Ierland - Circulaire Circ. 979 d.d. 19.04.1974
Bulletin nr. 519, p. 1154-1168
Dubbelbelastingverdragen. – Ierland
Onderrichtingen betreffende de toepassing van de Belgische-Ierse overeenkomst van 24 juni 1970 tot het vermijden van dubbele belasting en van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen.
Circ. 979 van 19 april 1974
KORTE INHOUD
II. Nadere toelichting en wijze van uitvoering van sommige bepalingen
A. Toepasselijkheid van de overeenkomst t.a.v. de personen
Personen met dubbele woonplaats
B. Inkomsten uit onroerende goederen
Definitie van de vaste inrichting
Bepaling van de aan de vaste inrichting toe te rekenen winst
Zee- en luchtscheepvaartondernemingen
Meerwaarden op roerende goederen van ondernemingen
D. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat.
1. Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door verblijfhouders van Ierland
2. Roerende inkomsten uit bronnen in het land verkregen door verblijfhouders van Ierland
E. Inkomsten van vrije beroepen of andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard
F. Artiesten en sportbeoefenaars
G. Meerwaarden uit de vervreemding van een deelneming en van sommige andere goederen
H. Particuliere pensioenen en andere soortgelijke beloningen
I. Openbare beloningen en pensioenen
J. Hoogleraren, leraren en onderzoekers
L. Niet uitdrukkelijk vermelde inkomsten
M. Vermelding van dubbele belasting in België
O. Regeling voor onderling overleg
I. ALGEMENE BESCHOUWINGEN
A. Belangrijke data.
1. Ondertekening van de overeenkomst : 24 juni 1970.
Goedkeuring : W. 27 december 1973.
Publicatie in het Belgisch Staatsblad : 19 februari 1974.
Uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden : 31 december 1973.
Inwerkingtreding : 31 december 1973 (datum van de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden – art. 28. § 2, ov.).
Toepassing :
In België :
a) op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten welke normaal zijn toegekend of betaalbaar gesteld met ingang van 1 januari 1974 :
b) op de andere belastingen geheven naar inkomsten van boekjaren eindigend op of na 31 december 1973.
In Ierland :
a) op de inkomstenbelasting met inbegrip van de bijbelasting. Voor het belastingjaar dat op 6 april 1973 begint en voor volgende belastingjaren :
b) op de winstbelasting van vennootschappen voor elk boekjaar dat op of na 1 januari 1973 begint, alsmede voor het niet verstreken deel van elk op die datum lopende boekjaar.
B. Algemene kenmerken van de overeenkomst.
2. De Belgisch-Ierse overeenkomst beoogt vooral het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen (art. 6 tot 23, ov.). Zij voorziet tevens in wederzijdse administratieve bijstand voor de vestiging – doch niet voor de invordering - van de in de overeenkomst bedoelde belastingen (art. 26, ov.). Verder bevat zij bepalingen over verschillende aangelegenheden welke gewoonlijk in dubbelbelastingverdragen worden geregeld.
3. Deze overeenkomst volgt in ruime mate het OESO-modelverdrag: zij is dus grotendeels in overeenstemming met de door België sedert 1965 gesloten overeenkomsten. Een bepaald aantal van haar bepalingen vergen dan ook geen bijzondere commentaar.
II. NADERE TOELICHTING EN WIJZE VAN UITVOERING VAN SOMMIGE BEPALINGEN.
A. Toepasselijkheid van de overeenkomst t.a.v. de personen.
Algemeen beginsel.
4. Uit de combinatie van de art. 1 en 4, § 1, volgt dat de ov.. in haar geheel, alleen toepassing vindt op personen die verblijfhouder zijn van slechts één van beide Staten, d.w.z. op personen die ingevolge de interne wetgeving van die Staten niet gelijktijdig als verblijfhouder van de twee Staten worden aangemerkt.
Personen met dubbele woonplaats.
5. Aangezien personen met dubbele woonplaats (in België en in Ierland) buiten de algemene personele werkingssfeer van de ov. zijn gesloten, kunnen zij zich niet beroepen op de bepalingen van de ov. om in België – respectievelijk in Ierland – vrijstelling of vermindering van belasting te vragen met betrekking tot inkomsten die zij uit bronnen in België – resp. Ierland – verkrijgen. M.a.w. kan men zeggen dat die inkomsten in de bronstaat volgens de regelen van het interne recht aan de belastingheffing zijn onderworpen.
6. Desniettegenstaande wordt dubbele belastingheffing over die inkomsten in de andere Staat verholpen volgens de beginselen van art. 23. § 1, indien het gaat om inkomsten uit Ierse bronnen en volgens de beginselen van art. 23, § 2, indien het gaat om inkomsten uit Belgische bronnen (cfr. art. 23, § 3). In de veronderstelling dat een Belgisch rijksinwoner die ook verblijfhouder van Ierland is, inkomsten uit Ierland verkrijgt, is dus daarop de Ierse belasting volgens het interne Ierse recht verschuldigd, maar worden die inkomsten in België op dezelfde manier behandeld alsof de genieter verblijfhouder van België alleen was geweest.
Verblijfhouders van Ierland.
7. Ingevolge een bijzonderheid van de Ierse wetgeving zijn sommige verblijfhouders van Ierland belastbaar op hun inkomsten van buitenlandse herkomst indien die inkomsten naar Ierland worden overgemaakt of aldaar worden geïnd (zogezegd beginsel van de “remittance basis“ dat van toepassing is op de personen die in Ierland wonen zonder aldaar gedomicilieerd te zijn). In verband daarmede mag België ingevolge artikel 3. § 2, ov., de vrijstellingen of verminderingen van belasting ten gunste van personen die volgens de overeenkomst verblijfhouder van Ierland zijn maar de “remittance basis” - regeling genieten. Beperken tot de inkomsten die naar Ierland worden overgemaakt of aldaar worden geïnd.
B. Inkomsten uit onroerende goederen.
8. ingevolge art. 6. § 1. ov., zijn inkomsten uit onroerende goederen belastbaar in de overeenkomst sluitende Staat waar die goederen zijn gelegen. Dit geldt ook voor de meerwaarden op onroerende goederen (art. 13. § 1, ov.).
De uitdrukking “inkomsten uit onroerende goederen” omvat onder meer de winsten van landbouw- en bosbouwbedrijven. Alsmede inkomsten uit onroerende goederen die voor de uitoefening van een vrij beroep worden gebezigd (afwijking van de regel van de vaste richting, nrs. 9 en 10 en van de vaste basis). België heeft dus het recht inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, die door verblijfhouders van Ierland worden verkregen. Volgens zijn interne wetgeving zonder beperking te belasten.
C. Winsten van ondernemingen.
1°. Algemeen
9. Winsten van een onderneming van een der overeenkomst sluitende Staten mogen in de andere Staat slechts worden belast voor zover zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kunnen worden toegerekend (art. 7. § 1, ov.). Van deze regel wordt evenwel afgeweken voor de belastingheffing van de winsten van zee- en luchtscheepvaartondernemingen (zie dienaangaande nr. 12 hierna).
2°. Definitie van de vaste richting.
10. Het begrip vaste inrichting is omschreven in art. 5. Dat verband daarmede worde opgemerkt dat:
- de uitvoering van een bouwwerk of van constructiewerkzaamheden een vaste inrichting uitmaakt indien de duur van de werkzaamheden twaalf maanden overschrijdt (art. 5. § 2, 7, ov.);
- een verzekeringsonderneming wordt geacht een vaste inrichting in een overeenkomst sluitende Staat te hebben indien zij aldaar gelegen risico’s verzekert door bemiddeling van een aldaar gevestigde niet-onafhankelijke vertegenwoordiger of door een aldaar gevestigde onafhankelijke vertegenwoordiger indien deze laatste een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten (art. 5, § 4, lid 2, ov.).
3°. Bepaling van de aan de vaste inrichting toe te rekenen winst.
11. De aan de vaste inrichting toe te rekenen winst is die welke die inrichting zou kunnen behalen indien zij een onafhankelijke en zelfstandige onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen en de geheel onafhankelijk zou handelen (art. 7, § 2, ov.). Kosten van leiding en algemeen beheer gemaakt door de hoofdzetel van de onderneming mogen in mindering van de winst van de winst van de vaste richting worden gebracht in de mate dat zij ten behoeve van deze inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de inrichting is gelegen, hetzij buiten die Staat. (art. 7, § 3, ov.).
Anderzijds mogen winsten van onderling afhankelijke ondernemingen worden verbeterd om aldus overdreven winstafvloeiingen te voorkomen (art. 9, ov.).
Bij gebrek aan een regelmatige boekhouding of andere afdoende gegevens of inlichtingen die het mogelijk maken de winst van de Belgische vaste inrichting te bepalen mag de Belgische belasting worden gevestigd op een volgens onze interne wetgeving bepaalde grondslag (art. 7. § 2. lid 2. Ov.). Dit sluit ondermeer de mogelijkheid in de methode van vergelijking met inbegrip van de bij art. 146. K.B. tot uitv. W.I.B. bepaalde forfaits toe te passen.
4° zee- en luchtscheepvaartondernemingen.
12. In afwijking van de regel van de vaste inrichting stelt art. 8, ov., de winsten uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer uitsluitend belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
Daaruit volgt dat de in België verwezenlijkte winsten van Ierse zee- en luchtscheepvaartondernemingen vrijgesteld zijn van Belgische belasting.
Dezelfde regel geldt ook voor de meerwaarden die door zulke ondernemingen worden behaald uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer, alsmede van de roerende zaken die voor de exploitatie van die schepen of luchtvaartuigen worden gebezigd (art. 13. § 2, lid 2, ov.).
13. Zolang art. 8 van de overeenkomst van 24 juni 1970 van toepassing is kunnen de bepalingen van het op 4 december 1967 (V. 1289) tussen België en Ierland gesloten akkoord tot voorkoming van dubbele belasting van inkomsten uit zeescheepvaart- of luchtvaartbedrijf ( W.I.B.. deel V. hoofdstuk 2) niet meer worden toegepast (cf. art. 28. § 3. Ov.).
5° Meerwaarden op roerende goederen van ondernemingen.
14. Meerwaarden uit de vervreemding van roerende goederen van een onderneming zijn eveneens belastbaar in de Staat waar de vaste inrichting, tot het bedrijfsvermogen waarvan die goederen behoren, is gevestigd (art. 13. § 2. Lid 1. Ov.).
D. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat (art. 10, 11 en 12, ov.).
1. Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door verblijfhouders van Ierland.
a) dividenden
15. Ingevolge art. 10, § 2, ov.. moet België de R.V. op dividenden die met ingang van 1.1.1974 door een Belgische vennootschap aan een verblijfhouder van Ierland worden toegekend. Beperken tot 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden: deze beperking is de vorm van intresten – die ten name van de vennoten als inkomsten van belegde kapitalen belastbaar zijn (art. 10. § 3. ov.). De beperking is echter afhankelijk van de voorwaarde, dat de deelneming die de dividenden opleven niet wezenlijk verbonden is met een vaste inrichting waarover de genieter in België beschikt (art. 10, § 4, ov.), alsmede van de in art. 3, § 2, ov., bedoelde voorwaarde (zie nr. 7 hiervoren).
16. De vermindering van R.V. wordt verleend aan de hand van een aanvraag nr. 276 Div. (Irl.) (1); wat de wijze van berekening en de ter zake te volgen procedure betreft wordt verwezen naar de toelichting bij het formulier en mutatis mutandis naar de onderrichtingen betreffende de toepassende van andere overeenkomsten.
b) Intrest.
17. Ingevolge art. 11, §§ 2, 4 en 5, ov., moet de R.V. op het normale bedrag van de intrest van Belgische oorsprong, die met ingang van 1.1.1974 aan verblijfhouders van Ierland wordt toegekend, beperkt worden tot 15 pct. De beperking is echter afhankelijk van de voorwaarde dat de schuldvordering, de obligatie, het deposito, enz., die de intrest opleveren niet wezenlijk verbonden zijn met een vaste inrichting waarover de genieter van die intrest in België beschikt, alsmede van de in art. 3, § 2, ov., bedoelde voorwaarde (zie nr. 7. hiervoren). De vermindering word verleend aan de hand van een aan vraag nr. 276 Int. (Irl) (1); de wijze van berekening en de ter zake te volgen procedure zijn dezelfde als voor dividenden (cf. nr. 16 hiervoren).
------
(1) de formulieren waarvan sprake in deze circ. kunnen worden bekomen bij de Documentatiedienst der directe belastingen. Belliardstraat 45, 1040 Brussel.
18. De regeling waarvan sprake in nr. 17 is niet van toepassing op intresten die door de Belgische wetgeving als inkomsten van belegde kapitalen worden beschouwd, welke de in sub 15 hiervoren omschreven regeling der dividenden volgen (art. 11, § 3, lid 2, 1, ov.).
19. Deze regeling is krachtens art. 11, § 3, lid 2, 2 tot 4, evenmin van toepassing op:
1° intrest van handelsschuldvorderingen – met inbegrip van vorderingen vertegenwoordigd door handelspapier – wegens termijnbetaling, van leveringen van koopwaar, goederen of diensten door een Belgische onderneming aan een Ierse onderneming ;
2° intrest van rekeningen-courant of van voorschoten op naam door een Belgische bankonderneming betaald aan een Ierse bankonderneming :
3° intrest van niet in effecten aan toonder verdeelde gelddeposito’s bij Belgische bankondernemingen, daaronder begrepen Belgische openbare kredietinstellingen.
Ingevolge art. 11, § 3, lid 3, ov., is de in 1 en 2, bedoelde intrest aan de verdragsregeling voor winsten van ondernemingen onderworpen (zie nr. 9 hiervoren) en is de in 3 bedoelde intrest, naar het geval, aan diezelfde regeling onderworpen of wel in de bronstaat vrijgesteld ingevolge art. 22. ov.
20. Deze uit de combinatie van art. 11, § 3, met de art. 7 en 22, ov., voortvloeiende regeling doet generlei afbreuk aan de vrijstellingen van de R.V. waarin het interne recht voorziet ten gunste van niet-verblijfhouders; zij is integendeel in grote mate op het interne recht afgestemd. Verblijfhouders van Ierland die de voormelde vrijstelling wensen te genieten, zullen deze derhalve normaal kunnen bekomen onder de voorwaarden en met inachtneming van de formaliteiten die eventueel in het kader van het intern recht zijn voorzien (zie o.m. nrs. 164 145 tot 149.3. 152. 153. 198. 199 en 199.1, Com.I.B.).
c) royalty’s
21. Royalty’s uit bronnen in België die met ingang van 1.1.1974 aan een verblijfhouder van Ierland worden toegekend zijn ingevolge art. 12, §§ 1, 3 en 4, ov., vrijgesteld van de R.V. ten belope van hun normaal bedrag. De vrijstelling is echter afhankelijk van de voorwaarde dat de genieter hier te lande niet over een vaste inrichting beschikt waarmede het recht of het goed dat de inkomsten oplevert wezenlijk verbonden is, alsmede van de in art. 3. § 2. ov., bedoelde voorwaarde (zie nr. 7 hiervoren.)
22. De te volgen procedure is gelijkaardig aan de welke voor dividenden en intrest geldt: de vrijstelling zal echter normaal aan de bron worden toegestaan.
De genieter van de royalty’s moet een aanvraag in duplo overleggen door middel van een formulier nr. 276 R. (Irl) (2).
Dit formulier moet ter bevestiging aan de Ierse belastingdienst worden gezonden en vervolgens hetzij aan de Belgische schuldenaar van de royalty’s (om vrijstelling van de R.V. bij de bron te bekomen), hetzij aan de Hfd.cr. te Sint-Joost-ten-Node 1 (om teruggaaf van eventueel bij de bron ingehouden R.V. te bekomen).
------
(2) Cf. verwijzing (1) onder nr. 16.
2° Roerende inkomsten uit bronnen in Ierland verkregen door verblijfhouders van België.
23-27 voorbehouden
E. Inkomsten van vrije beroepen of andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard.
28. Ingevolge art. 14. § 1. Ov., zijn die inkomsten belastbaar in de woonstaat van de genieter, tenzij deze in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vaste basis beschikt. Een verblijfhouder van Ierland is bijgevolg in België belastbaar op de inkomsten uit een vrij beroep voor zover deze inkomsten kunnen worden toegerekend aan een vaste basis waarover hij in België beschikt.
Deze regel geldt echter niet voor beroepsartiesten en sprotbeoefenaars (zie nr. 30 hierna).
29. Meerwaarden uit de vervreemding van roerende goederen die behoren tot een vaste basis van een titularis van een vrij beroep zijn belastbaar in de Staat waar die vaste basis is gelegen (art. 13. § 2. ov.).
F. Artiesten en sportbeoefenaars.
30. Overeenkomstig art. 17, ov., zijn beroepsartiesten en sportbeoefenaars, verblijfhouders van Ierland, in België belastbaar op de inkomsten die zij behalen uit hun persoonlijke werkzaamheden in België, ongeacht of deze werkzaamheden in dienstverband dan wel in de hoedanigheid van zelfstandige worden verricht.
G. Meerwaarden uit de vervreemding van een deelneming en van sommige andere goederen.
31. Meerwaarden uit de vervreemding van een deelneming in een vennootschap op aandelen, die geen deel uitmaakt van een vaste inrichting, zijn uitsluitend belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder verblijfhouder is (art. 13. § 3. ov.).
Dezelfde regeling is van toepassing op winsten uit de vervreemding van alle andere goederen dan deze waarvan de fiscale regeling werd omschreven in de nrs. 8, 12, 14 en 29 hiervoren.
H. Particuliere pensioenen en andere soortgelijke beloningen.
32. Pensioenen en andere soortgelijke beloningen die hun oorsprong in België hebben en die met ingang van 1.1.1974 aan verblijfhouders van Ierland worden betaald ter zake van een vroeger – in de particuliere sector – uitgeoefende dienstbetrekking, zijn uitsluitend in Ierland belastbaar (art. 18. ov.).
Anderzijds zijn pensioenen en andere beloningen, van dezelfde aard als de hierboven bedoelde, welke inwoners van België uit Ierse bronnen verkrijgen, in België belastbaar; zij moeten dus de P.B. onder de voorwaarden van het gemeen recht ondergaan (d.w.z. tegen het volle tarief).
I. Openbare beloningen en pensioenen.
33. Ingevolge art. 19, ov., zijn openbare beloningen en pensioenen uitsluitend belastbaar in de Staat van de schuldenaar van de inkomsten, behalve indien de genieter een onderdaan van de andere Staat is zonder terzelfdertijd ook onderdaan van de Staat van de schuldenaar te zijn.
De bepalingen van het voorgaande lid zijn niet van toepassing ter zake van inkomsten betaald voor diensten bewezen in het kader van een handels- of nijverheidsbedrijf; in een zulkdanig geval vallen de beloningen en de pensioenen, naar het geval, onder de regeling van art. 15 (salarissen of lonen uit de particuliere sector), van art. 16 (tantièmes) of van art. 18 (pensioenen uit de particuliere sector).
J. Hoogleraren, leraren en onderzoekers.
34. Overeenkomstig art. 20, ov., zijn de beloningen van hoogleraren, leraren en onderzoekers die in een overeenkomst sluitende Staat gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar verblijven om aldaar onderwijs te geven of wetenschappelijk onderzoek te verrichten aan een onderwijsinrichting of aan een wetenschappelijke instelling zonder winstoogmerken, slechts belastbaar in de herkomststaat, d.w.z. in de Staat waarvan zij onmiddellijk voor hun tijdelijk verblijf, verblijfhouder waren.
K. Studenten en stagiairs.
35. Onder de voorwaardenart. 21. Ov., zijn studenten en stagiairs van belastingen vrijgesteld in de Staat waar zij tijdelijk verblijven:
- ter zake van alle bedragen die zij uit de andere Staat ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding ontvangen;
- ter zake van beloningen die zij uit een dienstbetrekking ontvangen (tijdens een tijdvak of tijdvakken, welke gedurende het belastbare tijdperk in totaal 183 dagen niet te boven gaan) op voorwaarde dat die beloningen niet hoger zijn dan 8.000 BF per maand.
L. Niet uitdrukkelijk vermelde inkomsten.
36. Bestanddelen van het inkomen van een verblijfhouder van een overeenkomst sluitende Staat die niet uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn vermeld, zijn slechts in die Staat belastbaar.
M. Vermijding van dubbele belasting in België.
37. Dubbele belastingheffing van inkomsten die door verblijfhouders van België uit Ierse bronnen worden verkregen en volgens de overeenkomst in Ierland mogen worden belast, wordt in de regel volgens de in onze recente overeenkomsten gevolgde methodes vermeden. Deze regeling is ook van toepassing op inkomsten uit bronnen in Ierland genoten door natuurlijke personen die volgens het interne recht verblijfhouder van België zijn en die terzelfdertijd ook verblijfhouder van Ierland zijn (cf. nrs. 5 en 6 hiervoren). De ter zake geldende regels worden hierna bondig toegelicht.
1e regel.
38. Inkomsten die volgens de overeenkomst in Ierland belastbaar zijn – dividenden, intresten en royalty’s uitgezonderd – zijn in België vrijgesteld van P.B. of van Ven. B. Met die inkomsten wordt niettemin rekening gehouden om het tarief van de P.B. te bepalen dat van toepassing is op de andere belastbare inkomsten van de genieters (art. 23, § 1, 1e, ov.).
39. De overeenkomst bevat ook een bepaling tot voorkoming van dubbele ontheffing ten gevolge van de verrekening van verliezen die een Belgische onderneming in een Ierse vaste inrichting zou hebben geleden (art. 23. § 1, 5de, ov.); zulke bepaling komt in alle recente overeenkomsten van België voor en is toegelicht in circ. 920, nr. 39 (Frans-Belgische overeenkomst van 10 maart 1964).
2e regel.
40. Met betrekking tot in Ierland belaste dividenden, intrest en royalty’s, vermijdt België de dubbele belasting op de hierna omschreven wijze.
a) dividenden door Ierse vennootschappen toegekend aan Belgische vennootschappen.
41. Ingevolge art. 23, § 1, 3de, ov., zijn de dividenden die voortkomen uit een vaste deelneming van een Belgische vennootschap in een Ierse vennootschap, tot hun nettobedrag (90 of 95 pct. van het werkelijk verkregen bedrag – na buitenlandse belasting – verhoogd met de fictieve R.V. van 5 pct.) vrijgesteld van Ven.B.
42. Voor de dividenden uit niet-vaste deelnemingen is de regeling sub b) hierna (nr. 45) van toepassing.
43. Anderzijds kunnen de dividenden uit Ierse bronnen, op verzoek en onder bepaalde voorwaarden, vrijgesteld worden van de R.V. bij de incassering door de Belgische vennootschap, met dien verstande dat, in zulk geval, de R.V. door de Belgische vennootschap verschuldigd is bij de wederuitkering van die dividenden (art. 23, § 1, 4de, ov.).
44. Ingevolge de opheffing van de voorheen geïnde R.V. van 10 pct. bij de incassering van buitenlandse dividenden verkregen door Belgische vennootschappen vindt art. 23, § 1, 4de, ov., voortaan automatisch toepassing.
b) dividenden uit Ierse bronnen verkregen door natuurlijke personen, verblijfhouders van België. Intrest en royalty’s uit Ierse bronnen verkregen door verblijfhouders van België, natuurlijke personen of rechtspersonen.
45. De dubbele belasting wordt vermeden bij wege van verrekening op de wijze als bepaald in art. 23, § 1, 2de, ov., d.w.z. dat het F.B.B. overeenkomstig het interne recht wordt verrekend, op voorwaarde, wat intrest en royalty’s betreft, dat de genieter aantoont dat deze inkomsten werkelijk in Ierland werden belast.
46. Met betrekking tot royalty’s worden opgemerkt dat de verrekening van het F.B.B. slechts toepassing zal vinden op het bovenmatige deel van de royalty’s en op voorwaarde dat de genieter bewijst dat dit deel in Ierland werkelijk werd belast overeenkomstig de bepalingen van art. 12. § 4, ov.
3e regel
47. Inkomsten die volgens de overeenkomst in Ierland van belasting zijn vrijgesteld, zijn in België tegen het volle tarief en volgens het interne recht belastbaar.
N. Non-discriminatie.
48. Art. 24, ov., garandeert dat onderdanen van een overeenkomst sluitende Staat in de andere Staat een gelijke fiscale behandeling ondergaan als onderdanen van die Staat die zich in gelijke omstandigheden bevinden.
49. Wat Ierland betreft, laat deze bepaling toe aan de natuurlijke personen verblijfhouders van België (van Belgische of vreemde nationaliteit) wier in Ierland verkregen inkomsten aldaar niet zijn vrijgesteld en niet enkel bestaan uit dividenden, intrest of royalty’s (eventueel samengevoegd), dezelfde voordelen te bekomen als de Ierse onderdanen die geen verblijfhouder van Ierland zijn. De hier bedoelde Belgische belastingplichtigen kunnen dus genieten van een gedeelte van de persoonlijke aftrekkingen, vrijstellingen of verminderingen die worden toegestaan aan de verblijfhouders van Ierland (gedeelte dat overeenstemt met de verhouding tussen hun inkomsten van Ierse oorsprong en het geheel van hun inkomsten van elke oorsprong).
50. Wat België betreft belet deze evenwel niet dat:
- de natuurlijke personen, verblijfhouders van Ierland die in België over een woning beschikken, mogen worden betast op een minimuminkomen gelijk aan tweemaal het kadastraal inkomen van die woning (art. 24. § 3, 2de, ov) :
- de B.N.V, -Ven verschuldigd op de totale winst van een Belgische vaste inrichting van een Ierse vennootschap, met niet meer dan 5 punten het basistarief overtreft waaraan vennootschappen, verblijfhouders van België, volgens het gemeen recht, worden onderworpen (art. 24, § 4, ov.).
51. Rekening houdend met de tariefwijzingen die door de W. 25.6.1973 (V. 1369 – B. 510) zijn ingevoerd, zal de B.N.V, -Ven, verschuldigd door Ierse vennootschappen dus worden berekend tegen het eenvormige tarief van 47 pct. ( in plaats van 48 pct. volgens het interne recht).
O. regeling voor onderling overleg.
52. De overeenkomst bevat een speciale regeling voor onderling overleg die aan belastingplichtigen, die door dubbele belasting zijn getroffen of bedreigd, een speciale bezwaartermijn verleent van twee jaar vanaf de tweede aanslag (art. 25. § 1).
In het raam van die procedure kan een verblijfhouder van België, onverminderd de rechtsmiddelen van het interne recht, in geval van dubbele belasting ten gevolge van belastingheffing in België en in Ierland, een verzoek om herziening indienen bij de Belgische bevoegde autoriteiten, d.w.z. gewoonlijk bij de gewestelijke directeur van het ambtsgebied waarin de verblijfhouder die het verzoek doet, zijn fiscale woonplaats heeft, dit verzoek moet worden ingediend voor het verstrijken van een termijn van twee jaren vanaf de betekening of vanaf de inning bij de bron van de tweede aanslag.
