ADDENDUM aan de Circulaire AFZ/INTERN.IB.2006/0549 dd. 12.10.2009
ADDENDUM aan de Circulaire AFZ/INTERN.IB.2006/0549 van 12.10.2009
Overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting
Definitief belaste inkomsten (DBI) – Overdracht van DBI-overschotten– artikel 205, §3 WIB 92 Circulaire AFZ/INTERN.IB.2006/0549 van 12.10.2009
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Stafdienst Beleidsexpertise en – ondersteuning, van de Algemene administratie van de fiscaliteit (sector directe belastingen) en van de Algemene administratie van de strijd tegen de fiscale fraude.
Hoofdstuk II.D (Overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting) van de circulaire AFZ/INTERN.IB.2006/0549 van 12.10.2009 (hierna “de circulaire”) bepaalt dat de dividenden die betaald zijn door dochterondernemingen die gevestigd zijn in sommige landen waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten heeft, in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten waarin artikel 203, § 3 WIB 92 voortaan voorziet.
De desbetreffende overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting werden in sommige gevallen op zodanige wijze gewijzigd dat de dividenden die betaald zijn door dochterondernemingen die in de overeenkomstsluitende Staat gevestigd zijn, niet meer in aanmerking komen voor de overdracht van DBI-overschotten, onder voorbehoud van de overwegingen met betrekking tot het vrij verkeer van kapitaal die geformuleerd zijn in hoofdstuk III van de circulaire. Daarom is in de samenvattende tabel in hoofdstuk IV van de circulaire een derde kolom opgenomen, getiteld "Einde van de inwerkingtreding (DBV)".
Aangezien er twijfel ontstond aangaande de wijze waarop de in die derde kolom van de circulaire opgenomen vermeldingen moeten worden geïnterpreteerd, is het nodig gebleken de betekenis ervan te verduidelijken.
"Einde van de inwerkingtreding (DBV)" betekent dat de dividenden die zijn betaald door een dochteronderneming uit het land dat in de eerste kolom van de samenvattende tabel is opgenomen, en die zijn ontvangen door een Belgische moedermaatschappij na – of vanaf – het in de derde kolom opgegeven tijdvak, nog mogen in mindering gebracht worden als DBI maar geen recht meer geven op de overdracht van DBI-overschotten. Voor de uit die landen afkomstige dividenden blijven de DBI-overschotten die gedurende het in de tweede kolom opgegeven tijdvak zijn vastgesteld, evenwel aftrekbaar in de loop van het in de derde kolom opgegeven tijdvak.
NAMENS DE MINISTER
De Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
