Circulaire 2017/C/88 betreffende de verrekening van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen
Deze circulaire bespreekt de verrekening en de terugbetaling van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen op het vlak van de inkomstenbelastingen.
Personenbelasting ; belasting van niet-inwoners ; pensioensparen ; belastingstelsel van het pensioensparen ; taks op het lange termijnsparen ; bedrijfsvoorheffing
FOD Financiën, 21.12.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
Inhoudstafel
I. Inleiding
II. Wet van 30.06.2017
III. Commentaar
IV. Inwerkingtreding
I. Inleiding
Wanneer een uitkering in het kader van het pensioensparen in de inkomstenbelastingen belastbaar is, was de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen voorheen verrekenbaar met de verschuldigde belasting, maar niet terugbetaalbaar.
Overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30.06.2017 (1) is die vervroegde inning voortaan wel terugbetaalbaar.
(1) Wet van 30.06.2017 tot wijziging van artikel 276 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de verrekening van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen (BS 07.07.2017).
II. Wet van 30.06.2017
Artikel 2
In artikel 276, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de programmawet van 19 december 2014, wordt de zin die begint met de woorden 'Evenwel zal' en eindigt met de woorden 'aan de belastingplichtige.' opgeheven.
Artikel 3
Deze wet heeft uitwerking vanaf aanslagjaar 2016.
III. Commentaar
De programmawet van 19.12.2014 heeft een vervroegde inning ingevoerd van de taks op het lange termijnsparen (2).
(2) Zie artikel 103 tot en met 113 van de programmawet van 19.12.2014 (BS van 29.12.2014).
Gedurende de jaren 2015 tot 2019 wordt elk jaar een vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen uitgevoerd van telkens 1 % op de tot 31.12.2014 opgebouwde spaartegoeden of reserves in het kader van het pensioensparen.
Het bedrag van de 1 tot 5 vervroegde inningen van de taks op het lange termijnsparen toegepast in de loop van de jaren 2015 tot 2019, wordt bij een belastingheffing in de inkomstenbelastingen in beginsel behandeld als een ingehouden bedrijfsvoorheffing. Een overschot aan vervroegde inning kon voorheen echter niet worden terugbetaald aan de belastingplichtige (3).
(3) Zie artikel 276, derde lid, in fine van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) zoals het bestond alvorens door artikel 2 van de wet van 30.06.2017 te zijn gewijzigd: 'Voor de toepassing van de artikelen 175, 296, 304, § 2, en 376, § 3, 1°, wordt het bedrag van de 1 tot 5 vervroegde inningen van de taks op het lange termijnsparen toegepast in de loop van de jaren 2015 tot 2019 beoogd in de artikelen 185, § 4, en 186, § 3, van het Wetboek van de diverse rechten en taksen, op de vastgestelde theoretische afkoopwaarde of de spaartegoeden geplaatst tot 31.12.2014 in het kader van het pensioensparen door middel van betalingen als vermeld in artikel 145^1, 5°, of in de artikelen 104, eerste lid, 10°, en 117, alvorens deze artikelen respectievelijk werden opgeheven bij artikel 81, 2°, en 85 van de wet van 28 december 1992, ten belope van het totale werkelijk geïnde bedrag, beschouwd als ingehouden bedrijfsvoorheffing. Evenwel zal een overschot van de vervroegde inning van de voormelde taks in geen enkel geval het voorwerp kunnen uitmaken van een terugbetaling aan de belastingplichtige.'
De wetgever heeft evenwel beslist de bepaling over de niet-terugbetaalbaarheid te schrappen in het artikel 276, derde lid, WIB 92:
- omdat de budgettaire opbrengst van de niet-terugbetaalbaarheid van de vervroegde inning bij de vestiging van een aanslag in de personenbelasting of de belasting van niet-inwoners te verwaarlozen is
- om een bijkomende complexiteit in de berekening van die aanslagen te vermijden (4).
(4) De bespreking van die bijkomende complexiteit in de berekening valt evenwel buiten het bestek van deze circulaire – zie in dat verband Parl. St. 54-2454/001 p. 4 en 5.
De vervroegde inning moet dus voortaan worden behandeld als een ingehouden bedrijfsvoorheffing die niet alleen verrekenbaar is met de verschuldigde belasting, maar voor het saldo ook terugbetaalbaar is.
IV. Inwerkingtreding
De vervroegde inning is vanaf aanslagjaar 2016 verrekenbaar en terugbetaalbaar in de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners.
Interne ref.: 713.121
