Circulaire nr. Ci.RH.332/424.248 dd. 09.01.1991
CIRC 09.01.91/1
Circulaire nr. Ci.RH.332/424.248 dd. 09.01.1991
Bull. nr. 702, pag. 395
KAPITALEN
Kapitalen geldend als renten of pensioenen.
Kapitalen met betrekking tot een beroepswerkzaamheid.
OPZEGGINGSVERGOEDINGEN
Kapitalen betaald ter gelegenheid van het brugpensioen.
VERGOEDINGEN
Vergoedingen in kapitaal ter gelegenheid van het brugpensioen.
Belastingregeling voor :
Het hoofdbestuur verneemt dat er nog steeds twijfel bestaat over de belastingregeling voor de vergoedingen in kapitaal die in de plaats komen van de periodieke aanvullende vergoedingen, bedoeld in de C.A.O. nr. 17 van 19.12.1974 (conventioneel brugpensioen) of in een sectoriële of bijzondere overeenkomst die gelijkaardige voordelen inhoudt voor bruggepensioneerden.
In dit verband wordt de aandacht gevestigd op het arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 24.05.1988, inzake J. Van Puttegem (B. nr. 689, blz. 2.543), waarin het administratief standpunt wordt bevestigd, dat zulke kapitalen als een in art. 93, § 1, 3°, a, WIB vermelde opzeggingsvergoeding moeten worden aangemerkt.
Tevens wordt eraan herinnerd dat andere vergoedingen in kapitaal die contractueel of goedgunstig aan een werknemer zijn betaald of toegekend ter gelegenheid van of wegens zijn toelating tot het brugpensioen, eveneens overeenkomstig de in voormeld artikel neergelegde regeling moeten worden belast.
De administratie dringt erop aan dat die regeling, die trouwens reeds voorkomt in Com.IB 93/9, voorlaatste en laatste gedachtenstreep, stipt zou worden toegepast.
Circulaire nr. Ci.RH.332/424.248 dd. 09.01.1991
Bull. nr. 702, pag. 395
KAPITALEN
Kapitalen geldend als renten of pensioenen.
Kapitalen met betrekking tot een beroepswerkzaamheid.
OPZEGGINGSVERGOEDINGEN
Kapitalen betaald ter gelegenheid van het brugpensioen.
VERGOEDINGEN
Vergoedingen in kapitaal ter gelegenheid van het brugpensioen.
Belastingregeling voor :
- gekapitaliseerde brugpensioenen;
- andere vergoedingen in kapitaal ter gelegenheid van de brugpensionering.
Het hoofdbestuur verneemt dat er nog steeds twijfel bestaat over de belastingregeling voor de vergoedingen in kapitaal die in de plaats komen van de periodieke aanvullende vergoedingen, bedoeld in de C.A.O. nr. 17 van 19.12.1974 (conventioneel brugpensioen) of in een sectoriële of bijzondere overeenkomst die gelijkaardige voordelen inhoudt voor bruggepensioneerden.
In dit verband wordt de aandacht gevestigd op het arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 24.05.1988, inzake J. Van Puttegem (B. nr. 689, blz. 2.543), waarin het administratief standpunt wordt bevestigd, dat zulke kapitalen als een in art. 93, § 1, 3°, a, WIB vermelde opzeggingsvergoeding moeten worden aangemerkt.
Tevens wordt eraan herinnerd dat andere vergoedingen in kapitaal die contractueel of goedgunstig aan een werknemer zijn betaald of toegekend ter gelegenheid van of wegens zijn toelating tot het brugpensioen, eveneens overeenkomstig de in voormeld artikel neergelegde regeling moeten worden belast.
De administratie dringt erop aan dat die regeling, die trouwens reeds voorkomt in Com.IB 93/9, voorlaatste en laatste gedachtenstreep, stipt zou worden toegepast.
Bron: FisconetPlus
