Circulaire nr. Ci.RH.863/575.551 (AOIF 40/2008) d.d. 30.10.2008
BELASTING VAN NIET-INWONERS VENNOOTSCHAPPEN
Vestiging van de aanslag.
BEWIJSMIDDEL VAN DE ADMINISTRATIE
Minimumwinst van een buitenlandse firma.
Taxatie bij vergelijking.
BEZWAARSCHRIFT
Beslissing van de directeur.
ONTHEFFING VAN AMBTSWEGE
Nieuw bescheid of feit.
VERDRAG TOT INSTELLING VAN DE BENELUX ECONOMISCHE UNIE
Non-discriminatie.
VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP
Beginsel van de vrijheid van vestiging.
Richtlijnen aan de taxatiediensten betreffende de arresten van het Europees Hof van Justitie en van het Benelux-gerechtshof waarin gesteld wordt dat artikel 342, § 2, WIB 92, strijdig is met het beginsel van de vrijheid van vestiging en/of gelijke fiscale behandeling.
Aan alle diensten van de sector taxatie
1. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, gevat door een prejudiciële vraag, heeft met het arrest C-383/05 van 22 maart2007 in de zaak Raffaele TALOTTA (arrest beschikbaar op de site :http://www.curia.europa.eu enmeer bepaald op : http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2007:096:0012:0012:NL:PDF), waarvan het dictum opgenomen is in het Publicatieblad van de Europese Unie van 28 april 2007 (ref. 2007/C96), de artikelen 342, §2, WIB92, en 182, KB/WIB 92, die in het kader van het bewijs bij vergelijking minimaal belastbare grondslagen enkel voor belastingplichtigen, niet-inwoners, vastleggen, strijdig verklaard met het beginsel van de vrijheid van vestiging.
Volgens voormeld Hof is het nl. onaanvaardbaar dat de lidstaat van vestiging slechts voor belastingplichtigen, niet-inwoners, minimummaatstaven van heffing zou mogen toepassen, alleen omdat hun woonplaats in een andere lidstaat is gevestigd. Daarmee zou aan artikel 52 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (thans artikel 43 EG), dat voorziet in de vrijheid van vestiging, immers iedere inhoud worden ontnomen.
2. Het Benelux-gerechtshof heeft, naar aanleiding van een vraag van uitleg, met een arrest van 19 maart 2007 in de zaak F.04.0011.N van METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. (beschikbaar op de site : http://www.courbeneluxhof.info/nl/textes/egalite_traitement.htm)de artikelen 248, § 2, WIB 64 en 146, § 1, van het KB van 4 maart 1965 (artikel 342, § 2, WIB 92 en artikel 182, KB/WIB 92) strijdig verklaard met het beginsel van de gelijke fiscale behandeling gezien de regelingen van een verdragsluitende Staat voor het bepalen van de inkomstenbelastingen van vreemde vennootschappen een forfaitair minimum belastbaar inkomen vaststellen dat enkel van toepassing is op die vreemde vennootschappen.
Volgens voormeld Hof dienen de artikelen 2, 2de lid onder a en f, en 59, 1ste lid, van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie aldus te worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de toepassing van fiscale regelingen van één van de drie verdragsluitende staten die gevallen die gemeen hebben dat bewijskrachtige gegevens voor de winstbepaling ontbreken verschillend regelen in die zin dat zij een forfaitair minimum belastbaar inkomen vaststellen dat niet geldt voor vennootschappen naar zijn nationale recht, maar uitsluitendvoor soortgelijke vennootschappen die zijn opgericht overeenkomstigde wetgeving van één van die andere verdragsluitende staten en op het grondgebied van één van de andere verdragsluitende staten hun fiscaal domicilie hebben, ook als die regelingen niet tot noodzakelijk gevolg hebben dat de vreemde vennootschap steeds zwaarder wordt belast dan de nationale vennootschap.
3. Wanneer uit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen of van het Benelux-gerechtshof blijkt dat een bepaling van de interne wetgeving van een lidstaat strijdig is met het gemeenschapsrecht heeft de beslissing bindende kracht en is zij verbindend voor de rechterlijke instantie die de vraag heeft gesteld, de andere rechterlijke instanties die met hetzelfde probleem zouden worden geconfronteerd en alle overige overheidsinstanties en dit met terugwerkende kracht.
4. In beoogde gevallen, meer bepaald ingeval van niet-inwoners die onderdaan zijn van een land waarmee een verdrag is gesloten waarin de vrijheid van vestiging en/of de gelijkheid van fiscale behandeling (EU, Benelux, …) is voorzien, neemt de administratie akte van het discriminerend karakter van artikel 342, § 2, WIB 92, en beslist derhalve, dat bij gebrek aanbewijskrachtige gegevens geleverd door hetzij de belanghebbende niet-inwoners hetzij door de administratie, de administratie artikel 342, § 2, WIB 92, niet meer zal toepassen.
5. De ambtenaren die nog zouden moeten beslissen inzake hangende bezwaren ingediend overeenkomstig artikel 371, WIB 92, worden verzocht te handelen naar de rechtspraak van de Hoven van Justitie van de Europese gemeenschappen en van de Benelux voor alle nog te nemen beslissingen, voor zover natuurlijk de bedoelde gevallen zich binnen het respectievelijk territoriale toepassingsgebied van deze twee arresten situeren.
6. De bedoelde arresten kunnen worden beschouwd als afdoende bevonden nieuwe feiten in de zin van artikel 376, §1, WIB 92, en dit opdezelfde wijze als de arresten op prejudiciële vragen van het Grondwettelijk Hof (arrest van 8 november 2006, nr. 160/2006, consulteerbaar op http://www.arbitrage.be of op http://www.grondwettelijkhof.be).
De gewestelijk directeur kan dus, voor zover de toepassingsvoorwaarden van bedoeld artikel voldaan zijn, een ambtshalve ontheffing verlenen, zich naar voormelde arresten voegend. Voor het overige wordt er verwezen naar de richtlijnen verstrekt in de nrs. 28 en 29 van de circulaire Ci.RH.862/536.019 (AOIF 49/2005) van 13 december 2005.
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :
De Auditeur-generaal van financiën a.i.,
J.-M. PREVOST
