Circulaire 2025/C/58 betreffende de regeling tijdelijke invoer van luchtvaartuigen

C.D. 572 – luchtvaartuigen, helikopter, vliegtuig, onderdelen, tijdelijke invoer, termijn, Verdrag van Chicago, Bijlage 71-01, mondelinge aangifte, document ter staving, inschrijving, piloot, zeppelin, luchtballon, aerostaat, aanzuivering, termijnen, internationaal luchtverkeer, vervoer door de lucht

FOD Financiën, 17.09.2025

Algemene Administratie van Douane en Accijnzen

Inhoudstabel

Algemene bepalingen

1.1. Inleiding

1.2. Principe van tijdelijke invoer

1.3 Toepassingsgebied van de circulaire

1.4 Definities

1.5 Wettelijke basis

2. Voorwaarden van de regeling tijdelijke invoer

2.1. Volledige of gedeeltelijke TI

2.2. Voorwaarden met betrekking tot de persoon

2.3. Voorwaarden met betrekking tot het luchtvaartuig

2.4. Bevoegde autoriteit(en)

2.5. Aanvraag van de vergunning TI

2.6. Vergunning

2.7. Zekerheid

2.8. Termijnen voor luchtvaartuigen onder TI

2.9. Herstel en onderhoud

3. Procedure

3.1. Vorm en type van de aanvraag

3.2. Vergunning

3.3. Overdracht van rechten en plichten (TORO)

3.4. Administratie

3.5. Onderdelen, toebehoren en uitrusting

3.6. Inschrijving

3.7. Aanzuivering

3.7.1. Algemene bepalingen

3.7.2. Aanzuiveringstermijn

3.7.3. Modaliteiten van de aanzuivering – Rechtsbepalingen

4. Controle

5. Bepalingen m.b.t. btw

6. Bepalingen m.b.t. accijnsrechten

7. Samenvattingstabel

8. Verklarend schema

9. Slot- of opheffingsbepalingen

10. Bijlagen

I. Uittreksel van het Verdrag van Chicago

II. Bijlage 71-01 DWU-DA

Algemene bepalingen

1.1. Inleiding

1.Deze circulaire behandelt enkel de tijdelijke invoer van alle mogelijke luchtvaartuigen (vliegtuigen, helikopters, …), in het kader van het internationale verkeer van vervoermiddelen (m.a.w. het regelmatig of onregelmatig verrichten van internationale luchtvaartdiensten voor commerciële of privédoeleinden). Supersonische luchtvaartuigen, die technisch verschillen van gewone luchtvaartuigen, zijn mee opgenomen in deze circulaire als vervoermiddelen ook al bevinden ze zich in feite nog niet in het internationale verkeer. Afhankelijk van de toekomstige praktijk (b.v. herbruikbare raketten of shuttles) en indien nodig, zouden ze het voorwerp kunnen uitmaken van een afzonderlijke circulaire.

De regelgevende bepalingen zijn van toepassing op alle typen luchtvaartuigen, ongeacht de bepaalde types vermeld in deze circulaire.

2.Het vrije internationale luchtverkeer werd gestimuleerd door het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, beter bekend als het Verdrag van Chicago, dat werd opgesteld en ondertekend op 7 december 1944. Dit verdrag definieert de geldende principes voor het internationaal luchtvervoer onder toezicht van een gespecialiseerd VN-agentschap, namelijk de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). Dit Verdrag van Chicago, in werking getreden op 4 april 1947, is inmiddels ondertekend door de meerderheid van de VN-lidstaten.

Door op wereldschaal de basis te leggen voor de normen en procedures voor de luchtvaart, heeft het Verdrag een georganiseerde ontwikkeling van de wereldwijde burgerluchtvaartdiensten op basis van een gelijke behandeling van de betrokken spelers mogelijk gemaakt. Sinds 1947 en met toepassing van artikel 37 van het Verdrag, is de tekst van het Verdrag aangevuld met meerdere Bijlagen. Deze Bijlagen bevatten momenteel meer dan 12.000 normen en aanbevolen praktijken (SARP’s) die allemaal bij consensus zijn aangenomen door de huidige 193 ICAO-lidstaten. Enkele van deze normen hebben betrekking op de vereenvoudiging van douaneprocedures en douaneformaliteiten van toepassing op luchtvaartuigen en de goederen (in brede zin) die ze vervoeren. Deze zijn, voor zover ze betrekking hebben op goederen, uitgewerkt in de Instructie Luchtvaart (DI 524.01) die is gepubliceerd op Fisconet+.

3.De maatregelen ter facilitering van het luchtverkeer in de artikelen 22 tot en met 24 van het Verdrag van Chicago vormen een supranationale rechtsgrond voor het vrije verkeer van burgerluchtvaartuigen.

De principes van deze artikelen en de verschillende daarmee verbonden SARP’s, zijn goedgekeurd door elke EU-lidstaat (zonder uitzondering) maar niet door de EU zelf als statengemeenschap. De EU-lidstaten behouden dus hun eigen nationale (en verschillende) wetgeving m.b.t. bepaalde aspecten, zoals bijvoorbeeld vrijstellingen.

4.De relevantste principes van het Verdrag van Chicago zijn op Europees niveau echter omgezet in Europese douaneregelgeving om de toepassing ervan te harmoniseren via de bepalingen van het DWU, DWU-DA en DWU-IA.

De douane regels voor de tijdelijke invoer van luchtvaartuigen zijn bijgevolg rechtsreeks en onmiddellijk toepasselijk in het hele douanegebied van de Unie.

1.2. Principe van tijdelijke invoer

5.Overeenkomstig artikel 250 DWU is het onder de regeling tijdelijke invoer (afkorting: TI) mogelijk om luchtvaartuigen met de status niet-Uniegoed tijdelijk te gebruiken als vervoermiddel in het douanegebied van de Unie, met volledige of gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten. Luchtvaartuigen die zich onder de regeling TI bevinden, zijn niet onderworpen aan andere belastingen of handelspolitieke maatregelen voor zover deze bepalingen de binnenkomst of het vertrek van de goederen uit het douanegebied van de Unie niet verbieden.

Voorbeeld: een vliegtuig dat onderhevig is aan antidumpingrechten en geen luchtwaardigheidscertificaat heeft, wordt de toegang tot de EU ontzegd op grond van regelgeving inzake luchtvaart binnen het douanegebied van de Unie (maatregel van toepassing bij binnenkomst). Hetzelfde vliegtuig kan echter onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaats van zodra het een geldig luchtwaardigheidsbewijs kan voorleggen (omdat antidumpingrechten een handelspolitieke maatregel zijn).

6.Aangezien de regeling TI een schorsende douaneregeling is in de zin van de btw- of accijnswetgeving, geldt de totale vrijstelling ook t.a.v. btw en accijnzen zolang het luchtvaartuig onder de regeling tijdelijke invoer met volledige vrijstelling blijft. Daarentegen zijn de btw en accijnzen wel verschuldigd wanneer het luchtvaartuig onder de regeling TI met gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten wordt geplaatst.

1.3 Toepassingsgebied van de circulaire

7.Deze circulaire behandelt de regeling tijdelijke invoer van luchtvaartuigen in het internationale verkeer voor het commercieel of privévervoer van personen en goederen.

Luchtvaartuigen bestemd voor andere doeleinden dan het vervoer van goederen, personen of dieren worden hier dus niet behandeld.

8.Wanneer luchtvaartuigen worden gebruikt voor andere doeleinden dan vervoer, worden ze niet beschouwd als vervoermiddelen. Ze moeten worden beschouwd als goederen en vallen onder de gevallen van tijdelijke invoer voor “andere goederen dan vervoermiddelen” van de artikelen 219 tem. 237 DWU-DA indien aan de voorwaarden van de artikelen is voldaan.

9.Zelfs als een vliegtuig altijd ten minste zijn bemanning en een minimum aan goederen (verbanddozen, reddingsvesten, voorraden, brandstof) aan bood heeft die essentieel zijn om te kunnen vliegen, is de aanwezigheid van een piloot en bemanning niet voldoende om het vliegtuig automatisch te beschouwen als een vervoermiddel voor douanedoeleinden.

Voorbeeld: een burgervliegtuig (met een piloot) uitgerust met camera’s wordt ingevoerd uit Zwitserland om gedurende twee maanden in het Belgische luchtruim gebruikt te worden voor het fotograferen van de toestand van de bossen tijdens een periode van droogte, alvorens opnieuw te worden uitgevoerd naar Noorwegen. Dit vliegtuig wordt niet beschouwd als een vervoermiddel. Het zal, afhankelijk van de omstandigheden, onder de regeling tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten en belastingen worden geplaatst als beroepsuitrusting, of als materiaal bestemd voor hulpverlening bij rampen, of voor een incidenteel verblijf van minder dan drie maanden. Anderzijds zal hetzelfde burgervliegtuig (met piloot) dat is uitgerust met camera’s, maar wetenschappers vervoert van Zwitserland naar hun bestemming in België tijdelijk worden ingevoerd onder de regeling TI als een luchtvaartuig.

10.Deze circulaire richt zich op luchtvaartuigen als zodanig (leeg of geladen met goederen of personen) en niet op de goederen of personen die door deze luchtvaartuigen worden vervoerd. Deze goederen of eigendommen van personen aan boord van luchtvaartuigen moeten bij in- of uitvoer het voorwerp uitmaken van een specifieke douaneaangifte: ze kunnen niet worden aangegeven in dezelfde aangifte als het luchtvaartuig.

Het is aan te raden om de circulaires betreffende het goederen- en/of personenverkeer te raadplegen, met name die betreffende de Luchtvaart en luchthavens (D.I. 524.01), voor de andere maatregelen en bepalingen van toepassing op burgerluchtvaartuigen.

11.Deze circulaire behandelt dus niet de militaire luchtvaartuigen (gevechtsvliegtuigen, bommenwerpers, AWACS-vliegtuigen, gevechtshelikopters, enz.) of andere staatsluchtvaartuigen in de zin van het Verdrag van Chicago (d.w.z. luchtvaartuigen gebruikt door de militaire, douane- of politiediensten), noch drones en andere onbemande luchtvaartuigen.

1.4 Definities

12. De circulaire gebruikt de volgende definities en terminologie:

Douaneautoriteiten

De douanediensten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de toepassing van de douanewetgeving, en alle overige autoriteiten die krachtens het nationale recht belast zijn met de toepassing van bepaalde onderdelen van de douanewetgeving (artikel 5, punt 1 DWU);

Vergunning

Een gunstige beslissing in de zin van artikel 5, punt 39 en artikel 22 DWU (zie Circulaire 2022/C/123 betreffende het nemen en het beheer van een beschikking inzake de toepassing van de douanewetgeving);

Persoon

Een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (artikel 5, punt 4 DWU);

Luchtvaartuig

Een middel voor het vervoer door de lucht, met of zonder motor (vliegtuig, helikopter, supersonisch luchtvaartuig, luchtballon, ultralicht motorluchtvaartuig, zeppelins, enz.), samen met zijn gebruikelijke onderdelen, toebehoren en uitrusting (art. 212, §1 DWU-DA).

Materiaal gebruikt door luchtvaartmaatschappijen in het internationaal verkeer

Hieronder verstaan we de vliegtuigen, de onderdelen en andere uitrusting die nodig is voor internationale luchtoperaties. Dit materiaal moet daarom voorzien zijn van tekens of merktekens die het duidelijk identificeren als toebehorend aan een specifieke luchtvaartmaatschappij. Dit kunnen logo’s, serienummers of andere unieke identificatiegegevens van de luchtvaartmaatschappij zijn.

Gebruik voor commerciële doeleinden/ gebruik voor particuliere doeleinden

Onder het gebruik van een vervoermiddel voor commerciële doeleinden wordt verstaan, het gebruik van een vervoermiddel voor personenvervoer tegen betaling of het gebruik van een vervoermiddel voor industrieel of commercieel goederenvervoer, al dan niet tegen betaling.

Onder het gebruik van een vervoermiddel voor particuliere doeleinden, wordt verstaan het gebruik van een vervoermiddel voor andere dan commerciële doeleinden (art. 207, alinea 2 DWU-DA).

In het douanegebied van de Unie gevestigd persoon

  • Indien het een natuurlijk persoon betreft, eenieder die in het douanegebied van de Unie zijn normale verblijfplaats heeft,
  • Indien het een rechtspersoon of een vereniging van personen betreft, elke persoon die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of een vaste inrichting heeft in het douanegebied van de Unie (art. 5, punt 31 DWU).

1.5 Wettelijke basis

13.De bijzondere douaneregeling tijdelijke invoer valt onder de volgende wettelijke bepalingen:

  • Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (afkorting: DWU): artikels 89 (§8, punt c), 210 tem. 225, 250 tem. 252;
  • Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (afkorting: DWU-DA): artikels 81, 135 tem. 142, 163 tem.165, 178 (§4), 204 tem. 206, 207 (2de alinea), 212, 214 (punten c en d), 215-218;
  • Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (afkorting: DWU-IA): artikels 258, 260 tem. 264, 266 en 267;
  • Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (afkorting: WBTW): artikel 23.

2. Voorwaarden van de regeling tijdelijke invoer

2.1. Volledige of gedeeltelijke TI

14.De regeling tijdelijke invoer wordt verleend ofwel met volledige vrijstelling van rechten en belastingen ofwel met gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten (maar met betaling van totaal aan verschuldigde belastingen).

Wanneer het luchtvaartuig niet aan alle voorwaarden voldoet voor TI met volledige vrijstelling van invoerrechten, kan het luchtvaartuig onder TI met gedeeltelijke vrijstelling worden geplaatst (art. 206 DWU-DA).

Voorbeeld: een persoon met de nationaliteit van een EU-lidstaat en gevestigd in de VS verklaart dat hij zijn pleziervliegtuig met status van niet-Uniegoed tijdelijk wil invoeren. Hij huurt echter een opslagruimte voor zijn vliegtuig op de luchthaven die het dichtst bij zijn landhuis in België ligt. Het tijdelijke karakter van de invoer van het vliegtuig is bijgevolg onzeker, waardoor het gebruik van TI met gedeeltelijke vrijstelling zich opdringt om de belangen van de Schatkist en de eigen middelen van de EU te beschermen.

15.In het geval van TI van een luchtvaartuig met gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten bedragen deze rechten, overeenkomstig artikel 252 DWU, drie percent van het bedrag aan invoerrechten dat over dat luchtvaartuig zou zijn geheven indien het op de datum waarop het onder de regeling tijdelijke invoer werd geplaatst, in het vrije verkeer zou zijn gebracht.

Dit bedrag is verschuldigd per maand of maanddeel dat het luchtvaartuig onder de regeling tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten was geplaatst. De betaling van deze rechten gebeurt bij de aanzuivering van de regeling TI.

16.De btw is volledig verschuldigd. Het bedrag wordt berekend over de waarde van het luchtvaartuig op het moment dat het onder TI met gedeeltelijke vrijstelling wordt geplaatst, tegen het op dat moment geldende btw-tarief. Deze btw wordt toegevoegd aan het bedrag van de gestelde douanezekerheid, aangezien de btw ook betaald dient te worden bij de aanzuivering van de douaneregeling TI.

Het totaal bedraag aan invoerrechten mag niet hoger zijn dan het bedrag dat zou zijn geheven indien het luchtvaartuig meteen in het vrije verkeer zou zijn gebracht op de datum waarop het onder de regeling TI met gedeeltelijke vrijstelling werd geplaats.

2.2. Voorwaarden met betrekking tot de persoon

Houder van de regeling TI versus gebruiker van het luchtvaartuig onder TI

17.Voor vervoermiddelen onder TI voegt de Europese douaneregelgeving (art. 212, §2 DWU-DA) een extra categorie toe aan die van de houder van de regeling en de houder van de vergunning, namelijk de categorie van de gebruiker. Die gebruiker is de persoon die de fysieke controle heeft over het luchtvaartuig binnen de EU. Die gebruiker [KB1][JD2]is ook de houder van de vergunning, tenzij die gebruiker voor de rekening van een andere persoon handelt. In dat geval wordt de vergunning TI verleent aan deze andere persoon.

Voorbeeld: de vennootschap Johnson, een vliegtuigbouwer gevestigd in de VS, voert tijdelijk een vliegtuig in de EU in om exemplaren van nieuwe motoren te vervoeren tussen de verschillende vliegshows waar deze motoren worden tentoongesteld. De vennootschap Johnson is de houder van de regeling en van de vergunning, maar de Amerikaanse piloot die het vliegtuig vliegt en onderhoudt, zal de gebruiker zijn van de regeling TI.

Gevestigd buiten de EU: algemene regel

18.Zowel de aanvrager en de houder van de regeling TI als de gebruiker van het luchtvaartuig moeten altijd buiten het douanegebied van de Unie gevestigd zijn.

Het is dus uitgesloten om de regeling TI met volledige vrijstelling van invoerrechten of zelfs het gebruik van zo’n vliegtuig te verlenen aan in het douanegebied van de Unie gevestigde personen (natuurlijk of rechtspersoon), behalve de uitzonderingen in de artikelen 214 tem. 216 DWU-DA.

Gevestigd binnen de EU: uitzonderingen

19.Alleen de zeven uitzonderingen voorzien in de artikelen 214 tem. 216 DWU-DA laten toe om van de algemene regel af te wijken. Er kan geen andere uitzondering verleend worden dan in deze zeven gevallen.

Zo wordt aan een persoon gevestigd in de EU een volledige vrijstelling van invoerrechten verleend onder een tijdelijke invoer van een luchtvaartuig:

1) Indien het wordt gebruikt in verband met een noodsituatie (art. 214, c), DWU-DA).

Voorbeeld: TI van helikopters voor personenvervoer uit het Verenigd Koninkrijk om in Nederland de door overstromingen getroffen burgerbevolking te evacueren. De bemanning van deze helikopters is in Nederland gevestigd, omdat zij over de nodige kennis beschikken om te kunnen navigeren in het stormgebied. Om aan de voorwaarden van het DWU te voldoen, zou de bemanning in het Verenigd Koninkrijk gevestigd moeten zijn.

2) Indien het wordt gebruikt door een verhuuronderneming met het oog op wederuitvoer (art. 214, d), DWU-DA).

Voorbeeld: een burger van een EU-lidstaat met een vliegbrevet huurt een vliegtuig van een Brits verhuurbedrijf van pleziervliegtuigen, dat aanwezig is op het grondgebied van de EU, om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan.

3) Indien het incidenteel en voor particuliere doeleinden wordt gebruikt door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in het douanegebied van de Unie, op verzoek van de houder van de vergunning mits deze houder ten tijde van het gebruik van het luchtvaartuig in het douanegebied van de Unie is (art. 215, §1 DWU-DA).

Voorbeeld: een Amerikaans staatsburger, gevestigd in de VS, op vakantie in België en aangekomen met zijn pleziervliegtuig uit de VS, vraagt aan een bevriende professionele Belgische piloot om gedurende twee dagen zijn vliegtuig over de Alpen te vliegen, vanwege klimatologische gevaren boven de bergen. De bevriende Belg doet dat met plezier en gratis.

4) Indien het bij schriftelijke overeenkomst en voor particuliere doeleinden is gehuurd door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in het douanegebied van de Unie (art. 215, §2 du DWU-DA):

  1. Om naar hun woonplaats in het douanegebied van de Unie terug te keren.

Voorbeeld: een Belgische inwoner huurt voor zijn vakantie een privévliegtuig in Zwitserland. In het contract afgesloten tussen hem en het Zwitsers bedrijf wordt bepaald dat hij rechtstreeks vanuit Zwitserland naar zijn woonplaats in België mag vliegen en dat hij op de daarbij dichtstbijzijnde douane-luchthaven mag landen.

  1. Om het douanegebied van de Unie te verlaten.

Voorbeeld: Belgische toeristen hebben een privévliegtuig, tegen onverslaanbare prijzen, gehuurd in het Verenigd Koninkrijk om rond de Britse eilanden te vliegen. Een storm dwingt hen echter om hun toevlucht te zoeken in Ierland. Het is vanzelfsprekend dat ze naar het Verenigd Koninkrijk kunnen vliegen om het grondgebied van de EU te verlaten zonder daarvoor een Britse piloot te moeten inschakelen.

5) Indien het door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in het douanegebied van de Unie voor particuliere of commerciële doeleinden is gebruikt en het eigendom is van, gehuurd of geleased wordt door zijn werkgever die buiten het douanegebied van de Unie gevestigd is (art. 215, §3 DWU-DA).

Natuurlijke personen die hun gewone verblijfplaats in het douanegebied van de Unie hebben, mogen genieten van de vrijstelling van invoerrechten voor het particulier of commercieel gebruik van luchtvaartuigen die eigendom zijn van, gehuurd of geleased worden door hun werkgever die buiten het douanegebied van de Unie gevestigd is.

Het gebruik van deze luchtvaartuigen is toegestaan voor privédoeleinden voor de trajecten tussen de werk- en woonplaats van de werknemer of voor het uitvoeren door de werknemer van een beroepsopdracht vastgelegd in de arbeidsovereenkomst.

Voorbeeld: een luchtvaartmaatschappij gevestigd in het Verenigd Koninkrijk heeft een Belgische piloot, gevestigd in Calais, aangenomen om voornamelijk luchtroutes binnen het Verenigd Koninkrijk uit te voeren. De piloot heeft een overeenkomst van onbepaalde duur die hem toelaat om het vliegtuig te gebruiken om elk weekend naar huis in Calais te gaan.

6) Indien het wordt gebruikt om weer uit te voeren buiten het douanegebied van de Unie en wordt geregistreerd met een tijdelijk nummer in het douanegebied van de Unie op naam van ofwel een buiten dat gebied gevestigde persoon ofwel een natuurlijke persoon die zich voorbereidt om zijn gewone verblijfplaats naar buiten dat gebied te verplaatsen (art. 216, §1 DWU-DA).

Luchtvaartuigen moeten ook worden ingeschreven volgens de specifieke regels van de luchtvaartsector. Ze mogen dus niet in het internationale luchtverkeer rondvliegen zonder geldige inschrijving. Het geval van artikel 216 is dus uitzonderlijk, maar niet onmogelijk.

Voorbeeld: een Amerikaans staatsburger gevestigd in België is van plan om binnen twee maanden naar de VS terug te keren. Als nieuwe eigenaar van een gloednieuw privévliegtuig, tijdelijk ingeschreven in België, kan deze Amerikaan profiteren van de tijdelijke invoer om zijn vliegtuig te exporteren naar de VS naar waar hij zijn gewone verblijfsplaats gaat overbrengen.

7) Indien het in uitzonderlijke gevallen gedurende een beperkte periode en voor commerciële doeleinden door een in het douanegebied gevestigd persoon wordt gebruikt (art. 216, §2 DWU-DA).

Het beroep op deze bepaling is beperkt tot uitzonderlijke gevallen van gebruik in een commerciële of professionele context door een natuurlijke of rechtspersoon en voor een noodzakelijk beperkte duur.

Voorbeeld: het geval van de piloot onder punt 5 is uitgesloten. Wat wel zal worden aanvaard, is het geval van zo’n piloot met een contract van een maand om de reddingsdiensten van het Verenigd Koninkrijk te helpen met het herstellen van overstromingsschade in Wales.

2.3. Voorwaarden met betrekking tot het luchtvaartuig

20.Artikel 212 DWU, die artikel 250, lid 2, d) DWU aanvult, stelt de voorwaarden voor het verlenen van een TI voor luchtvaartuigen.

Gedurende zijn tijd onder de regeling TI, moet het luchtvaartuig noodzakelijkerwijs in dezelfde staat blijven als op het moment waarop het officieel onder de regeling TI in de EU is geplaatst. Het mag alleen worden hersteld of onderhouden in dezelfde staat, zoals nader beschreven in punt 2.8, volgens de technische vereisten voor normaal gebruik. Het mag nooit worden gewijzigd of veranderd. Elke verbetering van het luchtvaartuig is dus verboden.

De notie luchtvaartuig omvat ook de onderdelen, toebehoren en bijbehorende uitrusting.

Tijdelijke invoer met volledige vrijstelling

21.De luchtvaartuigen moeten:

- Beschikken over de douanestatus niet-Uniegoed;

- Buiten het douanegebied van de Unie zijn ingeschreven op naam van een persoon gevestigd buiten dit douanegebied of

- Toebehoren aan een persoon gevestigd buiten het douanegebied van de Unie wanneer deze vervoermiddelen niet zijn ingeschreven;

- Worden gebruikt voor het vervoer van goederen of personen, ongeacht of dit voor commerciële of privédoeleinden plaatsvindt;

- Niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het vervoer van goederen of personen;

- In dezelfde staat blijven en geen enkele wijziging ondergaan.

Tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling

22.De luchtvaartuigen moeten minstens:

- Beschikken over de douanestatus niet-Uniegoed;

- Worden gebruikt voor het vervoer van goederen of personen, ongeacht of dit voor commerciële of privédoeleinden plaatsvindt;

- Niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het vervoer van goederen of personen;

- In dezelfde staat blijven en geen enkele wijziging ondergaan.

Onderdelen, toebehoren en uitrusting

23.Overeenkomstig artikel 213 DWU-DA bevinden de onderdelen, toebehoren en uitrusting van tijdelijk ingevoerde niet-Unieluchtvaartuigen zich ook onder de regeling TI met volledige vrijstelling van rechten onder de volgende voorwaarden:

- Ze worden afzonderlijk wederuitgevoerd of

- Ze worden als onderdeel van het luchtvaartuig wederuitgevoerd.

Dit betekent echter dat in het geval van invoer afzonderlijk van de invoer van het luchtvaartuig, de onderdelen, toebehoren en uitrusting afzonderlijk moeten worden aangegeven.

24.Er bestaat geen exhaustieve lijst van onderdelen, toebehoren en uitrusting van luchtvaartuigen. Het zou bovendien moeilijk zijn om een dergelijke lijst op te stellen vanwege de technologische ontwikkelingen en de ongelooflijke amplitude en variëteit van deze goederen. Een technisch verband tussen het genoemde onderdeel, toebehoren of uitrustingsstuk en het betreffende luchtvaartuig moet echter aan de douaneautoriteiten kunnen worden aangetoond of gerechtvaardigd, indien dit verband niet onmiddellijk duidelijk blijkt uit een gebruik dat duidelijk is voorbehouden aan de luchtvaart.

Voorbeelden: een turbine van een vliegtuigmotor is uiteraard een accessoire van een vliegtuigmotor, maar een deken is dat niet. Dit is zal wel het geval zijn wanneer het betreffende deken een merkteken draagt van de luchtvaartmaatschappij, waarvoor het is bestemd en/of een uiterlijk/samenstelling/uitrusting/ verpakking heeft die rechtstreeks verband houdt met de luchtvaartmaatschappij. Op dezelfde manier zal een computer een toebehoren zijn voor een vliegtuig, wanneer deze essentieel is voor het goed functioneren van het vliegtuig.

2.4. Bevoegde autoriteit(en)

25.Overeenkomstig artikel 205, §1 DWU-DA, is de bevoegde douaneautoriteit voor het verlenen van de vergunning TI voor luchtvaartuigen de douaneautoriteit die bevoegd is voor de plaats waar de goederen voor het eerst in de EU zullen worden gebruikt onder de regeling TI. Omdat luchtvaartuigen niet stoppen met vliegen eens ze het Europese luchtruim binnentreden, lijkt deze bepaling misschien erg theoretisch. Het betekent dat in het geval van een schriftelijke douaneaangifte het bevoegde douanekantoor het eerste douanekantoor van binnenkomst in het douanegebied van de Unie zal zijn.

Puur theoretisch voorbeeld: een Amerikaans passagiersvliegtuig vliegt van Rio de Janeiro naar Parijs en passeert daarbij de grens van het luchtruim van de EU in Portugal. Het eerste Portugese douanekantoor op zijn vlucht zal het kantoor van het eerste gebruik van de regeling TI in de EU zijn. Hier kan de schriftelijke aanvraag om onder de regeling TI te worden geplaatst, worden ingediend.

26.Indien de aanvraag op een andere manier dan door middel van een schriftelijke aangifte wordt gedaan, is het bevoegde douanekantoor voor de regeling TI het douanekantoor waar het luchtvaartuig wordt aangebracht en aangegeven (cf. artikel 205, §2 DWU-DA). Concreet is dit het douanekantoor dat bevoegd is voor de internationale douaneluchthaven waar het vliegtuig voor het eerst landt in het douanegebied van de Unie.

Voorbeeld: een Amerikaans passagiersvliegtuig vliegt van Rio de Janeiro naar Parijs en passeert daarbij de grens van het luchtruim van de EU in Portugal. Concreet is het douanekantoor van binnenkomst in het douanegebied van de Unie dat van Parijs Roissy CDG, het douanekantoor is bevoegd voor de luchthaven van Zaventem waar het vliegtuig landt.

2.5. Aanvraag van de vergunning TI

27.In het algemeen moet eerst een vergunningsaanvraag voor een bijzondere douaneregeling worden ingediend voordat om het gebruik van die regeling in de EU kan worden verzocht.

TI ontsnapt niet aan deze regel, maar beschikt wel over een uitzondering in het specifieke geval van tijdelijke invoer van luchtvaartuigen vanwege de aard van deze vervoermiddelen. Luchtvaartuigen stoppen niet tijdens de vlucht, maar gebruiken de regeling TI al in feite wanneer ze bij de bevoegde douaneautoriteit landen om een vergunning aan te vragen en te krijgen voor de plaatsing onder TI.

28.Voor de TI (met volledige of gedeeltelijke vrijstelling), wordt de douaneaangifte beschouwd als een vergunningsaanvraag wanneer de goederen (in dit geval de luchtvaartuigen) onder de regeling tijdelijke invoer moeten worden geplaatst (art. 163, §1, a) DWU-DA). Een formele aanvraag die alle elementen van bijlage A van de CDU-DA bevat, komt niet vaak voor en zal alleen worden ingediend voor principevergunningen of voor constante of grote stromen van luchtvaartuigen.

2.5.1. Tijdelijke invoer met volledige vrijstelling

29.De aanvraag voor de vergunning om een luchtvaartuig onder de regeling TI met volledige vrijstelling te plaatsen wordt door middel van één enkele handeling ingediend. Deze handeling, d.w.z. het simpele overschrijden van de grens, wordt juridisch als een vergunningsaanvraag en een douaneaangifte beschouwd overeenkomstig de artikelen 139, §1 en 141, §1, d) DWU-DA.

30.Nochtans, voor de luchtvaartuigen in het bijzonder kunnen de douaneautoriteiten bevoegd voor het verlenen van de vergunning, met toepassing van artikel 163, §3 DWU-DA steeds eisen dat de aanvraag via een schriftelijke douaneaangifte (of door middel van een andere handeling) en niet via een mondelinge aangifte wordt ingediend, indien zij van oordeel zijn dat er een groot risico bestaat dat één van de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen niet worden nageleefd (m.a.w. indien zij gegronde vermoedens hebben van fraude of vrezen dat de goederen niet zullen worden wederuitgevoerd of dat er misbruik zal worden gemaakt van de regeling) en dat de eigen middelen van de Unie hierdoor worden geschaad.

2.5.2. Tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling

31.De regeling tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten gebeurt altijd met een schriftelijke aanvraag, omdat er altijd een zekerheid moet worden gesteld en een douaneschuld ontstaat.

Deze aanvraag wordt gedaan door indiening van een volledige of vereenvoudigde elektronische schriftelijke douaneaangifte, overeenkomstig artikel 163, §1, a) DWU-DA.

2.6. Vergunning

32.Ongeacht de soort van tijdelijke invoer, er is altijd een vergunning verleend door de douaneautoriteiten vereist om de luchtvaartuigen op een correcte manier onder de regeling te kunnen plaatsen.

De vergunning wordt verleend of geweigerd na een onderzoek van de voorwaarden van de regeling (in het bijzonder de voorwaarden met betrekking tot de persoon, de toekomstige houder van de regeling).

Deze heeft dezelfde vorm als de aanvraag, tenzij de douaneautoriteiten het bij de afgifte van de vergunning noodzakelijk achten om, op grond van artikel 163, §3 DWU-DA, de vergunning af te geven in de vorm van een schriftelijke aangifte.

In de praktijk worden het merendeel van de vergunningen stilzwijgend verleend door een andere handeling zoals bedoeld in artikel 141 DWU-DA.

2.7. Zekerheid

TI met volledige vrijstelling

33.Er is geen zekerheid vereist voor de TI van luchtvaartuigen met volledige vrijstelling van rechten en heffingen, wanneer deze worden verleend zonder schriftelijke aangifte, zoals bepaald in artikel 81 DWU-DA.

Bovendien stelt b) van hetzelfde artikel 81 DWU-DA dat er steeds geen zekerheid vereist is voor het materiaal dat wordt gebruik in het internationale verkeer door luchtvaartmaatschappijen, mits dit materiaal van merktekens is voorzien die uniek zijn aan de betrokken luchtvaartmaatschappij.

Het doel van deze vrijstelling van zekerheid is, in de geest van het Verdrag van Chicago, het faciliteren van de activiteiten van internationale luchtvaartmaatschappijen door de administratieve formaliteiten en kosten in verband met tijdelijke invoer van hun materiaal te verminderen. Door geen zekerheid (en dus geen schriftelijke aangifte) te vereisen, vereenvoudigen de douaneautoriteiten het proces van vrijmaking voor luchtvaartmaatschappijen. Dit is cruciaal voor het goede verloop van het internationale luchtverkeer.

TI met gedeeltelijke vrijstelling

35.Daarentegen, moet er altijd een zekerheid worden gesteld bij het douanekantoor bevoegd voor het verlenen van de vergunning voor TI om de invoerrechten en btw te dekken die verschuldigd zijn bij een TI met gedeeltelijke vrijstelling. Zonder geldige zekerheidstelling, moet de aanvraag voor de regeling worden afgewezen.

2.8. Termijnen voor luchtvaartuigen onder TI

36.Het zijn de douaneautoriteiten die de termijn vaststellen waarin luchtvaartuigen tijdelijk in het douanegebied van de Unie mogen verblijven in het kader van de regeling TI.

Het criterium voor het bepalen van deze termijn is dat deze voldoende moet zijn om de vervoersactiviteiten, het doel van het gebruik onder de regeling TI, uit te voeren.

37.Bij luchtvaartuigen gebruikt voor commerciële doeleinden is de termijn noodzakelijkerwijs kort. Deze mag niet langer zijn dan de tijd die nodig is om het vervoer te verrichten zoals voorzien in b) van artikel 217 DWU-DA. De douane beoordeelt dit geval per geval.

38.Bij luchtvaartuigen gebruikt voor particuliere doeleinden is deze termijn wettelijk beperkt tot maximum zes maanden (artikel 217, d) DWU-DA). Dit betekent niet dat deze zes maanden steeds automatisch verleend worden, maar dat de termijn niet langer mag zijn dan zes maanden.

39.De algemene regels inzake de eventuele verlenging van de termijn onder tijdelijke invoer en inzake opeenvolgende douaneregelingen blijven van toepassing (zie §§40-42 van Circulaire 2024/C/40 betreffende Tijdelijke Invoer – Algemene bepalingen).

Zelfs indien het vervoermiddel tijdelijk onder een andere douaneregeling wordt geplaatst ter aanzuivering van de TI en vervolgens weer onder de regeling TI wordt geplaatst op naam van dezelfde houder en voor hetzelfde doel van tijdelijke invoer, laat deze opeenvolging van bijzondere douaneregelingen niet toe om afstand te doen van de aanvankelijke termijn voor tijdelijke invoer of om deze te verlengen.

Voorbeeld: een vliegtuig wordt onder de regeling TI geplaatst voor een termijn van zes maanden. Indien het vliegtuig na drie maanden gedurende één maand onder een regeling douanevervoer wordt geplaatst en vervolgens weer onder de regeling TI wordt geplaatst, wordt de oorspronkelijke periode van zes maanden niet verlengd. Er blijven onder de regeling tijdelijke invoer enkel de drie maanden over die nog niet zijn verstreken.

Desalniettemin kunnen de douaneautoriteiten in het geval van onvoorziene omstandigheden en op grond van een naar behoren gemotiveerde verzoek van de vergunninghouder, deze termijn verlengen. De termijn moet echter redelijk blijven en mag niet langer zijn dan vierentwintig maanden.

Voorbeeld: een vliegtuig wordt aanvankelijk onder de regeling TI geplaats voor een eerste termijn van zes maanden. De piloot, die houder is van de vergunning en die verantwoordelijk is voor het vliegtuig, wordt ernstig ziek en moet voor een langere tijd in het ziekenhuis worden opgenomen. Omwille van deze ziekenhuisopname is de vergunninghouder niet in staat om de nodige stappen te ondernemen voor de aanzuivering van de regeling TI binnen de voorgeschreven termijn. Daarom dient de piloot, eens hij ontslagen is uit het ziekenhuis, een aanvraag tot verlenging van de termijn TI in bij de douaneautoriteiten waarin hij de situatie uitlegt en een medisch bewijs van zijn ziekenhuisopname bijvoegt. De douaneautoriteiten besluiten om de ziekenhuisopname te beschouwen als een uitzonderlijke omstandigheid die de verlenging van de termijn rechtvaardigt. De douaneautoriteiten zullen een redelijke en proportionele verlenging van de termijn voor tijdelijke invoer toestaan. Bijvoorbeeld een verlenging van drie maanden om de vergunninghouder in staat te stellen om de nodige formaliteiten te vervullen i.v.m. zijn geplande vervoersactiviteiten en om zijn vliegtuig weer uit te voeren, zodat de regeling correct wordt aangezuiverd.

2.9. Herstel en onderhoud

40.Artikel 250 DWU verbiedt elke wijziging van het luchtvaartuig (of van het toebehoren en de uitrusting ervan) gedurende de termijn van tijdelijke invoer in het douanegebied van de Unie, met uitzondering van de normale waardevermindering door gebruik.

Dit voorkomt niet dat herstellingen, of routineonderhoud of routineonderhoudswerkzaamheden aan een luchtvaartuig zijn toegestaan onder de regeling TI. Dit zijn de handelingen waarnaar wordt verwezen in artikel 204 DWU-DA: herstellingen en onderhoud, met inbegrip van revisie en afstelling, en maatregelen om de luchtvaartuigen onder TI in goede staat te bewaren of om ervoor te zorgen dat zij aan de technische eisen voor gebruik onder de regeling voldoen.

De Europese Commissie geeft in haar Begeleidend Document “Bijzondere regelingen” – Titel VII DWU / Begeleiding voor lidstaten en economische operatoren (Guidance “Special Procedures” – Title VII – UCC – Guidance for MSs and Trade) (p. 55), voorbeelden van handelingen in het kader van artikel 204 DWU-DA, zoals de vervanging van vliegtuigturbines zonder het vermogen van de motor te veranderen.

41.Daarentegen kan een herstelling van het luchtvaartuig die de oorspronkelijke staat waarin het zich bevond toen het onder de regeling TI werd geplaatst, wijzigt niet toelaten dat het luchtvaartuig onder de regeling tijdelijke invoer blijft. De regeling TI moet worden aangezuiverd door de plaatsing onder de regeling actieve veredeling, die wel geschikt is voor zo’n wijziging/verandering (meer details in Circulaire 2022/C/110 betreffende actieve veredeling).

Voorbeeld: een Amerikaans vliegtuig landt in Brussel vanuit New York, waar de passagiers en hun bagage van boord gaan terwijl het vliegtuig wordt bijgetankt. Vervolgens komen andere passagiers aan boord van het vliegtuig, dat meteen weer richting de VS zou vertrekken. TI is hier de toepasselijke regeling. Uit het routinematig technisch onderzoek van het vliegtuig op de luchthaven van Brussel blijkt dat een motor of een onderdeel ervan moet worden vervangen. Indien de motor of zijn onderdeel worden vervangen door een identiek of equivalent model, kan het vliegtuig onder de regeling tijdelijke invoer blijven. Het betreft namelijk een herstelling om de normale waardevermindering van het luchtvaartuig te verhelpen. Als de motor daarentegen moet worden vervangen door een motor met een sterker vermogen, dan betreft het een verbetering van het vliegtuig en moet het onder de regeling actieve veredeling worden geplaatst.

3. Procedure

3.1. Vorm en type van de aanvraag

Aanvraag door de enkele overschrijding van de buitengrens van het douanegebied van de Unie

423Het enkele feit van het overschrijden van de buitengrens van het Europese luchtruim, zoals luchtvaartuigen dit doen – denk maar aan de manier waarop een vliegtuig bijvoorbeeld in de EU aankomt vanuit de VS – wordt geacht een aanvraag te vormen voor de plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer.

Deze stilzwijgende aanvraag voor plaatsing is de aanvraag die op commerciële luchtvaartmaatschappen in internationale routes wordt toegepast, overeenkomstig de aanbevelingen va IATA.

43.Dit sluit niet uit dat internationale luchtvaartmaatschappijen of nationale luchtvaartmaatschappijen actief in het internationaal personen- of goederenvervoer schriftelijke vergunningsaanvragen kunnen indienen en algemeen geldende vergunningen die geldig zijn voor één tot vijf jaar kunnen ontvangen. Hierdoor worden de ontvangen faciliteiten voor elke vlucht van hun luchtvaartuigen versterkt. Deze vergunning valt niet onder de Bijlage A van DWU-DA.

Mondelinge aanvraag tot plaatsing

44.De vergunningsaanvraag voor de regeling TI wordt, overeenkomstig artikel 136, §1, a) DWU-DA, ingediend door ofwel een spontane mondelinge aangifte van de voor het luchtvaartuig verantwoordelijke persoon bij de luchthavendouane, ofwel op verzoek van de douaneautoriteiten wanneer het luchtvaartuig bij de luchthavendouane wordt aangebracht en zij dit nuttig achten.

Overeenkomstig artikel 165 DWU-DA, dient de aanvrager samen met zijn mondelinge aanvraag twee exemplaren van een begeleidend document, genaamd ‘inventaris, in’. Het model van dit document is opgenomen in Bijlage 71-01 van DWU-DA en in bijlage van deze circulaire.

Het ontbreken van deze inventaris vormt voor de bevoegde douanedienst geen automatische grond om de aanvraag af te wijzen. Het hangt af van de context, want één keer is aanvaardbaar maar herhaaldelijk niet.

Deze aanvraag is bijzonder geschikt voor de privéluchtvaart, al dan niet commercieel.

Schriftelijke aanvraag tot plaatsing

45.Luchtvaartmaatschappijen of particulieren hebben het recht om een schriftelijke aanvraag voor TI in te dienen: deze procedure (elektronische douaneaangifte, volledig of vereenvoudigd, of zelfs de formele vergunningsaanvraag volgens Bijlage A van DWU-DA) wordt in de praktijk weinig gebruikt ten gunste van de mondelinge aanvragen of andere handelingen. Meestal wordt zo’n schriftelijke aangifte door de douaneautoriteiten geëist op grond van artikel 163, §1 DWU-DA, wanneer ze vermoeden dat er een risico bestaat dat de vereisten van de regeling anders niet zullen worden nageleefd.

De artikelen 6 en 162 DWU vormen de wettelijke basis van de schriftelijke douaneaangifte.

Gemeenschappelijke bepalingen

46.De vergunningsaanvraag, ongeacht zijn vorm, moet worden ingediend door de natuurlijke of rechtspersoon, of een daartoe gemachtigd persoon, die de controle heeft over het vervoermiddel op het moment van het overschrijven van de buitengrens en van het aanbrengen van het luchtvaartuig bij de douane.

Zie Circulaire 2024/C/40 betreffende de algemene bepalingen van de regeling tijdelijke invoer voor meer informatie.

3.2. Vergunning

47.De vergunning om het luchtvaartuig onder de regeling te plaatsen door aanvaarding en validering van de douaneaangifte moet altijd verleend worden door de douaneautoriteit die hiervoor bevoegd is (art. 163, § 1, a), DWU-DA).

De douanevergunning kan verschillende vormen aannemen:

De meest voorkomende:

Vergunning door simpelweg de buitengrens van de EU te overschrijden

48.Het simpele feit van het overschrijden van de buitengrens van het Europese luchtruim door een luchtvaartuig tijdens de vlucht geldt als een aanvaarding en validering van de vergunning voor TI door ‘een andere handeling’ in de zin van artikel 141 DWU-DA door de bevoegde douaneautoriteiten in de zin van artikel 205 DWU-DA. Behalve het raadplegen van de gegevens van de vluchten die de Europese luchtverkeersleiding op de douaneluchthaven van bestemming of van tussenstop naderen, kunnen de douaneautoriteiten in dit geval geen voorafgaande controles uitvoeren. In de praktijk wordt deze vergunning zo goed als automatisch verleend. Dankzij deze vereenvoudiging verleend aan internationale luchtvaartmaatschappijen is de vrije luchtvaart gegarandeerd in de EU.

49.Dit betekent niet dat deze niet-Unie luchtvaartuigen ontkomen aan het douanetoezicht, dat altijd wordt gehouden gedurende hun hele verblijf onder een douaneregeling in het douanegebied van de Unie. Controles van de voorwaarden voor TI van het luchtvaartuig door de douaneautoriteiten blijven steeds mogelijk bij de landing of tijdens het verblijf van het luchtvaartuig in de EU totdat de aanzuivering van de regeling TI is afgerond.

De bepalingen van artikel 163, §3 DWU-DA zullen niet worden vergeten (zie infra).

Minder voorkomend:

Vergunning door middel van een mondelinge aangifte

50.Aanvaarding en validering van de mondelinge aanvraag door de douanebeambte geldt als de verlening van de vergunning tot plaatsing onder deze regeling onder de vorm van de mondelinge aangifte, zonder enige inventaris.

Deze mondelinge douaneaangifte wordt aanvaard zodra het luchtvaartuig wordt aangebracht op het douanegebied van de Unie bij het douanekantoor van binnenkomst dat zich op of naast de internationale douaneluchthaven bevindt.

51.Wanneer de aanvrager bij zijn mondelinge aanvraag een inventaris heeft gevoegd, vult de douane op deze inventaris de vakken in die zijn voorbehouden voor gebruik door de administratie, stelt ze de aanzuiveringstermijn vast en vermeldt ze het artikel van het DWU-DA op basis waarvan de tijdelijke invoer wordt verleend. Ze vermeldt de identificatiegegevens van het vliegtuig, de eventuele aangebrachte zegels en het douanekantoor van aanzuivering. De douanier ondertekent deze inventaris en brengt het zegel van het douanekantoor daarop aan.

Het eerste exemplaar van deze inventaris wordt bewaard op het douanekantoor en het tweede vergezelt het vliegtuig.

Indien de betrokkene geen inventaris voorlegt, zal de douane daar niet systematisch om vragen tenzij ze vermoeden dat er een risico bestaat voor de goede werking van de regeling. Door geen inventaris te eisen, beschouwt de douane de aanvraag als de facto ingediend door een handeling in de zin van artikel 141 DWU-DA.

Uitzonderlijk:

Vergunning door middel van een schriftelijke douaneaangifte

52.Nadat de douaneautoriteit heeft gecontroleerd dat de voorwaarden van de regeling TI correct zijn vervuld, aanvaardt en valideert zij de elektronische schriftelijke douaneaangifte volgens de gebruikelijke regels (IDMS) m.b.t. deze materie.

53.De douaneautoriteiten kunnen eisen dat een schriftelijke douaneaangifte voor de plaatsing van het luchtvaartuig onder de regeling tijdelijke invoer wordt ingediend, overeenkomstig artikel 163, §1, a) DWU-DA, wanneer ze vermoeden dat dit noodzakelijk is om de naleving van voorwaarden voor TI te respecteren of wanneer er sprake is van een risico van niet-naleving van deze voorwaarden.

Deze schriftelijke vergunning is niet de meest gebruikelijke en wordt toegepast op uitdrukkelijk verzoek van de houder van de regeling, in het geval van TI met volledige vrijstelling.

Het komt ook voor wanneer de douaneautoriteiten een formele vergunning voor TI willen afgeven om de vereenvoudigingen die worden toegekend aan een luchtvaartmaatschappij te formaliseren.

54.De schriftelijke douaneaangifte (via een elektronische aangifte) is verplicht in het geval van TI met gedeeltelijke vrijstelling van rechten en heffingen, want er moet zekerheid worden gesteld voor de verschuldigde rechten en heffingen.

3.3. Overdracht van rechten en plichten (TORO)

55.De overdracht van de rechten en plichten binnen de regeling TI tussen twee personen (natuurlijke of rechtspersonen) volgt de betreffende algemene regels. Het vaststellen van het eventueel bestaan van een TORO zal uitermate van belang zijn voor luchtvaartuigen in het geval van een eigendomsoverdracht van het luchtvaartuig onder TI (zie artikel 212, §3 DWU-DA).

De verkoop of uitlening van een luchtvaartuig dat zich onder de regeling TI bevindt aan een andere persoon heeft geen gevolg voor het beheer van de regeling zelf en de persoon verantwoordelijk voor de douaneregeling TI, zolang de voorwaarden om te kunnen genieten van de regeling TI vervuld blijven .[KB3][JD4]Het verbod dat vroeger gold op de verkoop/uitlening van vervoermiddelen onder TI is namelijk ingetrokken door het DWU in 2016

56.De houder van de vergunning TI blijft verantwoordelijk voor het goede verloop van de handelingen (artikel 211(3)(c) DWU) totdat de douaneregeling wordt aangezuiverd overeenkomstig artikel 215 DWU, tenzij de TORO is verleend opdat een overdracht van deze verantwoordelijkheid daadwerkelijk en wettelijk zou plaatsvinden.

Bij een TORO blijft de houder van de regeling die zijn vergunning overdraagt aan een andere persoon verantwoordelijke voor het goede verloop van de regeling namens hem door deze TORO. Om deze reden leidt de verkoop, uitlening of verhuur van een vervoermiddel geplaatst onder TI namens een persoon niet automatisch tot een TORO. Er is dus alleen sprake van een TORO als de houder van de regeling hiertoe uitdrukkelijk besluit op het moment van de verkoop, uitlening of verhuur (en op het moment van de kennisgeving aan de douane van deze TORO tussen de verkoper en koper).

57.Zonder TORO blijft de oorspronkelijke houder op het moment van de plaatsing van het vervoermiddel onder TI bij ingang in de EU de houder van de regeling TI. Zich beroepen op een verkoop is onvoldoende om zich te ontdoen van de verantwoordelijkheden als houder van de regeling. Hij/zij moet dus aan de douane bewijzen dat er daadwerkelijk een TORO heeft plaatsgevonden.

Voorbeeld: Mr. Z, eigenaar van een privévliegtuig ingeschreven in Mexico, voert zijn vliegtuig tijdelijk in de EU in op 1/1/2024 om hier gedurende zes maanden rond te reizen. Dit vliegtuig wordt onder TI geplaatst met volledige vrijstelling van rechten en verplaatst zich zonder beperkingen tussen de 27 lidstaten tot 30/6/204. Op 1/8/2024 stelt de Bulgaarse douane vast dat het luchtvaartuig al enkele weken in Bulgarije aanwezig is en daar gebruikt wordt. Ze onderzoeken de boorddocumenten en de luchthavenregisters en stellen vast dat de termijn voor TI verstreken is en dat het vliegtuig niet langer voldoet aan de voorwaarden van de regeling. De douane eist bijgevolg de verschuldigde rechten en btw op. Mr. Z probeert zich van alle verantwoordelijkheden en betaalverplichtingen te ontdoen door de verkoopovereenkomst van het vliegtuig van 29/6/2024 met Mevr. T, gevestigd in de VS, voor te leggen. Hij beroept zich niet op een TORO en Mevr. T zegt dat ze het vliegtuig heeft gekocht zonder te weten dat het zich onder een douaneregeling bevond. Mr. Z kan niet aantonend dat er sprake is van een TORO en blijft de enige verantwoordelijke als houder van de regeling. Hij moet de verschuldigde heffingen betalen.

Bij verkoop is het essentieel dat de verkoper een TORO vraagt om de regeling TI van het vervoermiddel te behouden.

3.4. Administratie

58.Overeenkomstig artikel 214 DWU wordt er geen administratie voor douanedoeleinden bijgehouden of vereist voor de regeling TI. Elke uitzondering op dit principe moet worden gemotiveerd en blijft uiterst zeldzaam.

De archivering van elektronische douaneaangiften van plaatsing onder TI of van eventueel opgestelde inventarissen is niet te verwarren met de administratie bedoeld in artikel 178 DWU-DA.

59.De douaneautoriteiten kunnen evenwel vragen om de luchtvaartadministratie (vluchtlogboeken, boorddocumenten, Airway bills, enz.) en de commerciële administratie of boekhouding van de houders van de regeling in te kijken. Dit doen ze in het kader van het douanetoezicht op niet-Uniegoederen of om de naleving van de voorwaarden van de regeling te controleren in het geval van formele vergunningen volgens het model in Bijlage A van DWU-DA.

Het onderzoek van de luchtvaartadministratie in het kader van het douanetoezicht zal uitermate nuttig zijn voor het toezicht op de bewegingen, plaatsingen en aanzuiveringen van de luchtvaartuigen relevant voor de privéluchtvaart, want deze zijn gevoelig aan misbruiken of twijfelachtige aanzuiveringen.

3.5. Onderdelen, toebehoren en uitrusting

60.Onderdelen, toebehoren en uitrusting voor luchtvaartuigen tijdelijk ingevoerd in de EU worden onder dezelfde regeling geplaatst als het luchtvaartuig waarmee ze zijn uitgevoerd of waarvoor ze zijn bestemd.

Overeenkomstig artikel 213 DWU-DA genieten deze goederen van TI met volledige vrijstelling van invoerrechten, omdat ze tijdelijk worden ingevoerd om weer afzonderlijk of als onderdeel van het luchtvaartuig te worden wederuitgevoerd.

61.Om onder de regeling TI met volledige vrijstelling te worden geplaatst moeten deze onderdelen, toebehoren en uitrusting, die afzonderlijk worden ingevoerd, evenwel uitsluitend bedoeld zijn voor het herstel, onderhoud of behoud in oorspronkelijke staat van luchtvaartuigen die al daadwerkelijk onder deze regeling zijn geplaatst of zullen worden geplaatst.

62.Elk ander gebruik dan het herstellen van de oorspronkelijke staat van het luchtvaartuig ten tijde van de plaatsing onder TI valt noodzakelijkerwijs onder actieve veredeling. Indien de onderdelen zijn bestemd voor opslag in het douanegebied van de Unie ten behoeve van het herstel of onderhoud van vliegtuigen onder TI in de EU, dienen deze onderdelen onder de regeling douane-entrepot te worden geplaatst tijdens de gehele opslagperiode.

Voorbeeld: één van de motoren van de talrijke vliegtuigen van de luchtvaartmaatschappij American Airlines, met landingsslots in Brussel-Nationaal, is in panne gevallen in Brussel.

De luchtvaartmaatschappij kan een vervangende motor invoeren uit de VS, die onder de regeling TI zal worden geplaatst en de defecte motor vervangt. De regeling TI van de motor zal worden aangezuiverd door de wederuitvoer van de nieuwe motor met het vliegtuig dat de EU verlaat richting de VS. De defecte motor, ook geplaatst onder de regeling TI als een integraal onderdeel van het vliegtuig, zal afzonderlijk worden wederuitgevoerd naar de fabrikant in de VS nadat het herstelde vliegtuig is opgestegen. Dit zuivert de regeling TI voor deze motor aan.

In hetzelfde scenario zou dezelfde luchtvaartmaatschappij een afzonderlijk ingevoerde motor kunnen gebruiken die in België onder TI is geplaatst in het kader van zijn reserve ter plaatse op de internationale douaneluchthaven van bruikbare onderdelen om eventuele storingen in de vliegtuigenvloot onder TI in Europa meteen te verhelpen. Deze motor wordt samen met het herstelde vliegtuig wederuitgevoerd en de luchtvaartmaatschappij kan een nieuwe motor invoeren, die onder dezelfde regeling zal worden geplaatst in Brussel in reserve. Deze motoren kunnen slechts zes maanden in de Unie blijven voordat ze moeten worden wederuitgevoerd. Indien deze termijn voor tijdelijke invoer problemen oplevert, worden ze in een douane-entrepot geplaatst.

Een luchtvaartmaatschappij zonder vaste landingsslots in Brussel zal daar geen onderdelen onder TI kunnen plaatsen voor een eventuele noodherstellingen van haar vliegtuigen, omdat het niet zeker is dat haar vliegtuigen onder TI in België vliegen. Ze zal deze onderdelen wel in tijdelijke opslag (gedurende maximum 90 dagen) of in een douane-entrepot (voor onbepaalde duur) kunne plaatsen waar ze beschikbaar zullen zijn in geval van een onverwachte aankomst.

3.6. Inschrijving

63.Sinds een luchtvaartuig ingeschreven moet zijn om zich te mogen bewegen in het internationale of nationale luchtverkeer (cf. Art. 29 Verdrag van Chicago en paragraaf 29 van de Instructie betreffende de luchtvaart (D.I. 524.01), vereist de plaatsing onder de regeling TI als vervoermiddel reizend op eigen kracht dat dit luchtvaartuig geldig is ingeschreven.

64.Om te kunnen genieten van de regeling TI met volledige vrijstelling moet het luchtvaartuig niet enkel zijn ingeschreven, maar moet het ook buiten het douanegebied van de Unie zijn ingeschreven op naam van een persoon die ook is gevestigd buiten dit douanegebied.

Indien het luchtvaartuig niet is ingeschreven, moet het de eigendom zijn van een persoon gevestigd buiten het douanegebied van de Unie om te kunnen genieten van de TI met volledige vrijstelling.

Indien het de eigendom is van een persoon gevestigd in het douanegebied van de Unie, kan enkel de TI met gedeeltelijke vrijstelling worden verleend aan dit luchtvaartuig.

65.Daarentegen wordt een volledige vrijstelling van invoerrechten verleend indien de TI tot doel heeft het (nog niet ingeschreven) luchtvaartuig in de EU onder een schorsingsregeling in te schrijven met het oog op de wederuitvoer ervan op naam van een persoon die buiten het douanegebied van de Unie is gevestigd of van een natuurlijke persoon die zijn gewone verblijfplaats op dat grondgebied heeft en op het punt staat zijn gewone verblijfplaats buiten dat grondgebied over te brengen (zie hierboven voor details).

De douanebeambten zullen de geldigheid van deze inschrijving niet enkel aan de hand van de romp van het luchtvaartuig controleren, maar ook op basis van de boorddocumentatie.

3.7. Aanzuivering

3.7.1. Algemene bepalingen

66.De gewoonlijke aanzuivering van de regeling TI voor luchtvaartuigen is de wederuitvoer buiten het douanegebied van de Unie, zoals voorzien in artikel 250 DWU dat uitdrukkelijk “voor wederuitvoer bestemde niet-Uniegoederen” vermeldt.

Artikel 215 DWU staat ook andere douanebestemmingen dan wederuitvoer toe om de regeling tijdelijke invoer aan te zuiveren. Deze zijn plaatsing onder een andere bijzondere douaneregeling (PV, DE, AV, BB), in het vrije verkeer brengen met of zonder betaling, vernietiging zonder overblijvend afval of afstand aan de staat. Enkele voorbeelden om dit te illustreren.

1ste voorbeeld

Het vliegtuig van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij United Airlines van vlucht UA 915 Washington-Brussel-Washington, geplaatst onder de regeling TI met volledige vrijstelling bij zijn binnenkomst in het luchtruim (douanegebied) van de Unie, zuivert deze regeling aan bij het verlaten van het douanegebied door over de Atlantische Oceaan te vliegen richting Noord-Amerika.

2de voorbeeld

Een vliegtuig onder TI stort neer en vliegt in brand. Dit is een vernietiging in de zin van artikel 197 DWU. De TI is aangezuiverd, maar het puin moet een douanebestemming krijgen.

3de voorbeeld

Een helikopter, eigendom van een Britse luchtvaartmaatschappij, maar bestuurd door een Marokkaan landt in België. De helikopter komt uit het Verenigd Koninkrijk en wordt onder de regeling TI geplaatst. De piloot is de gebruiker van de helikopter. Eens in Brussel aangekomen, wordt de helikopter die eigendom is van de Britse onderneming (houder van de regeling aangezien de piloot namens de onderneming handelde) door deze onderneming verkocht aan een Franse onderneming gevestigd in Brussel.

De regeling TI van de Britse onderneming wordt aangezuiverd door het in het vrije verkeer brengen met de betaling van de rechten en heffingen in naam van deze Britse onderneming. De verkoopsprijs omvat dus het bedrag aan betaalde belastingen. De helikopter krijgt door deze procedure de status van Uniegoed. De Marokkaanse piloot mag de helikopter binnen de EU vliegen voor zover het de douanewetgeving betreft. De Franse onderneming zal moeten nakijken of dit bestuur van het vliegtuig [KB5][JD6]door de in de EU toepasselijke arbeids- en sociale regelgeving toegelaten wordt.

4de voorbeeld

De onderneming X, gevestigd in de VS, voert tijdelijk in België een klein pleziervliegtuig in samen met zijn bemanning (dus een Amerikaanse piloot) om de algemeen directeur te vervoeren tijdens zijn vakantie in Europa. Deze onderneming X is dus de houder van de vergunning TI verleend bij de landing van het vliegtuig in de Luchthaven van Antwerpen (Deurne). Een andere klant van deze luchthaven is erg gecharmeerd door het vliegtuig van X en wil het graag vrij gebruiken of kopen van de Amerikanen. Deze amateur, gevestigd in de VAE, vraagt aan de onderneming X om de rechten en plichten onder de regeling over te dragen aan zijn eigen onderneming A, ook gevestigd in de VAE. Eens de Amerikanen hun toestemming hebben gegeven, dient bedrijf X een TORO-aanvraag in bij de Belgische douane die bevoegd is voor de luchthaven van Deurne. Dit douanekantoor keurt de aanvraag goed. De onderneming A wordt de houder van de TI met betrekking tot dit vliegtuig terwijl de TORO de regeling aanzuivert in naam van X.

Wederuitvoer buiten het douanegebied van de EU

67.Telkens wanneer een luchtvaartuig geplaatst onder TI het Europese luchtruim verlaat, zuivert de aanvaarding en validering van de aangifte tot wederuitvoer door het bevoegde douanekantoor van uitgang de regeling TI aan.

Deze aanzuivering gebeurt door de fysieke uitgang van het luchtvaartuig uit het luchtruim van de EU.

De wederuitvoer geldt als aanzuivering voor 95% van de tijdelijke invoerregelingen voor luchtvaartuigen.

Plaatsing onder een andere bijzondere douaneregeling

68.De regeling TI wordt geldig aangezuiverd door het plaatsen van de luchtvaartuigen onder een andere bijzondere douaneregeling, met inbegrip van de regeling TI, met of zonder volledige vrijstelling van rechten en heffingen. Dit impliceert dat de voorwaarden van deze volgende regeling zijn vervuld.

De douane ziet erop toe dat de termijn voor het verblijf van de luchtvaartuigen onder de regeling TI worden nageleefd, wanneer de regeling TI wordt aangezuiverd door een nieuwe regeling van TI.

Hetzelfde geldt in het geval van de overdracht van rechten en plichten tussen twee houders van het regime, waarbij de TORO de regeling in naam van de eerste aanzuivert.

De zekerheid die tijdens de plaatsing onder de regeling TI met gedeeltelijke vrijstelling is verleend, wordt vrijgegeven bij de aanzuivering van de TI.

In het vrije verkeer brengen

69.De regeling TI wordt aangezuiverd door het luchtvaartuig in het vrije verkeer te brengen in de EU. Het in het vrije verkeer brengen maakt de invoerrechten opeisbaar op het moment van aanzuivering van de regeling TI in hoofde van de houder van de regeling. Er wordt rekening gehouden met verlaagde rechten die gelden voor burgerluchtvaartuigen (zie Inleidende bepalingen betreffende het gemeenschappelijke douanetarief) of andere eventuele douanevrijstelling die van toepassing zijn op deze vrijgave voor het vrije verkeer.

TI met gedeeltelijke vrijstelling

70.De aanzuivering van TI met gedeeltelijke vrijstelling houdt in dat de 3% aan verschuldigde invoerrechten per maand onder de regeling altijd moeten worden betaald, evenals de volle 100% van de btw die verschuldigd is op het luchtvaartuig dat in het vrije verkeer/in verbruik is gebracht. Deze betaling vindt het best plaats samen met de vervulling van de zekerheid.

3.7.2. Aanzuiveringstermijn

71.De aanzuivering van de regeling moet worden uitgevoerd en afgesloten binnen de verblijfsduur die is toegekend aan het luchtvaartuig onder de regeling TI binnen het douanegebied van de Unie.

72. In geval van gebruik voor commerciële doeleinden, moet de aanzuivering van de regeling TI gebeuren zodra de tijd noodzakelijk voor de transportoperaties is verstreken. Verlengingen worden in de praktijk zelden waargenomen, want een inactief luchtvaartuig brengt aanzienlijke immobilisatiekosten met zich mee.

Voorbeeld: een vliegtuig van de luchtvaartmaatschappij American Airlines, voert de verbinding New-York-Brussel uit door passagiers heen en weer te vervoeren. Dit vliegtuig mag niet langer blijven in het douanegebied van de Unie dan nodig is om de passagiers te laten uitstappen, de gewoonlijke controles en bevoorrading van het toestel uit te voeren en de passagiers voor de terugvlucht te laten instappen. In dit voorbeeld is er geen verlenging noodzakelijk en wordt deze ook niet verleend.

73. In geval van gebruik voor particuliere doeleinden, gebeurt de aanzuivering van de regeling TI binnen een termijn van maximaal zes maanden. Deze termijn moet strikt worden nageleefd en verlengingen moeten spaarzaam worden verleend.

Voorbeeld: een helikoper wordt gehuurd voor een reis door Europa, door verschillende landen. Deze reis binnen Europa mag maximaal zes maanden duren. Om deze termijn opnieuw te laten beginnen, moet de helikopter het douanegebied van de Unie verlaten (bijvoorbeeld via Zwitserland) om de regeling aan te zuiveren en terugkeren naar het douanegebied van de Unie om een verlenging of een nieuwe vergunning TI aan te vragen. Het is verstandig om schriftelijk de data bij te houden waarop de helikopter het douanegebied van de Unie binnenkwam en verliet.

74.De houders van de regeling TI moeten ervoor zorgen dat zij zich aan deze termijnen houden en op tijd (d.w.z. voor het verstrijken van de verblijfstermijn) een verlenging van de termijn aanvragen, zodat ze de regeling kunnen aanzuiveren door de wederuitvoer of door een andere douanebestemming toegestaan door het DWU.

De douaneautoriteiten kunnen de reeds toegekende verblijfstermijn dus verlengen voor een redelijke termijn (nooit langer dan de oorspronkelijk toegekende of door het DWU opgelegde termijn) en op basis van een gemotiveerde aanvraag van de houder van de vergunning. Deze verlengingen moeten naar behoren worden gerechtvaardigd door uitzonderlijke omstandigheden (waarvan zuiver persoonlijke redenen zijn uitgesloten) zoals voorzien door artikel 251, §2 en §3 DWU.

75.De totale verblijfstermijn van het luchtvaartuig onder tijdelijke invoer mag, zelfs in het geval van een door de douaneautoriteit verleende verlenging, niet meer dan tien jaar bedragen. Alleen in geval van een niet voorziene gebeurtenis is het mogelijk om van deze voorwaarde af te wijken (art. 251, §4 DWU).

Voorbeeld: een Japanse luchtvaartmaatschappij gebruikt een vliegtuig voor seizoensvluchten in Europa. Voor dit vliegtuig beschikt de luchtvaartmaatschappij over een formele vergunning voor TI volgens Bijlage A van het DWU-DA, geldig voor vijf jaar. Vanwege de COVID-19 epidemie heeft de luchtvaartmaatschappij het vliegtuig niet kunnen gebruiken zoals voorzien en vraagt het daarom een verlenging van de vergunning aan.

De luchtvaartmaatschappij dient een gemotiveerde aanvraag in bij de bevoegde douaneautoriteit en motiveert daarin dat de pandemie een uitzonderlijke omstandigheid vormt. De douaneautoriteit keurt de aanvraag goed en kent een redelijke verlening van twee jaar toe, die zal worden vernieuwd vanwege de oorlog in Oekraïne.

De totale termijn van de tijdelijke invoer mag niet langer zijn dan tien jaar. Na deze verblijfstermijn van tien jaar in de EU zou evenwel een verlenging kunnen worden overwogen van de strikte termijn die noodzakelijk is voor het aanzuiveren van de regeling door wederuitvoer (toepassing van artikel 251, § 4 DWU).

3.7.3. Modaliteiten van de aanzuivering – Rechtsbepalingen

76.Wanneer de regeling TI met volledige vrijstelling van invoerrechten wordt aangezuiverd door het in het vrije verkeer brengen van de goederen, moet het bedrag aan invoerrechten worden berekend overeenkomstig artikel 85, §1 DWU.

Dit betekent dat het bedrag aan invoerrechten verschuldigd op de vervoermiddelen wordt berekend op basis van de waarde van de goederen en tegen het tarief dat gold op het moment dat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht en niet op het moment dat ze onder de regeling TI werden geplaatst.

De douanebeambten zullen dus de exacte datum van plaatsing onder de regeling verifiëren met behulp van alle mogelijke middelen waarover de houder van de regeling beschikt, inclusief aangifte door middel van andere handelingen.

Voorbeeld: een in Canada gevestigde luchtvaartmaatschappij voert tijdelijk voor een periode van vijf maanden motoren in voor het onderhoud van haar vliegtuigen tijdens hun tussenstops op de luchthaven Brussel-Nationaal. Eén van deze motoren, ingevoerd op 1 juni 2024 en op deze dag onder TI met volledige vrijstelling geplaatst als uitrusting van een luchtvaartuig, wakkert de interesse aan van een Europese luchtvoermaatschappij om dringend de motor te vervangen van een van haar vliegtuigen (Uniestatus). De Canadese maatschappij verkoopt deze motor aan de Europese maatschappij, inclusief alle belastingen. Dezelfde Canadese maatschappij zuivert in haar naam de regeling TI aan door deze motor in het vrije verkeer te brengen met betaling van invoerrechten. De douanerechten worden berekend tegen het geldende tarief en over de waarde van de motor op de dag van aanvaarding van de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen.

Procedures en vormen van aanzuivering

77.De vorm van de vergunning voor het plaatsen onder tijdelijke invoer bepaalt de vorm en de procedure van aanzuivering.

Het meest voorkomende:

Aanzuivering door simpelweg de externe grens van het douanegebied van de Unie te overschrijden

78.Juist zoals voor de aanvraag voor de plaatsing onder de regeling, vormt het simpele feit van het overschrijden van de buitengrens van het Europese luchtruim door een luchtvaartuig in vlucht de aanvaarding en validering van de aanvraag tot aanzuivering van de regeling TI door een andere handeling in de zin van artikel 141 DWU-DA. Deze aanvaarding valt onder de verantwoordelijkheid van de douaneautoriteiten bevoegd in de zin van artikel 205 DWU-DA.

79.Overeenkomstig artikel 139, §2 DWU-DA is deze aanzuivering door enig andere handeling exclusief voorbehouden voor wederuitvoer.

In dit geval is een fysieke controle door de douaneautoriteiten uiteraard niet mogelijk, behalve via de raadpleging van de vluchtgegevens bij de Europese luchtverkeersleiding op de douaneluchthaven van fysieke uitgang van het douanegebied of van de Europese luchthaven van wederuitvoer in geval van een volgende tussenstop(s) in het douaneluchtvaartgebied van de Unie.

80.In feite is deze aanzuivering automatisch in de praktijk. Het is dankzij deze vereenvoudiging verleend aan internationale luchtvaartmaatschappijen dat het vrij luchtverkeer wordt gegarandeerd in de EU.

Dit betekent niet dat deze luchtvaartuigen met een niet-Uniestatus ontsnappen aan het douanetoezicht, dat altijd wordt uitgevoerd ook wanneer de regeling eindigt. Controles om te verzekeren dat de houder de regeling naar behoren aanzuivert, kunnen nog steeds worden uitgevoerd door de douaneautoriteiten voor het opstijgen of daarna aan de hand van de luchtvaartadministratie of andere documentatie waarover de douane beschikt.

Minder voorkomend

Aanzuivering ten gevolge van een mondelinge aangifte tot plaatsing

81.De aanvaarding en validering door de douanebeambte van de mondelinge aanvraag zuivert de regeling aan overeenkomstig artikel 136, §2 DWU-DA, in de vorm van een mondelinge aangifte zonder dat een inventaris is vereist, indien deze niet voordien was opgesteld.

Deze mondelinge douaneaangifte moet voor het vertrek van het luchtvaartuig uit het douanegebied van de Unie gebeuren bij het douanekantoor van uitgang dat zich binnen of naast de internationale douaneluchthaven bevindt.

Wanneer de aangever bij zijn mondelinge aanvraag tot plaatsing een inventaris heeft gevoegd, moet hij het tweede exemplaar overleggen aan het douanekantoor van uitgang. De douane van dit kantoor verifieert of het aangebrachte luchtvaartuig overeenkomt met de gegevens van de inventaris, of de aanzuivering plaatsvindt binnen de termijn voorzien in diezelfde inventaris en of er geen tegenstrijdigheden zijn (bijvoorbeeld het wijst een ander douanekantoor aan voor de aanzuivering). De douanierbeambte ondertekent deze inventaris en brengt het douanestempel daarop aan. Hij zal een kopie nemen van de naar behoren ondertekende en gevalideerde inventaris om deze, bij voorkeur elektronisch, te versturen naar het douanekantoor van plaatsing.

82.Overeenkomstig artikel 136, §2 DWU-DA, wordt deze aanzuivering ter middel van een mondelinge aangifte uitsluitend aanvaard voor aanzuiveringen door de wederuitvoer buiten de EU.

Het zal gedoogd worden voor de aanzuivering van de regeling TI, mondeling gevalideerd met een inventaris, door een andere regeling tijdelijke invoer met of zonder TORO.

Het is dus de facto uitgesloten wanneer de TI wordt aangezuiverd door de plaatsing van het luchtvaartuig onder de regeling actieve veredeling, douane-entrepot, douanevervoer of in het vrije verkeer brengen met betaling.

Uitzonderlijk:

Aanzuivering door schriftelijke aangifte tot plaatsing

83.Nadat is gecontroleerd of de voorwaarden en de termijn van de regeling TI zijn nageleefd, aanvaardt en valideert de bevoegde douaneautoriteit de schriftelijke, elektronische douaneaangifte volgens de algemene regels (IDMS of AES) ter zake.

Deze aanzuivering door middel van een schriftelijke douaneaangifte is niet de vaakst gebruikte manier, maar zal effectief zijn bij aanzuivering van de regeling door plaatsing onder een andere regeling zoals (weder)uitvoer of in het vrije verkeer brengen.

84.Deze aanzuivering (door middel van een elektronische, schriftelijke aangifte) is verplicht in het geval van een TI met gedeeltelijke vrijstelling van rechten en heffingen, wat altijd de betaling van de rechten en heffingen bij de aanzuivering inhoudt.

4. Controle

85.Luchtvaartuigen geplaatst onder de regeling TI zijn niet-Uniegoederen en blijven steeds onder douanetoezicht gedurende hun gebruik onder deze bijzondere regeling.

86.Het zijn de douaneautoriteiten (en geen enkele andere autoriteit, zelfs deze verbonden aan de luchtvaart) die bevoegd zijn voor de controle van de naleving van de DWU-bepalingen m.b.t. de TI van luchtvaartuigen. Zo zijn zij op grond van artikel 211 DWU verplicht tot het nemen van alle geschikte maatregelen om ervoor te zorgen dat het luchtvaartuig niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden dan waarvoor het een vergunning tijdelijke invoer heeft gekregen.

87.De douaneautoriteiten moeten altijd misbruiken van de regeling TI onderzoeken en bestraffen. Dit is de onrechtmatige toegestane plaatsing, na verstrekking van een foutieve of onvolledige mededeling van informatie, van een luchtvaartuig onder de regeling TI wanneer de aanvrager wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze informatie foutief of onvolledig was, en wanneer de plaatsing van het luchtvaartuig onder deze regeling niet zou zijn verleend op basis van deze foutieve en onvolledige informatie. Ook de vervanging van het luchtvaartuig dat onder de regeling TI is geplaatst door een ander luchtvaartuig moet worden onderzocht en bestraft.

Het behoud van de voordelen van deze regeling is afhankelijk van de naleving van zijn specifieke voorwaarden gedurende de gehele plaatsing van deze luchtvaartuigen onder de regeling in de EU.

Voorbeeld: een vliegtuig van de luchtvaartmaatschappij American Airlines vervoert de passagiers van Washington D.C. naar Brussel. Het vliegtuig wort toegelaten onder de regeling TI met volledige vrijstelling van invoerrechten en btw. De Belgische douane kan, tijdens de gehele verblijfstermijn van het vliegtuig in het douanegebied van de Unie, in België controleren of het nog steeds voldoet aan de voorwaarden van de regeling TI. Dit kan bijvoorbeeld door het doen voorleggen van de boorddocumenten van het vliegtuig of door de goederen aan boord te controleren.

88.Het uitvoeren van deze douanecontroles is niet beperkt tot het moment waarop de regeling aanvankelijk is verleend: het moet effectief zijn gedurende de volledige geldigheidstermijn van de vergunning.

Voorbeeld: de douane is bevoegd om vliegtuigen die zich onder TI bevinden of die onder TI kunnen worden toegelaten (omdat ze de kenmerken hebben van een vliegtuig met niet-Uniestatus, zoals een vliegtuig van een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij ingeschreven onder een nummer van de VS en geparkeerd in de niet-EU terminal) te controleren bij hun aankomst of vertrek maar ook gedurende hun gehele tijdelijke verblijf in België.

89.Het gevolg van de niet-naleving van de voorwaarden eigen aan de regeling TI is de onmiddellijke intrekking van de regeling, wat de betaling van alle ontdoken rechten en heffingen inhoudt of zelfs de inbeslagname van het toestel.

5. Bepalingen m.b.t. btw

90.De regeling TI met volledige vrijstelling is een schorsende douaneregeling m.b.t. de btw-wetgeving. Deze luchtvaartuigen worden volgens de btw-wetgeving beschouwd als niet ingevoerd in de EU totdat ze uit de regeling TI worden gehaald door een douaneregeling die de btw opeisbaar maakt (cf. art. 23, §4, 2° WBTW). De aanzuivering van de TI door het in het verbruik stellen van de goederen in België vormt het belastbaar feit dat de btw opeisbaar maakt.

Dit betekent dat de douanevrijstelling voor de btw enkel geldt zolang de niet-Unieluchtvaartuigen onder de douaneregeling TI met volledige vrijstelling blijven.

91.Daarentegen is bij de plaatsing van een luchtvaartuig onder TI met gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten de btw volledig verschuldigd vanaf de plaatsing van het luchtvaartuig onder deze douaneregeling. De reden hiervoor is dat het opeisbare feit voor de btw de plaatsing onder de regeling TI met gedeeltelijke vrijstelling is, wat geen schorsende regeling is in de zin van artikel 23, §4 WBTW.

Voorbeeld: een Belgische luchtvaartmaatschappij huurt een vliegtuig van een Amerikaanse onderneming voor een periode van zes maanden (artikel 214, d) DWU-DA). Het vliegtuig komt aan in België en wordt onder de regeling TI geplaatst met gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten, want de voorwaarden voor TI met volledige vrijstelling zijn niet vervuld. Eens het vliegtuig onder deze regeling is geplaatst, wordt de TVA meteen verschuldigd op basis van de waarde van het vliegtuig. Dit houdt in dat de Belgische luchtvaartmaatschappij de volledige btw op het vliegtuig dient te betalen bij zijn vertrek uit België, zelfs indien de douanerechten gedeeltelijk zijn vrijgesteld.

6. Bepalingen m.b.t. accijnsrechten

92.Sinds de regeling TI een schorsende douaneregeling is in de zin van de accijnswetgeving, is er een volledige vrijstelling van toepassing op de accijnzen verschuldigd op de brandstof (of andere energieproducten) die zich bevinden in of worden gebruikt in niet-Unieluchtvaartuigen geplaatst onder de regeling tijdelijke invoer met volledige vrijstelling.

Deze luchtvaartuigen worden volgens de accijnswetgeving beschouwd als niet ingevoerd in de EU totdat de regeling TI wordt beëindigd door een douaneregeling die de accijnsrechten opeisbaar maakt bij hun invoer (cf. art. 429, §1, (f) programmawet van 27 december 2004). Pas wanneer de TI wordt aangezuiverd door het in verbruik stellen in België worden de accijnsrechten bij de invoer opeisbaar.

93.Anderzijds, wanneer een luchtvaartuig onder TI met gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten wordt geplaatst, blijven accijnzen op de brandstof (of andere energieproducten) onder de accijnsschorsingsregel vrijgesteld van accijnsrechten zelfs indien het luchtvaartuig in het vrije verkeer wordt gebracht/in verbruik wordt gesteld vanuit douane- en btw-oogpunt. In feite wordt een vrijstelling van de betreffende accijnsrechten verleend door de accijnswetgeving aan vliegtuigen in het internationale verkeer (Unie of niet-Unie). Het is nuttig om de bepalingen van het Boekwerk Accijns Begevingen (D.I. 720) te raadplegen.

7. Samenvattingstabel

94.

Voorwaarden voor het verlenen van de regeling tijdelijke invoer voor luchtvaartuigen met volledige vrijstelling van rechten

Houder | gebruiker

Natuurlijke of rechtspersoon die de fysieke controle heeft over het vervoermiddel

Gevestigd buiten het douanegebied van de Uni (behalve voor 7 uitzondering in het voordeel van personen gevestigd in de EU):

1) noodsituatie (art. 214, c), DWU-DA);

2) gebruik door een verhuuronderneming met het oog op wederuitvoer (art. 214, d), DWU-DA);

3) incidenteel gebruik voor particuliere doeleinden, op aanvraag van de houder van de registratie die op dat moment zelf in het douanegebied van de Unie is (art. 215, §1, DWU-DA).

4) gebruik in het geval van huur, voor particuliere doeleinden en op basis van een schriftelijk contract met het oog op de terugkeer naar de woonplaats in het douanegebied van de Unie of met het oog op het verlaten van het douanegebied van de Unie (art. 215, §2, DWU-DA).

5) gebruik van het luchtvaartuig voor commerciële of particuliere doeleinden door een persoon gevestigd in de EU en waarvan de werkgever is gevestigd buiten de EU (art. 215, §3 DWU-DA). Deze werkgever bezit, , huurt of leaset dit luchtvaartuig.

6) gebruik van een luchtvaartuig dat met een tijdelijk nummer is geregistreerd in het douanegebied van de Unie op naam van een persoon gevestigd buiten de EU of die naar buiten de EU verhuist (art 216, §1 DWU-DA)

7) in uitzonderlijke gevallen, het gebruik voor commerciële doeleinden gedurende een beperkte periode (art. 216, §2 DWU-DA).

Type vervoermiddel

Burgerluchtvaartuigen (militaire en andere staatsluchtvaartuigen vallen hier niet onder)

Assimilatie van onderdelen, toebehoren en uitrusting verbonden aan de luchtvaartuigen

Voorwaarden voor de vervoermiddelen

In het internationale verkeer,

Ingeschreven

Voor commercieel of particulier gebruik

Gebruik

Tijdelijk,

Vervoer van personen en/of goederen.

Geldigheidstermijn

Voor particulier gebruik: voldoende tijd voor het bereiken van de doelstelling onder TI: maximaal zes maanden!

Voor commercieel gebruik: tijd die strikt noodzakelijk is voor het uitvoeren van de transportoperaties

Zekerheid

Mondelinge aangifte of andere handeling in de zin van artikel 141 DWU-DA: vrijgesteld van zekerheidstelling (art. 81 DWU-DA)

Schriftelijke aangifte: altijd zekerheid verschuldigd voor 100% van de toepasselijke rechten en heffingen

Uitsluiting

Voertuigen gebruikt voor andere doeleinden dan het vervoer van personen of goederen in de EU

Veredeling of veredelingshandelingen van luchtvaartuigen

Aangifte tot plaatsing

Door de simpele overschrijding van de buitengrens van de EU

Mondeling (met of zonder inventaris)

Schriftelijke aangifte op verzoek van de douaneautoriteiten of van de houder (verplicht voor TI met gedeeltelijke vrijstelling)

Aangifte tot aanzuivering

Door de simpele overschrijding van de buitengrens van de EU

Mondeling (met of zonder inventaris)

Schriftelijke aangifte op verzoek van de douaneautoriteiten of van de houder (verplicht voor TI met gedeeltelijke vrijstelling)

Aanzuivering

Door wederuitvoer buiten de EU met volledige vrijstelling van rechten en plichten

Door plaatsing onder een andere bijzondere douaneregeling (inclusief TI) met volledige vrijstelling van rechten en plichten

Door in het vrije verkeer brengen: rechten opeisbaar tegen het tarief en waarde die van kracht zijn op het tijdstip van het in het vrije verkeer brengen

Btw

Vrijstelling van btw zolang onder TI met volledige vrijstelling

Geen vrijstelling van btw onder TI met gedeeltelijke vrijstelling: btw volledig verschuldigd

Accijnsrechten (op brandstof en energieproducten aan boord van niet-Unieluchtvaartuigen)

TI met volledige vrijstelling: volledige vrijstelling van accijnsrechten wanneer het luchtvaartuig zich onder een schorsende douaneregeling bevindt

Ti met gedeeltelijke vrijstelling: vrijstelling van accijnsrechten wanneer de brandstof of energieproducten zich onder een accijnsschorsingsregeling bevinden

8. Verklarend schema

95.Verklarend schema geïnspireerd op het schema van de Europese Commissie, dat de tijdelijke invoer met (of zonder) volledige vrijstelling van invoerrechten voor luchtvaartuigen (LV) uiteenzet wanneer deze worden aangegeven voor tijdelijke invoer overeenkomstig artikel 136, §1 DWU, of door een andere handeling overeenkomstig artikel 139, §1 DWU-DA in samenhang met artikel 141, §1 DWU-DA.

Het LV wordt aangebracht of wordt beschouw als aangebracht bij de douane

Is het LV aangebracht bij de douane ingeschreven buiten het douanegebied van de Unie, op naam van een persoon gevestigd buiten dit douanegebied?

NEE

Is het LV ingeschreven in het douanegebied van de Unie?

JA

OF

Is het LV ingeschreven buiten de Unie, op naam van een persoon gevestigd in het douanegebied van de Unie?

OF

Is het LV niet ingeschreven en is zijn eigenaar in het douanegebied van de Unie gevestigd?

JA

NEE

Is de persoon met de fysieke controle over het LV (of de persoon namens wie hij/zij handelt) gevestigd buiten het douanegebied van de Unie?

JA

Is het LV niet ingeschreven en is zijn eigenaar buiten het douanegebied van de Unie gevestigd?

NEE

NEE

Valt het geval onder de artikelen 214, 215 of 216 DWU-DA?

JA

Tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrecht wordt verleend

JA

NEE

Tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten wordt NIET verleend

9. Slot- of opheffingsbepalingen

97.Deze circulaire vervangt en heft de bepalingen op m.b.t. luchtvaartuigen van Titel III “Tijdelijke invoer van vervoermiddelen” van de Instructie Internationaal Verkeer van 1993 (D.I. 570.0).

Voor de Administrateur-Generaal van de Douane en Accijnzen

Jo Lemaire

Adviseur-Generaal

Interne referentie: OEO – DD 021.638 /D.I. 572.2

10. Bijlagen

I. Uittreksel van het Verdrag van Chicago

Artikel 13 Regels voor ingang en inklaring

De wet- en regelgeving van een verdragsluitende Staat m.b.t. binnenkomst en vertrek uit zijn grondgebied van passagiers, bemanningen of goederen van luchtvaartuigen, zoals regelgeving m.b.t. binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en volksgezondheid moeten worden nageleefd bij binnenkomst of vertrek, of tijdens het verblijf binnen het grondgebied van deze staat door de passagiers en bemanningen zelf of namens hen en voor de goederen.

MAATREGELEN TER FACILITERING VAN LUCHTVAART

Artikel 22 Vereenvoudiging van formaliteiten

Elke verdragsluitende Staat stemt ermee in om, door het uitvaardigen van speciale regelgeving of anderszins, alle mogelijke praktische maatregelen te nemen om de luchtvaart tussen de grondgebieden van de verdragsluitende Staten te vereenvoudigen en bespoedigen en om onnodige vertragingen van luchtvaartuigen, bemanningen, passagiers en vracht te voorkomen, in het bijzonder bij de handhaving van immigratie-, gezondheids-, douane- en inklaringswetten.

Artikel 23 Douane- en immigratieformaliteiten

Elke verdragsluitende staat verbindt zich ertoe, voor zover hij dit uitvoerbaar acht, douane- en immigratieprocedures op te stellen die van belang zijn voor de internationale luchtvaart in overeenstemming met de praktijken die krachtens dit Verdrag kunnen worden opgesteld of aanbevolen. Niets in dit Verdrag mag worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de totstandbrenging van douanevrije luchthavens.

Artikel 24 Douanerechten

a) Tijdens een vlucht naar, vanuit of over het grondgebied van een andere verdragsluitende Staat wordt elk luchtvaartuig tijdelijk ingevoerd met vrijstelling van rechten, met inachtneming van de douaneregelgeving van die Staat. Brandstof, smeerolie, onderdelen, gewoonlijke uitrusting en voorraden aan boord van een luchtvaartuig van een verdragsluitende Staat die bij aankomst in en vertrek uit het grondgebied van een andere verdragsluitende Staat aan boord blijven, zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of andere soortgelijke rechten en heffingen die door de Staat of de lokale autoriteiten worden opgelegd. Deze vrijstelling is niet van toepassing op hoeveelheden of geloste artikelen, tenzij de douanewetgeving van de betrokken Staat dit toelaat. Deze kunnen vereisen dat de hoeveelheden of artikelen worden geplaatst onder douanetoezicht.

b) Onderdelen en materiaal die in het grondgebied van een verdragsluitende Staat worden ingevoerd om te worden geïnstalleerd of gebruikt voor een luchtvaartuig van een andere verdragsluitende Staat dat wordt gebruikt in de internationale luchtvaart, worden met vrijstelling van douanerechten ingevoerd mits voldaan wordt aan de regelgeving van de betrokken staat. Deze regelgeving kan bepalen dat deze goederen onder douanetoezicht en -controle kunnen worden geplaatst.

II.
Bijlage 71-01 DWU-DA


[KB1]Twee opties, die misschien beter zouden zijn voor de vlotheid.

1: als liever ‘die gebruiker’ bewaard wordt in de zin, dan wordt het dubbel punt beter vervangen door een punt.

2: als liever het dubbel punt bewaard wordt, dan ‘die gebruiker’ vervangen door hijzij

[JD2]Zo aangepast

[KB3]Dit leest iets vlotter, indien het een aparte zin is: Het verbod dat vroeger gold op de verkoop/uitlening van vervoermiddelen onder TI is namelijk ingetrokken door het DWU in 2016.

[JD4]OK zo aangepast.

[KB5]Ik snap wel wat het betekent, maar ‘pilotage’ lijkt mij niet echt een woord in het Nederlands?

Voorstel om het eventueel te vervangen door ‘activiteit’, want er is geen exacte tegenhanger van ‘pilotage’ in het Nederlands.

[JD6]Ik vervang dooe «bestuur»