Circulaire nr. Ci.RH.233/623.477 (AAFisc Nr. 6/2013) van 01.02.2013
Federale Overheidsdienst FINANCIEN - Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten - Vennootschapsbelasting
Inkomstenbelasting
Roerende voorheffing
Berekening van de RV
Aanslagvoet van de RV
Aanslagvoet van 10%
Aanslagvoet van 15%
Aanslagvoet van 25%
Roerende voorheffing: aanslagvoet van toepassing vanaf 1.1.2013 ingevolge de wijzigingen aangebracht aan het WIB 92 door de PW 27.12.2012 (BS 31.12.2012, Ed. 2).
Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C, sector DB.
1. Deze circulaire bevat een overzicht van de aanslagvoeten van de RV die van toepassing zijn op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.1.2013 (1) overeenkomstig de art. 269, 519 en 534, WIB 92, zoals respectievelijk gewijzigd door de art. 84, 92 en 94 van de Programmawet van 27.12.2012 (PW 27.12.2012, BS 31.12.2012, Ed. 2, blz. 88860 en volgende) (2).
----------
(1) Er wordt abstractie gemaakt van de inkomsten van contracten afgesloten vóór 1.12.1962 waarvoor de aanslagvoet van de RV overeenkomstig de art. 113, § 4 en 114, § 3, KB/WIB 92, is vastgesteld op 12,50%.
(2) Inwerkingtreding: zie art. 96, tweede lid, PW 27.12.2012.
----------
Uit die bepalingen volgt dat de aanslagvoet van de RV van 21% is opgeheven en de basisaanslagvoet in het algemeen op 25% is gebracht.
2. De aangiftes in de RV nr. 273 (inkomsten andere dan dividenden van Belgische oorsprong en inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten), nr. 273A (dividenden van Belgische oorsprong) en nr. 273S (roerende inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten) zullen bijgevolg worden aangepast.
I. WETTELIJKE BEPALINGEN
3. Hierna worden de bepalingen van het WIB 92, vermeld met betrekking tot de RV zoals gewijzigd door de PW 27.12.2012.
Art. 269, WIB 92
De aanslagvoet van de roerende voorheffing is vastgesteld:
1° op 25 pct. voor inkomsten van roerende goederen en kapitalen, andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder 2° tot 5°, alsmede voor in artikel 90, 5° tot 7°, vermelde diverse inkomsten;
2° op 15 pct. voor de inkomsten uit in artikel 21, 5°, bedoelde spaardeposito's, en in zoverre zij, wat de inkomsten betaald of toegekend aan natuurlijke personen betreft, meer bedragen dan de in artikel 21, 5°, bepaalde grenzen;
3° op 15 pct. voor de dividenden die worden uitgekeerd door een beleggingsvennootschap met vast kapitaal bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 122, § 1, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 5°, van deze wet bedoelde categorie "vastgoed" of door een in boek 3 van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard, of deze haar effecten openbaar aanbiedt in België of niet, voor zover door de betrokken lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 80 pct. (3) van het vastgoed in de zin van artikel 2, 20°, van het koninklijk besluit van 7 december 2010 met betrekking tot vastgoedbevaks, rechtstreeks door deze beleggingsvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend als woning aangewend worden of bestemd zijn. Voor de toepassing van deze voorwaarde verstaat men onder "woning" zowel een eengezinswoning als een gebouw voor collectieve bewoning zoals een flatgebouw of een rusthuis;
----------
(3) Art. 95, PW 27.12.2012 brengt die voorwaarde evenwel terug tot 60% voor de dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld door een vennootschap die de totale verzaking van de inning van de RV verkreeg zoals bedoeld in art. 106, § 8, KB/WIB 92, zoals de maatregel bestond op 31.12.2012
----------
4° op 15 pct., voor de eerste schijf die overeenkomt met het in artikel 37, tweede lid, bepaalde bedrag van in artikel 17, § 1, 5°, vermelde inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van wettelijke en verplichte licenties;
5° op 10 pct. voor uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 187 en 209 in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap;
6° op 15 of 25 pct., voor de in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot, naargelang de toepasbare aanslagvoet op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de in artikel 90, 6°, bedoelde loten, waarop die vergoedingen betrekking hebben.
Art. 519, WIB 92
Opgeheven (4).
----------
(4) Die bepaling voorzag een aanslagvoet van de RV van 25% voor de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de andere diverse inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5° tot 7°, WIB 92, die zijn betaald of toegekend ter uitvoering van overeenkomsten gesloten vóór 1.3.1990 (1.1.1990 voor gelddeposito's).
----------
Art. 534, WIB 92
In afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, 1°, wordt het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 15 pct. voor de inkomsten uit Staatsbons waarop tijdens de periode van 24 november 2011 tot 2 december 2011 is ingeschreven en die op 4 december 2011 zijn uitgegeven.
De in het eerste lid vermelde inkomsten die de inhouding van de roerende voorheffing van 15 pct. hebben ondergaan, moeten niet worden aangegeven in de personenbelasting.
II. AANSLAGVOET VAN DE RV PER CATEGORIE VAN INKOMSTEN
A. Dividenden
4. Overeenkomstig art. 269, 1°, WIB 92, worden alle dividenden zoals bedoeld in art. 18, WIB 92, onderworpen aan de aanslagvoet van 25% met uitzondering van de volgende inkomsten:
1. dividenden die worden uitgekeerd door bepaalde zogenaamde "vastgoed"BEVAK, die overeenkomstig art. 269, 3°, WIB 92, onderworpen zijn aan de RV van 15%.
Het gaat om dividenden van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal zoals bedoeld in de art. 20, eerste lid en 122, § 1, W 3.8.2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, die als uitsluitend doel heeft de collectieve belegging in de in art. 7, eerste lid, 5°, van deze wet bedoelde categorie "vastgoed" of door een in boek 3 van deze wet bedoelde beleggingsvennootschap van gelijke aard, of deze haar effecten openbaar aanbiedt in België of niet, voor zover door de betrokken Lidstaat een uitwisseling van inlichtingen wordt georganiseerd overeenkomstig art. 338 of een gelijkaardige reglementering, in zoverre tenminste 80% (zie volgend lid) van het vastgoed in de zin van art. 2, 20°, van het KB 7.12.2010 met betrekking tot vastgoedbevaks, rechtstreeks door die beleggingsvennootschap belegd is in onroerende goederen die in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gelegen en uitsluitend als woning aangewend worden of bestemd zijn. Voor de toepassing van die voorwaarde verstaat men onder "woning" zowel een eengezinswoning als een gebouw voor collectieve bewoning zoals een flatgebouw of een rusthuis.
Er wordt opgemerkt dat de voorwaarde van 80% wordt teruggebracht tot 60 % voor de dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld in 2013 en 2014 door een vastgoedbevak die bedoeld was in art. 106, § 8, KB/WIB 92, zoals de maatregel bestond op 31.12.2012 (5).
----------
(5) Zie art. 95, PW 27.12.2012.
----------
Er wordt nog benadrukt dat de verzaking van de inning van de RV met algemene draagwijdte die voorzien was in art. 106, § 8, KB/WIB 92, is opgeheven voor de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.1.2013 (6);
----------
(6) Zie KB 27.12.2012 tot aanpassing van het KB/WIB 92 inzake de verzaking aan de inning van de roerende voorheffing met betrekking tot dividenden die worden uitgekeerd door vastgoedbeleggingsvennootschappen met vast kapitaal (BS 31.12.2012, Ed. 2, blz. 88898 en BS 11.1.2013, Err., blz. 1011).
----------
2. liquidatieboni die overeenkomstig art. 269, 5°, WIB 92, onderworpen zijn aan de RV van 10%.
Het gaat om uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de art. 187 en 209, WIB 92, in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap.
5. Worden bijgevolg beoogd door de aanslagvoet van 25%:
1. alle voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen hoe ook genaamd, uit welken hoofde en op welke wijze ook verkregen (art. 18, eerste lid, 1°, WIB 92);
2. gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, met uitzondering van terugbetalingen van gestort kapitaal verkregen ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen (art. 18, eerste lid, 2°, WIB 92);
3. gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van uitgiftepremies en van bedragen waarop ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen is ingeschreven, met uitzondering van terugbetalingen van bedragen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld ter uitvoering van een regelmatige beslissing van de algemene vergadering genomen overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die van toepassing zijn op statutenwijzigingen (art. 18, eerste lid, 2°bis, WIB 92);
4. de boni ingevolge de verkrijging van eigen aandelen (uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in art. 186, WIB 92, in geval van verkrijging van eigen aandelen door een binnenlandse of een buitenlandse vennootschap; art. 18, eerste lid, 2°ter, ten dele, WIB 92);
5. de interest van voorschotten die als dividenden worden geherkwalificeerd (namelijk de interest van voorschotten wanneer één van de volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding - art. 18, eerste lid, 4°, WIB 92:
- ofwel de in art. 55, WIB 92, gestelde grens,
- ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk).
B. Interesten
6. Overeenkomstig art. 269, 1°, WIB 92, wordt alle interest zoals bedoeld in de art. 19 tot 19ter, WIB 92, onderworpen aan de aanslagvoet van 25% met uitzondering van:
1. inkomsten uit "gewone spaardeposito's", zoals bedoeld in art. 21, 5°, WIB 92. Wat betreft de inkomsten betaald of toegekend aan natuurlijke personen, is de RV slechts verschuldigd op het gedeelte van het inkomen dat de vastgestelde grens in het voormelde art. 21, 5° overschrijdt, aangezien enkel dit gedeelte voor hen inkomsten uit belastbare roerende kapitalen vormt.
Die inkomsten zijn onderworpen aan de RV van 15% (art. 269, 2°, WIB 92);
2. inkomsten uit Staatsbons waarop is ingeschreven tussen 24.11.2011 en 2.12.2011 en die uitgegeven zijn op 4.12.2011.
Die inkomsten zijn onderworpen aan de RV van 15% (art. 534, WIB 92).
7. Worden bijgevolg beoogd door de aanslagvoet van 25%:
1. interest, namelijk de interest, premies en alle andere opbrengsten van leningen, daaronder begrepen zakelijke zekerheidsovereenkomsten met betrekking tot financiële instrumenten, van gelddeposito's en van elke andere schuldvordering (art. 19, § 1, eerste lid, 1° en § 2, WIB 92).
Worden inzonderheid bedoeld de interest van vastrentende effecten (obligaties, kasbons, soortgelijke effecten, evenals de inkomsten van tak 26-verzekerings-contracten; art. 2, § 1, 8°, WIB 92);
2. de termijnen van bepaalde overeenkomsten van onroerende leasing (termijnen bedoeld in art. 10, § 2, WIB 92, voortkomend van overeenkomsten waarbij een recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen wordt verleend, met uitzondering van het in die termijnen begrepen gedeelte dat dient om het in het gebouw belegde kapitaal of, als het een bestaand gebouw betreft, de verkoopwaarde ervan volledig weer samen te stellen - art. 19, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92);
3. de inkomsten van zogenaamde "verzekeringsbons" (art. 19, § 1, eerste lid, 3°, WIB 92: inkomsten begrepen in kapitalen en afkoopwaarden vereffend bij leven betreffende levensverzekeringscontracten die de belastingplichtige individueel heeft gesloten, wanneer het gaat om:
a) hetzij contracten die een gewaarborgd rendement bepalen en waarvan geen enkele premie aanleiding heeft gegeven tot:
- de in art. 104, 9°, WIB 92, vermelde aftrek voor enige woning;
- een belastingvermindering voor het lange termijnsparen overeenkomstig de art. 145^1 tot 145^16, WIB 92;
b) hetzij contracten die verbonden zijn aan één of verschillende beleggingsfondsen wanneer bij hun inschrijving verbintenissen worden aangegaan die wat betreft hun duur en hun bedrag of hun rendementsvoet bepaald zijn);
4. de inkomsten uit aandelen van zogenaamde BEVEK "met vast rendement" (art. 19, § 1, eerste lid, 4°, WIB 92: inkomsten betaald of toegekend door niet in art. 19bis, WIB 92, bedoelde beleggingsvennootschappen, en gehaald uit de gehele of gedeeltelijke verdeling van hun maatschappelijk vermogen of bij verkrijging van hun eigen aandelen, wanneer bij het openbaar aanbod in België van de aandelen verbintenissen worden aangegaan die, wat het terugbetalingsbedrag of de rendementsvoet ervan betreft, bepaald waren en wanneer die verbintenissen betrekking hebben op een periode kleiner dan of gelijk aan acht jaar);
5. de interest toegekend door bepaalde collectieve beleggingsinstellingen in effecten "van het obligatietype", ingeval van inkoop van eigen rechten van deelneming of in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van hun eigen vermogen (art. 19bis, WIB 92);
6. de inkomsten uit sommige gemeenschappelijke beleggingsfondsen van het distributietype, namelijk deze waarvoor de beheersvennootschap de uitsplitsing van de inkomsten zoals voorzien in art. 321bis, WIB 92, niet heeft meegedeeld (art. 19ter, WIB 92).
C. Inkomsten van de concessie van auteursrechten
8. Twee aanslagvoeten van de RV zijn van toepassing op de inkomsten van de "concessie van auteursrechten" (namelijk de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, zoals bedoeld in de W 30.6.1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht; art. 17, § 1, 5°, WIB 92), afhankelijk van het bedrag van het verkregen bruto-inkomen (art. 269, 1° en 4°, WIB 92).
| Aanslagvoet van de RV | Brutobedrag van de in de loop van het belastbaar tijdperk verkregen inkomsten |
| 15% | Eerste schijf van 37.500,00 EUR, te indexeren (56.450,00 EUR voor de inkomsten 2013) |
| 25% | Inkomsten die de eerste schijf van 37.500,00 EUR overschrijden, te indexeren |
D. Andere inkomsten
9. De volgende inkomsten worden eveneens onderworpen aan de aanslagvoet van 25% (art.269, 1° en 6°, WIB 92):
1. inkomsten doorgaans "royalties" genoemd, namelijk de inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen (art. 17, § 1, 3°, WIB 92);
2. inkomsten die begrepen zijn in sommige lijfrenten of tijdelijke renten (art. 17, § 1, 4°, WIB 92: inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die geen pensioenen zijn en na 1.1.1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De lijfrenten die zijn aangelegd tegen storting met afstand van een kapitaal dat is gevormd, ofwel, met bijdragen of premies als bedoeld in art. 34, § 1, 2°, WIB 92, ofwel, in het kader van een aanvullend pensioen voor zelfstandigen als bedoeld in art. 34, § 1, 2°bis, WIB 92, zijn geen pensioenen);
3. inkomsten verkregen, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid (art. 90, 5°, WIB 92 (7)):
a) hetzij uit de onderverhuring of de overdracht van huur van al dan niet gemeubileerde onroerende goederen;
b) hetzij uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en niet is gelegen binnen de omheining van een sportinrichting te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen;
c) hetzij uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is te gebruiken om er zend- en ontvangstapparaten te installeren door de operatoren van de mobiele telefonie;
----------
(7) Zie art. 90, 5°, WIB 92, zoals vervangen door art. 5, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 20.12.2012, Ed. 4, blz. 86373).
----------
4. loten van effecten van leningen (art. 90, 6°, WIB 92), met uitzondering van de loten van Belgische oorsprong met betrekking tot obligaties, kasbons, of andere soortgelijke effecten die ter uitvoering van vóór 1.3.1990 gesloten overeenkomsten worden verleend of toegekend en die onderworpen zijn aan een aanslagvoet van de RV van 20% (art. 107, § 3, KB/WIB 92);
5. opbrengsten uit de verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht (art. 90, 7°, WIB 92);
6. de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot zoals bedoeld in art. 90, 11°, WIB 92, wanneer de aanslagvoet die van toepassing is op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de loten zoals bedoeld in art. 90, 6°, WIB 92, waarop die vergoedingen betrekking hebben, 25% bedraagt (8).
----------
(8) De aanslagvoet bedraagt 15% ingeval de aanslagvoet die van toepassing is op de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en op de loten zoals bedoeld in art. 90, 6°, WIB 92, waarop die vergoedingen betrekking hebben, 15% bedraagt.
----------
III. OVERZICHTSTABEL
| Aanslagvoet van de RV | Bedoelde inkomsten |
| 10% | Dividenden die worden gekwalificeerd als liquidatieboni (gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen - art. 187 en 209, WIB 92) |
| 15 % | Dividenden uitgekeerd door bepaalde zogenaamde "vastgoed"BEVAK |
| Inkomsten uit "gewone spaardeposito's" zoals bedoeld in art. 21, 5°, WIB 92 | |
| Inkomsten uit Staatsbons waarop is ingeschreven tussen 24.11.2011 en 2.12.2011 en die uitgegeven zijn op 4.12.2011 | |
| Inkomsten uit de concessie van auteursrechten, voor de eerste schijf van 37.500,00 EUR (te indexeren) aan verkregen bruto-inkomsten | |
| Vergoedingen voor ontbrekende coupon, wanneer de aanslagvoet van de RV die van toepassing is op de inkomsten 15% bedraagt | |
| 20 % | Loten van Belgische oorsprong met betrekking tot obligaties, kasbons, of andere soortgelijke effecten die ter uitvoering van vóór 1.3.1990 gesloten overeenkomsten worden verleend of toegekend |
| 25% | De andere inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten van roerende aard |
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit:
De Auditeur- generaal van financiën dd.,
Roland ROSOUX
