Aanschrijving nr. 78 dd. 14.07.1972

AANSCHRIJVING 72/078

Aanschrijving nr. 78 dd. 14.07.1972


Marktkramers van tweedehandse goederen

Wegens de bijzondere omstandigheden waarin hun handel wordt gevoerd hebben de marktkramers die tweedehandse goederen verkopen op markten en op de openbare weg moeilijkheden om al de verplichtingen na te komen die inzake BTW aan de belastingplichtigen zijn opgelegd.

Daarom heeft de administratie beslist hun de vergunning toe te staan bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-wetboek en heeft ze, samen met het verlenen van die vergunning, maatregelen getroffen die ertoe strekken het vervullen van de fiscale verplichtingen van de evenbedoelde personen te vergemakkelijken.

Dit is het onderwerp van deze aanschrijving.

Vergunninghouders

1. Hier worden bedoeld zij die uitsluitend tweedehandse goederen verkopen op openbare markten of op de openbare wegen die hiertoe gemachtigd zijn door de bevoegde overheid. Die personen zijn houder van een geldige leurderskaart voor de verkoop van door het gebruik beschadigde voorwerpen.

Bedoeld worden eveneens de marktkramers die ook een winkel met vaste inrichting exploiteren voor de verkoop tweedehandse goederen voor zover het bedrag van de in de winkel verkochte goederen 30 pct. niet overtreft van het geheel van hun verkopen.

Bedoelde verkopen

2. Het betreft de verkopen van allerhande tweedehandse goederen, met uitzondering van autovoertuigen voor personen- of goederenvervoer, aanhangwagens voor het kamperen (caravans), plezierboten, jachten en buitenboordmotoren

Onder tweedehandse goederen moet worden verstaan de goederen die reeds werden gebruikt en die nog kunnen worden gebruikt, hetzij in de staat waarin ze verkeren, hetzij na herstelling.

Toepasselijke regeling

3. Voor al de in de loop van een kwartaal verkochte tweedehandse goederen mag de aan de Staat te storten belasting worden berekend tegen het tarief van 6 pct. over het verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs. Dat laatste bedrag wordt ingeschreven in vak 01 van de aangifte.

Niet-aftrekbaarheid van de betaalde belasting

4. De vergunninghouder mag de betaalde belasting geheven van al de aan hem geleverde goederen en diensten en van de door hem ingevoerde goederen, in geen geval aftrekken.

Toepassingsmodaliteiten

5. De houders van de in deze aanschrijving bedoelde vergunning zijn ervan ontheven een boek voor inkomende facturen te houden, maar ze moeten hun inkomende facturen per jaar nummeren volgens een ononderbroken reeks nummers en die facturen gedurende vijf jaar bewaren te rekenen vanaf 1 januari die volgt op hun datum.

6. Ze zijn ervan ontheven het boek voor uitgaande facturen en het ontvangstenboek te houden voorgeschreven door artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 augustus 1970 en artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 mei 1971; ze zijn eveneens ontslagen verkoopfacturen uit te reiken, tenzij de klant er uitdrukkelijk om vraagt. In dat geval moet de factuur de verkoopprijs, inclusief BTW, vermelden alsmede de volgende vermelding : "Prijs inclusief BTW tegen het tarief van 6 pct. Aanschrijving van 14 juli 1972, nr. 78".

7. Indien, om welke reden ook, de vergunninghouder niet langer de onderhavige aanschrijving wil of kan toepassen, moet hij hiervan onmiddellijk en schriftelijk kennis geven aan het controlekantoor waaronder hij ressorteert. Deze verandering van stelsel heeft uitwerking met ingang van het eerstvolgend kalenderkwartaal dat volgt op het versturen van de brief.

8. Onder voorbehoud van de ontheffingen bedoeld in de nrs. 5 en 6 zijn de vergunninghouders ertoe gehouden de wettelijke verplichtingen na te komen die inzake BTW aan de belastingplichtigen worden opgelegd en onder meer kwartaalaangiften in te dienen, periodieke voorschotten te betalen en voor 31 maart van elk jaar een lijst in te dienen van de afnemers-belastingplichtigen aan wie ze een factuur hebben uitgereikt.

9. De toepassing van de regeling ingesteld door de onderhavige aanschrijving zal de vergunninghouders worden ontzegd indien misbruiken of onregelmatigheden mochten worden vastgesteld of nog indien de belanghebbende geen gevolg geeft aan mondelinge of schriftelijke vragen om inlichtingen van de ambtenaren belast met de controle op de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

Datum van toepassing

10. De marktkramer die de door deze aanschrijving ingestelde aanslagregeling wil toepassen, moet de hoofdcontroleur van de BTW waaronder hij ressorteert hiervan schriftelijk in kennis stellen voor 1 december. Die regeling zal dan voor hem uitwerking hebben met ingang van 1 januari daarna voor zover hij aan de vereiste voorwaarden voldoet

De marktkramer die zijn werkzaamheid pas begint mag de genoemde regeling toepassen indien hij in de in artikel 50, § 1, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte van aanvang van werkzaamheid bevestigt dat hij aan de gestelde voorwaarden zal voldoen.

Regularisatiemaatregelen

11. In afwijking van het bepaalde in nr. 10 is de bij deze aanschrijving ingestelde regeling toepasselijk op de verrichtingen die sedert 1 juli 1972 werden gedaan door de marktkramers die voor 31 augustus 1972 schriftelijk aan de hoofdcontroleur van de BTW waaronder zij ressorteren vragen om ervan te genieten.

De marktkramers welke die aanvraag binnen de bepaalde termijn doen en die geen periodieke BTW-aangiften hebben ingediend voor het jaar 1971 en het eerste en tweede kwartaal 1972, worden gemachtigd onder de volgende voorwaarden hun toestand te regulariseren op basis van de hiervoren ingestelde regeling:

1° een globale regularisatieopgave moet voor 31 augustus 1972 bij het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert worden ingediend;

2° de verschuldigde belasting moet worden betaald binnen 15 dagen na ontvangst van het betalingsbericht dat door het BTW-ontvangkantoor zal worden toegestuurd.

Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
C SCAILTEUR