Aanschrijving nr. 3 dd. 12.10.2000

AANSCHRIJVING 00/003

Aanschrijving nr. 3 dd. 12.10.2000


BTW
Bijzondere regeling voor beleggingsgoud


1. De onderhavige aanschrijving heeft als voorwerp een commentaar te geven op de bijzondere regeling voor beleggingsgoud inzake BTW vanaf 1 januari 2000.

HOOFDSTUK 1 - ALGEMEEN

2. De communautaire en nationale wetgevingen die de belasting over de toegevoegde waarde regelen, maken van het begin af een onderscheid tussen goud voor industrieel gebruik en goud voor beleggingsdoeleinden.

  • Industrieel goud wordt er steeds beschouwd als een roerend goed uit zijn aard, onderworpen aan de BTW tegen het tarief dat hierop van toepassing is.
  • Voor beleggingsgoud werden daarentegen oplossingen toegepast die verschillend waren van de ene lidstaat tot de andere.


3. Zo heeft België het beleggingsgoud, onder de vorm van monetair goud, kunnen beschouwen als een onlichamelijk roerend goed tot 31 augustus 1981. Tussen 1 september 1981 en 28 februari 1982 heeft België vervolgens goud dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. Uit bezorgdheid om een verplaatsing van de goudmarkt naar naburige landen en naar financieel meer aantrekkelijke plaatsen te voorkomen, diende België uiteindelijk vanaf 1 maart 1982 het beleggingsgoud aan het BTW-tarief van 1 pct. te onderwerpen dat bepaald was in artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

4. Met het oog op de harmonisering van de grote Europese interne markt, hebben de instellingen van de Europese Unie onlangs de richtlijn nr. 98/80/EG van de Raad van 12 oktober 1998 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn nr. 77/388/EEG - bijzondere regeling voor beleggingsgoud (P.B.E.G. nr. L 281 van 17 oktober 1998) aangenomen.

  • Die richtlijn nr. 98/80/EG voegt hoofdzakelijk in de richtlijn nr. 77/388/EEG een artikel 26ter in.
  • Dit wijzigt geenszins de BTW-regeling van toepassing op ander goud dan beleggingsgoud. Onbewerkt goud, goud als halffabrikaat of goud onder de vorm van een eindproduct, bestemd voor industriële of commerciële doeleinden, sieraden, juwelen of goudsmidswerk en verzamelobjecten die een numismatisch belang hebben, blijven dus in de regel onderworpen aan het normaal BTW-tarief, dat thans 21 pct. bedraagt (z. evenwel rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het K.B. nr. 20 dat onder bepaalde voorwaarden voorziet in de toepassing van een tarief van 6 pct.).
  • De nieuwe richtlijn spits daarentegen haar bepalingen toe op het beleggingsgoud, waarvoor zij in een bijzondere regeling voorziet welke primeert boven elke andere regeling.


5. Drie koninklijke besluiten van 30 december 1999 (Belgisch Staatsblad van 31 december 1999) zetten de bepalingen van deze richtlijn om in het Belgisch BTW-Wetboek met inwerkingtreding vanaf 1 januari 2000. De tekst van deze besluiten is bijgevoegd bij deze aanschrijving.

6. De aangebrachte wijzigingen aan deze koninklijke besluiten bestaan voornamelijk :

  • uit de invoering van een bijzondere regeling van toepassing op de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van beleggingsgoud en voor diensten van tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en bemiddelen bij zulke handelingen (Koninklijk besluit tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde);
  • uit de invoering van een regeling van verlegging van de heffing van toepassing op bepaalde leveringen van goud, waaronder deze van beleggingsgoud (Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde);
  • uit de invoering van de verplichting tot uitreiking van een factuur voor de leveringen van beleggingsgoud voor een bedrag hoger dan 100.000 BEF - 2.478,94 EUR (Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde);
  • uit de afschaffing van het verlaagd tarief van 1 pct. van toepassing op goud dat als beleggingsobject wordt gebruikt (Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven).


7. Het is evenwel van belang te benadrukken dat de hierna beschreven bijzondere regeling vreemd blijft aan de handelingen die door een in België gevestigde belastingplichtige worden verricht en die buiten de Gemeenschap plaatsvinden. Die handelingen worden derhalve aangemerkt als belastbaar en blijven dus onderworpen aan de normale regels, meer in het bijzonder wat het recht op aftrek betreft.

HOOFDSTUK 2 - INVOERING VAN EEN BIJZONDERE REGELING VOOR BELEGGINGSGOUD

A. Definitie van beleggingsgoud

8. Onder beleggingsgoud moet worden verstaan (artikel 1, § 8, van het BTW-Wetboek) :

a. goud dat zich voordoet :

  • in de vorm van staven of plaatjes,
  • van een door de goudmarkten aanvaard gewicht,
  • met een zuiverheid van ten minste 995 duizendste,
  • al dan niet belichaamd in certificaten.


De kleine staven of plaatjes van ten hoogste 1 gram worden evenwel niet aangemerkt als beleggingsgoud.

Normaal gezien aanvaarden de goudmarkten enkel gestempeld goud met de titel en het persoonlijk merk van de smelter of de keurmeester.

Niettemin kan niet-gestempeld goud onder de bijzondere regeling vallen voor zover de verkoper tot voldoening van de administratie bewijst dat het verhandelde goud aan de voormelde vereisten voldoet.

b. gouden munten die :

  • een zuiverheid van ten minste 900 duizendste hebben,
  • na 1800 zijn geslagen,
  • in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd.


en

  • normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt.


Zulke munten worden geacht niet verkocht te worden wegens hun numismatische waarde.

9. Iedere lidstaat dient zelf een exhaustieve lijst op te maken van de muntstukken die aan de voormelde criteria voldoen. Op deze lijst dienen zowel de nationale munten alsook de buitenlandse munten die op het nationale grondgebied worden verhandeld te worden opgenomen.

10. De lijst, die vóór 1 juli van elk jaar moet worden ingediend bij de Commissie, moet de openmarktwaarde weergeven op 1 april.

11. Vóór 1 december van elk jaar publiceert de Commissie in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen de volledige lijst van deze munten. De eerste dergelijke lijst is gepubliceerd in het P.B.E.G. nr. C 342 van 30 november 1999.

12. De muntstukken opgenomen op deze lijst worden geacht aan de voorwaarden van de definitie van het beleggingsgoud te voldoen gedurende het hele jaar waarvoor de lijst werd gepubliceerd, zelfs indien de waarde van de munten zodanig gaat evolueren dat de voormelde 80 pct.-grens wordt overschreden.

13. Daarentegen betekent het feit dat een gouden munt niet in de lijst is opgenomen, niet noodzakelijk dat de bijzondere regeling niet van toepassing zou kunnen zijn. Het behoort in dat geval aan de verkoper om tot voldoening van de administratie te bewijzen dat deze munt voldoet aan de toepassingsvoorwaarden van de regeling van artikel 44bis.

B. Beginselen van de bijzondere regeling voor beleggingsgoud


14. De nieuwe regeling voor beleggingsgoud bestaat uit twee delen :


  • De algemene regel die bestaat in een vrijstelling voor de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van beleggingsgoud alsook voor de diensten van tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en bemiddelen bij zulke handelingen. De vrijstellingsregeling gaat gepaard met een bijzonder en beperkt recht op aftrek van de voorbelasting.
  • Een afwijking waarbij bepaalde handelaars worden toegelaten om onder bepaalde voorwaarden te opteren voor de normale regeling van belastingheffing. De uitoefening van die optie brengt een terugkeer naar de normale regels inzake aftrek mee.


B.1. Vrijstellingsregeling

B.1.1. Handelingen beoogd door de vrijstelling

15. Overeenkomstig artikel 44bis van het BTW-Wetboek zijn vrijgesteld van de belasting :

  • De leveringen (binnenlandse, intracommunautaire en bij uitvoer) van beleggingsgoud, waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen (geïndividualiseerd) of niet-toegewezen (niet-geïndividualiseerd) goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals de handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud.


Dit futurecontract heeft tot voorwerp de verbintenis om goud op een bepaalde datum te verwerven. Die verbintenis moet normaliter afgesloten worden door de aankoop of de levering van dit goud op de voorziene datum.

Kenmerkend voor voormelde overeenkomsten is dat deze een eigendomsoverdracht van het goud met zich meebrengen. Daarentegen zijn de opties, te weten de contracten waarvoor nog een optie dient te worden gelicht gedurende of op het einde van het conctract, niet opgenomen bij de handelingen die in aanmerking komen om de bijzondere regeling te genieten. Deze contracten kennen aan de koper of aan de titularis slechts het recht toe om het actief te kopen (option call) of te verkopen (option put) aan een vooraf vastgestelde prijs tijdens een bepaalde periode of op een bepaalde vervaldag door middel van de betaling van een premie.

  • De intracommunautaire verwervingen en de invoeren van beleggingsgoud.
  • De diensten van tussenpersonen (makelaars en lasthebbers) die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek, en die bemiddelen voor hun opdrachtgever bij de hierboven vermelde handelingen.


B.1.2. Draagwijdte van de vrijstelling bepaald door artikel 44bis van het Wetboek

16. De vrijstelling bepaald door artikel 44bis van het BTW-Wetboek primeert boven de andere vrijstellingen en sluit dus elke toepassing uit van deze andere vrijstellingen ten aanzien van de handelingen betreffende het beleggingsgoud, zelfs wanneer deze handelingen plaatshebben in omstandigheden waarin ze, zonder toepassing van artikel 44bis, andere vrijstellingsbepalingen hadden kunnen genieten, die onder andere voorzien zijn voor intracommunautaire leveringen en leveringen bij uitvoer.

Voorbeeld : een producent van goud die in België gevestigd is en die niet geopteerd heeft voor de belastingheffing van zijn leveringen van beleggingsgoud, verkoopt en vervoert goudstaven naar een bank gevestigd in Frankrijk. Deze levering is vrijgesteld door artikel 44bis van het Wetboek. Artikel 39bis wordt niet toegepast.

B.2. Bijzonder en beperkt recht op aftrek

B.2.1. Belastingplichtigen die leveringen van goud verrichten die vrijgesteld zijn door artikel 44bis van het Wetboek.

17. De belastingplichtigen die leveringen verrichten van beleggingsgoud die vrijgesteld zijn krachtens artikel 44bis, § 1, van het BTW-Wetboek genieten niettegenstaande de vrijstelling een bijzonder en beperkt recht op aftrek (artikel 45, § 1ter en quater).

a. artikel 45, § 1ter, van het BTW-Wetboek :

18. Elke belastingplichtige mag, voor zover de latere levering van dat goud is vrijgesteld krachtens artikel 44bis, § 1, eerste lid, van de door hem verschuldigde belasting in aftrek brengen :

1° de belasting geheven op de levering van beleggingsgoud hem gedaan door een persoon die heeft geopteerd voor de belastingheffing van die levering overeenkomstig artikel 44bis, § 1, tweede of derde lid;

Voorbeeld : een bank, waarvan de leveringen aan particulieren van beleggingsgoud zijn vrijgesteld door artikel 44bis van het Wetboek, kan de belasting in aftrek brengen die ze heeft betaald bij de aankoop van dit goud indien haar leverancier geopteerd heeft voor de belastingheffing.

2° de belasting geheven op de aankoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van ander dan beleggingsgoud, in de mate dat dit goud vervolgens door hem of voor zijn rekening wordt omgezet in beleggingsgoud ;

Voorbeeld : de belastingplichtige die oud goud koopt (afval van goud, gebruikte juwelen, enz...) met toepassing van de BTW, het doet omzetten in beleggingsgoud en dit met vrijstelling aan een particulier verkoopt, kan de belasting geheven van de aankoop van het oud goud in aftrek brengen.

3° de belasting geheven op de aan hem verstrekte diensten bestaande in een wijziging van de vorm, het gewicht of de zuiverheid van het goud, daaronder begrepen het beleggingsgoud.

Voorbeeld : de belastingplichtige die oud goud koopt (afval van goud, gebruikte juwelen, enz...) met toepassing van de BTW, het doet omzetten in beleggingsgoud en dit met vrijstelling aan een particulier verkoopt, kan de belasting geheven van de kosten van omzetting in aftrek brengen.

Voorbeeld : De Koninklijke Munt van België zou de belasting geheven van de door een derde gefactureerde diensten voor de omzetting van staven goud in muntstukken die zij verkoopt met toepassing van de vrijstelling van artikel 44bis, in aftrek kunnen brengen.

Daarentegen is de belasting geheven van de uitgaven andere dan deze die hierboven zijn vermeld, in geen geval aftrekbaar.

b. artikel 45, § 1quater van het Wetboek :

19. Elke belastingplichtige die beleggingsgoud in de zin van artikel 1, § 8, produceert of die goud in beleggingsgoud omzet, kan van de door hem verschuldigde belasting in aftrek brengen, de belasting geheven op de aankoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen en diensten die verband houden met de productie of de omzetting van dat goud, voor zover de latere levering van dat goud is vrijgesteld krachtens artikel 44bis, § 1, eerste lid.

20. Zijn aldus aftrekbaar de belastingen m.b.t. de installaties, machines en werktuigen die gebruikt worden voor de productie of de omzetting van het goud (materiaal voor het winnen, het breken, het wassen en voor het vervoer van het erts en de producten die noodzakelijk zijn voor de chemische behandeling van die ertsen en voor het zuiveren van het goud, materiaal voor het smelten, enz...), de belastingen m.b.t. de diensten die verband houden met de productie of de omzetting van het goud (prospectiekosten voor de goudafzetting, studiekosten m.b.t. het winnen van goud, het zuiveren, de smelting, de analyse van stalen, diensten van productie of omzetting die worden toevertrouwd aan onderaannemers, toezicht op de productie en de kwaliteit, enz...). Bij wijze van vereenvoudiging laat de administratie toe dat alle goederen en diensten (behandeling, manipulatie, onderhoud, enz...) die gebruikt worden tot bij het verlaten van de plaats van productie of omzetting van het goud, onder een vorm die beantwoordt aan de definitie van beleggingsgoud, mogen beschouwd worden als verband houdende met de productie of de omzetting van goud.

21. Daarentegen zijn de kosten die geen rechtstreeks verband houden met de productie of de omzetting van het beleggingsgoud niet aftrekbaar. Dit is het geval voor de beheerskosten van de onderneming, de boekhoudings- en publiciteitskosten, kosten voor opslag en kosten voor verkoop van het goud (vergoedingen voor makelaars en lasthebbers, vervoerskosten tot bij de klant, enz.).

B.2.2. Makelaars en lasthebbers

22. De makelaars en lasthebbers, die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het Wetboek en die niet geopteerd hebben voor de belastingheffing van hun diensten, kunnen geen enkele aftrek verrichten van de belastingen geheven op de goederen en de diensten die hen werden geleverd en die zij gebruiken voor het verrichten van diensten vrijgesteld door artikel 44bis van het Wetboek. Zij hebben voor de uitoefening van deze diensten, de hoedanigheid van belastingplichtige zonder recht op aftrek.

C. Mogelijkheid tot optie voor de belastingheffing

23. Onverminderd andere communautaire bepalingen betreffende een latere vrijstelling van de belasting, biedt artikel 26ter C van de gewijzigde richtlijn 77/388/EEG de mogelijkheid duidelijk te opteren voor de belastingheffing van de handelingen met betrekking tot beleggingsgoud.

24. Artikel 44bis, § 1, tweede en derde lid en § 2, tweede lid van het BTW-Wetboek dat voornoemde bepaling heeft omgezet, bepaalt dat :

  • Onverminderd andere wettelijke bepalingen betreffende een latere vrijstelling, belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of goud omzetten in beleggingsgoud, onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, kunnen opteren voor belastingheffing met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud aan een andere belastingplichtige.
  • Belastingplichtigen die in het kader van hun economische activiteit normaliter goud voor industriële doeleinden leveren, eveneens onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, kunnen opteren voor belastingheffing met betrekking tot leveringen, aan een andere belastingplichtige, van beleggingsgoud bedoeld in artikel 1, § 8, 1°.
  • Indien de leverancier geopteerd heeft voor de belastingheffing van dergelijke leveringen, kunnen de tussenpersonen, die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, en die betrokken zijn bij de levering van beleggingsgoud voor hun opdrachtgever, onverminderd een latere vrijstelling, onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, opteren voor de belastingheffing van hun diensten.


C.1. Rechthebbenden op de optie

C.1.1. Belastingplichtigen die kunnen opteren voor de belastingheffing


25. Beschikken over de mogelijkheid de optie te lichten :


  • belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren (artikel 44bis, § 1, tweede lid);
  • belastingplichtigen die goud, ongeacht de oorsprong ervan, omzetten in beleggingsgoud (artikel 44bis, § 1, tweede lid); belastingplichtigen die beleggingsgoud kopen en die zich ertoe beperken de vorm, het gewicht of de zuiverheid ervan te veranderen worden eveneens beoogd.
  • Ter vereenvoudiging aanvaardt de administratie eveneens dat de belastingplichtigen die beleggingsgoud produceren of die goud, ongeacht de oorsprong ervan, omzetten in beleggingsgoud, ook kunnen opteren voor de belastingheffing van de leveringen van beleggingsgoud die zij in die vorm hebben aangekocht, voor zover het bedrag van de omzet van die leveringen (de leveringen van als zodanig verkocht goud) niet 1 pct. van de totale jaaromzet van hun leveringen van beleggingsgoud overtreft.


Het spreekt voor zich dat de handelingen die bestaan uit het omzetten van goud voor rekening van derden, dienstprestaties zijn die onder de normale regeling vallen.

  • Belastingplichtigen die in het kader van hun economische activiteit gewoonlijk goud leveren voor industriële doeleinden (draden voor passementwerk, bladgoud voor het vergulden door middel van een penseel, in de boekhandel, in laboratoria, goud bestemd voor geneeskundige doeleinden, enz...) en die eveneens beleggingsgoud leveren dat door hen werd geproduceerd of omgezet in de vorm van staven of plaatjes.


Die optie kan niet worden toegepast indien het geleverd beleggingsgoud gouden munten zijn (artikel 44bis, § 1, derde lid);

  • Makelaars en lasthebbers die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het Wetboek, en die tussenkomen in leveringen van beleggingsgoud waarvoor de leverancier zelf heeft geopteerd voor de belastingheffing (artikel 44bis, § 2, tweede lid).


C.1.2. Belastingplichtigen die niet kunnen opteren


26. Kunnen met name niet opteren voor de belastingheffing :


  • belastingplichtigen die beleggingsgoud verkopen dat als zodanig werd aangekocht (zoals banken en andere financiële instellingen, belastingplichtigen die gouden munten hebben aangekocht en die als zodanig doorverkopen, enz...);
  • de tussenpersonen die handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en die tussenkomen in de leveringen van beleggingsgoud.


27. Deze laatste belastingplichtigen worden immers gelijkgesteld met kopers-verkopers van beleggingsgoud. De leveringen van beleggingsgoud die zij geacht worden te verrichten krachten artikel 13, § 2, van het Wetboek, zijn vrijgesteld van de belasting en zij kunnen niet opteren voor de belastingheffing. Zij genieten daarentegen zoals elke belastingplichtige die vrijgestelde leveringen van beleggingsgoud verricht, het bijzonder en beperkt recht op aftrek.

C.2. Uitoefening van de optie

28. De belastingplichtigen die aan de vereiste voorwaarden voldoen om te opteren voor de belastingheffing van de betreffende handelingen, oefenen die optie per handeling uit (z. punt C.6. hierna wat betreft de wijze van uitoefening van die optie).

C.3. Hoedanigheid van de koper van beleggingsgoud

29. De mogelijkheid te opteren voor de belastingheffing van dergelijke leveringen kan bovendien slechts worden toegepast voor zover die leverngen worden verricht aan een andere belastingplichtige.

30. Uit de economie van het stelsel blijkt dat de belastingplichtige klant in de regel een belastingplichtige moet zijn gehouden tot het indienen van periodieke aangiften.

31. Ter gelegenheid van een intracommunautaire levering van beleggingsgoud wordt voornoemde voorwaarde geacht te zijn vervuld indien de levering wordt verricht aan een belastingplichtige geïdentificeerd in een andere lidstaat die er gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.

32. Daarentegen bestaat geen enkele mogelijkheid tot optie ten opzichte van de leveringen van beleggingsgoud verricht :

  • aan particulieren;
  • aan niet-belastingplichtige rechtspersonen en aan belastingplichtigen zonder recht op aftrek.


C.4. Handelingen waarvoor de optie kan worden gelicht

C.4.1. Leveringen van goederen

33. De optie kan slechts worden gelicht voor de leveringen van beleggingsgoud verricht door de in punt C.1.1., nr. 25 beoogde belastingplichtigen.

34. De optie kan worden uitgeoefend zowel ten opzichte van een binnenlandse levering als van een intracommunautaire levering of een levering bij uitvoer (en elke andere handeling die een levering uitmaakt als beoogd in artikel 44bis, § 1, eerste lid, zoals de verkoop van goud op goudrekeningen).

35. Het is evenwel vanzelfsprekend dat ingeval de optie wordt uitgeoefend (en in tegenstelling tot het principe dat van toepassing is indien de optie niet wordt gelicht (z. punt B. 1. 2. hiervoor)), de vrijstellingen inzake uitvoer en intracommunautaire levering van toepassing zijn volgens de ter zake bepaalde voorwaarden. Bijgevolg, wanneer de in een andere lidstaat gevestigde leverancier van beleggingsgoud voor de belasting opteert, is de levering als intracommunautaire levering van goederen van de belasting vrijgesteld. Daarentegen is de intracommunautaire verwerving van goederen die de in België gevestigde klant verricht van de belasting vrijgesteld op grond van artikel 44bis van het BTW-Wetboek.

36. De optie vindt daarentegen geen toepassing ten opzichte van handelingen die plaatsvinden buiten de Gemeenschap (z. nr. 7).

C.4.2. Verrichtingen van tussenpersonen die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek.

37. De makelaars en lasthebbers die niet handelen onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek, beschikken eveneens over de mogelijkheid te opteren voor de belastingheffing van hun dienstprestaties voor zover de leverancier zelf heeft geopteerd voor de belastingheffing van de levering van beleggingsgoud waarbij die makelaars en lasthebbers zijn tussengekomen.

38. Enkel het stelsel van toepassing op de levering van beleggingsgoud door de leverancier dient derhalve in overweging te worden genomen.

39. Het is bovendien van weinig belang of de tussenpersoon bij de overeenkomst handelt voor rekening van de koper of voor rekening van de verkoper.

40. De optie belet uiteraard niet dat de prestatie van de makelaar of van de lasthebber vrijgesteld is van de belasting krachtens artikel 41, § 2.

C.5. Gevolgen van de optie voor de belastingheffing

41. De leverancier of de tussenpersoon die niet handelt onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het Wetboek verkrijgt door te opteren voor de belastingheffing van hun handelingen, de hoedanigheid van belastingplichtige met een "gewoon" recht op aftrek. Daaruit volgt :

  • dat hij gehouden is zijn handelingen aan de belasting te onderwerpen aan het normaal tarief van 21 pct., tenzij welteverstaan die handelingen welke in België plaatsvinden, op grond van andere bepalingen kunnen worden vrijgesteld, zoals bijvoorbeeld inzake uitvoer of omwille van een intracommunautaire levering;
  • dat die belastingplichtige de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en diensten, nodig voor zijn aan de belasting onderworpen activiteit, volgens de normale regels in aftrek mag brengen.


C.6. Modaliteiten van de uitoefening van de optie

42. De leverancier of de tussenpersoon die wenst te opteren voor de belastingheffing van bedoelde handelingen, dient op de factuur die hij uitreikt aan zijn klant of aan zijn opdrachtgever, benevens de vermeldingen bepaald in artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1, de volgende vermelding aan te brengen : "Toepassing artikel 26ter C van de gewijzigde richtlijn 77/388/EEG". Bij ontstentenis wordt de optie geacht niet te zijn uitgeoefend.

43. De in België geïdentificeerde makelaar of lasthebber die niet handelt onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en die de optie bepaald in artikel 44bis, § 2, tweede lid, van dit Wetboek heeft gelicht, dient, teneinde zijn handelingen buiten de werkingssfeer van de vrijstelling te plaatsen, het bewijs te leveren dat de leverancier zelf heeft geopteerd voor de belastingheffing van de leveringen van beleggingsgoud waarbij tussenkomst wordt verleend.

44. Indien de leverancier is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie (België inbegrepen), of indien hij in één van die lidstaten een aansprakelijk vertegenwoordiger heeft om reden van de handelingen die hij er verricht, kan dat bewijs met name bestaan uit een verklaring van die leverancier waaruit blijkt dat die leverancier heeft geopteerd voor de belastingheffing van de levering van beleggingsgoud waarbij de makelaar of lasthebber is tussengekomen. De tussenpersoon kan eveneens het op zijn verrichting toegepast stelsel rechtvaardigen door een afschrift van de door de leverancier uitgereikte factuur bij te voegen.

45. Indien overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, b, van het Wetboek, de medecontractant de schuldenaar is van de over de prestaties van de makelaars of lasthebbers verschuldigde belasting, dient eerstgenoemde het op die prestaties toegepast stelsel te rechtvaardigen.

HOOFDSTUK 3 - VERPLICHTING TOT HET UITREIKEN VAN EEN FACTUUR VOOR BEPAALDE LEVERINGEN VAN BELEGGINGSGOUD

A. Draagwijdte van de verplichting tot het uitreiken van een factuur

46. Overeenkomstig artikel 1, eerste lid van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 is de belastingplichtige, behalve hij die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het Wetboek, waarvor hij geen recht op aftrek heeft, gehouden aan zijn medecontractant een factuur uit te reiken inzonderheid wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht.

47. Niettemin is overeenkomstig artikel 1, § 2, eerste lid van het hiervoorgenoemde koninklijk besluit nr. 1 de belastingplichtige bedoeld door de verplichting een factuur uit te reiken, van deze verplichting ontheven wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik.

48. Het koninklijk besluit van 30 december 1999 heeft een 13° ingevoegd in artikel 1, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat voor de leveringen van beleggingsgoud een uitzondering bepaalt inzake de in het voorgaande lid beoogde ontheffing.

49. Uit die nieuwe bepaling volgt dat een factuur dient te worden uitgereikt voor alle leveringen van beleggingsgoud, gedefinieerd in artikel 1, § 8, van het Wetboek, waarvan het bedrag meer dan 100.000 BEF - 2.478,94 EUR bedraagt, waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet-toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder in hij bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals de handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud.

50. Die nieuwe maatregel heeft uitsluitend tot doel het uitreiken van een factuur verplicht te maken voor de leveringen van goud die vrijgesteld zijn krachtens artikel 44bis van het BTW-Wetboek en waarvan het bedrag meer dan 100.000 BEF - 2.478,94 EUR bedraagt, wanneer de klant een natuurlijk persoon is die dit goud bestemd voor zijn persoonlijk gebruik.

51. Uit de gezamenlijke toepassing van de paragrafen 1 en 2 van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1, blijkt daarentegen dat de krachtens artikel 44bis van het Wetboek vrijgestelde levering van beleggingsgoud aan een particulier die het goud voor zijn persoonlijk gebruik bestemt, niet het voorwerpt dient uit te maken van een factuur indien het bedrag van die levering niet 100.000 BEF - 2.478,94 EUR overtreft.

52. In alle andere gevallen dienen de leveringen van beleggingsgoud het voorwerp uit te maken van een factuur opgemaakt overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1.

B. Op de factuur aan te brengen vermeldingen

53. Overeenkomstig artikel 5, § 1, 10°, van het koninklijk besluit nr. 1 dienen de facturen met betrekking tot de leveringen van beleggingsgoud en de prestaties van makelaars en lasthebbers bij zulke handelingen die vrijgesteld zijn krachtens artikel 44bis van het Wetboek, benevens een vermelding die toelaat de graad van zuiverheid van het geleverde goud uitgedrukt in duizendste te bepalen, de vermelding "Handeling vrijgesteld door artikel 44bis van het Wetboek" te bevatten.

HOOFDSTUK 4 - INVOERING VAN EEN STELSEL VAN VERLEGGING VAN HEFFING VOOR BEPAALDE LEVERINGEN VAN GOUD

54. Bij koninklijk besluit van 30 december 1999 werd een artikel 20bis ingevoegd in het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Die nieuwe bepaling verplicht de medecontractant van de belastingplichtige die een hiervoor bedoelde levering van goud verricht, de over die levering verschuldigde belasting te voldoen, indien hij zelf een belastingplichtige is gehouden tot het indienen van een in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek bedoelde aangifte. De verschuldigde belasting dient te worden opgenomen in de aangifte met betrekking tot het aangiftetijdvak waarin die belasting opeisbaar wordt.

A. Draagwijdte van het stelsel van verlegging van heffing


55. Die bepaling beoogt :


  • de leveringen van beleggingsgoud uitgevoerd door een belastingplichtige die heeft geopteerd voor de belastingheffing van deze leveringen;
  • de leveringen van goud onder de vorm van grondstof of halffabrikaten met een zuiverheid van ten minste 325 duizendste.


B. Op de factuur aan te brengen vermeldingen

56. De belastingplichtige die een levering van goud verricht als bedoeld in artikel 20bis van het koninklijk besluit nr. 1, vermeldt op de factuur die hij uitreikt voor die handeling noch het tarief noch het bedrag van de verschuldigde belasting, maar brengt op die factuur, benevens een vermelding die toelaat de graad van zuiverheid van het goud uitgedrukt in duizendste te bepalen, de vermelding aan : "Belasting te voldoen door de medecontractant, koninklijk besluit nr. 1, artikel 20bis".

57. Wat betreft de prestaties van makelaars en lasthebbers bij zulke leveringen van goud dienen de facturen uit te reiken aan belastingplichtigen gehouden tot het indienen van periodieke aangiften bedoeld in artikel 50, § 1, 3°, van het Wetboek, voor de handelingen verricht in België bij toepassing van artikel 21, § 3, 8°, van het BTW-Wetboek, in de plaats van het tarief en de verschuldigde belasting, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant, artikel 51, § 2, van het BTW-Wetboek" te bevatten wanneer deze handelingen zijn verricht door een dienstverrichter gevestigd in het buitenland.

58. Indien de facturen uit te reiken door niet in het land gevestigde leveranciers of dienstverrichters wegens handelingen bedoeld in het voorgaande lid niet de voorziene specifieke vermeldingen bevatten, dan dienen deze te worden aangevuld door de medecontractant overeenkomstig artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

HOOFDSTUK 5 - ANDERE VERPLICHTINGEN

A. Identificatie

59. Overeenkomstig het algemeen principe bepaald in artikel 50, § 1, van het BTW-Wetboek, kent de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde een BTW-identificatienummer toe dat de letters BE bevat :

  • aan belastingplichtigen die in het land leveringen van goud verrichten die zijn vrijgesteld bij toepassing van artikel 44bis van het Wetboek, met uitzondering evenwel van de niet in het land gevestigde buitenlandse belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 55, vierde lid, van het Wetboek ontslagen zijn van de verplichting er een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen;
  • aan belastingplichtigen die, buiten de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het Wetboek, tussenkomen in handelingen beoogd in artikel 44bis van genoemd Wetboek wanneer zij hebben geopteerd om hun dienstverrichtingen welke in het land plaatsvinden aan de belasting te onderwerpen, met uitzondering evenwel van de niet in het land gevestigde buitenlandse belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 55, eerste en vierde lid, van het Wetboek niet gehouden zijn of ontslagen zijn van de verplichting er een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.


De belastingplichtigen waarvan sprake in het vorig lid zijn, overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek, eveneens gehouden tot het indienen van periodieke aangiften.

B. Inhoud van de periodieke aangifte

60. De periodieke aangifte van een belastingplichtige die handelingen verricht, zowel inkomend als uitgaand, die beoogd zijn door artikel 44bis van het Wetboek, dient te worden aangevuld als volgt :

a) Inkomende handelingen


De belastingplichtige vult aan :


1. Rooster 81


met de maatstaf van heffing van zijn :


  • invoeren van beleggingsgoud,
  • intracommunautaire verwervingen van beleggingsgoud,
  • interne aankopen van beleggingsgoud,
  • ontvangen diensten (volgens hun aard) betreffende de bovenvermelde goederen.


2. Rooster 82

van de ontvangen diensten (volgens hun aard) betreffende de goederen vermeld in rooster 81.

3. Rooster 86

met de maatstaf van heffing van verwervingen van beleggingsgoud reeds vermeld in rooster 81 en dit onafhankelijk van het feit of de leverancier al dan niet geopteerd heeft voor de belastingheffing ervan in het land van de levering.

Aangezien de intracommunautaire verwervingen van beleggingsgoud altijd zijn vrijgesteld ingevolge artikel 44bis, zal rooster 55 nooit mogen worden ingevuld.

4. Rooster 87

met de maatstaven van heffing van de leveringen van goud onder de vorm van grondstoffen of halffabrikaten met een zuiverheid van ten minste 325 duizendste of beleggingsgoud dat hem werd geleverd en waarvoor hij schuldenaar is van de belasting krachtens de gecombineerde toepassing van de artikelen 51, § 4, van het Wetboek en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992;

met de maatstaven van heffing van de prestaties van makelaars en lasthebbers bij de leveringen van goud bedoeld in het voorgaande lid die in het land plaatsvinden overeenkomstig artikel 21, § 3, 8°, van het Wetboek en waarvoor hij schuldenaar is van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 2, 1°, b), van het Wetboek wanneer alle andere voorwaarden zijn vervuld;

met de maatstaven van heffing van de leveringen van goud hiervoor bedoeld waarvoor hij is gehouden tot de betaling van de belasting bij toepassing van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992.

5. Rooster 56

met het gecumuleerde bedrag van de verschuldigde BTW wegens handelingen vermeld in rooster 87.

6. Rooster 59

met het bedrag van de belasting waarvoor hij een recht op aftrek kan uitoefenen.

b) uitgaande handelingen


De belastingplichtige vult aan :


1. Rooster 03

met de maatstaven van heffing van de leveringen van beleggingsgoud en van de prestaties van makelaars en lasthebbers bij zulke handelingen die hij verricht en waarvoor hij geopteerd heeft voor de belastingheffing en waarvoor hij schuldenaar is van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 1, van het Wetboek.

2. Rooster 45

met de maatstaven van heffing van de leveringen van goud onder de vorm van grondstoffen of halffabrikaten met een zuiverheid van ten minste 325 duizendste of van het beleggingsgoud verricht in het land en waarvoor de belasting verschuldigd is door de medecontractant bij de gecombineerde toepassing van de artikelen 51, § 4, van het Wetboek en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.

3. Rooster 46

met de maatstaven van heffing van het beleggingsgoud waarvoor de leverancier heeft geopteerd voor de belastingheffing en die vrijgesteld zijn bij toepassing van artikel 39bis van het Wetboek.

4. Rooster 47

met de maatstaven van heffing van de leveringen van beleggingsgoud en de prestaties van makelaars en lasthebbers bij zulke handelingen die hij verricht met vrijstelling van de belasting bij toepassing van artikel 44bis van het Wetboek;

met de maatstaven van heffing van de leveringen van beleggingsgoud en van de prestaties van makelaars en lasthebbers bij zulke leveringen die hij verricht in het buitenland en waar hij al dan niet heeft geopteerd om deze handelingen aan de belasting te onderwerpen.

5. Rooster 54

met het gecumuleerde bedrag van de verschuldigde BTW wegens handelingen vermeld in rooster 03.

C. Jaarlijkse opgave van de klanten belastingplichtigen

61. De belastingplichtigen die handelingen verrichten bedoeld in artikel 44bis van het BTW-Wetboek, vrijgesteld of niet, zijn, krachtens artikel 53quinquies van dit Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 23, gehouden, jaarlijks, vóór 31 maart de jaarlijkse opgave van hun klanten belastingplichtigen over te maken.

62. De belastingplichtigen die handelingen verricht vrijgesteld bij toepassing van artikel 44bis van het Wetboek of voor dewelke zijn medecontractant de schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 20bis van het koninklijk besluit nr. 1, dient bijgevolg zijn medecontractanten op te nemen op de jaarlijkse opgave van zijn klanten belastingplichtigen, maar het bedrag van de belasting mag uiteraard niet voorkomen in de daartoe voorziene kolom.

D. Opgave van de intracommunautaire handelingen

63. De belastingplichtigen beoogd in artikel 44bis van het Wetboek die hebben geopteerd om hun leveringen van beleggingsgoud aan de belasting te onderwerpen, zijn, krachtens artikel 53sexies van het Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 50, gehouden, ieder kalenderkwartaal de opgave van de klanten geïdentificeerd bij de belasting over de toegevoegde waarde in een andere lidstaat aan wie ze goederen hebben geleverd met vrijstelling bij toepassing van artikel 39bis van het Wetboek, over te maken.

HOOFDSTUK 6 - BIJZONDER GEVAL : BELASTINGPLICHTIGE NIET GEVESTIGD IN BELGIE

64. Overeenkomstig het algemeen principe bepaald in artikel 55, eerste lid van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige die niet in België is gevestigd, alvorens er enige andere handeling te verrichten dan deze waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1° en 2° van genoemd Wetboek verschuldigd is door de afnemer, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.

65. Er dient opgemerkt dat de uitzondering vermeld in het kader van het algemeen principe bedoeld in nr. 64, wordt toegepast op de bemiddeling van een niet in België gevestigde tussenpersoon die bemiddelt bij handelingen bedoeld in artikel 44bis van genoemd Wetboek, wanneer deze dienst in het land plaatsvindt bij toepassing van artikel 21, § 3, 8°, en de ontvanger in België voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd onder een "BE-nummer. Een dergelijke dienst vereist immers niet de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger, aangezien de ontvanger, in dit geval, schuldenaar is van de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, b) van het Wetboek.

66. Onder voorbehoud van voornoemde opmerking, verplicht de algemene bepaling waarvan sprake in punt 64 dus de buitenlandse belastingplichtigen die in België handelingen verrichten bedoeld in artikel 44bis van het Wetboek een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

67. Het lid 4 van voornoemd artikel 55 bepaalt echter dat in de gevallen en onder de voorwaarden te bepalen door of vanwege de Minister van Financiën, zij die in het eerste lid van dit artikel worden bedoeld, ontslagen zijn van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

68. De mogelijkheid om gebruik te maken van deze ontheffing in het kader van de bijzondere regeling voor beleggingsgoud noopt tot de volgende commentaren :

1° wanneer de niet in het land gevestigde buitenlandse belastingplichtige, er beleggingsgoud levert en hij :

a) heeft geopteerd om zijn levering van goud aan de belasting te onderwerpen, wordt de ontheffing toegestaan in de mate dat deze handeling een zuiver toevallig karakter vertoont.

Merk op dat het toevallig karakter van de verrichte handelingen in België een feitenkwestie is. De administratie beoordeelt deze geval per geval wanneer het probleem haar wordt voorgelegd, rekening houdende tegelijk met het aantal van de handelingen enerzijds en hun belang anderzijds.

Niettemin dient voor de intracommunautaire leveringen van beleggingsgoud die in het land plaatsvinden en die vrijgesteld zijn van de belasting bij toepassing van artikel 39bis van het Wetboek, het toevallig karakter van zulke handelingen niet te worden onderzocht, aangezien er aldus geen ontheffing van erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger mogelijk is.

Tenslotte dient er te worden vermeld dat voor de bepaling van het toevallig karakter van een handeling, de leveringen van beleggingsgoud vrijgesteld door toepassing van artikel 44bis van het Wetboek en de prestaties van makelaars en lasthebbers bij leveringen van beleggingsgoud, al dan niet vrijgesteld van de belasting, niet in aanmerking dienen te worden genomen.

b) niet heeft geopteerd om zijn levering van goud aan de belasting te onderwerpen, wordt de ontheffing van rechtswege verleend.

2° wanneer een niet in het land gevestigde buitenlandse belastingplichtige een tussenpersoon is (makelaar of lasthebber) die niet handelt onder de voorwaarden van artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek en tussenkomt bij handelingen bedoeld in artikel 44bis van genoemd Wetboek en hij :

a) heeft geopteerd om zijn diensten te belasten die in het land plaatsvinden en die verricht worden voor rekening van een opdrachtgever geïdentificeerd voor BTW-doeleinden onder een "BE"-nummer, is hij er overeenkomstig artikel 55, eerste lid, nooit toe gehouden voor deze handelingen hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen en is de problematiek van de ontheffing in dit geval zonder voorwerp.

Niettemin, indien de opdrachtgever van de bovenvermelde tussenpersoon ten uitzonderlijke titel niet geïdentificeerd is voor BTW-doeleinden onder een "BE"-nummer, dient deze tussenpersoon in principe een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande te laten erkennen; in deze omstandigheden kan hij evenwel gebruik maken van de vrijstelling bedoeld in artikel 55, lid 4 van het BTW-Wetboek en zal zijn medecontractant de belasting dienen te voldoen overeenkomstig het bepaalde van artikel 5, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992.

b) niet heeft geopteerd om zijn diensten te belasten die hier te lande verricht worden, is hij van rechtswege ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

69. De ontheffing om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen heeft een facultatief karakter in hoofde van de buitenlandse onderneming. Wanneer de ontheffing om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen effectief wordt toegepast, dient de medecontractant de BTW op de in België verrichte handelingen te voldoen overeenkomstig artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992. Overigens wordt er opgemerkt dat deze ontheffing kan worden toegepast zonder individuele vergunning afgeleverd door de administratie.

70. Aangestipt wordt dat wanneer een buitenlandse belastingplichtige ontslagen is van de verplichting om hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen of wanneer hij niet gehouden is tot die verplichting omdat hij handelingen verricht waarvoor de belasting verschuldigd is door de ontvanger krachtens artikel 51, § 2, 1° en 2° van het Wetboek, hij niettemin teruggaaf kan verkrijgen van de hem in rekening gebrachte voorbelasting. Het moet uiteraard gaan om belastingen die geheven worden van goederen of diensten die de betrokkene gebruikt in de uitoefening van zijn werkzaamheid als belastingplichtige.

71. Bovendien zijn de belastingplichtigen die in het buitenland zijn gevestigd aan dezelfde beperkingen of uitsluitingen van het recht op aftrek onderworpen als de in België gevestigde belastingplichtigen. Voor de belastingplichtigen bedoeld in nr. 68, 1° hiervoor, wordt de teruggaaf geregeld door de aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988, terwijl deze teruggaaf voor de belastingplichtigen bedoeld in nr. 68 onder 2°, wordt geregeld, hetzij door de aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981, hetzij door de hiervoorvermelde aanschrijving nr. 4, naargelang het geval.

Namens de Minister :

De Adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
J.M. DELPORTE