Circulaire 2019/C/2 betreffende de wet van 3 juli 2018 tot wijziging van artikel 94 W.Reg
vestiging van hypotheek ; zeeschip ; vrijstelling
FOD Financiën, 24.01.2019
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Inhoud
I. Inleiding
-
II. Hypotheekvestiging op een zeeschip en boot
2.1. Bedoeling van de wetgever
2.2. Zeeschepen door hun aard niet bestemd voor maritiem transport – Betaling van het recht
-
2.3. Zeeschepen door hun aard bestemd voor maritiem transport – Vrijstelling van het recht
2.3.1. Behoud van de grond- en vormvoorwaarden
2.3.2. Nieuwe voorwaarde tot behoud
2.3.3. Sancties in geval van niet naleving
2.3.4. Voorafgaande betaling van het recht
III. Inwerkingtreding
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
I. Inleiding
In het Belgisch Staatsblad van 19 juli 2018 is de wet van 3 juli 2018 verschenen tot wijziging van de belastingmaatregelen ten voordele van het zeevervoer (hierna “wet”).
Deze wet wijzigt onder meer artikel 94 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (W.Reg.). Huidige circulaire bespreekt de wijzigingen aan deze bepaling.
Op 6 november 2017 heeft de Europese Commissie de belastingmaatregelen ten voordele van het zeevervoer verlengd voor een tweede termijn van 10 jaar. De wet behoudt de vrijstelling van het evenredig recht voor de hypotheekvestiging op zeeschepen die naar hun aard bestemd zijn voor het zeevervoer, maar voegt een nieuwe voorwaarde toe, voert sancties in in geval van niet naleving en voorziet in de voorafgaande betaling van het recht en de lopende intresten(nieuw art. 94, eerste lid, 2°, en tweede en derde lid, W.Reg.).
De wettekst is opgenomen in bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde bepaling gaat als bijlage 2. De communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer, betreffende de fiscale behandeling van de zeevaartmaatschappijen(1), zijn vervat in bijlage 3.
De wijzigingen treden in werking vanaf het aanslagjaar 2019 (art.13, wet).
----------
(1) Mededeling C(2004) 43 van de Commissie — Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer, Publicatieblad van de Europese Unie, C 13/3, 17.1.2004 (lid 8 en 9 in vet weergegeven).
II. Hypotheekvestiging op een zeeschip en boot
2.1. Bedoeling van de wetgever
Bij besluit van 6 november 2017(2) heeft de Europese Commissie het Belgisch verzoek goedgekeurd tot verlenging voor een tweede periode van 10 jaar – van 1 januari 2013 tot 31 december 2022 -van de fiscale maatregelen ten voordele van het zeevervoer, mits bepaalde aanpassingen van de geldende reglementering. België heeft zich geëngageerd die in te voeren binnen de 6 maanden vanaf de datum van dit besluit.
Het doel van deze belastingregeling is voornamelijk om de zeescheepvaartondernemingen aan te moedigen hun zeeschepen te registreren binnen de Europese Economische Ruimte, en bijgevolg de toepassing van hoge sociale-, milieu- en veiligheidsnormen te verzekeren, in overeenstemming met de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor het zeevervoer(3)-(4).
Hierna volgt de bespreking van de wijzigingen die door artikel 12 van de wet worden ingevoerd in artikel 94 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
----------
(2) Beslissing C(2017) 7290 final van 6.11.2017 van de Europese Commissie,
http://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/index.cfm
(3) Wetsontwerp van 24 mei 2018 tot wijziging van de belastingsmaatregelen ten voordele van het zeevervoer, Memorie van toelichting, Doc., Kamer, 2017-2018, nr. 54-3103/001, p. 4-5.
(4) Mededeling C(2004) 43 van de Commissie – Communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer, Publicatieblad van de Europese Unie, P.B.E.U., C 13/3, 17.1.2004.
2.2. Zeeschepen naar hun aard niet bestemd voor het zeevervoer – Verschuldigdheid van het recht
Het registratierecht op de hypotheekvestiging op een zeeschip of boot is een federale belasting(5).
De hypotheekvestigingen op een zeeschip dat naar zijn aard niet bestemd is voor zeevervoer zijn onderworpen aan een recht van 0,50% (art.88 W.Reg.). Het principe van de verschuldigdheid van het recht wordt niet gewijzigd.
----------
(5) Artikel 3, eerste lid, 7°, a), a contrario, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (B.S., 17 januari 1989).
Worden niet beschouwd als zeeschepen die naar hun aard bestemd zijn voor zeevervoer en zijn bijgevolg onderworpen aan het registratierecht (0,50%) voor hypotheekvestiging:
Worden niet beschouwd als zijnde naar hun aard bestemd voor zeevervoer en zijn bijgevolg onderworpen aan het registratierecht (0,50%) voor hypotheekvestiging:
- schepen die uitsluitend varen op de binnenwateren of op wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren of zones waar de havenvoorschriften van toepassing zijn;
- vissersvaartuigen;
- fabrieksschepen voor visverwerking;
- schepen voor boring en winning;
- baggermolens;
- schepen voor onderzoek en opsporing;
- oorlogsschepen;
- schepen die voor andere sleepvaart dan zeesleepvaart gebruikt worden(6).
----------
(6)
Circulaire nr. 8/2005 dd. 14.07.2005, nr.1, www.fisconetplus.be.
2.3. Zeeschepen naar hun aard bestemd voor het zeevervoer – Vrijstelling van het recht
2.3.1. Behoud van de grond- en vormvoorwaarden
De hypotheekvestigingen op zeeschepen die naar hun aard bestemd zijn voor het zeevervoer zijn vrijgesteld van het evenredig recht indien de voorwaarden gesteld in artikel 94, eerste lid, vervuld zijn:
- een getuigschrift afgeleverd door het bevoegd Belgisch Scheepsregister ter bevestiging dat het schip is geregistreerd in het Belgisch register der zeeschepen of dat voor het schip een aangifte voor registratie in het Belgisch register der zeeschepen werd ingediend, moet aan de akte worden gehecht (art. 94, eerste lid, 1°, W.Reg.);
- de hypotheeksteller moet in of onderaan de akte uitdrukkelijk vermelden dat het schip naar zijn aard voor het zeevervoer bestemd is (nieuw art. 94, eerste lid, 2°, a), W. Reg.).
- Deze ten gronde ongewijzigde voorwaarden blijven van toepassing.
2.3.2. Nieuwe voorwaarde tot behoud
De wet heeft een nieuwe voorwaarde tot behoud ingevoerd. Om de instemming te bekomen voor het verder toekennen van de vrijstelling van het registratierecht op hypotheekvestiging op zeeschepen die naar hun aard bestemd zijn voor het zeevervoer, heeft de Belgische Staat zich ten overstaan van de Europese Commissie geëngageerd het behoud van die vrijstelling uitdrukkelijk afhankelijk te maken van de naleving door de begunstigde van de vrijstelling van de voorwaarden die in de communautaire beslissing zijn gesteld inzake het behoud of de uitbreiding van de tonnage en inzake de bewijslevering van naleving van de tonnage-eis en van het voldoen voor elk schip van de vloot aan de betreffende internationale en communautaire normen. Dit is de bedoeling van de eerste wijziging (nieuw art.94, eerste lid, 2°, b), W.Reg.).
De hypotheeksteller moet er zich bijgevolg toe verbinden om gedurende een periode van 5 jaar te rekenen vanaf de datum van registratie van de akte, de voorwaarden na te leven betreffende het behoud of de uitbreiding van de tonnage en inzake de bewijslevering van naleving van de tonnage-eis en van het voldoen, voor elk schip van de vloot, aan de betreffende internationale normen, overeenkomstig de voorwaarden die precies omschreven worden in punt 3.1, lid 8 en 9 van de Mededeling C(2004) 43 van de Europese Commissie(7).
----------
(7) Zie bijlage 3.
2.3.3. Sancties in geval van niet naleving
De toevoeging van een tweede lid beoogt de sanctionering van het niet-naleven van de voormelde voorwaarden (zie hiervoor, punten 2.3.1. b) en 2.3.2). Aldus moet de hypotheeksteller die een onjuiste verklaring aflegt of die de verbintenis gekoppeld aan het behoud van de vrijstelling niet naleeft, het evenredig recht (0,50%) betalen en de lopende intresten (nieuw art. 94, tweede lid, W.Reg.).
2.3.4. Voorafgaande betaling van het recht
De hypotheeksteller die de voormelde verplichtingen niet meer vervult (zie hiervoor, punten 2.3.1. b) en 2.3.2) is gehouden tot de betaling van het evenredig recht en de intresten die verschuldigd zijn tot de vaststelling door de administratie bij een controle van het nog te betalen gedeelte.
De hypotheeksteller kan, zodra hij de voorwaarden die verbonden zijn aan het behoud van de vrijstelling niet meer vervult, aanbieden het evenredig recht (0,50%) en de lopende intresten te betalen vóór het verstrijken van de termijn van 5 jaar te rekenen vanaf de registratie van de akte. Deze spontane en vervroegde betaling biedt aan de hypotheeksteller de mogelijkheid te vermijden dat de intresten blijven lopen tot de administratie uiteindelijk het nog te betalen gedeelte vaststelt. Dit verklaart de toevoeging van een derde lid(8) (nieuw art.94, derde lid, W.Reg.).
----------
(8) Wetsontwerp van 24 mei 2018 tot wijziging van de belastingsmaatregelen ten voordele van het zeevervoer, Memorie van toelichting, op.cit., p.15.
III. Inwerkingtreding
Artikel 13 van de wet voorziet dat de artikelen 2 tot 12 in werking treden vanaf het aanslagjaar 2019.
Uiteraard slaat de bepaling “aanslagjaar 2019” op de wijzigingen van het W.I.B. 92 (wet, art. 2 tot 11) en niet op de wijzingen van het W.Reg. (wet, art.12). De administratie neemt evenwel aan dat de wijzigingen van art. 94 W.Reg. toepasselijk zijn op de akten hypotheekvestiging op zeeschepen (naar hun aard bestemd voor zeevervoer) die nà 31 december 2018 worden verleden.
Aangezien de steunmaatregel werd verlengd tot 31 december 2022 zal België te gelegener tijd een nieuwe verlenging van de vrijstelling moeten vragen of een initiatief moeten nemen met het oog op de afschaffing van de wettelijke regeling vanaf 1 januari 2023.
