenten (z. nr. 3), van onderhoudsprodukten en van andere goederen.

5. Leveringen tegen contante betaling, zonder vervoer door de verkoper.

De factuur moet onmiddellijk worden uitgereikt wanneer voldaan is aan de twee nagenoemde voorwaarden:

a) de prijs wordt contant betaald, dit wil zeggen door het overhandigen van een geldsom, van een check, van een overschrijving of van een ander betaalstuk op beschikbare fondsen;

b) in verband met de terbeschikkingstelling van de verkochte goederen, komt de verkoper niet tussen in het vervoer van de verkochte goederen naar de klant. Dit is onder meer het geval voor de leveringen in « discounts », of in « cash and carry »-bedrijven.

6. Mogelijke afwijkingen.

Artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 1 en § 5, ingevoegd in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 22, door artikel 6, 4°, van het koninklijk besluit van 18 mei 1971, voorzien in de mogelijkheid afwijkingen toe te staan onder meer betreffende het uitreiken van de factuur of van het inkoopborderel.

Die afwijkingen mogen slechts worden toegestaan wanneer aan de drie nagenoemde voorwaarden is voldaan:

a) op het tijdstip van de levering moet steeds een stuk (verzendingsnota, leveringsbon, enz....) aan de medecontractant worden uitgereikt; een dubbel van dat stuk wordt bewaard door degene die het opmaakt. Beide exemplaren van het stuk moeten ten minste de volgende vermeldingen bevatten: datum, naam en adres van de contracterende partijen, aard en hoeveelheid van de goederen;

b) uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin de goederen werden geleverd, moet een factuur worden uitgereikt. Deze factuur moet de datum en het nummer van de leveringsbons vermelden, alsmede, in principe, de gedetailleerde opgave van de tijdens het betrokken tijdvak geleverde goederen.

Wanneer echter bij de factuur een bijkomend exemplaar van de leveringsbons is gevoegd, aangevuld met de vermelding, per soort goederen, van de totale prijs (exclusief BTW), volstaat het dat op de factuur. voor iedere leveringsbon, de datum, het nummer en de maatstaf van heffing per belastingtarief wordt vermeld; in dat geval wordt de factuur gevormd door de eigenlijke factuur en de dubbels van leveringsbons.

De factuur mag eveneens worden opgemaakt op de wijze bedoeld in het vorige lid, wanneer op de leveringsbons die naarmate van de leveringen aan de medecontractanten worden uitgereikt, per soort goederen, de totale prijs (exclusief BTW) wordt vermeld. In dat geval moeten de leveringsbons worden aangevuld met een vermelding waardoor de medecontractanten worden gewezen op de verplichting die bons te bewaren en ze te voegen bij de maandelijkse factuur; op die factuur moet worden vermeld dat ze slechts volledig is wanneer de bovengenoemde leveringsbons er zijn bijgevoegd.

c) de administratieve organisatie van degene die de stukken opmaakt en de inrichting van zijn boekhouding moeten aan de administratie de zekerheid geven dat al de verzendingsstukken bedoeld in letter a die aan de medecontractant worden uitgereikt, in de factuur bedoeld in letter b worden vermeld.

Dergelijke afwijkingen mogen worden toegestaan door de hoofdcontroleur van de BTW van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert. De ondernemingen mogen evenwel, zonder akkoord van de hoofdcontroleur, van die afwijking gebruik maken, wanneer ze voldoen aan de voorwaarden bedoeld in a en b en ze bovendien de nagenoemde regeling toepassen:

1. De stukken die worden uitgereikt op het tijdstip van de levering worden getrokken uit een boek met souches of een duplicatenboekje, waarvan de bladen (origineel en souche of duplicaat) genummerd zijn;

2. De verschillende door de onderneming gebruikte boekjes worden genummerd volgens een ononderbroken reeks nummers per jaar;

3. De onderneming houdt een lijst van de verschillende boekjes die worden gebruikt, met aanduiding van het nummer van het boekje, van de dienst of van de persoon die het gebruikt, van de datum waarop het werd in gebruik genomen en van de datum van de laatste inschrijving.

Ten aanzien van de inkoopborderellen die moeten worden uitgereikt bij inkoop door een belastingplichtige bij een forfaitaire landbouwondernemer, mogen dezelfde afwijkingen onder dezelfde voorwaarden, worden toegestaan.

II. Verplichting een factuur uit te reiken voor bepaalde handelingen verricht met particulieren.

7. Regel.

Krachtens artikel 8, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1, is de belastingplichtige ontheven van de verplichting een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan particulieren die deze goederen of diensten niet bestemmen voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid. Het tweede lid van dat artikel bepaalt echter dat de ontheffing niet geldt in vier gevallen:

a) leveringen van automobielen, privé-vliegtuigen en plezierboten (z. aanschrijving van 1 april 1971, nr. 49, in fine):

b) leveringen van gebouwen bedoeld in artikel 9, § 3, van het Wetboek;

c) werk in onroerende staat;

d) verkopen op afbetaling en huurkopen (z. aanschrijving van 18 mei 1971, nr. 85).

8. Nieuwe gevallen waarin de ontheffing van de verplichting een factuur uit te reiken niet geldt.

Artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971 voegt aan de gevallen waarin reeds voordien een factuur moest worden uitgereikt, zelfs voor de leveringen aan klanten-particulieren, de volgende vier gevallen toe:

a) leveringen verricht in verkoopinrichtingen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren (z. nr. 9);

b) leveringen door voortbrengers- of grossiersbedrijven die niet bijzonder ingericht zijn voor de verkoop in het klein (z. nr. 10);

c) leveringen van goederen die, gelet °E' hun aard of hun conditionering kennelijk bestemd zijn voor een handels- of beroepsgebruik (z. nr. 11);

d) leveringen van goederen en diensten die worden verricht met betrekking tot herstelling of onderhoud van automobielen of andere goederen bedoeld in artikel 2, 3°, van het Wetboek, wanneer de totale prijs van deze leveringen of diensten meer bedraagt dan 500 frank, BTW inbegrepen.

Wanneer een factuur moet worden uitgereikt, gelden de gewone regels voor de inhoud van de factuur en voor de datum van uitreiking ervan; wat dit laatste punt betreft, moet er in voorkomend geval rekening worden gehouden met de nummers 2, 3 en 5 hierboven.

9. Verkoopinrichtingen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren.

Hier worden bedoeld de inrichtingen die, in principe, slechts toegankelijk zijn voor andere kopers dan particulieren, zelfs indien uitzonderlijk bepaalde particulieren toegelaten worden. Dit geldt voor de «cash and carry»-bedrijven of voor de veilingen, waar de toegang voorbehouden is aan handelaars of ambachtslieden.

10. Voortbrengers of groothandelaars die geen bijzondere inrichting hebben voor de verkoop in het klein.

Het gebeurt soms dat voortbrengers of groothandelaars, die geen bijzondere inrichting hebben voor de verkoop in het klein, goederen leveren aan particulieren, zoals leden van hun personeel, familieleden, vrienden of zelfs aan vaste klanten die verklaren te kopen voor hun privé-behoeften. Voortaan zullen die voortbrengers of groothandelaars facturen moeten uitreiken voor die verkopen aan particulieren.

De nieuwe bepaling is evenwel niet van toepassing op de ondernemingen die, naast een werkzaamheid als groothandelaar, een andere als detaillist hebben en daarvoor beschikken over een bijzondere inrichting voor de verkoop in het klein (detailwinkel)

Ze is evenmin van toepassing op de belastingplichtigen die verkopen op kleinhandelsmarkten of die verkopen van deur tot deur.

11. Goederen die kennelijk bestemd zijn voor een handels- of beroepsgebruik.

Voor alle goederen die gelet op hun aard of hun conditionering kennelijk bestemd zijn voor een handels- of beroepsgebruik, is de uitreiking van een factuur verplicht, zelfs indien de koper een particulier is en hij beweert te kopen voor zijn privé-gebruik. Dit geldt voor de verkoop van gespecialiseerd gereedschap, van rekenmachines, stencilmachines, elektrische controle- of meettoestellen, van grote platen leder en rubber, van produkten zoals veredelingsstoffen, die speciaal bereid zijn voor bakkers, banketbakkers of andere ambachtslieden. Dat geldt ook voor produkten (kosmetische produkten voor kappers en kapsters, nagels en schroeven voor schrijnwerkers of andere ambachtslieden, jam en bereide vruchten voor banketbakkers, enz.) waarvan de conditionering doet vermoeden dat het gaat om hoeveelheden die de normale behoeften van particulieren te boven gaan.

12. Goederen en diensten met betrekking tot herstelling of onderhoud van automobielen en dergelijke goederen, wanneer de prijs meer bedraagt dan 500 frank.

De factuur is vereist, zelfs voor klantenparticulieren, wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:

a) het moet gaan om een levering van goederen of een dienst met betrekking tot herstelling of onderhoud van een automobiel, een privé-vliegtuig of een plezierboot (z. aanschrijving van 1 april 1971, nr. 49, in fine). Bedoeld wordt het herstellings- of onderhoudswerk aan deze voertuigen, daaronder begrepen de eventuele levering van goederen (onderdelen, benodigdheden, smeerolie, enz.).

Die bepaling is echter niet van toepassing op de levering van brandstoffen, noch op de levering van banden of batterijen, met of zonder plaatsing, noch op de levering, zonder plaatsing, van onderdelen. Ze is evenmin van toepassing op de levering van benodigdheden, buiten enig herstellings- of onderhoudswerk, ook al gaat die levering noodzakelijkerwijze gepaard met een bepaald montagewerk.

b) de totale prijs van deze leveringen of diensten, BTW inbegrepen, bedraagt meer dan 500 frank.

III. Inschrijvingen in de factuurboeken en in het dagboek van ontvangsten.

13. Factuurboeken.

De verplichte meldingen in het boek voor inkomende facturen en in het boek voor uitgaande facturen, worden door artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971 uitgebreid tot de datum van de ingeschreven stukken.

De administratie aanvaardt overigens nog steeds dat in het boek voor inkomende facturen het totaal bedrag van de factuur en dat van de belasting worden vermeld in plaats van de maatstaf van heffing (z. BTW-Handleiding, nr. 380).

14. Dagboek van ontvangsten.

Krachtens artikel 12, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1, moeten de belastingplichtigen, van wie de jaaromzet niet meer bedraagt dan 5 miljoen frank, exclusief BTW, voor hun handelingen met particulieren, zonder uitreiking van facturen, slechts een dagboek houden waarin ze dagelijks aantekening houden, eventueel per BTW-tarief, van het totaal bedrag van de ontvangsten met betrekking tot die handelingen.

Artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971 preciseert hoe het dagboek van ontvangsten moet worden gehouden.

a) Nummering.

Alle bladen van het dagboek van ontvangsten moeten worden genummerd. De administratie heeft echter geen bezwaar tegen het nummeren van iedere bladzijde.

Er wordt opgemerkt dat, in tegenstelling met de factuurboeken, het dagboek van ontvangsten in geen geval mag vervangen worden door losse bladen.

b) Inschrijvingen.

In principe mogen de ontvangsten dagelijks in het dagboek worden ingeschreven, met vermelding van het totaal bedrag BTW inbegrepen. Indien de handelingen onderworpen zijn aan verschillende BTW-tarieven, moeten de ontvangsten worden ingeschreven per tarief, tenzij de onderneming, met toestemming van de administratie, de totale ontvangsten uitsplitst volgens een bepaalde methode.

De ontvangsten moeten echter afzonderlijk per verrichting worden ingeschreven, met vermelding van de aard van de verkochte goederen en van de prijs (belasting inbegrepen), in de twee volgende gevallen:

a) levering van goederen waarvan de prijs, per in de handel gebruikelijke eenheid, meer bedraagt dan 5.000 frank, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen;

b) levering van de hiernavermelde aan het tarief van 25 pct. onderworpen goederen, ongeacht de prijs:

- echte parels en natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen, of halfedelstenen, met uitzondering van artikelen voor technisch gebruik; bijouterieën, juwelen en edelsmidswerk, van edele metalen geplateerd met edele metalen (rubriek II van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970);

- horloges waarvan de kast geheel of ten dele samengesteld is uit edele metalen of uit een legering die zulk metaal bevat (rubriek III, cijfer 1, van tabel C);

- gelooide, bereide of veredelde pelterijen en bontwerk, met uitzondering van pelterijen en bontwerk van hazen en konijnen en van artikelen voor technisch gebruik (rubriek IV van tabel C).

IV. Ambtelijke aanslag.

15. Bevoegde ambtenaar.

Krachtens artikel 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 9, van 12 maart 1970, wordt de ambtelijke aanslag opgelegd door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW.

Ten einde de nodige bevoegdheid te kunnen verlenen aan de hoofdcontroleurs aangeduid door de gewestelijke directeurs en op die wijze de procedure te kunnen vereenvoudigen, wordt die bepaling gewijzigd door artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971.

V. Vaststellen van het bedrag van de boeten.

16. Bevoegde ambtenaar.

Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 11, van 12 maart 1970, verleent aan de gewestelijke directeur van de BTW-administratie debevoegdheid het bedrag vast te stellen van de boeten waarvan het Wetboek en de uitvoeringsbesluiten enkel het minimum en het maximum bepalen (z. inzonderheid artikel 70, § 4, van het Wetboek).

Artikel 5 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971 wijzigt deze bepaling en verleent aan het hoofd van het controlekantoor van de BTW waaronder degene die de boete heeft opgelopen ressorteert, de bevoegdheid om het bedrag van die boete te bepalen.

VI. Diversen.

17. Andere bepalingen.

De overige bepalingen van het koninklijk besluit van 18 mei 1971 zijn zuiver technisch en van minder belang en vergen geen nadere toelichting.

Er wordt echter opgemerkt dat de nieuwe § 3, die door artikel 6 van het besluit wordt ingevoegd in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 22, preciseert - hetgeen reeds impliciet bleek uit de vroegere bepalingen - dat de belastingplichtige die een inkoopborderel heeft uitgereikt aan een forfaitaire landbouwondernemer of die een factuur van die landbouwondernemer heeft ontvangen, die stukken moet inschrijven in zijn boek voor inkomende facturen met aantekening van de gebruikelijke vermeldingen, alsmede van het bedrag van de belasting waarvan hij schuldenaar is tegenover de Staat ingevolge de handeling die het stuk vaststelt.