Circulaire 2017/C/86 betreffende de aanpassing van de berekening van de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten
Deze circulaire bespreekt de aanpassing van de berekening van de bijkomende vermindering voor belastingplichtigen die uitsluitend pensioenen, vervangingsinkomsten of wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen verkrijgen en van wie die inkomsten net boven het referentie-inkomen liggen.
Personenbelasting ; berekening van de belasting ; belastingvermindering ; bijkomende vermindering voor pensioenen ; bijkomende vermindering voor vervangingsinkomsten
FOD Financiën, 20.12.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
Inhoudstafel
I. Inleiding
II. Wet van 22.10.2017 houdende diverse fiscale bepalingen I
III. Commentaar
IV. Inwerkingtreding
I. Inleiding
Vanaf aanslagjaar 2016 werd de berekening van de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten gewijzigd om te vermijden dat door de toepassing van de gemeentelijke opcentiemen een verhoging van het pensioen of van de wettelijke ziekte-uitkering nog zou kunnen leiden tot een lager netto-inkomen na belasting (1).
(1) Zie artikel 44 en 68 van de wet van 18.12.2015 houdende fiscale en diverse bepalingen (BS van 28.12.2015) - in artikel 154 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) wordt een nieuwe § 3/1 ingevoegd.
Die wijziging bereikt echter het vooropgestelde doel niet.
Daarom wordt de berekening van de bijkomende vermindering voor belastingplichtigen die uitsluitend pensioenen of vervangingsinkomsten genieten of uitsluitend wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen genieten, en van wie die inkomsten net boven het referentie-inkomen (2) liggen, aangepast vanaf aanslagjaar 2018 (3).
(2) Het gaat hier om de maximumbedragen bedoeld in artikel 154, § 2, eerste lid, 1° (pensioenen en vervangingsinkomsten) en 3° (ziekte- en invaliditeitsuitkeringen), WIB 92. Deze maximumbedragen worden jaarlijks via een circulaire bekendgemaakt.
(3) Artikel 10 en 11 van de wet van 22.10.2017 houdende diverse fiscale bepalingen I (BS van 10.11.2017).
II. Wet van 22.10.2017 houdende diverse fiscale bepalingen I
Artikel 10
In artikel 154, § 3/1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden ‘gelijk aan 109 pct. van het positieve verschil’ vervangen door de woorden ‘gelijk aan het positieve verschil’;
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
‘2° 90 pct. van het hierna vermelde verschil:
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten: het verschil tussen die pensioenen en vervangingsinkomsten en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 1°, van toepassing is;
- wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen: het verschil tussen die wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig § 2, eerste lid, 3°, van toepassing is.’.
Artikel 11
Artikel 10 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.
III. Commentaar
Berekening aanslagjaren 2016 en 2017
In de berekening zoals die voor de aanslagjaren 2016 en 2017 van toepassing is, is de bijkomende vermindering voor belastingplichtigen die uitsluitend pensioenen of vervangingsinkomsten genieten of uitsluitend wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen genieten, en van wie die inkomsten boven het referentie-inkomen liggen, gelijk aan 109 % van het positieve verschil tussen:
- enerzijds, het resterende bedrag aan inkomstenbelastingen na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten (4) (a);
- en, anderzijds, het verschil tussen het netto-inkomen van de belastingplichtige (b) en het referentie-inkomen (c).
(4) Na toepassing van de artikelen 147 tot 153, WIB 92.
Dit geeft de volgende berekeningsformule: {a – (b – c)} x 1,09
Berekening vanaf aanslagjaar 2018
Vanaf aanslagjaar 2018 wordt de bijkomende vermindering voor belastingplichtigen die uitsluitend pensioenen of vervangingsinkomsten genieten of uitsluitend wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen genieten, en van wie die inkomsten boven het referentie-inkomen liggen, bepaald door het positieve verschil te berekenen tussen:
- enerzijds, het resterende bedrag aan inkomstenbelastingen na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten (5) (a);
- en, anderzijds, 90 % van het verschil tussen het netto-inkomen (b) en het referentie-inkomen (c).
(5) Na toepassing van de artikelen 147 tot 153, WIB 92.
Dit geeft de volgende berekeningsformule: a – {(b – c) x 90 %}
Op die manier wordt het bedrag aan belasting Staat dat nog verschuldigd is na toepassing van de bijkomende belastingvermindering, teruggebracht tot maximum 90 % van het verschil tussen het netto-inkomen en het referentie-inkomen.
In de veronderstelling dat de gewestelijke opcentiemen niet meer bedragen dan de autonomiefactor, zal het netto-inkomen na belastingen niet dalen door een verhoging van het netto-inkomen vóór belastingen, zolang de gemeentelijke opcentiemen niet meer dan 11,1 % bedragen (namelijk: 90 % van het verschil x 111,1 % = 99,9 % van het verschil).
Voorbeelden
Het voorgaande wordt verduidelijkt aan de hand van de volgende voorbeelden.
In deze voorbeelden wordt het netto-inkomen na belasting berekend volgens de oude en de nieuwe berekeningswijze van de bijkomende vermindering met elkaar vergeleken. Om het effect van die nieuwe berekeningswijze precies te kunnen duiden, moeten die berekeningen worden uitgevoerd voor één en hetzelfde aanslagjaar. In deze voorbeelden wordt geopteerd voor een berekening aanslagjaar 2017 (6).
(6) Referentie-inkomen aanslagjaar 2017: zie circulaire 2017/C/10 van 09.03.2017 betreffende de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten.
Voorbeeld 1
Totaal netto-inkomen (uitsluitend pensioenen) van een alleenstaande: 16.500 euro
- Berekening aanslagjaar 2017 volgens de oude bepalingen
Belasting na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: 1.003,38 euro
Bijkomende vermindering:
{1.003,38 – (16.500 – 15.568,12)} x 1,09 = 77,94 euro
Belasting Staat: 925,44 euro
Gereduceerde belasting Staat: 684,92 euro
Gewestelijke opcentiemen: 240,52 euro
Totale belasting: 925,44 euro
Gemeentelijke opcentiemen (9 %): 83,29 euro
Netto-inkomen na belasting: 15.491,27 euro
- Berekening aanslagjaar 2017 volgens de nieuwe bepalingen
Belasting na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: 1.003,38 euro
Bijkomende vermindering:
1.003,38 – {(16.500 – 15.568,12) x 90 %} = 164,69 euro
Belasting Staat: 838,69 euro
Gereduceerde belasting Staat: 620,71 euro
Gewestelijke opcentiemen: 217,98 euro
Totale belasting: 838,69 euro
Gemeentelijke opcentiemen (9 %): 75,48 euro
Netto-inkomen na belasting: 15.585,83 euro
Voorbeeld 2 a
Totaal netto-inkomen (uitsluitend pensioenen): 16.000 euro
- Berekening aanslagjaar 2017 volgens de oude bepalingen
Belasting na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: 803,38 euro
Bijkomende vermindering:
{803,38 – (16.000 – 15.568,12)} x 1,09 = 404,94 euro
Belasting Staat: 398,44 euro
Gereduceerde belasting Staat: 294,89 euro
Gewestelijke opcentiemen: 103,56 euro
Totale belasting: 398,45 euro
Gemeentelijke opcentiemen (9 %): 35,86 euro
Netto-inkomen na belasting: 15.565,69 euro
- Berekening aanslagjaar 2017 volgens de nieuwe bepalingen
Belasting na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: 803,38 euro
Bijkomende vermindering:
803,38 – {(16.000 – 15.568,12) x 90 %} = 414,69 euro
Belasting Staat: 388,69 euro
Gereduceerde belasting Staat: 287,67 euro
Gewestelijke opcentiemen: 101,02 euro
Totale belasting: 388,69 euro
Gemeentelijke opcentiemen (9 %): 34,98 euro
Netto-inkomen na belasting: 15.576,33 euro
Voorbeeld 2 b
Impact van een verhoging van het pensioen met 2 %: 16.000 x 102 % = 16.320 euro
- Berekening aanslagjaar 2017 volgens de oude bepalingen
Belasting na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: 931,38 euro
Bijkomende vermindering:
{931,38 – (16.320 – 15.568,12)} x 1,09 = 195,66 euro
Belasting Staat: 735,72 euro
Gereduceerde belasting Staat: 544,51 euro
Gewestelijke opcentiemen: 191,22 euro
Totale belasting: 735,73 euro
Gemeentelijke opcentiemen (9 %): 66,22 euro
Netto-inkomen na belasting: 15.518,05 euro
Verschil in netto-inkomen door de verhoging van het pensioen met 320 euro: 15.518,05 euro – 15.565,69 euro = 47,64 euro minder.
- Berekening aanslagjaar 2017 volgens de nieuwe bepalingen
Belasting na toepassing van de gewone vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten: 931,38 euro
Bijkomende vermindering:
931,38 – {(16.320 – 15.568,12) x 90 %} = 254,69 euro
Belasting Staat: 676,69 euro
Gereduceerde belasting Staat: 500,82 euro
Gewestelijke opcentiemen: 175,87 euro
Totale belasting: 676,69 euro
Gemeentelijke opcentiemen (9 %): 60,90 euro
Netto-inkomen na belasting: 15.582,41 euro
Verschil in netto-inkomen door de verhoging van het pensioen met 320 euro: 15.582,41 – 15.576,33 = 6,08 euro meer.
IV. Inwerkingtreding
De nieuwe berekening van de bijkomende vermindering voor belastingplichtigen die uitsluitend pensioenen of vervangingsinkomsten genieten of uitsluitend wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen genieten, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.
Interne ref.: 713.120
