Circulaire nr. Ci.RH.331/486.703 van 15.09.1999
CIRC 15.09.99/1
Bull. nr. 797, pag. 3095
AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE
Berekening van de ACB.
Toepassingsgebied van de ACB.
DIVERS INKOMEN VAN ROERENDE AARD
Afschaffing van de ACB.
INKOMEN VAN ROERENDE GOEDEREN EN KAPITALEN
Afschaffing van de ACB.
Berekening van de ACB.
Toepassingsgebied van de ACB.
DIVERS INKOMEN VAN ROERENDE AARD
Afschaffing van de ACB.
INKOMEN VAN ROERENDE GOEDEREN EN KAPITALEN
Afschaffing van de ACB.
Commentaar op art. 106, W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen, en op art. 21, W 20.12.1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (aanvullende crisisbijdrage).
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 + en 2.
INHOUDSTAFEL
I. INLEIDING.......................................................1 II. WETTEKSTEN......................................................2 III. ALGEMEEN........................................................4 IV. COMMENTAAR A. Art. 106, W 21.12.1994.......................................6 B. Art. 21, W 20.12.1995 1. Algemeen..................................................7 2. Inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten van roerende aard a) Opheffing van de ACB...................................8 b) Gevolgen inzake voorafbetalingen......................11 c) Gevolgen inzake de verrekening van de OV-privé........12 3. Belastingkrediet.........................................13 V. INWERKINGTREDING...............................................15 I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die achtereenvolgens in art. 463bis, WIB 92, zijn aangebracht door:
- art. 106, W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen (V 2350 - Bull. 746);
- art. 21, W 20.12.1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2422 - Bull. 757).
II. WETTEKSTEN
Art. 106, W 21.12.1994
2. In artikel 463bis, § 1, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
| 1° | in het eerste lid, eerste streepje, worden de woorden "de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, laatste lid, en 246, 1°" vervangen door de woorden "de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid en 246, eerste lid"; |
| 2° | in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de woorden "de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, en 246, 1°" vervangen door de woorden "de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, en 246, eerste lid." |
Art. 21, W 20.12.1995
In artikel 463bis van hetzelfde Wetboek (WIB 92), ingevoegd door artikel 22 van de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij artikel 25 van de wet van 30 maart 1994 en bij artikel 106 van de wet van 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
| 1° | in § 1, eerste lid, 1°, worden tussen de woorden "op de personenbelasting" en de woorden "op de vennootschapsbelasting" de woorden "met uitzondering van de in artikel 171, 2°bis, 3° en 3°bis, vermelde afzonderlijke aanslagen" ingevoegd; |
| 2° | in § 1, eerste lid, 1°, eerste streepje, worden de woorden "en van het forfaitaire gedeelte van buitenlandse belasting" vervangen door de woorden, "van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en van het belastingkrediet; |
| 3° | paragraaf 1, eerste lid, 2° en 4° en § 3 worden opgeheven. |
Art. 28, tweede en vierde lid, W 20.12.1995
De artikelen ... 21, 1° en 2°, ... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1997.
De artikelen 21, 3° ..., zijn van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 1996.
3. Na die wijzigingen luidt art. 463bis WIB 92 als volgt:
Art. 463bis, WIB 92
§ 1. Als aanvullende crisisbijdragen worden, uitsluitend in het voordeel van de Staat, 3 opcentiemen gevestigd:
| 1° | op de personenbelasting, met uitzondering van de in artikel 171, 2°bis, 3° en 3°bis, vermelde afzonderlijke aanslagen, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting voor rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, en op de belasting van niet-inwoners met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, met inbegrip van de bijzondere afzonderlijke aanslagen vermeld in de artikelen 219 en 246, 2°; de aanvullende crisisbijdragen worden berekend op die belastingen vastgesteld: |
- vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid en 246, eerste lid, van de voorheffingen, van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en van het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296,
- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in de eerste gedachtenstreep zijn gedaan of van de daaraan verbonden bonificatie en vóór toepassing van de 6 opcentiemen vermeld in artikel 245.
| 2° | (1); |
| 3° | op de belasting met betrekking tot sommige meerwaarden verwezenlijkt door niet-inwoners, gevestigd en ingevorderd overeenkomstig artikel 301; |
| 4° | (2); |
| 5° | op de bijzondere aanslag gevestigd ten name van de elektriciteitsproducenten, ingevoerd door artikel 35, § 1, van de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen; zij wordt berekend op die bijzondere aanslag vastgesteld vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in artikel 36 van voormelde wet en vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan. |
[(1) Opheffing van de ACB op de RV.
(2) Opheffing van de ACB op de bijzondere heffing op roerende inkomsten die was ingevoerd door art. 42, W 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen].
De aanvullende crisisbijdragen worden gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend. De in de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, derde lid, en 246, eerste lid, 270 tot 275 en in artikel 36 van de wet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen vermelde bepalingen inzake voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing zijn daarop van toepassing voor zover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of de voorheffing die tot grondslag ervan dient.
De aanvullende crisisbijdragen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar indien de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend niet als beroepskosten wordt aangemerkt.
De aanvullende gemeentebelasting en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting vermeld in artikel 466 zijn niet van toepassing op de aanvullende crisisbijdrage op de personenbelasting.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 1° en tweede lid:
| 1° | worden de in artikel 58 vermelde forfaitaire aanslagvoeten en het minimum van 20 % verhoogd met 3 opcentiemen; |
| 2° | wordt het in de artikelen 165 en 175 vermelde percentage van 106 op 109 gebracht; |
| 3° | is artikel 218, tweede lid, niet van toepassing voor zover het artikel 165 betreft, het in het 2° van deze paragraaf bedoelde percentage van 109 % wordt evenwel tot 103 % verminderd; |
| 4° | wordt in artikel 304 als belasting verstaan, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners verhoogd met de aanvullende crisisbijdragen. |
§ 3. ... (3)
[(3) Opheffing van de afrondingsregels voor het met de ACB verhoogde tarief van de RV].
III. ALGEMEEN
4. Met art. 463bis, WIB 92, werd een aanvullende crisisbijdrage (ACB) ingesteld in de vorm van 3 opcentiemen op de inkomstenbelastingen.
5. Art. 106, W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen en art. 21, W 20.12.1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen hebben enkele wijzigingen aangebracht met betrekking tot de ACB.
IV. COMMENTAAR
A. Art. 106, W 21.12.1994
6. De door art. 106, W 21.12.1994 aangebrachte wijzigingen betreffen loutere vormwijzigingen:
- voor de duidelijkheid is de verwijzing naar art. 243, laatste lid, WIB 92, vervangen door een verwijzing naar art. 243, derde lid, WIB 92;
- daar art. 105, W 21.12.1994, een lid heeft toegevoegd aan art. 246, WIB 92, zijn de verwijzingen naar art. 246, 1°, WIB 92, vervangen door verwijzingen naar art. 246, eerste lid, WIB 92.
Geen van beide aanpassingen wijzigt evenwel de berekening van de ACB.
B. Art. 21, W 20.12.1995
1. Algemeen
7. De door art. 21 W 20.12.1995 aangebrachte wijzigingen zijn essentiëler. Zij gaan gepaard met de wijziging van het tarief van de RV door art. 13, W 20.12.1995, en met de invoering van het belastingkrediet door art. 15 van dezelfde wet.
2. Inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten van roerende aard
a) Opheffing van de ACB
8. De ACB is opgeheven voor:
- alle aan de RV onderworpen inkomsten die vanaf 1.1.1996 zijn toegekend of betaalbaar gesteld (zie dienaangaande ook de circ. 18.2.1997, Ci.RH.233/463.721, Bull. 770, blz. 715);
- alle inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten van roerende aard die in de PB afzonderlijk belast worden tegen de in art. 171, 2°bis, 3° en 3°bis, en art. 519, WIB 92, vermelde aanslagvoeten.
9. Voor zover die inkomsten effectief afzonderlijk belast worden tegen 15, 20 (4) of 25 %, mag dus geen ACB meer worden berekend op de PB met betrekking tot die inkomsten.
[(4) In de praktijk is het tarief van 20 % niet meer van toepassing vanaf het aj. 1998].
In dergelijk geval stemt de berekeningsgrondslag van de ACB dan ook niet meer overeen met die van de aanvullende belastingen op de PB (PB/gem. en PB/agg.).
Wanneer die inkomsten evenwel volgens het stelsel van de volledige globalisatie worden belast, moet de ACB bij voortduur worden berekend op de PB die verschuldigd is op het geheel van de gezamenlijk belaste inkomsten.
10. Ook is de ACB niet meer van toepassing op de destijds door art. 42, W 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen ingestelde bijzondere heffing op roerende inkomsten (5).
[(5) Die bijzondere heffing op roerende inkomsten is inmiddels opgeheven door art. 9, W 16.4.1997 houdende diverse bepalingen (V 2507 - Bull.773).
b) Gevolgen inzake voorafbetalingen
11. Voor de berekening van de bonificatie voor voorafbetalingen, wordt de PB, overeenkomstig de art. 175 en 463bis, § 2, 2°, WIB 92, gebracht op:
- 106 % van de belasting met betrekking tot de afzonderlijk belaste roerende inkomsten en diverse inkomsten van roerende aard;
- 109 % van de belasting met betrekking tot de andere inkomsten dan de hiervoor bedoelde afzonderlijke belaste inkomsten.
Voor de berekening van de vermeerdering wegens ontstentenis of ontoereikendheid van voorafbetalingen, bedraagt de belasting evenwel nog steeds 109 % van de Rijksbelasting.
c) Gevolgen inzake de verrekening van de OV-privé
12. Het verrekenbare bedrag van de OV-privé is beperkt tot 100 % van de belasting die op de afzonderlijk belaste roerende inkomsten en diverse inkomsten van roerende aard slaat, verhoogd met 103 % van de belasting die op de andere inkomsten slaat.
3. Belastingkrediet
13. Zowel inzake PB als inzake Ven.B werd door art. 289bis, WIB 92, een belastingkrediet ingesteld dat respectievelijk met de PB en de Ven.B verrekenbaar is.
14. Om met die wijziging rekening te houden werd art. 463bis dienovereenkomstig aangepast. Dientengevolge moet de ACB berekend worden op de belasting die is vastgesteld:
- vóór verrekening van de VA vermeld in de art. 157 tot 168, 175 tot 177, 218, 226, 243, 3de lid, en 246, 1ste lid, WIB 92, van de voorheffingen, van het FBB en van het belastingkrediet vermeld in de art. 277 tot 296, WIB 92;
- vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in de eerste gedachtenstreep zijn gedaan of van de daaraan verbonden bonificatie en vóór toepassing van de 6 opcentiemen vermeld in art. 245, WIB 92.
V. INWERKINGTREDING
15. De W 21.12.1994 vermeldt geen datum van inwerkingtreding wat art. 106 van die wet betreft. In beginsel treedt dit artikel dus in werking 10 dagen na de publicatie van de wet in het BS (23.12.1994), zijnde op 2.1.1995.
16. Krachtens art. 28, 2de en 4de lid, W 20.12.1995, is art. 21 van dezelfde wet van toepassing met ingang van het aj. 1997, met uitzondering van de bepalingen inzake de opheffing van de ACB op de RV en de bijzondere heffing op roerende inkomsten, welke van toepassing zijn op de vanaf 1.1.1996 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.
NAMENS DE MINISTERVoor de Directeur-generaalDe Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
