Circulaire nr. Ci.RH.332/560.286 (AOIF 6/2004) dd. 23.01.2004
CIRC 23.01.04/3
Circulaire nr. Ci.RH.332/560.286 (AOIF 6/2004) dd. 23.01.2004
Bull. nr. 846, pag. 896-897
BEROEPSWERKZAAMHEID
Nevenactiviteit
GEDWONGEN DEFINITIEVE STOPZETTING
Begrip
Gelijkaardige gebeurtenis
STOPZETTING VAN DE BEROEPSWERKZAAMHEID
Gedwongen definitieve stopzetting
De volledige en definitieve stopzetting van de commerciële nevenactiviteiten door erkende boekhouders (-fiscalisten), overeenkomstig het reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten, kan niet als een gedwongen stopzetting in de zin van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92 worden aangemerkt.
Afschrift van onderstaande brief wordt aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C tot kennisgeving en naricht toegezonden.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
---------------------------------------------------------------------------- -------------------------------------------------
__
Mijnheer de Voorzitter,
Mijnheer de Ondervoorzitter,
Uw brief van 8 oktober 2003 strekt er blijkbaar toe te vernemen of de volledige en definitieve stopzetting van de commerciële nevenactiviteiten van uw leden (cf. het reglement van plichtenleer) als een gedwongen stopzetting in de zin van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92 kan worden aangemerkt.
Overeenkomstig art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92, wordt onder gedwongen definitieve stopzetting verstaan, de definitieve stopzetting die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis.
Dienaangaande werd, in overeenstemming met de administratieve onderrichtingen terzake, gevonnist dat de wetgever met gelijkaardige gebeurtenissen alleen die heeft bedoeld welke de belastingplichtige niet alleen tegen wil en dank heeft ondergaan maar die noodzakelijk ook het feit van een overheid (onteigening, opeising in eigendom) moeten zijn of het brutaal, snel en onvoorzienbaar karakter van een schadegeval moeten hebben; dat de in de wet vermelde "gelijkaardige gebeurtenissen" klaarblijkelijk maar die kunnen zijn welke dezelfde kenmerken vertonen (Com.IB 92, nr. 47/7).
Uit de parlementaire besprekingen met betrekking tot de invoering van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92, de administratieve onderrichtingen en de recente rechtspraak dienaangaande, blijkt dat nooit van een gedwongen handeling sprake kan zijn indien die (eventueel zelfs "verplichte") handeling het gevolg is van een door de belastingplichtige uitgedrukte keuze.
Zoals o.m. blijkt uit de door U voorgelegde stukken, is het stopzetten (uiterlijk op 31.12.2003) van de commerciële nevenactiviteiten die door sommige van uw leden werden uitgeoefend, het gevolg van hun keuze voor de uitoefening van het beroep van erkend boekhouder (-fiscalist), waarbij de rechten en verplichtingen perfect voorzienbaar waren.
In die omstandigheden kan de volledige en definitieve stopzetting van de commerciële nevenactiviteiten van uw leden niet als een gedwongen stopzetting in de zin van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92 worden aangemerkt.
Met de meeste hoogachting,
(w.g.) Didier REYNDERS
Circulaire nr. Ci.RH.332/560.286 (AOIF 6/2004) dd. 23.01.2004
Bull. nr. 846, pag. 896-897
BEROEPSWERKZAAMHEID
Nevenactiviteit
GEDWONGEN DEFINITIEVE STOPZETTING
Begrip
Gelijkaardige gebeurtenis
STOPZETTING VAN DE BEROEPSWERKZAAMHEID
Gedwongen definitieve stopzetting
De volledige en definitieve stopzetting van de commerciële nevenactiviteiten door erkende boekhouders (-fiscalisten), overeenkomstig het reglement van plichtenleer van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten, kan niet als een gedwongen stopzetting in de zin van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92 worden aangemerkt.
Afschrift van onderstaande brief wordt aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C tot kennisgeving en naricht toegezonden.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR
---------------------------------------------------------------------------- -------------------------------------------------
| Federale Overheidsdienst | Brussel, 22 december 2003 Wetstraat 12 Tel. : (02) 233 81 11 | |
| FINANCIEN | ||
| BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN | ||
| DE MINISTER | ||
| T.a.v. de heer Marcel-Jean PAQUET, | ||
| Voorzitter, en de heer José PATTYN, | ||
| Ondervoorzitter | ||
| Legrandlaan 45 | ||
| 1050 BRUSSEL | ||
Mijnheer de Voorzitter,
Mijnheer de Ondervoorzitter,
Uw brief van 8 oktober 2003 strekt er blijkbaar toe te vernemen of de volledige en definitieve stopzetting van de commerciële nevenactiviteiten van uw leden (cf. het reglement van plichtenleer) als een gedwongen stopzetting in de zin van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92 kan worden aangemerkt.
Overeenkomstig art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92, wordt onder gedwongen definitieve stopzetting verstaan, de definitieve stopzetting die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis.
Dienaangaande werd, in overeenstemming met de administratieve onderrichtingen terzake, gevonnist dat de wetgever met gelijkaardige gebeurtenissen alleen die heeft bedoeld welke de belastingplichtige niet alleen tegen wil en dank heeft ondergaan maar die noodzakelijk ook het feit van een overheid (onteigening, opeising in eigendom) moeten zijn of het brutaal, snel en onvoorzienbaar karakter van een schadegeval moeten hebben; dat de in de wet vermelde "gelijkaardige gebeurtenissen" klaarblijkelijk maar die kunnen zijn welke dezelfde kenmerken vertonen (Com.IB 92, nr. 47/7).
Uit de parlementaire besprekingen met betrekking tot de invoering van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92, de administratieve onderrichtingen en de recente rechtspraak dienaangaande, blijkt dat nooit van een gedwongen handeling sprake kan zijn indien die (eventueel zelfs "verplichte") handeling het gevolg is van een door de belastingplichtige uitgedrukte keuze.
Zoals o.m. blijkt uit de door U voorgelegde stukken, is het stopzetten (uiterlijk op 31.12.2003) van de commerciële nevenactiviteiten die door sommige van uw leden werden uitgeoefend, het gevolg van hun keuze voor de uitoefening van het beroep van erkend boekhouder (-fiscalist), waarbij de rechten en verplichtingen perfect voorzienbaar waren.
In die omstandigheden kan de volledige en definitieve stopzetting van de commerciële nevenactiviteiten van uw leden niet als een gedwongen stopzetting in de zin van art. 171, 4°, b, tweede lid, WIB 92 worden aangemerkt.
Met de meeste hoogachting,
(w.g.) Didier REYNDERS
Bron: FisconetPlus
