Circulaire AFZ nr. 14/2009 d.d. 05.10.2009
(aangevuld met : Addendum dd. 28.03.2012 bij de Circulaire AFZ n° 14/2009 dd.
05.10.2009 (AFZ/1996-0494) )
Inkomstenbelasting
Dubbelbelastingverdrag
Verenigde Arabische Emiraten
Richtlijnen voor de toepassing van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en van het Protocol, ondertekend te Washington op 30 september 1996.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen) en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.
I. BELANGRIJKE DATA
Ondertekening: 30 september 1996
Goedkeuring : Wet van 2 augustus 2002
Publicatie in het Belgisch Staatsblad : 24 december 2003
Inwerkingtreding : 6 januari 2004
Toepassing in België :
- op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 1995;
- op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen op of na 31 december 1995.
De Overeenkomst vertoont een grote gelijkenis met de andere door België gesloten overeenkomsten. Bijgevolg bespreken we alleen de specifieke bepalingen of die bepalingen waarop we in het bijzonder de aandacht willen vestigen.
II. WERKINGSSFEER EN DEFINITIES
A. Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is (artikel 1)
De Overeenkomst is van toepassing op “inwoners” van België en/of van de Verenigde Arabische Emiraten, ongeacht de nationaliteit. De betekenis van de uitdrukking “inwoner” wordt in artikel 4 gegeven.
B. Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is (artikel 2)
Met betrekking tot de Verenigde Arabische Emiraten is de Overeenkomst in principe van toepassing op de personenbelasting, de vennootschapsbelasting alsmede op de opcentiemen op die belastingen en op de lokale belastingen naar het inkomen of naar het vermogen. Tot op heden is de vennootschapsbelasting echter de enige belasting die in de Verenigde Arabische Emiraten bestaat. In geen enkele van de Verenigde Arabische Emiraten bestaat een personenbelasting.
C. Territoriale werkingssfeer (artikel 3, paragraaf 1, a))
De Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied van de Verenigde Arabische Emiraten. De Verenigde Arabische Emiraten zijn een federatie van 7 Emiraten, met name Abu Dhabi, Ajmam, Dubaï, Fujairah, Ras Al-Khaimah, Sharjah en Umm A-Quwain. Elk Emiraat heeft zijn eigen wetgeving inzake inkomstenbelasting maar al die wetgevingen lijken sterk op elkaar.
D. Definities (artikelen 3 en 4 + punt 1 van het Protocol)
De Overeenkomst bevat de gebruikelijke definities (algemene definities en inwoner) van het OESOmodel van belastingovereenkomst .
Overeenkomstig artikel 4 is elke persoon die, ingevolge de wetgeving van de Verenigde Arabische Emiraten, aan belasting onderworpen is op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid, een inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten voor de toepassing van de Overeenkomst. Een persoon wordt geacht in een Staat belastingplichtig te zijn wanneer die persoon aan de belastingwetgeving van die Staat onderworpen is, zelfs indien die Staat niet daadwerkelijk een belasting heft te zijner laste.
Vennootschappen die inwoner zijn, zijn in principe overeenkomstig een fiscaal decreet in elk van de Verenigde Arabische Emiraten aan belasting onderworpen . Alle vennootschappen waarvan de plaats van leiding gelegen is in een Emiraat zijn voor de toepassing van de Overeenkomst inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten, zelfs indien in de praktijk alleen de bankondernemingen en petroleumbedrijven daadwerkelijk aan belasting onderworpen worden.
Er bestaat daarentegen geen belastingwetgeving in de Verenigde Arabische Emiraten met betrekking tot de belastingheffing van de inkomsten van natuurlijke personen. Voor de toepassing van de Overeenkomst kan een natuurlijke persoon die op burgerlijk vlak zijn woonplaats of zijn verblijf in een Emiraat heeft, bijgevolg geen inwoner zijn van de Verenigde Arabische Emiraten. De regels die in de Overeenkomst zijn bepaald, zijn in principe niet van toepassing op die natuurlijke personen.
Artikel 24, paragraaf 1 is evenwel van toepassing op de onderdanen van de Verenigde Arabische Emiraten. Dit artikel verbiedt België om die onderdanen op fiscaal vlak verschillend te behandelen als de Belgische onderdanen wat de belastingen betreft waarop de Overeenkomst van toepassing is (waarbij het van geen belang is dat die onderdanen hun woonplaats of hun verblijf in een Emiraat of in enige derde Staat hebben). Indien een natuurlijke persoon die onderdaan is van de Verenigde Arabische Emiraten vindt dat hij gediscrimineerd wordt, zou hij een regeling voor onderling overleg kunnen indienen op grond van artikel 25, paragraaf 1.
Punt 1 van het Protocol bepaalt dat de uitdrukking “inwoner van een overeenkomstsluitende Staat” die Staat zelf, elk staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap van die Staat omvat, alsmede elke financiële instelling die in het bezit is van en beheerst wordt door die Staat, dat staatkundig onderdeel of die plaatselijke gemeenschap. De “soevereine fondsen” van de Emiraten zijn bijgevolg in principe inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten in de zin van de Overeenkomst. Zij kunnen dus de voordelen van de bepalingen van de Overeenkomst inroepen met betrekking tot de inkomsten van de investeringen die zij in België verrichten (zie eveneens punt III B.4 hierna). Die “soevereine fondsen” zijn beleggingsfondsen die in het bezit zijn van één of meer Emiraten en die opgericht zijn om het nationale spaargeld te beheren of nog fondsen die het vermogen in buitenlandse munten van één of meer Emiraten beheren.
III. BELASTINGHEFFING VAN INKOMSTEN
A. Ondernemingswinst
1. Definitie van vaste inrichting (artikel 5)
Artikel 5 komt grotendeels overeen met het OESO-model van belastingverdrag (bv. de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden vormt slechts een vaste inrichting indien de duur ervan 12 maanden overstijgt).
Ingevolge artikel 5, paragraaf 3, b) kan het verstrekken van diensten evenwel ook een vaste inrichting vormen :
- indien een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat diensten verstrekt op het territorium van de andere overeenkomstsluitende Staat door middel van werknemers of ander personeel die in die andere Staat verblijven, en
- indien die werkzaamheden voor dezelfde of ermee verband houdende projecten worden uitgeoefend gedurende een tijdvak of tijdvakken waarvan de duur in totaal 12 maanden in enig tijdvak van 18 maanden te boven gaat.
Indien de in die bepaling opgenomen voorwaarden vervuld zijn, is er een vaste inrichting zelfs indien er geen vaste bedrijfsinrichting bestaat (indien de diensten achtereenvolgens in verschillende geografische plaatsen worden verricht en indien de verschillende bedrijfsinrichtingen van zeer korte duur zijn).
Afzonderlijke projecten worden beschouwd als projecten die met elkaar verband houden indien die projecten betrekking hebben op het verstrekken van gelijke of soortgelijke diensten ingevolge contracten die de onderneming welke de diensten verstrekt, heeft gesloten met één enkele onderneming of met verbonden ondernemingen. Twee ondernemingen worden beschouwd als verbonden ondernemingen indien de ene onmiddellijk of middellijk wordt gecontroleerd door de andere of indien beide ondernemingen onmiddellijk of middellijk worden gecontroleerd door een derde onderneming. Daarbij is het van geen belang of de ondernemingen waaraan de diensten worden verstrekt inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat of van een derde Staat. Het enige dat telt is dat de diensten daadwerkelijk worden verricht door een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat onder de in artikel 5, paragraaf 3, b) bepaalde voorwaarden .
2. Belastingheffing van ondernemingswinst (artikel 7 en punt 2 van het Protocol)
Artikel 7 stemt overeen met het OESO-model van belastingverdrag.
Punt 2 van het Protocol verduidelijkt evenwel dat, indien een onderneming winst behaalt uit het winnen van petroleum of andere natuurlijke rijkdommen of uit daarbijbehorende werkzaamheden met behulp van een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of enige andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen die een vaste inrichting vormen, de overeenkomstsluitende Staat op wiens grondgebied de vaste inrichting gelegen is, alle bepalingen van zijn interne wetgeving mag toepassen zelfs die welke tegenstrijdig zijn met de bepalingen van de Overeenkomst.
3. Zee- en luchtvaart (artikel 8 en punt 3 van het Protocol)
Artikel 8 stemt overeen met het OESO-model van belastingverdrag.
Punt 3 van het Protocol preciseert dat de bepalingen van artikel 8 eveneens van toepassing zijn op het deel van de winst van de in Bahrein gevestigde maatschappij “Gulf Air”, dat overeenstemt met de deelneming van de Verenigde Arabische Emiraten in “Gulf Air”.
4. Afhankelijke ondernemingen (artikel 9)
Artikel 9 bevat niet de bepalingen van paragraaf 2 van het OESO-model van belastingverdrag.
Deze paragraaf 2 regelt de correlatieve aanpassingen die een overeenkomstsluitende Staat moet aanbrengen aan de winst van een vennootschap/inwoner wegens herzieningen die de andere overeenkomstsluitende Staat heeft uitgevoerd aan de winst van een afhankelijke vennootschap van de andere overeenkomstsluitende Staat (moedermaatschappijen en hun dochtervennootschappen en vennootschappen die onder een gemeenschappelijk toezicht staan).
Door artikel 9 zonder paragraaf 2 op te nemen wordt evenwel aangetoond dat België en de Verenigde Arabische Emiraten zijn overeengekomen om de economische dubbele belasting in de werkingssfeer van de Overeenkomst op te nemen. Bijgevolg is de regeling voor onderling overleg waarin artikel 25 voorziet in principe van toepassing, indien een van de Staten in de winst van een vennootschap van die Staat winst heeft opgenomen, en dus ook heeft belast, waarop een vennootschap van de andere Staat in die andere Staat werd belast.
B. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat
Dividenden, interest en royalty’s genieten in de bronstaat een vermindering of vrijstelling van de belasting op voorwaarde dat :
- de uiteindelijk gerechtigde tot die inkomsten inwoner is van de andere Staat, en
- dat het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest is verschuldigd of het recht of het goed uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, niet wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting of een vaste basis waarover de genieter in de bronstaat beschikt.
Aangezien natuurlijke personen die hun woonplaats of verblijf in de Verenigde Arabische Emiraten hebben, voor de toepassing van de Overeenkomst geen inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten zijn, kunnen zij in België niet de verdragsvoordelen genieten voor dividenden, interest of royalty’s uit Belgische bronnen. Wanneer die inkomsten betaald worden aan natuurlijke personen wordt bijgevolg het stelsel waarin de Belgische interne wetgeving voorziet, toegepast.
Vennootschappen van de Emiraten zijn daarentegen in principe aan belasting onderworpen.
Wanneer de plaats van werkelijke leiding van die vennootschappen gevestigd is in één van de Emiraten, zijn die vennootschappen in principe inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten en kunnen ze dus alle bepalingen van de Overeenkomst die hen aanbelangen, en inzonderheid die welke betrekking hebben op de roerende inkomsten, inroepen (cf. II, C, hierboven).
Bovendien bestaat er in de Verenigde Arabische Emiraten geen bronheffing op dividenden, interest en royalty’s. De verdragsverminderingen of –vrijstellingen hebben bijgevolg geen invloed op de situatie van de inwoners van België die aan geen enkele bronheffing onderworpen zijn in de Verenigde Arabische Emiraten.
1. Dividenden (artikel 10)
Wanneer de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een vennootschap van de Verenigde Arabische Emiraten is die onmiddellijk of middellijk ten minste 25 % bezit van het kapitaal van de vennootschap die inwoner is van België en die de dividenden betaalt, mag de Belgische belasting niet meer bedragen dan 5 % van het brutobedrag van de dividenden.
Die tarieven zijn slechts van toepassing wanneer de vrijstelling bepaald in art. 106, § 5 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 niet van toepassing is (wanneer de deelneming lager is dan 10 % of wanneer de deelneming niet gedurende een ononderbroken periode van 1 jaar werd behouden).
Wanneer de gerechtigde tot de dividenden een natuurlijke persoon/inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten is, is het tarief van de roerende voorheffing waarin de interne wetgeving voorziet van toepassing.
2. Interest (artikel 11)
De belasting in België is beperkt tot 5 % van het brutobedrag van de interest wanneer de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een vennootschap is die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten.
Wanneer de gerechtigde tot de interest een natuurlijke persoon/inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten is, is het tarief dat is bepaald in de interne wetgeving (RV) van toepassing.
3. Royalty’s (artikel 12 en punt 5 van het Protocol)
De belasting in België is beperkt tot 5 % van het brutobedrag van de royalty’s wanneer de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een vennootschap is die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten.
Punt 5 van het Protocol preciseert, voor zover dit nodig is, dat :
- vergoedingen voor het recht natuurlijke rijkdommen te ontginnen, niet vallen onder artikel 12 maar belastbaar zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 ;
- vergoedingen voor technische bijstand of technische diensten, niet vallen onder artikel 12 maar belastbaar zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14, naar het geval.
Wanneer de gerechtigde tot de royalty’s een natuurlijke persoon/inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten is, is in België het tarief waarin het interne recht voorziet van toepassing (RV of BV).
4. Gemeenschappelijke bepalingen (paragraaf 3 van artikel 10, 11 en 12 + punt 4 van het Protocol)
Wanneer de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, interest en royalty’s die worden betaald door een vennootschap die inwoner is van België, één van de Emiraten is, een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan is of een financiële instelling die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten, zijn die dividenden, interest en royalty’s slechts belastbaar in de Verenigde Arabische Emiraten en zijn ze in België dus vrijgesteld.
De Verenigde Arabische Emiraten hebben ons nog niet de lijst meegedeeld van financiële instellingen die inwoner zijn van de Verenigde Arabische Emiraten en die bijgevolg in België die vrijstelling kunnen genieten.
Momenteel kunnen alleen de financiële instellingen die in het bezit zijn van en onder toezicht staan van één of meerdere Emiraten daadwerkelijk de desbetreffende vrijstelling genieten wat dividenden, interest of royalty’s uit Belgische bron betreft. Punt 1 van het Protocol beschouwt die financiële instellingen immers ipso facto als inwoners. Die instellingen – inzonderheid de “staatsinvesteringsfondsen” – zullen bijgevolg de desbetreffende vrijstelling kunnen verkrijgen indien zij aantonen dat zij in het bezit zijn van en onder toezicht staan van één of meerdere Emiraten.
Zodra de bevoegde autoriteiten overeenstemming hebben bereikt omtrent de bedoelde financiële instellingen, zal een addendum bij deze circulaire worden verspreid. Intussen kunnen de financiële instellingen die niet aantonen dat zij in het bezit zijn van en onder toezicht staan van één of meerdere Emiraten in voorkomend geval andere belastingverminderingen waarin de Overeenkomst voorziet genieten (5 of 10 % voor dividenden, 5 % voor interest en royalty’s) wanneer ze voldoen aan de voorwaarden voor die andere verminderingen.
C. Vermogenswinst (artikel 13)
Artikel 13 stemt volledig overeen met het OESO-model van belastingverdrag. Het bevat evenwel niet de bepaling die in januari 2003 in genoemd model werd opgenomen en die betrekking heeft op meerwaarden verwezenlijkt op aandelen van vennootschappen die zich hoofdzakelijk bezighouden met immobiliën. Die meerwaarden mogen bijgevolg uitsluitend worden belast in de woonstaat van de vervreemder.
Punt 3 van het Protocol preciseert dat de bepalingen van artikel 13, paragraaf 3 eveneens van toepassing zijn op het deel van de vermogenswinst van de “Gulf Air” maatschappij, die in Bahrein is gevestigd, dat overeenstemt met de deelneming van de Verenigde Arabische Emiraten in “Gulf Air”. Het betreft vermogenswinst (of meerwaarden) verwezenlijkt op vliegtuigen die door Gulf Air worden geëxploiteerd of op roerende goederen.
D. Zelfstandige beroepen (artikel 14), Niet-zelfstandige beroepen (artikel 15), Vennootschapsleiding (artikel 16), Artiesten en sportbeoefenaars (artikel 17), Pensioenen (artikel 18), Leraren en studenten (artikel 20)
Deze artikelen betreffen inkomsten die zijn verkregen door natuurlijke personen. Zolang er geen belasting bestaat op de inkomsten van natuurlijke personen in de Verenigde Arabische Emiraten, zijn die artikelen niet van toepassing op natuurlijke personen die hun verblijf of woonplaats in de Verenigde Arabische Emiraten hebben (zie punt II, C, hierboven). Wanneer een natuurlijke persoon die in de Verenigde Arabische Emiraten zijn verblijf of woonplaats heeft, inkomsten uit Belgische bron ontvangt, is die natuurlijke persoon bijgevolg in België onderworpen aan de belasting van niet-inwoners overeenkomstig de bepalingen waarin het WIB 92 voorziet.
In de praktijk sorteren die bepalingen evenmin effect ten aanzien van natuurlijke personen die inwoner zijn van België. Wanneer een natuurlijke persoon die inwoner is van België, inkomsten verkrijgt die afkomstig zijn uit de Verenigde Arabische Emiraten, worden die inkomsten niet belast in de Emiraten. Die inkomsten moeten bijgevolg niet van belasting worden vrijgesteld in België, zelfs indien die inkomsten in de Verenigde Arabische Emiraten belastbaar zijn overeenkomstig de bepalingen van de artikels 14, 15, 16, 17, 18 en 20 (zie punt IV, B., 1., hierna met betrekking tot het vermijden van dubbele belasting in België).
Artikel 15, paragraaf 3 voorziet evenwel in een exclusieve belastingheffing in de Emiraten voor beloningen verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in de Emiraten is gelegen. Ingevolge deze bepaling moet België deze inkomsten dus volledig vrijstellen, d.w.z. zonder progressievoorbehoud (aangezien deze inkomsten niet belast zijn in de Emiraten zijn de bepalingen van artikel 23, paragraaf 2, a) (waardoor progressievoorbehoud mogelijk wordt gemaakt voor België) immers niet van toepassing).
Het is evenwel mogelijk dat een vennootschap die inwoner is van België een mandaat van bestuurder of gelijkaardige functies uitoefent in een vennootschap die inwoner is van de Emiraten.
In zulk geval mogen de tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen in de Emiraten worden belast overeenkomstig artikel 16, paragraaf 1 en komen ze in aanmerking om in België te worden vrijgesteld bij de vennootschap die ze verkrijgt (zie IV, B.1. hierna). Dit kan eveneens het geval zijn wanneer de inkomsten van artiesten en sportbeoefenaars die hun werkzaamheid in de Emiraten uitoefenen, worden verkregen door een vennootschap die inwoner is van België en die inkomsten geheel of gedeeltelijk niet aan de betrokken artiesten of sportbeoefenaars worden teruggegeven. In zulk geval mogen de inkomsten die niet aan de betrokken artiesten of sportbeoefenaars zijn teruggegeven, in de Emiraten worden belast, doch niet op basis van artikel 17, paragraaf 1 maar wel op basis van artikel 17, paragraaf 2. Zij komen bijgevolg in aanmerking om in België te worden vrijgesteld bij de vennootschap die ze verkrijgt (zie IV, B.1. hierna).
E. Overheidsfuncties (artikel 19)
Zolang er geen belasting bestaat op de inkomsten van natuurlijke personen in de Verenigde Arabische Emiraten, zijn de bepalingen van artikel 19 niet van toepassing op natuurlijke personen die hun verblijf of woonplaats in de Verenigde Arabische Emiraten hebben (zie punt II, C, hierboven).
De bepalingen van artikel 19 zijn daarentegen wel degelijk van toepassing op natuurlijke personen die inwoner zijn van België. Overeenkomstig het OESO-model van belastingverdrag regelt artikel 19 immers het vermijden van dubbele belasting en voorziet het, voor de inwoners van België, in een exclusieve belastingheffing in de Verenigde Arabische Emiraten voor :
- beloningen voor overheidsfuncties die door de Verenigde Arabische Emiraten zijn betaald (behalve wanneer de diensten waarvoor de beloningen worden betaald, in België worden uitgeoefend door een inwoner van België die de Belgische nationaliteit bezit of door een inwoner van België die de Belgische nationaliteit niet bezit maar die niet uitsluitend inwoner van België is geworden om de desbetreffende diensten te bewijzen);
- overheidspensioenen betaald door de Verenigde Arabische Emiraten (behalve pensioenen die betaald zijn aan een inwoner van België die de Belgische nationaliteit bezit).
Artikel 19 voorziet in een exclusieve belastingheffing van die inkomsten in de Emiraten, ongeacht of ze er al dan niet onderworpen zijn aan een belastingstelsel. België moet bijgevolg ingevolge artikel 19 die inkomsten volledig vrijstellen, dat wil zeggen zonder progressievoorbehoud (aangezien die inkomsten niet zijn belast in de Emiraten, zijn de bepalingen van artikel 23, paragraaf 2, a) waardoor België progressievoorbehoud mag toepassen, niet van toepassing).
F. Inkomsten die niet uitdrukkelijk vermeld zijn (artikel 21)
Dit artikel stemt overeen met het OESO-model van belastingverdrag.
G. Vermogen (artikel 22)
Op dit ogenblik bestaat noch in België, noch in de Verenigde Arabische Emiraten een vermogensbelasting. Bijgevolg kan dit artikel momenteel geen toepassing vinden.
IV. WIJZE WAAROP DUBBELE BELASTING WORDT VERMEDEN (artikel 23)
A. Inkomsten uit Belgische bronnen waarvan een inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten de begunstigde is (artikel 23, paragraaf 3).
In de Verenigde Arabische Emiraten wordt dubbele belasting vermeden volgens de verrekeningsmethode (verrekening van de Belgische belasting die betrekking heeft op de inkomsten uit Belgische bronnen met de belasting van de Verenigde Arabische Emiraten met betrekking tot die inkomsten).
B. Inkomsten afkomstig uit de Verenigde Arabische Emiraten waarvan een inwoner van België de begunstigde is (artikel 23, paragraaf 2).
1. Algemene regel : vrijstelling met progressievoorbehoud (paragraaf 2, a))
Inkomsten, niet zijnde roerende inkomsten, die in de Verenigde Arabische Emiraten zijn belast volgens de Overeenkomst, zijn in België vrijgesteld van belasting maar worden in aanmerking genomen voor het bepalen van het tarief dat van toepassing is op de andere inkomsten van de inwoner van België.
Om vast te stellen of de inkomsten al dan niet in de Verenigde Arabische Emiraten zijn belast, moet dezelfde gedragslijn worden gevolgd als die welke is uiteengezet in commentaar 155/20 en volgende van de Com.IB voor de toepassing van het verminderde tarief met betrekking tot de in het buitenland verwezenlijkte en belaste inkomsten.
Rekening houdend met de belastingwetgeving die momenteel van kracht is in de Verenigde Arabische Emiraten, volgt hieruit dat :
- inkomsten die afkomstig zijn uit de Verenigde Arabische Emiraten en die zijn verkregen door een natuurlijke persoon geen belastingvrijstelling kunnen genieten in België omdat die inkomsten niet onderworpen zijn aan een belastingstelsel in de Verenigde Arabische Emiraten en niet kunnen geacht worden aldaar te zijn belast (zie eveneens punt III D en B hierboven);
- inkomsten die afkomstig zijn uit de Verenigde Arabische Emiraten en die zijn verkregen door een vennootschap belastingvrijstelling kunnen genieten in België omdat die inkomsten onderworpen zijn aan een belastingstelsel in de Verenigde Arabische Emiraten, zelfs wanneer die inkomsten in de Verenigde Arabische Emiraten van belasting vrijgesteld zijn.
Elk Emiraat heeft immers een decreet inzake vennootschapsbelasting maar in de praktijk is de uitvoering van die decreten beperkt tot de buitenlandse banken en tot de aardoliemaatschappijen; de decreten vermelden bovendien dat, ingeval ze volledig zouden worden uitgevoerd, de belasting op de winst van vennootschappen retroactief zou kunnen worden toegepast.
Wanneer een vennootschap die inwoner is van België de vrijstelling vraagt waarin de Overeenkomst voorziet voor ondernemingswinst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting waarover zij beschikt in de Verenigde Arabische Emiraten, dient te worden nagegaan of die winst in de Verenigde Arabische Emiraten mag worden belast overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 5 en 7. Er zal dus moeten worden nagegaan :
- of de in artikel 5 bepaalde voorwaarden zijn vervuld om te kunnen oordelen dat de Belgische vennootschap een vaste inrichting heeft in de Verenigde Arabische Emiraten ; en
- of de winst waarvoor vrijstelling wordt gevraagd, daadwerkelijk kan worden toegerekend aan de activiteit die door de Belgische vennootschap met behulp van die vaste inrichting wordt uitgeoefend.
De belastingplichtige die om vrijstelling van de inkomsten van buitenlandse oorsprong verzoekt, moet de bewijsstukken voorleggen die aantonen dat de voorwaarden die met deze vrijstelling verbonden zijn, vervuld zijn. Bij gebrek aan bewijsstukken, mag de vrijstelling niet verleend worden.
Indien nodig wordt een beroep gedaan op de medewerking van de partneradministratie om de door de belastingplichtige verstrekte inlichtingen te controleren.
2. Roerende inkomsten (paragraaf 2, b), c) en d))
a) Dividenden, niet zijnde dividenden die aftrekbaar zijn van de belastbare winst van de verkrijgende vennootschap, alsmede interest en royalty’s die uit de Verenigde Arabische Emiraten afkomstig zijn, geven theoretisch recht op verrekening van het FBB overeenkomstig de in het interne recht vastgelegde voorwaarden en tarieven. In de mate dat die inkomsten op dit ogenblik in de Verenigde Arabische Emiraten niet aan een bronbelasting zijn onderworpen, geeft de betaling van die inkomsten geen aanleiding tot enige verrekening in België.
b) Dividenden die door een vennootschap van de Verenigde Arabische Emiraten aan een Belgische vennootschap betaald zijn, zijn aftrekbaar van de belastbare winst van laatstvermelde vennootschap overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen van de Belgische wetgeving.
c) Artikel 23, paragraaf 2 omvat de gewone bepaling ter vermijding van de dubbele aftrek van verliezen.
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal
Paul NECKEBROECK
SAMENVATTENDE TABELLEN
De samenvattende tabellen geven slechts een overzicht van de regels die van toepassing zijn op de verschillende categorieën van inkomsten. Tijdens het onderzoek van elk praktijkgeval is het noodzakelijk de desbetreffende verdragsbepalingen te raadplegen.
1. Belastingstelsel voor inkomsten uit bronnen in de Verenigde Arabische Emiraten verkregen door inwoners van België
| Artikelen van de Overeenkomst | Aard van de inkomsten | In de Verenigde Arabische Emiraten | In België (artikel 23, § 2) |
| Artikel 6 | Inkomsten van onroerende goederen gelegen in de Verenigde Arabische Emiraten. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Vrijstelling (1). |
| Artikel 7 | Ondernemingswinst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting gelegen in de Verenigde Arabische Emiraten. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Vrijstelling (1). |
| Artikel 8 | Winst van ondernemingen die werkzaam zijn in internationaal verkeer en die hun plaats van werkelijke leiding in België hebben. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Artikel 10 | Dividenden betaald aan de Belgische Staat, een van de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan, of aan een financiële instelling die inwoner is van België. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig de regels van het interne recht. |
| Dividenden betaald aan een Belgische vennootschap die onmiddellijk ten minste 25 % bezit van het kapitaal van de uitkerende vennootschap. | Vrijstelling | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht en DBIstelsel. | |
| Andere dividenden uit bronnen in de Verenigde Arabische Emiraten | Bronheffing beperkt tot 10 % (2). | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 11 | Interest betaald aan de Belgische Staat, een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, of aan een financiële instelling die inwoner is van België. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Andere interest afkomstig uit de Verenigde Arabische Emiraten. | Bronheffing beperkt tot 5 % (2). | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 12 | Royalty’s betaald aan de Belgische Staat, een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, of aan een financiële instelling die inwoner is van België. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Andere royalty’s afkomstig uit de Verenigde Arabische Emiraten. | Bronheffing beperkt tot 5 % (2). | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 13 | Meerwaarden verwezenlijkt bij de vervreemding : | ||
| - van onroerende goederen gelegen in de Verenigde Arabische Emiraten; | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Vrijstelling (1). | |
| - van roerende goederen die deel uitmaken van een vaste inrichting of een vaste basis gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten; | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Vrijstelling (1). | |
| - van een vaste inrichting of een vaste basis gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten; | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Vrijstelling (1). | |
| - van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd of van roerende goederen die bij de exploitatie van die schepen en luchtvaartuigen worden gebruikt, wanneer de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in België is gevestigd; | Vrijstelling | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| - van alle andere goederen. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 14 | Inkomsten van zelfstandige beroepen. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Artikel 15 | Particuliere beloningen die betrekking hebben op een dienstbetrekking uitgeoefend in de Verenigde Arabische Emiraten. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Beloningen voor een betrekking, uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd in internationaal verkeer door een onderneming met haar plaats van werkelijke leiding in de Verenigde Arabische Emiraten. | Geen belasting. | Vrijstelling zonder progressievoorbehoud. | |
| Artikel 16 | Tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen van bestuurders van vennootschappen die inwoner zijn van de Verenigde Arabische Emiraten. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Beloningen ter zake van dagelijkse werkzaamheden uitgeoefend door die bestuurders en door werkende vennoten van personenvennootschappen. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 17 | Inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden die artiesten en sportbeoefenaars hebben uitgeoefend in de Verenigde Arabische Emiraten. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht (natuurlijke personen). Vrijstelling (vennootschappen). |
| Artikel 18 | Uit de Verenigde Arabische Emiraten afkomstige privé-pensioenen. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Artikel 19 | Overheidsbeloningen en –pensioenen afkomstig uit de Verenigde Arabische Emiraten. | Geen belasting. | Vrijstelling zonder progressievoorbehoud. |
| Indien deze beloningen worden betaald aan een inwoner van België - die de Belgische nationaliteit bezit; of - die niet uitsluitend met het oog op het bewijzen van de diensten, inwoner van België is geworden. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Indien deze pensioenen, worden betaald aan een inwoner van België die de Belgische nationaliteit bezit. | Geen belasting. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 20 | Beloningen van leraren en onderzoekers die in de Verenigde Arabische Emiraten verblijven. | Geen belasting. | Belastingheffing, overeenkomstig het interne recht. |
| Artikel 21 | Andere inkomsten afkomstig uit de Verenigde Arabische Emiraten. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
(1) Vrijstelling wanneer de inwoner van België die de inkomsten verkrijgt, een vennootschap is.
(2) Momenteel wordt er in de Verenigde Arabische Emiraten geen bronbelasting toegepast ter zake van dividenden, interest en royalty’s.
2. Belastingstelsel volgens de Overeenkomst voor inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten
| Artikelen van de Overeenkomst | Aard van de inkomsten | In België | In de Verenigde Arabische Emiraten (art. 23, § 3) |
| Artikel 6 | Inkomsten van onroerende goederen gelegen in België. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. |
| Artikel 7 | Ondernemingswinst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting gelegen in België. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. |
| Artikel 8 | Winst van ondernemingen die werkzaam zijn in internationaal verkeer en die hun plaats van werkelijke leiding in de Verenigde Arabische Emiraten hebben en winst van “Gulf Air”. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
| Artikel 10 | Dividenden betaald aan een Emiraat, een van de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan, of aan een financiële instelling die inwoner is van een Emiraat. | Vrijstelling (1). | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting |
| Dividenden betaald aan een vennootschap van de Verenigde Arabische Emiraten die onmiddellijk ten minste 25 % bezit van het kapitaal van de uitkerende vennootschap. | Vrijstelling. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting | |
| Andere dividenden betaald aan een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten. | Bronheffing beperkt tot 10 %. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. | |
| Artikel 11 | Interest betaald aan een Emiraat, een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, of aan een financiële instelling die inwoner is van een Emiraat. | Vrijstelling (1). | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. |
| Andere interest afkomstig uit België en betaald aan een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten. | Bronheffing beperkt tot 5 %. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. | |
| Artikel 12 | Royalty’s betaald aan een Emiraat, een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, of aan een financiële instelling die inwoner is van een Emiraat. | Vrijstelling (1). | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. |
| Andere royalty’s uit Belgische bronnen betaald aan een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten | Bronheffing beperkt tot 5 %. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. | |
| Artikel 13 | Meerwaarden verwezenlijkt bij de vervreemding : | ||
| - van onroerende goederen gelegen in België ; | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. | |
| - van roerende goederen die deel uitmaken van een vaste inrichting of van een vaste basis gevestigd in België ; | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. | |
| - van een vaste inrichting of een vaste basis gevestigd in België. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | Belastingheffing + verrekening van de Belgische belasting. | |
| - van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd of van roerende goederen die bij de exploitatie van die schepen en luchtvaartuigen worden gebruikt, wanneer de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in de Verenigde Arabische Emiraten is gelegen of wanneer de onderneming “Gulf Air” is; | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| - van alle andere goederen verwezenlijkt door een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten. | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. | |
| Artikel 21 | Andere inkomsten uit Belgische bronnen die zijn verkregen door een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten | Vrijstelling. | Belastingheffing overeenkomstig het interne recht. |
(1) Roerende inkomsten uit Belgische bronnen die betaald worden aan financiële instellingen
van de Emiraten, zullen in België vrijgesteld worden zo dra de lijst van de financiële
instellingen van beide Staten door de bevoegde autoriteiten vastgesteld zal zijn.
Opmerking : Natuurlijke personen die hun woonplaats in de Verenigde Arabische Emiraten
hebben of die aldaar verblijven, zijn geen inwoners voor de toepassing van de Overeenkomst.
De bepalingen van de artikelen 14 tot 20 vinden derhalve geen toepassing, tenzij wanneer, in
het geval van tantièmes als bedoeld in artikel 16 of van inkomsten van een artiest of sportman
als bedoeld in artikel 17, paragraaf 2, die inkomsten verkregen worden door een vennootschap
van de Emiraten. In die beide gevallen, zijn die inkomsten in België belastbaar overeenkomstig
de bepalingen van het interne recht.
