Aanschrijving nr. 16 dd. 04.07.1994 (vervangen)
|
Deze aanschrijving werd, met ingang van 01.01.2020, opgeheven en vervangen door de Circulaire 2020/C/50 betreffende het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen (De overgangsregeling wordt beschreven in nr. 6.2.4. van de circulaire 2020/C/50) |
Consignatiezendingen.
Verzending naar een commissionair-verkoper.
Overbrenging van goederenvoorraad.
Intracommunautair verkeer.
Vereenvoudigingsregeling.
INHOUDSTAFEL Nrs. INLEIDING 1 - 2 HOOFDSTUK I. BEDOELDE HANDELINGEN - Afdeling I. Definities A. De consignatiezending 3 B. De verzending naar een commissionair-verkoper 4 - 5 C. Overbrenging van voorraden 6 - Afdeling II. Terminologie 7 HOOFDSTUK II. REGELING OVEREENKOMSTIG DE BEGINSELEN VAN HET BTW-OVERGANGSSTELSEL - Afdeling I. Schematische voorstelling - Afdeling II. Analyse van de handelingen A. Eerste handeling : De verzending van de goederen door de "consignant" naar de "consignataris" : overbrenging (A - A') 8 - 28 B. Tweede handeling : a) Terugkeer van onverkochte of niet afgenomen goederen naar de "consignant" : overbrenging (A' - A) 29 b) Aankoop van de goederen door de "consignataris" : levering (A' - B) 30 - 40 HOOFDSTUK III. VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN VOOR DE VERZENDING VAN GOEDEREN NAAR EEN IN BELGIE GEVESTIGDE "CONSIGNATARIS". ONTSLAG VAN DE VERPLICHTING EEN AANSPRAKELIJKE VERTEGENWOORDIGER TE LATEN ERKENNEN. 41 - Afdeling I. Beschrijving van het vereenvoudigd stelsel 42 - Afdeling II. Gevolgen van het vereenvoudigd stelsel A. Ten aanzien van de verzending van goederen door de "consignant" die in een andere Lid-Staat gevestigd is, naar de "consignataris" in België 43 - 46 B. Ten aanzien van de nationale levering die de "consignant" in België verricht aan de "consignataris" van de voorheen opgestuurde goederen 47 - 51 C. Draagwijdte van de verlegging van de heffing naar de "consignataris" 52 D. Eén "consignant"/meerdere "consignatarissen" 53 E. Rechtstreekse verkoop door de "consignant" van de geconsigneerde goederen aan een derde 54 - Afdeling III. Inhoud van de afzonderlijke boekhouding die de "consignataris" moet bijhouden voor elke "consignant" 55 HOOFDSTUK IV. VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN VOOR DE VERZENDING VAN GOEDEREN IN CONSIGNATIE VANUIT BELGIE NAAR EEN ANDERE LID-STAAT 56 - 57 Bijlage. INLEIDING
| 1. | Deze aanschrijving behandelt de regeling inzake BTW voor : |
- de consignatiezendingen;
- de zendingen naar een commissionair-verkoper;
- de overbrengingen van goederenvoorraden.
2. In het eerste hoofdstuk worden deze drie verrichtingen gedefinieerd en toegelicht.
Onder hoofdstuk 2 wordt uiteengezet, hoe deze zendingen en overbrengingen inzake BTW worden behandeld, bij toepassing van de BTW-overgangsregeling, die op 1 januari 1993 in werking is getreden. Overeenkomstig de beginselen van deze regeling, moeten de ondernemingen die bedoelde handelingen stellen in het kader van een economische activiteit zich in principe voor BTW-doeleinden laten identificeren in de Lid-Staat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen ter bestemming van de consignataris, de commissionair-verkoper of de klant (afnemer van de goederenvoorraad).
Wie zich voldoende vertrouwd voelt met het BTW-overgangsstelsel, kan meteen overstappen naar hoofdstuk 3.
Onder hoofdstuk 3 worden de vereenvoudigingsmaatregelen uiteengezet, waardoor de ondernemingen die gevestigd zijn in een andere Lid-Staat dan België de onder 1 bedoelde zendingen of overbrengingen kunnen verrichten met bestemming België, zonder dat zij verplicht zijn in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
Hier vindt u de belangrijkste nieuwigheden van deze aanschrijving.
Onder hoofdstuk 4 worden de gevolgen aangestipt van het feit dat sommige Lid-Staten een bijzondere regeling hebben ingevoerd voor de hierboven bedoelde zendingen en overbrengingen die vanuit een andere Lid-Staat, bijvoorbeeld België, te hunner bestemming worden verricht. Er wordt uiteengezet hoe deze handelingen die vanuit België worden verricht naar één van deze Lid-Staten, inzake BTW in België behandeld worden.
Beschikkingen van de Belgische wetgeving op gebied van BTW waarnaar verwezen wordt in deze aanschrijving zijn in bijlage opgenomen.
HOOFDSTUK 1.
BEDOELDE HANDELINGEN
Afdeling 1. Definities
A. Consignatiezending
3. De consignatiezending is de handeling waarbij een persoon (consignant) goederen ter beschikking stelt van een andere persoon (consignataris) die slechts geacht wordt eigenaar te worden van deze goederen voor zover hij er zelf een koper voor vindt. Het gaat dus om een verkoop onder opschortende voorwaarde waarbij de overdracht van de eigendom aan de consignataris plaatsvindt op het tijdstip waarop deze de betrokken goederen in dezelfde staat doorverkoopt aan een volgende afnemer.
B. De verzending naar een commissionair-verkoper
4. Het contract van commissie is een contract waarbij een persoon (commissionair) zich er ten opzichte van een andere persoon (lastgever) toe verbindt goederen te kopen of te verkopen in eigen naam maar voor rekening van de lastgever. De gemandateerde persoon is een commissionair-verkoper wanneer hij optreedt voor rekening van de verkoper. Hij is een commissionair-koper wanneer hij optreedt voor rekening van de koper. De commissionair handelt als mandataris ten aanzien van zijn lastgever en als verkoper of koper ten aanzien van derden. Hieruit volgt dat er geen overdracht is van de eigendom van het verkochte goed tussen de lastgever en de commissionair : deze overdracht vindt rechtstreeks plaats tussen de verkoper en de koper.
5. Voor de toepassing van de BTW wordt de inkoopcommissionair aangemerkt als koper en, ten opzichte van de lastgever, als verkoper van het goed dat door zijn toedoen wordt verkocht (art. 13, § 1, van het Wetboek). De verkoopcommissionair wordt aangemerkt als verkoper en, ten opzichte van de lastgever, als koper van het goed dat door zijn toedoen wordt verkocht. Inzake BTW wordt aangemerkt als commissionair, niet alleen ieder die op eigen naam of onder firma handelt voor rekening van een lastgever, maar ook de tussenpersoon bij inkoop of de tussenpersoon bij verkoop, die in enigerlei hoedanigheid een op zijn naam gestelde factuur, debetnota of ander daarmee gelijkstaand stuk respectievelijk van de verkoper ontvangt of aan de koper uitreikt (art. 13, § 2, van het Wetboek).
C. Overbrenging van voorraden
6. De in deze aanschrijving behandelde overbrenging van voorraden is de handeling waarbij een leverancier, in het kader van een contract van opslag, goederen zendt naar een klant, die deze goederen gebruikt naarmate hij ze nodig heeft in zijn produktieproces. De overdracht van eigendom van de leverancier aan de klant geschiedt slechts op het ogenblik waarop deze klant de betrokken goederen uit de voorraad licht.
Afdeling 2. Terminologie
7. Ter vereenvoudiging van de uiteenzetting, wordt de term "consignant" gebruikt om diegene aan te duiden die de goederen verzendt hetzij naar een "consignataris", hetzij naar een commissionair-verkoper, hetzij naar een klant (afnemer van een goederenvoorraad).
De term "consignataris" duidt de bestemmeling aan van de goederen die door de "consignant" werden verstuurd, hetzij met het oog op wederverkoop, hetzij met het oog op afname uit de overgebrachte goederenvoorraad.
De term "overbrenging" wordt gebruikt in de zin van artikel 12bis van het Wetboek. Overeenkomstig dit artikel wordt de overbrenging door een belastingplichtige van een goed van zijn bedrijf naar een andere Lid-Staat, met een levering van goederen onder bezwarende titel gelijkgesteld.
HOOFDSTUK 2.
REGELING OVEREENKOMSTIG DE BEGINSELEN VAN HET BTW-OVERGANGSSTELSEL
Afdeling 1. Schematische voorstelling LS 1 ¦ LS 2 ----------------+--------------------- A - - - - - -> ¦ A' - - > B - - > C A : "consignant"
A' : aansprakelijke vertegenwoordiger of vaste inrichting van de
"consignant"
B : "consignataris"
C : volgende koper (behalve bij overbrenging van voorraden)
Afdeling 2. Analyse van de handelingen
| A. | Eerste handeling : De verzending van de goederen door de "consignant" naar de "consignataris" : overbrenging (A - A') |
9. Eén en ander betekent dat de loutere verzending van de goederen naar de "consignataris" in hoofde van de "consignant" een overbrenging uitmaakt. Deze wordt in de Lid-Staat van vertrek gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel. In de Lid-Staat van aankomst wordt de bestemming van de goederen gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.
10. Omdat hij er een intracommunautaire verwerving van goederen verricht, moet de "consignant" zich in principe voor BTW-doeleinden laten identificeren in de Lid-Staat waarnaar hij de goederen verzendt.
1ste situatie : een "consignant" verzendt goederen vanuit België naar een "consignataris" in een andere Lid-Staat
- Principes
| 1°) | De verzending wordt gelijkgesteld met een levering van goederen |
12. Deze overbrenging wordt vrijgesteld van belasting op basis van artikel 39bis, eerste lid, 1° en 4°, van het Wetboek.
13. Vermits er bij de overbrenging geen sprake kan zijn van een verkrijger of van een overnemer, wordt de overbrenging geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop de goederen de inrichting van de "consignant" verlaten (toepassing van het vermoeden van art. 16, § 3, van het Wetboek).
14. Overeenkomstig artikel 17, § 1, en § 2, eerste lid, van het Wetboek, vindt het belastbare feit plaats op het ogenblik waarop de overbrenging plaatsvindt en wordt de belasting in principe opeisbaar op de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
Naar analogie met hetgeen is bepaald in artikel 17, § 2, tweede lid, van het Wetboek, wordt aangenomen dat de belasting opeisbaar wordt op het ogenblik van het opstellen en het uitreiken door diegene die de overbrenging verricht van het stuk zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, wanneer dit tijdstip zich voordoet vóór de voornoemde vijftiende van de maand.
15. De maatstaf van heffing is, overeenkomstig artikel 33, 1°, en 33bis van het Wetboek, hetzij de aankoopprijs van de betrokken goederen of van gelijkaardige goederen, hetzij, bij gebreke van een aankoopprijs, de kostprijs op het ogenblik dat de overbrenging geschiedt.
| 2°) | De bestemming van de goederen wordt, in hoofde van de "consignant", gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de Lid-Staat van aankomst van de goederen |
- Verplichtingen
In België
| 17. | De "consignant" die in België gevestigd is, moet : |
- het stuk, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, opstellen en uitreiken, ten laatste op de vijfde werkdag van de maand die volgt op de maand waarin hij de overbrenging heeft verricht. Hij moet op dit stuk de vermeldingen aanbrengen die opgesomd staan in artikel 5 van voormeld koninklijk besluit;
- de overbrenging opnemen in rooster 46 van de periodieke aangifte die hij moet indienen overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, met betrekking tot het belastbare tijdperk waarin de BTW over deze overbrenging opeisbaar is geworden;
- de overbrenging opnemen in de intracommunautaire opgave, die hij moet indienen bij toepassing van artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek en van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992, met aanduiding van het BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend door de Lid-Staat van aankomst van de goederen en waaronder hij de betrokken intracommunautaire verwerving moet verrichten.
In de Lid-Staat van aankomst van de goederen
| 18. | De "consignant" die gevestigd is in België, is ertoe gehouden : |
- zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren, volgens de regels die in deze Lid-Staat van toepassing zijn;
- deze handeling op te nemen in de periodieke aangifte die hij in deze Lid-Staat moet indienen, in het rooster waarin de intracommunautaire verwervingen van goederen moeten worden vermeld.
2de situatie : een "consignant" verzendt goederen vanuit een andere Lid-Staat naar een "consignataris" in België
- Principes
| 1°) | De verzending wordt gelijkgesteld met een levering van goederen |
| 2°) | De bestemming van de goederen wordt, in hoofde van de "consignant", gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in België |
21. Deze verwerving van goederen wordt geacht plaats te vinden in België (art. 25quinquies, §§ 1 en 2, van het Wetboek) en is hier te lande aan de belasting onderworpen op basis van artikel 25ter van het Wetboek.
22. Overeenkomstig artikel 51, § 1, 2°, van het Wetboek is de belasting verschuldigd door de "consignant" die in België een belastbare intracommunautaire verwerving van goederen verricht. Is de "consignant" niet in België gevestigd, dan moet hij een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen (art. 55 van het Wetboek en art. 1 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992).
23. Vermits er bij de bestemming van de goederen, die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel, geen sprake kan zijn van een terbeschikkingstelling van een verkrijger of van een overnemer, wordt deze verwerving geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop de goederen de inrichting van de "consignant" verlaten (verg. met hetgeen te lezen staat in punt 13).
24. Overeenkomstig artikel 25septies, § 1, en § 2, eerste lid, van het Wetboek, vindt het belastbare feit plaats op het ogenblik waarop deze intracommunautaire verwerving plaatsvindt en wordt de belasting opeisbaar op de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
Naar analogie met hetgeen is bepaald in artikel 25septies, § 2, tweede lid, van het Wetboek, wordt aangenomen dat de belasting opeisbaar wordt op het ogenblik van het opstellen en het uitreiken van het stuk dat de overbrenging van uit de Lid-Staat van vertrek vaststelt indien dit stuk opgesteld en uitgereikt werd vóór de voornoemde vijftiende van de maand (verg. met hetgeen te lezen staat in punt 14).
25. De maatstaf van heffing is, overeenkomstig artikel 33, 1°, en 33bis van het Wetboek, hetzij de aankoopprijs van de verzonden goederen of van soortgelijke goederen, hetzij, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs zoals vastgesteld op het ogenblik van de verwerving.
26. Overeenkomstig artikel 38bis, § 2, van het Wetboek, is het toepasselijk tarief voor deze intracommunautaire verwerving van goederen, het tarief dat van kracht is op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt.
- Verplichtingen
In België
27. De "consignant" die in een andere Lid-Staat is gevestigd, moet in België :
- een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen indien hij niet in België is gevestigd;
- periodieke aangiften indienen, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, met vermelding van :
- de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving van goederen, in de roosters 81 en 86;
- de verschuldigde BTW over deze intracommunautaire verwerving in rooster 55;
- de BTW die overeenkomstig de gewone regels aftrekbaar is, in rooster 59. Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de betrokkene, in ieder geval, in het bezit zijn van het stuk dat de overbrenging vaststelt.
In de Lid-Staat van vertrek
| 28. | De in een andere Lid-Staat gevestigde "consignant" moet : |
- een stuk uitreiken dat de overbrenging vaststelt;
- deze handeling opnemen in zijn periodieke aangifte;
- deze handeling, ter bestemming van zijn Belgisch BTW-nummer, opnemen in de intracommunautaire opgave die hij in deze Lid-Staat moet indienen;
- aan alle andere verplichtingen voldoen die opgelegd zijn in deze Lid-Staat.
B. Tweede handeling :
| a) | Terugkeer van onverkochte of niet afgenomen goederen naar de "consignant" : overbrenging (A' - A) |
| b) | Aankoop van de goederen door de "consignataris" : levering (A' - B) |
1ste situatie : een in België gevestigde "consignant", levert goederen aan een "consignataris" die gevestigd is in een andere Lid-Staat. De geleverde goederen werden eerder reeds verzonden naar deze "consignataris". De "consignant" verricht dus een levering in het buitenland.
- Principes
31. De levering door de "consignant" aan de "consignataris" vindt plaats in de Lid-Staat waar de goederen ter beschikking worden gesteld van de verkrijger of de overnemer (art. 15, § 2, eerste lid, van het Wetboek).
32. Deze levering is in België niet aan de belasting onderworpen, vermits ze niet plaatsvindt in België (art. 2, eerste lid, van het Wetboek).
- Verplichtingen
In België
| 33. | De "consignant" die in België is gevestigd, moet : |
- een factuur, zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, opstellen en uitreiken. Hij moet op deze factuur alle vermeldingen aanbrengen die opgesomd staan in artikel 5 van hogervermeld koninklijk besluit;
- het aanvankelijk in rooster 46 (z. 17) van de periodieke aangifte, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, opgenomen bedrag annuleren, door inschrijving van dit bedrag in rooster 49 van de periodieke aangifte die betrekking heeft op het belastbare tijdperk waarin hij de levering in de andere Lid-Staat heeft verricht;
- het bedrag van deze levering opnemen in rooster 47 van dezelfde periodieke aangifte.
In de Lid-Staat waar de levering verricht wordt
| 34. | De "consignant" die in België gevestigd is, moet : |
- de handeling opnemen in de periodieke aangifte die hij moet indienen in de Lid-Staat van de levering, als een interne levering;
- aan alle andere verplichtingen voldoen die opgelegd zijn door deze Lid-Staat.
Opmerking : de levering die de "consignataris" in voorkomend geval verricht aan een volgende koper blijft vreemd aan de "consignant" en behoeft in dit verband dan ook geen commentaar.
2de situatie : een in een andere Lid-Staat gevestigde "consignant", levert goederen aan een in België gevestigde "consignataris". Hij had deze goederen reeds eerder verzonden naar deze "consignataris". De "consignant" verricht bijgevolg een levering in België.
- Principes
35. Deze levering vindt plaats daar waar het goed ter beschikking wordt gesteld van de "consignataris" (art. 15, § 2, eerste lid, van het Wetboek), dus in België.
36. Ze is in België aan de belasting onderworpen overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van het Wetboek.
37. Tijdstip waarop de levering door de "consignant" aan de "consignataris" plaatsvindt :
- wanneer goederen geleverd worden die aan de "consignataris" werden toegezonden in het kader van een overbrenging van een goederenvoorraad, vindt deze levering plaats op het tijdstip van de onttrekking van de goederen door de "consignataris" (art. 16, § 2, eerste lid, van het Wetboek);
- ten aanzien van in consignatie gegeven goederen, vindt de levering aan de "consignataris" plaats op het tijdstip waarop deze er eigenaar van wordt. Dit is normaal gezien op het tijdstip waarop de "consignataris" de goederen zelf verkoopt;
- ten aanzien van goederen die werden verzonden naar een verkoopcommissionair, wordt de levering aan deze laatste geacht plaats te vinden naarmate hij de door zijn toedoen verkochte goederen levert (art. 16, § 2, tweede lid, van het Wetboek).
38. Voor deze levering vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt (art. 17, § 1, eerste lid, van het Wetboek), onverminderd evenwel de subsidiaire oorzaken van verschuldigdheid waarin is voorzien in het tweede en derde lid van voornoemde § 1.
- Verplichtingen
In België
| 39. | De "consignant" die in een andere Lid-Staat is gevestigd, moet : |
- het bedrag van deze levering aan de "consignataris" opnemen in één van de roosters 00 tot 03 van de periodieke aangifte, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek;
- de verschuldigde belasting over deze handeling opnemen in rooster 54 van de periodieke aangifte;
- aan alle andere verplichtingen voldoen die voorgeschreven zijn door het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
De niet in België gevestigde "consignant", moet aan deze verplichtingen voldoen via zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in België (art. 55 van het Wetboek en art. 1 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992).
In de Lid-Staat van waaruit de goederen worden verzonden
40. De in een andere Lid-Staat gevestigde "consignant" dient aan alle verplichtingen te voldoen die in dit verband voorgeschreven zijn door deze Lid-Staat.
HOOFDSTUK 3.
VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN VOOR DE VERZENDING VAN GOEDEREN NAAR EEN IN BELGIE GEVESTIGDE "CONSIGNATARIS" - ONTSLAG VAN DE VERPLICHTING EEN AANSPRAKELIJKE VERTEGENWOORDIGER TE LATEN ERKENNEN
Met de term "consignatiezending" worden zowel de consignatiezendingen in de strikte zin van het woord bedoeld als de zendingen naar een commissionair-verkoper en de overbrengingen van goederenvoorraden.
41. Ingevolge de toepassing van de principes die uiteengezet worden onder hoofdstuk 2, moeten de in de andere Lid-Staat gevestigde consignanten die vanuit een andere Lid-Staat goederen in consignatie verzenden naar België en die hier te lande geen vaste inrichting hebben, in beginsel in België een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
Teneinde de belemmering van het handelsverkeer ingevolge deze formaliteiten tot een minimum te herleiden, heeft de administratie besloten om, onder bepaalde voorwaarden, aan de hierboven vermelde consignanten ontslag te verlenen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.
De vereenvoudigingsregeling die hieronder uiteengezet wordt is facultatief.
Afdeling 1. Beschrijving van het vereenvoudigd stelsel
Voorwaarden voor de vrijstelling van de verplichting tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België/Verzending door een "consignant" die gevestigd is in een andere Lid-Staat naar een in België gevestigde "consignataris"
42. De "consignant" die in een andere Lid-Staat is gevestigd en die goederen in consignatie zendt naar een "consignataris" in België, is ontheven van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan :
| 1°) | de "consignant" heeft, in eigen hoofde, een volledig recht op aftrek van de BTW die hij in principe verschuldigd is over de intracommunautaire verwerving in België; |
| 2°) | de "consignant" beschikt in België niet over een vaste inrichting en heeft nog geen aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen ten behoeve van andere handelingen die hij in België verricht; |
| 3°) | de "consignataris" is een belastingplichtige die periodieke BTW-aangiften indient, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek; |
| 4°) | de "consignataris" voert, voor elke "consignant", een boekhouding die onderscheiden is van de zijne en die toelaat de handelingen op te volgen die door elk van deze "consignanten" worden verricht; |
| 5°) | de goederen worden verzonden naar de bedrijfsruimte van de "consignataris". Onder deze "bedrijfsruimte" verstaat men, niet alleen de gebouwen en terreinen die de "consignataris" in eigendom heeft, doch ook deze die door de "consignataris" worden aangeduid en waarover hij beschikt ingevolge een huurovereenkomst of een overeenkomst van opslag; |
| 6°) | de goederen die niet verkocht worden door tussenkomst van de "consignataris" worden teruggestuurd naar de "consignant"; |
| 7°) | bij de verzending van de goederen in consignatie, moet de "consignant" aan de "consignataris" een stuk overhandigen dat de overbrenging vaststelt. Dit document moet volgende gegevens vermelden : |
- de naam, het adres en het BTW-identificatienummer van de twee partijen;
- het volgnummer dat aan het document werd toegekend;
- de datum van versturing of verzending van de goederen;
- de gebruikelijke benaming en de hoeveelheid van de verzonden of verstuurde goederen evenals de maatstaf van heffing (z. punt 44);
- de formele aanduiding dat de "consignataris" aangewezen is als schuldenaar van de belasting die verschuldigd is over de bestemming van de goederen die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel die de "consignant" verricht in België, via de vermelding : "Consignatiezending - BTW te voldoen door de klant - Aanschrijving nr. 16/1994)";
| 8°) | de "consignant" neemt de overbrenging, die in de Lid-Staat van vertrek gelijkgesteld wordt met een levering van goederen, op in zijn intracommunautaire opgave met betrekking tot het kwartaal tijdens hetwelk de BTW over deze overbrenging die gelijkgesteld wordt met een levering (z. nr. 9) in beginsel opeisbaar wordt. Het op te nemen BTW-nummer om de afnemer aan te duiden is datgene van de "consignataris"; |
| 9°) | de factuur die de "consignant" opmaakt en uitreikt voor de levering die hij in België verricht aan de "consignataris", moet volgende gegevens bevatten : |
- de vermeldingen die opgesomd staan in artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992;
- de vermelding : "BTW te voldoen door de medecontractant - Aanschrijving nr. 16/1994", in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting;
- de verwijzing naar het stuk dat de overbrenging vaststelt die werd verricht door de "consignant" (z. onder 7°).
Afdeling 2. Gevolgen van het vereenvoudigd stelsel
A. Ten aanzien van de verzending van goederen door de "consignant" die in een andere Lid-Staat gevestigd is, naar de "consignataris" in België
43. De "consignataris" wordt aangeduid als schuldenaar, in naam en voor rekening van de "consignant", van de BTW die verschuldigd is over de intracommunautaire verwerving die de "consignant" in België verricht.
| a) | Maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving |
b) Inschrijving in de afzonderlijke boekhouding die de "consignataris" moet bijhouden voor elke "consignant"
45. De waarde van de verzonden goederen moeten worden opgenomen als inkomende handeling in hoofde van de "consignant".
| c) | Inschrijving in de periodieke aangifte van de "consignataris" |
Op te merken valt dat de "consignataris", op dat ogenblik, deze handeling niet moet opnemen in rooster 81. Hij verricht immers nog geen effectieve verwerving van de goederen.
B. Ten aanzien van de nationale levering die de "consignant" in België verricht aan de "consignataris" van de voorheen opgestuurde goederen
47. De "consignataris" wordt aangeduid als schuldenaar, in naam en voor rekening van de "consignant", van de BTW die verschuldigd is over de nationale levering die de "consignant" in België aan hem verricht.
| a) | Maatstaf van heffing |
| b) | Inschrijving in de afzonderlijke boekhouding die de "consignataris" moet bijhouden voor elke "consignant" |
| c) | Inschrijving in de boekhouding en in de periodieke aangifte van de "consignataris" |
51. In geval de "consignataris" de onverkochte of niet afgenomen goederen terugzendt naar de "consignant" (handeling die enerzijds gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire levering en anderzijds met een intracommunautaire verwerving : z. ook 29), moet hij een stuk opstellen en uitreiken dat de verzending van de goederen vaststelt en waarop de vermeldingen moeten voorkomen die opgesomd zijn in nr. 42, 7°, 1ste tot 4de streepje.
De "consignataris" neemt de maatstaf van heffing van deze handeling op in de roosters 46 en 49 van de periodieke aangifte, zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, die betrekking heeft op het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk de belasting over de gelijkgestelde levering opeisbaar is geworden.
Hij neemt de handeling bovendien op in de intracommunautaire opgave zoals bedoeld in artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek, met aanduiding van het BTW-identificatienummer van de "consignant" dat werd toegekend door de Lid-Staat van bestemming van de teruggestuurde goederen.
| C. | Draagwijdte van de verlegging van de heffing naar de "consignataris" |
| D. | Een "consignant" / meerdere "consignatarissen" |
E. Rechtstreekse verkoop door de "consignant" van de geconsigneerde goederen aan een derde
54. Indien de "consignant" de geconsigneerde goederen zelf verkoopt, zonder tussenkomst van de "consignataris", kan de "consignant" niet langer gebruik maken van de vereenvoudigingsregeling, voorzien in onderhavige aanschrijving, en moet hij zich bijgevolg voor BTW-doeleinden laten identificeren in België.
Afdeling 3. Inhoud van de afzonderlijke boekhouding die de "consignataris" moet bijhouden voor elke "consignant"
55. De boekhouding die de "consignataris" moet bijhouden voor rekening van elk van de "consignanten", mag een vereenvoudigde boekhouding zijn die bestaat uit :
- een inkomend factuurboek, waarin hij de documenten inschrijft die de verzending van de goederen vaststellen door de "consignant";
- een uitgaand factuurboek, waarin de "consignataris" de facturen inschrijft die de "consignant" aan hem uitreikt voor de nationale levering die hij aan de "consignataris" verricht. Ook de stukken die de terugzending van onverkochte of niet afgenomen goederen vaststellen, moeten in dit uitgaand factuurboek worden ingeschreven.
HOOFDSTUK 4.
VEREENVOUDIGINGSMAATREGELEN VOOR DE VERZENDING VAN GOEDEREN IN CONSIGNATIE VANUIT BELGIE NAAR EEN ANDERE LID-STAAT
56. In diverse Lid-Staten werden bijzondere regelingen uitgewerkt voor de behandeling inzake BTW van consignatieverkopen en van gelijkgestelde handelingen, zoals de overbrenging van goederenvoorraden. Voor de regeling inzake BTW van de consignatiezendingen die vanuit België worden verricht naar deze Lid-Staten, moet rekening worden gehouden met het BTW-regime waaraan de Lid-Staat van aankomst de betrokken consignatiezending onderwerpt.
| 57. | Enkele voorbeelden (niet-limitatief) : |
a) Dan wordt de consignatiezending die een in België gevestigde "consignant" verricht naar deze andere Lid-Staat, in België niet aangemerkt als een overbrenging. De Belgische "consignant" wordt geacht een niet-overbrenging te hebben verricht, die hij moet inschrijven in het register van niet-overbrengingen (art. 23 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992). Naast de gewone vermeldingen (art. 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992) moet hij in dit register uitdrukkelijk verwijzen naar deze aanschrijving. Ingevolge deze inschrijving wordt de "consignant" ontslagen van de verplichting het in artikel 7, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, bedoelde stuk, op te maken.
Er wordt bovendien van de Belgische "consignant" verwacht dat hij aantoont dat de Lid-Staat van aankomst van de consignatiezending deze handeling niet belast als een bestemming van goederen die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel.
b) De verkoop door de in België gevestigde "consignant" van de voorheen in consignatie gezonden goederen, wordt aangemerkt als een levering in zijnen hoofde op het tijdstip van de overdracht van de eigendom. Deze levering is vrijgesteld van BTW indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek :
- de "consignataris" moet in elk geval zijn door een andere Lid-Staat geldig toegekend BTW-identificatienummer medegedeeld hebben aan de Belgische leverancier;
- aan de voorwaarde van het vervoer door de verkoper, door de verwerver of voor hun rekening, wordt geacht voldaan te zijn ingevolge het vervoer van de goederen ter gelegenheid van de consignatiezending.
De Belgische "consignant" moet aan de "consignataris" een factuur uitreiken die deze levering vaststelt en die uitdrukkelijk verwijst naar deze aanschrijving. Bovendien moet hij deze levering opnemen, enerzijds in zijn periodieke aangifte met betrekking tot het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de BTW over deze levering in principe opeisbaar is geworden (rooster 46) en anderzijds in zijn intracommunautaire opgave (art. 53sexies van het Wetboek en koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992) met betrekking tot het kwartaal tijdens hetwelk de BTW over deze levering opeisbaar is geworden.
Wat indien de "consignataris" een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die zijn intracommunautaire verwervingen niet aan de belasting moet onderwerpen ?
Dan is de levering die de Belgische "consignant" verricht, niet vrijgesteld op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek. De levering die hij verricht op het ogenblik van de eigendomsoverdracht aan de "consignataris", wordt overeenkomstig het vereenvoudigd stelsel geacht een levering te zijn met vervoer. Overeenkomstig de algemene beginselen inzake de bepaling van de plaats van levering wordt deze levering geacht plaats te vinden daar waar de verzending of het vervoer aanvangt (art. 15, § 2, tweede lid, 1°, van het Wetboek). In casu is dit België. Dit is immers in principe de plaats van waaruit aanvankelijk de consignatiezending is vertrokken.
In de mate dat evenwel voldaan is aan de voorwaarden van artikel 15, § 5, van het Wetboek, treedt de regeling van de verkopen op afstand in werking, waardoor de plaats van levering verschoven wordt naar de Lid-Staat van aankomst van de goederen. Dit is in principe de Lid-Staat waarheen de goederen aanvankelijk in consignatie verzonden werden. De uiteindelijke levering door de Belgische "consignant" aan de "consignataris" is dan in deze Lid-Staat van aankomst belastbaar.
In elk van de hierboven geviseerde gevallen moet de "consignant" het register van de niet-overbrengingen aanzuiveren door opname van de vermeldingen van artikel 24, 10° en 11°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. Voor de eventuele terugkeer van in consignatie gegeven goederen, moet het stuk bedoeld in artikel 7, § 1, tweede lid, van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 niet opgemaakt worden.
2° Wat indien de Lid-Staat van aankomst van de consignatiezending deze handeling in hoofde van de "consignataris" beschouwt als het verkrijgen van de macht om als een eigenaar over de betrokken goederen te beschikken ? Dan wordt de consignatiezending die een in België gevestigde "consignant" verricht naar deze andere Lid-Staat, in België van in het begin aangemerkt als een "levering". In deze hypothese is de regeling van toepassing die onder 1°, b), van dit nummer wordt uiteengezet.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
J. DECUYPER
BIJLAGE
Zie documentatie
Zie BTW-Wetboek :
- Art. 10, § 1, § 2, § 3;
- Art. 12bis, 1° tot en met 7°;
- Art. 13, § 1, § 2;
- Art. 15, § 1, § 2, § 3, § 4, § 5, § 6, § 7;
- Art. 16, § 1, § 2, § 3;
- Art. 17, § 1, § 2, § 3;
- Art. 25bis, § 1, § 2;
- Art. 25ter, § 1, § 2, § 3, § 4;
- Art. 25quater, § 1;
- Art. 25quinquies, § 1, § 2;
- Art. 25septies, § 1, § 2;
- Art. 39bis;
- Art. 53sexies, § 1 en § 2.
- Art. 55
Zie koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
- Art. 2;
- Art. 5, § 1 en § 2.
Zie koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen.
- Art. 1.
Bron: FisconetPlus
