Circulaire 2021/C/51 over het belastingstelsel van bepaalde financiële uitkeringen in het kader van het crisisoverbruggingsrecht
Addendum aan de circulaire 2020/C/94 van 08.07.2020 over het belastingstelsel van de financiële uitkeringen in het kader van het crisisoverbruggingsrecht en de circulaire 2020/C/114 van 04.09.2020 over de aanpassingen in het crisisoverbruggingsrecht en de invoering van het heropstartoverbruggingsrecht.
winst ; baten ; bezoldigingen van werknemers ; bezoldigingen van bedrijfsleiders ; bezoldigingen van meewerkende echtgenoten ; crisis-overbruggingsrecht
FOD Financiën, 04.06.2021
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
I. Inleiding
II. Het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in
a. Voor de verkrijgers van winst of baten
b. Voor de verkrijgers van bezoldigingen van werknemers (helpers van zelfstandigen) of van (zelfstandige) bedrijfsleiders
c. Voor de verkrijgers van bezoldigingen van meewerkende echtgenoten
III. Het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in
a. Voor de verkrijgers van winst, baten en bezoldigingen van werknemers (helpers van zelfstandigen) of van (zelfstandige) bedrijfsleiders
b. Voor de verkrijgers van bezoldigingen van meewerkende echtgenoten
IV. Het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in
I. Inleiding
1. Deze circulaire bespreekt het belastingstelsel van de financiële uitkeringen toegekend aan zelfstandigen in het kader van het COVID-19-crisisoverbruggingsrecht bedoeld in de art. 4quater en 4quinquies, §§ 2 en 3 van de wet van 23.03.2020 (1) (2).
(1) Wet van 23.03.2020 tot wijziging van de wet van 22.11.2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en tot invoering van tijdelijke maatregelen in het kader van COVID-19 ten gunste van zelfstandigen (hierna W 23.03.2020).
(2) Het crisisoverbruggingsrecht voorzien in art. 4quinquies, § 1, W 23.03.2020 is momenteel nog niet van toepassing. Het belastingstelsel ervan zal afzonderlijk worden besproken wanneer het van toepassing wordt.
2. Het belastingstelsel van de financiële uitkeringen in het kader van het COVID-19-crisisoverbruggingsrecht bedoeld in de art. 4 tot 4ter, W 23.03.2020 is besproken in de circulaires 2020/C/94 van 08.07.2020 en 2020/C/114 van 04.09.2020.
II. Het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in art. 4quater, W 23.03.2020
3. Art. 4quater, W 23.03.2020 heeft vanaf 01.10.2020 een crisisoverbruggingsrecht ingevoerd (hierna 'dubbel' crisisoverbruggingsrecht genoemd) voor zelfstandigen die door het ministerieel besluit van 18.10.2020 (2) of elk later dergelijk besluit gedwongen zijn hun activiteiten volledig of gedeeltelijk te onderbreken of die hun activiteiten volledig moeten onderbreken omdat ze van eerstgenoemde activiteiten afhankelijk zijn.
(2) Ministerieel besluit van 18.10.2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
4. Het belastingstelsel van dat 'dubbel' crisisoverbruggingsrecht is hetzelfde als dat van het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in de art. 4 en 4bis, W 23.03.2020. Dat belastingstelsel is besproken in de punten 3 tot 6 van de circulaire 2020/C/94 van 08.07.2020 en in punt 2 van de circulaire 2020/C/114 van 04.09.2020.
5. Dat betekent dat de financiële uitkeringen verkregen in het kader van het 'dubbel' crisisoverbruggingsrecht belastbaar zijn als volgt.
a. Voor de verkrijgers van winst of baten
De bedoelde uitkeringen zijn in principe belastbaar als in art. 25, 6°, a, of 27, tweede lid, 4°, a, WIB 92, bedoelde vergoedingen verkregen ter compensatie of naar aanleiding van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst of de baten tot gevolg kan hebben.
Aangezien de door COVID-19 gedwongen onderbreking van de zelfstandige activiteit kan worden beschouwd als een gedwongen handeling in de zin van art. 171, 4°, b, WIB 92, zijn die uitkeringen belastbaar tegen 16,5 % in zover ze (samen met de andere in art. 25, 6°, a, of 27, tweede lid, 4°, a, WIB 92, bedoelde vergoedingen) niet meer bedragen dan de nettowinst of -baten die in de 4 jaren vóór het jaar van de vermindering van de werkzaamheid uit de niet meer uitgeoefende werkzaamheid zijn verkregen (tenzij de gezamenlijke belasting met de andere inkomsten van de verkrijger voordeliger is). In de mate dat ze (samen met die andere vergoedingen) de belastbare nettowinst of -baten van die 4 jaren overschrijden, zijn ze belastbaar tegen de progressieve aanslagtarieven.
b. Voor de verkrijgers van bezoldigingen van werknemers (helpers van zelfstandigen) of van (zelfstandige) bedrijfsleiders
De bedoelde uitkeringen zijn belastbaar als in art. 31, tweede lid, 4°, of 32, tweede lid, 2°, WIB 92 bedoelde vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen.
c. Voor de verkrijgers van bezoldigingen van meewerkende echtgenoten
Aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die de bedoelde uitkeringen aan de inkomstenbelastingen onderwerpt, zijn ze niet belastbaar.
III. Het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in art. 4quinquies, § 2, W 23.03.2020
6. Art. 4quinquies, § 2, W 23.03.2020 heeft vanaf 01.01.2021 een nieuw crisisoverbruggingsrecht ingevoerd (hierna crisisoverbruggingsrecht omzetverlies genoemd) voor zelfstandigen die in de kalendermaand vóór die waarop hun aanvraag betrekking heeft een omzetverlies hadden van minstens 40 % in vergelijking met dezelfde kalendermaand van het refertejaar 2019.
7. Het belastingstelsel van dat crisisoverbruggingsrecht omzetverlies is hetzelfde als dat van het heropstartoverbruggingsrecht bedoeld in art. 4ter, W 23.03.2020. Dat belastingstelsel is besproken in de punten 3 tot 7 van de circulaire 2020/C/114 van 04.09.2020.
8. Dat betekent dat de financiële uitkeringen verkregen in het kader van het crisisoverbruggingsrecht omzetverlies belastbaar zijn als volgt.
a. Voor de verkrijgers van winst, baten en bezoldigingen van werknemers (helpers van zelfstandigen) of van (zelfstandige) bedrijfsleiders
De bedoelde uitkeringen zijn in principe belastbaar als in art. 25, 6°, b, 27, tweede lid, 4°, b, 31, tweede lid, 4°, of 32, tweede lid, 2°, WIB 92, bedoelde vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst, baten of bezoldigingen.
b. Voor de verkrijgers van bezoldigingen van meewerkende echtgenoten
Aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die de bedoelde uitkeringen aan de inkomstenbelastingen onderwerpt, zijn ze niet belastbaar.
IV. Het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in art. 4quinquies, § 3, W 23.03.2020
9. Art. 4quinquies, § 3, W 23.03.2020 heeft vanaf 01.01.2021 een nieuw crisisoverbruggingsrecht ingevoerd voor zelfstandigen die hun activiteiten volledig onderbreken:
1° omdat ze als gevolg van COVID-19 voor minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen in quarantaine of isolatie moeten gaan (hierna crisisoverbruggingsrecht quarantaine genoemd)
2° om minstens 7 kalenderdagen tijdens een kalendermaand in te staan voor de zorg van een inwonend kind van minder dan 18 jaar dat als gevolg van COVID-19 niet naar een kinderdagverblijf of naar school kan gaan (hierna crisisoverbruggingsrecht kindzorg genoemd)
3° om minstens 7 kalenderdagen tijdens een kalendermaand in te staan voor de zorg van een gehandicapt kind ten laste dat als gevolg van COVID-19 niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan (hierna eveneens crisisoverbruggingsrecht kindzorg genoemd).
10. Het belastingstelsel van het in punt 9, 1°, hiervoor bedoelde crisisoverbruggingsrecht quarantaine is hetzelfde als dat van het crisisoverbruggingsrecht bedoeld in de art. 4 en 4bis, W 23.03.2020 (zie de punten 3 tot 6 van de circulaire 2020/C/94 van 08.07.2020 en punt 2 van de circulaire 2020/C/114 van 04.09.2020) en van het 'dubbel' crisisoverbruggingsrecht bedoeld in art. 4quater, W 23.03.2020 (zie punt 5 van deze circulaire).
11. Het belastingstelsel van het in punt 9, 2° en 3° hiervoor bedoelde crisisoverbruggingsrecht kindzorg is hetzelfde als dat van het heropstartoverbruggingsrecht bedoeld in art. 4ter, W 23.03.2020 (zie de punten 3 tot 7 van de circulaire 2020/C/114 van 04.09.2020) en van het crisisoverbruggingsrecht omzetverlies bedoeld in art. 4quinquies, § 2, W 23.03.2020 (zie punt 8 van deze circulaire).
Interne ref.: 725.439/3
